‘Complexe leerlingen verdienen meer ondersteuning’

De Onderwijsraad pleit in een advies over passend onderwijs voor verhoogde inzet op de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaanbod voor leerlingen met complexere ondersteuningsbehoeften.

De raad doelt bijvoorbeeld op leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. Een andere groep bestaat uit leerlingen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen in combinatie met een verstandelijke beperking. Het aanbod voor deze leerlingen is volgens de Onderwijsraad ‘nog steeds onvoldoende’.

Het advies aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob luidt om bij de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaabod voor complexe leerlingen gebruik te maken van expertise vanuit de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

De raad voegt daaraan toe ervan uit te gaan dat de onderwijsministers de toezegging van voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW nakomen om met de betreffende onderwijsorganisaties om de tafel te gaan zitten en te bevorderen dat in álle samenwerkingsverbanden aanvullend aanbod tot stand komt.

Lees meer…

Kind met gedragsproblemen beter af in speciaal onderwijs

Leerlingen met gedragsproblemen doen het in het speciaal onderwijs gemiddeld genomen beter dan in het reguliere onderwijs met extra ondersteuning. Dat concludeert de Utrechtse onderzoeker Inge Zweers in haar proefschrift “Shape sorting” students for special education services?.

Zweers noemt deze bevinding verrassend en van belang, omdat die ingaat tegen de trend dat onderwijs steeds meer ‘inclusief’ zou moeten worden. ‘Eenvoudigweg alle leerlingen met gedragsproblemen in het regulier onderwijs handhaven lijkt niet nastrevenswaardig, omdat plaatsing in het speciaal onderwijs het sociaal-emotioneel en didactisch functioneren van leerlingen met gedragsproblemen duidelijk kan bevorderen’, zo staat in het proefschrift van Zweers.

Ze pleit er in haar dissertatie voor om reguliere scholen beter in staat te stellen ‘om met de extra onderwijsbehoeften van leerlingen met gedragsproblemen om te kunnen gaan’.

Ga naar het proefschrift

OCW relativeert conclusies Trouw over passend onderwijs

De groei in het speciaal onderwijs ‘bestaat vooral uit leerlingen tot en met zeven jaar, met name dove, slechthorende kinderen en leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis, die niet onder het stelsel passend onderwijs vallen’. Daarmee reageert een woordvoerder van het ministerie van OCW op een bericht in Trouw.

De krant meldt op basis van cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) dat het aantal leerlingen in het speciaal basisonderwijs vorig jaar met 100 is gestegen, terwijl het totale aantal leerlingen met 13.000 afnam.

‘Dat is opvallend’, aldus Trouw, ‘omdat het juist de bedoeling is dat kinderen met en zonder beperking zoveel mogelijk samen naar school gaan’. De krant voegt daaraan toe dat vier jaar na de invoering van de Wet passend onderwijs blijkt dat ‘kinderen met een beperking nog altijd grotendeels naar een aparte school (…) gaan’.

Groei in cluster 2

Het ministerie van OCW benadrukt in de krant dat er weliswaar groei is, maar niet zozeer in het speciaal basisonderwijs. De groei van het aantal leerlingen doet zich volgens OCW vooral voor in cluster 2 van het speciaal onderwijs, dat zich richt op leerlingen met een visuele, auditieve of communicatieve beperking.

Cluster 2 maakt geen deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Het kent een landelijke toelatingssystematiek.

Lees meer…

Download Leerlingenaantallen in speciaal onderwijs

Leerlingen ‘zwaar beschadigd’ naar speciaal onderwijs

Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs is voor het eerst sinds jaren weer gegroeid. Dat staat in het Algemeen Dagblad.

Volgens het AD nam het aantal toe met 800, zo meldt de krant op basis van een eigen analyse. Het zou vooral gaan om leerlingen die op latere leeftijd naar het speciaal onderwijs gaan, omdat ze in het reguliere onderwijs zijn vastgelopen. Veel van deze kinderen zijn volgens het AD ‘zwaar beschadigd’.

Lees meer…

Krant overdrijft

De Algemene Onderwijsbond (AOb) nuanceert het bericht van het AD. Volgens de bond is het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs niet met 800 toegenomen, maar met 672. Daartegenover staat een krimp in het voortgezet speciaal onderwijs van 306 leerlingen. In totaal gaat het dus om een groei van 366 leerlingen (0,5 procent).

Lees meer…

 

 

 

Dekker weerspreekt rechtsongelijkheid passend onderwijs

Het klopt het dat het ene samenwerkingsverband voor passend onderwijs andere toelaatbaarheidsverklaringen kan afgeven dan het andere samenwerkingsverband. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van D66.

Dekker reageert op vragen van Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66, die bij de staatssecretaris aan de bel had getrokken naar aanleiding van een bericht op de website van de christelijke profielorganisatie Verus. In dat bericht wordt melding gemaakt van rechtsongelijkheid, omdat het ene samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het (voortgezet) speciaal onderwijs afgeeft tot 20 jaar, terwijl het andere samenwerkingsverband zo’n verklaring afgeeft tot 16 jaar.

Verschillende criteria passend onderwijs

Staatssecretaris Dekker antwoordt dat het inderdaad mogelijk is dat het ene samenwerkingsverband andere criteria hanteert dan het andere: ‘Elk samenwerkingsverband legt in zijn ondersteuningsplan de procedure en criteria vast op basis waarvan een leerling toelaatbaar kan worden verklaard (…).’

Hij wijst erop dat in de Wet op de expertisecentra staat dat leerlingen uiterlijk tot hun twintigste levensjaar ingeschreven kunnen blijven op het voortgezet speciaal onderwijs, maar dat dat geen absolute leeftijdsgrens is. ‘Het uitgangspunt is dat per leerling de afweging wordt gemaakt wat het beste bij zijn of haar ontwikkeling past: langer verblijf in het onderwijs of een vervolgbestemming buiten het onderwijs, zoals dagbesteding’, aldus Dekker.

Lees meer…

Groeiregeling: nieuwe ‘kijkdozen’ in Toolbox

In onze online Toolbox zijn de ‘kijkdozen’ voor samenwerkingsverbanden en het (voortgezet) speciaal onderwijs geactualiseerd.

Deze instrumenten zijn een hulpmiddel om een goed beeld te krijgen van de bekostiging van de groei op basis van de peildatum 1 februari 2017.

U kunt de ‘kijkdozen’ met toelichtingen downloaden uit de volgende mappen:

Samenwerkingsverbanden

(Voortgezet) speciaal onderwijs

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Verevening passend onderwijs vergroot problemen’

Doordat de instroomleeftijd van leerlingen in het speciaal onderwijs hoger wordt, kunnen de problemen in de klas complexer worden. Dat stelt de PO-Raad in reactie op een item van de actualiteitenrubriek Nieuwsuur over passend onderwijs.

Het item van Nieuwsuur gaat over de gevolgen van de verevening: sommige regio’s hebben met de invoering van passend onderwijs extra geld gekregen, andere regio’s hebben geld moeten inleveren.

Tilburg is een regio die geld heeft moeten inleveren. Daar zijn volgens Nieuwsuur problemen ontstaan doordat het reguliere onderwijs leerlingen te laat doorverwijst naar het speciaal onderwijs. De PO-Raad zegt dit te herkennen.

Het ministerie van OCW laat in reactie op het item van Nieuwsuur weten nog steeds achter de verevening te staan. ‘Scholen die voorheen veel kinderen naar het speciaal onderwijs verwezen, zullen wat vaker kinderen naar het reguliere onderwijs laten gaan. Dat is ook de precies de bedoeling’, aldus een woordvoerder van OCW.

Lees meer…

Inspectie weerspreekt beschuldiging van afstraffen

De Inspectie van het Onderwijs doet niet aan afstraffen, maar controleert of de resultaten van scholen voldoen aan wettelijk gestelde eisen. Dat zegt woordvoerder Jan-Willem Swane naar aanleiding van een artikel in Trouw.

In het artikel komt bestuurder Wilfred de Vries van de protestants-christelijke Harmpje Visserschool op Urk aan het woord. Hij vertelt dat deze school mogelijk als zwak wordt bestempeld door de inspectie, omdat de gemiddelde toetsresultaten omlaag gaan.

De school op Urk heeft sinds de invoering van passend onderwijs tientallen leerlingen uit het speciaal onderwijs opgenomen. Zij scoren over het algemeen laag. ‘Vorig jaar kregen we een onvoldoende voor de eindresultaten en dat zal dit jaar weer gebeuren. Dan heb ik straks ineens een zwakke school’, aldus De Vries.

Afstraffen

In het artikel in Trouw komt ook voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) aan het woord. Zij vindt dat ‘scholen worden afgestraft omdat ze groepen leerlingen verwelkomen die nooit zo hoog zullen scoren op een eindtoets als een gemiddeld kind.’

Een reactie van de Inspectie van het Onderwijs ontbreekt in de krant, maar woordvoerder Jan-Willem Swane laat desgevraagd aan VOS/ABB weten dat van afstraffen door de inspectie geen sprake is. Hij benadrukt dat de inspectie controleert of de resultaten van scholen voldoen aan de wettelijke eisen die daaraan zijn gesteld. Ook zegt hij dat de inspectie altijd kijkt naar de context en tevens luistert naar het verhaal van de school.

De Inspectie van het Onderwijs trekt volgens Swane altijd bij alle betrokkenen aan de bel als er signalen zijn die erop wijzen dat de eisen die aan scholen worden gesteld, niet in het belang zijn van de leerlingen. ‘Dat is waar het uiteindelijk om gaat’, aldus Swane.

Passend onderwijs draait soms te veel om de centen

In passend onderwijs staat het belang van de leerling niet altijd voorop, stelt directeur Nathalie Schotanus van de Herman Broerenschool in Roermond op de website van de christelijke profielorganisatie Verus.

Schotanus merkt dat binnen sommige samenwerkingsverbanden met een negatieve verevening het financiële plaatje zwaarder weegt dan de inhoud.

Passend onderwijs is volgens haar niet ontstaan vanuit inhoud, maar vanuit bezuinigingen. ‘Natuurlijk moeten we heel kritisch blijven kijken of een leerling naar het speciaal onderwijs moet of dat hij met extra ondersteuning op een reguliere school kan blijven. We doen het goed wanneer een leerling op de meest passende onderwijsplek zit’, aldus Schotanus.

Lees meer…

Vso-leerling heeft voordeel van examens op maat

De verschillende manieren waarop in het voortgezet speciaal onderwijs examens worden afgenomen zijn helemaal niet nadelig voor leerlingen in die sector. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Loes Ypma van de PvdA.

Ypma stelde in haar vragen aan de staatssecretaris dat de omstandigheden waaronder vso-leerlingen examens moeten afleggen in hun nadeel is, maar daar is Dekker het duidelijk niet mee eens.

De staatssecretaris is het wel met Ypma eens dat er verschillen zijn ten opzichte van het reguliere voortgezet onderwijs, maar hij stelt dat die verschillen juist in het voordeel zijn van vso-leerlingen. Volgens hem staat bij de examinering in het vso maatwerk centraal.

Lees meer…

Aandeel zorgleerlingen verschilt per gemeente

Het aandeel leerlingen dat extra ondersteuning nodig heeft verschilt per gemeente. In Oss en Veendam is dit met 33 procent relatief hoog, terwijl het in het Groningse Haren maar 3 procent is. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) noemt de verschillende percentages in in de Jeugdmonitor 2015. 

Het hoofdstuk waarin de percentages worden genoemd, gaat specifiek over 15-jarigen in het onderwijs. De percentages hebben betrekking op leerlingen die vmbo met leerwegondersteunend onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgen.

In de vier grootste gemeenten is het aandeel 15-jarigen met extra ondersteuning iets hoger dan gemiddeld, namelijk bijna 20 procent. Dit aandeel is in Amsterdam en Rotterdam een stuk hoger dan in Den Haag en Utrecht. Dit hangt volgens het CBS samen met het hoge aandeel niet-westerse allochtonen in deze gemeenten. Het aandeel 15-jarigen met extra ondersteuning onder niet-westerse allochtonen is twee keer zo groot als onder autochtone en westers allochtone 15-jarigen.

Ook de vorm van ondersteuning verschilt per gemeente. In Veendam volgen bijvoorbeeld naar verhouding meer 15-jarigen praktijkonderwijs dan in Oss, terwijl in Oss meer leerlingen leerwegondersteunend onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs volgen.

Lees meer…

SP ziet stress en demotivatie in speciaal onderwijs

De SP meldt dat mensen die in het speciaal onderwijs werken, gebukt gaan onder de werkdruk die zij ervaren.

De SP heeft een onderzoek uitgevoerd onder docenten, schoolleiders en begeleiders in het speciaal onderwijs. Bij de invoering van het passend onderwijs is er volgens de socialisten vooralsnog ‘weinig oog geweest voor de gevolgen van de veranderingen voor het speciaal onderwijs’.

Ondanks het feit dat het overgrote deel van de werknemers in het speciaal onderwijs positief of zeer positief is over het werk, heeft volgens de SP meer dan de helft minder plezier gekregen in het werk. Voornaamste redenen hiervoor zijn de werkdruk, administratieve taken en onvoldoende tijd om leerlingen te begeleiden.

Dit leidt volgens de SP tot stress en demotivatie onder mensen die in het speciaal onderwijs werken.

Rekeninstrumenten groeiregeling (V)SO in Toolbox

De online Toolbox van VOS/ABB is geactualiseerd met rekeninstrumenten op basis van de groeiregeling voor het (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO).

Samenwerkingsverbanden (SWV’s) zijn wettelijk verplicht de ondersteuningsbekostiging te betalen voor leerlingen die tussen de telling van 1 oktober en 1 februari daaropvolgend zijn ingeschreven in het (V)SO. De wijze waarop dit dient plaats te vinden, is wezenlijk anders dan vorig jaar.

Eerst vormde het aantal ingeschreven leerlingen op het (V)SO het uitgangspunt. In de nieuwe groeiregeling voor het (V)SO is het uitgangspunt het aantal nieuwe leerlingen dat door het SWV is verwezen en ingeschreven in het (V)SO in de periode 1 oktober-1 februari, evenals het aantal leerlingen dat uitgeschreven is uit het (V)SO.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) voor het SWV primair onderwijs respectievelijk het SWV voortgezet onderwijs. Leerlingen die van de ene SO- respectievelijk VSO-school naar een andere SO- respectievelijk VSO-school zijn gegaan, gelden in dit verband niet als nieuwe leerlingen.

DUO geeft via het zogenoemde Kijkglas-3 inzicht in de ontwikkelingen in de leerlingaantallen. In samenwerking met het ministerie van OCW is een model ontwikkeld waarmee aan de hand van de gegevens uit Kijkglas-3 de groeibekostiging automatisch wordt berekend, zowel voor het SWV PO respectievelijk VO als voor de (V)SO-school.

Hiervoor dient het brinnummer van het samenwerkingsverband/de (V)SO-school in het model te worden ingevoerd en moet worden aangegeven of binnen het SWV is afgesproken of ook de basisbekostiging personeel en/of de materiële bekostiging in de berekening van de groeiregeling moet worden meegenomen.

In de Toolbox vindt u onderstaande nieuwe modellen inclusief een uitgebreide toelichting op de groeiregeling in het (V)SO:

Map (voortgezet) speciaal onderwijs

MJB (V)SO 2015 vs 25mei2015

Kijkdoos groeiregeling voor vso 21mei2015

Toelichting Groeiregeling vs 20 mei2015

Map Samenwerkingsverbanden

MJB SWV Passend Onderwijs PO 2015 21mei2015

Kijkdoos groeiregeling voor SWV PO vs 18mei2015

MJB SWV Passend Onderwijs VO 2015 vs 22mei2015

Kijkdoos groeiregeling voor SWV VO vs 28 mei2015

Toelichting Groeiregeling vs 20 mei2015

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Samenwerkingsverband bepaalt toelaatbaarheid

Het samenwerkingsverband vo bepaalt of een leerling toelaatbaar is tot het voortgezet speciaal onderwijs (vso). De aanvraag daarvoor wordt gedaan door de school van aanmelding. Deze school heeft immers de zorgplicht en is verantwoordelijk voor een passende plek voor de leerling.

Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op vragen van SP-Kamerlid Tjitske Siderius. Zij had geopperd de scholen voor primair speciaal onderwijs een ‘schooladvies’ te laten geven, zoals gebruikelijk in het regulier onderwijs, en de toelaatbaarheidsverklaring voor deze leerlingen te laten aanvragen.

Dekker ziet hier niets in. ‘Hoe de procedure voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring wordt ingericht, bepaalt het samenwerkingsverband. Dat kan op basis van een onderbouwd dossier zijn, maar ook een gesprek kan daarvan onderdeel uitmaken.’

Over het idee voor het schooladvies zegt hij: ‘Dit advies gaat over het niveau van de leerling, niet over de benodigde ondersteuning of over een eventuele plaatsing in het vso.’

Ongeveer 70.000 leerlingen naar sbo of speciaal onderwijs

In het schooljaar 2013-2014 zaten circa 70.000 leerlingen in het speciaal basisonderwijs of op een speciale school voor basisonderwijs. Dat komt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) neer op ongeveer 5 procent.

Het primair onderwijs telde in 2013-2014 ruim 1,5 miljoen leerlingen. Dit is volgens het CBS exclusief het aantal leerlingen in het voorgezet speciaal onderwijs.

Circa 95 procent zat op een school voor regulier basisonderwijs. Ruim 38.000 leerlingen gingen naar het speciaal basisonderwijs en bijna 32.000 naar het speciaal onderwijs voor bijvoorbeeld zeer moeilijk lerende leerlingen of kinderen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen.

Het CBS meldt dat het aandeel leerlingen dat naar het speciaal basisonderwijs gaat de afgelopen jaren gestaag is afgenomen. ‘Voor het basisonderwijs op speciale scholen nam het aandeel tot het schooljaar 2007-2008 nog toe, daarna bleef het vrij stabiel. In absolute zin was de laatste twee jaren zelfs sprake van een lichte daling, vooral in cluster 3.’

Dit kwam volgens het CBS deels doordat het vanaf 2008 de mogelijkheid ontstond om leerlingen vanaf 13 jaar in te schrijven in het voortgezet speciaal onderwijs. Leerlingen vanaf 14 jaar worden daardoor minder vaak meegerekend bij speciale scholen voor basisonderwijs.

Op dit moment verschilt sterk per regio hoeveel leerlingen naar het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs gaan. In het schooljaar 2013-2014 was dit aandeel het hoogst in Limburg en in Overijssel. Drenthe had het laagste aandeel, wat volgens het CBS vooral komt door het kleine aandeel leerlingen in het speciaal onderwijs.

Inspectie ziet vanaf augustus toe op schorsing (v)so

Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) hebben met ingang van het nieuwe schooljaar de wettelijke mogelijkheid leerlingen te schorsen. De Inspectie van het Onderwijs gaat erop toezien of dat zorgvuldig gebeurt.

Doordat de Wet op de expertisecentra (WEC) nu de mogelijkheid tot schorsing van een (v)so-leerling nog niet kent, is een eventuele schorsing een zaak tussen de school en de ouders. De Inspectie van het Onderwijs is er nog niet officieel bij betrokken. Nu schorsing per 1 augustus 2014 in de wet zal zijn opgenomen, gaat de inspectie hier wel op toezien.

Van scholen wordt verwacht dat zij bij een schorsing zorgvuldig te werk gaan en vaste procedures volgen. Veel scholen en besturen stellen daarom een schorsings- en verwijderingsprotocol op. In voorkomende gevallen toetst de rechter of dit protocol gevolgd is.

In een protocol moet ook staan wie bevoegd is om tot schorsing te besluiten. Dat is in eerste instantie het bestuur, maar het bestuur mag deze bevoegdheid mandateren aan bijvoorbeeld de schooldirecteur. Dit dient te zijn opgenomen in de schoolgids, omdat het ook voor ouders belangrijke informatie is.

De school dient te zorgen voor voortgang van het onderwijs aan de geschorste leerling. Dat betekent bijvoorbeeld dat er huiswerk wordt meegegeven en dat dit ook wordt beoordeeld en besproken met de leerling. De school zorgt er ook voor dat de contacten met de leerling en de ouders in de schorsingsperiode naar behoren worden onderhouden.

Volgens de nieuwe regels zijn scholen verplicht om schorsingen van langer dan één dag bij de inspectie te melden. Met ingang van het nieuwe schooljaar 2014-2015 is er een meldingsformulier beschikbaar in het Internet Schooldossier (ISD). De schorsing moet met behulp van dit formulier bij de inspectie worden gemeld.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Waar moet toelaatbaarheidsverklaring aan voldoen?

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft een factsheet gemaakt met daarin de eisen voor de toelaatbaarheidsverklaringen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs.

De factsheet is handig als u antwoord wilt op de vraag welke gegevens u nodig hebt voor het uitwisselen van toelaatbaarheidsverklaringen met het Basisregister Onderwijs (BRON). Ook bevat de factsheet een voorbeeld van een toelaatbaarheidsverklaring.

De informatie is bestemd voor samenwerkingsverbanden binnen het primair en het voortgezet onderwijs, scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4 en softwareleveranciers.

Handreiking
Om scholen en samenwerkingsverbanden bij het afgeven van toelaatbaarheidsverklaringen te ondersteunen, hebben de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad in overleg met DUO en het ministerie van OCW een handreiking opgesteld.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Geen uniforme voorwaarden voor toelating cluster 1 en 2

Er komen geen uniforme voorwaarden voor de toelating van leerlingen tot cluster 1- en 2-scholen. Dat laat staatssecretaris Sander Dekker van OCW weten in antwoord op Kamervragen.

Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) had de vragen gesteld naar aanleiding van een brief van verontruste ouders over knelpunten in de overgang van visueel, auditief en communicatief beperkte kinderen naar passend onderwijs. Ypma wilde onder andere weten of er uniforme voorwaarden komen voor de toelating van leerlingen tot dit deel van het speciaal onderwijs. Dekker antwoordt dat hij daar niet voor gaat zorgen.

Hij wijst erop dat met de invoering van passend onderwijs de wettelijk vastgelegde indicatiecriteria komen te vervallen. De verantwoordelijkheid voor toelating komt bij de instellingen te liggen. Onder andere over de procedure van toelating tot cluster 1 of 2 zijn wel handreikingen opgesteld.

‘De instelling of de reguliere school waar de leerling is aangemeld of staat ingeschreven vraagt de toelaatbaarheid tot een instelling aan bij de commissie van onderzoek. Deze commissie beoordeelt of een leerling is aangewezen op onderwijs op de instelling of op ondersteuning vanuit de instelling’, zo antwoordt Dekker.

Op de vraag of de commissie onafhankelijk is, antwoordt de staatssecretaris dat de voorwaarden waaraan een commissie van onderzoek moet voldoen, wettelijk zijn voorgeschreven. ‘Zo moet de commissie naast de vertegenwoordiger van de instelling bestaan uit ten minste een academisch gevormd psycholoog of pedagoog, een maatschappelijk werker en een arts die vertrouwd is met het onderzoek van kinderen met een visuele, auditieve en/of communicatieve beperking.’

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Inspectie pareert kritiek van ‘wetenschapper’ Jaap Dronkers

De Inspectie van het Onderwijs is de laatste jaren niet softer geworden. Dat stelt hoofdinspecteur Primair Onderwijs en Expertisecentra Arnold Jonk in reactie op kritiek van de omstreden professor Jaap Dronkers.

In een bijdrage van Dronkers op de opiniewebsite Stuk Rood Vlees stelt Dronkers dat het aandeel zwakke en zeer zwakke scholen groter is dan de inspectie in het jongste Onderwijsverslag meldt. Hij vindt dat de inspectie ‘ondoorzichtig’ is in de vaststelling of een school (zeer) zwak is. Bovendien zou de inspectie te soft zijn.

De professor van Maastricht University – hij werkte mee aan de totstandkoming van de aan alle kanten rammelende en simplistische Cito-scorelijst van RTL Nieuws – vindt dat de inspectie moet worden onderworpen aan kwaliteitscontroles van wetenschappers. ‘Als buitenstaanders de inspectie en sectorraden niet scherp zouden houden, zouden zij er veel gemakkelijker een potje van maken en na enige tijd de transparantie overbodig verklaren’, aldus Dronkers.

Scholen verschillen van elkaar
Hoofdinspecteur Arnold Jonk reageert op dezelfde opiniewebsite. Hij stelt dat de inspectie voor het beoordelen van scholen een andere, want veel arbeidsintensievere methode gebruikt dan Dronkers. ‘Scholen verschillen in heel veel opzichten van elkaar, hebben verschillend beleid en verschillende omstandigheden. Dit uit zich ook in verschillende leerlingpopulaties, verschillen die je niet direct kunt aflezen uit de postcode of het percentage gewichtenleerlingen.’

Jonk vervolgt: ‘Het is daarom bijzonder dat Dronkers de uitkomsten van onze werkwijze vergelijkt met die van hemzelf, en verschillen denkt te moeten verklaren door fouten in het werk van de inspectie. Dit terwijl iedere wetenschapper en iedereen die werkzaam is in het onderwijs (methodo)logische gaten kan aanwijzen in de berekening van toegevoegde waarde zoals Dronkers die deed die groot genoeg zijn om er een vrachtwagen doorheen te rijden’.

De hoofdinspecteur spreekt tegen als zou de inspectie te soft zijn geworden, zoals Dronkers stelt. ‘Wat er wel is gebeurd, is dat de laatste jaren heel veel zwakke scholen zich verbeterden’, aldus Jonk.

Gemeenten kijken strenger naar leerlingenvervoer

Iets meer dan de helft van de gemeenten is de gemeentelijke Verordening Leerlingenvervoer strenger gaan toepassen. Dit betreft vooral het dure aangepast vervoer. Dat staat in de Monitor Leerlingenvervoer 2013.

Ruim eenderde van de gemeenten zegt de verordening strenger toe te passen met betrekking tot het type onderwijs waarnaar vervoerd wordt, de reden voor vervoer en/of de afstand. Bij de afstand van huis naar school (en visa versa) is in veel gemeenten de kilometergrens verhoogd naar 6 kilometer.

Driekwart van de gemeenten geeft te kennen de Verordening leerlingenvervoer aan te gaan passen of dat al te hebben gedaan. Een kwart laat de verordening ongemoeid. Van de gemeenten die de verordening aanpassen, neemt iets meer dan de helft de nieuwe Modelverordening leerlingenvervoer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over. De meeste gemeenten lijken wijzigingen door voeren binnen het soort vervoer.

Ruim eenderde van de gemeenten heeft overleg binnen een samenwerkingsverband passend onderwijs. Dit overleg gaat onder andere over aanbesteding en uitvoering van het leerlingenvervoer en over de consequenties van de invoering van passend onderwijs. Bij ruim een kwart van de gemeenten staat dit overleg op korte termijn gepland. Bij de helft van de gemeenten staat het leerlingenvervoer op de agenda van het op overeenstemming gericht overleg met het samenwerkingsverband.

Nieuwe website toont resultaten primair onderwijs

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft maandag in Utrecht het officiële startsein gegeven voor de website www.scholenopdekaart.nl. Met deze website laat het primair onderwijs transparant de resultaten van scholen zien.

De website bevat de eerste informatie van alle basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs. Zij tonen daarmee hun resultaten in de context van de scholen. Er staan onder andere gegevens op over de herkomst van de leerlingen, hun vervolgonderwijs, de samenstelling van het team, het oordeel van de Inspectie van het Onderwijs en het gemiddelde resultaat van de eindtoets. De website is nog in ontwikkeling en zal de komende jaren verder uitgroeien tot een middel waarmee ouders en andere belanghebbenden eenvoudig informatie kunnen vinden.

De lancering van de website door staatssecretaris Dekker was in basisschool De Schakel in Utrecht-Overvecht.

OCW doet nog één keer groeibekostiging (v)so

Het ministerie van OCW en DUO voeren nog één keer de groeibekostiging voor het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) uit op basis van de teldatum 16 januari 2014.

De samenwerkingsverbanden (swv’s) passend onderwijs zullen per 1 augustus 2014 verantwoordelijk zijn voor het bekostigen van de groei in het (v)so op basis van de groeiteldatum 1 februari 2014.

De groeiregeling voor startende samenwerkingsverbanden is echter lastig uit te voeren. Daarom voert OCW de bekostiging van de groei van het aantal leerlingen in het (v)so op 16 januari 2014 nog één keer uit. Daarna komt het ministerie met een nieuwe en eenduidige aanpak.

Op die manier krijgen de swv’s meer tijd om zich in te werken in de nieuwe bekostigingssystematiek. Ze krijgen zo ook meer ruimte voor de inhoudelijke uitwerking van passend onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Gemiddelde groepsgrootte nauwelijks gestegen

De gemiddelde groepsomvang in het basis- en voortgezet onderwijs is nauwelijks gestegen ten opzichte van het afgelopen schooljaar. In het speciaal onderwijs nam de gemiddelde groepsgrootte af. Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

De gemiddelde groepsomvang in het basisonderwijs is dit schooljaar 25,7 leerlingen, terwijl dat vorig jaar 25,6 leerlingen was. In het voortgezet onderwijs telt de gemiddelde klas nu 26,3 leerlingen, terwijl het er vorig jaar gemiddeld 26 waren. In het speciaal onderwijs is een daling te zien van gemiddeld 12,9 naar 12,7 leerlingen.

Uit het AOb-onderzoek blijkt dat leraren in het basisonderwijs het liefst klassen van 22 à 23 leerlingen hebben. Dat is dus wat minder dan het huidige gemiddelde. Zogenoemde oversized klassen met meer dan 30 leerlingen komen met 19 procent het vaakst voor in basisscholen met meer dan 500 leerlingen.

Checklist ontbinding REC’s clusters 3 en 4

VOS/ABB heeft samen met de PO-Raad een checklist opgesteld met aandachtspunten die van belang zijn voor de ontbinding van Regionale Expertisecentra voor de clusters 3 en 4.

De checklist gaat in op bestuurlijk-juridische, personele en financiële aandachtspunten. Het bestuurlijk-juridische gedeelte is verzorgd door Klaas te Bos van VOS/ABB. Silvia Schouten van VOS/ABB schreef het gedeelte over de personele gevolgen. Het financiële aspect wordt belicht door oud-VOS/ABB’er Bé Keizer, die lid is van het expertteam passend onderwijs van de PO-Raad.

U kunt de checklist downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Subsidieregeling REC’s met jaar verlengd

Scholen voor speciaal onderwijs kunnen een jaar langer dan gepland aanspraak maken op de Regeling subsidie regionale expertisecentra

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de subsidieregeling met een jaar verlengd tot 1 augustus 2014. De subsidie is bedoeld voor leerlingen die ondersteuning nodig hebben die de school zelf niet kan bieden en die als gevolg van de pakketmaatregelen AWBZ 2009 een zwaarder beroep doen op het onderwijs. Het kabinet stelt hiervoor jaarlijks 10 miljoen euro beschikbaar. 

Deze tijdelijke regeling zou oorspronkelijk aflopen op 1 augustus 2012. De verlenging is een gevolg van de verschuiving van de invoering van de bekostigingssystematiek van passend onderwijs naar 1 augustus 2014.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl