Met ingang van het schooljaar 2026-2027 (1 augustus 2026) worden de praktijkgerichte vakken in het havo officieel verankerd als volwaardige examenvakken. De staatssecretaris heeft de hiervoor benodigde wijzigingsregeling vastgesteld. Voor schoolbesturen is hierin tevens de structurele aanvullende bekostiging voor deelnemende leerlingen vastgelegd.

Praktijkgerichte vakken (zoals de vakken Technologie en Maatschappij) brengen hogere kosten met zich mee dan regulier theoretisch onderwijs. Scholen maken extra kosten voor de aanschaf van materialen en inventaris, en voor de personele inzet die nodig is om intensief samen te werken met externe opdrachtgevers en bedrijven. De overheid compenseert dit door de bekostiging gelijk te trekken met het tarief voor de gemengde leerweg (gl) in het vmbo.

De financiële feiten op een rij:

  • Hoogte van de bekostiging: voor het jaar 2027 is de aanvullende bekostiging vastgesteld op € 390,94 per leerling.
  • Doelgroep: de bekostiging geldt per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het vierde of vijfde leerjaar van het havo, mits de school deze leerling heeft geregistreerd met de indicatie ‘Deelname praktijkgericht vak’.
  • Uitbetaling: de minister stelt de bekostiging uiterlijk vast in de maand april van het desbetreffende bekostigingsjaar. Het bedrag wordt vervolgens in maandelijkse termijnen van gelijke omvang uitgekeerd.
  • Let op (geen dubbele bekostiging): vmbo-leerlingen (gl/tl) die eventueel een praktijkgericht vak op havoniveau volgen, vallen niet onder deze specifieke regeling om dubbele bekostiging te voorkomen of omdat hiervoor in de toekomst aparte regelgeving volgt.

De regeling treedt in werking op 1 augustus 2026. De pilotfase komt hiermee officieel te vervallen. Om aanspraak te maken op de extra middelen, is het van essentieel belang dat scholen de deelname van de leerling correct registreren in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) via de nieuwe alfanumerieke indicatie ‘Deelname praktijkgericht vak’.

Wat betreft de inzet van personeel is vastgelegd dat deze praktijkgerichte vakken mogen worden gegeven door leraren die bevoegd zijn voor de bovenbouw van havo/vwo en die volgens het oordeel van het bevoegd gezag over een passende kwalificatie beschikken.

Deel dit bericht: