Aantal geschillen passend onderwijs stabiel

De Geschillencommissie passend onderwijs heeft  vorig jaar 78 zaken in behandeling gehad. Dat is net zoveel als in het schooljaar 2015-2016.

In het jaarverslag 2017 van de commissie staat dat de meeste zaken (circa 80 procent) over de verwijdering van een leerling gingen. Een kleiner aantal ging over toelating/inschrijving. In 56 gevallen deed de commissie uitspraak. Dat is minder dan in 2015-2016, toen 62 uitspraken werden gedaan.

De Geschillencommissie passend onderwijs bestaat sinds 1 augustus 2014. De commissie behandelt geschillen over het ontwikkelingsperspectief, toelating tot het onderwijs van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte en geschillen over definitieve verwijdering.

Ga naar het jaarverslag 2017

 

School moet ouders forse schadevergoeding betalen

Onderwijsstichting De Kempen is veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding, omdat een leerling met dyslexie naar het oordeel van de rechter onvoldoende begeleiding heeft gekregen.

De leerling met dyslexie zat op het rooms-katholieke Pius X-College in Bladel. Vanwege zijn lage cijfers adviseerde de school hem af te stromen naar het vmbo. Zijn ouders waren het hiermee niet eens en besloten hun zoon naar een privéschool te sturen. Daar behaalde hij zijn havo-diploma. Inmiddels zit hij in 6 vwo.

De rechter rekent het de school ernstig aan dat die de dyslectische leerling onvoldoende begeleiding heeft geboden. Onderwijsstichting De Kempen waar het Pius X-College in Bladel onder valt, is veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van ruim 4600 euro.

Ga naar de uitspraak  

Scholen móeten voldoen aan Wet passend onderwijs

Alle scholen die rijksbekostiging krijgen, moeten voldoen aan de Wet passend onderwijs. Dit betekent dat ze voor elke leerling een passende onderwijsplek moeten vinden. Dat heeft minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs dinsdag in het vragenuurtje in de Tweede Kamer benadrukt.

De minister reageerde op vragen van VVD-Tweede Kamerlid Bente Becker. Zij ging in op de uitzending van het tv-programma De Monitor, waarin werd gesteld dat reguliere scholen hun rijksbekostiging soms gebruiken om zorgleerlingen te plaatsen op dure particuliere scholen. Becker wijst erop dat dat verboden is en wilde van de minister weten wat de Inspectie van het Onderwijs hiertegen doet.

De minister reageerde door te stellen dat volgens de Wet passend onderwijs ieder kind recht heeft op een passende onderwijsplek in zijn of haar regio. ‘De publieke scholen moeten zo’n plek dus aanbieden, dat is hun zorgplicht’, aldus Slob. Hij vindt het zorgelijk dat sommige scholen daar kennelijk niet in slagen. De minister is het met Becker eens dat de inspectie de scholen hierop moet aanspreken.

Hij roept de scholen die zorgleerlingen verwijzen naar particuliere scholen op zich te melden, zodat het probleem bespreekbaar kan worden gemaakt.

Leerlingen ‘zwaar beschadigd’ naar speciaal onderwijs

Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs is voor het eerst sinds jaren weer gegroeid. Dat staat in het Algemeen Dagblad.

Volgens het AD nam het aantal toe met 800, zo meldt de krant op basis van een eigen analyse. Het zou vooral gaan om leerlingen die op latere leeftijd naar het speciaal onderwijs gaan, omdat ze in het reguliere onderwijs zijn vastgelopen. Veel van deze kinderen zijn volgens het AD ‘zwaar beschadigd’.

Lees meer…

Krant overdrijft

De Algemene Onderwijsbond (AOb) nuanceert het bericht van het AD. Volgens de bond is het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs niet met 800 toegenomen, maar met 672. Daartegenover staat een krimp in het voortgezet speciaal onderwijs van 306 leerlingen. In totaal gaat het dus om een groei van 366 leerlingen (0,5 procent).

Lees meer…

 

 

 

Dekker weerspreekt rechtsongelijkheid passend onderwijs

Het klopt het dat het ene samenwerkingsverband voor passend onderwijs andere toelaatbaarheidsverklaringen kan afgeven dan het andere samenwerkingsverband. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van D66.

Dekker reageert op vragen van Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66, die bij de staatssecretaris aan de bel had getrokken naar aanleiding van een bericht op de website van de christelijke profielorganisatie Verus. In dat bericht wordt melding gemaakt van rechtsongelijkheid, omdat het ene samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het (voortgezet) speciaal onderwijs afgeeft tot 20 jaar, terwijl het andere samenwerkingsverband zo’n verklaring afgeeft tot 16 jaar.

Verschillende criteria passend onderwijs

Staatssecretaris Dekker antwoordt dat het inderdaad mogelijk is dat het ene samenwerkingsverband andere criteria hanteert dan het andere: ‘Elk samenwerkingsverband legt in zijn ondersteuningsplan de procedure en criteria vast op basis waarvan een leerling toelaatbaar kan worden verklaard (…).’

Hij wijst erop dat in de Wet op de expertisecentra staat dat leerlingen uiterlijk tot hun twintigste levensjaar ingeschreven kunnen blijven op het voortgezet speciaal onderwijs, maar dat dat geen absolute leeftijdsgrens is. ‘Het uitgangspunt is dat per leerling de afweging wordt gemaakt wat het beste bij zijn of haar ontwikkeling past: langer verblijf in het onderwijs of een vervolgbestemming buiten het onderwijs, zoals dagbesteding’, aldus Dekker.

Lees meer…

Landelijke criteria praktijkonderwijs en lwoo loslaten?

Wij willen graag van u weten hoe u denkt over het loslaten van de landelijke criteria voor praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).

Sinds ruim een jaar vallen lwoo en praktijkonderwijs onder de verantwoordelijkheid van de samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs. Sindsdien zijn de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor alle vormen van onderwijsondersteuning die leerlingen in de klas nodig hebben.

Op dit moment gelden nog de landelijke criteria en duur van de toewijzing van lwoo en praktijkonderwijs en de lwoo-licenties. Middels een wetswijziging zal dit in de nabije toekomst worden losgelaten. De scholen in het samenwerkingsverband zijn dan vrij om – net als bij de zware ondersteuning – zelf te bepalen welke leerlingen lwoo-ondersteuning nodig hebben in het vmbo en welke leerlingen naar het praktijkonderwijs gaan.

Praktijkonderwijs gaat verloren?

Van leden horen wij dat gevreesd wordt dat door het loslaten van de criteria de identiteit van het praktijkonderwijs verloren gaat. Het zou een zelfstandige richting moeten blijven die net zoals vmbo, havo en vwo volwaardige bekostiging moet behouden.

Daarnaast vindt het praktijkonderwijs dat de leerlingen ervan verzekerd moeten zijn dat ze in een veilige leeromgeving komen waarin ze worden herkend en erkend. Door het loslaten van de landelijke criteria ontstaat de angst dat deze veilige omgeving niet meer kan worden gegarandeerd.

Wat vindt u?

Wij zijn benieuwd hoe u denkt over het loslaten van de criteria. Bent u daar voorstander van of juist niet (en waarom)? U kunt uw reactie mailen naar onze beleidsmedewerker Rozemarijn Boer: rboer@vosabb.nl.

Wij nemen de input mee in onze lobby-activiteiten bij de landelijke politiek.

Grote steden willen veel minder thuiszitters

De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben samen met acht samenwerkingsverbanden concrete afspraken gemaakt om het aantal thuiszitters fors te laten dalen, meldt de website rijksoverheid.nl.

De vier grote steden en de betreffende samenwerkingsverbanden gaan onder meer regelen dat jongeren die thuiszitten sneller hulp krijgen vanuit de zorg, dat leerlingenvervoer geen probleem meer vormt als er een onderwijsplek is gevonden en dat alles op alles wordt gezet qua preventie.

De afspraken zijn een regionale uitwerking van het landelijke Thuiszitterspact. Dat werd vorig jaar gesloten door staatssecretarissen Sander Dekker van OCW en Martin van Rijn van Volksgezondheid. Het doel van dat pact is dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend onderwijsaanbod.

Lees meer…

Zembla over thuiszitters zonder leerplicht

Het onderzoeksjournalistieke programma Zembla heeft woensdagavond aandacht besteed aan passend onderwijs en de problematiek van thuiszitters.

Het ging onder meer over de toename van het aantal kinderen met een zogenoemde vrijstelling 5 onder a. Zij zijn vrijgesteld van leerplicht. Sinds het schooljaar 2011-2012 is het aantal kinderen met een dergelijke vrijstelling met 60 procent toegenomen, zo staat in een rapport dat in oktober is verschenen.

