Mediatraining crisiscommunicatie: weet wat u zegt!

Op 6 november kunt u onze mediatraining voor mensen uit het onderwijs volgen. Deze unieke scholingsbijeenkomst van een dag wordt gegeven door communicatieadviseur Ronald Brouwers.

In de training leert u wat de principes van goede crisiscommunicatie zijn. U oefent ook in de praktijk. Brouwers stelt zich op als kritisch journalist. Hij heeft audiovisuele apparatuur bij zich, zodat u kunt zien en horen hoe u op basis van verschillende cases namens uw organisatie het woord voert.

Mensen die de mediatraining van VOS/ABB hebben gevolgd, zijn daar positief over. Bijvoorbeeld voormalig bestuurder Nico Woonink van het openbare Staring College in Lochem. ‘De training is goed en breed opgezet. Je leert hoe journalisten te werk gaan. Als je van tevoren je kernboodschap bepaalt, laat je je niet snel van de wijs brengen. Ik heb er veel aan gehad.’

Wanneer en waar?

De mediatraining wordt gegeven op woensdag 6 november (09.00-17.00 uur) in ons kantoor in Woerden. De training kost 395 euro ex. btw per persoon (dat is ver beneden de tarieven die in de markt gebruikelijk zijn). Het minimumaantal deelnemers is vier, het maximumaantal zes.

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Mediatraining 6 november’. Vermeld ook uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Let op: voorwaarde om aan deze training mee te kunnen doen, is dat uw organisatie is aangesloten bij VOS/ABB. Als dit niet het geval is, kunt u zich niet deelnemen!

Mediatraining bij u op locatie?

Ronald Brouwers kan ook incompany mediatrainingen verzorgen. U kunt daarvoor contact met hem opnemen via ronald.brouwers@xs4all.nl.

Scholingsacademie

Voor een overzicht van het volledige cursusaanbod van VOS/ABB gaat u naar onze Scholingsacademie. Daar staat ook een uitgebreid aanbod van incompany cursussen die VOS/ABB kan verzorgen.

Op de mediatrainingen zijn onze Algemene voorwaarden van toepassing.

Wat staat er in inspectierapport Cornelius Haga?

Het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil volgens de Inspectie van het Onderwijs leerlingen niet afzijdig houden van de samenleving. Ook zou de omstreden school niet aanzetten tot onverdraagzaamheid of integratie willen belemmeren. Wel zou de school een ‘onrechtmatig financieel beleid’ hebben gevoerd. De Volkskrant meldt dat dit in een inspectierapport staat.

In het inspectierapport staat volgens de krant ook dat de school onvoldoende afstand neemt van personen met een omstreden reputatie. De school heeft contact gehad met de shariageleerde Haitham al-Haddad, aan wie haatzaaiende uitspraken over Joden worden toegeschreven. Ook is er contact geweest met internetprediker Fouad el Bouch. Van hem wordt gezegd dat hij sympathiseert met Syriëgangers. Deze omstreden mannen zouden geen contact hebben gehad met leerlingen van de school.

Haatzaaien

De inspectie meldt volgens de krant ook dat dagelijks bestuurder Söner Atasoy met zijn ‘provocatieve gedrag’ de samenwerking met andere instanties belemmert. Hij noemde na berichtgeving over extremistische islamitische invloeden binnen zijn school burgemeester Femke Halsema van Amsterdam een ‘domme gans’. Bij de geheime dienst AIVD zouden volgens Atasöy alleen maar ‘randdebielen’ werken.

Zelfverrijking

In het inspectierapport zou ook staan dat de school zich schuldig heeft gemaakt aan ‘onrechtmatig financieel beleid’. Atasöy zou zichzelf hebben verrijkt. Ook zou er onderwijsgeld zijn besteed aan zaken die daarvan niet mochten worden betaald.

Het rapport is nog niet gepubliceerd en de school wil dat graag zo houden, zo blijkt uit het feit dat het Cornelius Haga Lyceum daartoe een kort geding heeft aangespannen.

Lees meer…

Terug van lumpsum naar declaratiestelsel? Niet doen!

De verantwoording onder het declaratiestelsel was zeer gedetailleerd, maar gaf geen inzicht in de kwaliteit en de doelstellingen van het onderwijs en de sturing hierop. Dat melden de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer na kritische vragen over de lumpsumfinanciering.

Onder het declaratiestelsel was de transparantie over de besteding van middelen richting de Tweede Kamer ‘van mindere kwaliteit’, aldus de ministers. Sinds de invoering van de lumpsumfinanciering is er volgens hen juist veel informatie op schoolniveau beschikbaar. ‘Daarnaast rapporteren we steeds meer op stelselniveau via diverse monitors en indicatoren in begroting en het jaarverslag’, zo staat in hun reactie.

Van Engelshoven en Slob geven ook aan dat de verantwoording van onderwijsgelden beter kan, maar een terugkeer naar het declaratiestelsel zou volgens hen dus een ronduit onverstandige keuze zijn.

Lees meer…

Goed gesprek met Slob over actuele ontwikkelingen

Senior beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB en collega’s van de andere profielorganisaties hebben woensdag een goed gesprek gehad met minister Arie Slob over actuele ontwikkelingen in het onderwijs. Het ging onder andere over artikel 23 van de Grondwet.

Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs staan midden in de schijnwerpers. Directe aanleiding daarvoor is de ophef rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school zou artikel 23 gebruiken om onderwijs mogelijk te maken dat tegen democratisch burgerschap zou ingaan.

In de politiek gaan steeds meer stemmen op om dit artikel uit 1917 te moderniseren. Nog voor het zomerreces zal er in de Tweede Kamer een debat over worden gevoerd.

Burgerschap

In het gesprek met Slob kwamen ook andere actuele ontwikkelingen aan bod. Zo ging het over wetsvoorstel van de minister voor burgerschapsonderwijs. De Ministerraad stemde eind vorig in met dit voorstel. Het ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Naar verwachting komt die er binnenkort mee naar buiten.

Kansengelijkheid kwam ook aan bod, net als de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs, het lerarentekort, het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen, het belang van transparante publieke verantwoording en de aandacht in het onderwijs voor mensen- en kinderrechten. Wat dat laatste betreft: Lammers bracht de mede door VOS/ABB ontwikkelde toolbox Mensenrechten op School onder de aandacht.

Vaker gesprekken

Slob gaf te kennen er veel waarde aan te hechten om met VOS/ABB en de andere profielorganisaties op regelmatige basis de actuele ontwikkelingen in het onderwijs door te nemen.

 

 

 

 

Wordt geld voor verlaging werkdruk goed besteed?

Onderwijsminister Arie Slob moet beter controleren of het geld voor verlaging van de werkdruk in het basisonderwijs goed wordt besteed. Dat benadrukt de Algemene Rekenkamer.

‘Om te bepalen of beleidsdoelen gehaald zijn, is het nodig dat de minister voldoende informatie verzamelt over de behaalde maatschappelijke resultaten’. Dat meldt de Algemene Rekenkamer in het kader van het verantwoordingsonderzoek 2018.

‘Dat dit lastig kan zijn, zien we (…) terug bij de extra middelen voor het verlagen van de werkdruk in het primair onderwijs. Wij vinden het opmerkelijk dat de minister (…) in 2019 al een deel van de tweede tranche wil uitbetalen zonder dat bekend is of de inzet van de middelen daadwerkelijk tot een lagere werkdruk heeft geleid.’

Het is volgens de Algemene Rekenkamer nodig ‘dat de minister alsnog voldoende informatie verzamelt’ om te kunnen bepalen of de inzet van het geld echt heeft geleid tot een lagere werkdruk. Dit moet het risico verkleinen, zo stelt de Algemene Rekenkamer, dat het geld wordt besteed aan dingen waar het niet voor bedoeld is.

Lees meer…

‘Onderwijs moet meer laten zien waar het mee bezig is’

‘Ik vind transparantie ontzettend belangrijk. Volgens mij moeten we als sector meer en beter laten zien waar we mee bezig zijn.’ Dat zegt  Jeroen Goes, voorzitter van het het college van bestuur van Stichting Fluvium, in een interview met de PO-Raad.

Volgens hem moeten schoolbestuurder altijd voor ogen houden waar het in het onderwijs allemaal om gaat, namelijk de leerlingen. ‘Zo zat ik laatst aan tafel met het samenwerkingsverband en de gesprekken worden soms zo abstract. Terwijl het eigenlijk gaat om kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte die we zo goed mogelijk onderwijs willen bieden. Dat vergeten bestuurders soms wel eens.’

Hij gaat ook in op de financiële verantwoording. ‘Ik merk dat het voor ouders, leraren en directeuren, die zitting hebben in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, best een hele kluif is om je door pagina’s van tabellen en cijfers te worstelen. Dit jaar heb ik de begroting voor het eerst visueel laten vormgeven. Dat hielp voor ons heel goed bij het voeren van een open gesprek over de verschillende bedragen.’

Lees het hele interview

Laat uw jaarverslag checken door VOS/ABB!

Hoe compleet is uw jaarverslag? Voldoet het aan de wettelijke eisen? Is het goed leesbaar? Waar zijn verbeteringen mogelijk? Wij kunnen uw jaarverslag checken!

Wij lezen het hele bestuursverslag kritisch door. Daarbij bekijken we of het voldoet aan wet- en regelgeving. Ook checken we of beleidsafwijkingen voldoende worden toegelicht en of de relatie tussen het bestuursverslag en de jaarrekening consistent is.

Daarnaast letten wij op de leesbaarheid. We kijken naar de opbouw van de teksten en naar de taal en de stijl waarin het is geschreven. U krijgt van ons een geredigeerd verslag terug, voorzien van verbetervoorstellen.

Let op: wij controleren nadrukkelijk níet de juistheid van de jaarrekening!

Wat kost het?

Voor de check van uw jaarverslag rekenen wij een dag. De helft daarvan, dus één dagdeel, valt binnen het lidmaatschap van VOS/ABB en kost u dus verder niets. Het andere dagdeel betaalt u. Let op: deze service is exclusief voor VOS/ABB-leden!

Uw geredigeerde jaarverslag ontvangt u altijd binnen 10 werkdagen terug.

Opmaak en druk

U kunt er ook voor kiezen om de complete opmaak en/of druk door ons te laten verzorgen. De kosten daarvoor zijn afhankelijk van verschillende factoren, zoals de omvang van het jaarverslag, de gewenste papiersoort en -dikte, de oplage en of u kiest voor print of druk.

Voor meer informatie neemt u contact op met senior beleidsadviseur Arjen Toet: 06-51618659, atoet@vosabb.nl

Samenwerking na geslaagde pilot

VOS/ABB en het Expertisecentrum Stichting Onderwijsgeschillen zijn na een geslaagde pilot een langdurige samenwerking met elkaar aangegaan. Doel daarvan is om bestuurders en toezichthouders op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op het gebied van medezeggenschap in het onderwijs.

Medezeggenschap wordt steeds belangrijker. De wetgever heeft de medezeggenschapsorganen verreikende instemmings- en adviesbevoegdheden toegekend. Het einde van deze ontwikkeling is nog niet in zicht. Daarom zijn VOS/ABB en het Expertisecentrum Stichting Onderwijsgeschillen een langdurige samenwerking met elkaar aangegaan.

Pilot governance-bijeenkomsten

Dit besluit is genomen na de succesvolle pilot met de regionale governance-bijeenkomsten van VOS/ABB. Aan deze drukbezochte bijeenkomsten werd meegewerkt door directeur mr. Hilde Mertens van Stichting Onderwijsgeschillen en prof.mr. D. Mentink, voormalig lid van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS). Zij deelden hun kennis en ervaring op het gebied van zeggenschap en medezeggenschap in relatie tot goed bestuur met de aanwezige bestuurders en toezichthouders.

Bijeenkomsten voor bestuurders en toezichthouders

De nieuwe samenwerking houdt in dat VOS/ABB en Stichting Onderwijsgeschillen één keer in de ongeveer anderhalf jaar een bijeenkomst organiseren voor bestuurders en toezichthouders van onderwijsorganisaties die bij VOS/ABB zijn aangesloten. De eerstvolgende bijeenkomsten staan gepland voor september/oktober 2020. Meer informatie volgt via deze website en de e-mailnieuwsbrieven van VOS/ABB.

Informatie: Janine Eshuis, telefoon 06-30041175, jeshuis@vosabb.nl

Bijna alle bestuurders in juiste bezoldigingsklasse

Het aantal onderwijsinstellingen dat voor bestuurders een hogere bezoldigingsklasse heeft berekend dan de Wet normering topinkomens (WNT) voorschrijft, is gedaald van iets minder dan 60 in 2016 naar 30 in 2017. Dat komt neer op 2 procent van het totaal. Dat melden de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Als een instelling een te hoge bezoldigingsklasse heeft vastgesteld, leidt dat niet automatisch tot een overtreding van de WNT door de bestuurder. ‘In veel gevallen ontvangt de bestuurder, ondanks de indeling in de te hoge bezoldigingsklasse, een bezoldiging die onder het door OCW berekende WNT-maximum ligt’, zo benadrukken Van Engelshoven en Slob in hun brief.

De bezoldigingsmaxima voor schoolbestuurders liggen tussen 115.000 en 194.000 euro per jaar. Hoe kleiner de instelling is, hoe lager de bezoldigingsklasse en dus ook hoe lager het individuele WNT-maximum (en andersom).

Lees meer…

Jo Ritzen nieuwe voorzitter raad van toezicht LVO

Oud-onderwijsminister Jo Ritzen is de nieuwe voorzitter van de raad van toezicht van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). Hij volgt Jan Schrijen op, die eind vorig jaar moest opstappen nadat er een vernietigend rapport over het examendebacle bij VMBO Maastricht was verschenen.

De PvdA’er Ritzen (63) was van 1989 tot 1998 minister van Onderwijs. Daarna werkte hij voor de Wereldbank. Van 2003 tot 2011 was hij bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht. Hij is daar nu honorair hoogleraar International economics of science, technology and higher education.

Zijn voorganger Jan Schrijen (tevens (partijloos) burgemeester van Valkenburg aan de Geul) moest eind vorig jaar opstappen nadat er een vernietigend rapport over het examendebacle bij VMBO Maastricht was verschenen.

De Inspectie van het Onderwijs keurde in 2018 vlak voor de zomervakantie alle eindexamens van VMBO Maastricht af, omdat de leerlingen niet aan de eisen voldeden om examen te mogen doen. Het examendebacle kostte uiteindelijk ook bestuursvoorzitter (en tevens PvdA-Eerste Kamerlid) André Postema bij LVO de kop, hoewel hij tot het eind toe zei dat hij het examendebacle niet had kunnen voorkomen.

Ritzen verdedigde Postema

Ritzen zei in juli 2018 in NRC, dus vlak nadat het debacle zich onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Postema had voltrokken, dat de toenmalige LVO-bestuursvoorzitter weinig te verwijten viel. Postema bestuurde op afstand en had de verantwoordelijkheid bij de individuele scholen belegd. Ritzen zei in NRC dat deze werkwijze ‘onder alle omstandigheden verantwoord’ is.

Postema en Ritzen zijn overigens geen onbekenden van elkaar. Ze zijn beiden verbonden aan de PvdA. Daarnaast was Postema co-auteur van het boek Adieu Jo Ritzen dat in 2011 verscheen naar aanleiding van het vertrek van Ritzen als bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht.

Onderzoek naar richtlijnen jaarverslag groot onderhoud

Een onderzoek door de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) moet leiden tot een verwerkingswijze in 2020 die aansluit bij de richtlijnen voor groot onderhoud, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke onderwijsaspecten.

Aanleiding voor het onderzoek is dat veel schoolbesturen die al een voorziening voor groot onderhoud vormden, zich niet strikt hielden aan richtlijnen van de RJ. Dit kan in de toekomst leiden tot problemen bij het goedkeuren van controleverklaringen.

Het effect van strikte naleving van de RJ-methodiek kan echter zijn dat schoolbesturen meer geld voor het eigen vermogen opzij moeten zetten, waardoor er minder geld naar het onderwijs kan.

Het ministerie van OCW meldt nu dat er een onderzoek komt om ‘te komen tot een verwerkingswijze (…) waarbij rekening wordt gehouden met onderwijssector-specifieke aspecten’. De RJ werkt voor het onderzoek samen met de PO-Raad en VO-raad. Ook zal er een aantal schoolbesturen bij worden betrokken.

Lees meer…

Dit jaar nog geen wijziging jaarverslaggeving

Voor het opstellen van de jaarrekening 2018 kunnen schoolbesturen nog dezelfde methode toepassen als vorig jaar. Dat is afgesproken, omdat er nog geen overeenstemming is over een aanpassing van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Er is een impasse in het overleg over de opbouw van de voorziening groot onderhoud in de jaarrekening. Accountants hebben eerder aangegeven dat de wijze waarop veel schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs deze post opbouwen, per verslagjaar 2018 niet meer zou worden goedgekeurd. Zij wensen een andere werkwijze, maar deze kan leiden tot een veel grotere reservering voor groot onderhoud.

De PO-raad heeft daar echter grote bedenkingen bij, omdat het zou kunnen betekenen dat er onnodig veel geld wordt onttrokken aan het onderwijs. Daarom heeft de sectororganisatie van het primair onderwijs bij het ministerie van OCW aan de bel getrokken. Na overleg met alle partijen heeft OCW dit probleem erkend. Daarop is afgesproken dat er voor de jaarrekening van 2018 nog niets verandert.

OCW heeft aangekondigd meer informatie hierover te publiceren. Ook wordt het onderwerp toegelicht tijdens de Verantwoordingsronde 2019 die OCW en DUO vanaf maart organiseren.

Meer informatie

Handreiking onafhankelijk voorzitter passend onderwijs

De PO-Raad en VO-raad hebben de Handreiking onafhankelijk voorzitter samenwerkingsverband passend onderwijs gepubliceerd.

Een onafhankelijk voorzitter moet een gebalanceerd besluitvormingsproces inrichten en zorgen voor een zorgvuldig governance-proces. Hij of zij stimuleert ook verschillende meningen en standpunten.

De handreiking biedt aanknopingspunten voor samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs die een onafhankelijke voorzitter willen aanstellen.

Download handreiking

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

In april 2018 verscheen in magazine Naar School! van VOS/ABB een artikel over het belang van good governance voor het welslagen van passend onderwijs.

Lees het artikel ‘Governance passend onderwijs: een hele klus’

Slob hekelt kale ranglijstjes met eindtoetsscores

Ranglijsten op basis van alleen de eindtoetsscores zijn zeer onwenselijk. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over de verplichte eindtoets in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs.

Afgelopen september maakte Slob in deze brief aan de Tweede Kamer bekend dat vanaf het schooljaar 2019-2020 ook het speciaal basisonderwijs (sbo) en het speciaal onderwijs (so) verplicht zullen zijn een eindtoets af te nemen.

Met invoering van de Wet Eindtoetsing PO is de eindtoets vanaf schooljaar 2014-2015 verplicht in het reguliere basisonderwijs. Er was echter vanuit de overheid nog geen toets beschikbaar voor het sbo en so. Nu die er wel is (adaptieve Centrale Eindtoets), is besloten dat ook het sbo en so vanaf 2019-2020 een eindtoets moeten afnemen.

Ontheffing

De verplichting om een eindtoets af te nemen betekent echter niet, zo laat Slob in deze reactie op Kamervragen weten, dat alle leerlingen in het sbo en so de toets gaan maken. ‘Het bevoegd gezag behoudt de mogelijkheid om te bepalen dat bepaalde leerlingen geen eindtoets hoeven af te leggen’, aldus de minister.

Hij wijst daarbij op Beleidsregel ontheffingsgronden eindtoetsing PO. Daarin staat dat zeer moeilijk lerende kinderen en meervoudig gehandicapte leerlingen de toets niet hoeven te maken.

Ranglijstjes

De minister laat in zijn reactie op vragen uit de Tweede Kamer verder weten het zeer onwenselijk te vinden als op basis van eindtoetsresultaten ‘ranglijstjes worden gemaakt van scholen (…) zonder daarbij de context van de scholen mee te nemen’.

Ongewenst gebruik van eindtoetsgegevens voor lijstjes kan volgens hem het beste worden tegengegaan als scholen zich helder over het eigen beleid en bereikte resultaten verantwoorden. Slob vindt Scholen op de Kaart daarvoor heel geschikt.

LVO geeft André Postema drie maandsalarissen mee

Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) geeft de opgestapte bestuursvoorzitter André Postema drie maandsalarissen mee. Een woordvoerder van LVO heeft dat bevestigd, meldt het AD.

Postema stapte vorige maand op in aanloop naar het inspectierapport over het examendebacle bij VMBO Maastricht. In dat rapport staat onder andere dat het bestuur onder leiding van Postema verantwoordelijk was voor de examencrisis.

Het college van bestuur van LVO controleerde de onderwijsresultaten onvoldoende en voldeed niet aan de wettelijke voorschriften op het gebied van kwaliteitszorg. Daardoor kon het volgens de inspectie gebeuren dat het bestuur het examendebacle niet zag aankomen.

Gouden handdruk

In september had Postema nog voor twee jaar verlenging van zijn contract gekregen. Na zijn vertrek in november klonk onder andere in de Tweede Kamer de vrees voor een gouden handdruk. Onderwijsminister Arie Slob zei in de Tweede Kamer dat Postema in theorie 175.000 euro kon meekrijgen.

Het AD meldt nu dat de opgestapte LVO-bestuursvoorzitter drie maandsalarissen heeft meegekregen. Volgens de krant komt dat neer op ongeveer 45.000 euro. Een woordvoerder van LVO zegt volgens de krant dat het inderdaad om drie maandsalarissen gaat, maar wil het bedrag dat de krant noemt niet bevestigen.

Lees meer…

Brochure en handreiking bestuursverslag

Het ministerie van OCW heeft de geactualiseerde brochure Richtlijn Jaarverslag Onderwijs en de nieuwe Handreiking bestuursverslag gepubliceerd.

De brochure geeft een toelichting op de belangrijke vaktechnische en inhoudelijke punten die voor het opstellen van het jaarverslag van belang zijn. Tevens gaat de brochure in op diverse ontwikkelingen en achtergronden.

De handreiking is bedoeld om schoolbesturen op weg te helpen een aansprekend bestuursverslag op te stellen. Het bestuursverslag moet niet alleen informeren, maar ook inspirerend zijn voor een goed gesprek tussen bestuur en stakeholders.

Slob wil naar één basisbedrag per school en leerling

Arie Slob wil de bekostiging van het primair onderwijs vereenvoudigen door met één basisbedrag per school en per leerling te komen. Ook wil hij bekostiging per kalenderjaar. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

De onderwijsminister wil de mogelijkheid van aanvullende bekostiging handhaven. Bijvoorbeeld voor het openhouden van kleine scholen, het tegengaan van onderwijsachterstanden en specifieke doelgroepen, zoals asielzoekers. ‘Ook blijft er (…) aanvullende bekostiging voor bijvoorbeeld ondersteuning voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs’, zo staat in de brief van de minister.

Hij noemt verder verschillende maatregelen om de bekostiging te vereenvoudigen:

  • Geen verschil meer tussen onderbouw en bovenbouw.
  • Geen correctie meer op grond van gemiddelde leeftijd leraren.
  • Materiële bekostiging: één bedrag per school en per leerling.
  • Samenvoegen van budgetten personeel en materieel.

Door op kalenderjaarbasis te gaan werken, zullen de bedragen slechts twee in plaats van drie keer worden vastgesteld: voorafgaand aan het kalenderjaar, zodat de school weet waar die aan toe is, en gedurende het kalenderjaar om loon- en prijsbijstelling te verwerken. Dit sluit volgens de minister beter aan op de verantwoording in de jaarverslagen en op de Rijksbegroting, die beide op kalenderjaarbasis werken.

Teldatum naar 1 februari

Slob stelt voor de teldatum te verplaatsen van 1 oktober naar 1 februari. ‘Hierdoor wordt er rekening gehouden met het gemiddelde aantal leerlingen op de school gedurende het schooljaar. Dit sluit beter aan op de kosten die gemaakt worden.’

Lees meer…

 

Evaluatie Vensters PO: ‘Onbekend maakt onbemind’

Het programma Venster PO kent sterke punten, maar het moet ook op een aantal punten worden verbeterd. ‘Onbekend maakt onbemind’, zo staat in een evaluatierapport.

Vensters PO is een programma van de PO-Raad. Scholen kunnen er cijfermatige informatie in zetten over bijvoorbeeld eindtoetsresultaten, leerlingenpopulatie, financiën en personeel. Die informatie komt op de website Scholen op de Kaart. De gedachte hierachter is dat ouders de informatie kunnen gebruiken bij de keuze voor een school.

Een sterk punt van Vensters PO, zo blijkt uit de evaluatie, is dat het programma scholen en besturen helpt om op een transparante wijze verantwoording af te leggen. Het helpt hen ook bij het maken van benchmarks. Daarnaast stelt het scholen en besturen in staat om informatie te delen met ouders en andere stakeholders.

Uit de evaluatie komen ook zwakke punten naar voren. Zo wordt het programma niet als gebruiksvriendelijk ervaren. Het kost scholen veel tijd om er informatie in te zetten. Bovendien kent een deel van de mensen Vensters PO helemaal niet.

Lees meer…

Project Versterking Medezeggenschap gaat door

Het project Versterking Medezeggenschap blijft in elk geval tot en met het schooljaar 2019-2020 bestaan. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer bij de rapportage Evaluatie Project Versterking Medezeggenschap.

Uit de evaluatie blijkt dat het project bijdraagt aan versterking van de medezeggenschap op scholen. Het draagt vooral bij aan de professionalisering van de medezeggenschap en aan de communicatie door de medezeggenschapsraad.

In de rapportage staat een aantal aanbevelingen. Bijvoorbeeld om het project meer onder de aandacht te brengen, onder meer door middel van online communicatie. Dat zal geld gaan kosten. Daardoor kunnen er mogelijk minder trainingen worden aangeboden.

De minister meldt dat hij het project in elk geval met een schooljaar verlengt. Wat er na 2019-2020 met het project gaat gebeuren, is nog niet bekend. ‘Ik zal de aanbevelingen met de stuurgroep bespreken en op basis van dat gesprek de eventuele verdere verlenging en inrichting van het project bepalen’, aldus Slob.

Lees meer…

Omstreden LVO-bestuursvoorzitter André Postema weg

Het examendebacle bij VMBO Maastricht heeft uiteindelijk toch de kop gekost van bestuursvoorzitter André Postema van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). Ook voorzitter Jan Schrijen van de raad van toezicht is vanwege een nog te publiceren kritisch rapport van de Inspectie van het Onderwijs teruggetreden, meldt LVO. Postema zelf meldt op Facebook dat hij alles op alles heeft gezet om de getroffen leerlingen te helpen. Hij richt in zijn Facebook-post zijn pijlen op de Inspectie van het Onderwijs en op de politiek: ‘Het is mij niet gelukt onze scholen te beschermen tegen een strafexpeditie van de Inspectie en ik voel mij daarvoor verantwoordelijk.’

De raad van toezicht van LVO besloot in september nog om het contract met Postema met twee jaar te verlengen. Schrijen zei toen zich bewust te zijn van de ‘publieke en politieke discussie’ over Postema. De rvt-voorzitter was er echter van overtuigd dat ‘juist in deze woelige periode’ de ervaring en de kennis van Postema ‘van grote betekenis’ zijn.

Examendebacle

André Postema is de man onder wiens verantwoordelijkheid het examendebacle bij VMBO Maastricht plaatshad. De Inspectie van het Onderwijs verklaarde daar kort voor de zomervakantie alle eindexamens ongeldig, nadat was gebleken dat geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om examen te mogen doen.

Het examendebacle leidde er direct toe dat Postema, die ook fractievoorzitter was van de PvdA in de Eerste Kamer, als eindverantwoordelijke zwaar onder vuur kwam te liggen. Hij besloot zijn fractievoorzitterschap in de Senaat op te geven, naar eigen zeggen in het belang van de PvdA, maar ondanks ernstige twijfels over zijn positie bij LVO bleef hij daar bestuursvoorzitter. De raad van toezicht bleef hem steunen.

Een kritisch rapport dat de Inspectie van het Onderwijs op 14 december zal publiceren, heeft volgens LVO ertoe geleid dat de raad van toezicht tot de conclusie kwam dat Postema weg moest. ‘Naar aanleiding van het onderzoek naar het bestuurlijk handelen stelt de Inspectie vast dat het bestuur niet op tijd heeft bijgestuurd en niet heeft kunnen voorkomen dat de problemen ontstonden’, zo meldt LVO.

Zelfevaluatie André Postema

In een zelfevaluatie die Postema en interim-bestuurder Jan Rijkers opstelden, stelden zij dat er geen enkel signaal was binnengekomen dat het ernstig mis was bij VMBO Maastricht. Volgens hen mochten ze er op grond van het stelsel van kwaliteitszorg binnen LVO van uitgaan dat dergelijke signalen de centrale directie en het college van bestuur wel hadden moeten bereiken. In dat geval zouden zou het college van bestuur volgens Postema en Rijkers ‘zonder enige twijfel’ hebben ingegrepen.

Nadat bekend was geworden dat hij als bestuursvoorzitter was opgestapt, meldde Postema op Facebook dat hij ‘verbijsterd’ is over de manier waarop de Inspectie van het Onderwijs en de politiek op het examendebacle hebben gereageerd. Hij zegt dat hij er zelf alles aan heeft gedaan om de problemen zo goed mogelijk aan te pakken. ‘Het is mij niet gelukt onze scholen te beschermen tegen een strafexpeditie van de Inspectie en ik voel mij daarvoor verantwoordelijk’, aldus Postema.

Gouden handdruk?

Het aanblijven van Postema als bestuursvoorzitter van LVO leidde in Limburg, maar ook in de Tweede Kamer tot gefronste wenkbrauwen. Onderwijsminister Arie Slob liet weten dat hij hem weg wilde hebben, maar dat hij als minister niets tegen Postema kon ondernemen, omdat de raad van toezicht daarover gaat.

CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog spreekt op Twitter de hoop uit dat de recente verlenging van het contract van André Postema niet de voorbode was voor een gouden handdruk voor hem nu hij alsnog heeft besloten op te stappen:

Spoedig nieuwe voorzitters

LVO meldt dat zo spoedig mogelijk een nieuwe voorzitter van het college van bestuur wordt aangesteld. Tot dat moment zal Nico de Vrede, thans interim-lid van het college van bestuur, het voorzitterschap waarnemen.

LVO meldt ook dat op korte termijn ook een nieuwe voorzitter van de raad van toezicht wordt aangesteld.

Lees meer…

Onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden

In de raad van toezicht van elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs moet één onafhankelijk lid zitten.

Dat heeft de PO-Raad afgesproken. De leden van de VO-raad stemmen er binnenkort over. Het idee is dat een onafhankelijk lid in de raad van toezicht kritische vragen kan stellen. Dat is goed om discussies los te maken over belangrijke kwesties.

Benchmark reserves

De PO-Raad meldt verder dat er een benchmark komt waarmee samenwerkingsverbanden de hoogte van hun reserves kunnen beoordelen. Als de reserves te groot zijn, worden samenwerkingsverbanden daarop aangesproken.

Ook is afgesproken dat de PO-Raad en VO-raad een publieksversie gaan maken van het dasboard passend onderwijs met gegevens over samenwerkingsverbanden. ‘Op die manier kunnen zij zich beter verantwoorden en krijgt de samenleving beter inzicht in wat ze doen en welke keuzes ze maken, aldus de PO-Raad.

Lees meer…

Kamer wil andere conclusies: nieuw onderzoek lumpsum

Onderwijsminister Arie Slob laat nieuw onderzoek uitvoeren naar de lumpsum. Afgelopen zomer kwam de Onderwijsraad al met de heldere conclusie dat de lumpsum de beste financieringsvorm van het primair en voortgezet onderwijs is, maar een deel van de Tweede Kamer denkt er niet zo over en wil graag andere conclusies horen. 

De lumpsumfinanciering doet volgens de Onderwijsraad recht aan de autonomie van de scholen en een stabiele bekostiging. Wel zou de lumpsumbekostiging moeten worden geactualiseerd en vereenvoudigd.

Bovendien benadrukt de Onderwijsraad dat de lumpsum toereikend moet zijn: ‘Als de overheid meent dat onderwijsinstellingen naast de wettelijke deugdelijkheidseisen ook aan (ruimere) maatschappelijke opdrachten moeten voldoen en naar hogere kwaliteit moeten streven, dient zij ook te zorgen voor voldoende bekostiging (…)’, zo staat in het advies Inzicht in verantwoording van onderwijsgelden.

Minister Slob en zijn collega Ingrid van Engelshoven lieten naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad aan de Tweede Kamer weten vast te houden aan de lumpsumfinanciering, omdat die schoolbesturen beleidsvrijheid geeft. ‘Een bestuur kan bijvoorbeeld tijdelijk extra geld uitgeven om een school van onvoldoende kwaliteit er bovenop te helpen, of om innovatie te stimuleren op een school (…). Zulke keuzes moet Den Haag niet maken. Daarom zien wij (…) de meerwaarde en het belang van de lumpsum en blijven we daarmee werken’, aldus Slob en Van Engelshoven.

Kroonluchters?

De Tweede Kamer is niet onverdeeld blij met het positieve advies van de Onderwijsraad en het besluit van de ministers om vast te houden aan de lumpsum. Een deel van de Kamerleden verspreidt het onterechte beeld als zouden schoolbesturen de lumpsumbekostiging besteden aan, zoals PVV’er Harm Beertema het uitdrukt, ‘de inrichting van bestuurskantoren met kroonluchters’.

SP’er Peter Kwint is de lumpsum een doorn in het oog, omdat volgens hem leraren niet weten waar ‘ons geld’ blijft. VVD’er Rudmer Heerema vraagt zich af hoe het kan dat verschillende schoolbesturen verschillende resultaten boeken, terwijl ze allemaal op dezelfde wijze worden bekostigd. D66’er Paul van Meenen wil dat de lumpsumfinanciering verdwijnt en dat het onderwijs teruggaat naar de situatie waarin de financiering centraal door de overheid werd geregeld.

Het is de bedoeling dat het nieuwe onderzoek naar de lumpsumbekostiging zal worden uitgevoerd door de Algemene Rekenkamer.

Een woordvoerder van het ministerie van OCW laat naar aanleiding van dit nieuwsbericht weten dat het onderzoek ‘in lijn is met de reactie van de bewindsman op het advies van de Onderwijsraad’.

Het belangrijkste doel van het nieuwe onderzoek is, zo stelt de woordvoerder, om vast te stellen ‘of de bekostiging van het primair- en voortgezet onderwijs toereikend en doelmatig is’. Dit sluit volgens hem aan op aanbevelingen van de Onderwijsraad.

De woordvoerder voegt daaraan toe dat het nog niet bekend is welke instantie het onderzoek gaat uitvoeren.

PO-Raad eens met Slob: betere verantwoording nodig

Schoolbesturen moeten beter verantwoorden wat ze met hun geld doen. Dat vindt voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad, meldt Trouw.

Ze schaart zich in de krant achter de inhoud van een brief van onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer. In die brief staat onder andere dat schoolbesturen hun financiële verantwoording moeten verbeteren.

Den Besten is het met de ministers eens. Zij vindt het bijvoorbeeld niet kunnen dat er tegenwoordig nog schoolbesturen zijn die hun jaarverslag niet online publiceren.

Alles online

VOS/ABB benadrukt al jaren dat bij een goede publieke verantwoording hoort dat schoolbesturen hun jaarverslagen online publiceren, zodat iedereen kan zien waaraan het belastinggeld voor goed onderwijs is besteed.

In de praktijk gebeurt dat ook, zo schreef beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB onlangs in een commentaar naar aanleiding van de brief van Slob.

‘De afgelopen tijd heb ik bijna 100 schoolbestuurders gesproken, onder andere over de manier waarop zij verantwoording afleggen. Uit die gesprekken bleek dat ze allemaal hun jaarverslagen met uitgebreide financiële verantwoording online zetten. Zo kan iedereen die dat wil, zien waaraan het onderwijsgeld is besteed’, aldus Bloemers.

Lees het commentaar

Hoe functioneert scheiding bestuur en toezicht?

Onderwijsminister Arie Slob heeft een onderzoeksrapport over de functionele scheiding van bestuur en toezicht in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het rapport van de Inspectie van het Onderwijs gaat over het functioneren in de praktijk van onder andere het one tier-model, het raad-van-beheermodel, het  bestuur-directiemodel en het mandaat- of delegatiemodel.

Formele inrichting en cultuur

Bij ongeveer de helft van de schoolbesturen die voor dit onderzoek werden geselecteerd, signaleert de inspectie verbeterpunten met betrekking op zowel de formele inrichting als op cultuur en houding.

Wat de formele inrichting betreft, merkt de inspectie op dat er schoolbesturen zijn die nog weinig hebben uitgewerkt over de wijze waarop ze bestuur en toezicht willen invullen. ‘Soms zijn er onduidelijkheden in de verdeling van bevoegdheden en soms is bijvoorbeeld de bevoegdheid om personeel aan te nemen bij intern toezichthouders belegd. Het is dan onduidelijk wie daar vervolgens nog op toeziet’, aldus de inspectie.

Als het gaat over cultuur en houding, signaleert de inspectie dat interne toezichthouders niet overal onafhankelijk genoeg functioneren, waardoor het risico ontstaat dat ze hun controlerende rol onvoldoende uitoefenen. ‘Bijvoorbeeld als zij te dicht betrokken zijn bij besluitvorming of bij dagelijkse sturing’, zo staat in het rapport.

Daarnaast is volgens de inspectie een risico aanwezig als intern toezichthouders niet genoeg betrokkenheid tonen, ‘bijvoorbeeld als zij geen of slechts weinig informatie verzamelen of als er slechts weinig kritische vragen worden gesteld’. In een dergelijke situatie is volgens de inspectie reflectie vanuit de medezeggenschapsraad van belang.

Advies

Het verdient aanbeveling, zo schrijft de inspectie, ‘om de wettelijke kaders voor scheiding van bestuur en toezicht te verduidelijken en ook voorlichting te geven over het doel van deze kaders’.

Download het rapport Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk.

André Postema blijft, ondanks examendebacle Maastricht

De raad van toezicht van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft besloten het contract met de omstreden bestuursvoorzitter André Postema met twee jaar te verlengen.

Postema is de man onder wiens verantwoordelijkheid het examendebacle bij VMBO Maastricht plaatshad. De Inspectie van het Onderwijs verklaarde daar kort voor de zomervakantie alle eindexamens ongeldig, nadat was gebleken dat geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om examen te mogen doen.

Het examendebacle leidde ertoe dat Postema, die ook fractievoorzitter was van de PvdA in de Eerste Kamer, als eindverantwoordelijke zwaar onder vuur kwam te liggen. Hij besloot zijn fractievoorzitterschap in de Senaat op te geven, naar eigen zeggen in het belang van de PvdA, maar ondanks ernstige twijfels over zijn positie bij LVO bleef hij daar bestuursvoorzitter.

Zelfevaluatie André Postema

In een zelfevaluatie die Postema en interim-bestuurder Jan Rijkers opstelden, staat onder andere dat er geen enkel signaal was binnengekomen dat het ernstig mis was bij VMBO Maastricht. Volgens hen mochten ze er op grond van het stelsel van kwaliteitszorg binnen LVO van uitgaan dat dergelijke signalen de centrale directie en het college van bestuur wel hadden moeten bereiken. In dat geval zouden zou het college van bestuur volgens Postema en Rijkers ‘zonder enige twijfel’ hebben ingegrepen.

De raad van toezicht heeft nu besloten dat Postema de komende twee jaar bestuursvoorzitter kan blijven. Voorzitter Jan Schrijen van de raad van toezicht zegt te beseffen dat er ‘publieke en politieke discussie’ is over de positie van Postema, maar hij is ervan overtuigd dat ‘juist in deze woelige periode’ de ervaring en de kennis van Postema ‘van grote betekenis’ is voor LVO.

Het besluit van de raad van toezicht van LVO om het contract met André Postema te verlengen leidt tot gefronste wenkbrauwen. Onder andere de Tweede Kamer ziet het liefst dat Postema bij LVO vertrekt.

Lees meer…