Het VVD-idee om uitsluitend nog vakdocenten gymnastiekles te laten geven in het basisonderwijs is voorlopig van de baan. Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat het schoolbesturen (te) veel geld gaat kosten.

Staatssecretaris Dekker gaat nu uitzoeken hoe hoog de kosten precies zijn als een vakdocent bewegingsonderwijs verplicht wordt gesteld. Eerder had onder anderen de PO-Raad al betoogd dat het ook om inhoudelijke redenen ‘onverstandig’ zou zijn om alleen nog vakleerkrachten aan te stellen.

Kwaliteit gymles

Op dit moment mogen naast vakdocenten ook groepsleerkrachten met een zogenoemde ‘brede bevoegdheid’ bewegingsonderwijs geven in de basisschool. Dit zijn groepsleerkrachten die – met subsidie – en speciale Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs hebben gevolgd, omdat het pabo-diploma sinds 2005 geen bevoegdheid meer geeft voor gymles.

Uit een evaluatie van die leergang blijkt dat deze een positief effect heeft op de kwaliteit van de gymlessen. Bovendien blijkt uit dat onderzoek dat schoolbesturen soms om pedagogische redenen zelfs de voorkeur geven aan zo’n groepsleerkracht met brede bevoegdheid boven een vakdocent. Daarom gaven de PO-Raad, de onderwijsvakbonden en de Vereniging Hogescholen vorige week in een brief aan de Tweede Kamer het advies om de bestaande werkwijze te handhaven en niet mee te gaan met het voorstel van VVD-Kamerlid Rudmer Heerema om de vakdocent verplicht te stellen voor bewegingsonderwijs. Dat plan zou de schoolbesturen ook nog veel geld kosten. Dat vond een meerderheid in de Tweede Kamer deze week ook.

 

Deel dit bericht: