Verlengde onderwijstijd werkt niet vanzelf

Verschillende factoren kunnen de effectiviteit van onderwijstijdverlenging vergroten. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

In 2009 begon een vierjarige pilot met onderwijstijdverlenging om onderpresteren tegen te gaan. Nu de pilot is afgelopen, maakt Dekker de balans op. Hoewel er volgens hem geen blauwdruk bestaat voor een aanpak die overal toepasbaar is, zijn er wel verschillende factoren die de effectiviteit van onderwijstijdverlenging kunnen vergroten.

Hieronder staan de belangrijkste elementen die hij in zijn brief aan de Tweede Kamer noemt:

  • Effectief onderwijsaanbod: het effect van onderwijstijdverlenging is het grootst als het onderwijsaanbod goed aansluit bij het doel dat wordt beoogd. ‘Hoewel muziekles of excursies bij kunnen dragen aan de bredere ontwikkeling van leerlingen, blijkt (…) dat het effect van degelijke activiteiten op de taal- en rekenprestaties beperkt is’, aldus Dekker.
  • Positief imago en hoge ambitie: uit de pilot blijkt dat het mogelijk is om extra onderwijstijd tot iets ‘begeerlijks’ te maken door een positieve toonzetting, een nadruk op schoolsucces en het stellen van een hoge ambitie. ‘In plaats van te trekken aan kinderen, wordt het aanbod daarmee aantrekkelijk voor kinderen’, zo staat in de brief.
  • Strenge selectie: extra onderwijstijd is vooral effectief als een leerling gemotiveerd is, zelfstandig kan werken en een goede werkhouding heeft. ‘De hoge ambitie van de school moet overeenkomen met de verwachtingen en leergierigheid van de leerling. Hiermee moet bij de selectie van leerlingen rekening worden gehouden’, schrijft de staatssecretaris.
  • Topdocenten: Dekker verwacht van docenten dezelfde werkhouding en ambitie als van de deelnemende leerlingen. ‘Dit vereist dat zij werken aan continue kwaliteitsverbetering door scholing, (onderlinge) coaching en klassenbezoeken.’
  • Krachtige aansturing: het verwezenlijken van de hoge ambitie vraagt volgens Dekker om een sterke (onderwijskundige) projectleider. ‘Deze dient niet enkel het project te coördineren, maar levert tevens een concrete bijdrage aan het creëren van een omgeving waarin leerlingen worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen.’
  • Duur en intensiteit: extra onderwijstijd heeft enkel een structureel effect op de ontwikkeling van leerlingen indien er sprake is van een ‘frequent en beduidend onderwijsaanbod’. Een paar uur per week gedurende een maand volstaat niet, benadrukt Dekker.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Scholen beginnen met verlengde onderwijstijd

In totaal trekt het ministerie dit jaar 12 miljoen euro uit voor dit experiment met extra onderwijstijd. In de drie jaar daarna is steeds 15 miljoen euro beschikbaar. De verlengde onderwijstijd is bedoeld om taal- en rekenachterstanden weg te werken. Tegelijk wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van de verlenging van de onderwijstijd op de leerprestaties van kinderen.

In Vlissingen, Arnhem, Delft, Roosendaal en Almere worden met het subsidiegeld zomerscholen ingericht. Daarnaast gaan er 23 projecten met een verlengde schooldag van start, onder meer in Rotterdam, Groningen, Maastricht, Hulst en Terneuzen. Hiervoor worden kinderen met achterstanden geselecteerd.

De Almeerse Scholengroep in Almere, lid van VOS/ABB, krijgt subsidie voor twee projecten. Het bestuur kan zomerscholen inrichten op 12 basisscholen in samenwerking met twee vo-scholen, en daarnaast beginnen met verlengde onderwijstijd op een aantal basisscholen. De zomerscholen gaan in de zomer van 2010 van start; met de verlengde schooldag wil de Almeerse Scholengroep zo snel mogelijk beginnen. Dat gebeurt in elk geval op De Egelantier, waar Dijksma het experiment vandaag officieel aankondigde.