Leraren kunnen weer geld krijgen voor goede ideeën

Ook in het schooljaar 2018-2019 kunnen leraren in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs weer een aanvraag indienen bij het LerarenOntwikkelFonds voor het uitwerken van goede ideeën.

Het moeten vernieuwende ideeën zijn over de eigen professionalisering die de kwaliteit van het onderwijs stimuleren. Leraren selecteren zelf de ideeën en beoordelen ze, helpen elkaar bij de uitvoering ervan en delen de opgedane kennis. De minimale bijdrage is 4000 euro, de maximale bijdrage 75.000 euro.

In schooljaar 2018-2019 zijn er drie aanvraagrondes:

  • 13 augustus 2018 tot 17 september 2018
  • 18 september 2018 tot 22 januari 2019
  • 23 januari 2019 tot 16 april 2019

Lees meer…

Hoog tijd voor nieuw curriculum

Leerlingen en hun ouders vinden dat het hoog tijd is om het landelijk curriculum aan te pakken, ze willen meer verbinding tussen vakken en de keuzeruimte moet groter zijn dan nu het geval is. Dit concludeert de Regiegroep Onderwijs2032 in een advies dat aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW is overhandigd.

Uit het advies blijkt verder dat leerlingen en ouders naast vakinhoudelijke kennisoverdracht meer aandacht willen voor vakoverstijgende vaardigheden, burgerschap en digitale geletterdheid.

De Regiegroep Onderwijs2032 ziet voldoende mogelijkheden om met alle betrokken partijen een volgende stap te zetten naar vernieuwde kerndoelen. De huidige kerndoelen zijn 10 jaar oud en sluiten niet altijd meer goed aan op eigentijdse lessen.

Volgens de regiegroep spelen lerarenteams een cruciale rol in het vernieuwingsproces.

Lees meer…

Volop ruimte voor vernieuwing in openbaar onderwijs

Er is in het openbaar onderwijs volop ruimte voor vernieuwing en inbreng van ouders. Dat stelde de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) woensdag in het Radio 1-programma Dit is de dag.

Het radioprogramma besteedde aandacht aan de toename van het aantal initiatieven om een zogenoemde vrije school op te richten. Reden daarvoor zou ontevredenheid zijn bij sommige ouders die zich niet kunnen vinden in het bestaande onderwijsaanbod. In de uitzending kwam staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan het woord, die zijn wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen toelichtte.

Volop aanbod

Woordvoerder Michiel Jongewaard van VOO gaf aan bedenkingen te hebben. ‘Wij zien ook dat ouders zich steeds meer betrokken voelen bij het onderwijs van hun kind. Maar binnen de openbare scholen is er genoeg aanbod en vernieuwing: we hebben al montessorischolen, daltonscholen, jenaplanscholen, sterrenscholen en iPadscholen.’

Dekker zei dat hij het goed vindt dat er andere scholen zijn naast het openbaar onderwijs, ‘dat vrij is en neutraal’. Maar volgens de VOO-woordvoerder was de term neutraal niet goed gekozen. ‘Juist de diversiteit en de ruimte voor het beleven van de eigen opvattingen en levensovertuiging maakt het openbaar onderwijs zo bijzonder’, aldus Jongewaard.

Dekker beaamde daarop dat het ‘mooie van openbaar onderwijs is dat het vrij is van een specifieke identiteit en daarmee toegankelijk voor iedereen’.

Het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen ligt nu bij de Raad van State.

‘Vernieuwers verwoesten rekenonderwijs’

Leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen niet meer goed rekenen. Dat stelt wiskundelerares Karin den Heijer van het openbare Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam.

In een ingezonden brief die woensdag in de Volkskrant is gepubliceerd, stelt ze dat vernieuwers het rekenonderwijs hebben verwoest. Den Heijer baseert zich op haar eigen bevindingen en op rekenpilots, waarvan de resultaten onlangs naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

In plaats van de staartdelingen en de rijen met sommen die leerlingen vroeger op de basisschool moesten maken, is het rekenonderwijs van nu met zijn verhaaltjessommen volgens Den Heijer vooral een oefening begrijpend lezen. Het resultaat is, zo schrijft ze, dat de huidige leerlingen uit groep 8 slechter kunnen rekenen dan ooit. Ze ziet die negatieve ontwikkeling ook in het voortgezet onderwijs.

Lees de ingezonden brief en luister via de website van RTV Rijnmond naar een interview met Den Heijer.

Wat heeft commissie-Dijsselbloem opgeleverd?

Heeft het parlementaire onderzoek naar onderwijsvernieuwingen geleid tot een structurele verandering van de onderwijspolitiek? De Vaste Kamercommissie voor OCW heeft de Onderwijsraad gevraagd daar onderzoek naar te doen.

In 2007 deed een parlementaire commissie onder leiding van toenmalig PvdA-Kamerlid Jeroen Dijsselboem onderzoek naar onderwijsvernieuwingen die in de 20 jaar daarvoor waren ingevoerd, zoals de basisvorming, het studiehuis en het vmbo.

Aanleiding voor het onderzoek was de aanhoudende kritiek op deze vernieuwingen en de wijze waarop ze werden ingevoerd. De conclusie van de parlementaire commissie was dat onderwijsvernieuwingen van bovenaf waren ingevoerd, zonder voldoende rekening te houden met draagvlak in het onderwijs zelf.

De Vaste Kamercommissie voor OCW wil nu weten of de conclusies en aanbevelingen van de commissie-Dijsselbloem hebben geleid ‘tot een structurele verandering van de onderwijspolitiek, uitmondend in een groter maatschappelijk vertrouwen in de kwaliteit van het onderwijs en een grotere betrokkenheid van de actoren in het veld’.

Een belangrijke vraag hierbij is hoe het onderwijsbeleid kan ‘balanceren tussen centrale sturing en decentrale autonomie met het oog op het realiseren van duurzame onderwijskwaliteit’.

De Onderwijsraad verwacht dat het onderzoek in het eerste kwartaal van 2014 wordt afgerond.