Bètatechniek in voortgezet onderwijs groeit

Bètatechniek neemt in vmbo, havo en vwo een groeiende aandeel voor zijn rekening, blijkt uit de highlights uit de Techniekpact monitor 2018.

Het aandeel vmbo-leerlingen dat in het derde leerjaar van de basisberoeps- of kadergerichte opleiding koos voor een technisch profiel, nam de laatste jaren weliswaar af, maar dat aandeel groeide onder de gediplomeerde vmbo’ers in de gemengde en theoretische leerweg.

Dit aandeel nam bij vmbo-basisberoeps af van 30 procent in het schooljaar 2007-2008 tot 24 procent in 2017-2018. Bij vmbo-kader was in diezelfde periode een afname te zien van 26 tot 22 procent. De groei bij vmbo-gemengd en -theoretisch in de periode van 2006-2007 tot 2016-2017 bedroeg 37>40 procent respectievelijk 38>41 procent.

Het aandeel havo- en vwo-leerlingen met een N-profiel is van 2007-2008 tot 2017-2018 ook toegenomen. Bij de havo was die groei 34>42 procent en bij vwo 55>61 procent. Deze groei deed zich zowel onder jongens als onder meisjes voor.

‘Complexe leerlingen verdienen meer ondersteuning’

De Onderwijsraad pleit in een advies over passend onderwijs voor verhoogde inzet op de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaanbod voor leerlingen met complexere ondersteuningsbehoeften.

De raad doelt bijvoorbeeld op leerlingen met een autismespectrumstoornis die op cognitief niveau havo of vwo aankunnen. Een andere groep bestaat uit leerlingen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen in combinatie met een verstandelijke beperking. Het aanbod voor deze leerlingen is volgens de Onderwijsraad ‘nog steeds onvoldoende’.

Het advies aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob luidt om bij de ontwikkeling van nieuw structureel ondersteuningsaabod voor complexe leerlingen gebruik te maken van expertise vanuit de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

De raad voegt daaraan toe ervan uit te gaan dat de onderwijsministers de toezegging van voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW nakomen om met de betreffende onderwijsorganisaties om de tafel te gaan zitten en te bevorderen dat in álle samenwerkingsverbanden aanvullend aanbod tot stand komt.

Lees meer…

Meer meisjes kiezen techniek

Meer meisjes op havo en vwo kiezen voor een technische richting, maar in het vmbo is die trend nauwelijks waarneembaar, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het schooljaar 2006-2007 koos 2 procent van de havo-meisjes en 6 procent van de vwo-meisjes voor Natuur en Techniek, waarbij wiskunde b, natuur- en scheikunde verplicht zijn. In 2017-2018 was dit toegenomen tot respectievelijk 10 en 28 procent.

De stijging werd volgens het CBS ingezet in het schooljaar 2007-2008, toen de vernieuwde tweede fase werd ingevoerd. Hierdoor werd het eenvoudiger om de profielen Natuur en Techniek en Natuur en Gezondheid te combineren in een vakkenpakket. Vooral onder meisjes in het vwo is dit dubbelprofiel populair.

Natuur en Techniek is nog steeds het populairst bij jongens. Ook zij kozen de afgelopen tien jaar vaker voor dit profiel, maar het verschil met de meisjes is kleiner geworden.

Weinig vmbo-meisjes kiezen techniek

Onder meisjes op het vmbo blijft Techniek de minst gekozen sector. In het schooljaar 2017-2018 koos 4 procent van de meisjes en 33 procent van de jongens in de leerjaren 3 en 4 van vmbo-b, vmbo-k en vmbo–g voor zo’n opleiding. Het percentage techniekmeisjes op het vmbo neemt nauwelijks toe.

Maatschappijprofielen sluiten niet aan op universiteit

Leerlingen met een natuurprofiel doen het beter op de universiteit, ook in de alfa- en gamma-opleidingen. Omdat dit niet het doel was van de verschillende vwo-profielen, pleit promovenda Els van Rooij voor een nieuwe discussie hierover. Zij vindt ook dat er meer universitair geschoolde vwo-leraren moeten komen. 

