Stop met termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’

Een groep onderzoekers van de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam pleit er in een opiniestuk in de Volkskrant voor de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer te gebruiken.

Scholen met meer dan 50 procent leerlingen met een niet-westerse achtergrond worden aangeduid als ‘zwart’ en scholen met voornamelijk leerlingen met een etnisch Nederlandse of een andere westerse achtergrond als ‘wit’. Volgens de Amsterdamse onderzoekers is Nederland het enige land in Europa waar scholen op deze manier worden getypeerd. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Slovenië is dat, zo stellen zij, ‘ondenkbaar of zelfs schandalig’.

Dat de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’ niet meer zouden mogen worden gebruikt, heeft volgens de onderzoekers te maken met de hiërarchische connotaties die deze termen zouden hebben. ‘In ons onderwijsstelsel worden witte scholen veelal geassocieerd met onderwijs van een goede kwaliteit en met hogere onderwijsprestaties, terwijl zwarte scholen vaak gezien worden als ‘probleemscholen’ die gekenmerkt zouden worden door onderwijs van een mindere kwaliteit, een problematische leerlingpopulatie, veel uitval van leerkrachten en slechte toetsresultaten’, zo schrijven ze in de krant.

De labels ‘wit’ en ‘zwart’ zouden bovendien geen rekening houden met de realiteit in etnisch diverse scholen. ‘De etnische groepen die hier worden aangeduid als zwart – zoals Nederlandse Turken, Marokkanen, Syriërs, Iraniërs, Egyptenaren, Surinamers en Nederlanders van Caribische herkomst – delen geen gemeenschappelijke historische, religieuze, culturele en/of etnische achtergrond en identificeren zich voor een groot deel niet als ‘zwart’. Het is een label dat lang niet altijd zelf is gekozen door de groepen om wie het gaat. Hetzelfde geldt voor het label ‘wit’.’

Lees meer…

Een van de onderzoekers van de UvA wier naam onder het opiniestuk staat, is Hülya Kosar-Altinyelken. Zij pleitte in december vorig jaar in de lokale Amsterdamse krant Het Parool al voor het afschaffen van de termen ‘witte school’ en ‘zwarte school’. 

Lees meer…

Bussemaker schrikt dat pabo steeds witter wordt

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs is geschrokken van de berichten dat de pabo steeds witter wordt. Er zijn dit schooljaar veel minder allochtone studenten aan een opleiding tot leraar basisonderwijs begonnen dan vorig jaar. Toen waren het er nog 456, nu nog maar 174. 

Strengere eisen
Minister Jet Bussemaker zegt vandaag in een interview op de website van de Algemene Onderwijsbond (AOb) dat ze schrikt van deze cijfers. Ze denkt dat de aangescherpte eisen voor toelating tot de pabo de allochtone jongeren afschrikken. Pabo-studenten moeten tegenwoordig bepaalde eindexamenvakken in hun pakket hebben of anders toelatingstoetsen doen. Bussemaker wil echter geen overhaaste conclusies trekken en de regels niet direct weer versoepelen. ‘Het is de bedoeling dat er door die strengere eisen minder studenten uitvallen in het eerste jaar. Na de zomer weten we pas of dat gelukt is’.

Is het een probleem? 
Op de vraag of ze het een probleem vindt dat er minder allochtonen voor de pabo kiezen, antwoordt Bussemaker volgens de AOb bevestigend. ‘Ja, het is van maatschappelijk belang dat zij ook leraar in het basisonderwijs worden. Ik vind diversiteit sowieso belangrijk. Er zouden bijvoorbeeld ook meer mannen voor de pabo moeten kiezen.’

Pabo minder in trek
De pabo trok dit jaar overigens in het algemeen veel minder studenten: geen 5700 eerstejaars zoals in 2014, maar slechts 3900. Opvallend is daarbij dat allochtonen twee keer zo vaak wegblijven als autochtonen en dat geldt met name voor de mbo’ers onder hen. Dit jaar kwamen er nog maar 49 studenten van het mbo naar de pabo, vorig jaar waren het er nog 258.

Andere studiekeuzes
Waar ze zijn gebleven, wordt ook duidelijk uit de cijfers. De hbo-studie verpleegkundige bijvoorbeeld trok 33 procent meer allochtonen dan vorig jaar.  Ook de ict-opleidingen kregen meer allochtone studenten binnen. Het totale aandeel allochtonen in het hoger beroepsonderwijs is niet veranderd: dat is nog steeds 15 procent. Ze maken alleen andere studiekeuzes.

Lees hier het interview van de AOb met minister Bussemaker 

Lees hier het persbericht van het Hoger Onderwijs Persbureau