Slob miskent alomtegenwoordigheid openbaar onderwijs

Met het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen wil de regering slechts de positie van het bijzonder onderwijs versterken. De grondwettelijk vastgelegde alomtegenwoordigheid van het openbaar onderwijs wordt miskend.

‘Het moet VOS/ABB van het hart dat het de regering behoeft zo expliciet de vrijheid van onderwijs te versterken, waarbij duidelijk getracht wordt het bijzonder onderwijs daarin te behagen en versterken, zonder de waarborg van de alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs daarin genoegzaam te erkennen en gelijkwaardig te behandelen’, zo staat in een reactie van VOS/ABB op het wetsvoorstel. De reactie is naar de Tweede Kamer gestuurd.

VOS/ABB benadrukt dat de basis van het duale bestel op basis van artikel 23 van de Grondwet is dat bijzonder onderwijs mág, maar dat openbaar onderwijs móet. Het wetsvoorstel leidt ertoe dat dit wordt omgedraaid, hetgeen botst met de Grondwet.

Hokjesscholen

VOS/ABB wijst er in de reactie ook op dat het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen de segregatie in het primair en voortgezet onderwijs zal verergeren. De reactie van onderwijsminister Arie Slob hierop, was dat het wetsvoorstel erop is gericht de vrijheid van onderwijs te versterken en niet om segregatie tegen te gaan.

Dat de regering met dit wetsvoorstel de trend versterkt van steeds meer ‘hokjesscholen’ waarin kinderen uit verschillende groepen elkaar niet ontmoeten, wordt kennelijk gezien als ‘collateral damage’, zo staat in de reactie van VOS/ABB.

Lees de reactie

Ook VO-raad nu tegen wetsvoorstel ‘Meer ruimte’

Het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen is geen stap vooruit, maar achteruit. Dat vindt voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-Raad, meldt Trouw. De draai van de sectororganisatie sluit aan op wat VOS/ABB al lange tijd benadrukt.

De VO-raad was eerst voorstander van het wetsvoorstel, maar ook Rosenmöller ziet uiteindelijk in dat het botst het ideaal dat alle leerlingen gelijke kansen verdienen. Hij wijst er in Trouw op dat veel nieuwe scholen zich zullen richten op wat hij ‘de bovenkant van de markt’ noemt. Hij vindt het slecht als er meer scholen komen voor specifieke doelgroepen, zo zegt hij in Trouw.

Ook waarschuwt hij voor de gevolgen van toenemende concurrentie in tijden van krimp. ‘Op veel plekken is al meer dan genoeg onderwijs. Op termijn zullen er eerder scholen dicht moeten dan er bij zullen moeten komen’, aldus Rosenmöller. Volgens hem is er vanwege de krimp juist meer samenwerking nodig.

De VO-raad heeft hierover een brief gestuurd naar de Tweede Kamer.

Hokjesscholen

De VO-raad sluit zich met zijn kritiek aan op wat VOS/ABB al lange tijd benadrukt. Als het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen (dat voor de stichting van scholen het criterium ‘erkende richting’ loslaat) werkelijkheid wordt, zal dat ertoe leiden dat in principe iedereen een school kan beginnen. Dit zal versnippering in de hand werken.

Bovendien zouden dan nog meer scholen dan nu al het geval op grond van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs leerlingen en leraren kunnen weigeren op grond van eigen toelatingscriteria. Zo kunnen er nog meer ‘hokjesscholen’ ontstaan, terwijl de huidige segregatie in het onderwijs al een groot maatschappelijk probleem is.

Laat besluit over vertrek van school bij bevoegd gezag

De besluitvorming om een school uit een schoolbestuur te laten stappen, moet bij het bevoegd gezag blijven liggen. Dat benadrukt VOS/ABB in een bijdrage over het wetsvoorstel over de afschaffing van de fusietoets.

Het bevoegd gezag is primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs van alle leerlingen op de scholen van een bestuur. ‘Dit eenzijdig per school bekijken en zo opting-out mogelijk maken, zou indruisen tegen de bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid die schoolbesturen hebben’, zo staat in de bijdrage.

Meer ruimte

VOS/ABB wijst erop dat ouders of leraren die het anders willen organiseren, zelf een school kunnen oprichten. Het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen geeft hun daartoe de mogelijkheid.

Om te voorkomen dat er ‘hokjesscholen’ ontstaan, die bijdragen aan de segregatie in het Nederlandse onderwijs, moet in dat wetsvoorstel wel staan dat nieuwe scholen:

  • algemeen toegankelijk zijn voor leerlingen,
  • algemeen benoembaar zijn ten aanzien van het personeel, en
  • actief pluriform zijn.

Lees de volledige bijdrage.

Bestaan van hokjesscholen staat haaks op gelijke kansen

‘We willen in Nederland gelijke kansen voor alle kinderen. Daar hoort onderwijs bij dat voor alle leerlingen toegankelijk en betaalbaar is. Het is hoog tijd om dat eindelijk eens goed te regelen.’ Dat benadrukken directeur Hans Teegelbeckers en politiek adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in Het Financieele Dagblad.

In het huidige duale bestel hebben bijzondere scholen nog steeds de mogelijkheid om met de Grondwet in de hand leerlingen en leerlingen te weigeren of weg te sturen. Die mogelijkheid wordt geboden door artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Dit grondwetsartikel dateert uit 1917.

‘Nederland was toen een sterk verzuild land. Christelijke kinderen gingen niet alleen naar de christelijke school, maar aten ook brood van de christelijke bakker en dronken melk van de christelijke melkboer. Deze strikte maatschappelijke indeling ligt (gelukkig) achter ons, alleen in het onderwijs bestaat die nog steeds.’

Hokjesscholen

Teegelbeckers en Bloemers spreken van ‘hokjesscholen’ die nog overal in Nederland zijn. ‘Kinderen leven en leren daar met leeftijdgenoten uit wat hun ouders als de ‘eigen groep’ beschouwen, en niet met anderen uit de diverse samenleving van nu.’ Ze wijzen ook op ‘financiële drempels die sommige scholen door middel van een hoge ouderbijdrage opwerpen om alleen ‘hun soort mensen’ binnen te halen’.

‘Het resultaat is dat kinderen geen gelijke kansen krijgen, terwijl we in dit land juist (zeggen te) willen dat ze die wel krijgen’, benadrukken Teegelbeckers en Bloemers. ‘Laten we daarom algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid bij wet regelen. En laten we dan meteen ook een einde maken aan de hoge ouderbijdragen die sommige scholen vragen. Want Nederlandse kinderen moeten samen naar school.’

Lees het hele opiniestuk

Artikel 23: Maak alle scholen algemeen toegankelijk!

Alle bekostigde scholen in Nederland moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Bovendien dient op alle scholen elke bevoegde leraar benoembaar te zijn. Dat staat in een position paper van VOS/ABB over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs.

Het position paper benadrukt dat het hele onderwijsveld wil dat er gelijke kansen voor gelijke talenten zijn. ‘Wanneer de schoolkeuze niet voor elke ouder, elke leerling en elke docent even vrij is, is die wens niet realiseerbaar’, zo staat in het stuk van VOS/ABB.

Nu is het nog zo dat het bijzonder onderwijs leerlingen en personeelsleden kan weigeren als hun levenswijze niet bij de uitgangspunten van de school zou passen. Het openbaar onderwijs kent altijd al algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid. Openbaar onderwijs is van en voor de gehele samenleving.

Vrijheid

In het position paper staat ook: ‘Het recht op onderwijs voor het kind moet voorop staan, waarbij de vrijheid om scholen te stichten vanuit een bepaalde visie kan blijven bestaan, maar niet met een toelatings- en benoemingsbeleid gegrond op een specifieke levensbeschouwing. Dat past immers niet bij de gelijkwaardigheid binnen onze democratische samenleving.’

Actief-pluriform

‘Het onderwijs op bekostigde scholen is in onze visie actief-pluriform en besteedt dus actief en expliciet aandacht aan verschillen in onze pluriforme democratische samenleving’, aldus de visie van VOS/ABB.

Het position paper van VOS/ABB in een bijdrage aan de discussie over de waarde van het uit 1917 daterende artikel 23 van de Grondwet in de samenleving van nu. De Onderwijsraad bereidt hierover een advies voor.

Lees het position paper van VOS/ABB.

Deelname training radicalisering moet omhoog

Onderwijsminister Arie Slob wil dat meer leraren deelnemen aan de training om radicalisering onder leerlingen te herkennen. Om dit te bereiken laat hij de training gerichter aanbieden en zet hij in op andere manieren, bijvoorbeeld via e-learning.

Dit meldt de minister in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van eerdere berichten dat er onder leraren weinig animo is voor het volgen van deze training. De training is onderdeel van de ‘integrale aanpak terrorisme’ die het kabinet in november 2017 lanceerde.

Nog geen 1000 leraren bereikt

In 2018 zijn 38 trainingen gegeven aan 680 deelnemers uit het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Daarnaast zijn er 50 adviesgesprekken met scholen gevoerd. In de eerste maanden van 2019 zijn 14 trainingen gegeven voor circa 280 onderwijsprofessionals.

Het kabinet wil de komende jaar meer leraren bereiken, met name in ‘geprioriteerde gemeenten’. Daar wordt de training vooraan gerichter aangeboden. Verder vraagt de minister aan lokale adviseurs van instanties, zoals de Expertise-Unit Sociale Stabiliteit (ESS), om gemeenten te informeren over het trainingsaanbod en laat hij cursussen via e-learning ontwikkelen. De training wordt niet verplicht.

 

In hoeverre bevordert uw school kansengelijkheid?

VOS/ABB-stagiaire Lianne Baars heeft een checklist opgesteld, waarmee basisscholen kunnen zien in hoeverre zij kansengelijkheid bevorderen.

Door een reeks vragen te beantwoorden op de website kansenongelijkheid.nl, kunt u bepalen in hoeverre uw basisschool gelijke kansen biedt. Bij de checklist zit achtergrondinformatie waarmee u verder aan de slag kunt om kansengelijkheid te bevorderen.

De checklist is nadrukkelijk niet bedoeld om scholen te beoordelen of te rangschikken, maar een instrument voor zelfevaluatie.

Lianne Baars studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Voor haar stage bij VOS/ABB deed zij onderzoek naar kansengelijkheid in het basisonderwijs.

Ga naar de checklist

Vernietigend oordeel over bestuur Cornelius Haga

De Inspectie van het Onderwijs meldt ernstige gebreken te hebben vastgesteld bij het bestuur van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Onderwijsminister Arie Slob zegt op basis van de bevindingen van de inspectie dat het huidige bestuur weg moet.

Volgens de inspectie neemt het bestuur geen afstand van ‘personen met een omstreden reputatie’. Ook is er sprake van financieel wanbeheer. Bovendien is volgens de inspectie het burgerschapsonderwijs van onvoldoende kwaliteit. De inspectie noemt het handelen van het schoolbestuur ‘schadelijk voor de school en de leerlingen’.

Zeer tegen de zin van het zwaar bekritiseerde bestuur is een rapport over het Cornelius Haga Lyceum gepubliceerd. De rechter oordeelde dat de inspectie dit mocht doen. Het rapport staat online, zodat iedereen het kan lezen.

‘Bestuur moet weg’

Minister Slob meldde direct nadat het inspectierapport openbaar was gemaakt, dat het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum weg moet:

In de brief die Slob op Twitter aankondigde, staat dat als het huidige bestuur niet opstapt, de bekostiging van de school wordt stopgezet. Het bestuur heeft direct laten weten niet te zullen opstappen.

De Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman heeft in Nieuwsuur gezegd dat het Cornelius Haga Lyceum geen gebruik meer mag maken van het gebouw in Sloterdijk als Slob de geldkraan dichtdraait.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.

Ook bijdrage voor TTO of technasium vrijwillig

Scholen moeten leerlingen toelaten tot tweetalig of technasium-onderwijs, ook als hun ouders de bijdrage daarvoor niet betalen. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De VO-raad had gepleit voor een uitzondering voor tweetalig onderwijs en technasia. De gedachte daarachter is, dat deze vormen van onderwijs zonder een financiële bijdrage van de ouders onmogelijk is.

Slob benadrukt dat er geen uitzondering komt. ‘Mocht het zo zijn dat er (…) onderwijsprogramma’s wegvallen wanneer scholen daar geen verplichte bijdrage voor mogen vragen, dan kies ik (…) voor een beperkter, maar weliswaar voor alle leerlingen toegankelijk onderwijsaanbod’, aldus de minister.

Lees meer…

AIVD wilde geen discussie over vrijheid van onderwijs

De waarschuwing van de geheime dienst AIVD voor het omstreden Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam was niet bedoeld om een discussie los te maken over de vrijheid van onderwijs, zegt AIVD-directeur Dick Schoof in de Volkskrant.

In januari verstuurde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een ambtsbericht, waarin het Cornelius Haga Lyceum werd geassocieerd met salafisme en terrorisme. In maart kwam de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) met een samenvatting van dat bericht. Daarin stond dat er sprake was van ‘richtinggevende personen’ die zich zouden omringen met ‘salafistische aanjagers’. Ook zou er sprake zijn van antidemocratische standpunten.

De informatie die via de AIVD en NCTV naar buiten kwam, was voor burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) en onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) van Amsterdam aanleiding om niet meer met het bestuur van de school te willen samenwerken. Moorman riep ouders op om het bestuur aan de kant te zetten, maar aan die oproep werd geen gehoor gegeven.

De opstelling van de gemeente Amsterdam was voor directeur-bestuurder Söner Atasoy reden om Halsema uit te maken voor ‘domme gans’. Volgens hem is zijn school ten onrechte in verband gebracht met extremistisch gedachtegoed en terrorisme.

Artikel 23 vrijheid van onderwijs

De waarschuwing tegen het Cornelius Haga Lyceum leidde tot een discussie over de houdbaarheid van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Zo schreef historicus Gert Jan Geling in Trouw een opiniestuk, waarin hij stelde dat de situatie op het Cornelius Haga Lyceum aantoont dat artikel 23 onderwijs mogelijk maakt dat we in Nederland niet willen.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen’, aldus Geling.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk van de SP zei naar aanleiding van de situatie in Amsterdam dat artikel 23 het vrijwel onmogelijk maakt om islamitische, christelijke en joodse scholen aan te pakken. Hij wees erop dat schoolbestuurders niet kunnen worden ontslagen als er sprake is van antidemocratisch onderwijs of wanneer integratie wordt tegengewerkt. Hij wil de wet op dat punt aanscherpen.

Ook historicus Carel Verhoef, auteur van het boek Inperking vrijheid van onderwijs, mengde zich via Trouw in de discussie. Volgens hem moet artikel 23 zodanig worden ingeperkt ‘dat het niet langer mogelijk is om scholen op te richten en te onderhouden op grond van een godsdienstige overtuiging’. Het openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden wat hem betreft moeten worden samengevoegd tot ‘de gemengde school voor alle gezindten’.

‘Het gaat ons niet om vrijheid van onderwijs’

AIVD-baas Dick Schoof zegt nu in de Volkskrant dat het niet de bedoeling was om met het uitsturen van het ambtsbericht over het Cornelius Haga Lyceum een discussie los te maken over de houdbaarheid van artikel 23. ‘Door de publiciteit ontstond het beeld dat wij het debat hebben aangejaagd (…). Dat klopt niet. Het gaat ons (…) niet om de vrijheid van onderwijs.’

Het gaat de AIVD er wel om, zo zegt Schoof tegen de krant, ‘dat jonge kinderen niet onder invloed komen van zulk gedachtegoed’. Hij doelt daarmee op het salafisme. Ook zegt hij het belangrijk te vinden dat dit ‘probleem’ nu ruimschoots maatschappelijk en politiek is geagendeerd.

Lees meer…

Katholieke scholen brengen concept School! al in praktijk

‘Het toekomstconcept School!, dat voorziet in onderwijs dat boven de denominaties uitstijgt, is dichterbij dan wij denken.’ Dat constateren directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en zijn collega Marco Frijlink van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) na een werkbezoek aan het rooms-katholieke d’Oultremontcollege en de eveneens katholieke basisschool de Duinsprong in Drunen.

Leraar godsdienst-levensbeschouwing dr. Bill Banning van het d’Oultremontcollege nodigde Teegelbeckers, Frijlink en historicus Carel Verhoef (auteur van het boek Inperking vrijheid van onderwijs) uit voor het werkbezoek. Aanleiding daarvoor was een opiniestuk van Teegelbeckers en Frijlink dat in maart in Trouw verscheen en een opiniestuk van Verhoef dat in april in dezelfde krant stond.

Concept School!

Teegelbeckers en Frijlink stelden in hun stuk dat de vrijheid om scholen te stichten op religieuze gronden haar langste tijd heeft gehad: ‘Het is tijd voor de ontmanteling van het achterhaalde verzuilde onderwijsbestel op basis van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.’

VOS/ABB en VOO pleiten al jaren voor onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties uitstijgt, in ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. ‘Dit concept noemen wij School!. Alle scholen zullen in de toekomst op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht moeten hebben voor diversiteit en levensbeschouwing. Deze verandering zal een cruciale en noodzakelijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze pluriforme samenleving’, aldus Teegelbeckers en Frijlink.

Segregatie tegengaan

De stelling dat artikel 23 zijn langste tijd heeft gehad, schoot in het verkeerde keelgat van Banning. Hij had tevens grote moeite met het opiniestuk van historicus Verhoef. Die pleitte voor een inperking van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Dat deed hij eerder ook in zijn boek Inperking vrijheid van onderwijs.

De voormalige conrector van het protestants-christelijke Marnix College in Ede stelde dat de huidige vrijheid van onderwijs leidt tot ‘versplintering van onze samenleving’ en ‘enorme segregatie’. In dat kader sprak hij van ‘honderden jongeren (…) die zich tegen onze westerse samenleving verzetten en die zich geen Nederlanders voelen’.

Eigentijds confessioneel

Banning wilde aan Teegelbeckers, Frijlink en Verhoef laten zien ‘hoe confessioneel onderwijs eigentijds kan zijn’. Onderdeel van het werkbezoek was een les die Banning verzorgde aan groep 7 van de Duinsprong. Daarin stond een paaskaars centraal. Daaromheen liet Banning vol enthousiasme en op inspirerende wijze verschillende aspecten aan bod komen van religieuze diversiteit, wederzijds respect en zorg voor elkaar.

Ook was er een gesprek met Banning en de directeuren Heidi Smits van de Duinsprong en Ard van Aken van het d’Oultremontcollege. Daarin kwam onder andere de katholieke identiteit van de scholen aan de orde in relatie tot de geringe mate waarin de meeste ouders, leerlingen en personeelsleden daar tegenwoordig nog mee bezig zijn. In sollicitatiegesprekken komt de katholieke identiteit niet meer aan bod. Van de ouders in Drunen gaat naar schatting nog maar 5 tot hooguit 10 procent naar de kerk.

Banning vertelde dat er desondanks grote waardering is voor het samen bijbelverhalen vertellen en bespreken, ‘met oog op waardenvorming’. Hij zei ook dat de scholen in Drunen staan ‘in een eeuwenlange katholieke open traditie die we nu eigentijds vormgeven’. Hij benadrukte dat dit moet worden gekoesterd ‘met fundamentele openheid voor anderen’.

Weinig verschillen

De conclusie van Teegelbeckers en Frijlink was dat het d’Oultremontcollege en basisschool de Duinsprong hebben laten zien dat er nog maar weinig verschillen zijn tussen deze katholieke scholen en het openbaar onderwijs. Ook daar is immers aandacht voor religieuze diversiteit, wederzijds respect en zorg voor elkaar.

‘In feite wordt in Drunen het concept School! in de praktijk gebracht. Ze stijgen daar al uit boven de denominatieve verschillen en daarmee boven artikel 23. Het is een positieve ontwikkeling als kinderen leren om met elkaar samen te leven. Dat is in het belang van een in alle opzichten gezonde samenleving’, aldus Teegelbeckers.

Bill Banning doet op de website van de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR) verslag van het werkbezoek.

Educatieve website voor lessen over Wilhelmus

De website www.howtowilhelmus.nl kan scholen helpen om eigentijdse lessen over het Nederlandse volkslied te geven.

Op de website staat onder andere een documentaire over de tekst van het Wilhelmus. Hierin komen verschillende onderwerpen aan bod, zoals religie, oorlog en leiderschap. De documentaire plaatst het volkslied in het historische kader van de opstand van de Nederlanden onder leiding van Willem van Oranje tegen Spanje.

