Een school is overgegaan tot verwijdering van een leerling. Volgens de school is het verwijderingsbesluitnoodzakelijk, proportioneel en zorgvuldig genomen. De sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling en daarmee zijn externaliserend gedrag is- ondanks intensieve begeleiding, aanpassingen in het programma en inzet van meerdere professionals – niet langer te reguleren binnen de onderwijssetting van de school. Een voortzetting van de schoolloopbaan op de school is niet (langer) verantwoord. De ouders van de leerling kunnen zich niet vinden in het verwijderingsbesluit en wenden zich tot de GPO.
De GPO geeft in haar uitspraak aan dat verwijdering van een leerling niet eerder plaatsvindt dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school bereid is de leerling toe te laten. In dit geval is daaraan niet voldaan, omdat de school meent dat zorg voorliggend is. Volgens de school kunnen en moeten de ouders vrijstelling van de leerplicht voor hun zoon vragen. Nu de ouders hier niet op willen ingaan, is de GPO van oordeel dat de school van haar kant moet beschikken over een actueel, onafhankelijk en deskundig beeld van de onderwijs(on)mogelijkheden van de leerling. Aangezien dit beeld ontbreekt, kan de Commissie niet oordelen of het bevoegd gezag in redelijkheid heeft kunnen besluiten de leerling te verwijderen. Het verzoek is gegrond verklaard.
De gehele uitspraak kunt u hier vinden (zaaknummer 128675)