Katholieke kruistocht tegen openbaar onderwijs

Voorstanders van uitsluitend openbaar onderwijs gooien moedwillig keuzevrijheid, diversiteit en het recht op een eigen mening te grabbel. Dat stelt algemeen-directeur Titus Frankemölle van de rooms-katholieke Kwadrant Scholengroep in Noord-Brabant in een opiniestuk in BN De Stem.

Frankemölle, die tevens diaken is van het Bisdom Breda, reageert op het pleidooi van PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher om grondwetsartikel 23 van de Grondwet zodanig aan te passen dat ook voor het bijzonder onderwijs algemene toegankelijkheid gaat gelden. Het idee daarachter is dat alle kinderen in het onderwijs gelijke kansen moeten hebben.

De reactie van de rooms-katholieke Frankemölle volgt tevens op een opiniestuk van directeur-bestuurder Hans Fuchs van Stichting Openbare Basisscholen Helmond en zijn collega Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs in Zuidoost-Brabant. Zij wijzen erop dat het onderwijs in Nederland sterk gesegregeerd is met als gevolg dat er veel kansenongelijkheid is. Dat kan volgens hen worden veranderd door eindelijk de verzuiling achter ons te laten.

Diskwalificatie openbaar onderwijs

Volgens Frankemölle is het allemaal onzin wat Asscher, Martens en Fuchs zeggen. Hij wil per se vasthouden aan de onderwijsvrijheid zoals Nederland die sinds 1917 kent, toen artikel 23 van kracht werd. Daarbij plaatst hij het katholiek onderwijs met stip op nummer 1. Dat is volgens hem de oefenplaats bij uitstek voor de echte maatschappij.

De algemeen-directeur van de Kwadrant Scholengroep zei vorig jaar dat openbaar onderwijs niets vindt en daardoor de dialoog met anderen niet kan aangaan. Hij verklaarde dat in het Katholiek Nieuwsblad, samen met de Haarlemse-Amsterdamse hulpbisschop Jan Hendriks.

In 2014 stelde Frankemölle in een opiniestuk in Trouw dat het openbaar onderwijs geen aandacht heeft voor levensbeschouwing en daarom niet serieus kan worden genomen. Hiermee liet hij zien 100 jaar achter te lopen op de feiten.

Lees meer…

Rotterdam zet in op kansengelijkheid

De gemeente Rotterdam trekt de komende jaren bijna een half miljard euro uit voor kansengelijkheid. ‘De ambitie is om alle Rotterdamse kinderen de beste onderwijskansen te geven. Daarom is gelijke kansen voor elk talent voor mij de kapstok van het Rotterdamse onderwijsbeleid’, zegt onderwijswethouder Said Kasmi (D66).

Rotterdam zet onder andere in op burgerschapsonderwijs, omdat dit bijdraagt aan de kennis over democratie, de vorming van waarden en normen en integratie. ‘Ingewikkelde thema’s moeten in elke klas kunnen worden besproken. Het gaat dan bijvoorbeeld over kennis van democratie, respect voor de mening van iemand anders of spanningen in de samenleving’, zo staat op de website van de gemeente.

Andere punten die de gemeente Rotterdam belangrijk vindt, zijn een betere overgang van de ene naar de andere schoolsoort, een sterk, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod aan scholen in de buurt, de aanpak van het lerarentekort en het verkleinen van de kwaliteitsverschillen tussen scholen.

Lees meer…

Nashville-verklaring past bij reformatorisch onderwijs

Documentatie van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) over seksuele diversiteit komt op hoofdlijnen overeen met wat er in de Nashville-verklaring staat, meldt de VGS. In reactie op de omstreden verklaring heeft onder andere het openbare Rembrandt College in Veenendaal de regenboogvlag gehesen, omdat die symbool staat voor diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect. 

‘Het begin van het nieuwe jaar is helaas minder rustig gestart dan gehoopt’, zo meldt de VGS naar aanleiding van de commotie over de omstreden Nashville-verklaring. Deze verklaring is onder anderen door dominees uit reformatorische kringen overgenomen van de Southern Baptist Convention, met 15 miljoen leden het grootste protestants-christelijke kerkgenootschap in de Verenigde Staten.

In de verklaring staat onder meer dat alle niet-heteroseksuelen een geaardheid hebben die niet past bij de Bijbelse uitgangspunten zoals God die zou hebben bedoeld. Het homohuwelijk wordt afgewezen en het zou een zonde zijn om transgenders te accepteren. Critici stellen dat met de verklaring uitsluiting wordt gepredikt van iedereen die een niet-heteroseksuele geaardheid heeft.

De VGS meldt in reactie op de commotie te hechten aan een eigen visienota uit 2008 en een brochure over (homo)seksualiteit in het reformatorisch onderwijs en tevens aan een brochure uit 2014 over sociale veiligheid en seksuele diversiteit. De Nashville-verklaring komt hier volgens de VGS op hoofdlijnen mee overeen, ‘maar heeft een andere achtergrond, doelstelling en doelgroep’. Dat laatste wordt verder niet gespecificeerd.

Heldere Bijbelse lijn

In het Reformatorisch Dagblad zei voorzitter Pieter Moens van de VGS dat hij hoopt ‘dat we in de huidige discussie rond de Nashville-verklaring als gereformeerde gezindte met één stem blijven spreken’. De krant citeert hem ook als het over de inhoud van de omstreden verklaring gaat. Moens stelt dat de Nashville-verklaring aansluit bij de ‘heldere Bijbelse lijn zoals we die al jaren hanteren’.

Uit de ontstane ophef leidt Moens af dat er in het huidige debat geen enkele ruimte meer lijkt voor nuance: ‘Je bent het óf met alles eens óf je bent homofoob’, zo citeert het Reformatorisch Dagblad hem.

Lees meer…

Kernwaarden openbaar onderwijs

De standpunten van het reformatorisch onderwijs over seksuele diversiteit staan haaks op die van het openbaar onderwijs. In de kernwaarden van de openbare scholen is opgenomen dat iedereen welkom is. Het openbaar onderwijs gaat nadrukkelijk uit van gelijkwaardigheid en wederzijds respect en sluit niemand uit.

Onder andere het openbare Rembrandt College in Veenendaal heeft in reactie op de Nashville-verklaring de regenboogvlag gehesen.

‘Ouders en scholen moeten af van hokjesdenken’

‘Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen.’ Dat stellen Laura de Adelhart Toorop en Gijsbert Werner in een ingezonden stuk in NRC over kansengelijkheid in het voortgezet onderwijs. In 2015 zaten zij in de Nationale Denktank over een toekomstbestendig onderwijsstelsel.

De Adelhart Toorop en Werner signaleren een ‘verborgen stelselwijziging’ in het voortgezet onderwijs. ‘Bijna een kwart van de brede brugklassen (…) is de afgelopen jaren verdwenen. Steeds meer scholen kiezen ervoor om categoraal te worden, en nog maar één onderwijstype aan te bieden (…). Scholengemeenschappen die op papier ‘breed’ zijn, bieden verschillende niveaus steeds vaker op aparte, ‘nauwe’ locaties aan.’

Doorgeschoten hokjesdenken

De voorkeuren van scholen en ouders voor categoraal onderwijs hebben volgens hen sterke negatieve consequenties. ‘Door dit doorgeschoten hokjesdenken verwaarloost ons onderwijs zijn maatschappelijke taak om bij te dragen aan kansengelijkheid onder leerlingen en aan sociale samenhang. Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen. Laatbloeiers en kinderen uit achterstandswijken zijn hier de dupe van. En als leerlingen uit verschillende milieus niet meer met elkaar in contact komen, leren zij minder goed omgaan met verschillen’, aldus De Adelhart Toorop en Werner.

Zij pleiten in hun stuk  voor een ‘brede-brugklasbonus’, een financiële prikkel van de overheid om brede brugklassen te stimuleren en aantrekkelijk te maken voor leerlingen en hun ouders.

Lees meer…

Met kansengelijkheid kloof tussen kinderen dichten

‘Het is erg belangrijk dat kinderen zekerheid wordt geboden, zodat ze in een stabiele omgeving kunnen opgroeien. Daarvoor het van belang dat elk kind gelijke kansen heeft.’ Dat benadrukt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mede namens onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks had vragen gesteld over de conclusie van Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer dat er in Nederland een grote kloof is tussen gelukkige en kwetsbare kinderen.

De Jonge benadrukt in reactie hierop dat het kabinet wil dat alle kinderen kunnen meedoen, ook als hun ouders weinig geld hebben. Hij noemt dat ‘van essentieel belang (…) voor hun ontwikkeling en toekomstige participatie in de samenleving, op school en later op de arbeidsmarkt’.

