OCW mag geen fusiecompensatie terugvorderen

Het kan niet zo zijn dat het ministerie van OCW na een fusie van scholen de spelregels verandert en dan ineens met terugwerkende kracht fusiecompensatie terugvordert. Dat heeft de rechtbank Oost-Brabant bepaald.

OCW vorderde ruim 3,5 ton terug van Stichting GOO. De reden hiervoor was dat bij de samenvoeging in 2014 van de protestants-christelijke Ds. Swildenschool en de rooms-katholieke Michaëlschool in Gemert tot Kindcentrum De Samenstroom geen leerlingen van de eerstgenoemde school naar de fusieschool overgingen. De Inspectie van het Onderwijs oordeelde op basis hiervan dat er in feite geen sprake was van een fusie, waarvoor OCW wel geld beschikbaar had gesteld.

Stichting GOO voerde aan dat ten tijde van de samenvoeging nergens vermeld stond dat er leerlingen naar de fusieschool moesten overgaan. Het vereiste van een substantiële instroom op de fusieschool is pas voor het eerst in april 2015 vermeld. Dat was dus ná het samengaan van de Ds. Swindenschool en de Michaëlschool.

De rechtbank oordeelt dat Stichting GOO op het moment van de fusie inderdaad niet kón weten dat de minister de overgang van een substantieel deel van de leerlingen zou gaan eisen. Daarom mag het ministerie de fusiecompensatie niet terugvorderen.

Lees de uitspraak

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Ook zonder fusietoets menselijke maat behouden

Schoolbesturen moeten oog blijven houden voor de menselijke maat in het onderwijs, ook nu sinds 1 januari de fusietoets niet meer bestaat. Dat is de strekking van het essay Schaal in beschouwing van professor Renée van Schoonhoven van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Socioloog en onderwijswetenschapper Van Schoonhoven pleit voor referentiepunten voor fusievoornemens. Met dergelijke referentiepunten kunnen schoolbestuurders, toezichthouders en stakeholders zicht houden op schaalvergroting in het primair en voortgezet onderwijs. Het gaat bijvoorbeeld om referentiepunten met betrekking tot gemiddelde schoolgrootte, verdeling van schoolsoorten en soorten bestuursvormen.

‘Zicht houden op schaalgrootte is van groot belang omdat de ontwikkeling van schaal veel zegt over de ontwikkeling van onderwijs in onze samenleving. Door het blijvend in beschouwing nemen van schaalgrootte in het funderend onderwijs kunnen we in ieder geval met elkaar zien wat er gebeurt’, aldus Van Schoonhoven.

Download het essay Schaal in beschouwing, dat op maandag 14 januari is gepresenteerd tijdens het afscheidssymposium van de Commissie Fusietoets Onderwijs. Het symposium werd gehouden bij Driestar educatief in Gouda.

Terugvordering fusiegeld kost 100 voltijdsbanen

Met de terugvordering van fusiegeld is een bedrag aan fusiescholen ontrokken waarmee honderd voltijdsbanen van leraren kunnen worden betaald. Dat blijkt uit antwoorden van de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob op vragen vanuit de Tweede Kamer over de tweede suppletoire begroting 2018.

Een fusieschool heeft recht op fusiecompensatie als ná de fusie blijkt dat er daadwerkelijk leerlingen zijn overgegaan van de opgeheven school naar de fusieschool. Het bestuur van de fusieschool maakt echter al daarvóór kosten, bijvoorbeeld voor leraren die overgaan naar de fusieschool.

Dus terwijl de fusiecompensatie vanaf de fusiedatum wordt toegekend, wordt achteraf op basis van de eerste leerlingentelling ná de fusie bekeken hoe het daadwerkelijk zit met de leerlingenstroom. Dan kan worden besloten tot terugvordering van fusiegeld.

Overheid wentelt risico af

VOS/ABB heeft er herhaaldelijk op gewezen dat schoolbesturen niet door een glazen bol in de toekomst kunnen kijken, terwijl ze wel genoodzaakt zijn om voor de ongewisse toekomst kosten te maken.

De terugvordering van 6,8 miljoen euro aan fusiegelden door de Inspectie van het Onderwijs is het navrante bewijs voor het feit dat de rijksoverheid de financiële risico’s die aan fusies zijn verbonden op de besturen van fusiescholen afwentelt.

De ministers erkennen in hun antwoorden dat het inderdaad zo werkt: ‘Dit is mogelijk omdat ouders van leerlingen van de opgeheven school de vrijheid hebben om hun kind niet naar de door het bestuur gekozen fusieschool te laten gaan.’

Het probleem speelt bij de besturen van 18 fusiescholen voor primair onderwijs.

Honderd banen

Als het bedrag dat de inspectie terugvordert wordt afgezet tot het aantal voltijdsbanen voor leraren, dan kan op basis van de genormeerde gemiddelde personeelslast van bijna 68.000 euro worden gesteld, dat de terugvordering 100 lerarenbanen kost.

‘Gouden middenweg’ voor samenwerkingsscholen

Samenwerkingsscholen krijgen van Erik Renkema het advies een vorm van levensbeschouwelijk onderwijs aan te bieden waarin de kracht van zowel het openbaar als bijzonder onderwijs tot haar recht komt. Docent en onderzoeker Renkema van Hogeschool Windesheim is aan de Protestantse Theologische Universiteit gepromoveerd op een onderzoek naar de samenwerkingsschool.

‘Hoe je het ook wendt of keert, je bent een fusieschool van twee identiteiten. Je moet dus samen op zoek gaan naar een manier waarin je jezelf kunt herkennen’, zegt Renkema in een interview met de christelijke profielorganisatie Verus.

Hij spreekt van een ‘gouden middenweg’ om in de samenwerkingsschool om te gaan met bronnen en tradities ‘die bijdraagt aan dialoog en daarmee persoonsvorming’.

Renkema: ‘Vanuit de openbare kant zal men levensbeschouwelijke bronnen en tradities wel degelijk serieus moeten nemen voor de persoonsvorming van kinderen. Dat doen aan religie en godsvragen, dat zou door sommige vertegenwoordigers van openbaar onderwijs als verlies kunnen worden ervaren.’

‘Voor het christelijk perspectief kun je zeggen: besteed actief aandacht aan pluriformiteit. Voor een enkele ouder zal dat niet het beeld zijn dat hij voor ogen had toen hij voor een christelijke school koos’, aldus Renkema.

Lees meer…

‘Leerrecht en algemene toegankelijkheid in artikel 23’

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Hij pleit ervoor in het artikel over de vrijheid van onderwijs op te nemen dat elk kind recht heeft op onderwijs en gelijke kansen. Ook wil hij algemene toegankelijkheid regelen, zodat het bijzonder onderwijs geen leerlingen meer kan weigeren.

VOS/ABB heeft op verzoek van de PvdA meegedacht over de wijze waarop het meer dan 100 jaar oude grondwetsartikel 23 beter kan aansluiten bij de realiteit van de 21e eeuw. Daarbij spelen in het kader van kansengelijkheid leerrecht en algemene toegankelijkheid een essentiële rol.

Elke leerling welkom

Nu is het nog zo dat bijvoorbeeld een christelijke school met de Grondwet in de hand leerlingen mag weigeren als die niet bij de godsdienstige uitgangspunten van de school zouden passen. Als het aan Asscher ligt, verdwijnt die mogelijkheid uit artikel 23.

Hij wil alle scholen wettelijk verplichten elke leerling te accepteren, ook als het kind of diens ouders een andere levensovertuiging huldigen dan de school. Wel mag worden verwacht dat alle leerlingen en hun ouders de grondslag van de school respecteren.

In het openbaar onderwijs is het per definitie altijd al zo dat elke leerling welkom is. Openbaar onderwijs is immers van en voor iedereen. Met algemene toegankelijkheid zou dit ook gaan gelden voor het – eveneens door de overheid bekostigde – bijzonder onderwijs.

Kansengelijkheid

Daarnaast wil Asscher in de Grondwet opnemen dat elk kind in Nederland leerrecht krijgt en dat het onderwijs voor ouders kosteloos is. Algemene toegankelijkheid, leerrecht en kosteloos onderwijs zijn volgens Asscher nodig voor kansengelijkheid.

Nu is het nog zo dat sommige bijzondere scholen zeer hoge vrijwillige ouderbijdragen vragen. Geen enkele school die zo’n hoge bijdrage vraagt, zal erkennen dat dit middel wordt ingezet om leerlingen van ouders met een lage sociaal-economische status te weren. De realiteit is echter dat met hoge bijdragen dit effect wel degelijk wordt bereikt.

Asscher wil in artikel 23 van de Grondwet handhaven dat ouders met geld van de overheid een school op religieuze grondslag mogen stichten. Het moet volgens hem wel moeilijker worden voor bijvoorbeeld orthodox-christelijke en islamitische scholen om geen aandacht te schenken aan onderwerpen die bij bepaalde doelgroepen gevoelig kunnen liggen, zoals seksuele diversiteit en de Holocaust.

Kwestie van lange adem

Algemene toegankelijkheid is een thema waar de PvdA al lange tijd aan werkt. Toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer kwam in 2005 met een voorstel voor algemene acceptatieplicht. Toen de PvdA echter samen met het CDA en de ChristenUnie in het kabinet-Balkenende plaatsnam, verdween het onder druk van de christelijke coalitiedwang in de la.

In 2010, toen de sociaal-democratische deelname aan het kabinet werd beëindigd, kwam Hamer opnieuw met het voorstel. De liberale VVD liet later dat jaar weten het voorstel niet te zullen steunen, waardoor er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Die weigering had te maken met het feit dat de VVD ging regeren met het CDA. Er was dus wederom sprake van christelijke coalitiedwang.

Slob ‘hogelijk verbaasd’

Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma, die later korte tijd voorzitter was van de christelijke profielorganisatie Verus, probeerde het in 2014 opnieuw om algemene acceptatieplicht in de wet vast te leggen. De huidige onderwijsminister Arie Slob die toen namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, reageerde ‘hogelijk verbaasd’.

Slob zei dat het PvdA-plan voor algemene toegankelijkheid een oplossing zou zijn voor een niet bestaand probleem, omdat er nauwelijks scholen zouden zijn die leerlingen weigeren. Hij benadrukte dat als er scholen zijn die misbruik maken van de vrijheid van onderwijs, de rechter hen op de vingers kan tikken.

Lees het plan van de PvdA

Lees ook het Algemeen Dagblad dat uitgebreid bericht over het plan van Asscher.

Fusiecompensatieregeling kan geen stand houden!

Politiek en juridisch adviseur mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft een artikel geschreven over de fusiecompensatieregeling in het primair onderwijs. Hij legt daarin uit waarom deze regeling geen stand kan houden.

Bij de wettelijke term ‘scholenfusie of samenvoeging van scholen’ wordt slechts uitgegaan van de aanwezigheid van leerlingen. Er is bepaald dat minimaal 50 procent van de leerlingen van de school die bij een fusie wordt opgeheven, overgaat naar de fusieschool.

Bloemers wijst erop dat ‘deze beperkte definitie geen grondslag in de wet’ vindt. ‘Het is daarbij zeer opmerkelijk te noemen dat juist dat element als essentieel is aangemerkt om al dan niet te spreken over samenvoeging van scholen’, aldus Bloemers.

Lees het artikel Fusiecompensatieregeling kan geen stand houden! uit het tijdschrift School en Wet.

Eerste school in nieuwbouwwijk altijd openbaar!

In een nieuwbouwwijk moet de eerste school altijd een openbare school zijn. Dat is een van de punten die VOS/ABB heeft ingebracht voor het gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Dat de eerste school in de wijk een openbare school moet zijn, vloeit direct voort uit artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Daarin staat immers dat de overheid ‘zich ten taak stelt voor alle burgers gelegenheid tot schoolonderwijs te verschaffen’ en dat de vervulling van die taak niet afhankelijk mag zijn ‘van het ontbreken van particulier initiatief’.

Er staat ook in dat onderwijs niet een zaak is ‘waarvan het belang door particulier initiatief moet blijken’, maar dat het ‘uit zichzelf een publiek belang’ is dat de overheid ‘geheel zelfstandig’ dient te behartigen’.

Niet nog meer segregatie!

De bijdrage van VOS/ABB gaat ook in op de huidige segregatie in het Nederlandse en het risico dat het wetsvoorstel op dit vlak met zich meebrengt. ‘Dit heeft met name te maken met de mogelijkheid dat eenieder straks een eigen school kan oprichten volgens een eigen gekozen grondslag. Ieder hokje een eigen school: de hokjesschool.’

Het wetsvoorstel gaat niet uitgaat van de huidige 19 vastgestelde richtingen, maar van ontelbare richtingen. Op basis van elke visie of grondslag kan er straks een school worden ingericht met een eigen toelatingsbeleid. ‘Dit wetsvoorstel geeft niet zozeer meer ruimte voor een verrijking van het onderwijsaanbod, maar zorgt voor meer ruimte voor segregatie’, zo staat in de bijdrage van VOS/ABB.

Algemene toegankelijkheid noodzakelijk

Een ander punt dat VOS/ABB in het licht van het tegengaan van segregatie noemt, is de noodzaak van algemene toegankelijkheid. ‘De gelijkheid van bekostiging van ons onderwijs moet er immers voor zorgen dat wij met ons allen kunnen genieten van ons onderwijs.’

Algemene toegankelijkheid botst niet met schoolkeuze, omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat slechts een klein percentage van de ouders bereid is extra te reizen voor een denominatie.

De punten die VOS/ABB heeft ingebracht, hebben nadrukkelijk de aandacht van de politiek. Dat bleek tijdens een gesprek in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Wetsvoorstel afschaffen fusietoets naar Tweede Kamer

Het wetsvoorstel voor het afschaffen van de fusietoets in het primair en voortgezet onderwijs ligt bij de Tweede Kamer. Onderwijsminister Arie Slob laat weten dat de Raad van State er geen inhoudelijke opmerkingen over had. 

VOS/ABB heeft jarenlang gepleit voor het afschaffen van de fusietoets, omdat die samenwerking in krimpregio’s ernstig in de weg stond. Voorgenomen fusies moesten worden uitgesteld. Andere schoolbesturen kozen vanwege de fusietoets met tegenzin voor minder intensieve samenwerking dan ze voor ogen hadden.

In april van dit jaar werd bekend dat het kabinet had besloten de fusietoets af te schaffen. Het wetsvoorstel dat dit moet regelen, ligt nu dus bij de Tweede Kamer.

Totdat de fusietoets is verdwenen, vindt enkel een procedurele toetsing van fusies plaats.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Bestuurder PO-Raad ziet in robots oplossing lerarentekort

Het lerarentekort oplossen met robots voor de klas. Dat is wat bestuurder Wiely Hendricks van De Haagse Scholen voor openbaar primair onderwijs voor zich ziet. Hij zit ook in het algemeen bestuur van de PO-Raad. Het AD sprak met hem.

Hij benadrukt in de krant dat het onderwijs out of the box moet denken om het lerarentekort op te lossen. De extra aanmeldingen op de pabo’s zijn volgens hem niet voldoende. Het inzetten van uitzendkrachten is ook geen oplossing, stelt hij, want die zijn erg duur.

‘Ik denk dat we toegaan naar klassen met virtuele leerkrachten. Die zien eruit als een mens, lijken net echte leraren, reageren ook op wat kinderen zeggen. Maar eigenlijk zijn ze een soort robots. Robots hebben zo’n negatief imago, maar ik denk dat ze een deel van de lessen gaan overnemen’, aldus Hendricks.

Daarnaast blijven volgens hem ‘echte’ leerkrachten nodig. ‘Maar misschien kunnen virtuele leraren wel een deel van het routinematige werk doen, als hulp. De leerkracht kan dan zelf extra aandacht besteden aan een groepje of individuele leerlingen.’

Kleine scholen

Hij noemt in het AD ook de inefficiëntie van kleine scholen. ‘Nu zijn er soms wel acht scholen binnen een heel kleine straal. Dat betekent acht gebouwen, acht teams, acht ICT-voorzieningen en noem maar op. Dat kan veel efficiënter.’

Voor steden gaat hij uit van basisscholen met 500 leerlingen, in minder dichtbevolkte gebieden van basisscholen met 250 leerlingen en op het platteland van basisscholen met 100 leerlingen. ‘Ik laat die berekeningen nu uitvoeren. Mijn inschatting is dat we echt veel geld kunnen besparen.’

Lees meer… (let op: premium-artikel waarvoor u bij het AD moet inloggen)

In Nederland krimp, in Vlaanderen groei

Terwijl het het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs in Nederland de komende jaren fors krimpt, is in Vlaanderen sprake van groei.

De Vlaamse zakenkrant De Tijd meldt dat het aantal leerlingen in het secundair onderwijs (zoals het voortgezet onderwijs in Vlaanderen wordt genoemd) tussen 2017 en 2025 met 50.000 toeneemt tot bijna 459.000. In het Vlaamse lager onderwijs (basisonderwijs) blijft het leerlingenaantal in diezelfde periode stabiel.

De kosten voor het Vlaamse voortgezet onderwijs zullen door de toename van het aantal leerlingen tot 2025 naar schatting met 100 miljoen euro stijgen.

Lees meer…

Slob over fusies openbare en christelijke scholen

Het voortgezet onderwijs zal niet ontkomen aan meer samenwerking of zelfs fusies, en dan zullen christelijke en openbare scholen elkaar op moeten zoeken. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in It Polytburo, het politieke televisieprogramma van Omrop Fryslân.

‘We weten dat er in 2030 12 procent minder leerlingen zullen zijn in het voortgezet onderwijs’, zegt Slob op de regionale Friese zender. Hij benadrukt dat het voortgezet onderwijs op tijd moet reageren op de krimp, ‘want als je dat niet doet, loop je vast’.

Hij waarschuwt de scholen dat ze niet de strijd met elkaar moeten aangaan, maar moeten gaan samenwerken. ‘Dat kan in een extreem geval ook betekenen dat openbaar en bijzonder onderwijs samengaan. Daar is ook ruimte voor.’ Het allerbelangrijkste is volgens hem dat leerlingen niet te ver moeten reizen.


Nieuwe Handreiking samenwerkingsschool

Onderwijsminister Arie Slob heeft in Den Haag in aanwezigheid van onder anderen directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB de nieuwe Handreiking samenwerkingsschool in ontvangst genomen. De handreiking is samengesteld door VOS/ABB in samenwerking met collega-organisaties.

De handreiking is gebaseerd op de wet Samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool. Deze wet is op 1 januari 2018 van kracht werd en is integraal in de publicatie opgenomen.

Deze wet komt tegemoet aan de maatschappelijke behoefte om samenwerkingsscholen te vormen, vooral in plattelandsgebieden waar het aantal leerlingen afneemt. Het continuïteitscriterium (een van beide te fuseren scholen wordt met opheffing bedreigd) is versoepeld en de fusietoets is afgeschaft.

Identiteitscommissie

De nieuwe wet gaat ook over het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. Die worden vooral gewaarborgd via een identiteitscommissie
met wettelijke bevoegdheden op schoolniveau.

De handreiking is opgesteld door VOS/ABB in samenwerking met de profielorganisatie Verus en VBS en de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad.

Download Handreiking samenwerkingsschool

 

Provincies luiden noodklok over krimp

De voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs kan tot grote problemen leiden in gebieden met demografische krimp. Daarvoor waarschuwen de provincies Groningen, Drenthe, Fryslân, Gelderland, Zeeland en Limburg in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer.

De zes provincies melden dat schoolbesturen voor voortgezet onderwijs in krimpgebieden zich grote zorgen maken over de effecten van de nieuwe bekostiging op hun scholen. ‘In sommige gevallen wordt er (…) zelfs voor gevreesd of vestigingen in stand kunnen worden gehouden’, zo staat in de brief aan de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer krijgt het nadrukkelijke advies een grondige ‘krimpcheck’ toe te passen op het wetsvoorstel met betrekking tot de vereenvoudiging van de basisbekostiging van het voortgezet onderwijs.

Lees de brief

RTL Nieuws snapt niet hoe het werkt met kleine scholen

RTL Nieuws meldt dat voor bijna duizend kleine basisscholen sluiting dreigt. De redactie van de commerciële nieuwszender houdt bij deze constatering geen rekening met de gemiddelde schoolgrootte binnen schoolbesturen.

De redactie in Hilversum baseert zich voor de stelling dat voor bijna duizend kleine basisscholen sluiting dreigt op een eigen analyse. Op de website van RTL Nieuws staat een lijst met daarop overigens niet bijna duizend, maar ruim 900 scholen waarvan het aantal leerlingen onder de opheffingsnorm zit.

Het blijkt dat op die lijst ook scholen staan die helemaal niet met sluiting worden bedreigd als rekening wordt gehouden met de gemiddelde schoolgrootte binnen een schoolbestuur. Het is niet zo snel te bepalen hoeveel scholen ten onrechte op de lijst van RTL Nieuws staan, maar feit is dat lang niet alle scholen waarvan het leerlingenaantal onder de opheffingsnorm zit, dicht zouden moeten.

Kleine scholen hoeven niet dicht

Een voorbeeld dat illustreert dat de lijst van RTL Nieuws niet klopt: twee basisscholen van STIP Hilversum voor openbaar basisonderwijs zouden te klein zijn om open te kunnen blijven. Het gaat om de Dr. ir. C. Lelyschool en de Sterrenschool.

Deze scholen zitten weliswaar onder de opheffingsnorm van 169 leerlingen die voor de gemeente Hilversum geldt, maar aan de hand van de gemiddelde schoolgrootte van ruim 360 leerlingen binnen STIP Hilversum kunnen deze scholen gewoon openblijven.

Bestuursvoorzitter Geert Looyschelder van STIP Hilversum benadrukt dat deze scholen niet alleen gewoon open kunnen blijven, maar ook onderwijs kunnen blijven bieden dat van goede kwaliteit is. In de berichtgeving van RTL Nieuws wordt een verband gesuggereerd tussen de geringe omvang van scholen en slecht onderwijs.

Gemiddelde schoolgrootte

Een school die qua leerlingenaantal onder de opheffingsnorm zit, kan voor bekostiging in aanmerking blijven komen als de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van een bestuur ten minste 10/6 keer (het gewogen gemiddelde van) de opheffingsnorm(en) bedraagt van de gemeente(n) waarin een bestuur scholen heeft. Dit geldt tot de ondergrens van 23 leerlingen.

RTL Nieuws noemt het hanteren van de gemiddelde schoolgrootte een uitzondering, terwijl deze maatregel in werkelijkheid veelvuldig en door het hele land wordt toegepast.

Krimp duurt nog jaren, vooral in voortgezet onderwijs

Het aantal leerlingen in het primair onderwijs blijft zeker tot en met het schooljaar 2024-2025 dalen. In het voortgezet onderwijs zal sprake zijn van krimp tot en met 2031-2032. Dat blijkt uit de referentieraming OCW 2018.

Het primair onderwijs heeft na de piek van ruim 1.663.000 leerlingen in het schooljaar 2008-2009 te maken met een daling van het aantal leerlingen. In het huidige schooljaar zijn het er ruim 1.505.000. Er blijft sprake van krimp tot en met het schooljaar 2024-2025. Het aantal leerlingen zal dan waarschijnlijk ruim 1.444.000 bedragen. Daarna zal naar verwachting weer sprake zijn van groei.

Het voortgezet onderwijs heeft na de piek in 2016-2017 van ruim 1.002.000 leerlingen sinds vorig schooljaar te maken met krimp. In het huidige schooljaar telt het voortgezet onderwijs ruim 976.000 leerlingen. In 2031-2032 zal dat zijn afgenomen tot ruim 878.000. Daarna neemt het aantal leerlingen waarschijnlijk weer toe.

Kabinet zet in op goed onderwijs voor iedereen

Het kabinet investeert in ‘goed toegankelijk onderwijs voor iedereen’, omdat dat ‘cruciaal is voor de toekomst van de Nederlandse kennissamenleving’. Dat staat in de begrotingsstukken van het ministerie van OCW, die op Prinsjesdag zijn gepubliceerd.

Het kabinet schrijft in de begrotingsstukken dat de samenleving veel verwacht van het onderwijs, maar ook dat het beseft dat scholen niet alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. De primaire taak van het onderwijs is, aldus het kabinet, ‘kinderen en jongeren tot bloei te laten komen en voor te bereiden op de verantwoordelijkheden die ze in de toekomst zullen dragen’.

Daarbij hoort nadrukkelijk ‘goed toegankelijk onderwijs (…) waarin ieder kind tot zijn recht komt en zijn gaven en talenten kan ontwikkelen’. Daarom zegt het kabinet in te zetten ‘op gelijke onderwijskansen’, waarbij het vijf punten noemt:

  • Vroeg- en voorschoolse educatie: het aantal uren voorschoolse educatie aan kinderen die risico lopen op onderwijsachterstanden kan worden uitgebreid van 10 naar 16 uur per week en de kwaliteit kan worden verhoogd door inzet van hbo’ers.
  • Onderwijsachterstandenbeleid: het budget voor onderwijsachterstanden wordt ‘beter over het land’ verdeeld. Er gaat minder onderwijsachterstandengeld naar de grote gemeenten en meer naar kleine gemeenten.
  • Talentontwikkeling: in 2019 komt er in het kader van passend onderwijs subsidie voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen.
  • Kansengelijkheid: het aantal lokale allianties om kansengelijkheid te bevorderen wordt uitgebreid. Hierin zitten onder andere schoolbesturen.
  • Curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs: in 2019 wordt de ontwikkelfase afgerond, gevolgd door politieke besluitvorming.

Het kabinet meldt verder dat het extra investeert in de versoepeling van de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Daarbij worden de doorgaande leerlijn en de zogenoemde 10-14-scholen genoemd, voor kinderen van 10 tot en met 14 jaar.

Over passend onderwijs merkt het kabinet op, dat het eigenaarschap daarvan moet worden ‘gevoeld door leraren en scholen’ en dat het geld hiervoor ‘echt in de klas’ terecht moet komen. Ouders krijgen ondersteuning in het gesprek met scholen, er komt onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden en de combinatie van onderwijs en (zware) zorg wordt gemakkelijker.

Leraren

Goede en sterke leraren zijn onmisbaar voor goed onderwijs en dat is ‘de reden dat dit kabinet zoveel in hen investeert’, zo staat in de begroting. Het kabinet noemt in dit kader ook ‘het harde werk van dienstbare bestuurders, schoolleiders,  onderwijsondersteuners en conciërges’.

Het lerarentekort is, zo staat in de stukken, ‘een grote uitdaging’ die al tot veel actie heeft geleid om het tegen te gaan. ‘Dat doen we samen met werkgevers, vakbonden, lerarenopleidingen, gemeenten, transfercentra en vele anderen.’ Als voorbeelden van acties die al worden ondernomen, noemt het kabinet het verhogen van de in-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen, het bevorderen van zij-instroom, het behouden van leraren en het activeren van stille reserve.

Ook worden ‘het verbeteren van de beloning en het carrièreperspectief’ genoemd, waarbij het kabinet ingaat op de salarisverhoging in het primair onderwijs en het geld voor de verlaging van de werkdruk in het onderwijs. ‘Daardoor wordt het beroep van leraar aantrekkelijker’, aldus het kabinet.

Ga naar de OCW-begroting 2019

Later deze week komt VOS/ABB met een grondige analyse van de cijfers in het OCW-begroting 2019. Deze analyse wordt gemaakt door onze financieel experts Ronald Bloemers en Ron van der Raaij.

Regioplannen indienen voor technisch vmbo

De regeling voor de transitie van het technisch vmbo is gepubliceerd. De regeling geeft meer duidelijkheid over fase 2, waarin scholen regionale plannen moeten indienen.

Fase 2 is de transitiefase, die in 2020 begint en waarvoor schoolbesturen al dit najaar actie moeten ondernemen. Ze moeten regionale plannen gaan maken.

Deze plannen moeten worden opgesteld door minimaal twee scholen met technisch vmbo, een mbo-instelling en het bedrijfsleven in de regio. Daarbij geldt de eis dat het bedrijfsleven voor minimaal 10 procent hieraan een bijdrage levert, in geld of natura.

De plannen moeten een visie bevatten, gebaseerd op een analyse van de regionale arbeidsmarkt en een prognoses van de leerlingenaantallen. Ook moet er een plan van aanpak worden opgesteld alsmede een begroting.

De vooraanmelding van dergelijke plannen dient vóór 1 november 2018 te geschieden. De plannen moet vóór 1 april 2019 zijn ingediend. De uitvoering ervan staat gepland voor het schooljaar 2019-2020.

Lees meer…

Slob: ‘Islamitische basisschool geen bedreiging’

‘In de praktijk zijn er talloze voorbeelden van openbare en bijzondere scholen die zonder problemen een schoolgebouw delen’, antwoordt onderwijsminister Arie Slob op vragen van de PVV over een openbare en een islamitische basisschool in Utrecht die sinds kort in één gebouw zitten.

Tweede Kamerlid Harm Beertema van de PVV van Geert Wilders had vragen gesteld aan Slob over het inhuizen van de Utrechtse islamitische basisschool Al Arqam in het gebouw dat voorheen alleen door openbare basisschool De Klimroos werd gebruikt.

Volgens Beertema zal dit ertoe leiden dat ‘het Nederlandse karakter en het Nederlandse pedagogische klimaat van openheid, vrijheid en respect voor vrouwen, seksueel anders geaarden en ongelovigen ernstig in gevaar komt’. Slob weerspreekt dat. Hij benadrukt dat ‘het uitdragen van de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat’ een taak is van alle scholen. ‘Dat geldt ook voor het bevorderen van onderlinge verbinding in de samenleving’, aldus de minister.

Hij voegt daaraan toe dat er ‘in de praktijk talloze voorbeelden (zijn) van openbare en bijzondere scholen (van verschillende richtingen) die zonder problemen een schoolgebouw delen’.

Het bestuur van obs De Klimroos tekende bezwaar aan tegen de komst van Al Arqam, maar de rechter bepaalde in juli dat de openbare basisschool ruimte moest maken voor de komst van de islamitische basisschool. Daar legde het bestuur van de openbare basisschool zich bij neer.

Lees meer…

Overeenkomst over fusieschool Zeeuws-Vlaanderen

De nieuwe school die per 1 augustus ontstaat uit de fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen, zal uitgaan van actieve pluriformiteit. Dit houdt in dat de school op basis van gelijkwaardigheid aandacht zal hebben voor diversiteit zoals die in de huidige samenleving bestaat. Bovendien zal geen enkele leerling of leerkracht kunnen worden geweigerd op grond van onder meer levensovertuiging, godsdienst of seksuele geaardheid.

Dit hebben VOS/ABB, de Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen en de gemeente Terneuzen nadrukkelijk met elkaar afgesproken. Zij hebben daartoe een overeenkomst gesloten, waarin de actief pluriforme opdracht van de nieuwe school expliciet wordt benoemd. Zo ontstaat er een school die op basis van gelijkwaardigheid actief aandacht zal hebben voor diversiteit. Dit zal uiterlijk op 1 maart 2019 zijn opgenomen in het strategisch beleidsplan van de school.

De gemeenteraad heeft een toezichthoudende rol ten aanzien van de algemeen toegankelijk van de school. Daarom zal samen met de gemeente Terneuzen een toezichtkader worden ontwikkeld, waarin de algemene toegankelijkheid van de school centraal staat. In het toezichtkader zal ook het actief pluriforme onderwijs een duidelijke plaats krijgen.

VOS/ABB, de Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen en de gemeente Terneuzen zijn blij dat de overeenkomst op een positieve en constructieve wijze tot stand is gekomen. De drie partijen benadrukken dat dit van groot belang is voor goed en toekomstbestendig voortgezet onderwijs voor álle kinderen in de regio Zeeuws-Vlaanderen.

Nu deze overeenkomst is gesloten, heeft VOS/ABB een kort geding over de totstandkoming van de fusieschool in Terneuzen ingetrokken.

VOS/ABB voorstander van afschaffing fusietoets

VOS/ABB heeft sinds de invoering in 2011 ervaren dat de wet fusietoets niets bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van het onderwijs en steunt dan ook de voorgestelde afschaffing van deze wet. 

Dit staat in de bijdrage van VOS/ABB aan de internetconsultatie over het wetsvoorstel Afschaffing van de fusietoets in het funderend onderwijs. In deze bijdrage staat ook dat de fusietoets veel bureaucratie en administratieve lasten met zich meebrengt, ‘wat leidt tot een onwerkbare situatie’. Bovendien zorgt de fusietoets voor een afschrikwekkende werking, ‘waardoor in verschillende regio’s samenwerking niet van de grond kwam, terwijl dat wel nodig was’.

In de bijdrage wijst VOS/ABB er verder op dat de fusietoets voor het openbaar onderwijs in feite overbodig is, omdat de gemeenteraad altijd kan ingrijpen als blijkt dat de grondwettelijke vereiste alomtegenwoordigheid van het openbaar onderwijs in het geding is.

Iedereen kan een bijdrage leveren aan de internetconsultatie. Dat kan tot 6 augustus.

Minister doet niets met ideeën Commissie Fusietoets

Minister Ingrid van Engelshoven van OCW voelt niets voor het voorstel van de Commissie Fusietoets Onderwijs om nog een meldpunt of een ondersteuningsfaciliteit voor medezeggenschapsraden in stand te houden.

De Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) houdt op te bestaan. De minister had gevraagd om met ideeën te komen om de kennis en ervaring van de commissie te borgen. De CFTO gaf aan dat er een meldpunt en een ondersteuningsfaciliteit voor medezeggenschapsraden zouden kunnen komen.

Van Engelshoven heeft in een brief aan CFTO-voorzitter Lenie Dwarshuis echter laten weten daar niets voor te voelen. Ze wil wel dat de CFTO een conferentie organiseert of een bundel presenteert om de kennis en ervaring van de commissie over te dragen.

De CFTO verdwijnt, omdat het kabinet heeft besloten de fusietoets in het basis- en voortgezet onderwijs af te schaffen.

‘Zonder fusie minder geld naar onderwijs’

Zonder fusie en nieuwbouw kunnen de basisscholen in de Overijsselse gemeente Olst-Wijhe miljoenen euro’s minder aan goed onderwijs besteden, meldt de Stentor.

In de regionale krant staat dat elf basisscholen in de gemeente Olst-Wijhe zonder fusie en nieuwbouw de komende vijftien jaar een tekort oplopen van ruim 5 miljoen euro op onderhoud, energie en schoonmaak. Het gaat om geld dat anders naar onderwijs gaat.

Als er wel wordt gefuseerd, gaat het aantal basisscholen terug van elf naar zes. Dat worden nieuwe scholen, waarvan de gemeente de bouw betaalt.

Stichting De Mare voor openbaar primair onderwijs en de stichting Mijnplein voor christelijk en algemeen bijzonder onderwijs hebben uitgerekend dat ze na de geplande scholenfusies voldoende geld van het Rijk krijgen voor onderhoud, energie en schoonmaak, zodat er meer geld kan naar het onderwijs in de klas.

Lees meer…

Internetconsultatie over afschaffen fusietoets

Tot 6 augustus kunt u meedoen aan de internetconsultatie over het afschaffen van de fusietoets in het primair en voortgezet onderwijs.

In april maakte het kabinet bekend de fusietoets in het funderend onderwijs te willen afschaffen. VOS/ABB is buitengewoon positief over dit voorstel, omdat de fusietoets samenwerking belemmert tussen schoolbesturen. Dit speelt met name in gebieden met demografische krimp en afnemende leerlingenaantallen.

Het afschaffen van de fusietoets zal er volgens het kabinet niet toe leiden dat er automatisch meer grote scholen komen. ‘Vaak gaat het om bestuurlijke fusies en blijven leerlingen gewoon in hetzelfde gebouw met dezelfde leraren les krijgen. In sommige situaties is het juist zo dat grote besturen het mogelijk maken om kleine scholen overeind te houden’, zo lichtte het kabinet in april het besluit toe.

Tot 6 augustus staat er een internetconsultatie open over het voorstel om de fusietoets af te schaffen. U kunt de internetconsultatie gebruiken om uw visie kenbaar te maken.

Ga naar de internetconsultatie

U schuift onder tijdsdruk Grondwet opzij. Mag dat?

Het fusieplan in Zeeuws-Vlaanderen dat voorziet in de opheffing van het openbaar voortgezet onderwijs in dat gebied en daarmee de Grondwet opzijschuift, is volgens onderwijsminister Arie Slob onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. Dat heeft de minister gezegd tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs.

In Zeeuws-Vlaanderen bestaat het plan om de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen samen te voegen tot een nieuwe christelijke school voor voortgezet onderwijs. In de statuten van de nieuwe organisatie staat niets vermeld dat nog verwijst naar het openbaar onderwijs.

Als de fusie volgens plan doorgaat, zou in heel Zeeuws-Vlaanderen geen openbaar voortgezet onderwijs meer zijn, terwijl in artikel 23 van de Grondwet heel duidelijk de eis van alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs staat vermeld. Het fusieplan is dus in strijd met de Grondwet.

VOS/ABB heeft hierover aan de bel getrokken in een brief aan de Tweede Kamer. Verschillende Kamerleden, onder wie Kirsten van den Hul van de PvdA, Roelof Bisschop van de SGP en Peter Kwint van de SP, wilden hierover opheldering van de minister. Die antwoordde dat het fusieplan onder grote tijdsdruk tot stand is gekomen.

Eppo Bruins, net als de minister van de ChristenUnie, benadrukt in reactie op het standpunt van VOS/ABB, dat de aanwezigheid van openbaar onderwijs van groot belang is voor een pluriform en divers aanbod.

De reactie van de minister doet de vraag rijzen of tijdsdruk een rechtvaardiging kan zijn om de Grondwet opzij te schuiven.

Stop ongrondwettelijke krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen!

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan waarom de voorgenomen fusie van het voortgezet onderwijs in krimpgebied Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Hij benadrukt dat er moet worden gekozen voor een andere vorm van samenwerking die wél aan de Grondwet voldoet. Die mogelijkheid is er: de samenwerkingsschool.

Het fusieplan in Zeeuws-Vlaanderen voorziet in de samenvoeging van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen tot een nieuwe christelijke school voor voortgezet onderwijs. In de statuten van de nieuwe organisatie staat niets vermeld dat nog verwijst naar het openbaar onderwijs.

Als de fusie volgens plan doorgaat, zou dus in heel Zeeuws-Vlaanderen geen openbaar voortgezet onderwijs meer zijn, terwijl in artikel 23 van de Grondwet heel duidelijk de eis van alomtegenwoordigheid van openbaar onderwijs staat vermeld.

In de brief aan de Tweede Kamer wordt ook gewezen op inconsequenties in beleid. Zo staat in het regeerakkoord dat het kabinet de vrijheid van onderwijs hoog acht en zelfs wil versterken, terwijl de krimpaanpak in Zeeuws-Vlaanderen diezelfde vrijheid van onderwijs opzijschuift.

Bovendien negeert Slob met zijn aanpak bewust de mogelijkheid van de samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs. Daarvoor is nota bene na vier decennia politieke discussie de Grondwet gewijzigd. Als in Terneuzen wordt gekozen voor de samenwerkingsschool, wordt wel aan de Grondwet voldaan.

Lees de brief aan de Tweede Kamer