Geen ruimte voor structureel meer geld

Er is geen ruimte in de begroting voor structureel extra geld voor het onderwijs. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob herhaald in een overleg met de Tweede Kamer over het lerarentekort.

‘De vraag om nog meer geld, ook voor de salarissen, is altijd legitiem’, zei Slob, daaraan toevoegend dat er geen ruimte is voor structureel extra geld. Wel houdt hij de mogelijkheid open dat er voor volgend jaar incidenteel meer geld komt.

Hij verwees daarbij naar de Algemene Politiek Beschouwingen, waarin premier Mark Rutte aangaf dat het kabinet mogelijk incidenteel extra geld uittrekt. Daarover is op 16 oktober een gesprek met de sociale partners.

Nieuwe cao

Slob drong er in het overleg met de Tweede Kamer nogmaals op aan dat de vakbonden en de PO-Raad nu eindelijk eens met een nieuwe cao moeten komen. Daarbij gaf hij hun het advies om voortaan niet meer eenjarige maar meerjarige cao’s af te sluiten.

Hij stipte de cao in het primair onderwijs aan om erop te wijzen dat er 285 miljoen euro loonbijstellingsgeld beschikbaar is, voor als er een nieuwe cao is. ‘Het zou fijn zijn als dat geld zo snel als mogelijk richting de sector gaat’, zo zei de minister.

Op 2’28” gaat Slob in op de vraag of er structureel meer geld kan komen voor het onderwijs.

Structureel 100 miljoen extra voor onderwijs

Het ziet er naar uit dat er de komende jaren structureel 100 miljoen euro extra naar onderwijs gaat. Volgens NOS Nieuws staat dit in de komende Voorjaarsnota van het kabinet.

Het onderwijs zou dit geld erbij krijgen omdat er meer leerlingen en studenten zijn dan was geraamd. Het geld is vooral bedoeld voor stimulering van techniekonderwijs, exacte vakken en ICT. Ook zou er de komende vijf jaar incidenteel extra geld voor onderwijs worden uitgetrokken: tussen de 90 en 100 miljoen euro per jaar. NOS Nieuws baseert zijn berichten op ‘bronnen rond het kabinet’.

De Voorjaarsnota is een tussentijdse rapportage van het ministerie van Financiën over het lopende begrotingsjaar. Deze wordt uiterlijk 1 juni aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. Wijzigingen in de Voorjaarsnota zijn het gevolg van ontwikkelingen nadat de begroting is opgesteld.