‘Besturen kiezen er zelf voor om meer geld uit te geven’

Het feit dat schoolbesturen meer geld uitgeven dan de vastgestelde normbedragen vloeit voort uit eigen keuzes. Het is niet vast te stellen of deze meeruitgaven nodig zijn, meldt demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer op basis van een evaluatie van de materiële instandhouding.

Bureau Berenschot deed in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de materiële instandhouding en de uitgaven van schoolbesturen in het primair onderwijs in de periode 2012-2014. Het onderzoek laat zien dat schoolbesturen gemiddeld 11 procent meer geld uitgaven dan de vastgestelde normbedragen.

Onderhoud, energie en leermiddelen

Aan het onderhoud van gebouwen werd gemiddeld 15 procent meer uitgegeven, aan gas en elektra maar liefst 81 procent en aan leermiddelen 5 procent. Aan schoonmaak daarentegen werd gemiddeld 7 procent minder uitgegeven.

Berenschot concludeert dat de hogere uitgaven aan het onderhoud van gebouwen het gevolg zijn van oude schoolgebouwen met relatief hogere onderhoudslasten. Maar ook nieuwe gebouwen kunnen hoge onderhoudskosten met zich meebrengen, omdat daar vaak complexe installaties in zitten, waar de programma’s van eisen (PvE’s) geen rekening mee houden.

De hogere uitgaven aan het energieverbruik zijn het gevolg van een hoger gerealiseerd verbruik dan waarmee in het normbedrag rekening is gehouden. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de toename van het gebruik van apparaten en installaties en het relatief hoge gasverbruik in oudere gebouwen.

Eigen keuzes

De meeruitgaven zijn het gevolg van eigen keuzes van schoolbesturen om de door hen gewenste kwaliteit van het voorzieningenniveau te realiseren, meldt Dekker op basis van de evaluatie. Het wijst er in zijn brief aan de Tweede Kamer op dat niet is vast te stellen of deze meeruitgaven nodig zijn geweest om een voldoende voorzieningenniveau te bewerkstelligen of dat schoolbesturen ambitieuzere plannen hebben nagestreefd.

De staatssecretaris meldt dat Berenschot niet automatisch de conclusie trekt dat de vergoeding per PvE ontoereikend is.

Lees meer…

Hogere kosten en baten in evenwicht

Het lijkt erop dat de stijging van personele uitgaven in het voortgezet onderwijs in 2017 gelijke tred zal houden met de stijging van de bekostiging, meldt de VO-raad.

De sectororganisatie zegt zich voor deze verwachting te baseren op de nu beschikbare gegevens. ‘Belangrijk voor deze verwachting is een inschatting van de loonruimte, die het kabinet dit jaar beschikbaar zal stellen’, aldus de VO-raad.

Het kabinet heeft in november toegezegd extra bekostiging te zullen toekennen vanwege de gestegen pensioenpremies. De hogere kosten worden ook veroorzaakt door een eenmalige uitkering van 500 euro.

Overheidsuitgaven per leerling gestegen

In 2015 lagen de overheidsuitgaven per leerling in het basis- en voortgezet onderwijs 1600 euro respectievelijk 900 euro hoger dan het jaar daarvoor. Dat blijkt uit informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2014 bedroegen de overheidsuitgaven per leerling in het basisonderwijs 48.200 euro. In 2015 was dat 49.800 euro. Het voortgezet onderwijs liet een stijging zien van 48.300 naar 49.200 euro per leerling.

Als wordt gekeken naar de overheidsuitgaven per einddiploma, dan is het vmbo het goedkoopst met 85.000 euro. Voor het havo-diploma geeft de overheid 93.000 euro uit en voor een vwo-diploma 99.000 euro.

Lees meer…

 

 

 

Uitgaven aan onderwijs in 2014 licht gedaald

De uitgaven aan onderwijs zijn in 2014 met bijna 0,7 procentpunt gedaald, tot 41,3 miljard euro. Dit is 6,2 procent van het bruto binnenlands product, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS merkt op dat de ontwikkeling van de onderwijsuitgaven tussen 2013 en 2014 wordt vertekend door de eenmalige extra middelen die het primair en voortgezet onderwijs ontvingen naar aanleiding van het Nationaal Onderwijsakkoord.

Deze bijdrage van 150 miljoen euro was bedoeld om jonge docenten in dienst te houden of te nemen. Deze middelen werden aan het eind van 2013 als onderdeel van de lumpsum aan de instellingen overgemaakt voor besteding in 2014.

Verder meldt het CBS dat naar aanleiding van de begrotingsafspraken voor 2014 eind 2013 een bedrag van in totaal 650 miljoen euro is toegevoegd aan de lumpsum van het primair, voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs. Dit geld is bedoeld voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit en voor innovatie.

‘Doordat deze middelen laat in het jaar zijn uitgekeerd, hebben de instellingen deze voor het grootste deel pas vanaf 2014 besteed. Zonder deze extra uitkeringen, die de Rijksbijdrage in 2013 eenmalig hebben verhoogd, zou de ontwikkeling in 2014 positief zijn’, aldus het CBS.

Lees meer…