Vanaf januari zijn de basisvaardigheden taal, reken-wiskunde en burgerschap vast onderdeel van het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs.

Deze onderwerpen komen vanaf dat moment aan de orde in het startgesprek van het vierjaarlijkse onderzoek. De inspecteur bespreekt dan met het bestuur onder meer de invulling die het geeft aan zijn verantwoordelijkheid en de wettelijke vereisten voor basisvaardigheden. Ook wordt gesproken over de wijze waarop het bestuur de kwaliteit waarborgt van het onderwijs in basisvaardigheden.

De inspectie gebruikt de informatie uit het startgesprek voor het maken van het onderzoeksplan. Daarin staat welke verificatieactiviteiten de inspectie zal uitvoeren en welke scholen of opleidingen eventueel onderzocht worden.

Schoolbesturen ontvangen van de inspectie nadere informatie over het startgesprek en de eventuele voorbereiding tegen de tijd dat het onderzoek plaatsvindt.