Kamer wil andere conclusies: nieuw onderzoek lumpsum

Onderwijsminister Arie Slob laat nieuw onderzoek uitvoeren naar de lumpsum. Afgelopen zomer kwam de Onderwijsraad al met de heldere conclusie dat de lumpsum de beste financieringsvorm van het primair en voortgezet onderwijs is, maar een deel van de Tweede Kamer denkt er niet zo over en wil graag andere conclusies horen. 

De lumpsumfinanciering doet volgens de Onderwijsraad recht aan de autonomie van de scholen en een stabiele bekostiging. Wel zou de lumpsumbekostiging moeten worden geactualiseerd en vereenvoudigd.

Bovendien benadrukt de Onderwijsraad dat de lumpsum toereikend moet zijn: ‘Als de overheid meent dat onderwijsinstellingen naast de wettelijke deugdelijkheidseisen ook aan (ruimere) maatschappelijke opdrachten moeten voldoen en naar hogere kwaliteit moeten streven, dient zij ook te zorgen voor voldoende bekostiging (…)’, zo staat in het advies Inzicht in verantwoording van onderwijsgelden.

Minister Slob en zijn collega Ingrid van Engelshoven lieten naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad aan de Tweede Kamer weten vast te houden aan de lumpsumfinanciering, omdat die schoolbesturen beleidsvrijheid geeft. ‘Een bestuur kan bijvoorbeeld tijdelijk extra geld uitgeven om een school van onvoldoende kwaliteit er bovenop te helpen, of om innovatie te stimuleren op een school (…). Zulke keuzes moet Den Haag niet maken. Daarom zien wij (…) de meerwaarde en het belang van de lumpsum en blijven we daarmee werken’, aldus Slob en Van Engelshoven.

Kroonluchters?

De Tweede Kamer is niet onverdeeld blij met het positieve advies van de Onderwijsraad en het besluit van de ministers om vast te houden aan de lumpsum. Een deel van de Kamerleden verspreidt het onterechte beeld als zouden schoolbesturen de lumpsumbekostiging besteden aan, zoals PVV’er Harm Beertema het uitdrukt, ‘de inrichting van bestuurskantoren met kroonluchters’.

SP’er Peter Kwint is de lumpsum een doorn in het oog, omdat volgens hem leraren niet weten waar ‘ons geld’ blijft. VVD’er Rudmer Heerema vraagt zich af hoe het kan dat verschillende schoolbesturen verschillende resultaten boeken, terwijl ze allemaal op dezelfde wijze worden bekostigd. D66’er Paul van Meenen wil dat de lumpsumfinanciering verdwijnt en dat het onderwijs teruggaat naar de situatie waarin de financiering centraal door de overheid werd geregeld.

Het is de bedoeling dat het nieuwe onderzoek naar de lumpsumbekostiging zal worden uitgevoerd door de Algemene Rekenkamer.

Een woordvoerder van het ministerie van OCW laat naar aanleiding van dit nieuwsbericht weten dat het onderzoek ‘in lijn is met de reactie van de bewindsman op het advies van de Onderwijsraad’.

Het belangrijkste doel van het nieuwe onderzoek is, zo stelt de woordvoerder, om vast te stellen ‘of de bekostiging van het primair- en voortgezet onderwijs toereikend en doelmatig is’. Dit sluit volgens hem aan op aanbevelingen van de Onderwijsraad.

De woordvoerder voegt daaraan toe dat het nog niet bekend is welke instantie het onderzoek gaat uitvoeren.

PO-Raad eens met Slob: betere verantwoording nodig

Schoolbesturen moeten beter verantwoorden wat ze met hun geld doen. Dat vindt voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad, meldt Trouw.

Ze schaart zich in de krant achter de inhoud van een brief van onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob aan de Tweede Kamer. In die brief staat onder andere dat schoolbesturen hun financiële verantwoording moeten verbeteren.

Den Besten is het met de ministers eens. Zij vindt het bijvoorbeeld niet kunnen dat er tegenwoordig nog schoolbesturen zijn die hun jaarverslag niet online publiceren.

Alles online

VOS/ABB benadrukt al jaren dat bij een goede publieke verantwoording hoort dat schoolbesturen hun jaarverslagen online publiceren, zodat iedereen kan zien waaraan het belastinggeld voor goed onderwijs is besteed.

In de praktijk gebeurt dat ook, zo schreef beleidsmedewerker Ronald Bloemers van VOS/ABB onlangs in een commentaar naar aanleiding van de brief van Slob.

‘De afgelopen tijd heb ik bijna 100 schoolbestuurders gesproken, onder andere over de manier waarop zij verantwoording afleggen. Uit die gesprekken bleek dat ze allemaal hun jaarverslagen met uitgebreide financiële verantwoording online zetten. Zo kan iedereen die dat wil, zien waaraan het onderwijsgeld is besteed’, aldus Bloemers.

Lees het commentaar

Hoe functioneert scheiding bestuur en toezicht?

Onderwijsminister Arie Slob heeft een onderzoeksrapport over de functionele scheiding van bestuur en toezicht in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het rapport van de Inspectie van het Onderwijs gaat over het functioneren in de praktijk van onder andere het one tier-model, het raad-van-beheermodel, het  bestuur-directiemodel en het mandaat- of delegatiemodel.

Formele inrichting en cultuur

Bij ongeveer de helft van de schoolbesturen die voor dit onderzoek werden geselecteerd, signaleert de inspectie verbeterpunten met betrekking op zowel de formele inrichting als op cultuur en houding.

Wat de formele inrichting betreft, merkt de inspectie op dat er schoolbesturen zijn die nog weinig hebben uitgewerkt over de wijze waarop ze bestuur en toezicht willen invullen. ‘Soms zijn er onduidelijkheden in de verdeling van bevoegdheden en soms is bijvoorbeeld de bevoegdheid om personeel aan te nemen bij intern toezichthouders belegd. Het is dan onduidelijk wie daar vervolgens nog op toeziet’, aldus de inspectie.

Als het gaat over cultuur en houding, signaleert de inspectie dat interne toezichthouders niet overal onafhankelijk genoeg functioneren, waardoor het risico ontstaat dat ze hun controlerende rol onvoldoende uitoefenen. ‘Bijvoorbeeld als zij te dicht betrokken zijn bij besluitvorming of bij dagelijkse sturing’, zo staat in het rapport.

Daarnaast is volgens de inspectie een risico aanwezig als intern toezichthouders niet genoeg betrokkenheid tonen, ‘bijvoorbeeld als zij geen of slechts weinig informatie verzamelen of als er slechts weinig kritische vragen worden gesteld’. In een dergelijke situatie is volgens de inspectie reflectie vanuit de medezeggenschapsraad van belang.

Advies

Het verdient aanbeveling, zo schrijft de inspectie, ‘om de wettelijke kaders voor scheiding van bestuur en toezicht te verduidelijken en ook voorlichting te geven over het doel van deze kaders’.

Download het rapport Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk.

André Postema blijft, ondanks examendebacle Maastricht

De raad van toezicht van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft besloten het contract met de omstreden bestuursvoorzitter André Postema met twee jaar te verlengen.

Postema is de man onder wiens verantwoordelijkheid het examendebacle bij VMBO Maastricht plaatshad. De Inspectie van het Onderwijs verklaarde daar kort voor de zomervakantie alle eindexamens ongeldig, nadat was gebleken dat geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om examen te mogen doen.

Het examendebacle leidde ertoe dat Postema, die ook fractievoorzitter was van de PvdA in de Eerste Kamer, als eindverantwoordelijke zwaar onder vuur kwam te liggen. Hij besloot zijn fractievoorzitterschap in de Senaat op te geven, naar eigen zeggen in het belang van de PvdA, maar ondanks ernstige twijfels over zijn positie bij LVO bleef hij daar bestuursvoorzitter.

Zelfevaluatie André Postema

In een zelfevaluatie die Postema en interim-bestuurder Jan Rijkers opstelden, staat onder andere dat er geen enkel signaal was binnengekomen dat het ernstig mis was bij VMBO Maastricht. Volgens hen mochten ze er op grond van het stelsel van kwaliteitszorg binnen LVO van uitgaan dat dergelijke signalen de centrale directie en het college van bestuur wel hadden moeten bereiken. In dat geval zouden zou het college van bestuur volgens Postema en Rijkers ‘zonder enige twijfel’ hebben ingegrepen.

De raad van toezicht heeft nu besloten dat Postema de komende twee jaar bestuursvoorzitter kan blijven. Voorzitter Jan Schrijen van de raad van toezicht zegt te beseffen dat er ‘publieke en politieke discussie’ is over de positie van Postema, maar hij is ervan overtuigd dat ‘juist in deze woelige periode’ de ervaring en de kennis van Postema ‘van grote betekenis’ is voor LVO.

Het besluit van de raad van toezicht van LVO om het contract met André Postema te verlengen leidt tot gefronste wenkbrauwen. Onder andere de Tweede Kamer ziet het liefst dat Postema bij LVO vertrekt.

Lees meer…

‘Examendebacle VMBO Maastricht overviel LVO-bestuur’

‘De examenproblematiek van VMBO Maastricht heeft het College van Bestuur en ook de Centrale Directie van LVO-Maastricht overvallen’, schrijven de omstreden bestuursvoorzitter André Postema van Limburgs Voortgezet Onderwijs en interim-bestuurder Jan Rijkers in een zelfevaluatie.

VMBO Maastricht kwam voor de zomervakantie volop in het nieuws, omdat de Inspectie van het Onderwijs daar alle eindexamens ongeldig had verklaard. Het bleek dat geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om examen te mogen doen.

Het examendebacle leidde ertoe dat bestuursvoorzitter André Postema, die ook fractievoorzitter was van de PvdA in de Eerste Kamer, als eindverantwoordelijke zwaar onder vuur kwam te liggen. Hij besloot zijn fractievoorzitterschap in de Senaat op te geven, naar eigen zeggen in het belang van de PvdA, maar ondanks ernstige twijfels over zijn positie bij LVO bleef hij daar bestuursvoorzitter.

Wel moest LVO-bestuurder Marianne Wegberg het veld ruimen en werd naar aanleiding van de chaos en specifiek voor VMBO Maastricht een interim-bestuurder aangesteld.

Geen signalen

In de zelfevaluatie van Postema en Rijkers staat onder andere dit: ‘Er was ons geen enkel signaal bekend dat de docenten, de schoolleiding en de examencommissie zich bij de schoolexamens niet hielden aan het zelf vastgestelde programma van toetsing en afsluiting (PTA) en de regels van het eigen examenreglement.’

Daar voegen Postema en Rijkers aan toe dat ‘op grond van het stelsel van kwaliteitszorg binnen LVO en de schoolspecifieke invulling daarvan’ mocht worden verondersteld ‘dat deze signalen de Centrale Directie en het College van Bestuur wél zouden bereiken’.

Dat is volgens hen dus niet gebeurd, maar als dat wel het geval was geweest, zo staat in de zelfevaluatie, zou het college van bestuur ‘zonder enige twijfel’ hebben ingegrepen.

Lees de zelfevaluatie

André Postema geen fractieleider meer in Eerste Kamer

Voorzitter André Postema van het college van bestuur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) heeft zich teruggetrokken als fractieleider van de PvdA in de Eerste Kamer. Hij blijft wel namens die partij lid van de Eerste Kamer.

In een verklaring laat de omstreden bestuursvoorzitter van LVO weten dat zijn vertrek als fractievoorzitter wat hem betreft volledig losstaat van het examendebacle bij VMBO Maastricht, waarvoor hij als LVO-bestuursvoorzitter de verantwoordelijkheid draagt. Zijn besluit om het fractievoorzitterschap neer te leggen volgt, zo meldt hij, op onrust die hij in de PvdA-fractie ervaart. ‘Ik betreur dit. Het is echter ook aan de fractievoorzitter om te voorkomen dat we als fractie in een patstelling of zelfs onderling conflict geraken’, aldus Postema.

Hij benadrukt in zijn verklaring dat zijn werkzaamheden voor LVO volstrekt losstaan van zijn  Eerste Kamerlidmaatschap: ‘Dat is de enige manier om het belangrijke deeltijdwerk van Senator te kunnen doen. Ik heb dit sinds mijn lidmaatschap van de Eerste Kamer sinds juni 2011 altijd kunnen bewaken: als vice-voorzitter van de Universiteit Maastricht en vervolgens als voorzitter van het Limburgs Voortgezet Onderwijs.’ Hij verwijt de media en Tweede Kamerleden dat zij een verband leggen tussen de twee functies.

‘Schuld ligt bij inspectie’

Hoewel Postema benadrukt dat er voor hem geen enkel verband is tussen zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer en zijn LVO-bestuursfunctie, gaat hij in zijn verklaring toch in op de situatie bij VMBO Maastricht door de schuld voor het examendebacle niet bij hemzelf, maar bij de Inspectie van het Onderwijs te leggen.

‘Ik heb mij na de premature bekendmaking van de Inspectie dat de eindexamens van alle leerlingen ongeldig zijn verklaard, ten volle ingezet om de leerlingen en docenten van het VMBO Maastricht zo snel mogelijk weer een perspectief te kunnen bieden’, zo staat in zijn verklaring die als Eerste Kamerlid heeft verstuurd. In een eerdere verklaring die hij als LVO-vbestuursoorzitter deed uitgaan, legde hij de schuld voor het examendebacle ook al bij de inspectie.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege, die samen VMBO Maastricht vormen, ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken.

André Postema blijft zitten en legt schuld bij inspectie

De omstreden bestuursvoorzitter André Postema van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) neemt verantwoordelijkheid voor het examendebacle bij VMBO Maastricht op basis van nog uit te voeren onderzoek naar zijn bestuurlijk handelen, zo staat in een verklaring van hem op de website van LVO.

Postema benadrukt in zijn verklaring dat het college van bestuur van LVO (in casu Postema zelf, want de andere bestuurder van het voorheen tweekoppige bestuur is vanwege het examendebacle weggestuurd) veel maatregelen heeft genomen ‘om onze leerlingen zo snel mogelijk duidelijkheid en perspectief te bieden’.

‘Als bestuursvoorzitter van 23 prachtige en sterke Limburgse scholen heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen om deze aangeslagen VMBO-afdeling in Maastricht weer veilig in de haven te krijgen, alles in het belang van de getroffen leerlingen’, aldus Postema.

Hij zegt verder graag aan de raad van toezicht van LVO verantwoording af te leggen over het bestuurlijk handelen voor en tijdens de crisis. Dat wil hij ook doen ‘naar de Maastrichtse samenleving en iedereen die met het lot van deze leerlingen en hun school begaan is’.

Botte bijl van inspectie

Postema legt in zijn verklaring de schuld voor de chaos bij VMBO Maastricht bij de Inspectie van het Onderwijs. Die zou met de botte bijl hebben gehakt. Op 22 juni werd bekend dat de inspectie de centrale examens van 354 leerlingen van VMBO Maastricht ongeldig had verklaard, omdat veel schoolexamens niet waren gehaald.

Lees de volledige verklaring

Sectorakkoord voortgezet onderwijs geactualiseerd

Het geactualiseerde sectorakkoord voortgezet onderwijs bouwt voort op het Sectorakkoord 2014-2017 – Klaar voor de toekomst, samen werken aan onderwijskwaliteit.

Het geactualiseerde sectorakkoord zet voor de komende jaren in op zeven ambities. Hieronder kunt u zien welke ambities dat zijn. Er staat kort bij vermeld wat de doelstelling zoal inhoudt. Voor de volledige beschrijving kunt u het geactualiseerde sectorakkoord downloaden.

  • Ambitie 1. Uitdagend onderwijs voor elke leerling
    Alle leerlingen worden – via vormen van onderwijs op maat – uitgedaagd in het onderwijs. Het landelijk percentage zittenblijvers is in 2020 gedaald van 5,8 tot 3,8 procent. Vanaf dat jaar zit geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zonder passend onderwijs.
  • Ambitie 2. Eigentijdse voorzieningen
    Scholen benutten – in aansluiting op hun curriculum – de mogelijkheden van ICT en eigentijdse leermiddelen optimaal voor hun onderwijs.
  • Ambitie 3. Brede vorming voor alle leerlingen
    Scholen zijn actief aan de slag met de ontwikkeling van hun curriculum, dat recht doet aan de drievoudige opdracht van het onderwijs: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Hiertoe behoort versterking van het burgerschapsonderwijs.
  • Ambitie 4. Partnerschap in de regio
    Schoolbesturen werken in de regio samen aan het realiseren van hun maatschappelijke opdracht en maken hier gezamenlijk afspraken over. Hierbij betrekken zij het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden.
  • Ambitie 5. Scholen als lerende organisaties
    Het streven is dat het aantal plekken op opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs in 2020 met 2200 tot 4000 is toegenomen. Startende leraren en schoolleiders krijgen een effectief inwerk- en begeleidingsprogramma, als onderdeel van het strategisch personeelsbeleid.
  • Ambitie 6. Toekomstbestendigheid organiseren: koppeling van onderwijs- en
    personeelsontwikkeling
    Schoolbesturen stemmen hun personeelsbeleid af op onderwijskundige doelen en daaraan gekoppeld de professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van leraren en schoolleiders.
  • Ambitie 7. Nieuwe verhoudingen in verantwoording en toezicht
    Schoolbesturen hebben hun governance op orde en leggen verantwoording af over de resultaten die zij leveren. Bovendien hebben ze hun kwaliteitszorg op orde en streven ze naar een zo hoog mogelijk niveau boven basiskwaliteit.

Lees meer…

Coulance voor scholen die nog niet voldoen aan AVG

Scholen die op 25 mei nog niet voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) hoeven niet bang te zijn dat ze direct een hoge boete krijgen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Dat blijkt uit wat voorzitter Aleid Wolfsen van de AP tegen de NOS heeft gezegd: ‘We blijven een redelijke toezichthouder. Als er wat gebeurt, kijken we wat er aan de hand is: wil een school het op orde hebben en zijn ze op de goede weg? Daar houden we rekening mee’, aldus Wolfsen.

Lees meer…

De AVG is de nieuwe Europese privacywet. Alle organisaties die persoonsgegevens verwerken, moeten daaraan voldoen. De AVG is de strengere vervanger van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Leden van VOS/ABB kunnen gebruikmaken van een prima aanbod op het gebied van de AVG. Dit aanbod is ontwikkeld in samenwerking met Wille Donker advocaten.

Ga naar het AVG-aanbod van VOS/ABB

 

Voortgangsrapportage passend onderwijs komt in juni

Onderwijsminister Arie Slob komt niet eerder dan in juni met de volgende voortgangsrapportage passend onderwijs. Dat meldt hij per brief aan de Tweede Kamer.

In de voortgangsrapportage zal hij ingaan op ‘onderwerpen en trajecten waarover op dit moment overleg plaatsvindt met het veld, besluitvorming plaatsvindt of onderzoek wordt uitgevoerd’. Deze trajecten zullen volgens hem niet eerder dan eind mei tot resultaat leiden. ‘Ik kan uw Kamer dan ook pas begin juni inhoudelijk op de hoogte stellen van de uitkomsten hiervan’, zo meldt de minister.

Het gaat onder andere over de uitkomst van de financiering van zorg in onderwijstijd, de mogelijkheden voor maatwerk, het intern toezicht bij samenwerkingsverbanden en de eerste resultaten van het onderzoek naar regionale verschillen in basisondersteuning.

Lees meer…

Scholen in problemen door terugvordering gewichtengeld

‘De leerlingen van nu mogen niet de dupe worden van de onhandig ingestoken en ondoorzichtige regeling voor gewichtengeld’, benadrukt directeur Marco Janssen van openbare basisschool ’t Startblok in Cuijk.

Janssen heeft een brief geschreven aan Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks naar aanleiding van de terugvordering van volgens het ministerie van OCW te veel uitgekeerd ‘gewichtengeld’ voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

Met zijn brief laat hij zien dat het niet aan de scholen, maar aan de onwerkbare gewichtenregeling ligt dat er te veel geld is uitgekeerd. Nu het ministerie van OCW dat gaat terugvorderen, komen de scholen, waaronder obs ’t Startblok, volgens hem in de problemen.

‘Recentelijk werd ons duidelijk dat (…) we een bedrag van maar liefst 198.590 euro moeten terugbetalen. Er wordt ook nog verwacht dat dit voor 1 mei gebeurt.  Dit zijn 3 fulltime leerkrachten. Moet ik die dan ontslaan?’, aldus Janssen.

Veel werk en duur bureau

Hij wijst er ook op dat de controles op de leerlinggewichten zijn school veel werk hebben gekost. Bovendien is er, zo benadrukt hij, veel geld gaan zitten in de inzet door het ministerie van OCW van ‘een duur bureau dat de werkzaamheden van de administratie, directie en leerkrachten (gezamenlijk ongeveer 100 uren werk) nog eens dunnetjes over kwam doen’.

‘De bedragen die uitgegeven zijn aan dit commerciële bedrijf zouden zo maar ten goede hebben kunnen komen aan de tekorten die in het basisonderwijs zichtbaar zijn. Op welke manier dragen deze controles bij aan de kwaliteit van het onderwijs?’, zo vraagt Janssen zich in zijn brief aan de Tweede Kamer af.

Eerlijke inzet gewichtengeld

Aanvullend benadrukt de directeur uit Cuijk tegenover VOS/ABB dat hij altijd te goeder trouw handelt en meewerkt aan een zo eerlijk mogelijke inzet van gewichtengeld.

‘Als ik had kunnen bevroeden dat ik deze middelen ooit terug zou moeten betalen, had ik ze nooit ingezet. Nu wordt een volgend cohort kinderen er de dupe van. Dat risico kan en mag ik, als directeur van een school die letterlijk en figuurlijk op de kleintjes moet letten, gewoonweg niet nemen’, aldus Janssen.

Lumpsumfinanciering niet toereikend, systeem is goed

De lumpsumfinanciering is niet toereikend, het is niet verstandig om er schotten in aan te brengen en het toezicht op bestedingen moet uitgaan van vertrouwen. Dat heeft directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB donderdag gezegd op een bijeenkomst van de Onderwijsraad.

Er werd op de bijeenkomst in de zaal van de Eerste Kamer gesproken over vier thema’s die de bekostiging van het onderwijs raken. Het eerste thema was de toereikendheid van de lumpsumbekostiging, of beter gezegd: de ontoereikendheid.

Teegelbeckers benadrukte dat in de afgelopen 10 jaar veel veranderd en dat dat vraagt ook om investeringen. Hij noemde als voorbeeld de toegenomen druk op het toezicht, maar ook de achterblijvende financiering van de exploitatiekosten. Daarnaast is het voor schoolbesturen noodzakelijk om bepaalde reserves aan te houden om te voldoen aan de normen voor bijvoorbeeld het weerstandsvermogen.

Hij bracht in dit kader in herinnering dat Sharon Dijksma in 2009 het budget voor bestuur en management van 90 miljoen euro per jaar weghaalde. Deze greep uit de lumpsum van het primair onderwijs door de toenmalige PvdA-staatssecretaris van OCW ging onder meer ten koste van het primaire proces.

Schotten in lumpsum?

Op de vraag of het systeem van de lumpsumfinanciering voldoet of dat er schotten moeten worden ingebouwd tussen bijvoorbeeld de personele bekostiging en de exploitatiebekostiging, antwoordde Teegelbeckers dat dat laatste niet verstandig zou zijn. Het behoud van het huidige systeem is volgens hem van belang voor de benodigde beleidsruimte en -vrijheid van onderwijsorganisaties.

Er is ook gesproken over verantwoording en toezicht. Teegelbeckers pleitte ervoor om uit te gaan van verantwoordelijkheid en vertrouwen en dit dus zoveel mogelijk bij de schoolbesturen en de raden van toezicht te laten.

Alle jaarverslagen openbaar

Hij zei ook dat transparantie bij het karakter van het onderwijs hoort. Daarom zouden wat hem betreft de jaarverslagen van alle schoolbesturen voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

Een ander onderwerp dat aan bod kwam, was doelmatigheid van bestedingen. Hierover werd opgemerkt dat de politiek hier niet over gaat. Wel kunnen schoolbesturen worden aangesproken op de rechtmatigheid van bestedingen.

Advies

De Onderwijsraad zal de input van Teegelbeckers en andere sprekers gebruiken voor een advies over de lumpsumfinanciering.

Notitie over verantwoording samenwerkingsverbanden

Op initiatief van het ministerie van OCW is een notitie tot stand gekomen over verantwoording als onderdeel van goed financieel management door en binnen samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs.

De notitie bevat drie uitgangspunten:

  1. Het samenwerkingsverband legt verantwoording af over alle middelen die het tot zijn beschikking heeft in relatie tot beoogde doelen en bereikte resultaten.
  2. Schoolbesturen zijn zich bewust van de verschillende rollen die zij binnen het
    samenwerkingsverband hebben en handhaven hun rolzuiverheid.
  3. Iedereen die middelen besteedt legt verantwoording af; hierbij wordt rekening
    gehouden met regionale verschillen.