Het docentengedeelte bevat downloadbaar lesmateriaal, extra teksten en opdrachten. Docenten kunnnen met een gratis inlog toegang krijgen tot dit gedeelte.

De website is gemaakt door de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het Meertens Instituut, het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Nationale Opera en Ballet, de Universiteit Utrecht en het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Wilhelmus in regeerakkoord

In het regeerakkoord is afgesproken dat scholen hun leerlingen het Wilhelmus moeten leren. Dat idee kwam in maart 2017 van toenmalig CDA-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma. Zijn idee kon in de onderwijssector niet op steun rekenen.

 

Gezinnen met jonge kinderen weg uit grote steden

Jonge gezinnen blijven wegtrekken uit de vier grote steden. Dat geldt vooral voor gezinnen met een hoger inkomen en voor gezinnen zonder migratieachtergrond, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Amsterdam is de stad met de meeste jonge gezinnen die verhuizen naar kleinere gemeenten in de regio. De laatste jaren besloot 12 procent de hoofdstad te verlaten. In Utrecht was dat 9 procent, in Rotterdam 8 procent en in Den Haag 6 procent.

Gezinnen verhuizen vooral als de kinderen nog niet naar de basisschool gaan. Redenen voor een verhuizing uit de stad zijn vaak dat jonge gezinnen een tuin en meer kamers willen.

Van de jonge gezinnen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond vertrekken er veel minder uit de grote steden dan van gezinnen zonder migratieachtergrond. Het aandeel jonge gezinnen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond dat naar een kleinere regiogemeente verhuist, ligt daartussenin.

Startconferentie ‘Naar inclusiever onderwijs’

Op 12 februari 2020 is de startconferentie van de beweging ‘Naar inclusiever onderwijs’. U kunt zich nu al online aanmelden voor deze conferentie.

De beweging ‘Naar inclusiever onderwijs’ vindt dat alle kinderen in hun eigen buurt samen naar een reguliere school moeten kunnen. Dat geldt dus ook voor leerlingen die ondersteuning nodig hebben. Professor Dolf van Veen, hoofd van het Nederlands Centrum Onderwijs & Jeugdzorg, vertelt erover in magazine Naar School!.

‘Op veel plekken in de wereld is een beweging gaande in de richting van sociale en onderwijskundige integratie. Ook in Nederland zijn er scholen die al inclusiever onderwijs geven, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs. Het zijn voorlopers en hun aantal groeit’, aldus Van Veen in het VOS/ABB-magazine.

De scholen die inclusiever onderwijs willen, hebben volgens hem steun nodig. De website www.naarinclusieveronderwijs.nl wordt voor hen een vraagbaak en een ontmoetingsplaats voor het uitwisselen van kennis en ervaring.

Praktijkvoorbeelden en workshops

Op de landelijke startconferentie op woensdag 12 februari (op een nog te bepalen locatie in het midden van het land) zullen praktijkvoorbeelden van inclusiever onderwijs worden gepresenteerd. Ook staan er workshops op het programma voor diverse doelgroepen, zoals schoolbestuurders, schoolleiders, mensen van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs, leraren, leerlingen en ouders.

Lees meer…

Wat staat er in inspectierapport Cornelius Haga?

Het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil volgens de Inspectie van het Onderwijs leerlingen niet afzijdig houden van de samenleving. Ook zou de omstreden school niet aanzetten tot onverdraagzaamheid of integratie willen belemmeren. Wel zou de school een ‘onrechtmatig financieel beleid’ hebben gevoerd. De Volkskrant meldt dat dit in een inspectierapport staat.

In het inspectierapport staat volgens de krant ook dat de school onvoldoende afstand neemt van personen met een omstreden reputatie. De school heeft contact gehad met de shariageleerde Haitham al-Haddad, aan wie haatzaaiende uitspraken over Joden worden toegeschreven. Ook is er contact geweest met internetprediker Fouad el Bouch. Van hem wordt gezegd dat hij sympathiseert met Syriëgangers. Deze omstreden mannen zouden geen contact hebben gehad met leerlingen van de school.

Haatzaaien

De inspectie meldt volgens de krant ook dat dagelijks bestuurder Söner Atasoy met zijn ‘provocatieve gedrag’ de samenwerking met andere instanties belemmert. Hij noemde na berichtgeving over extremistische islamitische invloeden binnen zijn school burgemeester Femke Halsema van Amsterdam een ‘domme gans’. Bij de geheime dienst AIVD zouden volgens Atasöy alleen maar ‘randdebielen’ werken.

Zelfverrijking

In het inspectierapport zou ook staan dat de school zich schuldig heeft gemaakt aan ‘onrechtmatig financieel beleid’. Atasöy zou zichzelf hebben verrijkt. Ook zou er onderwijsgeld zijn besteed aan zaken die daarvan niet mochten worden betaald.

Het rapport is nog niet gepubliceerd en de school wil dat graag zo houden, zo blijkt uit het feit dat het Cornelius Haga Lyceum daartoe een kort geding heeft aangespannen.

Lees meer…

Training om radicalisering te herkennen niet verplicht

Het ministerie van OCW blijft scholen wijzen op de mogelijkheid trainingen te volgen om radicalisering onder leerlingen beter te herkennen. Deze trainingen worden echter niet verplicht, meldt onderwijsminister Arie Slob.

‘Een specifieke training kan uiteraard helpen om het radicaliseringsproces tijdig te onderkennen en hier adequaat op te reageren’, aldus Slob in reactie op Kamervragen van de VVD. De Kamerleden Bente Becker en Rudmer Heerema hadden aan de bel getrokken bij de minister, nadat onder andere de NOS had gemeld dat maar heel weinig leraren een dergelijke training hebben gevolgd.

De minister vindt dat het aantal leraren dat een training heeft gevolgd om radicalisering beter te herkennen te wensen overlaat, maar hij is niet van plan om deze trainingen te verplichten. ‘Wel zullen we waar mogelijk scholen attenderen op de mogelijkheid’, aldus Slob.

Lees meer…

Inclusiever onderwijs: alle kinderen naar reguliere school

Alle kinderen in hun eigen buurt samen naar een reguliere school, dus ook leerlingen die ondersteuning nodig hebben. Dat is het doel van de beweging Naar inclusiever onderwijs. Professor Dolf van Veen, hoofd van het Nederlands Centrum Onderwijs & Jeugdzorg, vertelt erover in het zomernummer van het VOS/ABB-magazine Naar School!.

‘Op veel plekken in de wereld is een beweging gaande in de richting van sociale en onderwijskundige integratie’, zegt Van Veen. ‘Ook in Nederland zijn er scholen die al inclusiever onderwijs geven, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs. Het zijn voorlopers en hun aantal groeit.’

Volgens Van Veen willen veel meer scholen zich graag in de richting van inclusiever onderwijs ontwikkelen, maar de praktijk blijkt weerbarstig. De scholen hebben hierbij steun nodig. De website www.naarinclusieveronderwijs.nl wordt een vraagbaak en een ontmoetingsplaats voor het uitwisselen van kennis en ervaring.

Mooi streven

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB ondersteunt het initiatief Naar inclusiever onderwijs van harte, maar heeft ook vragen. ‘Het is een mooi streven, maar het lukt alleen als reguliere scholen voldoende faciliteiten krijgen. Het moet realistisch en veilig zijn, en het beste voor alle leerlingen.’

Wat scholen volgens hem nodig hebben, zijn meer handen in de klas, kleinere groepen en de juiste aanpassingen aan schoolgebouwen. ‘Zolang die dingen niet geregeld zijn, zal er weinig beweging komen’, zegt Teegelbeckers in het VOS/ABB-magazine.

Lees meer…

Slob kan weinig met onderzoek achterstandsscholen

Onderwijsminister Arie Slob zegt weinig te kunnen met de resultaten van een recent onderzoek naar problematiek op basisscholen in achterstandswijken. 

Uit het onderzoek kwam naar voren dat van de leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken 93 procent vaak kinderen signaleert met problemen op school. In reguliere wijken is dat volgens de onderzoekers 59 procent. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting Kinderpostzegels Nederland, de ABN AMRO Foundation en het Jeugdeducatiefonds.

In het onderzoeksrapport staat ook dat leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken sterk het gevoel hebben dat kinderen geen gelijke kansen hebben. ‘Dat komt doordat ouders met kinderen in achterstandswijken vaker te maken hebben met een complexe thuissituatie. Dit heeft zijn weerslag op hun ontwikkeling, gedrag en kansen voor de toekomst’, zo meldden de opdrachtgevers van het onderzoek. Zij noemden de onderzoeksresultaten ‘ronduit zorgelijk’.

Volgens directeur Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds zijn gelijke kansen in het onderwijs ver te zoeken. ‘Het moet echt anders’, aldus de voormalige PvdA-voorzitter.

Cijfers niet te verifiëren

In antwoord van Kamervragen van Spekmans partijgenoot Kisten van den Hul zegt Slob nu dat hij weinig met het onderzoek kan. De cijfers die in het onderzoek worden genoemd, zijn volgens hem niet te verifiëren. Bovendien kende het onderzoek maar weinig respondenten en stond hun persoonlijke beleving centraal.

Slob merkt ook op dat respondenten zelf aangaven of hun school in een achterstandswijk staat. ‘Ik verwacht dus dat de bevindingen uit het onderzoek niet één-op-één toepasbaar zijn op alle scholen in deze wijken. Dit neemt niet weg dat ik (…) het signaal herken dat deze problematiek op sommige scholen speelt.’

Lees meer…

Gelijke kansen: Amsterdam wil meer brede brugklassen

De gemeente Amsterdam wil meer scholen met brede brugklassen, het liefst van meer jaren. De gedachte hierachter is dat alle kinderen recht hebben op gelijke kansen.

In brede brugklassen zitten kinderen van verschillende niveaus bij elkaar. ‘Dat is  leerzaam voor alle kinderen. Bovendien hebben ze langer de tijd om zich te ontwikkelen voordat hun onderwijsniveau vaststaat’, zo meldt de gemeente Amsterdam.

Amsterdam wil ook dat scholen binnen- en buitenschoolse ontwikkelingen beter op elkaar laten aansluiten. Er zouden ‘familiescholen’ moeten komen ‘die het hele gezin ondersteuning bieden’.

De hoofdstad trekt 11,4 miljoen euro uit voor dit soort maatregelen.

Lees meer…

Brochure ‘Omgaan met armoede op scholen’

De ministeries van OCW en Sociale Zaken hebben de brochure Omgaan met armoede op scholen gepubliceerd. In deze brochure staan voorbeelden van hoe scholen omgaan met armoede in gezinnen.

Een van de scholen die wordt belicht, is openbare scholengemeenschap Winkler Prins in Veendam. Deze school staat ouders met geldzorgen bij met drie financiële coaches. Dat zijn medewerkers met een financiële achtergrond of die beroepsmatig veel contact hebben met kinderen en hun ouders.

Een van hen is Gerard Blijdenstein. ‘Lange tijd hadden onze mentoren deze taak. Zij
moesten het doen in de hectiek van het docentschap. Vaak wisten ze niet goed de weg in financiënland. Wij wel, vanwege de financiële achtergrond. In 2015 heeft de directie
daarom besloten om de taak bij ons neer te leggen. Zo worden docenten ontzorgd.’

Lees meer…

 

Gelijke kansen in onderwijs? Wishful thinking!

‘Gelijke kansen in het onderwijs is een mythe, en het is moreel dubieus te blijven doen alsof dat niet zo is’. Dat schrijven hoogleraar Michael Merry en onderzoeker Geert Driessen op de opiniepagina van de Volkskrant.

De kenmerken van ongelijkheid zijn volgens hen al heel lang bekend. Ze noemen onder andere grote verschillen in onderwijskwaliteit tussen scholen, het lerarentekort (waarvan vooral scholen in achterstandswijken de dupe zijn) en kinderen die geen passend onderwijs krijgen.

Artikel 23 = segregatie

Merry en Driessen noemen ook artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs als oorzaak van kansenongelijkheid. Dat zorgt volgens hen voor ‘veel schoolsegregatie, vooral qua sociale klasse en migratieachtergrond’.

De meeste verontrustende ongelijkheden zijn volgens hen echter gesitueerd buiten de school: voorlezen, samen naar de bieb, huiswerkondersteuning, carrière-advies, buitenlandse excursies en bezoek aan musea. Ook noemen ze sociale netwerken die ervoor zorgen dat het ene kind beter onderwijs krijgt dan het andere.

Het streven naar gelijke kansen in het onderwijs is volgens hen daarom wishful thinking.

Lees meer…

Bekostiging ‘combinatiescholen’ terecht geweigerd

Het is terecht dat OCW een aanvraag voor bekostiging heeft geweigerd van vijf nieuwe scholen van Stichting De Ozonlaag. De Raad van State oordeelt dat deze stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen te kunnen trekken.

De stichting had om bekostiging gevraagd voor nieuwe middelbare scholen in Amsterdam, Den Haag, Deventer, Rotterdam en Utrecht. De nieuwe scholen zouden worden gebaseerd op een combinatie van vijf verschillende levensbeschouwelijke en religieuze richtingen.

De Raad van State meldt dat de stichting de belangstellingspercentages voor de verschillende richtingen niet bij elkaar ad mogen optellen. Bij een combinatie van verschillende levensbeschouwelijke of religieuze richtingen kan ‘niet klakkeloos worden volstaan met een optelsom’, aldus de RvS.

De conclusie van de RvS is dan ook dat de stichting niet heeft aangetoond voldoende leerlingen voor de nieuwe scholen te kunnen krijgen. OCW heeft daarom terecht geweigerd de scholen van de stichting voor bekostiging in aanmerking te laten komen.

Soner Atasoy is de bestuurder van Stichting De Ozonlaag. Hij is ook de bestuurder van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Lees meer…

Slob niet bang voor meer segregatie in hokjesscholen

Het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen is niet bedoeld om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen uit de Tweede Kamer. D66, PvdA en GroenLinks vrezen net als VOS/ABB dat er met de nieuwe wet steeds meer ‘hokjesscholen’ komen.

Het wetsvoorstel is in 2016, dus in de vorige kabinetsperiode, opgesteld en ingediend door toenmalig VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Het beoogt het mogelijk te maken een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. Het zal daarbij niet meer nodig zijn om een bepaalde richting te kiezen. Ook een onderwijsconcept kan straks aan de basis liggen.

Dekker zette het destijds neer als een moderne interpretatie van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Slob probeert het nu aan de man te brengen door het in de politieke etalage te zetten als ‘meer vrijheid van onderwijs’.

Hokjesscholen

VOS/ABB maakt zich zorgen over het wetsvoorstel, omdat het risico levensgroot is dat het tot nog meer segregatie zal leiden dan nu al het geval is.

‘De kern (…) is dat straks in principe iedereen een eigen school kan inrichten met eigen toelatingseisen. Dus niet meer naast de openbare scholen, die nadrukkelijk van en voor iedereen zijn, alleen scholen met bijvoorbeeld een protestants-christelijke, rooms-katholieke of islamitische grondslag, maar ook scholen van splintergroeperingen. Zeg maar: ‘hokjesscholen”, aldus directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in een commentaar dat in december 2018 op deze website verscheen.

Selectief toelatingsbeleid

Die vrees voor het ontstaan van steeds meer ‘hokjesscholen’ bestaat ook in de Tweede Kamer, met name bij de fracties van regeringspartij D66 en oppositiepartijen PvdA en GroenLinks. In reactie op vragen hierover impliceert Slob dat die vrees niet relevant is, omdat het wetsvoorstel volgens hem helemaal losstaat van het fenomeen segregatie.

De minister verkeert in de veronderstelling dat met de nieuwe wet niet meer scholen een selectief toelatingsbeleid gaan voeren. Nu doet volgens Slob ‘slechts’ één op de twintig bijzondere scholen dat. ‘Er is geen aanleiding om aan te nemen dat dit aandeel door het onderhavige wetsvoorstel zal toenemen’, zo staat in zijn reactie.

Lees meer…

VOS/ABB komt met checklist kansengelijkheid

VOS/ABB komt binnenkort met een speciale checklist, waarmee basisscholen kunnen zien in hoeverre zij kansengelijkheid bevorderen.

Stagiair Lianne Baars heeft de conceptversie van de checklist klaar. De puntjes worden nog op de i gezet, waarna de definitieve versie online beschikbaar komt.

Door een reeks vragen te beantwoorden, kunnen scholen straks bepalen in hoeverre zij hun leerlingen gelijke kansen bieden. Het is niet een checklist om scholen te beoordelen of te rangschikken, maar nadrukkelijk een instrument voor zelfevaluatie. Bij de checklist zit achtergrondinformatie die scholen kunnen gebruiken om verder aan de slag te gaan met het bevorderen van kansengelijkheid.

Baars studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Voor haar stage bij VOS/ABB deed zij onderzoek naar kansengelijkheid in het basisonderwijs. Zij is tijdens haar stage begeleid door senior beleidsmedewerker Marleen Lammers.

Gerard Spong fel gekant tegen artikel 23

Advocaat Gerard Spong wil dat er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs gaat. Artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs is volgens hem een bedreiging voor de rechtsstaat. Advocaat Wouter Pors van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam wil artikel 23 juist behouden. Dat zeiden zij zondag op een bijeenkomst in De Balie in Amsterdam 

De bijeenkomst was een ‘symbolische rechtbank’ over de vraag of de vrijheid van onderwijs, die bepaalt dat openbaar en bijzonder onderwijs op gelijke voet door de overheid worden bekostigd, nog wel zo’n goed idee is. Spong legde uit waarom volgens hem het grondwetsartikel uit 1917 moet worden afgeschaft. Zijn collega Wouter Pors verdedigde artikel 23 juist. Voorafgaand aan de symbolische rechtbank gaf voorzitter Edith Hooge van de Onderwijsraad een minicollege over artikel 23.

Directe aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomst was de actuele discussie over het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school raakte in opspraak vanwege onderwijs dat niet goed zou zijn voor de democratie en gericht zou zijn tegen integratie. Bovendien zou het bestuur het werk van de Inspectie van het Onderwijs onmogelijk hebben gemaakt. Tevens zouden er contacten zijn geweest tussen het schoolbestuur en een islamitische terreurorganisatie.

‘Artikel 23 bedreiging van rechtsstaat’

In zijn felle en soms emotionele betoog noemde Spong de vrijheid van onderwijs een ‘paard van Troje’ dat de rechtsstaat bedreigt. Het bijzonder onderwijs staat volgens hem op gespannen voet met de democratie en fundamentele vrijheden. Hij betrok in zijn betoog de acceptatie van homoseksuelen, die door artikel 23 zou worden belemmerd. Daarbij legde hij een verband met islamitische invloeden.

Wat Spong betreft mogen er alleen nog maar openbare scholen zijn en mag er ‘geen rooie cent’ meer naar het bijzonder onderwijs. Hij wil een absolute scheiding van kerk en staat. Dat is volgens hem niet in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Hedendaagse context

Pors daarentegen pleitte voor behoud van artikel 23, maar dan wel in een hedendaagse context. Volgens hem wordt er in de discussie over de vrijheid van onderwijs te veel de nadruk gelegd op godsdienst. Artikel 23 is in zijn ogen vooral ook gericht op verschillende innovatieve en pedagogische richtingen. Het zorgt er ook voor, zo benadrukte hij, dat de overheid zich niet gaat bemoeien met de inhoud van de lessen.

Nederland kent volgens Pors een traditie van tolerantie en daar hoort artikel 23 bij: ‘Je bereikt geen integratie door de identiteit af te pakken van minderheden’.

Pors is advocaat van het Cornelius Haga Lyceum. Hij zei op de bijeenkomst in De Balie dat uit een conceptrapport van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat er op het islamitische lyceum geen sprake zou zijn ‘van een klimaat gericht op afzijdigheid van de Nederlandse samenleving of het tegengaan van integratie’.

Sociaal-economische segregatie

De ‘symbolische rechtbank’, bestaande uit presentator Bram Sadeghi en amicus curiae rechter Frans Bauduin, vroeg zich af of artikel 23 wel het probleem is. De segregatie in het onderwijs zou veel meer het gevolg zijn van de maatschappelijke scheiding tussen arm en rijk. De verschillende sociaal-economische achtergronden van de ouders zijn volgens de rechtbank bepalender voor segregatie in het onderwijs dan artikel 23.

Het publiek in De Balie liet duidelijk blijken dat elke uitlating die zich richt op het verketteren van de ander op basis van seksualiteit, geslacht, religie of wat dan ook niet kan. Daar was de voltallige zaal het over eens.

De bijeenkomst werd namens VOS/ABB bijgewoond door beleidsmedewerker Eline Bakker.