Ouders zetten vraagtekens bij fusie Zeeuws-Vlaanderen

Ouders zetten vraagtekens bij de voorgenomen fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen, meldt Omroep Zeeland.

Volgens de regionale zender is het belangrijkste struikelblok bij de fusie het behoud van identiteit. Het plan tot fusie voorziet in een christelijke school waarin het openbaar onderwijs niet meer bestaat. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs uit Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

‘Ik hoop dat kinderen hun eigen identiteit kunnen behouden. Gelovig of niet’, zo citeert Omroep Zeeland de vader van een leerling van De Rede. Er zijn ook ouders die vinden dat een christelijke school tegenwoordig nog maar heel weinig verschilt van een openbare school.

Fusie moet aan Grondwet voldoen

VOS/ABB benadrukt dat de voorgenomen fusie in Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen de garantiefunctie van het openbaar onderwijs, zoals die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. 

Het uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs mág. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Samenwerkingsschool

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven. Dan past het, zoals het hoort, binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Nauwere samenwerking tussen VOS/ABB en VOO

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB en zijn collega Rein van Dijk van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) hebben een convenant ondertekend om de samenwerking tussen de twee organisaties te verstevigen.

Terwijl in het convenant staat dat de verschillen worden erkend tussen VOS/ABB, dat een ledenorganisatie van schoolbesturen is, en VOO, die zich als ledenorganisatie vooral richt op ouders en leerkrachten, staat de samenwerking in het teken van het hogere belang van beide organisaties: goed openbaar onderwijs voor álle kinderen in het primair en voortgezet onderwijs in Nederland.

Samenwerking op inhoud

Het gaat nadrukkelijk om samenwerking op inhoud, waarbij aandacht is voor de identiteit en kernwaarden van het openbaar onderwijs en de School!Week, de jaarlijkse landelijke campagneweek van het openbaar onderwijs. Ook zullen VOS/ABB en VOO samen optrekken om via de politiek wet- en regelgeving te beïnvloeden en om in het openbaar onderwijs governance, medezeggenschap en ouderbetrokkenheid te versterken.

Nauwe samenwerking tussen beide organisaties vormt bovendien een meerwaarde bij het concretiseren van het toekomstconcept School!, dat voorziet in ontzuild funderend onderwijs voor álle kinderen dat boven de denominaties zal zijn uitgestegen.

In het convenant staat dat de samenwerking na twee jaar zal worden geëvalueerd om te kijken of die dan kan worden geïntensiveerd.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

 

Cursus ‘Help, we gaan fuseren!’

Fusies zijn gevoelige processen die ongeveer een jaar in beslag nemen. Hoe lopen deze processen? Wat is de rol van de medezeggenschapsraad? Wat zijn de do’s en don’ts? Deze cursus voor het primair onderwijs wordt op twee middagen (1 en 20 februari 2018) gegeven door Hans Teegelbeckers en Ronald Bloemers

De afgelopen jaren zijn er door de krimp veel fusiebewegingen geweest. Vooral in het primair onderwijs zet deze ontwikkeling zich door. VOS/ABB heeft de afgelopen jaren veel fusies begeleid en wil de kennis en ervaring op dit gebied graag met u delen.

In twee middagen nemen wij het gehele fusieproces met u door en behandelen alle mogelijke vragen. Hierbij komen de formele besluitvormingsmomenten voorbij, het te lopen proces en de planning, alle zaken die geregeld moeten worden (soms ook bij een notaris), de betrokkenheid van de gemeente en uiteindelijk de weg naar DUO.

Tevens bespreken we de formele zeggenschap van de medezeggenschapsraad en de berekening van de fusiefaciliteiten. Bovendien beschouwen we met u de rol van de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Waar en wanneer?

De cursus wordt op 1 en 20 februari gegeven in het kantoor van VOS/ABB in Woerden.

Deze cursus richt zich specifiek op bestuurders, directeuren en stafmedewerkers in het primair onderwijs. Er kunnen 15 mensen aan deelnemen (alleen leden van VOS/ABB!). Deelname kost 150 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Help, we gaan fuseren!’. Vermeld in uw mail ook uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Hoe denken VOS/ABB-leden over samenwerkingsscholen?

Leden van VOS/ABB kunnen een samenvatting downloaden van de drie discussiebijeenkomsten over de samenwerkingsscholen die afgelopen najaar werden gehouden.

VOS/ABB organiseerde de bijeenkomsten om onder de leden van de vereniging te peilen hoe zij denken over samenwerkingsscholen en/of -stichtingen, waarin openbaar en bijzonder onderwijs met elkaar samengaan.

Wetgeving samenwerkingsscholen

Aanleiding voor het organiseren van de bijeenkomsten was nieuwe wetgeving die het voor openbaar en bijzonder onderwijs makkelijker maakt om samen te gaan. Alle leden van VOS/ABB waren voor de discussiebijeenkomsten uitgenodigd.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de samenvatting downloaden.

Krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen moet binnen Grondwet

Alle betrokkenen bij het proces in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen om daar een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs te behouden, zijn het met elkaar eens over een plan van aanpak. VOS/ABB juicht een breedgedragen en zorgvuldige aanpak toe op basis van de garantiefunctie van het openbaar onderwijs zoals die in de Nederlandse Grondwet is vastgelegd.

De positieve inzet van de ministeries van OCW en Binnenlandse Zaken, de provincie Zeeland, de drie gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en betrokken schoolbesturen is dat het gebied een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs moet behouden.

Openbaar onderwijs

Een punt van nadrukkelijke aandacht is echter dat het plan van aanpak is gebaseerd op een advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, die bij het opstellen daarvan geen oog heeft gehad voor de grondwettelijke garantiefunctie van het openbaar onderwijs.

De opzet is om van vier naar één schoolbestuur voor algemeen bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Daarbij zou de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede in Terneuzen opgaan in het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, wat het einde zou zijn van het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen.

Artikel 23 Grondwet

Artikel 23 van de Grondwet bepaalt echter dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn. Het grondwettelijke uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs moet en dat bijzonder onderwijs mag. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt. VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven en om dat tevens te doen binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Openbaar onderwijs moet, ook in Zeeuws-Vlaanderen

Het plan dat voor Zeeuws-Vlaanderen is gepresenteerd om daar voldoende voortgezet onderwijs te behouden, is ongrondwettelijk, benadrukt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in Trouw.

Teegelbeckers herhaalt in de krant wat hij eerder in een nieuwsbericht op deze website benadrukte, namelijk dat er in grondwettelijke zin niets van het plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen klopt om de openbare en de christelijke school voor voortgezet onderwijs in Terneuzen samen te voegen tot een christelijke school. Ook het plan om deze krimpregio bestuurlijk onder de vlag van het algemeen bijzonder onderwijs te brengen, druist in tegen de Grondwet.

‘De overheid heeft de plicht om te zorgen voor openbare scholen in de regio. Dat staat in artikel 23 van onze Grondwet. Ik constateer een blinde vlek voor het belang van het openbaar onderwijs’, aldus Teegelbeckers in Trouw. Een simpele oplossing is om te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

Grondwet geldt ook in Zeeuws-Vlaanderen

De Terneuzense PvdA-wethouder Cees Liefting houdt echter vast aan de oplossing die de taskforce voorstaat, hoewel die oplossing dus niet te rijmen valt met de Grondwet. ‘Na veel onderhandelen, is dit eruit gekomen’, aldus Liefting.

Oud-voorzitter Kete Kervezee van de PO-Raad, die de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen leidde, ziet de botsing met de Grondwet evenmin als een probleem. Zij verkeert in de veronderstelling dat het plan aan artikel 23 voldoet als de christelijke fusieschool een identiteitscommissie krijgt en geen enkele leerling weigert.

Lees het artikel in Trouw.

Lees ook de column van Hans Teegelbeckers in het decembernummer van ons magazine Naar School!.

Wet samenwerkingsschool geldt per 1 januari 2018

De ‘Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool’ treedt op 1 januari 2018 in werking, zo is afgekondigd in het Staatsblad.

Aan deze nieuwe wet ging een lang traject met veel discussie vooraf. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel eind vorig jaar aan, de Eerste Kamer ging er in juli jongstleden mee akkoord.

Samenwerkingsschool voor behoud goed onderwijs

VOS/ABB heeft altijd gepleit voor deze wet, omdat – met name in krimpgebieden – veel samenwerkingstrajecten lopen, waarin verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. De samenwerkingsschool is vaak de enige manier om goede onderwijsvoorzieningen voor elk kind te behouden.

De nieuwe wet verruimt niet alleen de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te starten, maar geeft ook gelijke rechten aan het bijzonder en openbaar onderwijs om zo’n school te besturen.

Nu officieel bekend is dat de wet op 1 januari aanstaande in werking treedt, kan die worden toegepast op fusies tot samenwerkingsscholen vanaf 1 augustus 2018.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Trek de portemonnee voor Zeeuws-Vlaanderen!

De nieuwe regering moet de portemonnee trekken voor het breed gedragen plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, zeggen VOS/ABB en de protestants-christelijke en rooms-katholieke profielorganisatie Verus tegen minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs. 

De Zeeuws-Vlaamse middelbare scholen stemmen in met de aanbeveling van de taskforce om van vier naar één schoolbestuur en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Zij nemen daarmee samen de verantwoordelijkheid voor toekomstbestendig voortgezet onderwijs.

Openbaar onderwijs Zeeuws-Vlaanderen behouden

De aanbeveling tot fusie, zoals die in het rapport van de taskforce staat, botst echter met de grondwettelijke eis dat overal in Nederland, dus ook in Zeeuws-Vlaanderen, openbaar onderwijs moet zijn. In het rapport staat dat er één stichting voor algemeen bijzonder onderwijs moet komen. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

VOS/ABB benadrukt dat een fusie tot één samenwerkingsbestuur van samenwerkingsscholen meer voor de hand ligt. Daarmee zou zowel het openbaar als bijzonder onderwijs voor Zeeuws-Vlaanderen behouden blijven. Op deze manier zou dus wel aan grondwetsartikel 23 voldaan worden en blijft het duale bestel bestaan.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB heeft dit toegelicht op Omroep Zeeland.

Grote leerlingendaling

Scholen in Zeeuws-Vlaanderen hebben het al jaren zwaar, omdat het aantal leerlingen sterk afneemt. Veel kinderen gaan al op jonge leeftijd naar scholen in België. Het wordt steeds lastiger om met minder kinderen voldoende onderwijs te behouden.

Als er scholen voor voortgezet onderwijs dicht moeten, dreigt de situatie dat leerlingen van 12 tot 18 jaar over grote afstanden (tot 30 kilometer) moeten gaan reizen. Dat is extra bezwaarlijk, omdat Zeeuws-Vlaanderen relatief weinig openbaar vervoer heeft.

Net als op de Wadden

VOS/ABB en Verus roepen minister Slob op het onderwijs voor deze kinderen en de scholen in Zeeuws-Vlaanderen te redden door structureel toereikende financiële middelen vrij te maken. Zoals scholen op Waddeneilanden een aparte status hebben vanwege slechte bereikbaarheid van scholen en de lage leerlingdichtheid, zou ook Zeeuws-Vlaanderen apart behandeld moeten worden.

Steun startgroepen duurzaam

Veel ouders en kinderen uit Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor België omdat het dichtbij is en omdat kinderopvang vanaf twee-en-een-half jaar daar vrijwel gratis is. Als ouders voor hun kinderen niet voor het Zeeuws-Vlaamse basisonderwijs kiezen, heeft dit ook negatief effect op het voortgezet onderwijs in het gebied.

Om deze ontwikkeling tegen te gaan is met succes geëxperimenteerd met startgroepen in Zeeuws-Vlaanderen. Kinderen zijn al jong welkom, tegen gereduceerd tarief. Het is daarom goed dat de Taskforce adviseert structureel extra middelen vrij te maken voor startgroepen. Den Haag zou dit advies moeten overnemen.

Lees het rapport

 

Verus blijft tegen ‘openbare’ samenwerkingsschool

Het is jammer dat het CDA er niet in is geslaagd om de samenwerkingsschool onder openbaar bestuur tegen te houden. Dat zegt scheidend voorzitter Wim Kuiper van de christelijke profielorganisatie Verus in een interview in Trouw.

In juli stemde de Eerste Kamer in met de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool. Deze wet maakt fusiescholen mogelijk waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt gegeven en geeft gelijke rechten aan het bijzonder en openbaar onderwijs om zo’n school te besturen.

Aan de nieuwe wet ging een lang traject met veel discussie vooraf. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel eind vorig jaar al aan. VOS/ABB deed in juli nog een oproep aan de Eerste Kamer om ook akkoord te gaan, omdat – met name in krimpgebieden – veel samenwerkingstrajecten lopen waarbij verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. Dit is vaak de enige manier om goede onderwijsvoorzieningen voor elk kind te behouden. De oproep van VOS/ABB had dus resultaat.

Het bezwaar vanuit christelijke hoek was dat de wet zou indruisen tegen de Grondwet. Die visie werd gedeeld door de Raad van State, maar dat was voor de Tweede en Eerste Kamer geen reden om de wet weg te stemmen. Kuiper betreurt dat, en verwijst daarbij naar het CDA dat deze wet ‘jammer genoeg niet heeft kunnen tegenhouden’.

Algemene acceptatieplicht

Kuiper is positief over het feit dat er nog steeds geen algemene acceptatieplicht in Nederland is. Daarbij verwijst hij ook naar het CDA, de partij waarvoor hij eerder wethouder was in Maastricht. ‘De afgelopen jaren heeft het CDA mede kunnen voorkomen dat bijzondere scholen een acceptatieplicht kregen opgelegd, waarbij ze iedere leerling moeten toelaten’, aldus Kuiper.

VOS/ABB vindt het niet meer van deze tijd dat het bijzonder onderwijs met de Grondwet in de hand bepaalde leerlingen kan weigeren als hun visie op het leven of die van hun ouders niet zou passen bij de godsdienstige uitgangspunten van de school. Daarom drong VOS/ABB er samen met de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO er in februari van dit jaar in een gezamenlijke brief nogmaals op aan om wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in behandeling te nemen. Het PvdA-voorstel is al in 2005 ingediend en sindsdien is het een aantal keren aan de orde geweest, maar zonder resultaat.

In april verklaarde de Tweede Kamer het wetsvoorstel echter controversieel. Dit betekende dat het niet meer in de demissionaire periode van het kabinet-Rutte II kon worden behandeld. Het is de vraag wat er met het wetsvoorstel gaat gebeuren nu het ernaar uitziet dat het CDA en de ChristenUnie samen met VVD en D66 een volgend kabinet gaan vormen.

Resultaten en kernwaarden

In het interview in Trouw zegt Kuiper ook dat bijzondere scholen gemiddeld net iets betere resultaten laten zien dan openbare scholen. Uit de recente publicatie De staat van het openbaar onderwijs van VOS/ABB, VOO en platform CBOO blijkt dat Kuiper op dit punt niet helemaal gelijk heeft. Als het gaat om het welbevinden van leerlingen, blijken juist openbare scholen het net iets beter te doen.

Hij stelt ook dat ‘bijzondere scholen voor katholieken, moslims, protestanten, joden of antroposofen’ recht doen aan minderheden in de samenleving. ‘Zij mogen er zijn’, aldus Kuiper. VOS/ABB benadrukt in dit kader dat juist in het openbaar onderwijs leerlingen en personeelsleden mogen zijn wie zij zijn, op basis van de kernwaarden van het openbaar onderwijs waarin diversiteit, wederzijds respect en gelijkwaardige aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing centraal staan.

Lees meer…

Krimp schuift door van basis- naar voortgezet onderwijs

De grootste krimp van het aantal leerlingen in het basisonderwijs lijkt inmiddels voorbij. Nu en de komende jaren wordt krimp pijnlijk voelbaar in het voortgezet onderwijs. De christelijke profielorganisatie Verus heeft deze ontwikkeling letterlijk in kaart laten brengen.