Download notitie

 

 

Kamerleden denken dat onderwijs geld verspilt

Tweede Kamerleden van Groen Links en SP denken dat er miljoenen euro’s worden ‘verspild’ in het onderwijs. Zij willen dat het kabinet dit geld terughaalt en gebruikt voor werkdrukvermindering.

De ‘weglekkende onderwijsmiljoenen’ zouden volgens GroenLinks en SP besteed worden aan externe uitzendbureaus, vergoedingen voor toezichthouders  en allerlei overlegstructuren. Volgens hen kan bijvoorbeeld het werk van een toezichthouder ook gedaan worden door de medezeggenschapsraad, en kunnen er wel wat ‘clubjes en belangenorganisaties’ weg.

De fracties willen nu dat het kabinet uitzoekt hoeveel geld naar dit soort zaken gaat. Dat geld kan vervolgens worden besteed aan minisubsidies om ‘echt de werkdruk aan te pakken.’

Het zijn de Kamerleden Lisa Westerveld (GroenLinks) en Peter Kwint (SP), die dit vandaag aankaarten in een Kamerdebat over leraren. Ze baseren zich op een enquête over werkdruk en geldverspilling in het onderwijs, waar 350 leraren op gereageerd hebben. De twee Kamerleden krijgen steun van D66 en CDA, die zich tegenover de NOS in soortgelijke bewoordingen uitlieten. D66-Kamerlid Paul van Meenen zegt ‘dat er op allerlei plekken nog geld ligt en de bezem moet erdoor heen’. De NOS citeert verder Michel Rog van het CDA, dat zegt dat er op basisscholen veel geld op gaat aan cursussen, fondsen en andere extra’s.

Meer informatie

Extra geld werkdruk: school beslist, bestuur verantwoordt

Schoolbestuurders moeten ervoor zorgen dat het geld voor vermindering van werkdruk ingezet wordt in samenhang met al hun andere prioriteiten en opdrachten. Dat meldt vicevoorzitter Anko van Hoepen van de PO-Raad in zijn weblog.

Het weblog van Van Hoepen gaat over het Werkdrukakkoord, dat het ministerie van OCW met de PO-Raad en de onderwijsvakbonden heeft gesloten. In dat akkoord is geregeld dat scholen in het primair onderwijs met ingang van het komend schooljaar 2018-2019 een extra bedrag van 237 miljoen euro krijgen om werkdruk aan te pakken. In het schooljaar 2021-2022 loopt dit bedrag op tot 430 miljoen euro.

De essentie van het Werkdrukakkoord is dat eerder toegezegd geld eerder beschikbaar wordt gesteld dan het kabinet eerder voor ogen had.

School beslist

Van Hoepen merkt in zijn weblog op dat de PO-Raad zich er hard voor heeft gemaakt dat niet in Den Haag wordt besloten of er een conciërge of onderwijsassistent beschikbaar komt, maar dat de scholen daarover beslissen. ‘Schoolleiders en leraren kunnen zelf het beste bepalen waar het geld voor werkdruk naartoe moet’, aldus de vicevoorzitter van de sectororganisatie.

Bestuur verantwoordt

Wat de verantwoording betreft, blijven volgens hem de schoolbestuurders een belangrijke rol houden. ‘Bestuurders zijn verantwoordelijk voor het totaalplan en moeten ervoor zorgen dat het geld voor werkdruk ingezet wordt in samenhang met al hun andere prioriteiten en opdrachten.’

Hij vervolgt: ‘De verantwoording over het werkdrukgeld wordt afgelegd op meerdere niveaus: per school, maar ook door het schoolbestuur door middel van het jaarverslag. Hierdoor sluiten we vooral aan bij de bestaande vormen van verantwoording.’

Lees meer…

 

 

Inrichtingsvrijheid swv’s kent voor- en nadelen

De inrichtingsvrijheid van de samenwerkingsverbanden (swv’s) voor passend onderwijs heeft voor- en nadelen. Dat staat in het rapport Juridisch perspectief op de governance van samenwerkingsverbanden.

Een voordeel is van de inrichtingsvrijheid dat er ‘bestuurlijk maatwerk’ is ontstaan, wat in lijn is met ‘de wettelijke ruimte voor verschillende rechtsvormen en bestuursmodellen van samenwerkingsverbanden’, zo staat in het rapport.

In dit kader wordt opgemerkt dat in de wettelijke systematiek de autonomie van de schoolbesturen het uitgangspunt is geweest en dat swv’s nu binnen de wettelijke kaders zelf kunnen bepalen welke taken zij op zich nemen en welke niet.

Een nadeel dat aan de veelvormigheid van de swv’s en de sterke positie van de autonome schoolbesturen kleeft is dat het toezicht lastig kan zijn, terwijl deugdelijke governance van groot belang is voor het goed functioneren van de swv’s.

Lees meer…

Slob zet druk op verantwoording schoolbesturen

Onderwijsminister Arie Slob gaat schoolbesturen verplichten om in hun jaarverslagen over specifieke onderwerpen verantwoording af te leggen. Dat meldt hij in een brief aan de Tweede Kamer over de evaluatie van de sectorakkoorden in het primair en voortgezet onderwijs.

‘Het is belangrijk dat schoolbesturen de besteding van de sectorgelden helder verantwoorden, zodat voor alle belanghebbenden duidelijk is op welke wijze de besteding van de financiële middelen bijdraagt aan het realiseren van de doelen uit de sectorakkoorden’, zo schrijft Slob. Hij constateert dat het op dit punt niet goed gaat.

Daarom gaat hij de komende jaren gebruikmaken van zijn bevoegdheid, zoals die is vastgelegd in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, om schoolbesturen te verplichten over specifieke onderwerpen verantwoording af te leggen.

Daarop vooruitlopend wil hij samen met schoolbesturen ervaringen opdoen ‘over de wijze waarop deze verantwoordingseisen voor het bestuursverslag in de praktijk het beste kunnen worden vormgegeven’. Daarom komt er een pilot met de PO-Raad en VO-raad om ‘de verantwoording in de bestuursverslagen over prioritaire thema’s te verbeteren’.

Lees meer…

Wijzigingen verantwoording samenwerkingsverbanden

Samenwerkingsverbanden (swv’s) voor passend onderwijs krijgen te maken met wijzigingen in hun verantwoording.

Het ministerie van OCW heeft hierover een brief gestuurd, waarin drie punten centraal staan:

  1. Aanpassingen in de jaarrekening en de taxonomie en XBRL;
  2. Notitie ‘Uitgangspunten en monitoring verantwoording door en binnen samenwerkingsverbanden passend onderwijs’;
  3. Aanpassing continuïteitsparagraaf.

In de brief wordt hier uitgebreid op ingegaan.

Download de brief

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Tips voor succesvolle School!Week

Op de website openbaaronderwijs.nu staan tips voor een succesvolle School!Week. Als u zelf tips hebt voor de week van het openbaar onderwijs, laat het ons dan weten!

De School!Week is de jaarlijks terugkerende week waarin de openbare en algemeen toegankelijke scholen in Nederland zich op de kaart zetten. Het motto is altijd ‘ik ben welkom’, het thema dit keer is ‘Samen maken we school!’.

Dit schooljaar is de School!Week van 19 tot en met 23 maart. De week is een initiatief van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO). De activiteiten worden door de scholen zelf georganiseerd. Als ook uw school meedoet aan de School!Week, kunt u zich aanmelden en zetten wij uw school letterlijk op de kaart.

Inspirerende tips

De website openbaaronderwijs.nu staat vol met informatie over de School!Week. Zo krijgt u inspirerende tips om zelf activiteiten te organiseren, waarmee u kunt laten zien dat ook uw openbare school midden in de samenleving staat en van en voor iedereen is.

Natuurlijk willen wij meer tips. Dus als u ideeën hebt voor de School!Week, dan horen wij dat graag van u. Mail uw tips naar ikbenwelkom@vosabb.nl.

 

 

‘Schrap doelmatigheidskorting onderwijs’

De Stichting van het Onderwijs roept de politiek op de doelmatigheidskorting voor het hele onderwijs te schrappen.

‘De ambities voor de samenleving en kenniseconomie, en daarmee het onderwijs, zijn onveranderd hoog. De korting in het teken van ‘doelmatiger onderwijs’ rijmt daar niet mee’, zo meldt de Stichting van het Onderwijs. De doelmatigheidskorting loopt op tot 183 miljoen euro.

Voorzitter Paul Rosenmöller, tevens voorzitter van de VO-raad, benadrukt dat een doelmatige besteding van onderwijsgeld belangrijk is en dat de sector daar verantwoording over wil afleggen, maar volgens hem vertaalt het kabinet de focus op doelmatigheid naar een besparing op onderwijs.

‘Dat is niet de manier om met onderwijs om te gaan. Omwille van de belangen van onze leerlingen, studenten en ons onderwijspersoneel roepen wij dan ook de politiek op om de doelmatigheidskorting voor alle onderwijssectoren ongedaan te maken’, aldus Rosenmöller.

Lees meer…

Doorstroom vmbo-havo verschilt sterk per school

Bij de ene school stroomt driekwart van de vmbo-leerlingen door naar havo, terwijl bij de andere school die doorstroom nul is. Dat blijkt uit een analyse van de NOS, die zich baseert op informatie van de website Scholen op de kaart. Minister Arie Slob zegt in reactie dat verreweg de meeste scholen zich houden aan de doorstroomcode.

De NOS meldt dat gemiddeld 16 procent van de vmbo’ers die de theoretische of de gemengde leerweg doen, doorstroomt naar havo. Ruim 80 procent gaat mbo doen. De rest volgt na het vmbo al dan niet tijdelijk geen onderwijs.

Recht op doorstroom

Het bericht van de NOS staat in het kader van het doorstroomrecht voor vmbo’ers. Vanaf het schooljaar 2019-2020 mogen scholen geen cijfereisen meer stellen. Wel moeten vmbo’ers dan minstens zeven vakken hebben gevolgd om te mogen doorstromen naar havo.

Minister Arie Slob laat in reactie op vragen van Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA weten dat 84 procent van de scholen zich aan de doorstroomcode houdt. Scholen die aanvullende eisen stellen, worden daar volgens de minister op aangesproken.

In het nummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! dat in december 2016 is verschenen, staat een artikel over de doorstroom van mavo naar havo.

Van mavo naar havo: het lukt alleen met extra inzet

 

Klokkenluidersregeling voortgezet onderwijs herzien

De VO-raad heeft het model van de klokkenluidersregeling voor het voortgezet onderwijs herzien. Schoolbesturen die het herziene model overnemen, kunnen zich aansluiten bij de Commissie melden van een misstand vo.

Het lidmaatschap van de VO-raad is gebonden aan de eis dat schoolbesturen de herziene klokkenluidersregeling overnemen en publiceren. Die eis is opgenomen in de Code goed bestuur van de sectororganisatie van het voortgezet onderwijs.

Klokkenluidersregeling primair onderwijs

VOS/ABB heeft een model-klokkenluidersregeling voor het primair onderwijs beschikbaar. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u deze regeling downloaden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Kamervragen over peperdure ‘controlezucht’

Roelof Bisschop (SGP) heeft direct na het aantreden van het nieuwe kabinet-Rutte Kamervragen gesteld over de ‘controlezucht’ waar het onderwijs volgens hem onder lijdt.

‘Al jaren belijdt iedere partij en iedere politicus dat overbodige regels moeten worden afgeschaft en de bureaucratische rompslomp minder moet worden. Maar nog steeds wordt het onderwijs onnodig ingesnoerd. Bij het begin van dit nieuwe kabinet wil ik meteen een zetje geven in de goede richting’, aldus Tweede Kamerlid Bisschop.

Jaarverslaggeving

Hij wil van minister Arie Slob (ChristenUnie) voor primair en voortgezet onderwijs en van diens collega Kajsa Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken onder andere weten waarom de richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor een basisschool met 100 leerlingen en een universiteit met 45.000 studenten hetzelfde zijn. Bisschop wil graag dat op dit punt rekening wordt gehouden met schaalgrootte.

Ook wijst hij erop dat de administratieve lasten bij invoering van de Wet normering topinkomens geraamd zijn op 75 euro per instelling per jaar, maar ‘dat in de praktijk blijkt dat daar gerust twee nullen achter gezet kunnen worden’. Hij wil weten of Slob en Ollongren het acceptabel vinden dat daar zoveel geld aan wordt besteed.

Oudergeleding MR stemt in met hoogte ouderbijdrage

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW benadrukt in antwoord op Kamervragen dat de oudergeleding binnen de medezeggenschapsraad (MR) instemmingsrecht heeft op de hoogte en de bestemming van de ouderbijdrage. Ook benadrukt hij dat de ouderbijdrage altijd vrijwillig is.

VVD-Kamerlid Bente Becker had vragen gesteld aan Dekker naar aanleiding van bericht van RTL Nieuws over onder andere een vader die door de school van zijn kinderen onder druk zou zijn gezet om de ouderbijdrage te betalen. De school zou een aanmaning hebben gestuurd en daarna zelfs een incassobureau hebben ingeschakeld. Of het inderdaad zo gegaan is, kan uit het bericht van RTL niet worden opgemaakt.

Ouderbijdrage altijd vrijwillig

De staatssecretaris laat in antwoord op de vragen van Becker weten dat de ouderbijdrage altijd vrijwillig is. Hij voegt daaraan toe dat verschillen tussen de vrijwillige ouderbijdrages van scholen geen probleem hoeven te zijn zolang scholen duidelijk maken dat de vrijwillige ouderbijdrage ook echt vrijwillig is en ouders het gesprek kunnen aangaan over de hoogte van het bedrag.

Dekker wijst er in zijn antwoorden ook op dat de oudergeleding binnen de MR instemmingsrecht heeft op de hoogte en de bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage. De MR heeft volgens hem tevens de taak om erop toe te zien dat de totale kosten voor ouders beheersbaar blijven.

Ouders maken afweging

Verder stelt hij dat iedere ouder voor zichzelf de afweging kan maken of die de ouderbijdrage geheel, gedeeltelijk of niet betaalt.  ‘Ouders kunnen hierover in gesprek gaan met de schoolleiding. Ik heb geen signalen ontvangen dat ouders niet in staat worden gesteld om het gesprek met de school aan te gaan over de schoolkosten’, aldus de staatssecretaris.

Het vrijwillige karakter van de ouderbijdrage is geregeld onderwerp van gesprek in de media en de politiek. Steeds benadrukt staatssecretaris Dekker dat de bijdrage vrijwillig is, dat scholen ouders daarover moeten informeren en dat de oudergeleding binnen de MR instemmingsrecht heeft. Dat deed hij bijvoorbeeld ook in januari 2016, toen de SP er vragen over had gesteld.

Lees meer…

Toezichthouders onderwijs en kinderopvang gefuseerd

De Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) en de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Kinderopvang (NVTK) zijn gefuseerd.

De nieuwe vereniging VTOI-NVTK zegt zich hard te maken ‘voor de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs en kinderopvang vanuit een maatschappelijk perspectief’. De fusie ‘past bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, die ons laten zien dat instellingen voor kinderopvang en scholen meer en meer de samenwerking met elkaar zoeken op zowel organisatorische als inhoudelijke gronden’, aldus de VTOI-NVTK.