Voorschool en tegengaan onderwijsachterstanden

De minister van VWS noemt verschillende maatregelen van het kabinet die het bieden van gelijke kansen moeten bevorderen. Zo doet het kabinet volgens hem veel voor kansengelijkheid in het onderwijs. Als voorbeelden hiervan noemt hij de extra investering van 170 miljoen euro in voorschoolse educatie. De Jonge noemt ook de 286 miljoen euro voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

‘Het kabinet activeert daarnaast via de Gelijke Kansen Alliantie lokale en regionale partners om ervaringen te delen en nieuwe kennis op te bouwen om de kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen’, aldus De Jonge mede namens Slob.

Lees meer…

Gratis Toolbox Mensenrechten op School

Scholen kunnen de Toolbox Mensenrechten op School bestellen. VOS/ABB heeft meegewerkt aan dit gratis lespakket van het College voor de Rechten van de Mens. Wilt u in uw school aan de slag met mensenrechten en kinderrechten? Marleen Lammers en Eline Bakker van VOS/ABB kunnen u hierbij ondersteunen!

Er is zo veel vraag naar de Toolbox Mensenrechten op School, dat inmiddels de tweede druk eraan komt. De toolbox bevat informatie over hoe mensenrechten en kinderrechten vorm kunnen krijgen in het schoolbeleid en de klas. Het gaat onder andere over burgerschap, pesten, radicalisering en inspraak van leerlingen.

Het materiaal voor het primair en voortgezet onderwijs is ontwikkeld door het College voor de Rechten van de Mens in samenwerking met onder andere VOS/ABB, Amnesty International en Unicef.

Ga naar www.mensenrechten.nl/opschool.

Aan de slag!

Wilt u in uw school aan de slag met mensenrechten en kinderrechten? Marleen Lammers en Eline Bakker van VOS/ABB kunnen u hierbij ondersteunen!

Marleen Lammers: 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

Eline Bakker: 0348-405200, ebakker@vosabb.nl

Lhbt-leerlingen krijgen veel naar hun hoofd geslingerd

Nog altijd hebben veel niet-heteroseksuele leerlingen het zwaar in het voortgezet onderwijs. Dat meldt COC Nederland op basis van onderzoek dat de belangenorganisatie heeft uitgevoerd in samenwerking met de Amerikaanse Columbia University.

Volgens het COC worden op scholen veel negatieve dingen over homo’s gezegd, zowel door leerlingen als docenten. Bovendien zouden veel leraren niet adequaat optreden als leerlingen aangeven dat ze er last van hebben.

Bijna de helft van de zogenoemde lhbt-leerlingen werd het afgelopen jaar uitgescholden wegens hun seksuele oriëntatie. Ze zeggen ook dat andere leerlingen hen buitensluiten en over hen roddelen. Leerlingen die met geweld te maken krijgen, melden dit meestal bij het schoolpersoneel, maar dat doet er volgens het COC maar weinig mee.

Lees meer…

Meer aandacht nodig voor democratisch burgerschap

Democratisch burgerschap moet meer aan bod komen in het onderwijs. Dat staat in het adviesrapport Lage drempels, hoge dijken van de staatscommissie parlementair stelsel onder voorzitterschap van Johan Remkes.

De staatscommissie verwijst in het rapport naar onderzoek waaruit blijkt dat veel jongeren, vooral vmbo’ers, maar weinig weten over de werking van de parlementaire democratie. Daarom dringt de staatscommissie aan op een vergroting van de democratische kennis en vaardigheden bij jongeren.

‘Dat kan onder meer via het onderwijs. De positie van de vakken geschiedenis en staatsinrichting en maatschappijleer in het voortgezet onderwijs moet daarom worden versterkt’, zo staat in het adviesrapport.

Burgerschapsonderwijs

Daarin staat ook dat jongeren te weinig burgerschapscompetenties hebben. De commissie signaleert hierbij een tweedeling tussen toekomstige hoger en lager opgeleiden.

Het is volgens de commissie zo dat er gat zit in het burgerschapsonderwijs tussen de basisschool en de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Leerlingen krijgen in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs nauwelijks burgerschapsonderwijs en sommige leerlingen komen er dan zelfs helemaal niet mee in aanraking.

De commissie beschouwt het plan van het kabinet voor een nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs daarom als een stap in de goede richting.

Lees meer…

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

‘Gouden middenweg’ voor samenwerkingsscholen

Samenwerkingsscholen krijgen van Erik Renkema het advies een vorm van levensbeschouwelijk onderwijs aan te bieden waarin de kracht van zowel het openbaar als bijzonder onderwijs tot haar recht komt. Docent en onderzoeker Renkema van Hogeschool Windesheim is aan de Protestantse Theologische Universiteit gepromoveerd op een onderzoek naar de samenwerkingsschool.

‘Hoe je het ook wendt of keert, je bent een fusieschool van twee identiteiten. Je moet dus samen op zoek gaan naar een manier waarin je jezelf kunt herkennen’, zegt Renkema in een interview met de christelijke profielorganisatie Verus.

Hij spreekt van een ‘gouden middenweg’ om in de samenwerkingsschool om te gaan met bronnen en tradities ‘die bijdraagt aan dialoog en daarmee persoonsvorming’.

Renkema: ‘Vanuit de openbare kant zal men levensbeschouwelijke bronnen en tradities wel degelijk serieus moeten nemen voor de persoonsvorming van kinderen. Dat doen aan religie en godsvragen, dat zou door sommige vertegenwoordigers van openbaar onderwijs als verlies kunnen worden ervaren.’

‘Voor het christelijk perspectief kun je zeggen: besteed actief aandacht aan pluriformiteit. Voor een enkele ouder zal dat niet het beeld zijn dat hij voor ogen had toen hij voor een christelijke school koos’, aldus Renkema.

Lees meer…

‘Leerrecht en algemene toegankelijkheid in artikel 23’

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Hij pleit ervoor in het artikel over de vrijheid van onderwijs op te nemen dat elk kind recht heeft op onderwijs en gelijke kansen. Ook wil hij algemene toegankelijkheid regelen, zodat het bijzonder onderwijs geen leerlingen meer kan weigeren.

VOS/ABB heeft op verzoek van de PvdA meegedacht over de wijze waarop het meer dan 100 jaar oude grondwetsartikel 23 beter kan aansluiten bij de realiteit van de 21e eeuw. Daarbij spelen in het kader van kansengelijkheid leerrecht en algemene toegankelijkheid een essentiële rol.

Elke leerling welkom

Nu is het nog zo dat bijvoorbeeld een christelijke school met de Grondwet in de hand leerlingen mag weigeren als die niet bij de godsdienstige uitgangspunten van de school zouden passen. Als het aan Asscher ligt, verdwijnt die mogelijkheid uit artikel 23.

Hij wil alle scholen wettelijk verplichten elke leerling te accepteren, ook als het kind of diens ouders een andere levensovertuiging huldigen dan de school. Wel mag worden verwacht dat alle leerlingen en hun ouders de grondslag van de school respecteren.

In het openbaar onderwijs is het per definitie altijd al zo dat elke leerling welkom is. Openbaar onderwijs is immers van en voor iedereen. Met algemene toegankelijkheid zou dit ook gaan gelden voor het – eveneens door de overheid bekostigde – bijzonder onderwijs.

Kansengelijkheid

Daarnaast wil Asscher in de Grondwet opnemen dat elk kind in Nederland leerrecht krijgt en dat het onderwijs voor ouders kosteloos is. Algemene toegankelijkheid, leerrecht en kosteloos onderwijs zijn volgens Asscher nodig voor kansengelijkheid.

Nu is het nog zo dat sommige bijzondere scholen zeer hoge vrijwillige ouderbijdragen vragen. Geen enkele school die zo’n hoge bijdrage vraagt, zal erkennen dat dit middel wordt ingezet om leerlingen van ouders met een lage sociaal-economische status te weren. De realiteit is echter dat met hoge bijdragen dit effect wel degelijk wordt bereikt.

Asscher wil in artikel 23 van de Grondwet handhaven dat ouders met geld van de overheid een school op religieuze grondslag mogen stichten. Het moet volgens hem wel moeilijker worden voor bijvoorbeeld orthodox-christelijke en islamitische scholen om geen aandacht te schenken aan onderwerpen die bij bepaalde doelgroepen gevoelig kunnen liggen, zoals seksuele diversiteit en de Holocaust.

Kwestie van lange adem

Algemene toegankelijkheid is een thema waar de PvdA al lange tijd aan werkt. Toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer kwam in 2005 met een voorstel voor algemene acceptatieplicht. Toen de PvdA echter samen met het CDA en de ChristenUnie in het kabinet-Balkenende plaatsnam, verdween het onder druk van de christelijke coalitiedwang in de la.

In 2010, toen de sociaal-democratische deelname aan het kabinet werd beëindigd, kwam Hamer opnieuw met het voorstel. De liberale VVD liet later dat jaar weten het voorstel niet te zullen steunen, waardoor er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Die weigering had te maken met het feit dat de VVD ging regeren met het CDA. Er was dus wederom sprake van christelijke coalitiedwang.

Slob ‘hogelijk verbaasd’

Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma, die later korte tijd voorzitter was van de christelijke profielorganisatie Verus, probeerde het in 2014 opnieuw om algemene acceptatieplicht in de wet vast te leggen. De huidige onderwijsminister Arie Slob die toen namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, reageerde ‘hogelijk verbaasd’.

Slob zei dat het PvdA-plan voor algemene toegankelijkheid een oplossing zou zijn voor een niet bestaand probleem, omdat er nauwelijks scholen zouden zijn die leerlingen weigeren. Hij benadrukte dat als er scholen zijn die misbruik maken van de vrijheid van onderwijs, de rechter hen op de vingers kan tikken.

Lees het plan van de PvdA

Lees ook het Algemeen Dagblad dat uitgebreid bericht over het plan van Asscher.

Eerste school in nieuwbouwwijk altijd openbaar!

In een nieuwbouwwijk moet de eerste school altijd een openbare school zijn. Dat is een van de punten die VOS/ABB heeft ingebracht voor het gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Dat de eerste school in de wijk een openbare school moet zijn, vloeit direct voort uit artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Daarin staat immers dat de overheid ‘zich ten taak stelt voor alle burgers gelegenheid tot schoolonderwijs te verschaffen’ en dat de vervulling van die taak niet afhankelijk mag zijn ‘van het ontbreken van particulier initiatief’.

Er staat ook in dat onderwijs niet een zaak is ‘waarvan het belang door particulier initiatief moet blijken’, maar dat het ‘uit zichzelf een publiek belang’ is dat de overheid ‘geheel zelfstandig’ dient te behartigen’.

Niet nog meer segregatie!

De bijdrage van VOS/ABB gaat ook in op de huidige segregatie in het Nederlandse en het risico dat het wetsvoorstel op dit vlak met zich meebrengt. ‘Dit heeft met name te maken met de mogelijkheid dat eenieder straks een eigen school kan oprichten volgens een eigen gekozen grondslag. Ieder hokje een eigen school: de hokjesschool.’

Het wetsvoorstel gaat niet uitgaat van de huidige 19 vastgestelde richtingen, maar van ontelbare richtingen. Op basis van elke visie of grondslag kan er straks een school worden ingericht met een eigen toelatingsbeleid. ‘Dit wetsvoorstel geeft niet zozeer meer ruimte voor een verrijking van het onderwijsaanbod, maar zorgt voor meer ruimte voor segregatie’, zo staat in de bijdrage van VOS/ABB.

Algemene toegankelijkheid noodzakelijk

Een ander punt dat VOS/ABB in het licht van het tegengaan van segregatie noemt, is de noodzaak van algemene toegankelijkheid. ‘De gelijkheid van bekostiging van ons onderwijs moet er immers voor zorgen dat wij met ons allen kunnen genieten van ons onderwijs.’

Algemene toegankelijkheid botst niet met schoolkeuze, omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat slechts een klein percentage van de ouders bereid is extra te reizen voor een denominatie.

De punten die VOS/ABB heeft ingebracht, hebben nadrukkelijk de aandacht van de politiek. Dat bleek tijdens een gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Bijna één op dertig racistische incidenten in scholen

Van de geregistreerde racistische incidenten in 2017 was ruim 3 procent in scholen. Dat meldt het Verwey Jonker Instituut.

In 2017 waren er 1652 geregistreerde racistische incidenten. De meeste daarvan deden zich voor in de directe woonomgeving of op de openbare weg (bij elkaar ruim 53 procent). Scholen scoren met ruim 3 procent (61 incidenten in 2017) relatief laag.

Bij de meeste racistische incidenten was sprake van discriminatie en/of belediging. Racistisch geweld komt veel minder vaak voor dan verbaal racisme.

Lees meer… 

Klassenfoto tijdens Offerfeest geen discriminatie

De openbare Maria Montessorischool in Den Haag heeft niet schuldig gemaakt aan discriminatie bij het nemen van klassenfoto’s tijdens het islamitische Offerfeest. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag in hoger beroep beslist.

In 2015 kwam de schoolfotograaf langs op de eerste dag van het Offerfeest. Twee leerlingen uit een islamitisch gezin hadden toen vrij. Zij stonden daardoor niet op de klassenfoto. De ouders vonden dat de school hun kinderen had gediscrimineerd. Ze eisten excuses van de school en daarbovenop een schadevergoeding van 10.000 euro.

De rechter bepaalde dat de school niet goed had gehandeld. De ouders kregen een schadevergoeding toegewezen van 500 euro. Stichting De Haagse Scholen, waaronder de bewuste openbare basisschool valt, ging tegen deze beslissing in beroep.

Voldoende alternatieven, geen discriminatie

Het gerechtshof stelt de school nu in het gelijk. Het hof houdt er rekening mee dat de school de bedoeling had om de komst van de schoolfotograaf niet te laten samenvallen met het Offerfeest. Dat bleek echter een dag later te beginnen dan de school dacht.

Bovendien bood de school alternatieven aan. Zo is de schoolfotograaf die dag vroeger begonnen. Van die mogelijkheid hebben meerdere islamitische ouders gebruikgemaakt.

Daarnaast zijn door de adjunct-directeur later opnieuw klassenfoto’s gemaakt. Op die foto’s, die gratis ter beschikking zijn gesteld, staan wel alle leerlingen. De schoolfotograaf heeft ook nog individuele foto’s van de twee leerlingen gemaakt.

Het gerechtshof oordeelt dat de school voldoende compenserende maatregelen heeft genomen. Er kan niet worden gesteld dat de school schuldig is aan discriminatie.

Lees de uitspraak

Reactie De Haagse Scholen

De Haagse Scholen laat op Facebook weten blij te zijn met deze uitspraak. ‘Het is een bevestiging dat het handelen van de school in eerste instantie onjuist is beoordeeld.’ Het schoolbestuur noemt het spijtig dat het nodig was een gerechtelijke procedure te doorlopen.

Voor zover bekend is er geen reactie beschikbaar van de islamitische ouders.

Meer roetveegpieten naar openbare scholen

Sinterklaas neemt naar bijna alle basisscholen pieten mee. Daarbij valt op dat roetveegpieten vaker langskomen bij openbare scholen dan bij scholen met een religieuze grondslag. Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek.

Uit een rondgang langs ruim 500 basisscholen blijkt dat 83 procent het sinterklaasfeest viert met zwarte pieten, al dan niet in combinatie met andere pieten. Bijna een derde (30%) viert het met roetveegpieten, al dan niet gecombineerd met andere pieten.

In de grote steden en andere gemeenten in de Randstad komen vaker roetveegpieten langs dan daarbuiten. Verder blijkt dat openbare scholen vaker roetveegpieten op bezoek krijgen dan protestants-christelijke en rooms-katholieke scholen.

Openbare scholen houden volgens DUO Onderwijsonderzoek meer rekening met de zwartepietendiscussie dan confessionele scholen.

Lees meer…

Kansengelijkheid: eindtoets eerder afnemen

De huidige eindtoets in groep 8 heeft een negatieve invloed op kansengelijkheid, stelt de PO-Raad. De raad pleit ervoor de eindtoets eerder in het jaar af te nemen.

Sinds vier jaar is de eindtoets een second opinion bij het schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Als een leerling op de toets hoger scoort dan het schooladvies, moet de school het advies heroverwegen en eventueel naar boven bijstellen.

Mondige ouders en leraren met vooroordelen

De PO-Raad signaleert dat niet alle kinderen op dezelfde manier van dit systeem profiteren. ‘Of een advies naar boven wordt bijgesteld, is soms mede afhankelijk van de mondigheid van ouders’, aldus de sectororganisatie. Bovendien kunnen, zo stelt de PO-Raad, bij het bepalen van het schooladvies vooroordelen van leraren meespelen. ‘Dit bij elkaar werkt kansenongelijkheid in de hand.’

De raad wil daarom dat de regels worden aangepast. ‘Door de toets eerder in het jaar af te nemen, wordt deze onderdeel van het schooladvies. Zoals een röntgenfoto een arts helpt een diagnose te stellen, zo wordt de eindtoets een objectief oordeel dat het professionele oordeel van de school kan staven.’

Het advies van de school moet volgens de sectororganisatie wel leidend blijven.

Lees meer…

Met migratieachtergrond minder snel naar havo of vwo

Het is nog steeds zo dat een relatief klein aandeel groep 8-leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond ten minste havo-advies krijgt. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ten opzichte van 10 jaar geleden volgt weliswaar een groter deel van de leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond een hoger onderwijsniveau, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. ‘Hierdoor neemt het verschil in deelname aan hogere niveaus tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en een niet-westerse achtergrond vrijwel niet af’, aldus het CBS.

Het aandeel leerlingen met een Nederlandse achtergrond dat ten minste havo-advies kreeg, bedroeg 59 procent in 2016-2017. In datzelfde schooljaar kreeg van de leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond 38 respectievelijk 42 procent ten minste havo-advies. Bij Surinaamse leerlingen lag het in 2016-2017 op 45 procent en bij leerlingen met een Antilliaanse achtergrond op 38 procent.

Lees meer…

‘Rijk of arm, voor schooladvies maakt het weinig uit’

Het is niet zo simpel dat de schooladviezen voor leerlingen van ouders met veel geld vaker worden bijgesteld dan de adviezen voor leerlingen van wie de ouders weinig geld hebben. Dat stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen van de PvdA.

De vragen waren afkomstig van Lisa Westerveld van GroenLinks en Kirsten van den Hul van de PvdA. Zij illustreerden hun vragen met cijfers en percentages, maar die zijn volgens Slob door elkaar gehaald. Hij wijst er in zijn antwoorden op dat door onjuist gebruik van de cijfers een verkeerd beeld is geschetst.

De minister stelt vervolgens dat er ‘geen duidelijk (lineair) verband (is) tussen het aandeel bijstellingen en het opleidingsniveau van ouders’. Hij linkt daarbij het opleidingsniveau aan de hoogte van het gezinsinkomen. Over het algemeen geldt dat gezinnen meer te besteden hebben als het opleidingsniveau van de ouders hoog is.

De cijfers laten volgens Slob zien dat de adviezen van leerlingen met ouders met een mbo2-diploma even vaak worden bijgesteld als de adviezen van leerlingen met hbo-opgeleide ouders. Het is volgens hem wel zo dat de adviezen van leerlingen van ouders met een universitaire opleiding vaker worden bijgesteld.

Lees meer…

Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Alle kinderen naar de onverdeelde openbare school?

De academische uitgeverij Eburon heeft een themanummer van tijdschrift Religie & Samenleving over levensbeschouwelijk onderwijs uitgebracht. Het gaat onder meer over het idee dat alle kinderen naar de onverdeelde openbare school gaan.

In het themanummer wordt de vraag gesteld of het in de geseculariseerde en ontzuilde samenleving van nu, waarin de overgrote meerderheid van ouders, leerlingen en docenten zich niet meer gebonden voelt aan een denominatie, nog wel te verdedigen is dat er naast het openbaar onderwijs op religies gebaseerde scholen zijn.

Een andere vraag die in het themanummer aan bod komt, is of er in het huidige onderwijs nog wel plaats is voor onderwijs vanuit een levensbeschouwelijk perspectief? Zouden alle kinderen in Nederland naar de onverdeelde openbare school moeten?

Het themanummer van Religie & Samenleving kost 20 euro. U kunt het online bestellen.

‘Kinderen thuishouden bij moskeebezoek gaat te ver’

Het gaat te ver om kinderen thuis te houden als ze bij een moskeebezoek gaan bidden als moslim. Dat vindt interim-bestuurder Cor Clarijs van de christelijke profielorganisatie Verus.

De rooms-katholieke Clarijs reageert in de Telegraaf op een voorstel van de SGP om ouders het recht te geven hun kinderen thuis te houden als de klas op bezoek gaat bij een moskee en de kinderen daar leren hoe het is om als moslim te bidden. Dat laatste vindt het bevindelijk gereformeerde SGP-Kamerlid Roelof Bisschop niet kunnen.

‘Als de ouders er moeite mee hebben, kan dat prima worden besproken en naar een alternatief worden gezocht; bijvoorbeeld in de vorm van een vervangende opdracht’, aldus Clarijs. Volgens hem worden tijdens schoolexcursies naar niet-christelijke gebedshuizen leerlingen nooit verplicht mee te doen aan rituelen, zoals islamitisch bidden. ‘De suggestie dat kinderen worden geïndoctrineerd of onderworpen aan de islam, is nergens op gestoeld’, benadrukt de voorzitter van Verus.

Hij voegt daaraan toe dat we ons verstand moeten gebruiken. ‘Handel niet staccato op je onderbuikgevoelens en respecteer elkaar.’

Lees ook dit bericht op de website van Verus.

Ouderbijdrage niet betaald? Uitsluiting mag niet!

Kinderen mogen nooit meer worden buitengesloten van extra schoolactiviteiten als hun ouders of verzorgers de vrijwillige ouderbijdrage niet kunnen betalen. Daartoe hebben SP en GroenLinks een initiatiefwetsvoorstel opgesteld.

SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint zegt al jaren te strijden tegen uitsluiting van kinderen van ouders met weinig geld. ‘En elke keer zegt de minister dat scholen nu echt hier iets aan moeten doen. Maar verandert er niks in de wet. Wij zijn het wachten zat en hebben dus maar zelf een wet geschreven. Elk kind moet mee kunnen op schoolreis’, aldus Kwint.

Zijn collega Lisa Westerveld van GroenLinks signaleert een ‘keiharde tweedeling in de samenleving, die helaas ook in de klas is geland’. Zij benadrukt dat elk kind een gelijke kans verdient.

Het voorstel van GroenLinks en SP ligt nu voor advies bij de Raad van State.

Goed onderwijs voor álle kinderen

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB heeft in het oktobernummer van magazine Naar School! gezegd dat hij blij is met het voorstel van GroenLinks en SP om wettelijk vast te leggen dat geen enkele leerling mag worden uitgesloten van schoolactiviteiten als ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen.

‘Goed onderwijs dient voor álle kinderen toegankelijk te zijn. Dit betekent dat het hele aanbod van de school, dus alle activiteiten binnen het curriculum, voor elke leerling bereikbaar moet zijn’, aldus Teegelbeckers.

Lees meer…

Slob wenst richtlijnen over vrijwillige ouderbijdrage

Onderwijsminister Arie Slob wenst van de PO-Raad en VO-raad dat zij voor het einde van het jaar met eensluidende richtlijnen komen over de vrijwillige ouderbijdrage in het primair en voortgezet onderwijs, meldt Trouw.

Eigenlijk hadden de richtlijnen er al moeten zijn, maar de PO-Raad en VO-raad geven in de krant aan dat het ingewikkeld is. ‘Het is best een complex vraagstuk waarvoor geen eenduidige oplossing is’, zegt woordvoerder Harm van Gerven van de PO-Raad.

Zijn collega Linda Zeegers van de VO-raad geeft aan dat het onwenselijk is als leerlingen niet mee kunnen doen, maar bij sommige activiteiten, zoals een skireis die door school wordt georganiseerd, is dat volgens haar minder evident.

Lees meer…

Nooit uitsluiten!

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB geeft in het oktobernummer van magazine Naar School! aan dat scholen geen enkele leerling mogen uitsluiten van activiteiten, of de ouders nu wel of niet de vrijwillige ouderbijdrage hebben betaald.

‘Goed onderwijs dient voor álle kinderen toegankelijk te zijn. Dit betekent dat het hele aanbod van de school, dus alle activiteiten (…), voor elke leerling bereikbaar moeten zijn’, aldus Teegelbeckers.

Lees meer op pagina 9 van het oktobernummer van magazine Naar School!.

Van elke 400 kinderen gaat er één naar particuliere school

Het aantal particuliere scholen die geen rijksbekostiging krijgen groeit weliswaar, maar het aantal is nog altijd zeer beperkt. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister reageert met zijn brief op SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint die aan de bel had getrokken over de groei van het aantal particuliere scholen.

Slob benadrukt eerst dat iedereen in Nederland een school kan oprichten, ook als die niet door de overheid wordt bekostigd. Daarna wijst hij erop dat in 2017 ongeveer 6000 leerlingen naar een particuliere school gingen. ‘Dit is een hele kleine groep: 6000 op een totaal aantal van 2,4 miljoen leerlingen in het funderend onderwijs, betreft 0,25 procent’, aldus de minister.

De kosten voor particulier onderwijs variëren sterk. Volgens Slob liggen de bedragen die ouders betalen tussen de 3600 en 27.900 euro per kind per jaar.

Lees meer…