De Raad van State heeft het hoger beroep van OCW afgewezen. Daardoor krijgen 222 schoolbesturen alsnog volledige bekostiging over 2022, na eerdere onderbekostiging.
De 222 schoolbesturen gingen in 2022 in bezwaar tegen de beschikking van OCW, nadat VOS/ABB onder de aandacht had gebracht dat de overgang naar de nieuwe betalingssystematiek nadelig uitpakte voor de bekostiging over 2022. Door een wijziging in het betaalritme (niet langer per schooljaar maar per kalenderjaar) ontvingen schoolbesturen in 2022 ruim 7 procent minder bekostiging, bedoeld voor personeelslasten. Deze onderbekostiging leidde tot forse schade, waaronder mogelijk gedwongen ontslagen.
Eerdere uitspraak ook in voordeel scholen
In 2024 stelde de Rechtbank Midden-Nederland de scholen al in het gelijk: door de aantoonbare onderbekostiging voldeed het ministerie van OCW niet aan de wettelijke plicht om scholen voldoende financiële middelen toe te kennen om hun onderwijstaak uit te voeren. Daarop ging OCW in hoger beroep. De Raad van State achtte dat beroep niet gegrond, zo blijkt nu.
Verwachte compensatie
In totaal heeft het ministerie van OCW ruim 600 miljoen euro te weinig uitgekeerd. Nu de Raad van State het hoger beroep heeft afgewezen, zullen in elk geval de schoolbesturen die hebben geprocedeerd het bedrag dat zij niet ontvingen alsnog krijgen. Dat gaat naar verwachting om een totaalbedrag van 250 à 300 miljoen euro. Wat de uitspraak betekent voor de overige scholen is nog niet bekend. De Raad van State maakt met deze uitspraak bovendien duidelijk dat OCW de besturen niet toereikend bekostigde, waar het stelsel wél van uitgaat.
Hoe zat het precies?
De oorzaak van de onderbekostiging is terug te voeren naar 2006, het startjaar van de lumpsum-financiering. Schoolbesturen kregen sinds dat jaar in de eerste helft van het schooljaar (augustus-december) iets minder middelen (-7 procent), en werden hiervoor in de tweede helft van het schooljaar (januari-juli) gecompenseerd (+7 procent). Over het gehele schooljaar ontvingen de scholen dus 100% van de bekostiging.
Echter, in 2023 startte het nieuwe bekostigingssysteem en betaalde OCW precies 100% voor het hele kalenderjaar, zonder dit te vermeerderen met de noodzakelijke compensatie van 7 procent over het eerste deel van het schooljaar, de maanden augustus-december 2022.
VOS/ABB heeft de Tweede Kamer hierover benaderd en zodoende is dit onderwerp behandeld in het debat over het wetsvoorstel. De minister stelde dat de scholen in 2023 100% bekostiging zouden ontvangen en dus geen aanspraak konden maken op compensatie. Met dit antwoord nam de Tweede Kamer genoegen, waarna dit als hamerstuk door de Eerste Kamer werd aangenomen.
In het nieuws
Het tekort bleef een terugkerend gespreksonderwerp in het Kennisnetwerk Financiën van VOS/ABB. Daarop hebben we de onderbekostiging onder de aandacht gebracht via een inhoudelijk artikel op NU.nl. Dit werd opgepikt door BNR Nieuwsradio, waar Ronald Bloemers van VOS/ABB tijdens de ochtendspitstoelichting gaf. Hierna volgden opnieuw Kamervragen aan de minister.
Rechtszaak
Dit vormde het startsein voor de PO-raad om een rechtszaak te initiëren, waarbij de schoolbesturen gezamenlijk in bezwaar gingen tegen de hoogte van de bekostiging. Als VOS/ABB zijn wij er toen tussenuit gestapt.
Met de uitspraak van de Raad van State –na het hoger beroep door OCW– is het ministerie definitief in het ongelijk gesteld en zal de minister de portemonnee moeten trekken om de 222 scholen de gemiste 7 procent alsnog te betalen. Ronald Bloemers ontving op de dag van de uitspraak een bos bloemen voor zijn rol als aanjager.
Het is afwachten op welke wijze het ministerie de uitspraak zal opvolgen. VOS/ABB houdt dit namens haar leden nauwlettend in de gaten om ook hierop nader advies te kunnen geven.