Onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden

In de raad van toezicht van elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs moet één onafhankelijk lid zitten.

Dat heeft de PO-Raad afgesproken. De leden van de VO-raad stemmen er binnenkort over. Het idee is dat een onafhankelijk lid in de raad van toezicht kritische vragen kan stellen. Dat is goed om discussies los te maken over belangrijke kwesties.

Benchmark reserves

De PO-Raad meldt verder dat er een benchmark komt waarmee samenwerkingsverbanden de hoogte van hun reserves kunnen beoordelen. Als de reserves te groot zijn, worden samenwerkingsverbanden daarop aangesproken.

Ook is afgesproken dat de PO-Raad en VO-raad een publieksversie gaan maken van het dasboard passend onderwijs met gegevens over samenwerkingsverbanden. ‘Op die manier kunnen zij zich beter verantwoorden en krijgt de samenleving beter inzicht in wat ze doen en welke keuzes ze maken, aldus de PO-Raad.

Lees meer…

Slob tegen maximale reserve samenwerkingsverbanden

Onderwijsminister Arie Slob voelt er niets voor om voor samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs een maximum in te stellen voor de reserves die zij mogen aanhouden. Dat onderbouwt hij in antwoorden op Kamervragen van GroenLinks.

Kamerlid Lisa Westerveld wilde van Slob weten wat hij ervan vindt ‘dat de 152 samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs in het basis- en voortgezet in 2016 samen bijna vijftig miljoen euro aan hun reserves hebben toegevoegd’. Ook vroeg zij aan de minister hoe hoog volgens hem de ‘maximale risicobuffer voor samenwerkingsverbanden’ zou moeten zijn.

Slob antwoordt dat hij van samenwerkingsverbanden verwacht ‘dat zij een risico-inschatting maken en op basis daarvan sturen op de aan te houden reserve’. Daarbij staat volgens hem voorop ‘dat het geld goed besteed moet worden aan de ondersteuning van leerlingen’. Sparen mag geen doel op zich zijn, benadrukt hij.

Wat betreft de door Westerveld gewenste maximaal aan te houden reserves, merkt Slob op dat de samenwerkingsverbanden allemaal van elkaar verschillen. ‘Zo mag verwacht worden dat een samenwerkingsverband dat eigen personeel in dienst heeft, een hogere reserve aanhoudt dan een samenwerkingsverband dat dat niet heeft’, aldus de minister. Hij acht het daarom onwenselijk een maximale reserve in te stellen.

Lees meer…

Voortgezet onderwijs heeft het financieel zwaar

In de tussenrapportage van het onderzoek naar de bekostiging van het voortgezet onderwijs signaleert de Algemene Rekenkamer twee belangrijke trends: de financiële reserves nemen af en de prijs van arbeid stijgt.

Waren de reserves in het voortgezet onderwijs een aantal jaren geleden gemiddeld genomen nog te hoog, nu is dat niet meer het geval. Dit maakt het voor instellingen voor voortgezet onderwijs moeilijker om onvoorziene risico’s op te vangen.

Wat betreft de prijs van arbeid, signaleert de Algemene Rekenkamer dat de rijksbijdrage vanaf 2005 weliswaar flink is gestegen, maar dat de uitgaven aan personeel harder omhoog zijn gegaan. De leerling/leraar-ratio nam in drie jaar toe van 14 leerlingen per leraar naar bijna 15,5. De werkgelegenheid in het vo is gedaald.

De constateringen van de Algemene Rekenkamer bevestigen het beeld dat het voortgezet onderwijs door de financiële ontwikkelingen gedwongen is om fors te bezuinigen.