‘Gouden middenweg’ voor samenwerkingsscholen

Samenwerkingsscholen krijgen van Erik Renkema het advies een vorm van levensbeschouwelijk onderwijs aan te bieden waarin de kracht van zowel het openbaar als bijzonder onderwijs tot haar recht komt. Docent en onderzoeker Renkema van Hogeschool Windesheim is aan de Protestantse Theologische Universiteit gepromoveerd op een onderzoek naar de samenwerkingsschool.

‘Hoe je het ook wendt of keert, je bent een fusieschool van twee identiteiten. Je moet dus samen op zoek gaan naar een manier waarin je jezelf kunt herkennen’, zegt Renkema in een interview met de christelijke profielorganisatie Verus.

Hij spreekt van een ‘gouden middenweg’ om in de samenwerkingsschool om te gaan met bronnen en tradities ‘die bijdraagt aan dialoog en daarmee persoonsvorming’.

Renkema: ‘Vanuit de openbare kant zal men levensbeschouwelijke bronnen en tradities wel degelijk serieus moeten nemen voor de persoonsvorming van kinderen. Dat doen aan religie en godsvragen, dat zou door sommige vertegenwoordigers van openbaar onderwijs als verlies kunnen worden ervaren.’

‘Voor het christelijk perspectief kun je zeggen: besteed actief aandacht aan pluriformiteit. Voor een enkele ouder zal dat niet het beeld zijn dat hij voor ogen had toen hij voor een christelijke school koos’, aldus Renkema.

Lees meer…

Gezamenlijke visie op religie en levensbeschouwing

Het kan zeer waardevol zijn als het openbaar en het bijzonder voortgezet onderwijs samen een visie vormen op religie en levensbeschouwing die aansluit op actuele ontwikkelingen in onze pluriforme samenleving. Dat stellen onder anderen de beleidsmedewerkers Eline Bakker en Marleen Lammers van VOS/ABB in het godsdienstpedagogisch tijdschrift Narthex.

Bakker en Lammers schreven samen met Gerdien Bertram-Troost, Taco Visser en Aart Jon Schimmel van de protestants-christelijke en rooms-katholieke profielorganisatie Verus een artikel voor Narthex. In hun artikel analyseren zij de resultaten van een online enquête onder schoolleiders van openbare en bijzondere scholen voor voortgezet onderwijs. De vragen gingen over de wijze waarop aandacht wordt besteed aan religie en levensbeschouwing en over ideeën over de doelen, inhouden, vorm en toekomst van dit vakgebied.

Religie en levensbeschouwing als apart vak?

Uit de enquête kwam onder meer naar voren dat de respondenten uit het openbaar onderwijs een sterke voorkeur hebben voor integratie van religie en levensbeschouwing in andere vakken. Respondenten uit het bijzonder onderwijs vinden juist dat aandacht voor religie en levensbeschouwing in een apart schoolvak past.

Verder bleek dat de respondenten van de openbare scholen unaniem tegen nationale eindtermen op het gebied van religie en levensbeschouwing zijn. In het bijzonder onderwijs zijn twee op de drie schoolleiders daarop tegen. Er zou vooral ruimte moeten zijn voor eigen inhoudelijke accenten.

Download artikel De toekomst van het vakgebied religie en levensbeschouwing.

Religies bij elkaar optellen? Zo werkt het niet!

De staatssecretaris van OCW heeft terecht geweigerd om een nieuwe school op islamitische én hindoeïstische grondslag te bekostigen. Dat meldt de Raad van State (RvS).

De RvS vindt dat bij een combinatie van verschillende levensbeschouwelijke of religieuze richtingen niet klakkeloos kan worden volstaan met een optelsom van het leerlingenpotentieel van elke afzonderlijke richting.

Die optelsom zou wel gemaakt mogen worden als verschillende levensbeschouwelijke richtingen min of meer in elkaars verlengde liggen, maar daarvan is volgens de RvS geen sprake bij de combinatie van islam en hindoeïsme.

Lees meer…

‘Christelijke scholen worstelen met de Bijbel’

Sommige docenten op protestants-christelijke scholen kennen de Bijbel nauwelijks en hebben er moeite mee om de verhalen daaruit als ‘de waarheid’ op te dringen. Dat meldt het AD op basis van onderzoek dat de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en de Christelijke Hogeschool in Ede heeft uitgevoerd in opdracht van de christelijke profielorganisatie Verus.

De krant sprak met onderzoekster Elsbeth Visser-Vogel over het onderzoek, waaruit onder andere blijkt dat ‘de vanzelfsprekendheid van Bijbelgebruik in veel gevallen voorbij’ is. Ook blijkt dat er protestants-christelijke scholen zijn die concrete verwijzingen naar de Bijbel in beleids- en schooldocumenten hebben weggehaald.

Bijbel ‘voor zover bekend’ niet meer aanwezig

Volgens Visser-Vogel zijn leraren en schoolleiders van christelijke scholen zich er zeer van bewust dat steeds meer leerlingen niet met de Bijbel zijn opgevoed, thuis een ander geloof aanhangen (bijvoorbeeld de islam) of helemaal niet geloven, zo meldt het AD.

Vooral op scholen waar een christelijke levensovertuiging geen vereiste is, staat het Bijbelgebruik onder druk. Soms is er nog maar één leraar die de Bijbel gebruikt. In het onderzoeksrapport staat dat op twee van de zes protestants-christelijke scholen voor primair onderwijs die aan het onderzoek meededen, de Bijbel ‘voor zover bekend’ niet meer aanwezig is.

Omdat leraren volgens Visser-Vogel soms niet weten hoe ze de Bijbel voor alle leerlingen relevant moeten laten zijn, beperken sommige zich tot de overbekende verhalen: de geboorte van Jezus, de kruisiging of de ark van Noah. ‘Die roepen niet zoveel vragen op als een complexe, gewelddadige tekst uit het Oude Testament’, zo citeert het AD haar. In het onderzoek wordt hiernaar verwezen met ‘vertelbaarheid’.

