U schuift onder tijdsdruk Grondwet opzij. Mag dat?

Het fusieplan in Zeeuws-Vlaanderen dat voorziet in de opheffing van het openbaar voortgezet onderwijs in dat gebied en daarmee de Grondwet opzijschuift, is volgens onderwijsminister Arie Slob onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. Dat heeft de minister gezegd tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs.

In Zeeuws-Vlaanderen bestaat het plan om de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen samen te voegen tot een nieuwe christelijke school voor voortgezet onderwijs. In de statuten van de nieuwe organisatie staat niets vermeld dat nog verwijst naar het openbaar onderwijs.

Als de fusie volgens plan doorgaat, zou in heel Zeeuws-Vlaanderen geen openbaar voortgezet onderwijs meer zijn, terwijl in artikel 23 van de Grondwet heel duidelijk de eis van alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs staat vermeld. Het fusieplan is dus in strijd met de Grondwet.

VOS/ABB heeft hierover aan de bel getrokken in een brief aan de Tweede Kamer. Verschillende Kamerleden, onder wie Kirsten van den Hul van de PvdA, Roelof Bisschop van de SGP en Peter Kwint van de SP, wilden hierover opheldering van de minister. Die antwoordde dat het fusieplan onder grote tijdsdruk tot stand is gekomen.

Eppo Bruins, net als de minister van de ChristenUnie, benadrukt in reactie op het standpunt van VOS/ABB, dat de aanwezigheid van openbaar onderwijs van groot belang is voor een pluriform en divers aanbod.

De reactie van de minister doet de vraag rijzen of tijdsdruk een rechtvaardiging kan zijn om de Grondwet opzij te schuiven.

Trek de portemonnee voor Zeeuws-Vlaanderen!

De nieuwe regering moet de portemonnee trekken voor het breed gedragen plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, zeggen VOS/ABB en de protestants-christelijke en rooms-katholieke profielorganisatie Verus tegen minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs. 

De Zeeuws-Vlaamse middelbare scholen stemmen in met de aanbeveling van de taskforce om van vier naar één schoolbestuur en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Zij nemen daarmee samen de verantwoordelijkheid voor toekomstbestendig voortgezet onderwijs.

Openbaar onderwijs Zeeuws-Vlaanderen behouden

De aanbeveling tot fusie, zoals die in het rapport van de taskforce staat, botst echter met de grondwettelijke eis dat overal in Nederland, dus ook in Zeeuws-Vlaanderen, openbaar onderwijs moet zijn. In het rapport staat dat er één stichting voor algemeen bijzonder onderwijs moet komen. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

VOS/ABB benadrukt dat een fusie tot één samenwerkingsbestuur van samenwerkingsscholen meer voor de hand ligt. Daarmee zou zowel het openbaar als bijzonder onderwijs voor Zeeuws-Vlaanderen behouden blijven. Op deze manier zou dus wel aan grondwetsartikel 23 voldaan worden en blijft het duale bestel bestaan.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB heeft dit toegelicht op Omroep Zeeland.

Grote leerlingendaling

Scholen in Zeeuws-Vlaanderen hebben het al jaren zwaar, omdat het aantal leerlingen sterk afneemt. Veel kinderen gaan al op jonge leeftijd naar scholen in België. Het wordt steeds lastiger om met minder kinderen voldoende onderwijs te behouden.

Als er scholen voor voortgezet onderwijs dicht moeten, dreigt de situatie dat leerlingen van 12 tot 18 jaar over grote afstanden (tot 30 kilometer) moeten gaan reizen. Dat is extra bezwaarlijk, omdat Zeeuws-Vlaanderen relatief weinig openbaar vervoer heeft.

Net als op de Wadden

VOS/ABB en Verus roepen minister Slob op het onderwijs voor deze kinderen en de scholen in Zeeuws-Vlaanderen te redden door structureel toereikende financiële middelen vrij te maken. Zoals scholen op Waddeneilanden een aparte status hebben vanwege slechte bereikbaarheid van scholen en de lage leerlingdichtheid, zou ook Zeeuws-Vlaanderen apart behandeld moeten worden.

Steun startgroepen duurzaam

Veel ouders en kinderen uit Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor België omdat het dichtbij is en omdat kinderopvang vanaf twee-en-een-half jaar daar vrijwel gratis is. Als ouders voor hun kinderen niet voor het Zeeuws-Vlaamse basisonderwijs kiezen, heeft dit ook negatief effect op het voortgezet onderwijs in het gebied.

Om deze ontwikkeling tegen te gaan is met succes geëxperimenteerd met startgroepen in Zeeuws-Vlaanderen. Kinderen zijn al jong welkom, tegen gereduceerd tarief. Het is daarom goed dat de Taskforce adviseert structureel extra middelen vrij te maken voor startgroepen. Den Haag zou dit advies moeten overnemen.

Lees het rapport

 

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Samenwerkingsschool onder openbaar onderwijs

Ook een stichting voor openbaar onderwijs kan een samenwerkingsschool in stand houden. Dat staat in het wetsvoorstel  Samen sterker dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Dekker meldt dat het wetsvoorstel bedoeld is om het voor openbare en bijzondere scholen gemakkelijker te maken om te fuseren als ze te klein dreigen te worden om voort te bestaan. Dit zal vooral voorkomen in krimpgebieden.

Pragmatische oplossing

Dekker spreekt van een pragmatische oplossing. ‘We kunnen heel principieel onze poot stijf houden, maar daar zijn ouders en leerlingen de dupe van. Het is beter om voor een praktische oplossing te kiezen en het voor scholen van verschillende pluimage makkelijker te maken om te fuseren’, aldus de staatssecretaris.

Volgens Dekker zien scholen en ouders de samenwerkingsschool als een goede oplossing als een school anders dreigt te verdwijnen. De regels zijn tot nu toe echter zo rigide dat er de afgelopen jaren geen enkele nieuwe samenwerkingsschool is ontstaan, ondanks een eerdere wijziging van de Grondwet. ‘Daarmee doen we leerlingen, ouders, leraren, scholen en andere betrokkenen echt tekort’, zegt Dekker.

Samenwerkingsschool onder openbaar schoolbestuur

Het wetsvoorstel regelt onder andere dat ook een stichting voor openbaar onderwijs een samenwerkingsschool in stand kan houden. Op dit moment is dat wettelijk nog niet mogelijk, waardoor de positie van het openbaar onderwijs minder sterk is dan die van het bijzonder onderwijs. VOS/ABB heeft er altijd op aangedrongen om daar verandering in te brengen en dat lijkt nu dus te lukken.

‘In de toekomst kan openbaar onderwijs het bijzonder onderwijs dus de helpende hand bieden. Een kleine christelijke school kan worden overgedragen aan een stichting voor openbaar onderwijs en toch vrij zijn om christelijk onderwijs aan te blijven bieden’, zo legt de staatssecretaris uit.

Hij benadrukt dat de vorming van samenwerkingsscholen een uitzondering blijft. ‘Dit soort scholen kan alleen ontstaan door een fusie. Ook mag een school niet te groot zijn, waardoor het vooral een oplossing is in krimpgebieden.’

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Geen toets nodig bij uitbreiding samenwerkingsbestuur

Bij uitbreiding van een bestaand samenwerkingsbestuur hoeft niet te worden getoetst of scholen met opheffing worden bedreigd. Dat moet alleen als er door een fusie een samenwerkingsbestuur tot stand komt, zo staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Dekker maakte in juli bekend dat hij inging tegen een negatief advies van de CFTO. Die had twee fusies afgekeurd tussen het samenwerkingsbestuur van de Stichting Lek en IJssel en de Stichting Katholiek Primair Onderwijs Nieuwegein respectievelijk de Vereniging Samenwerkingsschool Jenaplan Onderwijs Woerden en omstreken. Het betrof in totaal zes bijzondere scholen.

De CFTO had die fusies afgekeurd, omdat niet werd voldaan aan de continuïteitsvoorwaarde, zoals die is verwoord in artikel 64c, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Daarin staat dat een samenwerkingsbestuur slechts tot stand mag komen als de fusie noodzakelijk is om de continuïteit van het onderwijs te handhaven. Met andere woorden: er moet worden aangetoond dat de school of scholen waar het om gaat, met opheffing wordt/worden bedreigd.

Dekker wijst erop dat het in het artikel nadrukkelijk gaat over het tot stand komen van een samenwerkingsbestuur. In het geval van de stichting Lek en IJssel ging het om een uitbreiding van een bestaand samenwerkingsbestuur. Dan geldt volgens hem de continuïteitsvoorwaarde niet.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Krimpend Groningen hekelt traagheid en conservatisme

‘Als wij op landelijke regelgeving moeten wachten, hadden we al meerdere van onze scholen kunnen sluiten.’ Dat is de reactie van bestuurder Johan Heddema van de protestants-christelijke stichting Penta Primair op het recente advies van de Onderwijsraad dat samenwerkingsscholen een grondwettelijke uitzondering zouden moeten blijven.

Penta Primair heeft in totaal 22 scholen in het Groningse Westerkwartier en het aangrenzende Drentse Noordenveld. Het protestants-christelijke schoolbestuur werkt samen met het openbare schoolbestuur Westerwijs, dat 17 scholen heeft in de regio ten westen van de stad Groningen.

De twee besturen willen graag fuseren. Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) heeft daar in december 2014 aandacht aan besteed met het artikel Samenwerking op basis van diversiteit.

Volwaardig onderwijsaanbod
In het Dagblad van het Noorden is Heddema kritisch over het advies van de Onderwijsraad, waarin staat dat samenwerkingsscholen, waarin openbaar en bijzonder onderwijs samengaan, een grondwettelijke uitzondering moeten blijven. Heddema benadrukt dat ouders in dorpen graag willen dat twee kleine basisscholen fuseren tot een samenwerkingsschool om zo een volwaardig onderwijsaanbod te behouden.

In het onderling uitruilen van basisscholen – het ene dorp een openbare, het andere een bijzondere school -, zoals de Onderwijsraad adviseert, ziet hij niets. ‘Er is echt geen enkele ouder die dat wil’, aldus Heddema in het Dagblad van het Noorden.

Mijlenver
VOS/ABB en VOO concluderen op basis van het conservatieve advies van de Onderwijsraad, dat deze Haagse raad mijlenver afstaat van de realiteit in krimpgebieden. Lees het commentaar van de directeuren Ritske van der Veen van VOS/ABB en Rein van Dijk van VOO.

Echte samenwerking vereist snelle actie van wetgever

De stichting openbaar onderwijs moet samenwerkingsscholen in stand kunnen houden en ook kinderopvang kunnen ontplooien. Dat vindt niet alleen VOS/ABB, ook de staatssecretaris heeft gezegd dat hij dat wil. Alleen de wetsvoorstellen daartoe zijn er ondanks toezeggingen van hem nog steeds niet.

Demografische krimp zet in steeds meer regio’s het behoud van goed onderwijs voor alle kinderen onder druk. Samenwerking tussen verschillende scholen en hun besturen kan een oplossing zijn, maar de wet zit samenwerking in de weg.

De staatssecretaris ziet dat ook in. Hij kondigde in mei vorig jaar aan, toen hij in brede school Het Samenspel in Wolphaartsdijk zijn beleidsvisie op krimp presenteerde, dat hij rond de jaarwisseling met wetsvoorstellen zou komen. Hij zei er niet bij welke jaarwisseling. De beloofde wetsvoorstellen zijn er nog steeds niet.

Ondertussen gaat de krimp natuurlijk gewoon door – die maakt niet even pas op de plaats als het in Den Haag stroperig stil blijft. Als gevolg van die traagheid en stilte, behoudt het openbaar onderwijs onnodig lang zijn achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs.

De stichting openbaar onderwijs kan immers, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs, volgens de huidige wet- en regelgeving geen samenwerkingsschool in stand houden. Bovendien hebben openbare schoolbesturen op dit moment nog niet de wettelijke mogelijkheid om in integrale kindcentra onderwijs en kinderopvang met elkaar te combineren.

Het lijkt er helaas op dat de langverwachte actie van de staatssecretaris verder wordt uitgesteld, omdat het Nederlands Centrum van Onderwijsrecht (NCOR) onlangs heeft aangegeven dat het grondwettelijk niet mogelijk zou zijn om samenwerkingsscholen onder stichtingen voor openbaar onderwijs te hangen. Volgens het NCOR zou een samenwerkingsschool slechts in stand kunnen worden gehouden door een samenwerkingsbestuur, dat per definitie niet openbaar kan zijn.

Het is wrang te moeten vrezen dat het openbaar onderwijs hierdoor in ieder geval langer dan nodig zijn achtergestelde positie behoudt. Dit is extra wrang, omdat juist in de stichting openbaar onderwijs iedereen zijn plaats heeft en zijn eigen rol kan vervullen onder extern toezicht van de democratisch gekozen gemeenteraad. Dat is pas echt samenwerking!

Het is daarom zaak dat de staatssecretaris, ondanks de kritische bevindingen van het NCOR, haast maakt met zijn toegezegde voorstellen om recht te doen aan de gelijkwaardigheid van het openbaar en bijzonder onderwijs.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Concept ‘school’ voor kwaliteit en ontmoeting

Het concept ‘school’ dat boven de denominaties uitstijgt, waarborgt dat er in de toekomst overal scholen kunnen zijn die onderwijs van goede kwaliteit bieden. Dat heeft adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB dinsdag toegelicht in het PvdA Onderwijsparlement. Hij was hiervoor uitgenodigd door Tweede Kamerlid Loes Ypma. Het ging onder andere over modernisering van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs).

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs streven naar ‘school’. Dit concept gaat uit van samenwerking die boven de denominaties uitstijgt. Niet meer de verzuilde maatschappij uit de twintigste eeuw is het uitgangspunt, maar de gehele samenleving. Daarbij staan diversiteit, wederzijds respect en gelijkwaardigheid centraal. ‘School’ besteedt op grond van deze uitgangspunten aandacht aan levensbeschouwing en godsdienst. Uiteraard staat onderwijskwaliteit voorop.

Bloemers bracht het concept ‘school’ in verband met demografische krimp waar steeds meer regio’s in Nederland mee te maken hebben. De dalende leerlingenaantallen in deze regio’s zetten het voortbestaan van kleine dorpsscholen onder druk. Door boven de zuilen uit met elkaar samen te gaan werken, kan ook in krimpregio’s een kwalitatief goede onderwijsinfrastructuur blijven bestaan.

De reacties in het PvdA Onderwijsparlement op het concept ‘school’ waren positief. Vooral het aspect ‘ontmoeting’ dat is het concept een belangrijke plaats inneemt, werd als een zeer positief element beschouwd.

In het komende decembernummer van magazine School! geeft Bloemers een nadere toelichting op wat VOS/ABB en VOO met het concept ‘school’ willen. In het artikel wordt ingegaan op bestaande samenwerking in Zuid-Limburg, die boven de denominaties uitstijgt.

Pragmatische stap naar verlaten duale bestel

Een aanstaande bestuursfusie in Zuid-Limburg laat zien dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW onderwijskwaliteit belangrijker vindt dan behoud van het duale bestel. Dat is een goede ontwikkeling, zeker voor regio’s waar het onderwijs de gevolgen van demografische krimp voelt.

De staatssecretaris gaf afgelopen mei in basisschool Samenspel in het Zeeuwse dorp Wolphaartsdijk, waar openbaar en protestants-christelijk onderwijs met elkaar samenwerken, zijn visie op de aanpak van de gevolgen van krimp. Hij benadrukte toen dat in de specifieke aanpak per regio samenwerking tussen verschillende schoolbesturen centraal moet staan.

Dat samenwerking niet vrijblijvend is, bleek uit zijn plan om de kleinescholentoeslag af te bouwen, omdat die wordt gezien als obstakel dat samenwerking in de weg zit. In plaats daarvan moet er een financiële prikkel komen om scholen tot elkaar te brengen.

Gelijkwaardige positie
Dekker beantwoordde in zijn beleidsvisie in positieve zin een aantal verzoeken van VOS/ABB om de bestuurlijke positie van het openbaar onderwijs gelijk te stellen aan die van het bijzonder onderwijs. Die gelijkwaardigheid is nodig voor een adequate aanpak van de krimpproblematiek.

De versoepeling van de fusietoets was een ander positief element uit de krimpvisie van Dekker. Van onze leden vernemen wij geregeld dat de fusietoets samenwerking in de regio tegenwerkt. Het voorstel van de staatssecretaris om in het primair onderwijs de grens voor de fusietoets te verhogen van 10 naar 30 scholen en in het voortgezet onderwijs de grens op 20 scholen te leggen, is een goede ontwikkeling.

Nú in actie komen!
Voordat de plannen van Dekker kunnen worden uitgevoerd, moet eerst de wet worden gewijzigd. De datum 1 augustus 2016 is uitgangspunt voor inwerkingtreding van wijzigingsvoorstellen. Het democratische proces in een rechtsstaat als de onze heeft tijd nodig. De krimpproblematiek vraag echter nú om actie en niet pas over een paar jaar, want dan is het voor veel kleine scholen al te laat.

De staatssecretaris ziet dat ook. Daarom is hij amper een maand na de openbaarmaking van zijn krimpvisie al wetsoverstijgend in actie gekomen. In Zuid-Limburg is een bestuurlijke fusie aanstaande tussen een samenwerkingsbestuur met openbare en bijzonder-neutrale scholen enerzijds en een katholiek schoolbestuur anderzijds. Het betreft opnieuw de vorming van een samenwerkingsbestuur.

Wettelijke eisen
Hiervoor dient eerst te worden voldaan aan de eisen van de vorming van een samenwerkingsbestuur, waarna de fusietoets volgt. Voorwaarde voor goedkeuring is dat met de fusie de opheffing van één of meer scholen wordt voorkomen. Alleen in dat geval biedt de wet ruimte om bijzonder en openbaar onderwijs onder één bestuurlijk dak te brengen.

In de Zuid-Limburgse casus is niet voldaan aan die belangrijke eis: de fusie zelf redt geen scholen die met opheffing worden bedreigd. De Commissie Fusietoets oordeelde dan ook negatief. De staatssecretaris gaf toch zijn goedkeuring voor de fusie, omdat hij het noodzakelijk vindt om nú actie te ondernemen. Hij stelt in zijn besluit:

Duurzame kwaliteitsborging is het belangrijkste motief voor de fusie en dat belang weegt voor mij zwaarder dan het algemene belang van het tegengaan van schaalvergroting, het behoud van keuzevrijheid en het in stand houden van het duale onderwijsaanbod met de scheiding tussen openbaar en bijzonder onderwijs.

VOS/ABB is blij met dit besluit, en wel om twee redenen. Ten eerste laat de staatsecretaris zien dat hij de urgentie van de krimpaanpak erkent en daarnaar wil handelen. Zijn beleidsvisie heeft hij als uitgangspunt genomen en naast de specifieke omstandigheden van het geval gelegd. Via een belangenafweging, zonder de wet (geheel) los te laten, heeft hij de situatie bekeken en daarover een zorgvuldig oordeel geveld. Hij heeft een handvat gevonden voor de aanpak van krimp en geeft dat mee aan het onderwijsveld.

Ten tweede is het positief dat Dekker het uitgangspunt van kwaliteitsborging boven het duale bestel plaatst. Dit punt sluit aan bij de visie van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs, dat we naar het concept ‘school’ moeten streven. Dit concept stijgt boven de denominaties uit.

Verlaten duale bestel
De krimpvisie van Dekker, de visie van het kabinet op artikel 23 van de Grondwet (onder andere richtingvrij plannen) en de beslissing tot goedkeuring van de Zuid-Limburgse besturenfusie geven een eenduidig beeld: dit kabinet is de weg opgegaan naar het verlaten van het duale bestel.

Het is schoolbesturen aan te raden het besluit van Dekker erop na te slaan om te bezien of zij dit kunnen gebruiken voor aanstaande fusies die eerst kansloos leken vanwege de wettelijke bepalingen. De visie van de staatssecretaris en het daarop gebaseerde besluit over de fusie in Zuid-Limburg bieden de mogelijkheid om krimp denominatie-overstijgend en daarmee slagvaardig aan te pakken.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB