Tweede Kamer vindt prestatiebox leegtrekken goed idee

Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat mee in het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken om zo de leraren in het primair onderwijs een extra salarisverhoging te geven. Als onderwijsminister Arie Slob daar elders geld voor vrijmaakt, mag dat wat de Kamer betreft ook. 

CDA-Kamerlid Michel Rog en zijn collega Paul van Meenen van D66 vinden dat er slechts ‘vage doelen’ aan de prestatiebox zijn verbonden. Het gaat daarbij onder andere om professionalisering, doorgaande leerlijnen en uitdagender onderwijs.

Volgens hen zijn de doelen niet alleen vaag, de scholen zouden ze ook niet halen. Het onderwijs wordt er volgens hen alleen maar slechter van. Daarom zou het beter zijn om het geld uit de prestatiebox (263 miljoen euro of een deel daarvan) te besteden aan een extra salarisverhoging. Rog en Van Meenen denken dat het onderwijs dan vanzelf beter wordt. Een meerderheid in de Tweede Kamer is het met hen eens.

Minister Slob zei eerder dat hij de prestatiebox niet wil leegtrekken, maar hij moet nu van de Tweede Kamer alsnog gaan onderzoeken of dat toch mogelijk is, of dat er wellicht andere mogelijkheden zijn om de lerarensalarissen extra te verhogen.

Het salaris van de leraren in het primair onderwijs is al verhoogd met gemiddeld 8,5 procent. Dat komt neer op een extra maandsalaris. Daarnaast hebben leraren in het primair onderwijs een bonus van 2000 euro gekregen.

Slecht beleid

Ronald Bloemers van VOS/ABB vindt het plan van CDA en D66 om de prestatiebox leeg te trekken voor hogere lerarensalarissen getuigen van slecht beleid. ‘Iedereen die een beetje verstand heeft van onderwijs, weet dat de bekostiging al vele jaren ontoereikend is. Er zijn onderzoeken te over die dat bewijzen. Dan is het geen oplossing om het geld uit de prestatiebox, dat onder andere bedoeld is voor kwaliteitsverbetering en professionalisering, weg te kapen voor een salarisverhoging.’

‘Het is helemaal navrant dat Rog en Van Meenen stellen dat het geld uit de prestatiebox nutteloos over de balk wordt gesmeten en dat volgens hen het onderwijs in Nederland alleen maar slechter wordt. Zij weten natuurlijk ook wel dat dit absoluut niet het geval is, en dat scholen er heel goede dingen mee doen om het onderwijs te verbeteren, met het ontoereikende budget dat ze wel hebben’, aldus Bloemers.

Hij voegt daaraan toe dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) elk jaar weer laat zien dat het onderwijs in Nederland van goede kwaliteit is en dat dit wordt bereikt met relatief weinig geld.

Reactie: Michel Rog van het CDA laat naar aanleiding van bovenstaand bericht weten dat hij het niet eens is met het gebruik van het woord ‘leegtrekken’. Hij formuleert het in politieke termen als volgt: ‘Wij vragen om een tripartiet gesprek gericht op de vraag óf en zo ja hoeveel geld uit prestatiebox anders kan worden aangewend’.

‘Hogere lerarensalarissen leiden tot scheve ogen’

De leraren hebben een forse salarisverhoging gekregen van 8,5 procent, terwijl het onderwijsondersteunend personeel het moet doen met 2,5 procent extra. Dat leidt tot scheve ogen, schrijft NRC

In de krant komt onder anderen directeur Judith Reijnen van de openbare P.H. Schreuderschool in Den Haag aan het woord. Zij noemt het ‘heel gek’ dat slechts een gedeelte van haar team ‘een enorme salarisverhoging’ kreeg. Dat veroorzaakt volgens haar onvrede.

Reijnen vindt het jammer, zo staat in NRC, dat de lerarenvakbond PO in Actie alleen vanuit de leraar heeft gedacht. ‘Ik had graag gezien dat het perspectief was: de onderwijskwaliteit.’

‘Dat is dan maar zo’

Jan van de Ven erkent dat zijn vakbond PO in Actie bewust alleen aan de leraren heeft gedacht. Dat dit de verhoudingen scheef zou trekken, besefte hij tijdens de cao-onderhandelingen. ‘Wij zeiden: dat is dan maar zo. We hebben echt alle middelen nodig om mensen naar het vak te trekken’, zo citeert de krant hem.

Hij benadrukt volgens NRC dat het onderwijsondersteunend personeel wel profiteert van het extra geld voor werkdrukvermindering.

Lees meer…

 

‘Gelijkwaardige functies, dus gelijke salarissen’

De lerarenfuncties in het primair onderwijs zijn gelijkwaardig aan die in het voortgezet onderwijs, dus moeten de salarissen ook gelijkwaardig zijn. Dat meldt de PO-Raad op basis van de waardering van actuele functiebeschrijvingen voor het primair onderwijs.

De waardering van actuele functiebeschrijvingen ondersteunt volgens de sectororganisatie de claim dat de salarissen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs op gelijk niveau moeten liggen. Nu is het nog zo dat de lerarensalarissen in het primair onderwijs lager zijn dan in het voortgezet onderwijs.

De PO-Raad vindt dat onder andere de analysevaardigheden die van leraren in het primair onderwijs worden verwacht en de zwaarte van de contacten de claim voor gelijkwaardige salarissen rechtvaardigen.

Lees meer…

PO-Raad en vakbonden maken einde aan monsterverbond

De PO-Raad en de onderwijsvakbonden hebben de stekker uit PO-Front getrokken. Dat was het monsterverbond waarin de werkgevers en werknemers gezamenlijk optrokken om bij het kabinet meer geld los te krijgen voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk.

In een gezamenlijk persbericht melden de PO-Raad en de vakbonden dat er met PO-Front veel is bereikt. Daarmee doelen ze op de 270 miljoen euro van het kabinet voor hogere salarissen en 430 miljoen euro om de werkdruk aan te pakken.

PO-Front organiseerde stakingen en bleef er tot het einde toe op hameren dat het kabinet met twee keer zoveel geld moest komen, maar onderwijsminister Arie Slob bleef op zijn beurt herhalen dat het kabinet die eis niet kon inwilligen.

Meer dan alleen salarissen

Nu PO-Front niet meer bestaat, meldt de PO-Raad dat het in het primair onderwijs om meer gaat dan alleen de lerarensalarissen en de werkdruk.

Het is volgens de werkgeversorganisatie ook belangrijk dat leidinggevenden en ondersteuners meer geld krijgen, dat de structurele tekorten op de materiële instandhouding worden ingehaald en dat de doelmatigheidskorting wordt geschrapt.

PO in Actie baalt

Lerarenvakbond PO in Actie van Thijs Roovers en Jan van de Ven bracht het einde van PO-Front op Twitter als ‘brekend nieuws’. Wat deze vakbond betreft had PO-Front ‘nog wel even door mogen gaan’. PO in Actie zegt niet te weten hoe het nu verder moet met eventuele vervolgacties voor meer salaris.

Tweede Regeling bekostiging personeel 2018-2019

De Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 is gepubliceerd. In de regeling is de ophoging vanwege de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling vanuit de referentiesystematiek 2018 verwerkt. Deze ophoging betreft de hogere cao-salarissen in het primair onderwijs.

Verder betreffen de wijzigingen in de regeling de verwerking van extra geld voor verschillende andere posten:

  • betere arbeidsvoorwaarden (extra verhoging lerarensalarissen);
  • verhoging kleinescholentoeslag;
  • aanpak werkdruk;
  • bezoek aan Rijksmuseum.

Nu zijn alle personele middelen voor het schooljaar 2018-2019 bekend.

In september 2019 zal de definitieve regeling bekostiging 2018-2019 worden gepubliceerd, met daarin de verwerking van de referentiesystematiek voor 2019.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

AOb verwacht enkele duizenden stakers in Rotterdam

De Algemene Onderwijsbond (AOb) verwacht dat er op 12 september enkele duizenden stakende leraren naar Rotterdam komen, meldt RTV Rijnmond.

Op 12 september is de volgende estafettestaking in het primair onderwijs. Er wordt dan gestaakt in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. Eerder waren er stakingen in andere regio’s van het land.

De estafettestaking is een initiatief van PO Front, waarin de PO-Raad en de onderwijsvakbonden met elkaar samenwerken om meer geld van het kabinet te krijgen voor hogere salarissen.

Onderwijsminister Arie Slob blijft tot nu toe zeggen dat er geen extra geld komt, bovenop de bedragen van 270 miljoen euro voor minder werkdruk en 450 miljoen euro voor hogere salarissen waarmee het kabinet afgelopen schooljaar kwam.

Volgens het kabinet is de totale loonstijging voor een basisschoolleraar gemiddeld 8,5 procent, wat neerkomt op circa 3100 euro bruto per jaar.

PO-Front dreigt met nieuwe staking primair onderwijs

Als onderwijsminister Arie Slob niet uiterlijk op 1 september akkoord gaat met de eisen voor de onderwijsvakbonden en de PO-Raad voor meer geld, volgt er een nieuwe estafettestaking in het primair onderwijs.

Dat staat in een brief aan de minister van het PO-Front, waarin de bonden en de sectororganisatie zijn verenigd. In die brief wordt de datum herhaald van de eventuele volgende staking: 12 september. Die was eind mei al als voorlopige stakingsdatum naar buiten gebracht. Er zal dan, als Slob de eisen niet inwilligt, worden gestaakt in het primair onderwijs in Zuid-Holland en Zeeland.

Het PO-Front vindt het door Slob beschikbaar gestelde bedrag van 450 miljoen voor verlagen van de werkdruk en de 270 miljoen voor hogere salarissen in het primair onderwijs ‘volstrekt onvoldoende voor een serieuze oplossing van het lerarentekort’.

Slob heeft tot nu toe gezegd dat hij niet aan de eisen van het PO-Front tegemoet kan en zal komen. Het blijft wat hem betreft bij de hierboven genoemde bedragen.

Lees de brief van PO-Front aan Slob

Sombere leraren balen van kabinet met D66

De kwaliteit van het onderwijs holt achteruit en dat komt door de slechte salarissen. Dat vinden leraren, zo blijkt uit een raadpleging van het Onderwijspanel van de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT).

Uit de raadpleging onder 1500 onderwijsprofessionals in het Onderwijspanel van de NOT komt naar voren dat het onderwijsbeleid van het huidige kabinet – met ‘onderwijspartij’ D66 – slechter wordt gevonden dan dat van het vorige kabinet van VVD en PvdA.

Driekwart heeft er weinig vertrouwen in dat er op korte termijn kleinere klassen komen. Ook zien zes van de tien respondenten hun salarissen de komende jaren niet omhoog gaan. Dat laatste staat in contrast met de nieuwe CAO PO, waarmee de leraren in het primair onderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruit gaan.

Fout bij DUO: geld voor salarissen komt later

Door een fout bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) hebben schoolbesturen deze maand minder geld gekregen dan waar ze op basis van de beschikking op konden rekenen. Dat kan van invloed zijn op de uitbetaling van de salarissen.

Een woordvoerder van DUO erkent tegenover VOS/ABB dat er een fout is gemaakt, waardoor schoolbesturen deze maand te weinig geld hebben gekregen. Het euvel is inmiddels verholpen. Naar verwachting zullen de schoolbesturen die dit is overkomen, volgende week het resterende bedrag alsnog op hun rekening krijgen.

De fout werd gesignaleerd door schoolbesturen die hierover bij VOS/ABB aan de bel hebben getrokken.

 

 

Maar weinig leraren stappen over naar primair onderwijs

Slechts weinig mensen die in het voortgezet onderwijs werken, willen de overstap maken naar het primair onderwijs. Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) is dat logisch, omdat in het primair onderwijs de salarissen lager zijn.

In het voortgezet onderwijs overweegt maar 5 procent over te stappen naar het primair onderwijs. ‘Niet zo vreemd, want dat is door de lagere salarissen daar financieel een flinke stap terug’, zo schrijft de AOb, die zich baseert op een eigen ledenenquête.

Andersom, dus de overstap van primair naar voortgezet onderwijs, is veel meer in trek. De bond meldt dat 32 procent van de mensen die in het primair onderwijs werken, erover denkt om in het voortgezet onderwijs te gaan werken.

De AOb meldt verder dat het primair onderwijs het ‘grootste zorgenkind’ is als het gaat om loopbaanopties. Ook is het zo dat die sector de minste deeltijders heeft die meer uren willen werken, terwijl het lerarentekort daar het grootste is.

Lees meer…

 

 

‘Salarissen schoolleiders gelijktrekken’

Schoolleiders in het primair onderwijs moeten hetzelfde verdienen als hun collega’s in het voortgezet onderwijs. Dat meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) op basis van een ledenpeiling.

Van de AVS-leden vindt 92 procent dat er een volledige gelijkschakeling moet komen van het salaris van schoolleiders in het primair respectievelijk voortgezet onderwijs. Voorzitter Petra van Haren spreekt van ‘een duidelijke boodschap, die erom vraagt gehoord te worden’.

Lees meer…

Noordelijke staking basisonderwijs op 14 februari

Op 14 februari volgt een nieuwe staking in het primair onderwijs. Op die dag willen leraren in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe gaan staken voor meer salaris en minder werkdruk. Dat meldt PO Front.

De staking in Noord-Nederland volgt op de landelijke staking in het primair onderwijs op 12 december. Er werd eerder ook landelijk gestaakt op 5 oktober en 27 juni 2017.

Met de nieuwe staking hopen de sociale partners verenigd in PO Front onderwijsminister Arie Slob zover te krijgen dat hij structureel in totaal 1,4 miljard euro extra uittrekt voor hogere lerarensalarissen en minder werkdruk in het primair onderwijs. Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat er niet meer geld komt dan de helft daarvan.

De staking in Noord-Nederland zou het begin kunnen zijn van regionale estafettestakingen. Als Slob niet toegeeft, zouden later ook in andere regio’s stakingen in het primair onderwijs kunnen volgen.

‘Het echte probleem zijn slaafse docenten’

Het echte probleem in het basisonderwijs ‘is het gemis aan logisch nadenkende, innovatieve leerkrachten’, zegt leerkracht Dirk van den Hoven van de rooms-katholieke Mariaschool in het Overijsselse Wierden.

De stelling van Van den Hoven staat in een opiniestuk van hem in het AD over de klachten dat de werkdruk in het basisonderwijs te hoog en de salarissen te laag zouden zijn. Volgens hem is dat niet het probleem, maar zijn het de docenten ‘die niet zelf denken, maar slaafs alle regeltjes en protocollen volgen’.

‘We kijken elk schrift na, elk methodeboek moet van voor naar achter worden uitgewerkt en van élk (rapport)gesprek maken we een verslag. Niet omdat het moet, maar omdat we nou eenmaal graag controle houden over ons werk’, zo staat in zijn opiniestuk in de krant.

Het hele opiniestuk van Van den Hoven kunt u lezen in de papieren krant of als premium-artikel op de website van het AD.

Lonen voortgezet onderwijs redelijk marktconform

Leraren in het voortgezet onderwijs hebben gemiddeld een iets lager bruto-uurloon dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Dat blijkt uit het rapport Wat een leraar in het voortgezet onderwijs verdient.

Leraren in het voortgezet onderwijs verdienen gemiddeld 31 euro per uur (situatie 2016). Dat is ongeveer 1 procent minder dan het uurloon van vergelijkbare werknemers in de marktsector.

Het verschil is groter bij leraren met een eerstegraadsbevoegdheid. Zij verdienen gemiddeld 4 procent minder dan vergelijkbare werknemers in de marktsector. Leraren met een tweedegraads lesbevoegdheid in de gammavakken daarentegen verdienen tot 9 procent méér dan wanneer ze in de marktsector zouden werken.

Het gemiddelde bruto uurloon van schoolleiders in het voortgezet onderwijs was vorig jaar 6 procent hoger dan dat van vergelijkbare werknemers in de marktsector. In de jaren daarvoor verdienden schoolleiders in het voortgezet onderwijs minder dan in de marktsector.

Lees meer…

Weer voor klas als salaris stijgt en werkdruk daalt

Bijna één op de vijf pabo-afgestudeerden die niet meer in het primair onderwijs werkt, wil weer voor de klas staan. Nog eens ruim vier op de tien willen dat ‘misschien’. Maar dan moeten wel de salarissen omhoog en de werkdruk omlaag.

Dat blijkt volgens uit een onderzoek dat Trouw, de Groene Amsterdammer en de Algemene Onderwijsbond (AOb) hebben laten uitvoeren. Het onderzoek richtte zich op de ‘stille reserve’ van naar schatting circa 31.000 mensen die in het primair onderwijs zou kunnen werken.

In de top vijf van redenen die respondenten geven waarom ze ooit gestopt zijn, staan een te hoge werkdruk, veel administratie, een te laag salaris, te weinig persoonlijke ontwikkeling en amper carrièrekansen. ‘De hoge werkdruk en veel administratie worden meer genoemd naarmate juffen en meesters korter geleden gestopt zijn. Dat suggereert dat de werkdruk in de afgelopen jaren is toegenomen’, meldt Trouw.

Graag in deeltijd voor de klas

Uit het onderzoek blijkt dat maar weinig oud-leraren voltijds willen werken. Slechts één op de vijf geeft aan dat dat een doorslaggevende factor kan zijn om weer voor de klas te gaan staan. Eén op de honderd zegt dat een fulltimebaan in het primair onderwijs een must is.

Waardering van ouders, vernieuwende onderwijsconcepten en doorgroeimogelijkheden worden ook relatief weinig genoemd als voorwaarden om terug te keren in het primair onderwijs.

Aan het onderzoek werkten 561 oud-leraren mee.

Lees meer…

 

 

PO-Raad: Extra geld alleen naar salarissen

‘Iedere euro die we uit het vuur slepen, gaat naar de leraren. Dat gaan we vastleggen in de cao en die is bindend voor de hele sector’, zo citeert de Volkskrant woordvoerder Ad Veen van de PO-Raad.

De krant meldt ook op basis van wat Veen zegt dat geld voor een mogelijke salarisverhoging in het primair onderwijs niet gelijkelijk zal worden verdeeld. ‘Startende docenten verdienen niet slecht. Ik kan me voorstellen dat die er misschien één procent op vooruitgaan en leerkrachten die langer voor de klas staan vier procent’, aldus Veen.

Het extra bedrag van 270 miljoen euro voor de lerarensalarissen is goed voor een salarisverhoging van gemiddeld ongeveer 3 procent. De bijna 500 miljoen euro extra die het volgende kabinet waarschijnlijk vrijmaakt voor het primair onderwijs, is bedoeld voor werkdrukverlaging.

De uitspraken van de woordvoerder van de PO-Raad staan in het teken van de staking in het primair onderiwjs. De stakingsbijeenkomst in het Zuiderpark in Den Haag heeft volgens Jan van de Ven van PO Front, waarin onder andere de PO-Raad zit, ruim 60.000 mensen getrokken.

‘Lekker meezeiken, dan zit je bij Jinek’

Leerkrachten moeten stoppen met klagen, zegt onderwijsadviseur Edwin Borger in De Groene Amsterdammer.

‘Je hoort alleen maar dat het werk zwaar en verschrikkelijk is, het geluid van leerkrachten die het gewoon dóen, dat hoor je niet. Lekker meezeiken, dan zit je bij Jinek’, aldus Borger.  Hij vindt, zo meldt De Groene Amsterdammer, dat het primair onderwijs meer naar zichzelf moet kijken en niet alles bij de politiek moet neerleggen, zoals de lerarengroep PO in Actie volgens hem doet.

‘Zeker, de druk op scholen is enorm toegenomen. Maar de werkdruk is ook ontploft doordat scholen zelf geen duidelijke grenzen stellen. Mensen zeggen: we moeten veel meer, ouders eisen meer – sponsorlopen, vierdaagse, nationaal schoolontbijt, noem het maar op. Maar er staat nergens beschreven dat je daar aan mee moet doen. Toen ik begon had je een cursus muziek of rekenen, en dat was het wel. Nu krijg je zúlke bakken reclamemateriaal. Ik flikker het allemaal weg, als directeur moet je je personeel tegen zichzelf in bescherming nemen’, aldus Borger.

Lees meer…

Extra geld voor leraren lijkt er toch nog niet te komen

De kans leek vorige week nog reëel dat het demissionaire kabinet met extra geld zou komen voor de salarissen van de leraren in het primair onderwijs, maar zoals het er nu naar uitziet komt dat geld er voorlopig niet.

In de media wordt gemeld dat de formerende partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, die waarschijnlijk het volgende kabinet gaan vormen, niet akkoord gaan met de uitdrukkelijke wens van de PvdA in het huidige demissionaire kabinet om extra geld uit te trekken voor de lerarensalarissen. Als daar inderdaad geen overeenstemming over wordt bereikt, komt het geld er voorlopig niet.

Salarissen voor leraren splijtzwam in kabinet

Voor de zomervakantie verklaarde demissionair PvdA-premier Lodewijk Asscher dat hij niet zijn handtekening zou zetten onder de begroting voor 2018 als daar niet in zou staan dat er extra geld komt voor de salarissen van de leraren in het primair onderwijs. Die opstelling wekte grote irritatie bij premier Mark Rutte en VVD-fractieleider Halbe Zijlstra, omdat zij vinden dat het demissionaire kabinet niet over zijn eigen graf mag heen regeren.

Er werd voor de zomervakantie over gesproken dat het demissionaire kabinet wel eens zou kunnen vallen over de kwestie van de door de PvdA gewenste verhoging van de lerarensalarissen.

Reële kans op hogere lerarensalarissen

Het lijkt erop dat de leraren in het primair onderwijs kunnen rekenen op meer geld. Volgens diverse berichten in de media sturen de coalitiepartners VVD en PvdA in de gesprekken over de begroting voor 2018 aan op een verhoging van de lerarensalarissen. Het onderwerp zou ook worden besproken in de formatieonderhandelingen van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Het is nog niet zeker of de lerarensalarissen in het primair onderwijs omhoog gaan, maar het lijkt erop dat er wordt gesproken over een uitruil: de PvdA zou hogere lerarensalarissen in de wacht kunnen slepen als er ook meer geld komt voor veiligheid. Dat is een wens van de VVD en ook van het CDA en de ChristenUnie.

De kans dat de lerarensalarissen in het primair onderwijs gelijk worden getrokken met die in het voortgezet onderwijs, zoals PO in Actie wil, lijkt nihil. De PvdA maakte in haar verkiezingsprogramma melding van een verhoging van 3,25 procent. Dat zou neerkomen op een structurele kostenpost van ongeveer 400 miljoen euro per jaar.

Het bedrag dat nu in de media de ronde doet, bedraagt 270 miljoen euro per jaar. Dat zou goed kunnen zijn voor een salarisverhoging van 2,2 procent. Voor een beginnende leraar in het primair onderwijs zou dat een salarisverhoging kunnen betekenen van bruto grofweg 60 euro per maand.

Toon over lerarensalarissen is milder

Voor de zomervakantie dreigde PvdA-vicepremier Lodewijk Asscher ermee niet zijn handtekening onder de begroting van 2018 te zetten als er niet meer geld voor de leraren in het primair onderwijs zou komen. VVD-premier Mark Rutte en de liberale fractieleider Halbe Zijlstra reageerden daar furieus op.

De scherpe opstelling van Asscher en de woedende reacties van Rutte en Zijlstra hadden op het laatste moment nog een kabinetscrisis kunnen inluiden, maar inmiddels is hun toon een stuk milder geworden. Voorafgaand aan de eerste ministerraad na de zomervakantie toonde PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zich positief over de kans dat de salarissen in het primair onderwijs omhoog kunnen.

Dijsselbloem: meer geld voor lerarensalarissen

Het kabinet zal erin slagen om geld te vinden voor een verhoging van de lerarensalarissen. Dat heeft demissionair PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën voor aanvang van de ministerraad tegen diverse media gezegd.

‘We gaan er gewoon over praten. We gaan het oplossen’, zo zei hij. Dijsselbloem vindt dat er over de kwestie van de lerarensalarissen ‘een iets te opgewonden sfeer’ is ontstaan en dat er ‘te grote woorden’ zijn gebruikt.

De woorden van Dijsselbloem volgen op het dreigement van PvdA-vice-premier Lodewijk Asscher om niet zijn handtekening onder de begroting van 2018 te zetten als daarin niet komt te staan dat er extra geld gaat naar de lerarensalarissen.

Lerarensalarissen splijtzwam?

Dat dreigement van Asscher leidde tot verontwaardiging bij VVD-premier Mark Rutte en VVD-fractieleider Halbe Zijlstra, waardoor de verhoudingen tussen de coalitiepartners verder op scherp werd gezet.