De vrijstelling 5 onder a is bedoeld voor kinderen bij wie de problematiek dusdanig groot is (bijvoorbeeld meervoudige beperking) dat het volgen van onderwijs niet mogelijk lijkt. Uit de uitzending van Zembla komt het beeld naar voren dat deze vrijstelling ook wordt verleend als er geen sprake is van ‘onleerbaarheid’.

Via de website van Zembla kunt u de uitzending terugkijken.

Dekker tempert angst praktijkonderwijs

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW denkt niet dat het praktijkonderwijs te maken krijgt met een toeloop van leerlingen met gedragsproblemen. Hij reageert daarmee op een artikel in het AD waarin de directeur van een praktijkschool die angst uitspreekt.

PvdA-Kamerlid Loes Ypma had vragen gesteld aan Dekker naar aanleiding van het artikel in het AD. Daarin spreekt directeur André Dokman van het Futura College in Woerden zijn vrees uit dat het loslaten van de landelijke criteria van het praktijkonderwijs zal leiden tot de komst van onder anderen cluster 4-leerlingen.

Met zijn antwoorden probeert Dekker die angst te temperen. ‘Sinds de invoering van passend onderwijs wijzen de samenwerkingsverbanden leerlingen op een zorgvuldige en professionele wijze ondersteuning toe. Ik heb er vertrouwen in dat samenwerkingsverbanden dat ook voor het praktijkonderwijs kunnen doen’, aldus de staatssecretaris.

Maatwerk en praktijkonderwijs

Als de criteria voor het praktijkonderwijs zijn losgelaten, kunnen samenwerkingsverbanden die criteria laten aansluiten op de criteria voor andere vormen van ondersteuning in de regio. Zo kan er volgens Dekker in de regio worden bepaald op welke school een leerling het best op zijn plek is. ‘Hierdoor zullen samenwerkingsverbanden nog beter in staat zijn maatwerk te leveren’, zo schrijft hij.

Hij tekent daarbij aan dat bij de invoering van passend onderwijs ook vrees bestond voor een grote toeloop van leerlingen uit het (voortgezet) speciaal onderwijs naar het reguliere onderwijs. ‘Dit is niet gebeurd’, aldus Dekker.

Lees meer…

Geld passend onderwijs blijft deels op plank liggen

Een deel van de samenwerkingsverbanden zet het beschikbare budget voor passend onderwijs nog niet of nog niet in zijn geheel in. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt dat geen goed teken.

Dekker baseert zich een analyse van de jaarverslagen over 2015 van alle samenwerkingsverbanden. Hij is onaangenaam verrast, zo blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer, omdat hij ook hoort dat kinderen geen passende plek in het onderwijs krijgen wegens geldgebrek.

In totaal is circa 9 procent van het budget in het primair onderwijs en ruim 10 procent in het voortgezet onderwijs (nog) niet ingezet. Er zijn daarbij volgens Dekker grote verschillen tussen samenwerkingsverbanden. ‘Er zijn verbanden met een kleine min en verbanden waar meer dan 20 procent van het budget nog niet is besteed’, zo schrijft hij.

Goed onderbouwen in jaarverslag

Het aanhouden van enige reserve is nodig als borging van de continuïteit, maar de reden en de omvang van de reserves moeten volgens Dekker goed worden onderbouwd in het jaarverslag en aansluiten bij de reële onzekerheden en risico’s. ‘Dat gebeurt vaak nog niet’, aldus de staatssecretaris.

De komende periode worden acties in gang gezet om te stimuleren dat het beschikbare geld wordt uitgegeven en de jaarverslaglegging wordt verbeterd:

  • De inspectie bespreekt als onderdeel van het financieel toezicht de inzet van het geld voor extra ondersteuning met zowel de schoolbesturen als de samenwerkingsverbanden.
  • In de eerste maanden van 2017 worden regiobijeenkomsten georganiseerd voor samenwerkingsverbanden om hen te informeren over de noodzakelijke onderdelen van de jaarrekening en het jaarverslag en te bespreken hoe zij hun jaarverslagen inhoudelijk kunnen verbeteren. Ook wordt een brochure gemaakt.
  • Passend onderwijs wordt meegenomen in een brief aan besturen en samenwerkingsverbanden als een van de beleidsprioriteiten om over te rapporteren in het jaarverslag.

Lees meer…

Zorgplicht geldt pas als er plaats is

Als een school geen ruimte heeft om een leerling toe te laten, geldt de zorgplicht niet. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van D66.

Kamerlid Paul van Meenen had vragen gesteld naar aanleiding van onduidelijkheid over diverse gemeentelijke plaatsingswijzers. In zijn vragen ging hij onder meer in op de zorgplicht in het kader van passend onderwijs. Zo wilde hij helderheid over de vraag of een school zorgplicht heeft als er geen plaats is voor een aangemelde leerling.

Geen plaats = geen zorgplicht

Dekker antwoordt dat als een school geen plaatsruimte heeft voor een leerling, de zorgplicht niet geldt. ‘Het is de verantwoordelijkheid van ouders om hun kind aan te melden bij een school die plaatsruimte heeft. Deze school heeft de zorgplicht om te zorgen voor een passend aanbod’, aldus de staatssecretaris.

Hij vervolgt: ‘In situaties waarin nog niet bekend is of de school plaatsruimte heeft, bijvoorbeeld als er op een later moment geloot wordt, geldt ook dat de zorgplicht pas gaat gelden als de leerling die extra ondersteuning nodig heeft, ingeloot wordt. Ouders van leerlingen die worden uitgeloot, zijn vervolgens verantwoordelijk voor het tijdig aanmelden bij een andere school.’

Lees meer…

Thuiszitters nog onvoldoende geholpen

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW zegt helaas het beeld te herkennen dat een deel van de scholen en gemeenten nog onvoldoende werk maakt van de thuiszittersproblematiek. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen van Loes Ypma van de PvdA en het zelfstandige lid Norbert Klein.

De vragen van Ypma en Klein volgden op het Volkskrant-artikel Duizenden kinderen zitten ‘volstrekt onnodig’ thuis. Dekker zegt in zijn antwoorden dat er al veel wordt gedaan om het aantal thuiszitters te verminderen, maar hij ziet dus ook dat een deel van de scholen en gemeenten daar nog onvoldoende werk van maakt.

‘De samenwerking komt soms moeilijk van de grond en het vinden van passend aanbod gaat niet snel genoeg’, aldus de staatssecretaris.

Thuiszitters de dupe van gesteggel over geld

Als schrijnend voorbeeld noemt hij ‘gesteggel over geld’ waarvan leerlingen die ondersteuning nodig hebben de dupe worden. Er zijn volgens hem echter ook genoeg voorbeelden van goede oplossingen. ‘Bijvoorbeeld door het gezamenlijk dragen van de kosten’, schrijft Dekker.

Het ministerie van OCW gaat samen met Marc Dullaert van het Thuiszitterspact goede voorbeelden van samenwerking bundelen en uitdragen in het onderwijsveld.

Lees meer…

 

 

Passend onderwijs: iemand móet knoop doorhakken

In het nieuwe schooljaar moet elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs een bepaalde vorm van doorzettingsmacht hebben.

Dit betekent dat een persoon of commissie in staat moet zijn de knoop door te hakken als ouders, school en eventuele andere instanties het niet lukt passend onderwijs te realiseren voor een kind dat thuiszit.

Als dit over een jaar niet in alle samenwerkingsverbanden in orde is, volgen er mogelijk wettelijke maatregelen. Dat bleek in de Tweede Kamer tijdens een algemeen overleg over passend onderwijs.

Passend onderwijs 2020: geen thuiszitters meer

Tijdens dit overleg herhaalde staatssecretaris Sander Dekker van OCW de doelstelling dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden zonder passend onderwijsaanbod thuis mag zitten. Harde afspraken over een afname van het aantal thuiszitters op korte termijn wilde de staatssecretaris echter niet maken.

Er werd in de Kamer ook gesproken over het idee van een standaardniveau van basisondersteuning. Dekker zei dat hij dit voorlopig niet aan alle scholen wil opleggen, omdat het geen recht zou doen aan regionale verschillen.

Verder zei de staatssecretaris dat hij met besturen- en lerarenorganisaties in gesprek wil om te kijken hoe de werkdruk en bureaucratie kunnen worden verminderd.

 

Minder bureaucratie door passend onderwijs

Directeuren, coördinatoren en toewijzers zijn over het algemeen positief over de toewijzingsprocedures volgens passend onderwijs. Intern begeleiders (ib’ers) en zorgcoördinatoren zijn veel minder positief.

Dat blijkt uit het onderzoek Ingeslagen paden naar de wijze waarop de samenwerkingsverbanden passend onderwijs de toewijzing van onderwijsondersteuning georganiseerd hebben. De resultaten van dit onderzoek horen bij de Negende voortgangsrapportage passend onderwijs.

Flexibeler door passend onderwijs

De nieuwe procedures worden door directeuren, coördinatoren en toewijzers flexibeler gevonden dan vóór de invoering van passend onderwijs. Bovendien ervaren zij de procedures als minder bureaucratisch, minder ingewikkeld en minder gestuurd door een medisch model. Er is ook sprake van een positieve beoordeling als het gaat om transparantie, rechtsgelijkheid en deskundigheid.

Achteruitgang

Ib’ers en zorgcoördinatoren zijn veel minder positief, zo blijkt uit het onderzoek. Zij vinden weliswaar dat er sprake is van verbetering op de aspecten bureaucratie en medicalisering, maar wat betreft transparantie, deskundigheid en voldoende middelen spreken zij van een achteruitgang.

In de nieuwe situatie zien ib’ers en zorgcoördinatoren geen verschil met de situatie van vóór de invoering van passend onderwijs als het gaat om flexibiliteit en belemmeringen.

Lees meer…

Drie nieuwe adviezen over toelaatbaarheidsverklaring

De Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT) heeft in januari drie adviezen uitgebracht over een toelaatbaarheidsverklaring (tlv).

In twee zaken maakten de ouders bezwaar tegen de toegekende tlv voor speciaal onderwijs. De ouders wilden hun kinderen liever naar het regulier onderwijs laten gaan.

In de derde zaak wilde de ouder juist wel een toelaatbaarheidsverklaring voor voortgezet speciaal onderwijs, maar besloot het samenwerkingsverband de tlv niet toe te kennen.

Lees meer…

Thuiszitters hoog op agenda van inspectie

Het risicogerichte onderzoek van Inspectie van het Onderwijs bij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs moet er in principe toe leiden dat die per 1 augustus 2016 het basisarrangement hebben. Dat blijkt uit een toelichting die de inspectie onder andere aan VOS/ABB heeft gegeven tijdens een bijeenkomst met diverse andere belangenorganisaties van het primair en voortgezet onderwijs.

In het lopende onderzoek van de inspectie bij de samenwerkingsverbanden (swv’s) staat het terugdringen van het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit hoog op de agenda. Het beleid hieromtrent is nog onvoldoende uitgewerkt.

De swv’s spannen zich op dit punt in, maar de praktijk wijst uit dat het tijd nodig heeft om in de regio goede afspraken te maken. Soms worden belemmeringen ervaren door regelgeving bij het ontwerp van arrangementen.

Verder blijkt dat verevening speelt een belangrijke rol speelt. Dat geldt ook voor communicatie met ouders. Het algemene beeld is dat dit meer aandacht verdient.

De inspectie signaleert voorts dat het interne toezicht nog niet overal goed is geregeld. Wanneer het interne toezicht op een afdoende wijze is georganiseerd, wil de inspectie meer terugtreden. Ondersteuningsplanraden worden hier doorgaans goed bij betrokken.

Vanaf augustus 2016 wordt het toezicht op swv’s aangepast. Ze krijgen dan in principe allemaal het basisarrangement, tenzij er dan nog voortgangsgesprekken worden gevoerd. Het zal dan dus zo zijn dat niet meer alle swv’s door de inspectie worden bezocht.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Passend onderwijs maakt belofte nog niet waar’

Een jaar na de invoering van passend onderwijs zijn er nog steeds kinderen die geen passende vorm van onderwijs kunnen krijgen, signaleert de Kinderombudsman.

In het rapport Werkt passend onderwijs staat dat passend onderwijs problemen die de Kinderombudsman eerder constateerde, niet heeft opgelost. ‘Het zal dat ook in de toekomst niet doen als er in de wet- en regelgeving en in de praktijk op scholen een aantal knelpunten niet wordt opgelost’, zo meldt de Kinderombudsman.

Hij concludeert dat scholen en samenwerkingsverbanden het kind niet altijd centraal zetten. ‘Scholen nemen verstrekkende besluiten over toelating, verwijdering of plaatsing op basis van een papieren dossier dat soms niet eens compleet is of vanwege financiële belangen. Ouders en kinderen worden daarbij onvoldoende geïnformeerd.’

‘Daar waar scholen kinderen wel centraal zetten en een oplossing zoeken voor het kind, heeft dit vooral te maken met lef en persoonlijke betrokkenheid’, aldus de Kinderombudsman. ‘Een omslag in de houding van alle scholen is daarom essentieel om passend onderwijs te laten slagen.’

