Wet in stelling brengen tegen diversiteit? Niet doen!

Een wet die vastlegt dat ouders hun kinderen kunnen thuishouden als met de klas een bezoek wordt gebracht aan een gebedshuis? Dat moeten we niet willen, want dat botst met de actief-pluriforme opdracht van de openbare scholen!

Het bevindelijk gereformeerde Tweede Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP wil dat ouders wettelijk het recht krijgen om hun kinderen thuis te houden als er een excursie wordt georganiseerd naar bijvoorbeeld een moskee. Het gaat hem te ver dat kinderen daar kunnen ervaren hoe het is om als moslim te bidden.

Zijn wens krijgt kritiek uit eigen christelijke kring. Interimbestuurder Cor Clarijs van de christelijke profielorganisatie Verus vindt schoolexcursies naar niet-christelijke gebedshuizen prima. De gedachte dat kinderen in de moskee worden geïndoctrineerd of onderworpen aan de islam, is volgens hem nergens op gestoeld. We moeten ons verstand gebruiken, benadrukt hij, en ons niet laten regeren door onderbuikgevoelens.

Openbaar onderwijs

Daar ben ik het helemaal mee eens, met name ook vanuit de kernwaarden van het openbaar onderwijs. De openbare scholen weerspiegelen de diverse samenleving in al haar facetten en bereiden kinderen voor om daar op een positieve en opbouwende manier deel van uit te maken. Daar horen gelijkwaardigheid en wederzijds respect bij.

Er zijn verschillen – gelukkig maar! – en daar besteden openbare scholen aandacht aan. Soms schuurt het, maar dat biedt de kans om ook met ouders het gesprek aan te gaan, juist in het openbaar onderwijs. Als iedereen maar klakkeloos ja en amen zegt, wordt het een grijze wereld waarin we geen kleur meer kunnen bekennen.

Dus voorschrijven in een wet dat leerlingen niet hoeven deel te nemen aan dergelijke excursies? Nee, dat past niet bij de actief-pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs. Het gesprek aangaan en kritisch kijken naar het waarom van bepaalde schoolactiviteiten? Ja graag!

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

Angst voedt discussie over hoofddoek

Eens in de zoveel tijd laait de discussie weer op: mag een leerkracht of leerling in het openbaar onderwijs een hoofddoek dragen? De kwestie speelt op een school, leidt tot discussie en haalt het landelijke nieuws. Als het om het dragen van een kruisje gaat, heeft de discussie de landelijke media bij mijn weten nog niet gehaald. Wat is hier aan de hand?

Het eenvoudigst is om de discussie dood te slaan door te zeggen: er is een grondwet en er is vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing. Het beleid is dat het dragen van een hoofddoek in het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs mogelijk is, omdat religieuze uiterlijkheden passen bij de actief pluriforme opdracht van de openbare school, zolang er maar geen evangeliserende activiteiten plaatsvinden. Ook kruisjes, keppeltjes en andere religieuze symbolen zijn toegestaan. In tegenstelling overigens tot Frankrijk, waar in de openbare scholen een strikt verbod geldt op welke religieuze uiting dan ook.

Waarom wordt de discussie in Nederland altijd zo fel als het een hoofddoek betreft? Een column van Ebru Umar in NRC Next, naar aanleiding van een juf met hoofddoek van de (overigens niet-openbare maar zich wel openbaar noemende) Gooische School in Laren, illustreert de gevoeligheid.

Aannames over hoofddoek

Er zit om te beginnen een aantal aannames aan het dragen van een hoofddoek, zo blijkt uit de column van Umar. Zij labelt de bewuste leerkracht als ‘onderdrukt’ en ze stelt dat door het dragen van een hoofddoek sprake is van geloofsoverdracht. Vervolgens stelt Umar zich de vraag hoe het verder zal gaan met deze leerkracht: ‘Gaat juf Fatima de vaders nog wel een hand geven? Gaat ze kerst, sinterklaas en Pasen vieren?’

Als je voor strikt neutraal openbaar onderwijs pleit, zoals Umar in haar column doet, zullen ook de kerst- en paasviering geen plek meer kunnen hebben. Daar plaatst zij echter geen vraagtekens bij. Als we haar lijn doortrekken, zou Umar ook de kerst- of paasviering moeten opvatten als de overdracht van een geloof, maar dat doet ze dus niet.

Negatieve beeldvorming

De discussie richt zich kennelijk op één religie: de islam. Daar zit de angel. Er zijn allerlei, veelal negatieve, beelden over deze godsdienst. Beelden die worden versterkt door acties van terroristen die zich moslim noemen, door berichten in de media en door standpunten die in de politiek worden uitgedragen. De negatieve beeldvorming leeft natuurlijk ook bij ouders, bij onszelf.

De vraag is hoe we hiermee omgaan. Laten we ons leiden door angst? Of proberen we zelf een oordeel te vormen. In dit geval over juf Fatima van de Gooische School. Zelf zegt zij er bewust voor te hebben gekozen een hoofddoek te dragen om ‘dichter bij mijn geloof en bij God (…) te staan’. In een e-mail aan de ouders van haar leerlingen geeft ze ook aan dat door het dragen van een hoofddoek haar ‘kwaliteiten, persoonlijkheid, openheid en gedrevenheid’ er niet minder op worden.

Zelf oordeel vormen

Laten we in het openbaar en algemeen onderwijs niet uitgaan van wat over anderen wordt gezegd, maar laten we de ontmoeting zoeken vanuit de actief pluriforme opdracht. Dus de religieuze en levensbeschouwelijke diversiteit niet buitensluiten, maar verschillen en overeenkomsten zien en die onderzoeken. Leer leerlingen zélf een oordeel vormen, kritisch zijn op de mening van anderen én op hun eigen mening. Ga op onderzoek uit, ontmoet mensen en hoor hoe zij in het leven staan.

Natuurlijk mag je het met elkaar oneens zijn, maar wel vanuit een respectvolle houding die uitgaat van gelijkwaardigheid. Door andere ideeën te horen, word je je bewust van hoe je zelf in het leven staat. Dat is de kracht van het openbaar onderwijs!

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

Tijd voor moderne interpretatie artikel 23

Waarom stug vasthouden aan de 20-eeuwse interpretatie van artikel 23 over de vrijheid van onderwijs als onze huidige samenleving grotendeels ontkerkelijkt is? Deze terechte vraag stelt historicus, oud-conrector en luis in de christelijke pels Carel Verhoef in Trouw.

Verhoefs opiniestuk in Trouw bevat in feite niets nieuws. Toch zijn in christelijke kringen mensen die zich er – opnieuw – ongemakkelijk bij voelen, getuige bijvoorbeeld deze reactie op Twitter: ‘Deze meneer heeft eerder weerwoord gekregen in andere krant. Heeft dus nu nieuw podium.’

In het Reformatorisch Dagblad heeft Verhoef inderdaad eerder zijn ideeën geuit. Voorzitter Wim Kuiper van Verus en zijn collega Pieter Moens van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs reageerden toen onder de kop Felle aanval op artikel 23 afgeslagen.

Identiteitsvervaging christelijke scholen

Verhoef stelde vervolgens dat Kuiper en Moens een loopje namen met de werkelijke gang van zaken binnen het christelijk onderwijs. Hij wees op de ‘veralgemenisering en identiteitsvervaging’ van christelijke scholen.

‘Feit is dat op veel ‘open’ christelijke scholen het gebed is verdwenen, de dag- of weekopening is teruggebracht tot een algemeen praatje over een actueel probleem, de godsdienstles is ingeruild voor levensbeschouwing en de kerstviering is vervangen door een musical zonder een specifiek kerkelijk of godsdienstig karakter’, aldus Verhoef.

Artikel 23

In het nieuwe opiniestuk in Trouw herhaalt Verhoef zijn pleidooi voor een moderne interpretatie van artikel 23 over de vrijheid van onderwijs. Zijn stuk is een reactie op een interview van Trouw met fractieleider Gert-Jan Segers van de ChristenUnie.

Segers stelde dat er in liberale kringen de wens leeft om een rekening met het christelijk onderwijs te vereffenen. Daarbij gebruikte Segers het karikaturale beeld als zou er in liberale kringen een onderscheid worden gemaakt tussen ‘normale’ en ‘religieuze’ mensen.

Principiële zaken

Verhoef merkt terecht op dat het niet gaat om het vereffenen van rekeningen of om het maken van karikaturen op basis van vermeende tegenstellingen, maar om zeer principiële zaken.

‘Onze samenleving is de laatste halve eeuw sterk veranderd. Het is redelijk om bepaalde ‘christelijke privileges’, zoals Segers ze noemt, tegen het licht te houden en, wanneer de maatschappelijke noodzaak zich aandient, deze voorrechten te wijzigen of af te schaffen’, aldus Verhoef.

Concept School!

Dat kan als ongemakkelijk worden ervaren, maar het gaat er natuurlijk om dat het onderwijs van nu aansluit bij de samenleving van nu. Verhoef heeft in die zin een sterk punt. Zijn pleidooi heeft grote raakvlakken met ons concept School!, dat boven de denominaties uitstijgt.

Het is tijd om met een moderne interpretatie van artikel 23 over de vrijheid van onderwijs ervoor te zorgen dat kinderen in gezamenlijkheid en op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect van en met elkaar leren.

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

Carel Verhoef is historicus en was conrector van het christelijke Marnix College in Ede. In 2015 verscheen zijn boek Inperking vrijheid van onderwijs. De maatschappelijke noodzaak tot herziening van artikel 23 van de grondwet.

Onderwijs2032: veel doen we al!

Geen revolutie, maar evolutie. Dat was de reactie van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op het eindadvies van het Platform Onderwijs 2032. Inderdaad, veel onderdelen van het advies zijn ontwikkelingen die al gaande zijn.

Het platform heeft de enorme input aan informatie weten samen te brengen. Dat is natuurlijk mooi, maar ik zie in het advies vooral veel terug van wat we nu al in het onderwijs doen. Het advies geeft weer dat het onderwijs niet heel anders zal worden. Het laat vooral zien dat het erg moeilijk blijft om in de toekomst te kijken.

In het advies staat dat het onderwijs de horizon van leerlingen moet verbreden en hun moet leren om over hun eigen grenzen heen te kijken. Dat is een advies dat ik vanuit het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs van harte toejuich. Sterker: dit doen we al! Bijvoorbeeld met burgerschapsvorming en levensbeschouwing.

Ook de mensenrechten en kinderrechten worden in het advies genoemd als essentiële onderdelen van het onderwijs. Doordat de mensen- en kinderrechten universeel zijn, sluiten ze naadloos aan op het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, dat immers van en voor iedereen is. Maar is dat pas iets voor 2032?

Ook nú is het van wezenlijk belang dat het onderwijs de horizon van kinderen verbreedt en hun vertelt over kinder- en mensenrechten. Niet alleen voor henzelf, maar vooral ook voor een in alle opzichten gezonde samenleving waarin voor iedereen plek is.

De openbare en algemeen toegankelijke scholen laten zien dat ze op de toekomst zijn voorbereid door allang actief bezig te zijn met adviezen van het platform!

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

Lerareneed als persoonlijk startpunt

Het is een mooi idee om de pabo-opleiding afsluiten met een lerareneed. Een korte toespraak waarin de nieuwe leraar-in-spe belooft dat hij zich zal inzetten voor het onderwijs en de leerlingen. Hoe persoonlijker die eed is, hoe meer betekenis die zal hebben als startpunt van bewust leraarschap.

Het eerste idee voor een lerareneed komt van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), die het dit jaar invoert bij het afsluiten van de opleiding Leraar Basisonderwijs. De CHE wil dat  studenten zich met die eed ‘vanuit hun hart committeren aan een belofte van professionaliteit en integriteit’, staat op de website van CHE te lezen. De hogeschool heeft hiervoor een tekst ontworpen, die de studenten straks voorlezen bij de diplomauitreiking. De eerste zin is een belofte om als leraar ervaringen en talenten ‘zegenrijk’ in te zetten. De laatste zin wordt toegevoegd door de studenten zelf en moet gaan over de relatie tussen de levensbeschouwelijke identiteit en het leraarschap.

Het bericht zette ons aan het denken. Het idee is mooi, maar wij zouden nog een stapje verder willen gaan. Die lerareneed kan voor iedere pabostudent, en niet alleen die van de CHE, een belangrijk moment worden. Alleen: dan moet het geen voorgebakken tekst zijn die de student voorleest, maar een zelfgeschreven persoonlijke boodschap.

Elke pabo kan zijn studenten uitdagen om hun eigen lerareneed te schrijven. Welke waarden vinden zij belangrijk in het onderwijs? Hoe kunnen zij hun eigen specifieke talenten inzetten voor een optimale ontwikkeling van hun leerlingen? Hoe kunnen ze het beste aansluiten bij de diversiteit aan talenten van kinderen en het beste daaruit naar boven halen?
Dit te moeten verwoorden in een persoonlijke lerareneed, zet jonge mensen aan tot nadenken over hun toekomstige rol in het onderwijs en hun professionele mogelijkheden om jonge kinderen tot bloei te brengen.

Dit hogere doel uitspreken geeft een diepere betekenis aan het ritueel van de diploma-uitreiking. Later in hun leven kunnen ze nog eens teruggrijpen op hun eigen formulering van toen en zien hoe ze die in de praktijk brengen. Zo wordt het leraarschap echt iets van henzelf.

Kinderrechten inspiratiebron voor openbare scholen

De kinder- en mensenrechten blijven een bron van inspiratie voor het openbaar onderwijs – ook na 20 november, de dag waarop is stilgestaan bij het feit dat 25 jaar geleden het Verdrag inzake de Rechten van het Kind door de VN werd ondertekend. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs hebben ervoor gekozen de kinderrechten centraal te stellen in de School!Week 2015 van 16 tot en met 21 maart.

De School!Week is de jaarlijkse week waarin de openbare scholen in heel Nederland op basis van de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs kunnen laten zien waar zij voor staan. Onlangs hebben we de scholen de handreiking kinder- en mensenrechten in het openbaar onderwijs toegestuurd. Deze handreiking laat zien hoe vanzelfsprekend de samenhang tussen de kernwaarden en kinder- en mensenrechten is.

Niet alleen het leren over de kinderrechten, maar ook het oefenen met deze rechten is belangrijk. Neem de kernwaarden ‘Iedereen welkom’ en ‘Iedereen benoembaar’: we maken in de openbare school geen onderscheid op basis van afkomst, levensovertuiging of seksuele geaardheid van zowel leerlingen als leerkrachten.

Principes als non-discriminatie en gelijkwaardigheid komen terug in de kinder- en mensenrechten. Het recht op een eigen geloof of levensovertuiging hangt hiermee samen: in het openbaar onderwijs spreken we geen voorkeur uit voor een bepaalde levensovertuiging, maar we besteden wel op basis van diversiteit en gelijkwaardigheid actief aandacht aan godsdienst en levensbeschouwing.

Vanuit de kernwaarde ‘Van en voor de samenleving’ spreekt het democratisch gehalte van de openbare school. Wij betrekken ouders, personeelsleden en leerlingen actief bij besluitvorming. Ook dat sluit aan op de kinderrechten, waarin staat dat kinderen recht hebben op een eigen mening. Laten we dus goed naar ze luisteren, ook op de plaats waar kinderen overdag het meeste zijn: de school.

We dagen dan ook alle openbare scholen uit om een actieve leerlingenraad in te stellen: van groep 1 van de basisschool tot en met het laatste jaar van het voortgezet onderwijs. Er zijn al veel scholen die hier met succes werk van maken. Openbare basisschool Het Avontuur in Almere laat zien hoe dit kan:

G/hvo wezenlijk onderdeel openbaar onderwijs

Het is goed dat Tweede Kamerlid Loes Ypma de financiering van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare scholen wettelijk wil verankeren. Dit betekent dat g/hvo wordt erkend als wezenlijk onderdeel van het openbaar onderwijs. Toch zitten er risico’s aan haar wetsvoorstel.

Ypma (PvdA) wil dat de bekostiging van g/vo wordt vastgelegd in de Wet op het primair onderwijs (WPO). De gedachte hierachter is dat een financieringsbasis in de wet meer zekerheid biedt dan de huidige rijkssubsidie van 10 miljoen euro per jaar voor g/hvo.

Dit is een logische gedachte, maar er dient wel voor worden gewaakt dat de regeling niet wordt uitgekleed. Zodra de regeling wettelijk is vastgelegd, kan het bedrag voor g/hvo elk jaar naar believen worden gewijzigd. Een verandering van politiek klimaat kan daar zomaar de aanzet toe geven. Nu is het nog zo dat de rijkssubsidie voor g/hvo voor vijf jaar vastligt.

G/hvo en levo
Ik vind het opvallend dat Ypma het wetsvoorstel mede in het teken lijkt te zetten van levensbeschouwelijk onderwijs (levo), waarbij aspecten als diversiteit en wederzijds respect aan bod komen. Levo wordt inderdaad door openbare scholen verzorgd, maar dat is iets anders dan g/hvo. Dat laatste wordt gegeven door een externe docent vanuit een specifieke religieuze of levensbeschouwelijke richting: humanisme, katholicisme, protestantisme, islam of hindoeïsme. Levo wordt door de eigen leerkracht van de openbare school gegeven en biedt een brede blik op diverse stromingen.

Levo valt onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van de openbare school en g/hvo nadrukkelijk niet. Het zijn de zogenoemde zendende instanties, verenigd in het Dienstencentrum GVO en HVO, die deze vorm van onderwijs aanbieden. De openbare school is bij wet verplicht er gelegenheid toe te bieden als de ouders erom vragen. Met andere woorden: er moet een lokaal beschikbaar worden gesteld en verder niets.

Krimp
Het wetsvoorstel van Ypma kan gunstig zijn voor regio’s die te maken met demografische krimp. Als de laatste school in een dorp een openbare school is, kunnen ouders hun kinderen nog steeds vormend onderwijs van hun eigen levensbeschouwing of godsdienst laten volgen.

Daarnaast lijkt dit wetsvoorstel een betere basis te geven voor de verwerking van alle aanvragen bij het dienstencentrum. Dat zou mogelijk kunnen betekenen dat de openbare scholen in de grote steden hier meer aandacht aan kunnen besteden.

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

Kernwaarden bieden brede blik op onderwijs

De kijk van de overheid op onderwijs is te smal. Het is goed dat de Onderwijsraad dit bevestigt.

De overheid bemoeit zich nu te veel met allerlei details. In plaats daarvan moet er op hoofdlijnen worden gestuurd, adviseert de Onderwijsraad. Er is behoefte aan een heldere balans tussen de kaders die de overheid stelt en de ruimte die scholen hebben om vanuit hun eigen visie aan het onderwijs vorm en inhoud te geven.

Dit advies sluit naadloos aan op de visie van VOS/ABB, die is gebaseerd op de kernwaarden van het openbaar onderwijs. Door te werken vanuit die kernwaarden, krijgen scholen een brede kijk op kwaliteit. Natuurlijk zijn rekenen en taal essentieel, maar op openbare scholen zijn wederzijds respect, waarden en normen en aandacht voor levensbeschouwing en godsdienst dat ook. Openbaar onderwijs is immers van en voor de samenleving.

Een brede kijk op goed onderwijs vergt een langetermijnvisie: wat hebben kinderen nodig om zich optimaal te ontwikkelen? Ambities op cognitief gebied zijn er volop in Den Haag, maar de visie van de overheid op de brede vorming van leerlingen blijft vaag. De uitdaging voor de scholen is om cognitieve vakken ondersteunend te laten zijn aan vormende vakken. Taal- en rekenonderwijs kunnen worden verweven met burgerschapsvorming, levensbeschouwing, filosoferen en kunst en cultuur. Voor de overheid ligt de uitdaging erin de scholen die dit doen te waarderen. Zij leiden leerlingen op tot breed ontwikkelde burgers.

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB