Kabinet schrapt fusietoets

Het kabinet heeft besloten de fusietoets voor het basis- en voortgezet onderwijs af te schaffen. Wel moet de betrokken medezeggenschapsraden met een fusie instemmen. Ook moet er een rapport worden opgesteld waarin de keuze voor de fusie wordt onderbouwd.

Schoolbesturen die samenwerking met elkaar zochten voor fusies, liepen vaak tegen de fusietoets op. Daardoor zijn in de afgelopen jaren fusies uitgesteld of werd er gekozen voor minder intensieve samenwerking. Het kabinet wil daarvan af.

Het afschaffen van de fusietoets zal er volgens het kabinet niet toe leiden dat er automatisch meer grote scholen komen. ‘Vaak gaat het om bestuurlijke fusies en blijven leerlingen gewoon in hetzelfde gebouw met dezelfde leraren les krijgen. In sommige situaties is het juist zo dat grote besturen het mogelijk maken om kleine scholen overeind te houden’, zo licht het kabinet het besluit toe.

Het zal enige tijd duren voordat de fusietoets uit de wet is verdwenen. Tot die tijd vindt enkel nog een procedurele toetsing plaats. De Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) wordt opgeheven.

VOS/ABB heeft jarenlang gepleit voor het afschaffen van de fusietoets, omdat die samenwerking in krimpregio’s ernstig in de weg stond. Het is een goede ontwikkeling dat het kabinet (eindelijk) heeft besloten om de fusietoets af te schaffen.

Lees meer…

Training ‘Hoe positioneer ik mijn kleine school?’

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB geeft bij het Instituut voor Kennisoverdracht (INVK) de driedelige training Hoe positioneer ik mijn kleine school?

De training bestaat uit drie ochtendsessies op dinsdag 15 mei, woensdag 6 juni en maandag 24 september en wordt gegeven bij het INVK op Landgoed Trompenburg in het Noord-Hollandse ‘s-Graveland. Deelname kost 396,20 euro ex. btw.

Meer informatie

Edudelta onder vlag openbaar onderwijs Middelharnis

De openbare Regionale scholengemeenschap Goeree-Overflakkee in Middelharnis (RGO) verzekert het voortbestaan van het voortgezet onderwijs van het Edudelta College in die plaats en het naastgelegen Sommelsdijk.

RGO meldt dat er afspraken zijn gemaakt met de Christelijke Scholengemeenschap Prins Maurits (CSG Prins Maurits) in Middelharnis, de gemeente Goeree-Overflakkee en Edudelta College om het onderwijsaanbod op de huidige locaties voort te zetten. De lessen zullen worden verzorgd door de eigen Edudelta-docenten. Bovendien gaat de nieuwbouw van de Beroepscampus in Middelharnis door zoals gepland.

De openbare scholengemeenschap meldt dat het van grote waarde is dat Edudelta onder de vlag van de RGO verder zal gaan. ‘De RGO zoekt al langer naar een natuurlijke samenwerkingspartner om het onderwijs in de volle breedte te kunnen verzorgen. Edudelta is dan een logische keus. Een vmbo-school met een mooie geschiedenis en een prachtige toekomst. Bovendien heeft Edudelta de afgelopen jaren laten zien dat zij kwaliteit kan bieden. We zijn er trots op dat de RGO op deze manier het voortbestaan van Edudelta kan garanderen’, zo staat op de website van RGO.

Krimp nekte Edudelta

Begin vorige maand meldde onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer dat Edudelta per 1 augustus 2018 zou stoppen met het aanbieden van onderwijs. De minister meldde toen dat de organisatie kampte ‘met sterk teruglopende deelnemersaantallen’ waardoor de financiële situatie onhoudbaar was geworden.

Een eerdere poging om tot een fusie te komen met de Lentiz Onderwijsgroep mislukte. Dat had onder andere te maken met hoge transitiekosten en het afkopen van een derivaat bij de Rabobank, waarvoor het ministerie van OCW niet wilde opdraaien. Slob koos daarom voor een alternatief scenario, waarin Edudelta failliet zou gaan en andere scholen de leerlingen zouden overnemen.

Eerder werd bekend dat de groene vmbo-opleiding van Edudelta in Goes is overgenomen door het openbare Goese Lyceum. De mbo-opleiding in die stad valt per 1 augustus 2018 onder Scalda. Voor de mbo-opleidingen van Edudelta in Middelharnis en Barendrecht wordt nog naar een oplossing gezocht.

Experiment zelfstandige dorpsschool niet uitgebreid

Het experiment met de zelfstandige openbare dorpsschool Jan Ligthart in het Groningse Westerbroek wordt niet uitgebreid, meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen over de sluiting van twee basisschooltjes in het Gelderse Lathum en Spijk.

De Tweede Kamerleden Michel Rog (CDA) en Kirsten van den Hul (PvdA) hadden de minister gevraagd om het experiment uit te breiden om de protestants-christelijke Ds. Jonkerschool in Lathum en de rooms-katholieke Willibrordusschool in Spijk te redden, maar daar gaat Slob niet in mee.

‘Dit experiment is gestart in augustus 2017 en loopt vijf jaar, dus tot 2022. In een brief van mijn voorganger is uw Kamer geïnformeerd dat gedurende deze vijf jaar het experiment niet wordt uitgebreid, omdat het van belang is om eerst de resultaten op de Jan Ligthartschool te monitoren’, aldus de minister.

Hij merkt in zijn brief op dat het experiment in Westerbroek niet bedoeld is om scholen open te houden, ‘maar om een onderwijsconcept te toetsen’. Over het besluitvormingsproces om de twee Gelderse dorpsschooltjes te sluiten, meldt Slob dat hij erop vertrouwt dat de betreffende schoolbesturen dat zorgvuldig hebben doorlopen.

Ouders zetten vraagtekens bij fusie Zeeuws-Vlaanderen

Ouders zetten vraagtekens bij de voorgenomen fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen, meldt Omroep Zeeland.

Volgens de regionale zender is het belangrijkste struikelblok bij de fusie het behoud van identiteit. Het plan tot fusie voorziet in een christelijke school waarin het openbaar onderwijs niet meer bestaat. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs uit Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

‘Ik hoop dat kinderen hun eigen identiteit kunnen behouden. Gelovig of niet’, zo citeert Omroep Zeeland de vader van een leerling van De Rede. Er zijn ook ouders die vinden dat een christelijke school tegenwoordig nog maar heel weinig verschilt van een openbare school.

Fusie moet aan Grondwet voldoen

VOS/ABB benadrukt dat de voorgenomen fusie in Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen de garantiefunctie van het openbaar onderwijs, zoals die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. 

Het uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs mág. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Samenwerkingsschool

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven. Dan past het, zoals het hoort, binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

MR-handreiking sluiting/fusie aangepast

De Handreiking aan de MR voor het voorstellen van alternatieven bij fusie of sluiting van een school van het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen is aangepast.

In deze handreiking staat de procedure beschreven die de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) bij een fusie of sluiting van een school kan volgen. Ook staat erin wat de procedure kan zijn als het schoolbestuur een alternatief van de (G)MR afwijst.

WMS gewijzigd

De handreiking is aangepast aan een wijziging van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) per 1 januari 2018. Vanaf die datum is het verplicht om alle ouders te raadplegen voordat besluiten over fusie, sluiting, verandering van de grondslag of omzetting van een school worden genomen.

De WMS laat in het midden wie de raadpleging moet uitvoeren. Dat kan de voltallige MR, de oudergeleding of het bevoegd gezag zijn. Ook schrijft de wet niet voor hoe de raadpleging moet plaatsvinden.

In de handreiking wordt ervan uitgegaan dat de raadpleging van de ouders moet gebeuren voordat de MR zijn instemmings- of adviesbevoegdheid bij fusie of sluiting uitoefent en de MR in dit kader alternatieven wil voorstellen aan het bevoegd gezag.

Download aangepaste handreiking

Geboortecijfer daalt, dus minder leerlingen

Het uitstel van het moederschap is een van de oorzaken van het relatief lage aantal kinderen dat de laatste jaren wordt geboren, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het lage geboortecijfers heeft uiteraard gevolgen voor het onderwijs, omdat er straks minder leerlingen zullen zijn.

In 2017 werden in Nederland 169.000 baby’s geboren. Dat waren er 3000 minder dan in 2016 en ruim 1000 minder dan in 2015. Op basis van deze voorlopige cijfers meldt het CBS dat het aantal geboorten lager is dan bij het vorige dieptepunt in 1983, toen 170.000 baby’s werden geboren.

Ook het gemiddeld kindertal is verder gedaald en komt uit op 1,61 kinderen per vrouw. In 2000 was dat nog 1,72 kinderen en in 2010 1,80 kinderen.

Lees meer…

Cursus ‘Help, we gaan fuseren!’

Fusies zijn gevoelige processen die ongeveer een jaar in beslag nemen. Hoe lopen deze processen? Wat is de rol van de medezeggenschapsraad? Wat zijn de do’s en don’ts? Deze cursus voor het primair onderwijs wordt op twee middagen (1 en 20 februari 2018) gegeven door Hans Teegelbeckers en Ronald Bloemers

De afgelopen jaren zijn er door de krimp veel fusiebewegingen geweest. Vooral in het primair onderwijs zet deze ontwikkeling zich door. VOS/ABB heeft de afgelopen jaren veel fusies begeleid en wil de kennis en ervaring op dit gebied graag met u delen.

In twee middagen nemen wij het gehele fusieproces met u door en behandelen alle mogelijke vragen. Hierbij komen de formele besluitvormingsmomenten voorbij, het te lopen proces en de planning, alle zaken die geregeld moeten worden (soms ook bij een notaris), de betrokkenheid van de gemeente en uiteindelijk de weg naar DUO.

Tevens bespreken we de formele zeggenschap van de medezeggenschapsraad en de berekening van de fusiefaciliteiten. Bovendien beschouwen we met u de rol van de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Waar en wanneer?

De cursus wordt op 1 en 20 februari gegeven in het kantoor van VOS/ABB in Woerden.

Deze cursus richt zich specifiek op bestuurders, directeuren en stafmedewerkers in het primair onderwijs. Er kunnen 15 mensen aan deelnemen (alleen leden van VOS/ABB!). Deelname kost 150 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Help, we gaan fuseren!’. Vermeld in uw mail ook uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Hoe denken VOS/ABB-leden over samenwerkingsscholen?

Leden van VOS/ABB kunnen een samenvatting downloaden van de drie discussiebijeenkomsten over de samenwerkingsscholen die afgelopen najaar werden gehouden.

VOS/ABB organiseerde de bijeenkomsten om onder de leden van de vereniging te peilen hoe zij denken over samenwerkingsscholen en/of -stichtingen, waarin openbaar en bijzonder onderwijs met elkaar samengaan.

Wetgeving samenwerkingsscholen

Aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomsten was nieuwe wetgeving die het voor openbaar en bijzonder onderwijs makkelijker maakt om samen te gaan. Alle leden van VOS/ABB waren voor de discussiebijeenkomsten uitgenodigd.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting downloaden.

Krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen moet binnen Grondwet

Alle betrokkenen bij het proces in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen om daar een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs te behouden, zijn het met elkaar eens over een plan van aanpak. VOS/ABB juicht een breedgedragen en zorgvuldige aanpak toe op basis van de garantiefunctie van het openbaar onderwijs zoals die in de Nederlandse Grondwet is vastgelegd.

De positieve inzet van de ministeries van OCW en Binnenlandse Zaken, de provincie Zeeland, de drie gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en betrokken schoolbesturen is dat het gebied een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs moet behouden.

Openbaar onderwijs

Een punt van nadrukkelijke aandacht is echter dat het plan van aanpak is gebaseerd op een advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, die bij het opstellen daarvan geen oog heeft gehad voor de grondwettelijke garantiefunctie van het openbaar onderwijs.

De opzet is om van vier naar één schoolbestuur voor algemeen bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Daarbij zou de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede in Terneuzen opgaan in het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, wat het einde zou zijn van het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen.

Artikel 23 Grondwet

Artikel 23 van de Grondwet bepaalt echter dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn. Het grondwettelijke uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs moet en dat bijzonder onderwijs mag. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt. VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven en om dat tevens te doen binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Variatie groeit: meer grote en meer kleine klassen

Het aantal grote klassen in het basisonderwijs neemt toe, maar dat geldt ook voor het aantal kleine klassen. Dat stelt het ministerie van OCW in reactie op een bericht in het Algemeen Dagblad dat het aantal grote klassen met 26 leerlingen of meer toeneemt.

De krant kopt Steeds meer kinderen in plofklassen. Daarvoor zegt het AD zich te baseren op informatie van het ministerie van OCW waaruit zou blijken dat het aantal klassen met 26 leerlingen of meer in de afgelopen vijf jaar met 5 procent is toegenomen. Ruim één op de drie klassen telt 26 kinderen of meer.

Tegelijkertijd constateert het AD dat de gemiddelde klassengrootte al jaren rond de 23 leerlingen ligt en dus niet toeneemt. Dat komt doordat er meer grote klassen en ook meer kleine klassen zijn gekomen. Boven het bericht van het AD had dus ook ‘Steeds meer kinderen in miniklassen’ kunnen staan, maar wellicht past dit minder goed bij de kritische blik die eigen is aan de journalistiek.

Steeds meer scholen kiezen voor innovatie lesmethodes, waarbij zij de traditionele klas loslaten. Daarbij kunnen grotere maar ook kleinere klassen ontstaan, waardoor het gemiddelde stabiel blijft.

Nieuw rekeninstrument gemiddelde schoolgrootte

In de map Basisschool in de online Toolbox zit een nieuw rekeninstrument voor bepaling van de gemiddelde schoolgrootte dat gebruikmaakt van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs per 1 augustus 2018. 

Op 25 oktober jongstleden is de Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs in 2018 gepubliceerd. In veel plattelandsgemeenten zijn de normen in de nieuwe regeling lager dan in de regeling die nog geldt. Dat komt door demografische krimp en de afnemende leerlingdichtheid.

Door de inwerkingtreding op 1 augustus 2018 zullen de normen gaan gelden voor de telcijfers in de periode 2018-2023. De eerste telling betreft die op 1 oktober 2018.

U kunt het nieuwe rekeninstrument downloaden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Wet samenwerkingsschool geldt per 1 januari 2018

De ‘Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool’ treedt op 1 januari 2018 in werking, zo is afgekondigd in het Staatsblad.

Aan deze nieuwe wet ging een lang traject met veel discussie vooraf. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel eind vorig jaar aan, de Eerste Kamer ging er in juli jongstleden mee akkoord.

Samenwerkingsschool voor behoud goed onderwijs

VOS/ABB heeft altijd gepleit voor deze wet, omdat – met name in krimpgebieden – veel samenwerkingstrajecten lopen, waarin verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. De samenwerkingsschool is vaak de enige manier om goede onderwijsvoorzieningen voor elk kind te behouden.

De nieuwe wet verruimt niet alleen de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te starten, maar geeft ook gelijke rechten aan het bijzonder en openbaar onderwijs om zo’n school te besturen.

Nu officieel bekend is dat de wet op 1 januari aanstaande in werking treedt, kan die worden toegepast op fusies tot samenwerkingsscholen vanaf 1 augustus 2018.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Trek de portemonnee voor Zeeuws-Vlaanderen!

De nieuwe regering moet de portemonnee trekken voor het breed gedragen plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, zeggen VOS/ABB en de protestants-christelijke en rooms-katholieke profielorganisatie Verus tegen minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs. 

De Zeeuws-Vlaamse middelbare scholen stemmen in met de aanbeveling van de taskforce om van vier naar één schoolbestuur en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Zij nemen daarmee samen de verantwoordelijkheid voor toekomstbestendig voortgezet onderwijs.

Openbaar onderwijs Zeeuws-Vlaanderen behouden

De aanbeveling tot fusie, zoals die in het rapport van de taskforce staat, botst echter met de grondwettelijke eis dat overal in Nederland, dus ook in Zeeuws-Vlaanderen, openbaar onderwijs moet zijn. In het rapport staat dat er één stichting voor algemeen bijzonder onderwijs moet komen. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

VOS/ABB benadrukt dat een fusie tot één samenwerkingsbestuur van samenwerkingsscholen meer voor de hand ligt. Daarmee zou zowel het openbaar als bijzonder onderwijs voor Zeeuws-Vlaanderen behouden blijven. Op deze manier zou dus wel aan grondwetsartikel 23 voldaan worden en blijft het duale bestel bestaan.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB heeft dit toegelicht op Omroep Zeeland.

Grote leerlingendaling

Scholen in Zeeuws-Vlaanderen hebben het al jaren zwaar, omdat het aantal leerlingen sterk afneemt. Veel kinderen gaan al op jonge leeftijd naar scholen in België. Het wordt steeds lastiger om met minder kinderen voldoende onderwijs te behouden.

Als er scholen voor voortgezet onderwijs dicht moeten, dreigt de situatie dat leerlingen van 12 tot 18 jaar over grote afstanden (tot 30 kilometer) moeten gaan reizen. Dat is extra bezwaarlijk, omdat Zeeuws-Vlaanderen relatief weinig openbaar vervoer heeft.

Net als op de Wadden

VOS/ABB en Verus roepen minister Slob op het onderwijs voor deze kinderen en de scholen in Zeeuws-Vlaanderen te redden door structureel toereikende financiële middelen vrij te maken. Zoals scholen op Waddeneilanden een aparte status hebben vanwege slechte bereikbaarheid van scholen en de lage leerlingdichtheid, zou ook Zeeuws-Vlaanderen apart behandeld moeten worden.

Steun startgroepen duurzaam

Veel ouders en kinderen uit Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor België omdat het dichtbij is en omdat kinderopvang vanaf twee-en-een-half jaar daar vrijwel gratis is. Als ouders voor hun kinderen niet voor het Zeeuws-Vlaamse basisonderwijs kiezen, heeft dit ook negatief effect op het voortgezet onderwijs in het gebied.

Om deze ontwikkeling tegen te gaan is met succes geëxperimenteerd met startgroepen in Zeeuws-Vlaanderen. Kinderen zijn al jong welkom, tegen gereduceerd tarief. Het is daarom goed dat de Taskforce adviseert structureel extra middelen vrij te maken voor startgroepen. Den Haag zou dit advies moeten overnemen.

Lees het rapport

 

Kamervragen over peperdure ‘controlezucht’

Roelof Bisschop (SGP) heeft direct na het aantreden van het nieuwe kabinet-Rutte Kamervragen gesteld over de ‘controlezucht’ waar het onderwijs volgens hem onder lijdt.

‘Al jaren belijdt iedere partij en iedere politicus dat overbodige regels moeten worden afgeschaft en de bureaucratische rompslomp minder moet worden. Maar nog steeds wordt het onderwijs onnodig ingesnoerd. Bij het begin van dit nieuwe kabinet wil ik meteen een zetje geven in de goede richting’, aldus Tweede Kamerlid Bisschop.

Jaarverslaggeving

Hij wil van minister Arie Slob (ChristenUnie) voor primair en voortgezet onderwijs en van diens collega Kajsa Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken onder andere weten waarom de richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor een basisschool met 100 leerlingen en een universiteit met 45.000 studenten hetzelfde zijn. Bisschop wil graag dat op dit punt rekening wordt gehouden met schaalgrootte.

Ook wijst hij erop dat de administratieve lasten bij invoering van de Wet normering topinkomens geraamd zijn op 75 euro per instelling per jaar, maar ‘dat in de praktijk blijkt dat daar gerust twee nullen achter gezet kunnen worden’. Hij wil weten of Slob en Ollongren het acceptabel vinden dat daar zoveel geld aan wordt besteed.

Nieuw stappenplan bij fusie

Als u lid bent van VOS/ABB, kunt u het door ons geactualiseerde Stappenplan bij fusie downloaden. In onze online Toolbox zitten drie versies van het aangepaste rekeninstrument voor fusiecompensatie.

In het stappenplan staat wat u bij een fusie moet doen en wanneer u dat moet doen. Er zijn verwijzingen in opgenomen naar externe regelingen en modelformulieren.

Het stappenplan is gebaseerd op de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de recente wijziging van de Regeling fusietoets. Het vervangt het eerdere stappenplan in ons in 2014 herziene katern 17 over de instandhouding van scholen.

Rekeninstrumenten fusiecompensatie

In onze online Toolbox zijn drie versies van het aangepaste rekeninstrument voor fusiecompensatie opgenomen. Hiermee kunt u de bijzondere bekostiging berekenen die een school ontvangt die fuseert met één of twee scholen.

De drie versies van het aangepaste rekeninstrument hebben betrekking op respectievelijk basisscholen, scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor speciaal basisonderwijs (de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018 is aangepast voor het geval een school voor speciaal basisonderwijs opgaat in een reguliere basisschool).

Ga naar de Toolbox

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Afstand tot dichtstbijzijnde school blijft gelijk

Nederlandse kinderen wonen op gemiddeld 700 meter afstand van de dichtstbijzijnde basisschool. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat zich baseert op cijfers uit 2015.

De afstand was doorgaans het grootst in minder verstedelijkte gebieden, meldt het CBS. ‘In Baarle-Nassau lag de basisschool gemiddeld 1,7 km van huis, in Borger-Odoorn, Dronten en Westerveld 1,3 km. Het dichtstbij woonden inwoners van Urk en Den Haag, op 0,4 km van school’, aldus het statistiekbureau.

Wat opvalt is dat de gemiddelde reisafstand tussen 2010 en 2015 nauwelijks is toegenomen ondanks het feit dat er in deze periode in antwoord op demografische krimp en afnemende leerlingenaantallen basisscholen zijn gesloten.

In 2010 woonden basisschoolleerlingen op gemiddeld 600 meter afstand van school, in 2013 was dat toegenomen tot gemiddeld 700 meter en in 2015 was dat dus nog steeds 700 meter. Het CBS meldt niet wat de gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde basisschool nu is.

Lees meer…

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Positief advies over wetsvoorstel samenwerkingsschool

VOS/ABB heeft de Eerste Kamer positief geadviseerd over de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool. Op dinsdag 11 juli debatteert de Eerste Kamer over deze voorgestelde wet.

VOS/ABB is als belangenbehartiger voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs nadrukkelijk betrokken bij veel samenwerkingstrajecten, waarbij verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs.

Er worden op die manier onderwijsvoorzieningen gecreëerd waar iedereen terechtkan: van en voor iedereen en met en door de directe belanghebbenden. ‘Dit wetsvoorstel bevordert dat en geeft het de wettelijke regeling die het verdient!’, zo staat in een brief van VOS/ABB aan de Eerste Kamer.

Lees de brief.

(Nog) geen verschraling voortgezet onderwijs door krimp

Het onderwijsaanbod in het voortgezet onderwijs is ten opzichte van vorig jaar niet verschraald. Dat is ook niet het geval voor de technische profielen in het vmbo. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer over de gevolgen van demografische krimp en dalende leerlingenaantallen in het voortgezet onderwijs.

Dekker ziet wel dat de afname van het aantal leerlingen ertoe leidt dat er in het voortgezet onderwijs kleinere afdelingen komen, met name in het technisch vmbo en in het vwo. ‘Omdat de leerlingendaling nog zeker een decennium aanhoudt, is dat een reden voor zorg’, aldus de staatssecretaris.

Hij dringt er bij alle betrokkenen op aan om op regionaal niveau samen te bepalen wat een adequaat onderwijsaanbod is en hoe ze dat op een toekomstbestendige manier kunnen organiseren.

Lees meer…

In het zomernummer van ons magazine Naar School! staat een artikel over krimp in het voortgezet onderwijs.

Experiment met dorpsschool alleen in Groningen

De openbare Jan Lighthartschool in het Groningse dorp Westerbroek blijft vooralsnog de enige dorpsschool waar op experimentele basis wordt gekeken of die door dorpsbewoners kan worden gerund. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

De openbare dorpsschool met 34 leerlingen valt nu nog bestuurlijk onder de gemeente Hoogezand-Sappemeer, maar wordt overgedragen aan de Stichting Jan Ligthartschool Westerbroek. In deze stichting worden personen actief die zowel de dorpsgemeenschap, de Vereniging Zelfstandige Dorpsscholen (VZD) als de gemeente vertegenwoordigen.

Het experiment heeft als doel om een concept te toetsen waarbij dorpsbewoners actief worden betrokken bij het onderwijsproces, zowel inhoudelijk als facilitair. ‘Inhoudelijk door bewoners hun kennis en kunde te laten delen met leerlingen, altijd onder toezicht van een bevoegde leerkracht. (…) Facilitair door bewoners in te zetten voor bijvoorbeeld het schoonmaakwerk en onderhoud van de school. Op die manier worden kosten bespaard wat ten goede komt aan het onderwijsproces’, aldus Dekker.

Dorpsschool eigenlijk te klein

De Jan Ligthartschool is met 34 leerlingen eigenlijk te klein om zelfstandig voort te bestaan, maar er wordt in dit geval een uitzondering gemaakt op de opheffingsnorm. Voorwaarde is wel dat het leerlingenaantal niet onder de 23 komt.

Lees meer…

 

Verlaging opheffingsnormen kost miljoenen

De overheid zal tientallen miljoenen euro’s extra moeten betalen als de gemeentelijke opheffingsnormen in het primair onderwijs worden verlaagd. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW laten doorrekenen. 

Dekker geeft met de doorrekening gehoor aan een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie. De staatssecretaris heeft twee scenario’s laten doorrekenen:

  1. Verlaging van de opheffingsnormen naar maximaal 175, 150 of 100 leerlingen. De ondergrens blijft 23 leerlingen. De uitzonderingsbepalingen blijven van toepassing.
  2. De opheffingsnormen worden verlaagd volgens de drie bovenstaande varianten. Daarnaast verdwijnen de belangrijkste uitzonderingsbepalingen: gemiddelde schoolgrootte en laatste school van een richting/laatste openbare school.

Uitvoering van het eerste scenario leidt volgens Dekker tot hogere overheidsuitgaven. Uitgaand van een verlaging van de bovengrens van de opheffingsnorm tot 100 leerlingen en het jaar 2021, gaat het naar schatting om 97 scholen en nevenvestigingen die openblijven. De totale kosten voor de overheid die daarmee gemoeid zouden zijn, bedragen naar verwachting 26 miljoen euro in 2021.

In het tweede scenario zullen minder scholen en nevenvestigingen openblijven dan in het eerste scenario, ook als de bovengrens van de opheffingsnorm verlaagd wordt naar 100 leerlingen. Dit scenario kan echter ook leiden tot meer stichtingen van scholen. Het is derhalve moeilijk aan te geven welke extra kosten dit scenario met zich meebrengt.

Dekker voegt eraan toe dat het openblijven van meer kleine scholen er waarschijnlijk toe zal leiden dat meer gebouwen in gebruik blijven waarin sprake zal zijn van gedeeltelijke leegstand. De kosten die daaraan verbonden zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten.

Samenwerking

Dekker benadrukt dat hij een verlaging van de gemeentelijke opheffingnormen onverstandig vindt. Hij ziet meer in samenwerking tussen scholen.

‘Bij een verlaging van de opheffingsnorm voorzie ik een averechts effect dat ertoe kan leiden dat scholen juist minder gaan samenwerken. De huidige systematiek van de opheffingsnormen biedt al veel ruimte voor maatwerk. Het moedigt schoolbesturen aan om samen te werken aan een toekomstbestendig en robuust onderwijsaanbod in de regio’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

 

Gemeenten met krimp tackelen leegstand in scholen

Krimpende leerlingaantallen in het basisonderwijs hebben geen significante invloed op de doelmatigheid van onderwijshuisvesting door gemeenten, blijkt uit onderzoek van het CAOP en de TU Delft.

Veel gemeenten met krimp spelen daar volgens de onderzoekers vroeg en goed op in door bijvoorbeeld leegstaande schoolgebouwen te verhuren of een andere functie te geven. ‘Je moet als gemeente echt jaren van tevoren al rekening houden met de functie van het gebouw’, zegt onderzoeker Thomas Niaounakis tegen Binnenlands Bestuur.

‘Vaak werd een deel van een schoolgebouw ingezet voor een sociale functie, voor kinderopvang of sociale wijkteams bijvoorbeeld. Bij een andere locatie werd er een gezondheidscentrum gevestigd, compleet met huisartsen en fysiotherapeuten. Andere gemeenten voegden twee scholen samen of verhuurden de lege ruimtes gewoon aan derden’, aldus Niaounakis.

In het kader van de doordecentralisatie van onderwijshuisvesting en de financiële risico’s van leegstand pleiten de onderzoekers voor schoolorganisaties met minimaal 2000 leerlingen. De meeste schoolbesturen in het basisonderwijs zijn kleiner. Besturen kunnen mogelijk aan die minimumomvang voldoen door regionale samenwerking aan te gaan.

Lees meer…

Werkdruk kan ook hoog zijn in kleine klas

‘Werkdruk ligt niet (alleen) aan de groepsgrootte. Sommige groepen van 16 leerlingen zijn pittiger dan sommige groepen van 30 leerlingen.’ Dat benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen van de SP.

SP’er Jasper van Dijk had vragen gesteld aan Dekker naar aanleiding van de conclusie van de Algemene Onderwijs (AOb) dat er in het onderwijs massaal wordt overgewerkt. In zijn vragen gaat Van Dijk onder andere in op klassenverkleining. Dat is volgens hem ‘een probaat middel om de werkdruk te verlagen’.

In zijn reactie laat Dekker weten geen voorstander te zijn ‘van een generieke maatregel om de klassen te verkleinen’. Hij schrijft dat de scholen en hun besturen de groepen indelen. Er kan daarbij worden gekozen voor kleine groepen, maar ook voor grote groepen om zo geld geld en/of ruimte in de formatie over te houden voor het inzetten van ander personeel.

‘Er zijn schoolbesturen die vanuit hun onderwijsvisie werken met grotere klassen waar meerdere docenten of een docent met een onderwijsassistent voor de klas staan’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

Eerste Kamer vertraagt proces samenwerkingsschool

De Tweede Kamer is vorige maand akkoord gegaan met het wetsvoorstel voor de samenwerkingsschool, maar de Eerste Kamer wacht nog met het in behandeling nemen van dit voorstel van staatssecretaris Sander Dekker van OCW. De Senaat wil eerst meer informatie van de Raad van State.

De vertraging in het politieke proces betekent dat scholen in krimpgebieden die met elkaar willen samenwerken langer moeten wachten totdat de mogelijkheden daartoe wettelijk zijn vastgelegd.

VOS/ABB betreurt de vertraging, omdat de noodzaak tot samenwerking groot is om in krimpgebieden overal een goed aanbod van onderwijs overeind te houden. Omdat samenwerking door de huidige wet- en regelgeving wordt belemmerd, kiezen schoolbesturen nu vaak voor de informele samenwerkingsschool.

Vrees uit christelijke hoek van samenwerkingsschool

Vlak voor de kerstvakantie stemde een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel van Dekker, maar de christelijke fracties stemden tegen. Zij vrezen voor een aantasting van de positie van het bijzonder onderwijs. De kritiek uit christelijke hoek concentreert zich op artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

De Raad van State adviseerde kritisch over het wetsvoorstel, omdat het tegen de Grondwet zou indruisen, maar dat weerhield de Tweede Kamer er niet van om ermee in te stemmen.