Nieuwe onderzoeken bevestigen dat de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) sinds 2021 leidt tot een sterke toename van nieuwe basisscholen, maar ook tot grote financiële en huisvestingsproblemen, waardoor deze wet zal worden herzien.  

Net voor het afzwaaien deelde staatssecretaris Koen Becking nog een aantal rapporten met de Tweede Kamer over het stichten van nieuwe scholen. De PO-Raad schrijft dat de resultaten uit deze onderzoeken een aantal knelpunten blootleggen. 

Groei gaat gepaard met problemen 

Er worden inmiddels gemiddeld 26 nieuwe scholen per jaar opgericht – bijna twee keer zoveel als voorheen. Tegelijk starten veel scholen in tijdelijke huisvesting en ontbreekt in een derde van de gevallen zicht op een definitieve locatie. Gemeenten ervaren hierdoor druk op hun IHP’s en missen regie op de lange termijn. 

Nieuwe scholen kampen bovendien met hoge opstartkosten: gemiddeld ruim €42.000 bij bestaande besturen, tegenover een startbekostiging van circa €19.000. Nieuwe schoolorganisaties hebben het extra zwaar omdat zij geen infrastructuur hebben en de bekostiging laat wordt uitgekeerd. 

711 dislocaties 

Het onderzoek brengt 711 dislocaties in beeld. Deze bieden flexibiliteit bij acute huisvestingsproblemen, maar kunnen de stichtingssystematiek omzeilen, zijn relatief duur en vergroten de versnippering in het onderwijs. 

Herziening van de wet noodzakelijk 

De rapporten tonen samen aan dat de MRvNS weliswaar meer variatie mogelijk maakt, een constatering waar VOS/ABB kritisch op is, maar ook forse en onvoorziene problemen veroorzaakt. Het kabinet heeft daarom in het regeerakkoord vastgelegd dat de wet zo snel mogelijk wordt herzien. 

VOS/ABB gaat de nieuwe bevindingen verder volgen en waar mogelijk benutten in gesprekken over deze herziening. 

Deel dit bericht: