Betere verantwoording? Alles staat al online!

Met verbazing heb ik de brief van de ministers van OCW aan de Tweede Kamer gelezen over de maatregelen die ze willen nemen om schoolbesturen betere verantwoording te laten afleggen.

De afgelopen tijd heb ik bijna 100 schoolbestuurders gesproken, onder andere over de manier waarop zij verantwoording afleggen. Uit die gesprekken bleek dat ze allemaal hun jaarverslagen met uitgebreide financiële verantwoording online zetten. Zo kan iedereen die dat wil, zien waaraan het onderwijsgeld is besteed.

De praktijk leert echter dat maar weinig mensen de moeite nemen om de jaarverslagen te lezen, terwijl daar toch echt veel relevante informatie in staat. Dat is jammer. Je gaat als schoolbestuurders serieus om met verantwoording, maar dat heeft niet zo veel effect als jaarverslagen grotendeels ongelezen blijven. Dat laatste ligt niet aan de schoolbesturen, maar zij krijgen er nu wel de schuld van.

Moeizame gesprekken

Mijn ervaring is dat schoolbestuurders ook altijd openstaan voor vragen. Maar als over verantwoording wordt gesproken met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of met de raad van toezicht, dan komt het nogal eens voor dat die gesprekken moeizaam verlopen. Dat heeft mede te maken met het feit dat de materie ingewikkeld kan zijn. Het is dan ook een goede zaak dat de Onderwijsraad het kabinet adviseert de bekostiging van het onderwijs te vereenvoudigen.

De maatregelen die de ministers aankondigen in hun brief aan de Tweede Kamer, zijn volgens mij echter weinig productief. Ten eerste storten de bewindslieden hun ideeën uit over de schoolbesturen zonder dat ze er met hen over hebben gesproken. Ten tweede zullen de voorgestelde maatregelen ertoe leiden dat er extra bestuurlijke druk ontstaat. Die zal extra personele inzet vereisen, zonder dat daarvoor geld beschikbaar wordt gesteld. Ik noem als voorbeeld de benchmarks die het ministerie van OCW wil opleggen, waarvoor schoolbesturen hun verantwoordingsgegevens moeten invullen. Dat leidt tot dubbel werk, want al die gegevens staan al in de online jaarverslagen!

Toereikende bekostiging

De Onderwijsraad heeft meer adviezen aan OCW gegeven. Zoals over de toereikendheid van de bekostiging en dat dit goed moet worden gemonitord. Op dat punt zie ik van de ministers van OCW weinig eigen initiatief, omdat de toereikendheid van de bekostiging niet goed te monitoren zou zijn. Verschillende onderzoeken hebben echter laten zien dat dit wel degelijk mogelijk is, dus mag van de ministers worden verwacht dat ze daarmee aan de slag gaan.

Ik noem als voorbeeld het structurele tekort van 350 miljoen euro op de materiële instandhouding, alleen al in het basisonderwijs. Let wel: dat zijn omgerekend ruim 5200 voltijdbanen. Door dit structurele tekort kunnen nu dus duizenden leraren niet voor de klas staan – als die er al zouden zijn. De ministers weten natuurlijk ook wel dat schoolbesturen ook geld moeten besteden aan bijvoorbeeld energie en onderhoud. Goed onderwijs wordt immers erg lastig in een koud schoolgebouw waarvan het dak is weggewaaid. Ook het klimaatakkoord zal aanvullende eisen gaan stellen aan de schoolgebouwen, met aanvankelijk extra kosten als resultaat.

Wederzijds vertrouwen

Kan verantwoording beter? Jazeker, en mijn ervaring is dat de schoolbesturen die ik geregeld bezoek dat ook willen en zich daarvoor inzetten. VOS/ABB ondersteunt ze daar graag bij. Goede verantwoording is echter een kwestie van wederzijds vertrouwen. Niet apart, maar samen maken we het onderwijs beter. De brief van de ministers laat zien dat ze op school niet hebben geleerd dat samenwerken iets anders is dan maatregelen opleggen en de ander de schuld geven.

Mr. Ronald Bloemers, VOS/ABB

Hoe functioneert scheiding bestuur en toezicht?

Onderwijsminister Arie Slob heeft een onderzoeksrapport over de functionele scheiding van bestuur en toezicht in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het rapport van de Inspectie van het Onderwijs gaat over het functioneren in de praktijk van onder andere het one tier-model, het raad-van-beheermodel, het  bestuur-directiemodel en het mandaat- of delegatiemodel.

Formele inrichting en cultuur

Bij ongeveer de helft van de schoolbesturen die voor dit onderzoek werden geselecteerd, signaleert de inspectie verbeterpunten met betrekking op zowel de formele inrichting als op cultuur en houding.

Wat de formele inrichting betreft, merkt de inspectie op dat er schoolbesturen zijn die nog weinig hebben uitgewerkt over de wijze waarop ze bestuur en toezicht willen invullen. ‘Soms zijn er onduidelijkheden in de verdeling van bevoegdheden en soms is bijvoorbeeld de bevoegdheid om personeel aan te nemen bij intern toezichthouders belegd. Het is dan onduidelijk wie daar vervolgens nog op toeziet’, aldus de inspectie.

Als het gaat over cultuur en houding, signaleert de inspectie dat interne toezichthouders niet overal onafhankelijk genoeg functioneren, waardoor het risico ontstaat dat ze hun controlerende rol onvoldoende uitoefenen. ‘Bijvoorbeeld als zij te dicht betrokken zijn bij besluitvorming of bij dagelijkse sturing’, zo staat in het rapport.

Daarnaast is volgens de inspectie een risico aanwezig als intern toezichthouders niet genoeg betrokkenheid tonen, ‘bijvoorbeeld als zij geen of slechts weinig informatie verzamelen of als er slechts weinig kritische vragen worden gesteld’. In een dergelijke situatie is volgens de inspectie reflectie vanuit de medezeggenschapsraad van belang.

Advies

Het verdient aanbeveling, zo schrijft de inspectie, ‘om de wettelijke kaders voor scheiding van bestuur en toezicht te verduidelijken en ook voorlichting te geven over het doel van deze kaders’.

Download het rapport Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk.

Advies over rol schoolbesturen en verkenning artikel 23

De Onderwijsraad komt in 2019 onder andere met een advies over de rol van de schoolbesturen en een verkenning naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Dat staat in het Werkprogramma 2019 van de Onderwijsraad.

De centrale vraag die aan de basis van het advies naar de rol van schoolbesturen zal liggen: ‘Hoe kunnen onderwijsbesturen hun rol optimaal vervullen?’.

Bij het beantwoorden van deze vraag zal onder meer aandacht uitgaan naar verschillen in bestuurskracht tussen scholen en onderwijssectoren. Er zal ook worden gekeken naar wat er in dit opzicht te leren valt van andere (semi)publieke sectoren, zoals de zorg.

Vrijheid van onderwijs

De Onderwijsraad zal ook een verkenning uitvoeren naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Daarbij zal de vraag centraal staan of de vrijheid van onderwijs in het licht van diverse ontwikkelingen in de samenleving, de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid betekenisvol kan blijven.

Andere onderwerpen waarover de Onderwijsraad in 2019 advies zal uitbrengen:

  • Lezen en leesbevordering
  • Educatieve infrastructuur
  • Verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs
  • Passend onderwijs

Tevens zal de Onderwijsraad een aantal wetgevingsadviezen uitbrengen:

  • Verruiming wettelijke mogelijkheden voor innovatie in het onderwijs
  • Modernisering bekostiging primair onderwijs
  • Thuisonderwijs
  • Wetsvoorstel NLQF (Nederlands kwalificatiekader)

Lees meer…

‘Cruciale rol schoolbesturen bij aanpakken lerarentekort’

De schoolbesturen hebben als werkgevers een cruciale rol bij het oplossen van het lerarentekort. Het kabinet kan slechts investeren in de randvoorwaarden hiervoor, benadrukt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Uit die brief blijkt dat het kabinet geen extra geld uittrekt om het groeiende lerarentekort tegen te gaan. Slob schrijft dat er al veel geld naartoe gaat. Hij noemt de 270 miljoen euro voor hogere lerarensalarissen in het primair onderwijs en de 430 miljoen euro om de werkdruk te verlagen.

De minister komt dus niet met meer geld, maar hij beseft wel dat er meer moet worden gedaan om het lerarentekort te bestrijden. Hij noemt drie actiepunten:

  1. een regionale aanpak in sterke netwerken;
  2. versterking van het strategische personeelsbeleid door werkgevers;
  3. verlaging van het ziekteverzuim en verhoging van de deeltijdfactor.

Hij wijst erop dat het uiteindelijk de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het personeelsbeleid. ‘Zij hebben dan ook een cruciale rol bij het aanpakken van het lerarentekort’, aldus de minister.

Lees de brief van Slob

Lerarenregister blijft voor schoolbesturen verplicht

Schoolbesturen blijven wettelijk verplicht om gegevens aan te leveren voor het Lerarenregister, ook nu dat voor leraren voorlopig niet verplicht wordt. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen de laatste dagen geregeld de vraag of het voor schoolbesturen nog steeds verplicht is om voor het Lerarenregister gegevens van hun leraren aan te leveren. Minister Slob laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat schoolbesturen aan die wettelijke plicht moeten blijven voldoen:

‘Ik wil (…) benadrukken dat ik er zeer aan hecht dat schoolbesturen hun wettelijke verantwoordelijkheid als werkgevers op dit punt nakomen (…).’.

Het gaat om het aanleveren van de volgende gegevens:

  • organisatienummer bevoegd gezag
  • burgerservicenummer (bsn)
  • geslacht
  • geboortedatum
  • als de leraar in het buitenland woont: zijn adres en de landcode
  • benoemingsgrondslag
  • begindatum en (indien van toepassing) einddatum van de benoeming
  • organisatienummer school (BRIN-nummer)
  • indien van toepassing: het BRIN-volgnummer
  • begindatum en (indien bekend) einddatum van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling

Op de website van DUO staat meer informatie.

Álle leraren

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB benadrukken dat de wettelijke plicht voor schoolbesturen om gegevens te blijven aanleveren álle leraren betreft, dus niet alleen de leraren die vrijwillig gebruikmaken van het Lerarenregister.

Het antwoord op de vraag die ook geregeld wordt gesteld of het aanleveren van de persoonsgegevens botst met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), luidt ‘nee’. Er is namelijk een wettelijke grondslag voor, en dan is het volgens de AVG toegestaan.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Schoolleidersvakbond AVS gispt schoolbesturen

De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) vindt dat ‘een zorgelijk hoog aantal’ schoolbesturen zich bemoeit met de inzet van geld uit het werkdrukakkoord.

De vakbond stelt dat op 10 procent van de scholen de schoolleider ‘geen volledige handelingsvrijheid’ heeft om te bepalen hoe de werkdrukgelden worden ingezet, ‘terwijl dat wel de afspraak is’. AVS-voorzitter Petra van Haaren wil dat schoolleiders zich bij de vakbond melden als het schoolbestuur zich met de besteding van het geld bemoeit.

In het werkdrukakkoord staat dat scholen voor primair onderwijs komend schooljaar 237 miljoen euro extra krijgen om werkdruk aan te pakken, oplopend tot 430 miljoen euro in het schooljaar 2021-2022.

Rol van het schoolbestuur

Het is niet zo dat het schoolbestuur geen enkele rol heeft bij de besteding van het geld, zoals uit het bericht van de AVS zou kunnen worden afgeleid.

Het bestuur kan bijvoorbeeld een bestedingsplan maken waarin staat hoe het geld voor vermindering van de werkdruk wordt ingezet. Verder dient het bestuur in het jaarverslag verantwoording af te leggen over de besteding van het geld.

De werkwijze kan worden samengevat als ‘school beslist, bestuur verantwoordt’.

Meer informatie staat in het factsheet Aan de slag met het werkdrukakkoord.

‘Bestaansrecht cao bestuurders niet ter discussie’

De vereniging van toezichthouders in onderwijs en kinderopvang (VTOI-NVTK) is blij dat minister Ingrid van Engelshoven van OCW de motie heeft ontraden om bestuurders in het onderwijs terug te brengen in de reguliere onderwijs-cao’s. De motie werd afgelopen dinsdag aangenomen door de Tweede Kamer.

‘Los van de inbreuk op de vrijheid die partijen hebben om zelf een cao af te sluiten, laten de indieners van de motie blijken niet goed te hebben nagedacht over de bijkomende consequenties’, meldt de VTOI-NVTK. De motie was ingediend door SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint en PVV’er Harm Beertema.

De VTOI-NVTK verwijst naar 2014, toen een motie van dezelfde strekking werd ingediend. Die motie ‘bleek eveneens onuitvoerbaar en in strijd met wet- en regelgeving’, aldus de vereniging van toezichthouders.

‘Het aangaan van overeenkomsten tussen werkgever en werknemer is een zaak tussen deze betreffende partijen. Buiten dit feit stuit de motie op principiële bezwaren en heeft ze onwenselijke juridische en praktische consequenties.’

Lees meer…

SOOOG wil scholen niet overdragen aan gemeente

Het bestuur van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen (SOOOG) werkt niet mee aan het plan van wethouder Wietze Potze van de nieuwe fusiegemeente Westerwolde om vijf openbare basisscholen onder integraal gemeentelijk bestuur te plaatsen. Dat laat bestuurder Jaap Hansen van SOOOG aan VOS/ABB weten.

Het gaat om vijf openbare basisscholen in de vroegere gemeente Bellingwedde, die met de vroegere gemeente Vlagtwedde is gefuseerd tot de nieuwe gemeente Westerwolde die sinds 1 januari jongstleden bestaat.

Op het grondgebied van de vroegere gemeente Vlagtwedde valt het openbaar basisonderwijs bestuurlijk onder de gemeente, maar op het grondgebied van de voormalige gemeente Bellingwedde vallen ze onder SOOOG. Wethouder Potze wil nu dat die SOOOG-scholen ook onder gemeentelijk bestuur van Westerwolde komen, meldt het Dagblad van het Noorden.

SOOOG werkt niet mee

SOOOG prakkiseert er niet over om daaraan mee te werken, zegt bestuurder Hansen tegen VOS/ABB. Ten eerste wijst hij op het regeringsbesluit uit 1994 om het openbaar onderwijs onder te brengen in zelfstandige stichtingen. Dit om belangenverstrengeling tegen te gaan als een gemeentebestuurder ook schoolbestuurder is.

Daarnaast is volgens Hansen een overdracht aan de gemeente niet in het belang van de betreffende openbare basisscholen. Hij wijst erop dat SOOOG volgens de Inspectie van het Onderwijs de organisatie zowel onderwijsinhoudelijk als bedrijfseconomisch op orde heeft.

Geen goedkeuring

Bovendien benadrukt hij dat voor een overdracht aan de gemeente goedkeuring is vereist van het bestuur, de raad van toezicht en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van SOOOG alsmede van de gemeenteraden van de gemeenten Westerwolde, Pekela en Oldambt. SOOOG heeft ook in die twee laatsgenoemde gemeenten openbare basisscholen.

De goedkeuring van het bestuur van SOOOG komt er in elk geval niet, aldus Hansen. Wel geeft hij aan open te staan voor het idee om de openbare basisscholen in de voormalige gemeente Vlagtwedde onder te brengen bij SOOOG.

Schoolbesturen geldverspillers? Onzin!

‘Ik zie in het primair onderwijs geen dure adviseurs en nutteloze cursussen. Ieder dubbeltje wordt omgedraaid’. Dat zegt bestuurder Marten Elkerbout van Stichting Spaarnesant voor openbaar primair onderwijs in Haarlem.

De PO-Raad citeert hem in reactie op recente beweringen van de Tweede Kamerleden Lisa Westerveld van GroenLinks, Peter Kwint van de SP, Paul van Meenen van D66 en Michel Rog van het CDA dat schoolbesturen geld zouden verspillen. De sectororganisatie benadrukte toen direct dat de bewuste politici ‘een volstrekt onjuist beeld van het primair onderwijs’ schetsten.

Heel zuinig werken

Met de woorden van bestuurder Elkerbout van Stichting Spaarnesant laat de PO-Raad vanuit de praktijk zien dat de aantijgingen aan het adres van de schoolbesturen niet kloppen. ‘Het meeste geld gaat naar het primaire proces en er blijft heel weinig over voor ondersteuning en staftaken. Je moet heel zuinig werken’, aldus Elkerbout.

Ook het door de politici geschetste beeld als zou het niet duidelijk zijn waar het onderwijsgeld aan wordt besteed, strookt volgens hem niet met de werkelijkheid. ‘Ik zou hun willen zeggen: lees onze jaarverslagen. Die zijn helder en daar staat alles keurig in. Er wordt in het primair onderwijs geen geld over de balk gesmeten.’

Achterblijvende bekostiging

Elkerbout verwijt in zijn reactie verder dat de politiek geen oog heeft voor de al jaren achterblijvende materiële bekostiging. ‘Het is al lang bekend dat hier een tekort is, maar de politiek wil er gewoon niet aan’, zo benadrukt hij. Daarnaast wijst hij erop dat de salarissen in het primair onderwijs achterblijven, niet alleen de salarissen van leraren, maar ook die van schoolleiders en onderwijsondersteunend personeel.

Over de Tweede Kamerleden merkt hij op dat die zijn ‘losgezongen van de werkelijkheid’.

Lees meer…

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad

Teambeurs maakt schoolontwikkeling mogelijk

Schoolbesturen in het primair onderwijs kunnen een Teambeurs aanvragen. Deze nieuwe subsidie voor een masteropleiding in teamverband biedt scholen meer ruimte voor kennisdeling en schoolontwikkeling.

Het bijzondere van de Teambeurs is dat niet alleen het collegegeld en de studieverlofkosten worden vergoed, net als bij de Lerarenbeurs, maar ook na afronding van de opleiding een jaar lang vier uur per week vervangingskosten per deelnemende leraar.

Daardoor kunnen de masteropgeleide leraren samen hun opgedane kennis en vaardigheden inzetten voor daadwerkelijke kennisdeling en schoolontwikkeling met de overige teamleden die geen masteropleiding hebben gevolgd. Het doel is zo de hele school verder te ontwikkelen. Bij de subsidieaanvraag moet worden aangegeven wat het ontwikkelplan is.

Teambeurs voor minimaal twee leraren

Het ministerie van OCW heeft 11,7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de nieuwe subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs in het schooljaar 2017-2018. De beurs wordt aangevraagd voor een team van minimaal twee leraren die een masteropleiding willen volgen. Dat kunnen leraren van één school zijn, maar het mogen ook leraren van verschillende scholen binnen één bestuur zijn, die samen werken aan een bepaalde schoolontwikkelvraag.

Het schoolbestuur kan de subsidieaanvraag tot 15 oktober 2017 indienen.

Meer informatie

 

Scholen willen bescherming tegen prutsende aannemers

Als het aan het Tweede lid Erik Ronnes van het CDA ligt, draaien schoolbesturen straks zelf op voor fouten van aannemers. Onder andere de PO-Raad en VO-raad willen dat voorkomen.

Ronnes wil dat met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen alleen consumenten worden beschermd tegen prutsende aannemers. Professionele opdrachtgevers, zoals schoolbesturen, zouden die bescherming niet nodig hebben.

Als de CDA’er (die ook toezichthouder is van de Stichting Optimus Primair Onderwijs in Cuijk) zijn zin krijgt, kunnen onder andere schoolbesturen aannemers niet aansprakelijk stellen voor gebreken als die ‘redelijkerwijs’ bij het bestuur bekend hadden moeten zijn.

De sectororganisaties wijzen er in hun brief op dat van schoolbesturen mag worden verwacht dat ze alles van onderwijs weten, maar niet dat ze ook op de hoogte zijn van allerlei bouwtechnische aspecten.

De PO-Raad en VO-raad en andere organisaties hebben hierover een brief naar de Tweede Kamer gestuurd.

Kritische reactie op ‘Onderwijs op andere locatie’

VOS/ABB is kritisch over het wetsvoorstel Onderwijs op andere locatie dan de school. De rode draad in de bijdrage van VOS/ABB aan de internetconsultatie over dit voorstel is dat het bevoegd gezag van een school niet verantwoordelijk kan zijn voor onderwijs dat een leerling elders krijgt.

Dit geldt bijvoorbeeld voor leerlingen die tijdelijk onderwijs volgen in een niet-bekostigde particuliere school, maar ook voor sport- en culturele toptalenten die op een andere locatie les krijgen dan de school waarop zij staan ingeschreven.

Het bevoegd gezag kan, zo vindt VOS/ABB, ook niet verantwoordelijk zijn voor het onderwijs dat ouders aan hun kinderen geven als zij lange tijd in het buitenland verblijven en evenmin voor thuisonderwijs. VOS/ABB vindt dat thuisonderwijzers aan dezelfde minimale bevoegdheidseisen moeten voldoen als leraren in het reguliere onderwijs.

Download de bijdrage van VOS/ABB

Dekker positief over verplicht integraal huisvestingsplan

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil kijken naar de mogelijkheid om de gemeenten wettelijk te verplichten om samen met schoolbesturen integrale huisvestingsplannen op te stellen. Dit laat hij weten in een brief aan de Tweede Kamer over het recente huisvestingsakkoord van de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Deze drie organisaties stellen in het akkoord onder andere voor om elke gemeente wettelijk te verplichten om samen met de schoolbesturen (op basis van op overeenstemming gericht overleg (OOGO)) een integraal huisvestingsplan (IHP) op te stellen. Daarin worden afspraken gemaakt over (vervangende) nieuwbouw en renovatie.

Voorziening renovatie

In het voorstel staat ook dat renovatie als een voorziening in de wet moet worden opgenomen en dat gemeenten en schoolbesturen daar gezamenlijk verantwoordelijk voor moeten worden. De schoolbesturen zouden moeten worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MOP) per schoolgebouw op te stellen. De MOP’s zouden moeten worden afgestemd op het IHP.

De sectororganisaties en de VNG willen daarnaast dat gemeenten een jaarlijks budgetplafond vaststellen en voor meerdere jaren een voorziening inrichten. Het budgetplafond voor schoolbesturen in het primair onderwijs zou moeten worden aangepast.

Nadere uitwerking

Sander Dekker ziet wel wat in het akkoord, maar het vereist volgens hem nog wel nadere uitwerking. Hij noemt juridische vormgeving en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten en schoolbesturen. Ook wil hij weten wat de financiële consequenties van het akkoord zijn.

Over het opstellen van een IHP merkt hij op dat gemeenten en schoolbesturen dat nu ook al samen kunnen doen. Als er een wettelijke plicht nodig is, dan is hij dus bereid om die mogelijkheid te onderzoeken.

Stap voorwaarts

Het akkoord is een stap voorwaarts voor het primair en voortgezet onderwijs, zo merkt juridisch adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB op, omdat het schoolbesturen meer zekerheid biedt. ‘Nu kan een gemeente nog eenzijdig beslissen om een IHP te wijzigen. Dat kan niet meer zomaar als de wettelijke plicht er komt om IHP’s op te stellen op basis van OOGO met de schoolbesturen. Gemeente en besturen worden gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan’, aldus Bloemers.

Daarnaast zijn de gemeente en het schoolbestuur straks gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van een vervangende nieuwbouw of renovatie. ‘De kosten zullen gedeeld worden en de verdeelsleutel zal afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Het investeringsverbod voor schoolbesturen is hiermee deels opgeheven en dat geeft het veld ruimte om in gesprek met de gemeente goede afspraken te maken.’

‘Nu wijzen schoolbestuur en gemeente vaak naar elkaar als de verantwoordelijke voor de rekening. Met dit akkoord zal er in gezamenlijkheid meer mogelijk worden. Gemeenten en schoolbesturen kunnen dit alvast meenemen in de gesprekken over een IHP’, zo sluit Bloemers af.

Schoolbestuurders hebben baat bij tegenspraak

Schoolbestuurders hebben er baat bij als het intern toezicht en de medezeggenschap goed zijn geregeld. Dat benadrukken minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Bussemaker en Dekker gaan in een nota in op vragen uit de Tweede Kamer over de versterking van de bestuurskracht in het onderwijs. Zo gaan zij in op de vraag hoe ze aankijken tegen tegenspraak en wat daarmee kan worden bereikt.

Schoolbestuurders scherp houden

Het organiseren van tegenspraak draagt volgens de minister en de staatssecretaris bij aan het scherp houden van schoolbestuurders. ‘Door het voeren van het goede gesprek met de interne toezichthouder en de medezeggenschap en open te staan voor hun denkbeelden, blijft de bestuurder zich ervan bewust dat hij of zij zelf een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en de maatschappelijke context waarin dat gebeurt’, aldus Bussemaker en Dekker.

Zij schrijven in hun nota ook dat het voorstel om de medezeggenschapsraad te laten meepraten over de profielen en benoemingen van schoolbestuurders in het teken staat van beter onderwijs. Het gaat er volgens hen uiteindelijk om dat er een samenspel ontstaat van verschillende tegenkrachten die elkaar in balans houden.

Lees meer…

Klein deel bestuurders boven sectoraal maximum

De gemiddelde bezoldiging van bestuurders in het primair onderwijs bedraagt ruim 93 duizend euro per jaar. In het voortgezet onderwijs is dat ruim 118 duizend euro. Dat blijkt uit de Monitor beloningscodes/cao’s bij WNT 2014.

In deze publicatie, die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer hebben gestuurd, staat ook dat in het primair onderwijs 34 bestuurders (2,7 procent) boven het sectorale maximum volgens de WNT zitten van bijna 166 duizend euro. In het voortgezet onderwijs zitten twee bestuurders (0,5 procent) boven het voor het vo geldende maximum van ruim 184 duizend euro.

Het overgrote gedeelte van de bezoldigingen boven de sectorale norm valt onder het overgangsrecht. Bestuurders en toezichthouders zijn dan niet in overtreding, omdat volgens het overgangsrecht eerder afgesproken bezoldigingen maximaal vier jaar gerespecteerd worden. Daarna moet de bezoldiging in drie jaar worden teruggebracht tot het geldende maximum.

Toezichthouders
De gemiddelde bezoldiging van internetoezichthouders bedraagt in het primair onderwijs bijna 3400 euro per jaar. In het voortgezet onderwijs is dat bijna 3800 euro. In het primair onderwijs zitten 37 toezichthouders (2,9 procent) boven het maximum, terwijl in het voortgezet onderwijs geen enkele toezichthouder daarboven zit.

Download de Monitor beloningscodes/cao’s bij WNT 2014 en de begeleidende brief die Bussemaker en Dekker naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Goede ontwikkeling
De Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) is positief over de uitkomsten van de monitor. Bestuurslid Joke Hubert: ‘De VTOI vindt het belangrijk dat de bezoldiging van onderwijsbestuurders en interne toezichthouders passen bij de betreffende onderwijssector.’

‘Daarom hebben we het voortouw genomen bij de totstandkoming van bestuurders-cao’s in het primair en voortgezet onderwijs. De monitor laat zien dat de in de cao’s gemaakte afspraken bijdragen aan normalisering van de bezoldiging van bestuurders. Wij vinden dit een goede ontwikkeling’, aldus Hubert.

Aansluiting bij commissie van beroep niet meer verplicht

Schoolbesturen in het bijzonder onderwijs hoeven niet meer aangesloten te zijn bij een commissie van beroep (CvB). Die verplichting voor het primair en voortgezet onderwijs is per 1 juli vervallen.

De aansluitingsverplichting was er voor het bijzonder onderwijs op grond van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Voor het openbaar onderwijs was deze verplichting er niet.

Nu de verplichting voor het bijzonder onderwijs niet meer geldt, spelen CvB’s geen rol meer in ontslagzaken. De preventieve toets door het UWV of de kantonrechter en de rechtsgang bij de civiele rechter zijn wettelijk vastgelegd.

Schoolbesturen kunnen besluiten aangesloten te blijven bij een CvB. Hun medewerkers kunnen dan bij die CvB in beroep tegen beslissingen die in hun cao worden genoemd, met uitzondering van ontslagzaken. Als een bestuur de aansluiting bij een CvB opzegt, kunnen hun medewerkers dat niet meer.

Uitspraken van een CvB zijn niet bindend. Werknemers kunnen alsnog (of direct) naar de rechter. De werkgever hoeft zich niet bij de uitspraak neer te leggen en kan het oorspronkelijke besluit handhaven.

Besturen die daar goede ervaringen mee hebben en die waarde hechten aan laagdrempelige conflictbeslechting (bij besluiten over de in de cao genoemde onderwerpen, met uitzondering van die betreffende ontslag) zonder dat de rechter daarbij direct wordt ingeschakeld, kunnen aangesloten blijven bij een CvB.

Zij kunnen aangeven zich te zullen conformeren aan uitspraken van de CvB. Als ze ook de werknemer willen binden aan de uitspraak, kan dat alleen als de onderwijsinstelling en de leerkracht dat ondubbelzinnig zijn overeen­gekomen. Hiervoor is dus een aparte overeenkomst tussen de medewerker en het schoolbestuur nodig.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Koppel lidmaatschap VO-raad aan transparantie’

Schoolbesturen die lid (willen) zijn van de VO-raad, zouden zich aan regels voor goed onderwijsbestuur moeten houden. Dat adviseert de Commissie Goed Onderwijsbestuur VO.

De commissie deed in opdracht van de VO-raad onderzoek naar de naleving van de Code Goed Onderwijsbestuur in het voortgezet onderwijs. De conclusie is dat die code de afgelopen jaren heeft geleid tot een professionelere inrichting van bestuur en toezicht, maar ook dat besturen nog steeds weinig transparant zijn over het naleven van de code.

Lees meer op de website van de VO-raad.

Nieuwe man aan het roer bij Limburgs Voortgezet Onderwijs

André Postema wordt de nieuwe bestuursvoorzitter van Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). Hij volgt Henk van Hoof op.

De raad van toezicht van LVO heeft Postema benoemd. Hij begint daar op 1 november en volgt per 1 december Henk Van Hoof op. Die begon in 2007 als bestuursvoorzitter van LVO, nadat hij uit de landelijke politiek was gestapt. Daarvoor was de VVD’er Van Hoof in het tweede kabinet-Balkenende staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Postema werkte eerder bij de Nationale Investeringsbank en bij Ernst & Young. Hij was ook vice-president van Capgemini en vice-voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht. Sinds 2011 zit hij voor de PvdA in de Eerste Kamer.

Stichting LVO is met zeventien scholen voor voortgezet onderwijs met in totaal ruim 28.000 leerlingen een van de grootste onderwijsbesturen van Nederland. Met 3000 medewerkers is LVO een van de grootste werkgevers in Limburg.

In 2007 publiceerde VOS/ABB een interview met Henk van Hoof. Het gesprek ging toen over de gevolgen van demografische krimp en de synergievoordelen van schaalvergroting.

Download het interview

Geld direct aan scholen uitkeren is niet efficiënter

Als het onderwijsgeld direct aan de scholen worden uitgekeerd in plaats van aan hun besturen, levert dat geen besparing op. In tegendeel: de kosten zouden dan hoger kunnen zijn dan nu het geval is. Dat stelt minister Jet Bussemaker van OCW in een reeks antwoorden op Kamervragen.

Naar aanleiding van het jaarverslag over 2013 van het ministerie van OCW was vanuit de Tweede Kamer de vraag gekomen of het voordeliger zou zijn om het onderwijsgeld voortaan direct aan de scholen uit te keren in plaats van aan de schoolbesturen. Volgens Bussemaker lukt het op die manier niet om meer geld in de klas terecht te laten komen.

‘Als de bekostiging direct aan scholen wordt uitgekeerd zal dat op zich geen besparing opleveren. Ook in dat geval zal er een administratie moeten worden bijgehouden, zullen keuzes moeten worden gemaakt en verantwoord worden en zal er dus een zekere mate van overhead nodig zijn. Als iedere school dat voor zichzelf gaat organiseren zouden de kosten wel eens hoger kunnen uitpakken en is er dus geen sprake van een opbrengst’, aldus de minister.

Bussemaker erkent dat niet duidelijk is hoe de verhouding is tussen de bedragen die ten goede komen aan het primaire proces en het geld dat in het onderwijs aan overhead wordt besteed: ‘De regels voor de inrichting van de jaarverslaglegging schrijven voor op welke manier de besturen van onderwijsinstellingen hun uitgaven moeten verantwoorden. Hierbij zijn diverse rubrieken verplicht. Binnen deze rubrieken vormen het primaire proces en de overhead geen aparte verslaggevingscategorieën.’

Ze concludeert dat de uitsplitsing van de uitgaven in primair proces en overhead ‘lastig is en zeker niet eenduidig vast te stellen.’

Bussemaker pleit voor open bestuurscultuur

Schoolbestuurders moeten aanspreekbaar zijn en nieuwsgierig en geïnteresseerd. Dat heeft minister Jet Bussemaker benadrukt in haar toespraak voor het congres van de PO-Raad in Harderwijk.

Haar toespraak ging onder andere over goed onderwijs, waarvoor het nodig is kansen te zien en te creëren. ‘Reflecteren op waar je mee bezig bent – als bestuur, als school, als team – is daarbij essentieel. In het voortdurende besef dat de definitie van ‘goed onderwijs’ niet statisch is. Maar afhankelijk van en dienend aan wat er gebeurt in de klas, op school en in de wereld.’

‘Voor bestuurders vind ik het daarom essentieel, dat ze aanspreekbaar zijn. Nieuwsgierig en geïnteresseerd. Dat ze ruimte laten voor discussie. Debat faciliteren en entameren. Bijvoorbeeld door intervisie onder leraren te stimuleren’, aldus Bussemaker.

Ze zei ook dat het organiseren van tegenkracht erbij hoort. ‘Bijvoorbeeld door medezeggenschap serieus te nemen. Het is niet voldoende als docenten, leerlingen en ouders zich alleen betrokken voelen. Het gaat erom dat ze betrokken zijn. Dat ze hun stem niet alleen laten horen, maar die ook kunnen laten gelden.’ Dit vraagt volgens de minister van bestuurders een ‘stimulerende en uitnodigende opstelling’.

Toelichting op cyclus van planning en control

Senior beleidsmedewerker Ron van der Raaij van VOS/ABB geeft een toelichting op de cyclus van planning en control (P&C). 

P&C is een belangrijk onderdeel van financieel management. In de P&C-cyclus wordt op systematische wijze inhoud gegeven aan het proces van richting geven (besturen/plannen) en op koers houden (beheersen/control) van de organisatie.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de toelichting downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Kamer steunt motie voor toezicht op medezeggenschap

De Tweede Kamer wil dat de Inspectie van het Onderwijs gaat toezien op de naleving van verplichtingen ten aanzien van medezeggenschap.

De Kamer heeft een motie van die strekking van D66’er Paul van Meenen aangenomen. In de motie staat de inspectie zelf constateert dat er slechts summiere eisen worden gesteld aan intern toezicht en dat de naleving van de regels daarvoor onvoldoende is.

Het toezichtkader van de Inspectie van het Onderwijs zou volgens de aangenomen motie ‘de omgang met medezeggenschap, het organiseren van tegenspraak en het voldoen aan verplichtingen van regelgeving ten aanzien van medezeggenschap’ moeten bevatten.

De motie heeft betrekking op het primair en voortgezet onderwijs alsmede op het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs.

Tegengaan segregatie: schoolbesturen maken het verschil!

Als schoolbesturen zich actief inzetten om segregatie tegen te gaan, dan pakken de lokale politiek, de media en de ouders het thema op. Dat blijkt uit onderzoek van kennisinstituut FORUM voor multiculturele vraagstukken.

In het factsheet Basisscholen en hun buurt staat dat de segregatie tussen autochtone kinderen en leeftijdgenoten met een allochtone achtergrond de afgelopen jaren wat minder is geworden.

Volgens FORUM hangt dat samen met gerichte pilots in 12 grote gemeenten, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Aan die pilot deden in totaal 315 basisscholen mee. Op tweederde van die scholen nam de segregatie af.

Maar, zo waarschuwt FORUM, als het onderwerp van de beleidskaart verdwijnt, zal de segregatie de komende jaren weer scherper worden. Het instituut signaleert bij schoolbesturen weinig animo voor een meer gemengde leerlingenpopulatie, terwijl uit de praktijk blijkt dat het de besturen zijn die het verschil kunnen maken.

‘Wanneer bestuurders en beleidsmakers met het thema aan de slag gaan, zoals in de pilots, dan spreekt de gemeenteraad erover, worden er discussies gevoerd met ouders en professionals in het onderwijsveld, en komt er vaak aandacht voor in de pers’, stellen de onderzoekers van FORUM.

Segregatie verdwijnt uit beleid
Het Kohnstamm Instituut signaleerde in oktober vorig jaar na een onderzoek in opdracht van FORUM dat steeds minder gemeenten segregatie in het onderwijs bestrijden. In het rapport ‘Bestrijding van onderwijssegregatie in gemeenten’ staat dat er op dit vlak een duidelijke afname zichtbaar is van afspraken tussen gemeenten en schoolbesturen.

De onderzoeksresultaten uit oktober vorig jaar volgden op het landelijke beleid dat onder het door de PVV gedoogde eerste kabinet-Rutte in gang werd gezet. Toenmalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt van OCW gaf in 2012 aan dat er geen maatregelen meer nodig waren om segregatie in het onderwijs tegen te gaan.

Dit beleid is overgenomen door het huidige VVD/PvdA-kabinet, hoewel de PvdA, die in de vorige kabinetsperiode nog in de oppositie zat, bij monde van toenmalig Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem zei dat er wél maatregelen nodig waren om de segregatie in het onderwijs bij wet tegen te gaan.

Eerste Kamer akkoord met doordecentralisatie

Na de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school. Dit betekent dat schoolbesturen voor primair onderwijs per 1 januari 2015 verantwoordelijk zullen zijn voor het buitenonderhoud van hun schoolgebouwen. In het voortgezet onderwijs is dit al zo geregeld sinds 2004.

De exacte vergoedingsbedragen die schoolbesturen voor primair onderwijs in het kader van doordecentralisatie vanaf 1 januari 2015 via de lumpsumvergoeding zullen ontvangen en de voorwaarden voor de overgangsregeling worden uiterlijk op 1 oktober 2014 door het ministerie van OCW bekendgemaakt. Voor die datum moeten immers de programma’s van eisen worden vastgesteld. Mogelijk komt het ministerie al voor de zomervakantie met de bedragen.

Aanvragen voor buitenonderhoud voor 2015 en verder kunnen als gevolg van deze wetswijziging niet meer bij uw gemeente(n) worden ingediend.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl