OCW verliest zaken over terugbetalen fusiecompensatie

De Groningse scholengroep OPRON voor openbaar primair onderwijs hoeft eerder toegekende fusiecompensatie niet terug te betalen. Dat geldt ook voor de christelijke onderwijsstichting De Greiden in Friesland. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland beslist.

Het ministerie eiste bijna 6,5 ton terug van OPRON en ruim 3 ton van De Greiden. Deze bedragen waren toegekend als compensatie voor fusies van basisscholen.

Bij die fusies ging uiteindelijk geen enkele leerling over van de scholen die dichtgingen naar de betreffende fusiescholen. Volgens het ministerie was er daardoor geen sprake van samenvoegingen van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Daarom eiste OCW de fusiecompensatie terug.

Nergens in de wet

OPRON en De Greiden verzetten zich daartegen. Zij stelden dat op het moment van de samenvoegingen nergens in de wet stond vermeld dat er bij een fusie leerlingen van de ene naar de andere school moesten overgaan.

De rechtbank Noord-Nederland stelt de schoolbesturen in het gelijk. Op het moment van de fusies konden zij niet weten, zo stelt de rechter, dat OCW hieraan de voorwaarde verbond dat er leerlingen moesten overgaan naar de fusiescholen.

Zie in de rechterkolom ook eerder verschenen berichten over rechtszaken over het terugbetalen van fusiecompensatie.

Tientallen miljoenen voor scholen met krimp

Voor het voortgezet onderwijs is de komende vijf jaar maximaal 48 miljoen euro per jaar beschikbaar voor regionale samenwerking op het gebied van krimp. Dat schrijft onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob: ‘Door deze investering helpen we scholen om toekomstbestendig te worden. Hoe dat kan, verschilt per regio. In sommige regio’s kan dat door betere samenwerking, maar in andere regio’s zullen scholen moeten fuseren of kunnen er vestigingen verdwijnen. En soms moet een vestiging juist openblijven, omdat anders leerlingen te ver moeten fietsen.’

In 2020 wordt 10 miljoen euro vrijgemaakt en het jaar daarna 15 miljoen euro. Het kan oplopen tot 48 miljoen euro per jaar.

Scholen kunnen een aanvraag indienen. Voorwaarde is dat ze bij de aanpak van de gevolgen van krimp samenwerken met hun gemeente(n), basisscholen en het vervolgonderwijs in hun regio.

Lees meer…

Voortgezet onderwijs vaak meer dan 12 kilometer fietsen

Achterhoek VO heeft een boekje samengesteld dat de gevolgen van de krimp van het aantal leerlingen letterlijk in kaart brengt. Ook kunt u op verschillende kaartjes van Nederland zien hoeveel aanbod er is van bepaalde vormen van voortgezet onderwijs.

Op de kaartjes van Nederland staan groene, oranje en rode gebieden. Als een leerling in een groen gebied woont, is er binnen 12 kilometer fietsafstand keuze uit twee of meer scholen. In oranje gebieden is binnen 12 kilometer één school en in rode gebieden ontbreekt er binnen die afstand een bepaalde vorm van voortgezet onderwijs.

De grens van 12 kilometer is de norm van de commissie Dijkgraaf. Deze commissie onder leiding van professor Elbert Dijkgraaf van de Erasmus Universiteit Rotterdam adviseerde het ministerie van OCW over de manier waarop kan worden omgegaan met de gevolgen van demografische krimp.

De commissie gaf in maart jongstleden aan dat voortgezet onderwijs op meer dan 12 kilometer fietsafstand niet wenselijk is. Op de kaartjes is te zien dat grote delen van het land, vooral het Noorden en Zeeland, niet aan de 12 kilometer-norm voldoen.

Er zijn twee versies van het boekje:  een digitale versie om op een device te lezen en een printversie.

Handreiking krimp voortgezet onderwijs

De VO-raad en het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) hebben een handreiking over krimp gepubliceerd.

De handreiking is bedoeld voor schoolbestuurders en -leiders en leerlingen. Ze krijgen tips aangereikt over hoe ze met de gevolgen van demografische krimp kunnen omgaan. Het gaat daarbij om vragen als ‘Wat zijn mogelijke maatregelen om de gevolgen van leerlingendaling tegen te gaan?’ en ‘Welke vormen van samenwerking zijn er?’.

Lees meer…

OCW blijft fusiecompensatie terugvorderen

Het ministerie van OCW gaat door met rechtszaken om fusiecompensatie terug te vorderen. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen van de SGP.

De SGP wees Slob op een artikel van mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB. Hij legt uit dat  nergens in de wet staat dat er voor toekenning van fusiecompensatie leerlingen moeten overgaan van een van de opgeheven scholen naar de fusieschool. Er kan dus volgens Bloemers geen sprake zijn van terugvordering van toegekende fusiecompensatie op grond van het feit dat er geen leerlingen zijn overgegaan.

Minister Slob stelt in zijn antwoorden dat daar wel degelijk sprake van moet zijn. Hij verwijst naar een toelichting op de wet waarin dat volgens staat. Ook wijst hij op artikel 121 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Op basis van dat artikel is het volgens hem ook zo dat bij een fusie leerlingen van een van de opgeheven scholen moeten zijn overgegaan naar de fusieschool om recht te behouden op fusiecompensatie.

Daarom blijft OCW doorgaan met het terugvorderen van fusiecompensatie in die gevallen waarbij geen leerlingen zijn overgegaan naar de fusieschool. ‘Er is geen reden om nu de terugvorderingen ongedaan te maken’, aldus Slob.

Wisselende uitspraken

In mei gaf de rechtbank Noord-Holland het ministerie van OCW gelijk in een zaak over terugvordering van ruim 3,3 ton fusiecompensatie. Het geld was toegekend aan een schoolbestuur in Noord-Holland voor een fusie waarbij geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging. Het ministerie werd dus door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Superschool in Franeker overweegt leerlingenstop

Het gaat zo goed met de vestiging van RSG Simon Vestdijk in Franeker, dat deze openbare school overweegt een leerlingenstop in te stellen.

De Franeker Courant meldt dat het aantal aanmeldingen voor de eerste klas voor volgend schooljaar met 25 procent stijgt. Ook zijn er meer aanmeldingen voor het derde leerjaar. De sterke groei contrasteert met de forse krimp van het aantal leerlingen in de gemeente Waadhoeke, waar Franeker deel van van uitmaakt.

Volgens de krant wordt de leerlingenstop overwogen om het kleinschalige karakter van de school te behouden. Bovendien is het gebouw niet berekend op de huidige groei. De school heeft nu ongeveer 200 leerlingen.

Vriendenteam

In de Franeker Courant komt directeur Sydo de Jong aan het woord. Hij zegt dat de school in trek is vanwege de goede sfeer. De mensen die er werken vormen volgens hem ‘een vriendenteam met hart voor de leerlingen en elkaar’.

Ook wijst hij in de krant op het sportieve karakter van de school, de goede resultaten en de stabiele organisatie van RSG Simon Vestdijk. In 2018 riep weekblad Elsevier de vestiging van RSG Simon Vestdijk in Franeker uit tot ‘superschool’.

Slob negeert garantiefunctie openbaar onderwijs…

De eerste school in een nieuwbouwwijk hoeft helemaal geen openbare school te zijn. Dat vindt onderwijsminister Arie Slob, die hiermee een ongrondwettelijke interpretatie geeft aan artikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

De strekking van artikel 23 lid 4 van de Grondwet is dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs daarnaast mág bestaan. In het grondwetsartikel uit 1917 ligt het primaat dus duidelijk bij het openbaar onderwijs, dat zo een maatschappelijke garantiefunctie vervult in tegenstelling tot het bijzonder onderwijs.

In reactie op vragen uit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen stelt Slob echter dat de eerste school in een nieuwbouwwijk helemaal geen openbare school hoeft te zijn. Daarmee negeert hij, zonder enige juridische onderbouwing, het grondwettelijke beginsel dat er in eerste instantie overal openbaar onderwijs voorhanden moet zijn en dat er daarnaast ook bijzonder onderwijs mag bestaan.

Ontmanteling zorgplicht openbaar onderwijs

De reactie van Slob illustreert de geleidelijke ontmanteling van de zorgplicht van de overheid voor het openbaar onderwijs, zoals docent Stefan Philipsen van de Universiteit Utrecht die ook signaleert. In het juninummer van het vakblad School en Wet schrijft hij dat de overheid artikel 23 lid 4 van de Grondwet en daarmee haar verantwoordelijkheid voor het duale bestel en dus voor het openbaar onderwijs uit het oog verliest.

In dit kader is het ook van belang om te verwijzen naar de Tilburgse professor Paul Zoontjens, die tot voor kort de leerstoel Onderwijsrecht op katholieke grondslag bekleedde. Ook hij benadrukt dat artikel 23 het primaat toekent aan het openbaar onderwijs.

‘Bijzonder onderwijs mag er weliswaar zijn, maar openbaar onderwijs móet er zijn: in beginsel in elke gemeente en in een genoegzaam aantal scholen. Het betekent dat er bij de overheid een speciale verantwoordelijkheid bestaat voor de komst van nieuwe en het voortbestaan van bestaande openbare scholen’, aldus Zoontjens in zijn recent verschenen boek Onderwijsrecht – Eenheid in verscheidenheid.

Brochure voorzieningenplanning voortgezet onderwijs

Het ministerie van OCW heeft een brochure gepubliceerd over de rollen en verantwoordelijkheden van gemeenten en provincies bij de voorzieningenplanning in het voortgezet onderwijs.

OCW wil met de brochure de kennis bij gemeenten over het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen en voorzieningenplanning in het voortgezet onderwijs verbeteren.

De brochure bevat een overzicht van voorzieningenplanning en onderwerpen die daarmee samenhangen. Voorbeelden daarvan zijn de verantwoordelijkheid van de gemeenten en provincies voor openbaar onderwijs (garantiefunctie). Ook gaat de brochure over onderwijshuisvesting en het advies van de gemeente bij een fusie.

Download brochure

Goed gesprek met Slob over actuele ontwikkelingen

Senior beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB en collega’s van de andere profielorganisaties hebben woensdag een goed gesprek gehad met minister Arie Slob over actuele ontwikkelingen in het onderwijs. Het ging onder andere over artikel 23 van de Grondwet.

Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs staan midden in de schijnwerpers. Directe aanleiding daarvoor is de ophef rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school zou artikel 23 gebruiken om onderwijs mogelijk te maken dat tegen democratisch burgerschap zou ingaan.

In de politiek gaan steeds meer stemmen op om dit artikel uit 1917 te moderniseren. Nog voor het zomerreces zal er in de Tweede Kamer een debat over worden gevoerd.

Burgerschap

In het gesprek met Slob kwamen ook andere actuele ontwikkelingen aan bod. Zo ging het over wetsvoorstel van de minister voor burgerschapsonderwijs. De Ministerraad stemde eind vorig in met dit voorstel. Het ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Naar verwachting komt die er binnenkort mee naar buiten.

Kansengelijkheid kwam ook aan bod, net als de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs, het lerarentekort, het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen, het belang van transparante publieke verantwoording en de aandacht in het onderwijs voor mensen- en kinderrechten. Wat dat laatste betreft: Lammers bracht de mede door VOS/ABB ontwikkelde toolbox Mensenrechten op School onder de aandacht.

Vaker gesprekken

Slob gaf te kennen er veel waarde aan te hechten om met VOS/ABB en de andere profielorganisaties op regelmatige basis de actuele ontwikkelingen in het onderwijs door te nemen.

 

 

 

 

OCW wint zaak over terugvordering fusiecompensatie

Er is geen sprake van een fusie van twee scholen als er geen leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Dat stelt de Rechtbank Noord-Holland in een zaak over de terugvordering van fusiecompensatie.

Het ministerie eiste ruim 3,3 ton terug van een stichting voor openbaar onderwijs. Reden daarvoor was dat bij het samenvoegen twee basisscholen geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging.

De onderwijsstichting stelde dat op het moment van het samenvoegen van de twee scholen nergens in de toen geldende wet- en regelgeving stond dat er leerlingen moesten overgaan om voor fusiecompensatie in aanmerking te komen. Die voorwaarde kwam pas daarna.

De rechtbank ging niet in mee in die redenering. ‘De grammaticale uitleg, de wetssystematiek en de teleologische uitleg van de Regeling PO en de WPO’ rechtvaardigen volgens de rechtbank dat er geen sprake is van een samenvoeging van scholen als er geen leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Het doet er volgens de rechtbank niet toe dat dit niet letterlijk in de wet- en regelgeving stond.

In strijd met rechtszekerheid

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart jongstleden dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Onderzoek naar btw-vrije regionale transfercentra

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën gaat bekijken hoe hij btw-heffing kan voorkomen bij de samenwerking tussen schoolbesturen en regionale transfercentra (RTC’s). Dat meldt hij mede namens onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen.

De vragen van het CDA en de SGP gingen over het probleem dat veel schoolbesturen ervaren dat ze btw moeten betalen als zij via hun RTC aan personeel komen.

Dit vloeit voort uit Europese en nationale wet- en regelgeving, meldt Snel. Er geldt btw-plicht als er net als via een uitzendbureau personeel ter beschikking wordt gesteld. Btw-vrijstelling is onder voorwaarden wel mogelijk als scholen personeel aan elkaar ter beschikking stellen, maar daarvan is volgens Snel bij een RTC geen sprake.

Hij meldt echter ook het ermee eens te zijn dat het niet gewenst is ‘dat schoolbesturen bij inspanningen om tekorten in het onderwijs zo efficiënt mogelijk tegen te gaan met extra kosten worden geconfronteerd’. Daarom gaat hij samen met de PO-Raad en het landelijk overleg van RTC’s ‘bekijken of er mogelijkheden zijn binnen de kaders van wet- en regelgeving om btw-heffing te voorkomen (…)’.

Lees meer…

Islamitische basisschool Westland mag er komen

Onderwijsminister Slob kan niet voorkomen dat er in de gemeente Westland een nieuwe islamitische basisschool komt. De Raad van State heeft deze week beslist dat de plannen voldoen aan de wettelijke eisen, zodat de minister de school moet bekostigen.

De gemeente Westland had de school die de Stichting Yunus Emre daar wil starten al eerder op het gemeentelijke plan van scholen 2017-2019 gezet, maar de minister heeft dat plan tot twee keer toe afgekeurd. Volgens Slob kloppen de leerlingprognoses niet en zal de stichtingsnorm niet gehaald worden. Het schoolbestuur heeft prognosecijfers uit de gemeente Maastricht gebruikt, omdat deze gemeente vergelijkbaar zou zijn met Westland, met name als het gaat om het belangstellingspercentage voor islamitisch onderwijs. De minister vindt dat deze plaatsen niet vergelijkbaar zijn, maar volgens de Raad van State is dat argument onvoldoende onderbouwd.

De Raad van State heeft de zaak nu twee keer bekeken en vindt net als Yunus Emre dat Westland en Maastricht voldoende vergelijkbaar zijn, waardoor het aannemelijk wordt dat het vereiste minimumaantal leerlingen wel wordt gehaald. Daarom moet de rijksoverheid deze nieuwe islamitische basisschool gaan bekostigen.

Meer informatie

Openbaar onderwijs móet, bijzonder onderwijs mág

In krimpsituaties moet de laatste school altijd een openbare school zijn. Dat benadrukt bijzonder hoogleraar Pieter Huisman

In het aprilnummer van magazine Naar School! van VOS/ABB legt hij uit dat het volgens artikel 23 in de Grondwet heel simpel is: ‘Als een gebied te klein is voor afzonderlijke richtingen, dan bestaat er een grondwettelijke garantie in de vorm van de openbare school.’

Huisman voegt daaraan toe dat openbare scholen heel goed aandacht kunnen geven aan verschillende richtingen en geestelijke stromingen en wettelijk gezien ook gelegenheid moeten bieden tot godsdienstonderwijs. Bijzonder onderwijs is daarmee in feite overbodig.

Pieter Huisman is hoogleraar onderwijsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bekleedt daar de leerstoel onderwijsrecht op pluriforme grondslag. Deze leerstoel wordt in stand gehouden door VOS/ABB en VBS.

Het aprilnummer van magazine Naar School! verschijnt op dinsdag 15 april, maar u kunt het artikel Openbare school prima oplossing voor krimpgebieden nu al lezen.

In krimpregio’s gaan onherroepelijk scholen dicht

In krimpregio’s zullen de komende jaren onherroepelijk scholen voor voortgezet onderwijs hun deuren moeten sluiten. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen van D66.

De vragen volgden op het nieuwsbericht VO-raad: middelbare scholen verdwijnen in krimpregio’s van de NOS. In dat artikel waarschuwt de VO-raad dat in Oost-Nederland, Groningen, Friesland, Limburg en Zeeland scholen zullen verdwijnen.

De minister antwoordt dat ook hij zich zorgen maakt over deze krimpregio’s. ‘Leerlingendaling gaat onherroepelijk leiden tot sluiten en fuseren van scholen: als er minder leerlingen zijn, is het logisch dat er ook minder scholen nodig zijn’, aldus Slob. Het is volgens hem de taak van de schoolbesturen ‘om te voorkomen dat leerlingendaling leidt tot een onacceptabele verschraling van het onderwijsaanbod’.

Lees meer… 

OCW teruggefloten: geen fusiecompensatie terugvorderen!

Het is in strijd met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Het ministerie van OCW wilde ruim 143.000 euro terugvorderen van een stichting voor nationaal christelijk schoolonderwijs, omdat bij een fusie van twee basisscholen van deze stichting geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan.

Het bestuur van de stichting voerde als tegenargument aan dat uit de Wet op het primair onderwijs nergens blijkt dat bij de samenvoeging van twee scholen sprake moet zijn van de overgang van leerlingen van de ene naar de andere school.

50 procent

Het ministerie stelde evenwel dat uit een toelichting op de wet zou blijken dat er bij samenvoeging sprake moet zijn van de overgang van 50 procent van het aantal leerlingen van de ene naar de andere school.

De rechtbank vindt het echter ‘in strijd met de rechtszekerheid (…) om doorslaggevende betekenis aan deze passage toe te kennen’. De conclusie van de rechtbank is dan ook dat er geen sprake kan zijn van terugvordering van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Geen waarzeggers!

VOS/ABB is blij met deze uitspraken. Schoolbesturen kunnen nooit van tevoren weten of er bij een samenvoeging leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Niet het bestuur, maar de ouders bepalen immers waar hun kinderen naar school gaan.

Lees meer…

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Slob gaat scholen in krimpgebieden streng controleren

Onderwijsminister Arie Slob gaat streng controleren of middelbare scholen in krimpgebieden wel goede plannen maken om hun onderwijsaanbod op peil te houden.

Scholen moeten kunnen aantonen dat zij dit voor de komende tien jaar goed regelen, zo meldt het ministerie van OCW. Het besluit om hier streng op toe te zien, volgt op het advies van de commissie-Dijkgraaf over krimp in het voortgezet onderwijs.

Slob: ‘Iedere leerling moet op een acceptabele afstand naar een voor hem of haar goede school kunnen. Dat kan alleen als scholen in krimpregio’s nu al plannen maken voor de toekomst. In sommige regio’s gaat dat heel goed. Maar helaas zien we dat sommige scholen de omvang of urgentie van de leerlingendaling onderschatten. Om ervoor te zorgen dat het onderwijsaanbod overal op peil blijft, neem ik maatregelen.’

In het advies van de commissie staat dat de minister een regionale regisseur kan aanwijzen als blijkt dat scholen in krimpregio’s geen goede plannen maken om het onderwijsaanbod kwantitatief en kwalitatief op peil te houden.

Lees meer…

Amsterdam terug naar brede vo-scholen

Het voortgezet onderwijs in Amsterdam lijkt terug te gaan naar brede scholengemeenschappen om de toenemende segregatie te keren.

De hoogtijdagen van categorale vmbo’s, havo’s en vwo’s zijn voorbij, meldt dagblad Het Parool. Wethouder Marjolein Moorman van Onderwijs zegt in de Amsterdamse krant dat de hoeveelheid categorale scholen is doorgeslagen. ‘Kinderen worden al zo jong in hokjes geplaatst en dat is vreemd. Je woont in de meest diverse stad van het land, maar je gaat niet met elkaar naar school, dat is een gekke boodschap’, aldus Moorman.

Segregatie verkleinen

Voorzitter Rob Oudkerk van de vereniging van schoolbesturen in Amsterdam (OSVO) bevestigt dat de schoolbesturen niet meer verder willen categoriseren. In de Onderwijsagenda van OSVO staat dat de gezamenlijke schoolbesturen de segregatie binnen Amsterdam willen verkleinen en de kansengelijkheid vergroten door kinderen met achterstanden evenwichtiger te verdelen over scholen. Ook zeggen de schoolbesturen dat ze de tussentijdse opstroom van leerlingen maximaal willen faciliteren.

Weer bij elkaar intrekken

De komende jaren zullen diverse scholen, die eerder uit elkaar waren getrokken, weer bij elkaar in trekken. Dat geldt bijvoorbeeld voor drie scholen die eerder tot het Bredero College behoorden. Deze scholen zijn de afgelopen jaren uit elkaar gehaald, maar trekken in de toekomst weer bij elkaar in in een nieuw gebouw. Ook andere scholen verhuizen de komende jaren.

De maatregelen zijn overigens ook nodig omdat het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs na 2023 zal dalen.

Meer lezen

‘Laatsteschooltoeslag’ nodig in krimpgebieden

De VO-raad wil een ‘laatsteschooltoeslag’ voor middelbare scholen die de enige en de laatste zijn in een krimpregio. Daarnaast is volgens voorzitter Paul Rosenmöller van de sectororganisatie extra geld nodig om het voortgezet onderwijs in krimpgebieden overeind te houden.

Behalve de  ‘laatstescholentoeslag’ wil de VO-raad ook financiële steun om scholen te helpen nauwe vormen van samenwerking op te zetten om zo een divers onderwijsaanbod in een krimpregio te kunnen behouden. Dat zou al gerealiseerd kunnen door de terugloop in de bekostiging vanwege het dalende leerlingenaantal een paar jaar te vertragen, ofwel het budget te ‘bevriezen’.  ‘Dat geeft scholen extra tijd om vergaande samenwerking en vernieuwing van het regionale aanbod vorm te geven’, zo staat op de website van de VO-raad.

Voor Latijn naar een andere school

In dagblad AD vertelt Rosenmöller dat een aantal scholen in krimpgebieden al is begonnen met samenwerken. Hij geeft het voorbeeld van leerlingen van de ene school die op een andere school Latijn volgen, omdat er op de eigen school te weinig leerlingen voor dat vak zijn. ‘Scholen moeten meer tijd en financiële ruimte krijgen om de krimp te lijf te gaan’.

Ten slotte wil de VO-raad extra financiële steun voor scholen die in de problemen komen door een combinatie van krimp en de wijziging van het bekostigingsmodel, die een herverdeling van geld oplevert. Dit treft vooral kleine brede scholengemeenschappen en dan met name de onderbouw van vmbo-afdelingen.

Sbo en speciaal onderwijs groeien met 2000 leerlingen

Het aantal leerlingen in het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs is vorig jaar met in totaal circa 2000 gestegen. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

In beide sectoren gaat het om een toename met ongeveer 1000 leerlingen. Het AD meldde eerder dat alleen al in het speciaal basisonderwijs het aantal leerlingen met 2000 was gegroeid, maar dat komt dus niet overeen met wat Slob meldt.

Binnen het speciaal onderwijs doet de stijging zich het sterkste voor bij de leerlingen uit cluster 3/4 (ruim 700 leerlingen), gevolgd door cluster 2 (ruim 260 leerlingen).

In het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs was vorig jaar sprake van lichte afname van het aantal leerlingen. Het reguliere onderwijs had vorig jaar te maken met behoorlijke krimp als gevolg van negatieve demografische ontwikkelingen.

Lees meer…

Friezen starten fusieproces openbaar onderwijs

Met de ondertekening van een intentieverklaring is het startschot gegeven voor het fusieproces tussen de Friese stichtingen Gearhing en Odyssee voor openbaar primair onderwijs.

Gearhing en Odyssee zijn actief in het zuidwesten van de provincie Fryslân. Ze hebben dezelfde missie: passend onderwijs voor álle leerlingen. Gearhing heeft vooral scholen op het platteland, Odyssee vooral in de stad Sneek. Ze willen hun kennis en expertise op het gebied van ondersteunende processen bundelen en efficiënter inkopen.

‘De scholen behouden hun eigen identiteit. Leerlingen en ouders merken vrijwel geen verschil met de huidige situatie. Leerkrachten behouden hun eigen school en groep, maar kunnen straks beter worden ondersteund en hebben meer kansen voor ontwikkeling en mobiliteit’, zo melden Gearhing en Odyssee.

Het fusieproces is vanaf de zomer 2018 voorbereid met onder andere een onafhankelijk vooronderzoek op de kans van slagen van het samengaan van beide organisaties. De resultaten zijn aan beide gemeenschappelijke medezeggenschapsraden en raden van toezicht voorgelegd en als zeer positief bestempeld.

OCW mag geen fusiecompensatie terugvorderen

Het kan niet zo zijn dat het ministerie van OCW na een fusie van scholen de spelregels verandert en dan ineens met terugwerkende kracht fusiecompensatie terugvordert. Dat heeft de rechtbank Oost-Brabant bepaald.

OCW vorderde ruim 3,5 ton terug van Stichting GOO. De reden hiervoor was dat bij de samenvoeging in 2014 van de protestants-christelijke Ds. Swildenschool en de rooms-katholieke Michaëlschool in Gemert tot Kindcentrum De Samenstroom geen leerlingen van de eerstgenoemde school naar de fusieschool overgingen. De Inspectie van het Onderwijs oordeelde op basis hiervan dat er in feite geen sprake was van een fusie, waarvoor OCW wel geld beschikbaar had gesteld.

Stichting GOO voerde aan dat ten tijde van de samenvoeging nergens vermeld stond dat er leerlingen naar de fusieschool moesten overgaan. Het vereiste van een substantiële instroom op de fusieschool is pas voor het eerst in april 2015 vermeld. Dat was dus ná het samengaan van de Ds. Swindenschool en de Michaëlschool.

De rechtbank oordeelt dat Stichting GOO op het moment van de fusie inderdaad niet kón weten dat de minister de overgang van een substantieel deel van de leerlingen zou gaan eisen. Daarom mag het ministerie de fusiecompensatie niet terugvorderen.

Lees de uitspraak

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Ook zonder fusietoets menselijke maat behouden

Schoolbesturen moeten oog blijven houden voor de menselijke maat in het onderwijs, ook nu sinds 1 januari de fusietoets niet meer bestaat. Dat is de strekking van het essay Schaal in beschouwing van professor Renée van Schoonhoven van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Socioloog en onderwijswetenschapper Van Schoonhoven pleit voor referentiepunten voor fusievoornemens. Met dergelijke referentiepunten kunnen schoolbestuurders, toezichthouders en stakeholders zicht houden op schaalvergroting in het primair en voortgezet onderwijs. Het gaat bijvoorbeeld om referentiepunten met betrekking tot gemiddelde schoolgrootte, verdeling van schoolsoorten en soorten bestuursvormen.

‘Zicht houden op schaalgrootte is van groot belang omdat de ontwikkeling van schaal veel zegt over de ontwikkeling van onderwijs in onze samenleving. Door het blijvend in beschouwing nemen van schaalgrootte in het funderend onderwijs kunnen we in ieder geval met elkaar zien wat er gebeurt’, aldus Van Schoonhoven.

Download het essay Schaal in beschouwing, dat op maandag 14 januari is gepresenteerd tijdens het afscheidssymposium van de Commissie Fusietoets Onderwijs. Het symposium werd gehouden bij Driestar educatief in Gouda.

Terugvordering fusiegeld kost 100 voltijdsbanen

Met de terugvordering van fusiegeld is een bedrag aan fusiescholen ontrokken waarmee honderd voltijdsbanen van leraren kunnen worden betaald. Dat blijkt uit antwoorden van de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob op vragen vanuit de Tweede Kamer over de tweede suppletoire begroting 2018.

Een fusieschool heeft recht op fusiecompensatie als ná de fusie blijkt dat er daadwerkelijk leerlingen zijn overgegaan van de opgeheven school naar de fusieschool. Het bestuur van de fusieschool maakt echter al daarvóór kosten, bijvoorbeeld voor leraren die overgaan naar de fusieschool.

Dus terwijl de fusiecompensatie vanaf de fusiedatum wordt toegekend, wordt achteraf op basis van de eerste leerlingentelling ná de fusie bekeken hoe het daadwerkelijk zit met de leerlingenstroom. Dan kan worden besloten tot terugvordering van fusiegeld.

Overheid wentelt risico af

VOS/ABB heeft er herhaaldelijk op gewezen dat schoolbesturen niet door een glazen bol in de toekomst kunnen kijken, terwijl ze wel genoodzaakt zijn om voor de ongewisse toekomst kosten te maken.

De terugvordering van 6,8 miljoen euro aan fusiegelden door de Inspectie van het Onderwijs is het navrante bewijs voor het feit dat de rijksoverheid de financiële risico’s die aan fusies zijn verbonden op de besturen van fusiescholen afwentelt.

De ministers erkennen in hun antwoorden dat het inderdaad zo werkt: ‘Dit is mogelijk omdat ouders van leerlingen van de opgeheven school de vrijheid hebben om hun kind niet naar de door het bestuur gekozen fusieschool te laten gaan.’

Het probleem speelt bij de besturen van 18 fusiescholen voor primair onderwijs.

Honderd banen

Als het bedrag dat de inspectie terugvordert wordt afgezet tot het aantal voltijdsbanen voor leraren, dan kan op basis van de genormeerde gemiddelde personeelslast van bijna 68.000 euro worden gesteld, dat de terugvordering 100 lerarenbanen kost.

‘Gouden middenweg’ voor samenwerkingsscholen

Samenwerkingsscholen krijgen van Erik Renkema het advies een vorm van levensbeschouwelijk onderwijs aan te bieden waarin de kracht van zowel het openbaar als bijzonder onderwijs tot haar recht komt. Docent en onderzoeker Renkema van Hogeschool Windesheim is aan de Protestantse Theologische Universiteit gepromoveerd op een onderzoek naar de samenwerkingsschool.

‘Hoe je het ook wendt of keert, je bent een fusieschool van twee identiteiten. Je moet dus samen op zoek gaan naar een manier waarin je jezelf kunt herkennen’, zegt Renkema in een interview met de christelijke profielorganisatie Verus.

Hij spreekt van een ‘gouden middenweg’ om in de samenwerkingsschool om te gaan met bronnen en tradities ‘die bijdraagt aan dialoog en daarmee persoonsvorming’.

Renkema: ‘Vanuit de openbare kant zal men levensbeschouwelijke bronnen en tradities wel degelijk serieus moeten nemen voor de persoonsvorming van kinderen. Dat doen aan religie en godsvragen, dat zou door sommige vertegenwoordigers van openbaar onderwijs als verlies kunnen worden ervaren.’

‘Voor het christelijk perspectief kun je zeggen: besteed actief aandacht aan pluriformiteit. Voor een enkele ouder zal dat niet het beeld zijn dat hij voor ogen had toen hij voor een christelijke school koos’, aldus Renkema.

Lees meer…

‘Leerrecht en algemene toegankelijkheid in artikel 23’

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Hij pleit ervoor in het artikel over de vrijheid van onderwijs op te nemen dat elk kind recht heeft op onderwijs en gelijke kansen. Ook wil hij algemene toegankelijkheid regelen, zodat het bijzonder onderwijs geen leerlingen meer kan weigeren.

VOS/ABB heeft op verzoek van de PvdA meegedacht over de wijze waarop het meer dan 100 jaar oude grondwetsartikel 23 beter kan aansluiten bij de realiteit van de 21e eeuw. Daarbij spelen in het kader van kansengelijkheid leerrecht en algemene toegankelijkheid een essentiële rol.

Elke leerling welkom

Nu is het nog zo dat bijvoorbeeld een christelijke school met de Grondwet in de hand leerlingen mag weigeren als die niet bij de godsdienstige uitgangspunten van de school zouden passen. Als het aan Asscher ligt, verdwijnt die mogelijkheid uit artikel 23.

Hij wil alle scholen wettelijk verplichten elke leerling te accepteren, ook als het kind of diens ouders een andere levensovertuiging huldigen dan de school. Wel mag worden verwacht dat alle leerlingen en hun ouders de grondslag van de school respecteren.

In het openbaar onderwijs is het per definitie altijd al zo dat elke leerling welkom is. Openbaar onderwijs is immers van en voor iedereen. Met algemene toegankelijkheid zou dit ook gaan gelden voor het – eveneens door de overheid bekostigde – bijzonder onderwijs.

Kansengelijkheid

Daarnaast wil Asscher in de Grondwet opnemen dat elk kind in Nederland leerrecht krijgt en dat het onderwijs voor ouders kosteloos is. Algemene toegankelijkheid, leerrecht en kosteloos onderwijs zijn volgens Asscher nodig voor kansengelijkheid.

Nu is het nog zo dat sommige bijzondere scholen zeer hoge vrijwillige ouderbijdragen vragen. Geen enkele school die zo’n hoge bijdrage vraagt, zal erkennen dat dit middel wordt ingezet om leerlingen van ouders met een lage sociaal-economische status te weren. De realiteit is echter dat met hoge bijdragen dit effect wel degelijk wordt bereikt.

Asscher wil in artikel 23 van de Grondwet handhaven dat ouders met geld van de overheid een school op religieuze grondslag mogen stichten. Het moet volgens hem wel moeilijker worden voor bijvoorbeeld orthodox-christelijke en islamitische scholen om geen aandacht te schenken aan onderwerpen die bij bepaalde doelgroepen gevoelig kunnen liggen, zoals seksuele diversiteit en de Holocaust.

Kwestie van lange adem

Algemene toegankelijkheid is een thema waar de PvdA al lange tijd aan werkt. Toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer kwam in 2005 met een voorstel voor algemene acceptatieplicht. Toen de PvdA echter samen met het CDA en de ChristenUnie in het kabinet-Balkenende plaatsnam, verdween het onder druk van de christelijke coalitiedwang in de la.

In 2010, toen de sociaal-democratische deelname aan het kabinet werd beëindigd, kwam Hamer opnieuw met het voorstel. De liberale VVD liet later dat jaar weten het voorstel niet te zullen steunen, waardoor er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Die weigering had te maken met het feit dat de VVD ging regeren met het CDA. Er was dus wederom sprake van christelijke coalitiedwang.

Slob ‘hogelijk verbaasd’

Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma, die later korte tijd voorzitter was van de christelijke profielorganisatie Verus, probeerde het in 2014 opnieuw om algemene acceptatieplicht in de wet vast te leggen. De huidige onderwijsminister Arie Slob die toen namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, reageerde ‘hogelijk verbaasd’.

Slob zei dat het PvdA-plan voor algemene toegankelijkheid een oplossing zou zijn voor een niet bestaand probleem, omdat er nauwelijks scholen zouden zijn die leerlingen weigeren. Hij benadrukte dat als er scholen zijn die misbruik maken van de vrijheid van onderwijs, de rechter hen op de vingers kan tikken.

Lees het plan van de PvdA

Lees ook het Algemeen Dagblad dat uitgebreid bericht over het plan van Asscher.