Uit haar onderzoek blijkt dat bètaleerlingen nieuwsgieriger zijn, meer wetenschappelijke interesse hebben en mede daardoor beter voorbereid lijken te zijn op de universiteit. Zij stelt dat de reden ook gezocht kan worden bij de negatieve beeldvorming van alfa- en gammawetenschap ten opzichte van bètawetenschap.

Wat betreft haar pleidooi voor meer universitair geschoolde vwo-leraren, benadrukt Van Rooij dat die nodig zijn voor een goede voorbereiding van vwo-leerlingen op een universitaire opleiding.

Lees meer…

Meer vwo’ers naar hbo, wisselend beeld bij pabo’s

Het aantal vwo’ers dat kiest voor een hbo-opleiding neemt toe, blijkt uit cijfers van de Vereniging Hogescholen. Daaruit blijkt ook dat de instroom bij de pabo’s nogal wisselend is.

De instroom vanuit het vwo is met 2,9 procent gestegen, na jaren van daling. Er is vooral een stijging te zien van het aantal mbo’ers dat naar het hbo gaat. De totale instroom in het hbo in dit studiejaar 5,5 procent hoger dan het jaar ervoor.

Bij de pabo’s is een wisselend beeld te zien. Zo is het aantal studenten aan de Hogeschool iPabo Amsterdam Alkmaar met 33 procent gestegen (60 studenten meer) en  daalde het aantal studenten aan de Marnix Academie in Utrecht met ruim 20 procent (75 minder).

De totale instroom in de pabo’s nam met 2,2 procent toe. Er hebben zich vooral meer mannen ingeschreven: bijna 18 procent meer.

Lees meer…

Minder havisten gaan studeren sinds invoering leenstelsel

Sinds de invoering van het leenstelsel voor studenten in 2015 is de doorstroom van havo naar hbo licht gedaald, terwijl de doorstroom van vwo naar universiteit vrijwel gelijk bleef, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De doorstroom van havo naar hbo steeg van 2007 tot 2015, toen het oude stelsel van studiefinanciering nog bestond. De sterkste stijging deed zich voor 2013 en 2014. Na de invoering van het leenstelsel daalde de doorstroom van havo naar hbo. Meer jongeren kiezen sindsdien voor een tussenjaar of gaan werken.

Ook het percentage vwo’ers dat aan een universiteit ging studeren nam toe in de periode 2007–2015. De sterkste toename vond plaats in 2014. In tegenstelling tot de doorstroom van havo naar hbo nam de doorstroom van vwo naar universiteit nauwelijks af na de invoering van het leenstelsel.

Lees meer…

AD-bericht over daling aantal vmbo’ers geen nieuws

Het bericht in het Algemeen Dagblad over het afnemende aantal vmbo’ers is niet verrassend: in 2016 meldde Onderwijs in Cijfers al dat het aantal vmbo’ers in de loop der jaren fors zal afnemen.

De krant meldt op basis van een eigen analyse dat dit schooljaar ruim 2000 leerlingen minder in de derde klas van het vmbo terecht zijn gekomen dan het jaar ervoor. Het totale aantal scholieren dat in de derde klas zit, steeg iets. Die extra kinderen zitten vooral in havo- en vwo-klassen.

Dit past precies in de trend die Onderwijs in Cijfers in 2016 al meldde en waarover VOS/ABB destijds berichtte.

Lees meer…

 

 

Rekentoets telt vanaf dit schooljaar niet meer mee

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat de rekentoets dit schooljaar niet meer meetelt voor het vwo-eindexamen. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob vrijdag getwitterd. Kort daarna verscheen er een brief met toelichting.

Slob liet onlangs al weten dat zijn inzet was om de rekentoets niet meer mee te laten tellen voor het vwo-eindexamen. Dat zei hij in antwoord op Kamervragen van Rudmer Heerema van de VVD, Paul van Meenen van D66 en Lisa Westerveld van GroenLinks.

Zij benadrukten dat leerlingen, docenten en scholen snel moesten weten waar ze aan toe zijn. Die helderheid is er nu dus: de rekentoets telt niet meer mee. Dat was overigens al het geval voor de eindexamens havo en vmbo.