Toch zien volgens Visser-Vogel ook leraren die zelf niet geloven de waarde van de Bijbel in, omdat de Nederlandse cultuur er deels op gebaseerd is.

Lees het onderzoeksrapport De Bijbel op school.

‘In openbaar onderwijs taboe op godsdienst’

Leraren in het openbaar basisonderwijs die niets van religie willen weten, moeten af van kennelijke vooroordelen. Dit stelt pedagoog en directeur Liesbet van Oosten van de DaVinci Academie op de opiniepagina van Trouw. 

Haar bijdrage gaat over de viering van Pinksteren, die volgens haar grotendeels in de ban is gedaan. ‘Op veel openbare basisscholen lijkt er zelfs een taboe op te rusten’, zo schrijft ze. Van Oosten vindt dat jammer, omdat ‘vieringen zoals Pinksteren in onze multiculturele samenleving juist kunnen bijdragen aan een toekomst met meer verdraagzaamheid’.

Ze pleit ervoor om vieringen, zoals die van Pinksteren, centraal te stellen. ‘Door op school hieraan aandacht te besteden, leren kinderen al vroeg dat er niet één waarheid is, maar dat er veel verschillende inspiratiebronnen zijn waar mensen over de hele wereld uit kunnen putten’, aldus Van Oosten.

Juist in het openbaar onderwijs!

Het pleidooi van Van Oosten sluit aan op de visie van VOS/ABB dat het openbaar onderwijs bij uitstek de plaats is waar op basis van diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht kan worden besteed aan godsdienst en levensbeschouwing.

Lees meer in de brochure Levensbeschouwing, juíst in het openbaar onderwijs. Van deze brochure is een versie voor het primair onderwijs en een versie voor het voortgezet onderwijs.

‘Meer doen met levensbeschouwing en burgerschap’

VOS/ABB moet lobbyen voor een ontwikkelingsimpuls op het gebied van levensbeschouwelijk onderwijs en burgerschapsvorming in het voortgezet onderwijs. Dat adviseert Angelique Hofman op basis van een onderzoek dat zij als stagiaire bij VOS/ABB heeft uitgevoerd.

Hofman studeert Religie en Beleid aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In het kader van haar stage deed zij voor VOS/ABB kwalitatief onderzoek naar wat openbare scholen voor voorgezet onderwijs doen op het gebied van levensbeschouwelijk onderwijs en burgerschapsvorming. Ook wilde zij weten wat hun wensen op dit terrein zijn.

Lobby voor levensbeschouwelijk onderwijs

Uit de interviews kwam onder andere naar voren dat er in het voortgezet onderwijs maar weinig geld beschikbaar is voor levensbeschouwelijk onderwijs en burgerschapsvorming, terwijl de scholen er wel meer mee willen. Daarom pleit Hofman voor een lobby om er meer geld voor los te krijgen.

Een ander onderdeel van haar advies is dat VOS/ABB meer zichtbaar en kenbaar moet maken bij scholen voor voortgezet onderwijs welke mogelijkheden zij hebben om levensbeschouwelijk onderwijs en burgerschapsvorming te verbeteren.

Hofman heeft haar onderzoek tijdens een bijeenkomst bij VOS/ABB gepresenteerd. Tijdens die bijeenkomst is er op basis van haar adviezen besproken hoe de vereniging hier invulling aan kan geven. In het nieuwe schooljaar wil VOS/ABB hiermee aan de slag.

Download het advies van Angelique Hofman

Nieuw gratis lesmateriaal Goedemorgen op school!

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen via een website gratis kennismaken met voorbeeldteksten, opdrachten en filmpjes zoals die dagelijks zullen worden aangeboden in de app Goedemorgen op school!. Deze app wordt ontwikkeld door Creathlon en VOS/ABB. In de week van 15 tot en met 19 mei is het thema ‘Vooroordelen’. 

De app Goedemorgen op school! zal met een dagelijks aanbod voor in de klas inspelen op de volgende vragen:

  • Hoe kunt u met leerlingen de ontwikkelingen in de wereld volgen en duiden?
  • Hoe kunt u actuele maatschappelijke thema’s in de klas bespreekbaar maken?
  • Hoe kunt u met leerlingen werken aan een open, kritische en respectvolle houding?

De ontwikkeling van deze app staat in het teken van de groeiende behoefte aan zingeving in het openbaar onderwijs. Aan de hand van verschillende items kunnen docenten dagelijks samen met leerlingen even stilstaan bij onze complexe samenleving en de vragen die daarbij komen kijken.

Een school die de app gaat gebruiken, werkt structureel en intensief aan burgerschap en persoonlijke ontwikkeling. Ook komen diverse levensbeschouwingen en levensvragen aan bod. Het dagelijkse aanbod is actueel en volgt een thematische ordening.

Gratis materiaal Goedemorgen op school!

Op de website www.goedemorgenopschool.nl kunt u alvast gratis kennismaken met proefmateriaal. In de week van 15 tot en 19 mei staat het thema ‘Vooroordelen’ centraal.

In week 20 tot en met 24 maart was het thema ‘Vertel!’ en van 12 tot en met 16 juni zal het gaan over ‘Thuis’. In de proefperiode wordt nog niet elke week nieuw lesmateriaal aangeboden.

 

‘Religie en levensbeschouwing’ als zelfstandig vak

Het voortgezet onderwijs zou een zelfstandig vak ‘Religie en levensbeschouwing’ kunnen krijgen met een eigen centraal schriftelijk examen, maar het zou ook in andere vakken geïntegreerd kunnen worden. Dat stelt onder anderen beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB in een artikel in het godsdienstpedagogisch vaktijdschrift Narthex over een breed kerncurriculum.

Lammers heeft het artikel geschreven samen met religiewetenschapper Markus Altena Davidsen van de Universiteit Leiden, de eveneens Leidse vakdidacticus godsdienst/levensbeschouwing Jeannette den Ouden en adviseur Taco Visser van de christelijke profielorganisatie Verus. Het artikel is onder meer gebaseerd op input van docenten godsdienst/levensbeschouwing.

Domeinen ‘Religie en levensbeschouwing’

De vier auteurs beschrijven in het artikel drie domeinen van een kerncurriculum ‘Religie en levensbeschouwing’ voor het gehele voortgezet onderwijs:

  1. Eigenheid en diversiteit: Leerlingen kennen een aantal wereldreligies en zijn zich bewust van de diversiteit die hierbinnen bestaat.
  2. Cultuur en geschiedenis: leerlingen kennen de rol en betekenis van het christendom en van andere tradities voor de westerse en Nederland cultuurgeschiedenis.
  3. Samenleving en burgerschap: leerlingen hebben kennis, bewustzijn en vaardigheden om te kunnen participeren en bijdragen aan de sociale cohesie en veerkracht van de maatschappij.

Waarom zelfstandig vak?

Het vak ‘Religie en levensbeschouwing’ kan worden geïntegreerd in andere vakken, maar de auteurs spreken hun voorkeur uit voor een zelfstandig vak met een eigen centraal schriftelijk examen. Dat wordt in het artikel ondersteund met het argument dat de overheid dan deugdelijkheidseisen kan stellen aan de kwaliteit en de inhoud van het vak.

Bovendien zou de zelfstandige status ervoor kunnen zorgen dat het vak gegarandeerd is in de lessentabel. Het derde argument is dat er gekwalificeerde en bevoegde vakdocenten aangesteld kunnen worden die voldoende zijn toegerust om het vak te doceren.

Download artikel Religie en levensbeschouwing: rationale voor een kerncurriculum vo.

Informatie: Marleen Lammers, 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

 

Enquête over godsdienst en levensbeschouwing

VOS/ABB en de christelijke profielorganisatie Verus houden een gezamenlijke enquête naar godsdienst en levensbeschouwing in het voortgezet onderwijs.

Het doel van de online enquête is om een beeld te krijgen van de manier waarop het openbaar en bijzonder voortgezet onderwijs aandacht (willen) besteden aan godsdienst en levensbeschouwing.

VOS/ABB en Verus hebben voor deze enquête bestuurders, rectoren en directeuren gericht benaderd. De resultaten zullen onder andere via deze website worden gedeeld.

Informatie: Marleen Lammers, 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

Term ‘godsdienst’ niet op katholieke scholen

Er is in Nederland vrijwel geen katholieke school voor voortgezet onderwijs waar lessen over religie en levensbeschouwing onder de noemer ‘godsdienst’ vallen. Protestantse scholen kiezen nog wel voor die term. Dit blijkt uit onderzoek van de christelijke profielorganisatie Verus, de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing en Godsdienst (VDLG).

Het onderzoek richtte zich op godsdienst en levensbeschouwing als schoolvak. Een belangrijke conclusie is volgens Verus dat dit vak in de ogen van de vakdocenten heel breed is. Het gaat volgens hen onder meer over kennis over religies en levensbeschouwingen, maar ook over vorming.

Er zijn bijna geen docenten die het als ‘geloofsonderwijs’ beschouwen. Ook bidden komt nauwelijks nog in de lessen voor. Het wordt niet meer als een confessioneel vak gezien.

Godsdienst uit de gratie

Uit het onderzoek komen grote verschillen tussen katholieke en protestantse scholen naar voren als het gaat om de inhoud en de naam van het vak.

‘Er is vrijwel geen katholieke school waar het vak ‘godsdienst’ heet. Men kiest daar voor de bredere vakterm ‘levensbeschouwing’ als een ‘kijk op het leven’. Protestantse scholen kiezen veel meer voor de naam en de inhoud ‘godsdienst’, al dan niet samen met levensbeschouwing’, aldus Verus.

Lees meer…

Trouw heeft aandacht besteed aan het onderzoek. In het artikel Katholieke middelbare scholen minder ‘godsdienstig’ dan protestantse zegt onderzoekster Gerdien Bertram-Troost onder andere dat het vak godsdienst steeds verder wordt uitgehold.

Levensbeschouwing, juist in het openbaar onderwijs!

Het klopt dat je in een droomwereld leeft als je kinderen niets wilt bijbrengen over religie, zoals Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie in het AD zegt. De link die hij hier legt met het openbaar onderwijs klopt echter niet.

In de editie Groene Hart van het Algemeen Dagblad staat een verslag van een bezoek van Bruins aan de protestants-christelijke basisschool De Regenboog in de Zuid-Hollandse plaats Reeuwijk. Hij merkt naar aanleiding van dit bezoek op dat verschillende politieke partijen het bijzonder onderwijs willen afschaffen en dat de ChristenUnie niet alleen openbare scholen wil.

Onderwijs is volgens Bruins nooit neutraal. ‘Een school geeft altijd iets mee aan de kinderen. Als je kinderen in de eerste 18 jaar niets wilt bijbrengen van religie, leef je in een droomwereld. Onderwijs gebeurt altijd vanuit een levensbeschouwing. Ik vind dat scholen juist een sterke identiteit moeten hebben en moeten vertellen vanuit welke inspiratie ze lesgeven’, aldus het ChristenUnie-Kamerlid.

Met zijn opmerking over de inspiratie van scholen ben ik het helemaal eens. Protestants-christelijke scholen moeten een helder verhaal hebben over hun inspiratie, net zoals katholieke, islamitische en welke andere bijzondere scholen dan ook. Datzelfde geldt voor de openbare scholen. Hun inspiratie zijn de kernwaarden van het openbaar onderwijs, waartoe respect, gelijkwaardigheid en ‘iedereen welkom’ behoren.

Wat niet klopt in het verhaal van Bruins, is de suggestie dat alleen het bijzonder onderwijs oog zou hebben voor religie. Ook openbare scholen hebben aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing. Dat staat zelfs expliciet in de kernwaarden. Het verschil met het bijzonder onderwijs is dat het openbaar onderwijs niet uitgaat van ‘een levensbeschouwing’, zoals Bruins zegt, maar van een diversiteit aan religieuze en levensbeschouwelijke stromingen. Gelijkwaardigheid is daarbij een kernbegrip.

Ik nodig Bruins uit om tijdens de School!Week 2017 van 20 tot en met 24 maart, waarin het openbaar onderwijs in heel Nederland laat zien waar het voor staat, ook eens een openbare school te bezoeken om te zien welke meerwaarde openbaar onderwijs heeft.

Ter voorbereiding van het bezoek verwijs ik naar onze brochure Levensbeschouwing, juist in het openbaar onderwijs. We hebben een brochure voor het primair onderwijs en een brochure voor het voortgezet onderwijs.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Christelijke school van nu doet maar weinig aan religie

Trouw schrijft over ‘zingevingsscholen’, zoals protestants-christelijke scholen worden genoemd die tegenwoordig nog maar nauwelijks aan religie doen.

De krant citeert onder anderen historicus Wim de Jong, auteur van het boek Heer en Meester over 100 jaar onderwijsvrijheid: ‘De dominee mag zeker geen te grote rol spelen. De zingevingsscholen willen ook niet terug de verzuiling in. De protestantse identiteit hoeft niet te zwaar of te diep uitgewerkt te worden. De Bijbel moet regelmatig open kunnen, en verder moet er een prettige sfeer hangen in de klas. Dat vinden deze scholen het belangrijkst’.

Aspecten van religie

Volgens De Jong is het onderwijs op zingevingsscholen voor 90 procent identiek aan dat op openbare scholen. Hij stelt dat er meer aandacht is voor de vertrouwensband tussen de leerling en de docent. Ook zouden deze scholen proberen aspecten van religie in de lessen te verwerken.

Stephen Covey

Het artikel gaat ook over de keuze van pcbs De Fontein in Houten voor de methode van effectief leiderschap van de Amerikaanse mormoon en managementgoeroe Stephen Covey. Die keuze heeft volgens directeur Corrie van der Sar niet te maken met de christelijke identiteit, maar met pedagogische uitgangspunten.

De Fontein heeft hoofdzakelijk leerlingen zonder christelijke achtergrond.

Meer ruimte voor godsdienst in openbaar onderwijs

Godsdienst heeft de afgelopen jaren een grotere rol gekregen in het openbaar onderwijs. Dat vertelt vertrekkend directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB in DRS-Magazine, het onderwijsblad van de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), Driestar Educatief en de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU).

Toen Van der Veen in 2009 directeur werd, zette hij bij VOS/ABB levensbeschouwing in het openbaar onderwijs steviger op de agenda.  ‘Ook wilde ik nadrukkelijk ruimte voor religieonderwijs binnen de openbare scholen’, aldus Van der Veen.

Hij pleit ervoor om leerlingen argumenten aan te reiken op basis waarvan zij zelf keuzes kunnen maken. ‘Ik geloof dat de dialoog over religies tot verrijking leidt en niet het formuleren van een conclusie voor de kinderen.’

Lees het artikel

Ritske van der Veen heeft op de algemene ledenvergadering op 23 november afscheid genomen van VOS/ABB. Hij is officieel nog tot 1 januari 2017 directeur. Zijn opvolger is Hans Teegelbeckers.

Conferentie over religie en levensbeschouwing

Het Leiden University Center for the Study of Religion organiseert een conferentie om te verkennen hoe religiewetenschap kan bijdragen aan de versterking van het onderwijs over religie en levensbeschouwing. Uitgangspunt van de conferentie is dat religieonderwijs in middelbare scholen nodig, wenselijk en mogelijk is.

Marleen Lammers van VOS/ABB werkt mee aan deze conferentie op 21 juni in Leiden. Zij zal samen met onderzoeker William Arfman van de Universiteit Leiden en de Tilburg University een workshop verzorgen over het schoolvak religie en levensbeschouwing in het voortgezet onderwijs. Centraal staat de vraag hoe dit kan worden ingericht op een manier die recht doet aan het duale stelsel van het onderwijs in Nederland.

Lees meer…

Ontmoeting als middel tegen radicalisering

Ontmoeting in de scholen is een voorwaarde om radicalisering van jongeren tegen te gaan. Dat stelt coördinator Khalid Benhaddou van het Vlaamse Onderwijsnetwerk islamexperten.

‘Als jongeren elkaar niet kunnen ontmoeten en niet met elkaars verschillen, levensbeschouwing en cultuur leren omgaan, kan je moeilijk verwachten dat ze straks in de samenleving voor elkaar vallen’, zo zei Benhaddou in een lezing voor leraren in Vlaanderen. Hij hield die lezing in februari, dus vóór de aanslagen in Brussel.

Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie

Hij zei ook dat moslimjongeren de islam wel kennen, maar nauwelijks de basiswaarden van de democratische samenleving. ‘Ik ben er geen voorstander van om de levensbeschouwelijke vakken af te schaffen en te herleiden tot een soort eenheidsworst. Wel moeten we komen tot een nieuw platform waar leerlingen kunnen kennismaken met basiswaarden als vrije meningsuiting en vrijheid van religie’, aldus Benhaddou.

Khalid Benhaddou is sinds oktober 2015 coördinator van het Vlaamse Onderwijsnetwerk islamexperten. In opdracht van de Vlaamse minister Hilde Crevits van Onderwijs geeft hij met een groep vrijwillige islamexperts in scholen uitleg over de islam en over radicalisering. Daarbij ligt de nadruk op het belang om jongeren op te voeden tot mondige burgers die meewerken aan een verdraagzame samenleving.

Benhaddou is imam van de Al-Fathmoskee in Gent en voorzitter van het Platform van Vlaamse Imams en islamleerkracht.

Elk kind vormt zich in relatie met de ander

Bij de persoonlijke vorming van kinderen ligt het accent op de relatie met de ander. Dat heeft adjunct-directeur Anna Schipper woensdag benadrukt tijdens het symposium Levensbeschouwing & religie in het onderwijs van 2032 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Centrale vraag op dit symposium was of religie er nog toe doet. Schipper verwees in dit kader naar het recente onderzoek God in Nederland, waaruit duidelijk naar voren komt dat religie nog slechts een marginale rol heeft en dat veruit de meeste mensen niet meer willen dat godsdienst nog invloed heeft op onderwijs.

Het gaat volgens haar niet zozeer om de vraag of religie er nog toe doet, maar om zingevingsvragen die van alle tijden zijn. Het is, zo zei Schipper, de pedagogische en morele opdracht van het onderwijs om daarvoor ontmoeting te arrangeren. Kinderen kunnen worden uitgedaagd te reflecteren op zingevingsvragen, via hun eigen waarden en via die van anderen.

Schipper ziet vanuit VOS/ABB dat het concept School! hierbij leidend kan zijn. Dit ideaal ontstijgt de denominaties en gaat ervan uit dat er in de toekomst geen openbare, rooms-katholieke, protestants-christelijke, islamitische of wat voor scholen dan ook meer zijn, maar scholen voor iedereen die uitgaan van diversiteit op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect.

Download de bijdrage van Anna Schipper

Meeste mensen tegen invloed van religie op onderwijs

Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt dat religie geen bepalende rol meer hoort te spelen in het onderwijs. Dat blijkt uit het onderzoek God in Nederland 2016.

‘Ten aanzien van onderwijs op godsdienstige grondslag is de balans negatief’, schrijft de KRO die het onderzoek heeft laten uitvoeren door de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het is voor de vijfde keer sinds 1966 dat dit onderzoek is gedaan. De vorige keer was in 2006.

Uit het onderzoek blijkt ook dat het kerkbezoek dramatisch blijft dalen en dat het geloof in ‘een persoonlijke God’ sterk is afgenomen. Een overgrote meerderheid van de Nederlanders komt nooit of bijna nooit in de kerk. Ook blijkt dat de opmars van spiritualiteit niet doorzet.

KRO’s Kruispunt heeft zondagavond uitgebreid aandacht besteed aan het onderzoek God in Nederland 2016. Bekijk de uitzending.

Steun voor docent die niet mocht bidden

Op Facebook is een steunbetuiging gestart voor een docent van het openbare Rijswijks Lyceum die ontslag heeft genomen omdat hij in de school niet mocht bidden.

In de Haagse regio-editie van het Algemeen Dagblad staat dat de bewuste docent moslim is en dat hij in de pauze uit het zicht van de leerlingen wilde bidden. De krant citeert rector Jeroen Bos van het Rijswijks Lyceum: ‘Als openbare school vinden wij dat religieuze uitingen privé zijn en privé uitgeoefend moeten worden. Een docent die per se in het schoolgebouw wil bidden past niet bij die opvatting.’

Op de website van de school staat dat het Rijswijks Lyceum ‘een moderne, openbare school’ is die openstaat ‘voor alle kinderen, met welke levensovertuiging, afkomst of godsdienst dan ook’. Het Rijswijks Lyceum valt onder het bestuur VO Haaglanden.

Verklaring van de school
In een door de rector ondertekende verklaring van het Rijswijks Lyceum staat wat de leraar -volgens de school- wilde: ‘De betreffende docent was van mening dat de school zijn geloofsbelijdenis zou moeten faciliteren door bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van een ruimte binnen de school.’

De school weigerde daarop in te gaan: ‘We willen als openbare school (…) geen gebedsruimtes of iets dergelijks inrichten. Al is het maar omdat onze school vele verschillende geloven en levensovertuigingen (en opvattingen daarover) telt.’

In de Volkskrant zegt Bos dat er op zijn school geen bidverbod is. ‘Ik kan niet verbieden dat iemand zijn ogen sluit en aan God denkt, laat staan dat ik dat zou kunnen controleren. Maar wij bieden geen faciliteiten voor het gebed.’

Niet om gebedsruimte gevraagd
De docent heeft in het radioprogramma Dichtbij Nederland met klem tegengesproken dat hij om een gebedsruimte had gevraagd. Hij bad soms in een magazijn, dan weer in een berghok en soms na schooltijd in een vergaderruimte. Het is volgens hem voor moslims helemaal niet nodig om een aparte gebedsruimte te hebben.

Luister naar het interview:

Steun voor docent
Op Facebook is een actie gestart voor de docent in kwestie. Ouders schrijven daar onder andere dat het Rijswijk Lyceum een goede school is, maar dat er kennelijk geen rekening wordt gehouden met de wens van deze docent om in de pauze te bidden.

Er wordt opgeroepen het kerstdiner van de school te boycotten. ‘Hiermee halen we de docent niet terug, maar we moeten iets. KERSTdiner is ook geloof gerelateerd’, zo staat op Facebook. De docent heeft inmiddels een nieuwe baan op een christelijke vo-school waar hij wel mag bidden.

Calandlyceum
In 1999 speelde een vergelijkbare kwestie op het openbare Calandlyceum in Amsterdam. Daar wilden enkele islamitische leerlingen een ruimte om te kunnen bidden. Toenmalig rector Peter Dorsman vond het ‘principieel niet juist’ om leerlingen toestemming te geven op school te bidden. Hij stond op het standpunt dat geloofsbeleving niet thuishoort in de openbare school.

‘Je moet een duidelijke lijn aanhouden. Wij zijn een openbare school. Godsdienst is iets wat je in je eigen tijd beleeft. Als zij willen bidden, dan doen ze dat maar thuis’, zo citeerde NRC Handelsblad hem destijds.

De toenmalige Commissie Gelijke Behandeling (tegenwoordig College voor de Rechten van de Mens) oordeelde in 2000 naar aanleiding van deze kwestie dat een openbare school geen gebedsruimte beschikbaar hoeft te stellen.

Download het oordeel

‘Religieuze opvoeding maakt kinderen minder hulpvaardig’

Kinderen die religieus worden opgevoed, zijn over het algemeen minder bereid om anderen te helpen. Ze blijken ook meer geneigd om andere mensen te straffen. Dat blijkt uit recent onderzoek van onder andere de University of Chicago.

Voor het onderzoek onder leiding van neurobioloog Jean Decety zijn de ouders bevraagd van in totaal 1170 kinderen in de leeftijd van 5 tot 12 jaar in zes landen: Canada, China, Jordanië, Turkije, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Er zijn gezinnen gekozen waarin een religieuze opvoeding centraal staat en gezinnen waarin dat niet het geval is.

Ouders die een religieuze opvoeding geven, zien dat hun kinderen meer empathie en rechtvaardigheidsgevoel hebben dan kinderen uit niet-religieuze gezinnen. Maar volgens de onderzoekers blijkt ook dat er een negatief verband is tussen religiositeit en altruïsme en dat er een positief verband is tussen een godsdienstige opvoeding en de neiging om anderen te straffen.

Het altruïsme – de wil om iets voor een ander te doen – bleek het minst bij kinderen uit islamitische gezinnen. Kinderen uit christelijke gezinnen zijn meer geneigd tot altruïsme. Altruïsme bleek het sterkst bij kinderen uit gezinnen waar religie niet een bepalende rol in de opvoeding heeft.

Lees meer…

Kerkgang verplicht voor leraar christelijke school

Het bijzonder onderwijs mag nog steeds onderscheid maken op grond van godsdienst. Voorwaarde is wel dat scholen op dit punt consequent zijn. In het openbaar onderwijs is de situatie uiteraard anders: hier gelden algemene toelaatbaarheid en benoembaarheid.

De Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) bericht over het College voor de Rechten van de Mens, dat bevestigt dat een christelijke school van een docent mag eisen meelevend lid van een kerk te zijn. ‘Ook in eerdere oordelen is dit de consistente lijn van het College’, aldus de VGS, die een aantal oordelen op een rij heeft gezet. Deze vereniging noemt de oordelen ‘een steun in de rug voor een stevig personeelsbeleid dat past bij de grondslag van uw school’.

Een recente casus gaat over de protestants-christelijke school De Meerwaarde uit Barneveld. Deze school liet een docent weten dat het geen zin had te solliciteren, omdat hij geen meelevend lid was van een kerk. De docent vond dat er sprake was van verboden onderscheid op grond van godsdienst en ging daarom in beroep bij het College voor de Rechten van de Mens.

Het College oordeelde dat een christelijke school om haar grondslag te verwezenlijken onderscheid mag maken op grond van godsdienst, mits dit consequent gebeurt. Dat betekent dat deze eis aan alle personeelsleden moet zijn gesteld.

Kernwaarden
In het openbaar onderwijs is algemene toelaatbaarheid en benoembaarheid van kracht. Dit betekent dat openbare scholen voor de toelating van leerlingen en de benoeming van personeel geen onderscheid maken op grond van sociale, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond. Dit is vervat in de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

Fontys komt met minor katholiek vormingsonderwijs

In september begint Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing in Utrecht met de minor Rooms-katholiek Godsdienstig Vormingsonderwijs voor het Openbaar Basisonderwijs (RK GVO).

RK GVO is een van de vormen van godsdienstig vormingsonderwijs in de pluriforme openbare scholen. Kinderen van ouders die daar specifiek om vragen, kunnen in de openbare school naar keuze een vorm van godsdienstig vormingsonderwijs krijgen. Het is ook mogelijk om voor humanistisch vormingsonderwijs te kiezen. Dit is wettelijk zo geregeld.

De minor is toegankelijk voor huidige docenten RK GVO en voor studenten en afgestudeerden van de pabo die beschikken over de akte voor godsdienstonderwijs. Ook afgestudeerde pastoraal werkers en godsdienstleraren kunnen eraan deelnemen.

De minor wordt verzorgd in samenwerking met de hogescholen Windesheim, Driestar Educatief, Inholland en de Christelijke Hogeschool Ede. De minor wordt gegeven in Utrecht.

Visies op levensbeschouwing in de openbare school

De plaats van levensbeschouwelijke tradities in het openbaar onderwijs. Dat was het thema van de conferentie ‘Openbaar onderwijs verbindt’, woensdagmiddag in Hogeschool Windesheim in Zwolle. De conferentie stond in het kader van de School!Week 2015 en was georganiseerd door VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO).

De conferentie begon met een optreden van theatermaker, schrijver en theoloog Kees van der Zwaard. Hij illustreerde onder andere aan de hand van het bekende labyrint in de kathedraal van Chartres dat iedereen zijn eigen weg zoekt en vindt in het leven. Het uiteindelijke doel is dat iedereen gelukkig wordt, ook in de school.

Van der Zwaard verwees onder andere naar het door VOS/ABB en VOO ontwikkelde toekomstconcept School!, dat uitgaat van onderwijs dat boven de verschillende denominaties uitstijgt.  U kunt daar alles over lezen in de School!Gids.

Sollicitanten
Dagvoorzitter was docent, onderzoeker en godsdienstpedagoog Erik Renkema, die is verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle en de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam. Hij stelde na het optreden van Van der Zwaard vijf deskundigen voor die als het ware solliciteerden naar de functie van directeur van een ‘school’ die niet meer gebonden is aan het huidige duale stelsel.

Een van hen was Tamar Kopmels, expert op het gebied van levensbeschouwelijke educatie. Ook bestuursvoorzitter Leo Breukel van samenwerkingsbestuur Aves voor primair onderwijs in de Noordoostpolder speelde de rol van sollicitant. Hij pleitte voor levensbeschouwelijk onderwijs onder de eigen pedagogische verantwoordelijkheid van de school.

Directeur Manuela Kalsky van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving pleitte in haar bijdrage voor gelijkwaardigheid op basis van wederzijds respect. Dat zou volgens haar een van kernwaarden moeten zijn van samenwerking boven de denominaties. ‘We moeten in het onderwijs voorbij de hokjes’, aldus Kalsky.

Filosoof Floris van den Berg, directeur van het Center for Inquiry Low Countries, pleitte voor algemeen seculier onderwijs voor iedereen. ‘Allemaal bij elkaar in de klas’, aldus Van den Berg. Over religie zei hij, dat ouders religieus kunnen zijn, maar dat kinderen dat niet zijn. Geloof noemde hij ‘een hobby voor thuis’.

Lizzy Wijnen van het Centrum Humanistische Vorming ten slotte benadrukte dat in de school die boven de denominaties uitstijgt iedereen welkom moet zijn. ‘Iedereen mag zijn verhaal vertellen, iedereen moet zijn of haar eigen visie kunnen hebben’, aldus Wijnen.

Inspiratietafels
In het tweede gedeelte van de conferentie maakten de deelnemers aan de conferentie kennis van verschillende aspecten van levensbeschouwelijke tradities in de openbare school. Er waren inspiratietafels over kinderrechten en inclusief onderwijs, over het vormgeven van de identiteit van de samenwerkingsschool en over geestelijke stromingen.

Er was ook een inspiratietafel met aandacht voor levensverhalen van kinderen die wereld willen verbeteren. Het ging specifiek over de Pakistaanse Nobelprijswinnares Malala Yousafzai. Andere onderwerpen die aan de tafels aan bod kwamen, waren multiculturaliteit, de kracht van integratie en filosoferen aan de hand van kinderrechten.

Theatermaker Kees van Zwaard sloot de bijeenkomst op creatieve wijze af door terug te koppelen wat er tijdens de conferentie was besproken.

ChristenUnie poogt discriminatie van homo’s te handhaven

Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers van de ChristenUnie heeft een amendement ingediend waarmee hij voor het bijzonder onderwijs de mogelijkheid wil behouden om werknemers op grond van godsdienstige uitgangspunten te discrimineren. 

Het amendement van Segers houdt verband met het voorstel tot het schrappen van de enkele-feitconstructie uit de Algemene wet gelijke behandeling. Dat voorstel is ingediend door D66-Kamerlid Vera Bergkamp en haar collega’s Tamara van Ark van de VVD, Keklik Yücel van de PvdA, Jasper van Dijk van de SP en Jesse Klaver van GroenLinks. Woensdag heeft de Kamer hierover gedebatteerd. Op 27 mei wordt erover gestemd.

Segers wil dat bijzondere scholen (en andere instellingen) ten aanzien van personen op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid onderscheid mogen maken ‘voor zover deze kenmerken vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste vormen, gezien de grondslag van de instelling en de houding van goede trouw en loyaliteit die nodig zijn voor de verwezenlijking daarvan.’

Met de wet in de hand
Het bovenstaande komt er in feite op neer dat de ChristenUnie met dit amendement vast wil houden aan de mogelijkheid voor het bijzondere onderwijs om met de wet in de hand werknemers te weigeren of te ontslaan als hun levenswijze niet zou passen bij de godsdienstige uitgangspunten van de school.

Het amendement gaat nog verder dan de bestaande enkele-feitconstructie, omdat die verbiedt een werknemer te weigeren of te ontslaan op basis van het enkele feit dat hij of zij bijvoorbeeld homoseksueel is. In het amendement wordt gesproken over ‘kenmerken’ die zouden kunnen botsen met de grondslag van de school.

Het lijkt erop dat Segers geen onderscheid wil maken tussen ‘kenmerken’ van een persoon en het leven dat die persoon onder meer op grond van die kenmerken leidt. Alleen de ‘kenmerken’ zouden dus al grond voor weigering of ontslag kunnen zijn.

Reformatorische scholen
De discriminatie van onder anderen homoseksuele personeelsleden en leerlingen speelt vooral op orthodoxe scholen, waaronder reformatorische. In deze scholen wordt een levenswijze die afwijkt van wat volgens orthodoxe christenen door de Bijbel is toegestaan gezien als een overtreding van wat God van de mens eist.

Homoseksuelen of transgenders worden volgens deze leer op zich geaccepteerd, maar het wordt niet geaccepteerd als zij uiting geven aan hun geaardheid. Dit kan op basis van de huidige wetgeving reden tot weigering of ontslag zijn.

Openbare scholen
In de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs staat expliciet vermeld dat alle leerlingen en alle bekwame personeelsleden welkom zijn, ‘ongeacht hun levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid, afkomst, geslacht of seksuele geaardheid. Dit geldt nadrukkelijk ook als mensen hieraan uiting geven.

Reactie Segers
Gert-Jan Segers spreekt tegen als zou hij met het amendement laten blijken voorstander te zijn van discriminatie. In een discussie op Twitter tussen hem en VOS/ABB benadrukt hij dat discriminatie bij wet verboden is en dat dat zo moet blijven. Hij verdedigt de inhoud van zijn amendement door erop te wijzen dat er in Nederland vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs is.

VOS/ABB is van mening dat de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs niet in stelling mogen worden gebracht om bepaalde mensen uit te sluiten op grond van hun persoonlijke kenmerken, hetgeen Segers met zijn amendement voorstaat. Uitsluiting van personen op grond van hun persoonlijke kenmerken is immers discriminatie.

Keuze voor school hangt niet meer af van richting

De godsdienstige grondslag van de rooms-katholieke of protestants-christelijke scholen is allang niet meer bepalend voor de keuze van de meeste ouders. Dat bevestigt Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA in het online magazine Podium van de PO-Raad.

Rog, die tot september 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, komt aan het woord in een artikel over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Aanleiding voor Podium om hem te benaderen, is de reactie die binnenkort (eindelijk) van het kabinet wordt verwacht op het advies van de Onderwijsraad uit april 2012 om het grondwetsartikel te moderniseren.

Artikel 23 uit 1917 bepaalt de gelijke rijksbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs. Het maakte een einde aan de zogenoemde schoolstrijd in het destijds sterk verzuilde Nederland. Wie naar de huidige onderwijspraktijk kijkt, ziet dat nog maar weinig ouders op grond van hun religieuze overtuiging bewust voor een katholieke of protestants-christelijke school kiezen. In feite gebeurt dit tegenwoordig alleen nog maar in reformatorische en andere orthodox-religieuze kringen. Andere aspecten, zoals de nabijheid van de school en de kwaliteit van het onderwijs, zijn voor ouders beslissend.

Kamerlid Rog bevestigt dit beeld in het interview in Podium. Het is volgens hem nog steeds een goede zaak ‘om ons pluriforme stelsel te verdedigen’, maar tegelijk ziet hij dat voor de huidige ouders niet meer de religieuze richting maar de kwaliteit van de school bepalend is voor de schoolkeuze. Hiermee erkent de CDA’er in feite dat de vrijheid van onderwijs zoals die in 1917 tot stand kwam, en die de belangenorganisaties voor bijzonder onderwijs per se intact willen laten, een achterhaalde constructie is.

Boerka op school? Er zijn grenzen!

Openbare scholen zijn geen anti-religieuze instellingen. Maar het uitgangspunt van levensbeschouwelijke diversiteit en de verworvenheden van onze democratische rechtstaat stellen wel grenzen aan de eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Openbare scholen hebben een actief pluriforme opdracht die veel van de scholen en de leraren vraagt. Daarnaast bestaat er op de openbare school ruimte voor het volgen van godsdienstig of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Randvoorwaardelijk kan de overheid hieraan kwaliteitseisen stellen maar inhoudelijk behoort de overheid zich daar niet mee te bemoeien. Dit zijn de uitgangspunten van het openbaar onderwijs, die niet ter discussie staan.

Marcouch stelt in het interview dat islamitische scholen eigenlijk ontstaan zijn uit nood omdat op openbare scholen geen ruimte was voor religie en moslims zich constant moeten verantwoorden. ‘Over het hoofddoekje, al dan niet gemengd douchen en zwemmen, feestdagen. Daar hebben openbare scholen geen centraal beleid voor, dat bepaalt de schooldirecteur. Terwijl uitgangpunt moet zijn dat een moslimjongere in het openbaar onderwijs terecht kan zonder zijn religie te verloochenen.’  

Beginselen
De stadsdeelvoorzitter raakt hier één van de fundamentele beginselen van het openbaar onderwijs, namelijk: ‘Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing’.  Dat betekent onder meer dat niemand zijn godsdienst of levensbeschouwing op een openbare school hoeft te verloochenen.

Echter, net als andere in de grondwet verankerde rechten zoals vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van man en vrouw en verbod op discriminatie is de eerbiediging – vrijheid – van godsdienst geen absoluut gegeven.  Marcouch bepleit nu dat het dragen van een boerka op de openbare school zou moeten kunnen, maar de regering heeft daar al een standpunt over ingenomen. Minister Plasterk heeft aangekondigd dat het dragen van een boerka op de openbare school verboden gaat worden. VOS/ABB is met de regering van mening dat op een school het contact van aangezicht tot aangezicht van essentieel belang is. Een hoofddoek hoeft daar geen belemmering voor te zijn.

Scheppingsleer
Een ander belangrijk uitgangspunt is dat het openbaar onderwijs bijdraagt ‘aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden’ (ook wel de actief pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs genoemd). Daarbij kan aandacht worden besteed aan scheppingsverhalen die in verschillende godsdiensten voorkomen. De evolutieleer vormt echter het wetenschappelijke uitgangspunt voor de verklaring en de ontwikkeling van het heelal, de aarde en de verschillende levensvormen en moet als zodanig worden onderwezen op de openbare school.

Tenslotte biedt een openbare school ouders de gelegenheid om hun kinderen godsdienstig of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te laten volgen. Dit is een recht van ouders en geen verplichting. Voor dit onderwijs treedt de openbare school op als gastheer. De leraar die dit onderwijs verzorgt valt niet onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school maar onder het genootschap op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag die de leraar ter beschikking stelt. Deze regeling komt voort uit het principe van ‘scheiding kerk en staat’.

De overheid kan wel didactische en pedagogische kwaliteitseisen stellen maar geen inhoudelijke. Nu de Wet beroepen in het onderwijs (Wet BIO) ook van toepassing zal worden voor de leraren godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs zal de inhoudelijke component moeten worden ingevuld door de betrokken genootschappen.
Openbare scholen zijn gebaat bij bekwame leraren. VOS/ABB ondersteunt daarom het initiatief om volgens de Wet BIO gekwalificeerde leraren godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs structureel te bekostigen via de zendende genootschappen.

De vormgeving van de uitgangspunten van het openbaar onderwijs vindt plaats op elke school in relatie met zijn omgeving. Ongetwijfeld dat daarin verbeteringen mogelijk of wenselijk zijn. Maar met de uitgangspunten van het openbaar onderwijs is niets mis.