Met het advies ‘Leren van onderzoek’ plaatst de Onderwijsraad een kanttekening bij de groeiende nadruk op evidence-informed werken in het onderwijs. Niet het gebruik van onderzoek staat ter discussie, maar hoe deze inzichten doorwerken in (te) algemeen beleid, normering en toezicht.  

Deze boodschap van de Onderwijsraad raakt direct aan het wetsvoorstel concretisering deugdelijkheidseisen. Hierin wordt het gebruik van kennis uit onderzoek en praktijk verankerd in het stelsel van kwaliteitszorg.  

Dit wetsvoorstel wordt na internetconsultatie en het advies van de Onderwijsraad aangepast.  De reden: de nadruk ligt op het vinden van oorzaken voor dalende basisvaardigheden. Het idee is dat meer inzicht helpt bij het maken van betere, duidelijkere –en landelijk geldende regels te maken voor onderwijskwaliteit. Dat klinkt logisch, maar hier zit ook een probleem. 

Niet één oplossing 

Onderwijskwaliteit kun je niet alleen versterken via algemene regels. De kwaliteit hangt af van veel factoren: de leerling, de docent, de klas, de school en de omgeving. Onderzoek laat zien dat dezelfde problemen verschillende oorzaken kunnen hebben, afhankelijk van de school in kwestie. Het begrip ‘grondoorzaken’ suggereert één duidelijke verklaring, terwijl de werkelijkheid ingewikkelder is. Met als risico dat uitkomsten van onderzoek worden gebruikt voor algemene oplossingen die niet overal passen. 

Divers onderwijssysteem 

Zo hebben landelijke gegevens vaker geleid tot dezelfde maatregelen voor alle scholen. Maar wat landelijk logisch lijkt, hoeft niet te kloppen voor een specifieke school. 

De belangrijkste vraag is daarom: past deze oorzaak en vooral deze oplossing wel bij deze school? Als dat niet het geval is, heeft dit nadelige gevolgen voor de effectiviteit en het draagvlak. In een divers onderwijssysteem zoals in Nederland is het cruciaal om hierbij stil te staan. 

Geef ruimte aan leraren 

De Onderwijsraad stelt, en daar is VOS/ABB het mee eens, dat beter onderwijs niet komt door meer regels, maar door leraren te versterken. Dat wil zeggen: ruimte geven, vakmanschap ontwikkelen en samen leren. In de praktijk betekent dit dat leraren tijd krijgen om samen te praten over hun werk, ervaringen te delen en zo het onderwijs te verbeteren. Onderzoek helpt hierbij, maar niet als bovenliggend stuurinstrument. Wel kan het onderdeel van gesprek zijn tussen leraren, waarbij ze samen kijken wat past bij hun school.  

Dit sluit aan bij het advies van de Onderwijsraad: goed gebruik van uitkomsten van onderzoek vraagt om tijd, ruimte en een sterke professionele cultuur. 

Echte kwaliteit ontstaat in de klas 

VOS/ABB is van mening dat de overheid moet zorgen voor de basiskwaliteit en randvoorwaarden, maar niet alles in algemeen geldende regels moet vatten. De echte onderwijskwaliteit ontstaat in de klas, door leraren en schoolteams. Wie het onderwijs wil verbeteren, moet daarom niet meer regels opleggen, maar leraren sterker maken in hun vak. 

Ga met ons in gesprek 

Het advies van de Onderwijsraad en de huidige ontwikkelingen rond het wetsvoorstel roepen belangrijke vragen op voor besturen: 

  • Wat is de rol van de overheid in het verbeteren van onderwijskwaliteit? 
  • Waar liggen de grenzen van normering in een divers onderwijsstelsel? 
  • En welke vormen van sturing en ondersteuning zijn effectiever dan verdere juridisering? 

Wij gaan hierover graag met onze leden in gesprek. De komende tijd organiseren we een bijeenkomst waarin we deze vragen verder verkennen en onze gezamenlijke positionering richting OCW aanscherpen.  

Wil je meer informatie of je alvast opgeven, dan kan dat via Marieke Bloothoofd: mbloothoofd@vosabb.nl.  

Deel dit bericht: