Koning Willem-Alexander heeft op Prinsjesdag in de Troonrede het belang benadrukt van kansengelijkheid in het onderwijs. 

De koning zei dat veel mensen de huidige tijd ervaren als ‘een periode van grote en onvermijdelijke veranderingen’. Hij benoemde daarbij onder andere kansengelijkheid in het onderwijs. Daar is volgens hem de afgelopen jaren al ‘de nodige aandacht’ naar uitgegaan, en die inzet blijft nodig.

Hij verwees naar het Nationaal Programma Onderwijs (NPO): ‘Vooruitlopend op noodzakelijke keuzes voor de lange termijn, stelt de regering tot eind 2023 ruim 8 miljard euro beschikbaar om onderwijsachterstanden in te lopen die in de coronaperiode zijn ontstaan. Het is belangrijk dat scholen daarbij ook aandacht geven aan de sociale en emotionele gevolgen die deze periode op leerlingen (…) heeft gehad.’

De koning bedankte iedereen die tijdens de coronacrisis ‘in ons belang’ en ‘vaak onder moeilijke omstandigheden’ bleef doorwerken. Zijn dank ging uit naar onder anderen de mensen die in het onderwijs werken.

Troonrede 2016

Kansengelijkheid was ook in 2016 een belangrijk element van de Troonrede. De koning zei toen dat ook kinderen uit gezinnen met weinig geld mee moeten kunnen op schoolreis of bijvoorbeeld muziekles moeten kunnen volgen. Daarvoor kondigde hij destijds extra geld aan.