Rekentoets nog wel afgenomen

In de brief met toelichting van Slob staat dat de rekentoets nog wel wordt afgenomen. Leerlingen kunnen het cijfer dat zij behalen, gebruiken als het gunstig is voor het behalen van cum laude. Als het daar ongunstig voor is, telt het niet mee. Deze mogelijkheid geldt alleen dit schooljaar. In de toelichting staat ook dat het behaalde cijfer voor de rekentoets wordt vermeld op de cijferlijst.

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) reageert laaiend enthousiast op het nieuws:

Kindje van Dekker

De rekentoets werd in het schooljaar 2013-2014 ingevoerd. Toenmalig VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW dacht dat hiermee de rekenkwaliteiten in het voortgezet onderwijs konden worden verbeterd.

Er kwam echter veel kritiek op de toets, omdat die vooral een toets begrijpend lezen zou zijn en niet de rekenkwaliteiten van leerlingen zou meten. Dekker bleef eraan vasthouden, maar nu hij van het politieke onderwijstoneel is verdwenen sneuvelt de toets.

Het mag wel opmerkelijk worden genoemd dat de ministerraad met afschaffing heeft ingestemd, in die zin dat Dekker daar nu als minister van Rechtsbescherming deel van uitmaakt. Het positieve bericht van Slob over het definitieve einde van de rekentoets – live and direct getweet – staat in contrast met het enthousiasme dat Dekker er altijd over tentoonspreidde.

Nederland hoger opgeleid: meer havo en vwo

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ziet dat in Nederland sinds 1990 een groter aandeel van de bevolking hoger is opgeleid. Meer mensen hebben een havo- of vwo-diploma gehaald en het aantal mensen met een opleiding op hbo- of universitair niveau is verdubbeld. Een steeds kleiner deel van de bevolking heeft geen startkwalificatie.

Het SCP meldt in het rapport De sociale staat van Nederland ook dat meisjes/vrouwen het in het onderwijs beter zijn gaan doen dan jongens/mannen. In 1990 was 53 procent van de mensen met een diploma in het hoger onderwijs man en 47 procent vrouw, sinds de eeuwwisseling is die verhouding ongeveer 44 om 56 procent.

In het rapport staat verder dat Nederlanders met een migratieachtergrond nog altijd een onderwijsachterstand hebben, maar dat hun gemiddelde opleidingsniveau wel stijgt. Doordat ook het opleidingsniveau van autochtone Nederlanders omhoog gaat, blijft het verschil tussen autochtoon en allochtoon echter bestaan.

Een ander punt dat het SCP aanstipt, is dat de prestaties van de huidige generatie leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs slechter is voor met name wiskunde en rekenen dan vijftien tot twintig jaar geleden.

Lees meer…

Havo heeft meeste zittenblijvers

In 2016 bleef 9,9 procent van de havo-jongens in de derde klas of hoger zitten, tegen 7,7 procent van de meisjes. Het aandeel zittenblijvers op de havo is hoger dan op het vmbo en het vwo, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De afgelopen jaren werd de groep zittenblijvers in de havo naar verhouding kleiner. In 2011 deed nog 11,3 procent van de jongens en 9,3 procent van de meisjes in havo 3 tot en met 5 een jaar over. Het verschil tussen jongens en meisjes bleef vrijwel gelijk.

Zonder startkwalificatie veel minder kans op werk

Wie geen startkwalificatie heeft, komt veel moeilijker aan werk dan wie wel een havo-, vwo- of mbo2-diploma heeft behaald. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS heeft vanaf 2003 tot en met 2016 de arbeidsdeelname vergeleken van jongeren zonder en jongeren met startkwalificatie. Het betreft specifiek de leeftijdscategorie 15-25 jaar.

Zonder startkwalificatie ligt de arbeidsdeelname in de loop er jaren rond de 50 procent, terwijl dat met startkwalificatie rond de 70 procent ligt.

Bekijk grafiek

Minder kinderen uit arme gezinnen naar havo of vwo

Relatief weinig kinderen uit arme gezinnen zitten op havo of vwo. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de situatie in Den Haag.

In Den Haag volgt 21 procent van de kinderen van 12 tot 18 jaar uit gezinnen met risico op armoede onderwijs op havo/vwo-niveau, tegen 39 procent van de kinderen uit andere gezinnen. Van de kinderen met risico op armoede zit 36 procent op het vmbo, bij gezinnen zonder laag inkomen is dat 24 procent.

In 2014 groeiden bijna 21.000 kinderen in Den Haag op in een huishouden met een laag inkomen. In de Schilderswijk, Moerwijk en het Transvaalkwartier waren relatief veel arme gezinnen. In deze wijken had meer dan 30 procent van de huishoudens met minderjarige kinderen in 2014 een laag inkomen. In de wijken Westbroekpark en Duttendel en in de Vogelwijk was dat minder dan 4 procent.

Lees meer…

(Nog) geen verschraling voortgezet onderwijs door krimp

Het onderwijsaanbod in het voortgezet onderwijs is ten opzichte van vorig jaar niet verschraald. Dat is ook niet het geval voor de technische profielen in het vmbo. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de gevolgen van demografische krimp en dalende leerlingenaantallen in het voortgezet onderwijs.

Dekker ziet wel dat de afname van het aantal leerlingen ertoe leidt dat er in het voortgezet onderwijs kleinere afdelingen komen, met name in het technisch vmbo en in het vwo. ‘Omdat de leerlingendaling nog zeker een decennium aanhoudt, is dat een reden voor zorg’, aldus de staatssecretaris.

Hij dringt er bij alle betrokkenen op aan om op regionaal niveau samen te bepalen wat een adequaat onderwijsaanbod is en hoe ze dat op een toekomstbestendige manier kunnen organiseren.

Lees meer…

In het zomernummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over krimp in het voortgezet onderwijs.

Havo- en vwo-leerlingen oriënteren zich beter op studie

Havo- en vwo-leerlingen oriënteren zich meer en vaker op een vervolgstudie en hebben ook een betere kennis van de uiterste aanmelddatum dan mbo’ers. Dat staat in het onderzoeksrapport Studeer met een plan 2016.

De campagne Studeer met een plan had volgens de onderzoekers tussen april en juni vorig jaar een hoog bereik. Er stonden in die periode twee onderwerpen centraal in de campagne: aanmelden en financiën.

Opmerkelijk in de huidige tijden waarin jongeren social media gebruiken: radiospotjes bleken in de campagne een stuk effectiever dan posts op Facebook.

Lees meer…

 

Dubbeladvies: lat te hoog, meer zittenblijvers

Het ministerie van OCW, de VO-raad en DUO vermoeden dat het aantal zittenblijvers toeneemt doordat leerlingen na een dubbeladvies de lat te hoog leggen, meldt het Algemeen Dagblad.

De krant meldt dat het aantal zittenblijvers in het voortgezet onderwijs na een jarenlange daling weer is toegenomen.  Vorig jaar gingen 54.720 scholieren niet over of zakten ze, blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Dubbeladvies leidt tot trendbreuk

De trendbreuk zou te maken kunnen hebben met het dubbeladvies. Als een leerling in groep 8 van de basisschool het advies vmbo-havo krijgt, zal hij of zij eerder voor havo dan voor vmbo kiezen. Sommigen leggen daarmee de lat te hoog en halen het jaar niet. Ze kunnen dan afstromen naar een lager niveau of doubleren.

‘Veel leerlingen zullen ervoor kiezen om het nog eens te proberen op het hogere niveau. Afstromen naar een lager niveau voelt immers vaak toch meer als falen’, zo citeert het AD woordvoerder Tea Jonkman van DUO.

Lees meer…

Kinderen van vluchtelingen doen het goed

Bijna vier op de tien kinderen van vluchtelingen die tussen 1995 en 1999 naar Nederland kwamen, zaten in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs op havo of vwo. Daarmee deden zijn het beter dan andere niet-westerse migrantenkinderen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) volgde ruim 53.000 kinderen van vluchtelingen uit de jaren 90. De grootste groep kwam uit Afghanistan, gevolgd door Irak en voormalig Joegoslavië.

Zij bleken het in het onderwijs beter te doen dan kinderen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Ze haalden gemiddeld hogere scores op de Cito-toets, kregen hogere adviezen voor voortgezet onderwijs en volgden in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs vaker havo of vwo.

Lees meer…

Rekentoets in huidige vorm heeft langste tijd gehad

De komende maanden wordt een alternatief voor de rekentoets uitgewerkt. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Er komt een alternatief voor de rekentoets voor het vmbo en ook een voor havo en vwo. De Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NVvW) is betrokken bij de uitwerking ervan, schrijft de staatssecretaris. Daarbij zijn niet alleen wiskundeleraren betrokken, maar ook wetenschappers en deskundigen van het nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling SLO.

‘De komende maanden zullen zij het alternatief verder uitwerken en andere partijen raadplegen die betrokken zijn bij het rekenonderwijs. Ook wordt er een tijdpad voor de uitwerking en invoering van het alternatief opgesteld’, aldus Dekker.

Lees meer…

Niet meer meetellen?

Wiskundedocent Karin den Heijer van het openbare Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, die tevens bestuurslid is van Beter Onderwijs Nederland (BON), vraagt op Twitter naar aanleiding van dit nieuws aan Dekker of nu ook het cijfer van ‘deze ondeugdelijke toets’ niet meer meetelt:

Ook vraagt ze zich af wat ‘deze grap’ heeft gekost:

Den Heijer is al sinds het begin fel tegenstander van de rekentoets, omdat die volgens haar niet zozeer rekenvaardigheden toetst, maar vooral of leerlingen goed begrijpend kunnen lezen.

Aantal voortijdig schoolverlaters blijft dalen

Het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) is verder afgenomen, meldt minister Jet Bussemaker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

‘De teller staat nu op 22.948 nieuwe vsv’ers (voorlopig cijfer). Dat betekent dat er in schooljaar 2015/2016 ruim 1400 vsv’ers minder waren dan het jaar ervoor’, aldus Bussemaker.

De afname is volgens haar te danken aan ‘de voortdurende inzet van docenten, RMC1-medewerkers, leerplichtambtenaren, loopbaanbegeleiders, verzuimcoördinatoren, wethouders en andere betrokkenen binnen scholen en gemeenten’. Ze noemt het ‘een prestatie om trots op te zijn’.

In het schooljaar 2001-2002 waren er nog 71.000 vsv’ers. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Download Bijlage met cijfers voortijdig schoolverlaten

Overzicht met informatie over voortijdig schoolverlaten

Het ministerie van OCW heeft een actueel overzicht gepubliceerd met informatie over voortijdig schoolverlaten.

Het overzicht bestaat uit websites met daarbij een korte beschrijving van wat die sites te bieden hebben. Er is sprake van voortijdig schoolverlaten als een jongere het onderwijs verlaat zonder een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-2-niveau.

Ga naar het overzicht

Meeste onbevoegde lessen op vmbo’s in Den Haag

In het vmbo in Den Haag wordt het vaakst onbevoegd lesgegeven, terwijl in het vwo in Parkstad Limburg de minste onbevoegde lessen worden gegeven. Dat blijkt uit het rapport Bevoegdheden en vakken in het vo.

Het rapport is gebaseerd op de recentste bevoegdheidscijfers, namelijk die over het jaar 2015. Toen werd in het vmbo in Den Haag 14,5 procent van de lessen gegeven door docenten die niet bevoegd waren.

Andere regio’s met in het vmbo hoge onbevoegdheidspercentages (boven 10 procent) waren in 2015 onder andere Oost-Groningen, Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer, Zutphen) en de stad Utrecht.

Onbevoegde lessen vwo

In het vwo wordt veel minder onbevoegd lesgegeven dan in het vmbo. Het vwo in Parkstad Limburg had in 2015 met 0,2 procent het laagste onbevoegdheidspercentage. Het vwo in de regio Rijnmond scoorde toen het slechtst met 7,9 procent onbevoegde lessen.

Lees meer…

Minder lessen informatica in voortgezet onderwijs

Het aantal havo’s en vwo’s met lessen informatica neemt af, meldt de NOS.

De omroep baseert zich op cijfers van DUO, waaruit blijkt dat in het afgelopen schooljaar 49 procent van de havo- en vwo-scholen informatica aanbood. Vijf jaar eerder was dat nog respectievelijk 57 en 58 procent.

De daling wordt in verband gebracht met het tekort aan informaticadocenten.

Lees meer…

Pabo weer in trek, minder vwo’ers naar hbo

De instroom op de pabo heeft zich in het huidige studiejaar gedeeltelijk hersteld, maar het aantal vwo’ers dat naar het hbo gaat, blijft dalen. Dat meldt de Vereniging Hogescholen.

Na de krimp van 32 procent van vorig studiejaar door invoering van nieuwe toelatingseisen, is de instroom dit jaar toegenomen met 8,2 procent. De instroom is volgens de Vereniging Hogescholen echter nog steeds slechts de helft van de pabo-instroom in 2006. Dit studiejaar startten 4200 studenten met de pabo.

In het gehele hoger beroepsonderwijs is de instroom in het huidige studiejaar met 5,1 procent gegroeid ten opzichte van 2015-2016. Daarmee is het niveau van de instroom nog steeds lager dan in de jaren voor invoering van het studievoorschot. Het gedeeltelijke herstel van de instroom doet zich voor bij alle sectoren, behalve bij sociale studies.

De Vereniging Hogescholen meldt verder een blijvende daling van het aantal vwo’ers dat naar het hbo gaat. Dat aantal is dit studiejaar met 5 procent gedaald, terwijl het aantal vwo’ers dat naar de universiteit gaat met 5 procent is toegenomen, zo staat in een brief aan de Tweede Kamer van minister Jet Bussemaker van OCW.

Zij meldt ook dat het totale aantal studenten in het hbo en aan de universiteiten weer toeneemt, zoals zij na de invoering van het studievoorschot al had verwacht.

Doorstroomrecht voor vmbo’ers

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW gaat het doorstroomrecht voor vmbo’ers wettelijk regelen. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Leerlingen die de potentie hebben om te slagen op een hoger onderwijsniveau in het voortgezet onderwijs, hebben het recht die uitdaging aan te gaan’, zo schrijft Dekker. Hij tekent daarbij aan dat dit geldt voor iedere overgang in het voortgezet onderwijs, dus zowel voor vmbo-havo als voor havo-vwo en het stapelen binnen het vmbo.

Doorstroomrecht geeft duidelijkheid

In de brief staat ook dat er eenduidige eisen moeten komen voor leerlingen die willen doorstromen. Nu is het nog zo dat scholen uiteenlopende eisen stellen. ‘Dit leidt tot onduidelijkheid en onnodige belemmeringen voor leerlingen die via het havo door willen stromen naar het vervolgonderwijs. Een wettelijke verankering van een doorstroomrecht voor deze leerlingen geeft hen duidelijkheid’, aldus de staatssecretaris.

De komende periode zet hij een wetstraject in gang dat is gericht op een doorstroomrecht waarbij het vmbo gl/tl-diploma zonder meer recht geeft op doorstroom naar havo. Tegelijkertijd start hij met de verbetering van de aansluiting tussen het curriculum van vmbo en havo. Hij onderneemt ook actie om vmbo en mbo beter op elkaar te laten aansluiten.

VO-raad is tegen

De VO-raad vindt het doorstroomrecht voor vmbo’ers geen goed idee. ‘Een ongeclausuleerd doorstroomrecht is niet in het belang van de leerling’, meldt de sectororganisatie.

‘Zet niet de deur open voor alle leerlingen terwijl de aansluiting van vmbo op havo nog niet goed is. Vmbo is in eerste instantie voorbereidend op het mbo. Daar kan je prachtige opleidingen volgen met goede kansen op de arbeidsmarkt’, aldus voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad.

LAKS is voor

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) noemt het wetsvoorstel van Dekker voor doorstroomrecht een stap in de goede richting.

LAKS-voorzitter Sven Annen: ‘Leerlingen met ambitie mogen op geen enkele manier belemmerd worden om het maximale uit zichzelf te halen. Deze plannen zijn absoluut een stap in de goede richting. Toch ziet het LAKS graag dat alle doorstroomdrempels worden weggenomen, op alle niveaus.’

AOb ook positief

De Algemene Onderwijsbond (AOb) is ook positief over het wetsvoorstel, vertelt bestuurder Tamar van Gelder: ‘Het is heel mooi en goed dat Dekker de drempels wegneemt, want er werden wel erg veel eisen gesteld aan vmbo-leerlingen die gewoon een geldig diploma hadden gehaald.’

Wel pleit ze voor een goede loopbaanbegeleiding, want het mbo is na het vmbo een logische vervolgroute. ‘Leerlingen moeten goed begeleid worden bij hun beroepsmogelijkheden. Het is goed dat de havo nu makkelijker te bereiken is, maar het hoeft niet te betekenen dat dit voor elke vmbo-leerling de juiste route is.’

In het decembernummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over de doorstroming van vmbo naar havo. In het artikel kunt u lezen hoe vijf openbare scholen dit met een goede voorbereiding van de leerlingen mogelijk maken.

Dekker liep als leerling vast in brede brugklas

‘Een brede brugklas is ideaal als je nog niet precies weet wat je wil doen, maar het kan ook funest zijn als je al wél precies weet waar je heen wilt’, zegt staatssecretaris Sander Dekker in het Algemeen Dagblad.

In het AD staat een interview met Dekker over de keuze die hij als groep 8-leerling maakte voor het voortgezet onderwijs. Hij vertelt onder andere dat hij zich in de brede brugklas van het rooms-katholieke Alfrink College in Zoetermeer verveelde en dat zijn moeder constateerde dat hij daar ‘geen leukere jongen van werd’.

‘Op een gegeven moment hebben mijn ouders een stevig gesprek met me gevoerd: als je zo blijft, word je van school gestuurd. Zij zagen dat het niet ging. Ik had dat niet door. Het was geen makkelijk besluit, maar ik ging na dat eerste schooljaar direct naar het vwo op het Oranje Nassau College in plaats van nog een jaar in de brede brugklas te blijven.’

Brede brugklas handhaven

Dekker was dus niet een leerling voor wie het goed was het selectiemoment uit te stellen. Toch benadrukt hij als staatssecretaris het belang van de brede brugklas, zoals blijkt uit antwoorden op Kamervragen uit 2015, waarin hij scholen oproept ‘in het belang van leerlingen brede brugklassen te blijven aanbieden’.

In het interview vertelt Dekker ook dat denominatie geen criterium was voor de keuze voor vervolgonderwijs. ‘Ik kwam van een Jenaplanbasisschool en het Alfrink was katholiek, terwijl ik van huis uit gereformeerd was. Maar de kwaliteit van het onderwijs gaf de doorslag’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

Leerling met migratieachtergrond blijft achterlopen

In de afgelopen tien jaar zijn de verschillen tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en die met een niet-westerse migratieachtergrond nauwelijks veranderd. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Groep 8-leerlingen met een Nederlandse achtergrond halen bij de Centrale Eindtoets gemiddeld nog altijd betere resultaten dan leerlingen met een niet-westerse achtergrond. Daarbij hebben vooral Turkse en Marokkaanse leerlingen moeite met het onderdeel ‘taal’. Dit komt doordat er bij hen thuis vaak geen Nederlands wordt gesproken.

Turkse en Marokkaanse leerlingen op de basisschool scoren gemiddeld ook minder hoog op rekenen en wiskunde dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

Migratieachtergrond vooral vmbo

De verschillen spelen ook nog steeds in het voortgezet onderwijs. Daar zijn leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond nog altijd oververtegenwoordigd in het vmbo, terwijl havo’s en vwo’s vooral leerlingen met een Nederlandse achtergrond hebben.