Hoe goed sluit onderwijs aan op jeugdhulp?

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs zijn over het algemeen negatiever over de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp dan gemeenten. Dat blijkt uit een landelijke inventarisatie, die is uitgevoerd in het kader van de evaluatie passend onderwijs.

Uit de landelijk inventarisatie komt naar voren dat het merendeel van de gemeenten en samenwerkingsverbanden op weg is om de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp tot stand te brengen. Ongeveer de helft zit in de opbouwfase en ongeveer een kwart is bezig met verankering van de samenwerking. Ruim een kwart verkeert echter nog in de start- of oriëntatiefase.

Samenwerkingsverbanden zijn naar eigen zeggen met kerngemeenten wat verder dan met de overige gemeenten in de regio. De aansluiting van jeugdhulp met speciaal onderwijs loopt volgens beide partijen achter op die met het reguliere onderwijs.

De helft van de samenwerkingsverbanden en tweederde tot driekwart van de gemeenten heeft de indruk dat de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp op dit moment al meerwaarde genereert. Dan gaat het bijvoorbeeld om meer hulp en ondersteuning in de eigen omgeving, minder kinderen die zonder onderwijs thuiszitten en meer maatwerk.

Ruim de helft van de gemeenten ziet nog meer opbrengsten, zoals tevreden ouders, preventie van problematiek bij leerlingen en tijdige inzet van hulp en ondersteuning. De meeste samenwerkingsverbanden zien die opbrengsten echter (nog) niet.

Download de Landelijke inventarisatie aansluiting onderwijs en jeugdhulp 2018.

‘Gemeenten moeten álle kinderen met dyslexie helpen’

Gemeenten moeten de zorg betalen voor alle kinderen met dyslexie en niet – zoals ze nu doen – alleen voor kinderen met ernstige dyslexie. Dat kan de consequentie zijn van een uitspraak van de rechtbank Overijssel, meldt de Gelderlander.

De Gelderse krant schrijft over de ouders van een jongetje van 10 met problemen met lezen en spellen die naar de rechter waren gestapt, omdat de gemeente Zwolle de dyslexiezorg voor hun zoon niet betaalt.

Bijna alle gemeenten vergoeden alleen de zorg aan kinderen met ernstige enkelvoudige dyslexie (EED), meldt de krant op basis van een woordvoerder van het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) in Arnhem. Aan die eis voldoet de jongen niet.

De rechtbank stelt echter dat dyslexie een psychisch probleem is en wijst erop dat de Jeugdwet voorschrijft dat gemeenten kinderen met psychische problemen moeten helpen. Dat zou betekenen dat dyslexiezorg niet mag worden geweigerd als een kind geen EED heeft.

Lees meer…

Overal doorzettingsmacht nodig voor minder thuiszitters

Alle samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten doorzettingsmacht hebben. Zo kan het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag worden gebracht, benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Op de vraag uit de Tweede Kamer hoe het komt dat er nog steeds veel kinderen thuiszitten zonder onderwijs, terwijl elk samenwerkingsverband een dekkend onderwijsaanbod zou moeten hebben en scholen zorgplicht hebben, antwoordt Slob dat kinderen soms thuiszitten doordat er nog geen overeenstemming is over een aanbod.

‘In sommige gevallen heeft een samenwerkingsverband langer tijd nodig om tot een passend aanbod te komen’, aldus de minister. Daarvoor bestaan volgens hem verschillende oorzaken, omdat de situatie van iedere thuiszitter uniek is en een eigen oplossing behoeft.

‘Vaak is deze oplossing niet alleen in het onderwijs gelegen, maar ook in de zorg. Mede vanwege de veelvoud aan partijen die betrokken zijn bij de thuiszitter, kan het veel tijd kosten om te komen tot een gedragen inschatting van de behoefte van de leerling en een besluit over (de financiering van) het aanbod’, zo licht Slob toe.

In dit kader benadrukt hij dat doorzettingsmacht van het samenwerkingsverband kan helpen, maar dat dit nog niet in alle regio’s is geregeld. ‘Daarom heeft dit kabinet zich de ambitie gesteld dat in alle samenwerkingsverbanden doorzettingsmacht geregeld wordt’, aldus Slob.

Lees meer…

Zonder startkwalificatie nog altijd weinig kans op werk

Het aantal jongvolwassenen zonder startkwalificatie dat geen werk en geen uitkering heeft, is de afgelopen jaren licht gestegen, meldt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Toezicht Sociaal Domein doet onderzoek naar de participatie van jongvolwassenen van 18 tot en met 27 jaar die (voortijdig) zijn uitgestroomd uit het voorgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entree-opleidingen in het mbo.

Het blijkt dat deze kwetsbare groep mensen moeilijk aan het werk komt. ‘Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat hun participatie ondanks alle inzet van beleid en uitvoering nog altijd laag is’, meldt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

De inspectie voegt daaraan toe dat een deel van de groep geen onderwijs volgt, niet werkt en ook geen uitkering heeft. Het is niet duidelijk waarom het niet lukt om hen mee te laten doen met de maatschappij.

Lees meer…

Actieplan: Alle kinderen hebben recht op kansen!

De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Jeugd en van Justitie en Veiligheid hebben het actieprogramma Zorg voor de jeugd gepresenteerd. Daarin staat onder andere dat alle kinderen recht hebben op kansen om zich te ontwikkelen.

Daarvoor is het van belang dat er flexibele onderwijs-zorgarragementen komen. In het actieprogramma staat dat samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs daarin een belangrijke taak hebben. Zij moeten zich met jeugdhulpregio’s inspannen om te komen tot ‘een meerjarig plan waarin ze aangeven hoe ze de inzet van onderwijsmiddelen en zorgmiddelen beter op elkaar afstemmen’.

Het doel is ‘dat in 2020 geen enkel kind langer dan 3 maanden thuis zit zonder een passend aanbod uit het onderwijs, de zorg, of beide’, zo staat in het actieprogramma.

Ga naar het actieprogramma Zorg voor de jeugd

 

 

Leerlingen ‘zwaar beschadigd’ naar speciaal onderwijs

Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs is voor het eerst sinds jaren weer gegroeid. Dat staat in het Algemeen Dagblad.

Volgens het AD nam het aantal toe met 800, zo meldt de krant op basis van een eigen analyse. Het zou vooral gaan om leerlingen die op latere leeftijd naar het speciaal onderwijs gaan, omdat ze in het reguliere onderwijs zijn vastgelopen. Veel van deze kinderen zijn volgens het AD ‘zwaar beschadigd’.

Lees meer…

Krant overdrijft

De Algemene Onderwijsbond (AOb) nuanceert het bericht van het AD. Volgens de bond is het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs niet met 800 toegenomen, maar met 672. Daartegenover staat een krimp in het voortgezet speciaal onderwijs van 306 leerlingen. In totaal gaat het dus om een groei van 366 leerlingen (0,5 procent).

Lees meer…

 

 

 

Studiemiddag over begeleiding laagbegaafde jongeren

Op woensdagmiddag 22 november is bij Inholland in Haarlem de gratis studiemiddag ‘Talentbegeleiding bij laagbegaafde jongeren’.

Er wordt gesproken over passende begeleiding en ondersteuning. Onder andere het Landelijk Kenniscentrum LVB (de letters staan voor ‘lichte verstandelijke beperking’),  jeugdhulpverleningsorganisatie MEE, Bureau Halt en Hogeschool Inholland werken aan deze middag mee.

Lees meer…

‘Geld jeugdhulp deels overhevelen naar onderwijs’

Een deel van het geld dat nu naar jeugdhulp gaat, kan beter worden besteed aan onderwijs. Dat stelt psycholoog en onderwijskundige Bert Wienen in NRC.

Wienen, die werkt bij het onderwijsadviesbureau CPS, doet zijn uitspraak in het artikel Rust en regelmaat in plaats van Ritalin, dat gaat over het diagnosticeren van kinderen die op school problemen hebben. Zijn boodschap is dat een diagnose soms helemaal niet nodig is, omdat er ook extra onderwijsvoorzieningen kunnen worden getroffen.

Hij pleit ervoor een deel van het geld voor jeugdhulp over te hevelen naar de scholen. ‘Geld beschikbaar stellen voor het weer waarderen van het vak van leraar, om extra lessen te geven, extra ondersteuning, extra instructie’, aldus Wienen.

Lees meer…

Magazine Naar School! heeft in het aprilnummer aandacht besteed aan samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. U kunt het artikel downloaden:

Snelle actie voorkomt gedragsproblemen

 

‘Te veel thuiszitters door lichtvaardig beleid’

‘Vrijstelling mag niet het afvoerputje worden voor kinderen die complex of duur zijn’, zegt aanjager Marc Dullaert van het Thuiszitterspact in het AD.

Een kind kan door de leerplichtambtenaar van de gemeente worden vrijgesteld van de leerplicht als het bijvoorbeeld door ernstige psychische of lichamelijke klachten niet in staat is onderwijs te volgen. Dullaert ziet in de praktijk dat hier te lichtvaardig mee wordt omgesprongen. Volgens hem worden leerlingen geweigerd, omdat ze ‘te duur’ zijn en scholen onvoldoende expertise in huis hebben.

Dullaert wijst erop dat er meer dan 1 miljard euro is uitgetrokken voor passend onderwijs. ‘Dat geld ligt bij de scholen’, zo zegt hij. Daarbij tekent hij aan dat de zorgkosten voor de gemeenten zijn. ‘Zorg en onderwijs moeten dus samenwerken’, aldus Dullaert in het AD.

Lees meer…

Grote steden willen veel minder thuiszitters

De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben samen met acht samenwerkingsverbanden concrete afspraken gemaakt om het aantal thuiszitters fors te laten dalen, meldt de website rijksoverheid.nl.

De vier grote steden en de betreffende samenwerkingsverbanden gaan onder meer regelen dat jongeren die thuiszitten sneller hulp krijgen vanuit de zorg, dat leerlingenvervoer geen probleem meer vormt als er een onderwijsplek is gevonden en dat alles op alles wordt gezet qua preventie.

De afspraken zijn een regionale uitwerking van het landelijke Thuiszitterspact. Dat werd vorig jaar gesloten door staatssecretarissen Sander Dekker van OCW en Martin van Rijn van Volksgezondheid. Het doel van dat pact is dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend onderwijsaanbod.

Lees meer…

Zembla over thuiszitters zonder leerplicht

Het onderzoeksjournalistieke programma Zembla heeft woensdagavond aandacht besteed aan passend onderwijs en de problematiek van thuiszitters.

Het ging onder meer over de toename van het aantal kinderen met een zogenoemde vrijstelling 5 onder a. Zij zijn vrijgesteld van leerplicht. Sinds het schooljaar 2011-2012 is het aantal kinderen met een dergelijke vrijstelling met 60 procent toegenomen, zo staat in een rapport dat in oktober is verschenen.

De vrijstelling 5 onder a is bedoeld voor kinderen bij wie de problematiek dusdanig groot is (bijvoorbeeld meervoudige beperking) dat het volgen van onderwijs niet mogelijk lijkt. Uit de uitzending van Zembla komt het beeld naar voren dat deze vrijstelling ook wordt verleend als er geen sprake is van ‘onleerbaarheid’.

Via de website van Zembla kunt u de uitzending terugkijken.

Thuiszitters nog onvoldoende geholpen

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW zegt helaas het beeld te herkennen dat een deel van de scholen en gemeenten nog onvoldoende werk maakt van de thuiszittersproblematiek. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen van Loes Ypma van de PvdA en het zelfstandige lid Norbert Klein.

De vragen van Ypma en Klein volgden op het Volkskrant-artikel Duizenden kinderen zitten ‘volstrekt onnodig’ thuis. Dekker zegt in zijn antwoorden dat er al veel wordt gedaan om het aantal thuiszitters te verminderen, maar hij ziet dus ook dat een deel van de scholen en gemeenten daar nog onvoldoende werk van maakt.

‘De samenwerking komt soms moeilijk van de grond en het vinden van passend aanbod gaat niet snel genoeg’, aldus de staatssecretaris.

Thuiszitters de dupe van gesteggel over geld

Als schrijnend voorbeeld noemt hij ‘gesteggel over geld’ waarvan leerlingen die ondersteuning nodig hebben de dupe worden. Er zijn volgens hem echter ook genoeg voorbeelden van goede oplossingen. ‘Bijvoorbeeld door het gezamenlijk dragen van de kosten’, schrijft Dekker.

Het ministerie van OCW gaat samen met Marc Dullaert van het Thuiszitterspact goede voorbeelden van samenwerking bundelen en uitdragen in het onderwijsveld.

Lees meer…

 

 

Handreiking gegevensuitwisseling passend onderwijs

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft een handreiking gepubliceerd over passend onderwijs en gegevensuitwisseling.

In de handreiking komt onder andere aan bod wat verstaan wordt onder verwerken van persoonsgegevens, gegevensuitwisseling binnen school, uitgangspunten voor gegevensuitwisseling met externe samenwerkingspartners, doelbinding en transparantiebeginsel, rechten van ouders en leerling en bijzondere persoonsgegevens.

De handreiking is bedoeld voor scholen die in het kader van passend onderwijs samenwerken met onder andere jeugdhulp, de leerplichtambtenaar en de jeugdgezondheidszorg.

Download Handreiking gegevensuitwisseling

Ziekteverzuim onder leerlingen snel te halveren

Ziekteverzuim onder leerlingen in het voortgezet onderwijs is snel terug te dringen met een methode die is ontwikkeld door de GGD West-Brabant. 

Het is wetenschappelijk aangetoond dat de Brabantse methode M@ZL (Medische Advisering Ziekgemelde Leerling) het ziekteverzuim onder leerlingen halveert. Het gaat om aandacht voor leerlingen die zich vaak (vier keer per kwartaal of meer) of lang (meer dan 7 schooldagen aaneen) ziekmelden.

Achter dit soort ziekmeldingen blijkt vaak een bepaalde problematiek schuil te gaan, zoals leefstijl- of motivatieproblemen, psychosociale problemen of langdurige ziekte. In al die gevallen kan de school in samenwerking met de jeugdarts, de leerplichtambtenaar, de ouders en het kind zelf naar een passende oplossing zoeken. Zo wordt voorkomen dat leerlingen uitvallen.

Dat levert meer op dan de zaak op zijn beloop laten. Toch gebeurt dat nu nog vaak, omdat scholen het moeilijk vinden de ouders aan te spreken op ziekteverzuim.

Dagblad AD laat met enkele voorbeelden uit de praktijk zien hoe M@ZL werkt. 

Methode tegen ziekteverzuim officieel erkend

De methode is ontworpen en onderzocht door jeugdarts Yvonne Vanneste, die hierop promoveerde. M@ZL is inmiddels erkend door de Erkenningscommissie Interventies. Veel vo-scholen in West-Brabant werken ermee.

M@ZL is beschikbaar voor scholen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Het omvat materiaal en een workshop voor mentoren. Het kost ongeveer 17 euro per leerling, maar levert volgens de GGD een veelvoud op.

Passend onderwijs geldt ook tijdens schoolreisjes

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW betreurt het dat een meisje uit groep 8 van een basisschool in Drenthe vanwege haar gedragsstoornis niet mee mocht op schoolreisje. Dat laat hij weten in antwoord op Kamervragen van de SP.

De vragen van SP-Kamerlid Tjitske Siderius volgden op een bericht in de Telegraaf. Zij wilde van Dekker weten of hij het wenselijk acht ‘dat kinderen met een beperking buitengesloten worden van activiteiten met klasgenoten’.

Het antwoord van de staatssecretaris is dat elke school verantwoordelijk is voor het onderwijs aan alle ingeschreven leerlingen. ‘Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften biedt een school daarbij passende en redelijke ondersteuning en voorzieningen’, aldus Dekker. Dit heeft, zo benadrukt hij, ook betrekking op buitenschoolse activiteiten, zoals schoolreisjes.

De staatssecretaris meldt verder dat hij contact heeft opgenomen met de betreffende school en dat die heeft aangegeven op zoek te zijn naar adequate begeleiding tijdens schoolreisjes of excursies. ‘Mede op basis van deze casus gaan zij bekijken op welke wijze dit in het vervolg nog beter georganiseerd kan worden’, zo staat in de antwoorden van Dekker.

Marc Dullaert gaat ‘thuiszitterspact’ aanjagen

Voormalig kinderombudsman Marc Dullaert is aangesteld als aanjager van een pact om het aantal zogenoemde thuiszitters omlaag te brengen. 

De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Veiligheid en Justitie (VeJ), de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een ‘thuiszitterspact’ gesloten.

Doel is dat er in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend onderwijsaanbod. Afgelopen jaar zaten circa 10.000 kinderen voor korte of lange tijd thuis. ‘Dat aantal moet omlaag. Elk kind heeft recht op onderwijs’, benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Er moet een sluitende aanpak komen ‘zodat kinderen en hun ouders niet meer van het kastje naar de muur gestuurd kunnen worden’, aldus Dekker.

Lees meer…

Nederland zakt weg op kinderrechtenindex

Nederland is op de internationale KidsRights Index gezakt van de tweede naar de dertiende plaats.

Deze index is een jaarlijks vastgestelde ranglijst die weergeeft hoe kinderrechten wereldwijd worden nageleefd en in hoeverre landen zich inzetten om de rechten van kinderen te verbeteren. Dat Nederland fors is gezakt, komt door de beoordeling die ons land vorig jaar heeft gekregen van het VN Kinderrechtencomité in Genève.

Het VN-comité signaleerde een verslechtering van omgevingsfactoren die nodig zijn om kinderrechten te waarborgen. Nederland scoorde slechter op de factoren ‘beschikbaar budget’ en ‘faciliterende wetgeving’. Meer Nederlandse kinderen leven in armoede. Gezinnen met weinig geld voelen de gevolgen van bezuinigingen.

Lees meer…

Symposium ‘Les aan getraumatiseerde kinderen’

Er komt een tweede editie van het symposium ‘Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen’ en wel op 30 maart in Amsterdam. Deelnemers leren hier het (probleem)gedrag van getraumatiseerde kinderen herkennen en begrijpen.

De hersenen van kinderen die op jonge leeftijd chronisch getraumatiseerd zijn, ontwikkelen zich anders dan hersenen van kinderen die in een veilige en voorspelbare omgeving opgroeien. Wat betekent dat voor de ontwikkeling van kinderen en voor hun functioneren op school? Daarover schreven Leony Coppens, Carina van Kregten en Marthe Schneijderberg een praktisch handboek voor het basisonderwijs. Wie inschrijft voor het middagsymposium, krijgt het boek aan het eind van de dag mee. Leony Coppens verzorgt op het symposium van 30 maart ook een plenaire inleiding. Vervolgens kunnen de deelnemers kiezen uit drie workshops.

Een van de workshops gaat specifiek over de opvang van vluchtelingenkinderen die een traumatische periode achter de rug hebben. Daar heeft magazine Naar School!, dat op dinsdag 16 februari verschijnt, ook een artikel aan gewijd met praktische tips. De redactie ging daarvoor te rade bij o.a. Leony Coppens. Het artikel in Naar School! kunt u hier al lezen.

Meer informatie en inschrijven voor het symposium

 

Gratis hulp voor dikke kinderen in Amsterdam

De gemeente Amsterdam en zorgverzekeraar Zilveren Kruis gaan gezamenlijk 9.000 kinderen met ernstig overgewicht helpen. Zilveren Kruis, een partner van VOS/ABB, betaalt de kosten voor een zorgcoördinator.

Een op de vijf kinderen in Amsterdam kampt met overgewicht, dat zijn 25.000 kinderen. Zo’n 2.300 daarvan hebben te maken met morbide obesitas, een levensbedreigende vorm van overgewicht. Hoewel de gemeente het grootste deel van de kinderen in haar vizier heeft, roept het ouders die denken dat hun kind ook in aanmerking komt voor de proef op om zich te melden bij het Ouder- en Kindteam in hun wijk. Mensen die niet via Zilveren Kruis verzekerd zijn kunnen ook meedoen met de proef.

In 2033 alle kinderen op gezond gewicht
De gemeente Amsterdam heeft als doel dat in 2033 alle kinderen op een gezond gewicht zijn. De Amsterdamse wethouder Eric van den Brug denkt dat de kinderen jarenlang begeleid moeten worden om te leren hoe ze hun leefstijl structureel kunnen veranderen. De zorgcoördinator die wordt ingezet, is een speciaal opgeleide jeugdverpleegkundige die alle zorg coördineert.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ondersteunt deze proef. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toestemming gegeven.

Zilveren Kruis is een van de zorgverzekeraars met wie VOS/ABB een collectief contract heeft afgesloten voor haar leden. Medewerkers van aangesloten schoolbesturen en hun gezinsleden profiteren van zeer hoge kortingen op de zorgpremie.
Meer over de collectieve zorgverzekering 

Minder verzuim, maar we zijn er nog niet

Het aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren dat niet staat ingeschreven bij een school, is vorig jaar aanzienlijk gedaald. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Kinderen en leer- of kwaklificatieplichtige jongeren die niet staan ingeschreven bij een school, zijn ‘aboluut verzuimers’. Hun aantal is in het schooljaar 2014-2015 met 11 procent gedaald van 6714 naar 5956 ten opzichte van het schooljaar ervoor.

Uit de gegevens waar Dekker zich op baseert, blijkt dat bij een aanzienlijk deel van de jongeren dat zonder onderwijs thuiszit, het langer dan drie maanden duurt voordat dit probleem is opgelost. ‘Er moet de komende jaren dus nog flinke actie ondernomen worden om in 2020 de doelstelling te bereiken dat geen kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend onderwijsaanbod’, aldus de staatssecretaris.

Hij signaleert dat er grote verschillen zijn tussen de gemeenten. ‘In de ene gemeente ligt het verzuim vele malen lager dan in de andere. Dat laat zien dat het mogelijk is om op lokaal of regionaal niveau het verschil te maken en daadwerkelijk resultaten te boeken’, zo staat in de brief van Dekker.

Zie ook Cijfers schoolverzuim 2014-2015.

Nieuwe publicatie over passend onderwijs en jeugdzorg

In het derde deel van de serie Samen om het kind van het Nederlands Jeugdinstituut wordt een impressie gegeven van nieuwe manieren waarop scholen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, gemeenten en jeugdzorginstellingen samenwerken.

De nieuwe publicatie Op school, thuis en in de wijk behandelt verschillende vragen die voortkomen uit de invoering van passend onderwijs en de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten. De publicatie is bestemd voor professionals, beleidsmedewerkers en bestuurders van gemeenten, organisaties in de jeugdsector, scholen en samenwerkingsverbanden.

Het boekje kost 12,50 euro. U kunt het online bestellen.

Meer eenoudergezinnen, behalve onder Surinamers

In bijna twintig jaar tijd is het aandeel 15-jarigen dat bij beide ouders woont gedaald van 80 tot 71 procent. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De woonsituatie van 15-jarigen hangt volgens het CBS sterk samen met de herkomstgroep. Driekwart van de autochtone 15-jarigen woonde begin 2015 bij beide ouders. Dat gold in vergelijkbare mate ook voor kinderen van Marokkaanse en Turkse herkomst.

In Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse gemeenschappen komt het alleenstaand moederschap vaak voor: slechts 44 procent van de Surinaamse kinderen en 33 procent van de Antilliaanse/Arubaanse herkomst woonde bij beide ouders.

Opmerkelijk is dat het aandeel eenoudergezinnen onder Surinamers sinds 1996 met een kwart is afgenomen. Het CBS heeft daar geen verklaring voor.

Thuiszitters hoog op agenda van inspectie

Het risicogerichte onderzoek van Inspectie van het Onderwijs bij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs moet er in principe toe leiden dat die per 1 augustus 2016 het basisarrangement hebben. Dat blijkt uit een toelichting die de inspectie onder andere aan VOS/ABB heeft gegeven tijdens een bijeenkomst met diverse andere belangenorganisaties van het primair en voortgezet onderwijs.

In het lopende onderzoek van de inspectie bij de samenwerkingsverbanden (swv’s) staat het terugdringen van het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit hoog op de agenda. Het beleid hieromtrent is nog onvoldoende uitgewerkt.

De swv’s spannen zich op dit punt in, maar de praktijk wijst uit dat het tijd nodig heeft om in de regio goede afspraken te maken. Soms worden belemmeringen ervaren door regelgeving bij het ontwerp van arrangementen.

Verder blijkt dat verevening speelt een belangrijke rol speelt. Dat geldt ook voor communicatie met ouders. Het algemene beeld is dat dit meer aandacht verdient.

De inspectie signaleert voorts dat het interne toezicht nog niet overal goed is geregeld. Wanneer het interne toezicht op een afdoende wijze is georganiseerd, wil de inspectie meer terugtreden. Ondersteuningsplanraden worden hier doorgaans goed bij betrokken.

Vanaf augustus 2016 wordt het toezicht op swv’s aangepast. Ze krijgen dan in principe allemaal het basisarrangement, tenzij er dan nog voortgangsgesprekken worden gevoerd. Het zal dan dus zo zijn dat niet meer alle swv’s door de inspectie worden bezocht.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Pleegzorg Nederland zoekt 3500 nieuwe pleeggezinnen

Pleegzorg Nederland is een campagne begonnen voor meer pleegouders: Supergewone Mensen Gezocht.

In 2014 woonden 21.880 kinderen in Nederland voor korte of langere tijd bij pleegouders. Sinds 2005 is dat aantal met bijna 70 procent gestegen. Die forse groei kan Pleegzorg Nederland niet met de huidige pleegouders opvangen.

Met de wervingscampagne Supergewone Mensen Gezocht wil Pleegzorg Nederland 3500 nieuwe pleeggezinnen werven.

Lees meer…

Dekker zet in op nul thuiszitters in 2020

Vanaf 2020 zou geen enkel kind zonder onderwijs thuis mogen zitten. Het moet dan echt lukken om voor elke leerling passend onderwijs te realiseren, stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker zei dit tijdens het algemeen overleg in de Tweede Kamer naar aanleiding van de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs. Daarin staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten, steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen.’

In de Kamer zei hij dat het mogelijk is om in 2020 voor elk kind passend onderwijs te vinden als in iedere regio een persoon wordt aangesteld met doorzettingsmacht. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft om een passend aanbod te doen.

De staatssecretaris herhaalde tijdens het overleg dat de zorgplicht de kern is van passend onderwijs. Dit betekent dat schoolbesturen de plicht hebben voor elk kind reguliere dan wel speciaal onderwijs te regelen dat bij hem of haar past. ‘Scholen die zeggen: ‘u kunt uw kind hier niet inschrijven’, kunnen binnenkort bezoek van de Inspectie verwachten’, aldus Dekker.