Het is niet bekend of de woorden van Dijsselbloem de verhoudingen tussen PvdA en VVD goed doen of dat de politieke spanning in het demissionaire kabinet er juist door wordt versterkt. In de media wordt gemeld dat de coalitiepartners de rit willen uitzitten.

Dekker verwacht van scholen dat ze werkdruk verlagen

Schoolbestuurders en schoolleiders moeten meer doen om de werkdruk die veel leraren ervaren te verlagen. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW woensdag gezegd op Radio 1.

Dekker was te gast in het Radio 1-programma De Ochtend om terug te blikken op zijn staatssecretarisschap van de afgelopen vier jaar. Het gesprek ging onder meer over de recente staking in het basisonderwijs, die bedoeld om de aandacht te vestigen op de werkdruk die als hoog wordt ervaren en op de volgens veel leraren te lage salarissen.

Dekker erkende dat de werkdruk in het onderwijs hoog is, maar dat komt volgens hem niet door zijn beleid. Hij wees erop dat veel scholen onnodige regels over verantwoording zelf in het leven hebben geroepen. De staatssecretaris verwacht van schoolbestuurders en schoolleiders dat ze daar het mes in zetten.

Lerarensalarissen

Over de verhoging van de lerarensalarissen in het basisonderwijs herhaalde Dekker dat dit een kwestie is voor een volgend kabinet. Het huidige demissionaire kabinet zal, zo benadrukte hij nogmaals, geen besluiten nemen die extra kosten met zich meebrengen.

In de terugblik met Dekker werd ook ingegaan op pesten en de wettelijke plicht die scholen tegenwoordig hebben om te zorgen voor een in alle opzichten veilige leeromgeving. Het is een goede zaak, zo zei hij, dat die plicht er is, omdat scholen vroeger weliswaar een pestprotocol hadden, maar daar volgens hem over het algemeen weinig of niets mee deden.

Achterstanden

Het onderwijsachterstandenbeleid kwam ook ter sprake. De staatssecretaris sprak tegen dat daarop wordt bezuinigd. Wel komt er minder geld voor beschikbaar, maar dat komt volgens hem doordat het aantal leerlingen afneemt en het gemiddelde opleidingsniveau van ouders toeneemt.

Over de herverdeling van het onderwijsachterstandengeld zei hij dat grote steden nu verhoudingsgewijs meer geld krijgen dan kleinere gemeenten. Dat is volgens hem niet eerlijk. Daarom moeten grote steden geld inleveren ten gunste van kleinere gemeenten, zo zei Dekker.

BELUISTER HET GESPREK MET DEKKER

Kamer verwerpt motie voor hogere salarissen

De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie verworpen die was bedoeld om de lerarensalarissen in het primair onderwijs te verhogen.

In de motie werd de regering niet alleen opgeroepen om bij de begroting voor 2018 voorstellen te doen om de lerarensalarissen te verhogen, maar ook om de werkdruk in het primair onderwijs te verminderen.

De verworpen motie was afkomstig van de fracties van SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50Plus en DENK. Deze fracties sloten met hun motie aan op de eisen van PO Front, waarin de lerarengroep PO in Actie, de onderwijsvakbonden en de PO-Raad zitten. PO Front initieerde de eenurige staking in het primair onderwijs op 27 juni.

Ruim driekwart van kiezers wil hogere lerarensalarissen

Ruim driekwart van de kiezers is het ermee eens dat de lerarensalarissen omhoog moeten, meldt Peil.nl van opiniepeiler Maurice de Hond.

Van de mensen die op 50Plus stemmen, is 95 procent het ermee eens dat leraren recht hebben op meer salaris. Onder PvdA-stemmers is dat met 93 procent net iets minder. Ook onder GroenLinksers (89 procent) en SP’ers (88 procent) is er veel steun voor.

De leraren krijgen van de VVD’ers veel minder steun, maar nog altijd is 57 procent van de liberalen ervoor dat leraren meer salaris moeten krijgen.

In de vraag die Peil.nl over de lerarensalarissen heeft gesteld, wordt geen onderscheid gemaakt tussen primair en voortgezet onderwijs.

PO in Actie: Salarisverhoging mag ook pas over vijf jaar

PO in Actie verwacht niet dat de salarissen van leraren in het primair onderwijs snel omhoog gaan en dat de werkdruk spoedig wordt verlaagd. Over twee jaar of desnoods vijf jaar mag ook. Dat heeft woordvoerder Jan van de Ven van PO in Actie gezegd in het radioprogramma De Ochtend van 4.

Van de Ven geeft les op de rooms-katholieke Josefschool in de Brabantse plaats Overloon. Hij kwam namens de groep PO in Actie in het ochtendprogramma van Radio 4 naar aanleiding van de staking van een uur op veel basisscholen. Volgens hem deden dinsdagochtend leraren op 85 tot 90 procent van de scholen aan die protestactie mee. De werkonderbreking was bedoeld voor meer salaris en lagere werkdruk.

Demissionair kabinet

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zei onlangs dat wat hem betreft het demissionaire kabinet nog met meer geld komt voor de leraren in primair onderwijs. PO in Actie is aan de ene kant blij dat Asscher dit wil, maar Van de Ven liet ook blijken dat hij er weinig fiducie in heeft dat er in de demissionaire periode van het huidige kabinet nog wat gaat gebeuren.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben maandag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat er geen extra geld naar het primair onderwijs gaat, omdat dat volgens niet past bij de demissionaire status van het kabinet.

Nieuw regeerakkoord

‘Wij richten ons op de formerende partijen, daar zal het moeten gaan gebeuren’, aldus Van de Ven. In het regeerakkoord zal, zo zei hij, een duidelijke stap gemaakt moeten worden. ‘Die hoop hebben wij niet opgegeven, omdat het gewoon niet anders kan.’

In het regeerakkoord moet volgens hem komen te staan dat de werkdruk in het primair onderwijs wordt teruggedrongen tot een ‘acceptabel niveau’ en dat de salarissen op het niveau van de leraren in het voortgezet onderwijs moeten komen.

Over twee of desnoods vijf jaar

Het is om het even of dit al in september wordt geregeld of over twee jaar of zelfs over vijf jaar. ‘Dat maakt niet zoveel uit, zo moeilijk zijn wij niet. We snappen dat het een flinke investering wordt, maar met minder nemen wij geen genoegen’, aldus Van de Ven in de Ochtend van 4.

Beluister het interview met Jan van de Ven van PO in Actie:

De online petitie van PO Front, waarin onder andere PO in Actie zit, voor minder werkdruk en meer salaris is 351.860 keer ondertekend. Dat is dinsdagmiddag bekendgemaakt tijdens een demonstratie op het Malieveld in Den Haag, waar circa 2000 leraren, ouders en andere betrokkenen op afkwamen.

Jongeren onderschatten salarissen primair onderwijs

Jongeren die naar de pabo kunnen, schatten de salarissen van leraren in het primair onderwijs (veel) lager in dan ze in werkelijkheid zijn. Dat blijkt uit onderzoek van Qompas, zo melden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de aanpak van het lerarentekort.

Het startsalaris van een leraar in het primair onderwijs bedraagt 2436 euro bruto. Havo- en vwo-leerlingen en mbo’ers denken dat echter het ongeveer 1900 euro bruto is.

Als het gaat om het door Bussemaker en Dekker genoemde maximumsalaris van 4464 euro bruto, blijkt er onder leerlingen sprake te zijn van een grotere onderschatting dan bij het startsalaris. Havo- en vwo-leerlingen denken dat het maximumsalaris van leraren in het primair onderwijs ongeveer 3000 bruto is, terwijl het gemiddelde dat mbo’ers aangeven 2670 euro bruto bedraagt.

Het maximum in de doorgaans gebruikte LB-schaal ligt met 3686 euro bruto echter lager dan het door de minister en staatssecretaris genoemde maximumbedrag. Maar ook de hoogste tree in de LB-schaal is hoger dan potentiële pabo’ers denken.

In de brief van de minister en de staatssecretaris staat ook dat havo-leerlingen en mbo’ers het voor het imago van het beroep van leraar belangrijk vinden dat de klassen worden verkleind. Vwo-leerlingen geven aan dat er in het primair onderwijs meer carrièreperspectieven moeten komen en dat er ook meer intellectuele uitdaging moet zijn.

Lees meer…