Een interactieve online kaart van Nederland toont hoe groot de afname van het aantal leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs was respectievelijk zal zijn in de perioden 2012-2017 en 2017-2022. Zo is te zien dat in het basisonderwijs de grootste krimp inmiddels achter de rug lijkt. Toch zullen de leerlingenaantallen in bepaalde gemeenten in Groningen, Noord-Holland, Overijssel en Gelderland ook de komende jaren nog met 10 procent of meer afnemen.

De krimp in het basisonderwijs schuift de komende jaren met het ouder worden van de leerlingen logischerwijs door naar het voortgezet onderwijs. De kaart laat zien dat vooral in Noord- en Zuidoost-Nederland het voortgezet onderwijs te maken zal krijgen met een sterke afname van het aantal leerlingen. Groei zal zich vooral in de Randstad voordoen.

Krimp zet door in voortgezet onderwijs

De verschuiving van de krimp van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een al langer bekende ontwikkeling. Magazine Naar School! van VOS/ABB heeft er in het afgelopen zomernummer nog aandacht aan besteed.

Lees het artikel Krimp zet door in voortgezet onderwijs.

De staat van het openbaar onderwijs

VOS/ABB, de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO hebben woensdag op een gezamenlijk symposium in Amersfoort de publicatie De staat van het openbaar onderwijs gepresenteerd. 

Aanleiding voor de publicatie is dat honderd jaar geleden met artikel 23 over de vrijheid van onderwijs de gelijke overheidsbekostiging van openbare en bijzondere scholen in de Nederlandse Grondwet werd vastgelegd.

Openbaar onderwijs presteert goed

In het eerste deel van de publicatie laat onderwijssocioloog Sjaak Braster van de Erasmus Universiteit Rotterdam aan de hand van gegevens van het onderwijsprogramma PISA van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zien hoe het openbaar onderwijs presteert. Hij concludeert  dat Nederlandse openbare scholen het bijzonder goed doen vergeleken met openbare scholen in ons omringende landen.

De laatste jaren worden de verschillen tussen openbaar en bijzonder onderwijs steeds kleiner, ziet Braster. Dat geldt voor cognitieve onderwijsopbrengsten, maar ook voor de niet-cognitieve: leerlingen van openbare en bijzondere scholen voelen zich over het algemeen thuis op hun school, waarbij hij opmerkt dat openbare scholen het op dat vlak net iets beter  doen dan bijzondere scholen.

Hij laat ook zien dat de sociaaleconomische achtergrond van leerlingen in het openbaar onderwijs tegenwoordig niet meer van invloed is op lees-, reken- en natuurkundeprestaties. Bovendien toont Braster aan dat een hoog percentage anderstalige leerlingen geen effect meer heeft op individuele prestaties. Hij noemt dat een verdienste van het Nederlandse onderwijs, waarin de verschillen tussen openbare en bijzondere scholen nog maar klein zijn.

Kernwaarden openbaar onderwijs

Het tweede deel van deze publicatie bestaat uit een verzameling inspirerende essays. Verschillende auteurs laten aan de hand van praktijkvoorbeelden en vaak op heel persoonlijke wijze zien hoe uniek het openbaar onderwijs voor hen was en is. De auteurs kennen zeer diverse achtergronden: leerkracht, ouder, schoolleider, student, wetenschapper, journalist enzovoort. Deze diverse achtergronden betekenen evenzovele invalshoeken.

Aan de hand van de kernwaarden van het openbaar onderwijs, die door VOS/ABB, de VOO en het CBOO worden gedeeld, komen verleden, heden en toekomst aan bod. Het gaat onder andere over de kernwaarde dat in het openbaar onderwijs elke leerling welkom is, ongeacht zijn of haar achtergrond. Ook algemene benoembaarheid komt aan bod. Deze elementen van diversiteit en wederzijds respect zijn kenmerkend voor het openbaar onderwijs, dat immers van en voor iedereen is.

Publicatie bestellen

Deelnemers aan het symposium in Amersfoort hebben De staat van het openbaar onderwijs gekregen. Wilt ook u de publicatie ontvangen? Stuurt u dan een mailtje naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘De staat van het openbaar onderwijs’, uw naam, uw adres en de organisatie waarvoor u werkt.

Leden van VOS/ABB en VOO betalen 15 euro per stuk, niet-leden 25 euro per stuk (dat is inclusief verzendkosten).

De publicatie staat online in de vorm van een flipbook dat u op uw scherm kunt lezen en als pdf-document dat u kunt downloaden en eventueel kunt printen.

Nieuw stappenplan bij fusie

Als u lid bent van VOS/ABB, kunt u het door ons geactualiseerde Stappenplan bij fusie downloaden. In onze online Toolbox zitten drie versies van het aangepaste rekeninstrument voor fusiecompensatie.

In het stappenplan staat wat u bij een fusie moet doen en wanneer u dat moet doen. Er zijn verwijzingen in opgenomen naar externe regelingen en modelformulieren.

Het stappenplan is gebaseerd op de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de recente wijziging van de Regeling fusietoets. Het vervangt het eerdere stappenplan in ons in 2014 herziene katern 17 over de instandhouding van scholen.

Rekeninstrumenten fusiecompensatie

In onze online Toolbox zijn drie versies van het aangepaste rekeninstrument voor fusiecompensatie opgenomen. Hiermee kunt u de bijzondere bekostiging berekenen die een school ontvangt die fuseert met één of twee scholen.

De drie versies van het aangepaste rekeninstrument hebben betrekking op respectievelijk basisscholen, scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor speciaal basisonderwijs (de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018 is aangepast voor het geval een school voor speciaal basisonderwijs opgaat in een reguliere basisschool).

Ga naar de Toolbox

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Fusie: jammer maar helaas als leerlingen niet meegaan…

Het is het risico van het schoolbestuur als blijkt dat bij een fusie minder leerlingen meegaan naar de nieuwe school dan verwacht. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de SGP over het recht op fusiecompensatie.

Tweede Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP wilde van Dekker weten in hoeverre het redelijk is om het bevoegd gezag voor het recht op fusiecompensatie af te rekenen op een leerlingenstroom, terwijl het hierop ‘nauwelijks of in ieder geval geen doorslaggevende invloed’ heeft. Deze vraag had met name betrekking op situaties waarin tegen de verwachtingen in geen leerlingen naar de nieuwe school overgingen.

Dekker antwoordt dat hij zich kan voorstellen dat leerlingenstromen anders lopen dan een schoolbestuur verwacht, ‘maar de wet verbindt geen bekostigingsaanspraken aan aannames van een schoolbestuur’. Dit rechtvaardigt volgens hem dat die aannames voor risico van het schoolbestuur komen.

Schoolbesturen gestraft

VOS/ABB vindt het een miskenning van de professionaliteit van schoolbesturen dat zij financieel worden gestraft voor ontwikkelingen die ze niet in de hand hebben. Dat stelt directeur Hans Teegelbeckers in reactie op het standpunt van de staatssecretaris.

Lees de volledige reactie van Teegelbeckers.

Afstand tot dichtstbijzijnde school blijft gelijk

Nederlandse kinderen wonen op gemiddeld 700 meter afstand van de dichtstbijzijnde basisschool. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat zich baseert op cijfers uit 2015.

De afstand was doorgaans het grootst in minder verstedelijkte gebieden, meldt het CBS. ‘In Baarle-Nassau lag de basisschool gemiddeld 1,7 km van huis, in Borger-Odoorn, Dronten en Westerveld 1,3 km. Het dichtstbij woonden inwoners van Urk en Den Haag, op 0,4 km van school’, aldus het statistiekbureau.

Wat opvalt is dat de gemiddelde reisafstand tussen 2010 en 2015 nauwelijks is toegenomen ondanks het feit dat er in deze periode in antwoord op demografische krimp en afnemende leerlingenaantallen basisscholen zijn gesloten.

In 2010 woonden basisschoolleerlingen op gemiddeld 600 meter afstand van school, in 2013 was dat toegenomen tot gemiddeld 700 meter en in 2015 was dat dus nog steeds 700 meter. Het CBS meldt niet wat de gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde basisschool nu is.

Lees meer…

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Positief advies over wetsvoorstel samenwerkingsschool

VOS/ABB heeft de Eerste Kamer positief geadviseerd over de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool. Op dinsdag 11 juli debatteert de Eerste Kamer over deze voorgestelde wet.

VOS/ABB is als belangenbehartiger voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs nadrukkelijk betrokken bij veel samenwerkingstrajecten, waarbij verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs.

Er worden op die manier onderwijsvoorzieningen gecreëerd waar iedereen terechtkan: van en voor iedereen en met en door de directe belanghebbenden. ‘Dit wetsvoorstel bevordert dat en geeft het de wettelijke regeling die het verdient!’, zo staat in een brief van VOS/ABB aan de Eerste Kamer.

Lees de brief.

Samenwerkingsscholen: Onderwijsraad leeft in verleden

Het negatieve advies van de Onderwijsraad over de instandhouding van samenwerkingsscholen door stichtingen voor openbaar onderwijs is gebaseerd op achterhaalde omstandigheden van vijftien jaar geleden. Daarom neemt de regering het niet over, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De Onderwijsraad stelde zich op het standpunt dat stichtingen voor openbaar onderwijs geen samenwerkingsscholen in stand kunnen houden, omdat dat buiten de constitutionele kaders zou zijn. Dekker meldt de Eerste Kamer in een nadere memorie van toelichting over de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen, dat de argumentatie van de Onderwijsraad is achterhaald.

Er hebben zich volgens hem ontwikkelingen voorgedaan die de verschillen tussen openbaar en bijzonder onderwijs hebben verkleind. Hij noemt als voorbeelden dat het meeste openbaar onderwijs tegenwoordig bestuurlijk is verzelfstandigd en dat de verschillen tussen ambtenaren (openbaar onderwijs) en werknemers (bijzonder onderwijs) aanzienlijk zijn verkleind.

De staatssecretaris stelt dat hij de overeenkomsten en mogelijkheden wil benadrukken. ‘De kern van het duale systeem is immers dat aan zowel openbaar als bijzonder onderwijs zo goed mogelijk recht wordt gedaan. De regering is van oordeel dat door haar gekozen vormgeving van de samenwerkingsschool op schoolniveau (in plaats van op bestuursniveau) ertoe leidt dat het ook mogelijk is dat een samenwerkingsschool door een stichting voor openbaar onderwijs in stand wordt gehouden.’

De uitleg van de staatssecretaris volgt op vragen van de ChristenUnie.

Lees meer…

Kamervragen over gewijzigde regeling fusiecompensatie

De SGP heeft mede op initiatief van VOS/ABB Kamervragen gesteld over de gewijzigde Regeling bijzondere bekostiging bij fusie.

SGP-Kamerlid Roelof Bisschop wil van staatssecretaris Sander Dekker van OCW weten ‘op welke juridische gronden het bevoegd gezag bij de toekenning van de fusiecompensatie gehouden kan worden aan het criterium van de overgang van 50% van de leerlingen’.

Hij wijst erop dat dit criterium ‘zonder nadere duiding’ wordt vermeld. Bisschop vraagt zich daarom af hoe het te rechtvaardigen is ‘dat het bevoegd gezag wordt afgerekend op een criterium waarvan de invulling zelfs pas bekend was op het moment dat alle relevante fusiebesluiten al genomen moesten zijn’.

Kamervragen na oproep VOS/ABB

De Kamervragen van de SGP volgen op de oproep van VOS/ABB aan schoolbesturen om zich te melden als zij op basis van de gewijzigde regeling verwachten geconfronteerd te worden met een terugvordering van fusiecompensatie.

Lees meer…

‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ ook door Senaat

De Eerste Kamer is op 6 juni akkoord gegaan met het wetsvoorstel Toekomstbestendig onderwijsaanbod.

Het wetsvoorstel ‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ staat in het kader van het afnemende aantal leerlingen in het primair onderwijs. Nu het door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer is aangenomen, treedt het mogelijk met ingang van het nieuwe schooljaar in werking, maar dat is nog niet zeker.

Wat regelt dit wetsvoorstel?

  • Het versoepelt de verplaatsing van een school uit zijn voedingsgebied. Nu gelden daarvoor nog dezelfde eisen als bij de stichting van een school, maar die eisen komen te vervallen. Een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zal voldoende zijn. Er wordt nog wel getoetst of er geen nadelige gevolgen aan kleven, bijvoorbeeld dat door de verplaatsing een andere school moet worden opgeheven.
  • In de nieuwe situatie zal het gemakkelijker zijn om een school van kleur te laten verschieten (bijvoorbeeld van protestants-christelijk naar openbaar). In plaats van dezelfde eisen als bij het stichten van een school, zal een aanvraag bij DUO voldoende zijn. DUO zal slechts marginaal toetsen. Door een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie moet wel eerst een achterbanraadpleging onder de ouders plaatsvinden.
  • Het wetsvoorstel biedt een bijzondere school de mogelijkheid om een nevenvestiging te hebben die een andere denominatie heeft dan de hoofdvestiging. Openbaar onderwijs is hiervan uitgesloten.
  • De termijn voor de vrijwillige opheffing van openbare school wordt aangepast. Een bestuur moest hiervoor goedkeuring vragen aan de gemeente vóór 1 augustus een jaar voor de fusie. Dat wordt 1 januari voor de fusie. De gemeente moet dan vóór 1 februari goedkeuring verlenen of beslissen de school zelf in stand te houden.
  • In de nieuwe situatie wordt het mogelijk om tussentijds een gemeente in twee gebieden te splitsen voor de bepaling van de opheffingsnorm. Dit kan handig zijn bij een groot verschil in bevolkingsdichtheid tussen een stedelijk en een plattelandsgedeelte in dezelfde gemeente. Er kunnen dan twee opheffingsnormen worden gehanteerd. Dit kan nu ook al, maar slechts op één datum. Straks is splitsing elk jaar mogelijk.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

‘Raad van State te strikt over samenwerkingsschool’

De Raad van State hanteert de grondwettelijke bepalingen rond de opheffingsnormen zo strikt, dat het vrijwel onmogelijk is een samenwerkingsschool tot stand te brengen. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kiest daarom voor een ruimere interpretatie, meldt hij in een memorie van antwoord.

De wetgever heeft het mogelijk gemaakt dat een samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs kan worden gevormd. Voorwaarde is wel dat een bestuur kan aantonen dat de terugloop van het aantal leerlingen dusdanig is dat een school zou moeten sluiten. Het uitgangspunt is dat de samenwerkingsschool een uitzondering zou moeten blijven.

Samenwerkingsschool = uitzondering

De Raad van State koos in een advies voor de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen voor een termijn van zes jaar waarop de prognose van het aantal leerlingen betrekking moet hebben. De gedachte hierachter is dat hiermee kan worden voorkomen dat een samenwerkingsschool te vroeg van start kan gaan.

Staatssecretaris Dekker vindt dit een te strikte interpretatie, zo meldt hij in de memorie van antwoord, en kiest daarom voor een variant die meer ruimte biedt. ‘Schoolbesturen moeten nog steeds aantonen dat sprake is van geleidelijke terugloop van leerlingaantallen (…). Dat gebeurt echter niet aan de hand van een leerlingprognose over zes jaar, maar door een gerealiseerd aantal leerlingen één of twee schooljaren voorafgaand aan de beoogde fusiedatum.’

Wet moet wel functioneel zijn!

Hij verdedigt zijn keuze door op te merken dat de wet niet is bedoeld om er in de praktijk niets mee te kunnen. ‘Het wetsvoorstel beoogt de totstandkoming van de samenwerkingsschool te versoepelen zodanig dat de samenwerkingsschool uiteraard wel een uitzonderingsvariant (…) zal blijven, maar ook weer niet zo’n uitzondering dat het geen optie is voor scholen waarvoor de samenwerkingsschool de continuïteit van het openbaar dan wel het bijzonder onderwijs in een regio kan waarborgen.’

Lees meer…

‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ door Tweede Kamer

De Tweede Kamer is dinsdag akkoord gegaan met het wetsvoorstel Toekomstbestendig onderwijsaanbod.

Dit wetsvoorstel staat in het kader van het afnemende aantal leerlingen in het primair onderwijs. Nu het in de Tweede Kamer is aangenomen, kan het ook snel door de Eerste Kamer. Mogelijk treedt de nieuwe wetgeving met ingang van het nieuwe schooljaar in werking.

Wat regelt dit wetsvoorstel?

  • Het versoepelt de verplaatsing van een school uit zijn voedingsgebied. Nu gelden daarvoor nog dezelfde eisen als bij de stichting van een school, maar die eisen komen te vervallen. Een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zal voldoende zijn. Er wordt nog wel getoetst of er geen nadelige gevolgen aan kleven, bijvoorbeeld dat door de verplaatsing een andere school moet worden opgeheven.
  • In de nieuwe situatie zal het gemakkelijker zijn om een school van kleur te laten verschieten (bijvoorbeeld van protestants-christelijk naar openbaar). In plaats van dezelfde eisen als bij het stichten van een school, zal een aanvraag bij DUO voldoende zijn. DUO zal slechts marginaal toetsen. Door een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie moet wel eerst een achterbanraadpleging onder de ouders plaatsvinden.
  • Het wetsvoorstel biedt een bijzondere school de mogelijkheid om een nevenvestiging te hebben die een andere denominatie heeft dan de hoofdvestiging. Openbaar onderwijs is hiervan uitgesloten.
  • De termijn voor de vrijwillige opheffing van openbare school wordt aangepast. Een bestuur moest hiervoor goedkeuring vragen aan de gemeente vóór 1 augustus een jaar voor de fusie. Dat wordt 1 januari voor de fusie. De gemeente moet dan vóór 1 februari goedkeuring verlenen of beslissen de school zelf in stand te houden.
  • In de nieuwe situatie wordt het mogelijk om tussentijds een gemeente in twee gebieden te splitsen voor de bepaling van de opheffingsnorm. Dit kan handig zijn bij een groot verschil in bevolkingsdichtheid tussen een stedelijk en een plattelandsgedeelte in dezelfde gemeente. Er kunnen dan twee opheffingsnormen worden gehanteerd. Dit kan nu ook al, maar slechts op één datum. Straks is splitsing elk jaar mogelijk.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Verlaging opheffingsnormen kost miljoenen

De overheid zal tientallen miljoenen euro’s extra moeten betalen als de gemeentelijke opheffingsnormen in het primair onderwijs worden verlaagd. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW laten doorrekenen. 

Dekker geeft met de doorrekening gehoor aan een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie. De staatssecretaris heeft twee scenario’s laten doorrekenen:

  1. Verlaging van de opheffingsnormen naar maximaal 175, 150 of 100 leerlingen. De ondergrens blijft 23 leerlingen. De uitzonderingsbepalingen blijven van toepassing.
  2. De opheffingsnormen worden verlaagd volgens de drie bovenstaande varianten. Daarnaast verdwijnen de belangrijkste uitzonderingsbepalingen: gemiddelde schoolgrootte en laatste school van een richting/laatste openbare school.

Uitvoering van het eerste scenario leidt volgens Dekker tot hogere overheidsuitgaven. Uitgaand van een verlaging van de bovengrens van de opheffingsnorm tot 100 leerlingen en het jaar 2021, gaat het naar schatting om 97 scholen en nevenvestigingen die openblijven. De totale kosten voor de overheid die daarmee gemoeid zouden zijn, bedragen naar verwachting 26 miljoen euro in 2021.

In het tweede scenario zullen minder scholen en nevenvestigingen openblijven dan in het eerste scenario, ook als de bovengrens van de opheffingsnorm verlaagd wordt naar 100 leerlingen. Dit scenario kan echter ook leiden tot meer stichtingen van scholen. Het is derhalve moeilijk aan te geven welke extra kosten dit scenario met zich meebrengt.

Dekker voegt eraan toe dat het openblijven van meer kleine scholen er waarschijnlijk toe zal leiden dat meer gebouwen in gebruik blijven waarin sprake zal zijn van gedeeltelijke leegstand. De kosten die daaraan verbonden zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten.

Samenwerking

Dekker benadrukt dat hij een verlaging van de gemeentelijke opheffingnormen onverstandig vindt. Hij ziet meer in samenwerking tussen scholen.

‘Bij een verlaging van de opheffingsnorm voorzie ik een averechts effect dat ertoe kan leiden dat scholen juist minder gaan samenwerken. De huidige systematiek van de opheffingsnormen biedt al veel ruimte voor maatwerk. Het moedigt schoolbesturen aan om samen te werken aan een toekomstbestendig en robuust onderwijsaanbod in de regio’, aldus de staatssecretaris.

Lees meer…

 

‘Openbare samenwerkingsschool ongrondwettelijk’

Een samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs onder openbaar bestuur is in strijd met de Grondwet, ook als deze constructie wordt aangevuld met een identiteitscommissie en geschillenregeling. Dat staat in een advies van de Raad van State aan de Eerste Kamer.

De regering stelt dat in een samenwerkingsschool met een identiteitscommissie aangevuld met een geschillencommissie de samenwerking van openbaar en bijzonder onderwijs min of meer gelijkwaardig is. De Raad van State merkt echter op dat de gekozen constructie in strijd is met de Grondwet.

‘Een identiteitscommissie op schoolniveau kan er niet aan afdoen dat het laatste woord bij een conflict over het openbare karakter of de bijzondere identiteit van de school, bij het bevoegd gezag ligt. Een geschillenregeling maakt dat niet anders. Ook in dat geval blijft het bestuur van de school bij onderwerpen als richting en identiteit van de school, bij uitstek verantwoordelijk voor het realiseren van de statutaire doelstelling.’

De Raad van State stelt dat  een samenwerkingsschool onder overheidsbestuur ‘grondwettelijk ontoelaatbaar’ is, ook als er een identiteitscommissie wordt ingesteld en er een geschillenregeling komt. ‘Dat gegeven, gevoegd bij het feit dat de overheid zich als bevoegd gezag van de samenwerkingsschool niet kan binden aan het bijzonder onderwijs zonder in strijd te komen met het neutraliteitsvereiste en het vereiste van algemene benoembaarheid van het personeel, sluit een samenwerkingsschool waarvan het bestuur onder overwegende overheidsinvloed staat, grondwettelijk uit’, zo staat in het advies.

Lees het volledige advies

Het negatieve advies van de Raad van State is voor VOS/ABB geen verrassing, omdat de inhoud aansluit bij een eerder advies waarin de raad ook negatief oordeelde over de vorming van samenwerkingsscholen.

Samenwerking noodzakelijk!

Het voornamelijk bezwaar dat VOS/ABB ziet is dat het tegenhouden van de versoepeling van de regels rond de samenwerkingsscholen vooral de in krimpgebieden noodzakelijke samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de weg zit. Dit zorgt ervoor dat het aantal informele samenwerkingsvormen zal blijven toenemen, wat leidt tot een uitholling van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

Als de door de Tweede Kamer aangenomen Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool ook door de Eerste Kamer komt, kan met artikel 23 in het achterhoofd worden gehandeld om ook in krimpgebieden goed onderwijs te behouden.

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Studiemiddag ‘Openbaar onderwijs verbindt’

Tijdens de studiemiddag ‘Openbaar onderwijs verbindt!’ zijn in workshops verschillende actuele kwesties aan bod gekomen. De studiemiddag bij de pabo van Hogeschool De Kempel in Helmond was onderdeel van de School!Week 2017.

Na het welkomstwoord door bestuurslid Marcel Lemmen van Hogeschool De Kempel, volgde een inleiding door Wouter Sanderse van Fontys Lerarenopleiding Tilburg & Fontys Hogeschool Kind en Educatie. Hij is lector Beroepsethiek van leraren en sprak over morele dilemma’s waarmee leraren te maken kunnen krijgen.

Diploma Openbaar Onderwijs

Na de inleiding door Sanderse, volgde een aantal workshops. Zo verzorgde Monique Santegoets van Fontys Hogeschool Kind en Educatie een workshop over het door VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs ontwikkelde Diploma Openbaar Onderwijs. De leidende vraag in haar workshop was welke kennis een leerkracht nodig heeft om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan de levensbeschouwelijke en morele ontwikkeling op openbare basisscholen.

In de workshop die docent godsdienst/levensbeschouwing Karel Koolen van Hogeschool De Kempel gaf, ging het over de manier waarop docenten in de klas omstreden kwesties aan bod kunnen laten komen. Het traditionele instructiemodel blijkt niet toereikend als het erom gaat bepaalde vooroordelen onder leerlingen te corrigeren. De dialogische aanpak werkt beter. Daarbij staat het het onderzoekend leren in dialoog centraal.

Samenwerkingsscholen

Docent en onderzoeker Erik Renkema van Hogeschool Windesheim in Zwolle gaf een workshop over samenwerkingsscholen, die vooral in gebieden met demografische krimp in aantal toenemen. Het ging in deze workshop over de vraag wat er in samenwerkingsscholen gebeurt met de identiteit van het bijzonder respectievelijk openbaar onderwijs en hoe deze scholen levensbeschouwelijk onderwijs geven.

Psychotherapeute Reineke Buijsman en docent Lindi Thissen ten slotte verzorgden een workshop over het bespreekbaar maken van taboes in het licht van seksuele en emotionele ontwikkeling en het tegengaan van misbruik. Zij besteedden in dit kader specifiek aandacht aan doelen voor pabo-docenten en leerkrachten in het basisonderwijs.

Informatie: Marleen Lammers, 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

Gemeenten met krimp tackelen leegstand in scholen

Krimpende leerlingaantallen in het basisonderwijs hebben geen significante invloed op de doelmatigheid van onderwijshuisvesting door gemeenten, blijkt uit onderzoek van het CAOP en de TU Delft.

Veel gemeenten met krimp spelen daar volgens de onderzoekers vroeg en goed op in door bijvoorbeeld leegstaande schoolgebouwen te verhuren of een andere functie te geven. ‘Je moet als gemeente echt jaren van tevoren al rekening houden met de functie van het gebouw’, zegt onderzoeker Thomas Niaounakis tegen Binnenlands Bestuur.

‘Vaak werd een deel van een schoolgebouw ingezet voor een sociale functie, voor kinderopvang of sociale wijkteams bijvoorbeeld. Bij een andere locatie werd er een gezondheidscentrum gevestigd, compleet met huisartsen en fysiotherapeuten. Andere gemeenten voegden twee scholen samen of verhuurden de lege ruimtes gewoon aan derden’, aldus Niaounakis.

In het kader van de doordecentralisatie van onderwijshuisvesting en de financiële risico’s van leegstand pleiten de onderzoekers voor schoolorganisaties met minimaal 2000 leerlingen. De meeste schoolbesturen in het basisonderwijs zijn kleiner. Besturen kunnen mogelijk aan die minimumomvang voldoen door regionale samenwerking aan te gaan.

Lees meer…