Lees meer…

‘Scholen voldoen niet aan zorgplicht passend onderwijs’

Van de schoolleiders ervaart 80 procent nog knelpunten bij de invoering van passend onderwijs. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

In bijna 90 procent van de gevallen gaan scholen niet zomaar over tot het inschrijven van leerlingen, meldt de AVS. Ze doen dit volgens de vakbond in het belang van het kind, maar de AVS concludeert dat de scholen daarmee niet voldoen aan de zorgplicht.

Lees meer…

Brochure voor samenwerkingsverbanden over lwoo en pro

Samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs moeten zich dit najaar voorbereiden op de toewijzing van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs door hun ondersteuningsplan aan te passen. Het Informatiepunt Passend Onderwijs heeft hierover een online brochure gepubliceerd. 

Per 1 januari 2016 worden samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs verantwoordelijk voor het toewijzen van de ondersteuning voor lwoo en praktijkonderwijs en de bijbehorende budgetten.

Dit volgt op de goedkeuring eerder dit jaar door de Eerste Kamer van het wetsvoorstel Integratie van leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in passend onderwijs. De Tweede Kamer ging hier eerder al mee akkoord.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

Ouders tevreden over informatie passend onderwijs

Ouders zijn in het kader van passend onderwijs over het algemeen tevreden over de informatie die scholen geven over het eigen kind. Ook weten de meeste ouders bij wie ze terecht kunnen met vragen of problemen. Dat blijkt uit een evaluatie die is uitgevoerd door onder andere het Kohnstamm Instituut en SEO Economisch Onderzoek.

Uit de evaluatie blijkt verder dat de meeste ouders de gesprekken met de leerkracht of mentor als prettig ervaren. ‘In het algemeen voelen ouders zich verder welkom op school en gehoord en serieus genomen. Iets minder, maar nog altijd redelijk tevreden zijn ouders over de uitleg die scholen geven over het aanbod voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften’, zo melden de onderzoekers die de evaluatie uitvoerden.

Er zijn ook ouders die niet zo tevreden zijn, maar deze groep ouders vormt volgens de onderzoekers een minderheid. Het vaakst wordt er geklaagd over scholen die te laat contact zouden opnemen met ouders als er iets met het kind is.

Passend onderwijs loopt goed, maar is nog niet af

Door het jaar heen zijn scholen, ouders en samenwerkingsverbanden beter bekend geraakt met de wet- en regelgeving en beginnen zij de ruimte te gebruiken die hun hiermee wordt geboden. Dat staat in de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In de voortgangsrapportage staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft gekregen om een passend aanbod te doen.’

De rapportage gaat ook in op de maatregelen die zijn genomen om de knelpunten op te lossen die scholen en ouders ervaren in het onderwijs voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking. Dit voorjaar was daar veel discussie over. ‘Naar aanleiding daarvan is een regeling gemaakt voor aanvullende bekostiging, is er één formulier waarmee voor deze groep leerlingen een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs kan worden aangevraagd en kunnen ouders en scholen een beroep doen op de onderwijszorgconsulenten om bij onenigheid samen tot een oplossing te komen.’

Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, is passend onderwijs nog niet af. ‘Scholen en samenwerkingsverbanden leren van hun ervaringen en kunnen daarmee hun werkwijze verbeteren. De komende periode staat in het teken van het doorontwikkelen van passend onderwijs.’

Ondersteuning VOS/ABB
VOS/ABB kan op het gebied van passend onderwijs ondersteuning bieden aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. U kunt daarvoor contact opnemen met Anna Schipper (06-30056066, aschipper@vosabb.nl).

U kunt natuurlijk ook bellen of mailen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

Zelfevaluatie en quickscan passend onderwijs

VOS/ABB heeft een handreiking gemaakt die samenwerkingsverbanden passend onderwijs kunnen gebruiken voor zelfevaluatie. Bij de handreiking zit een praktische quickscan.

De samenwerkingsverbanden zijn nu bijna een schooljaar bezig om hun weg te vinden in de nieuwe organisatie van passend onderwijs. Het was een schooljaar van overgangen, waarin oude werkwijzen werden vervangen door nieuwe.

Nu het einde van het eerste schooljaar met passend onderwijs nadert, is het tijd de ontwikkelingen van afgelopen jaar te evalueren. Hoe zijn deze verlopen en waar zijn nog verbeteringen denkbaar of nodig?

De beleidsmedewerkers Anna Schipper en Simone Baalhuis van VOS/ABB hebben de handreiking voor zelfevaluatie geschreven. Er worden verschillende domeinen benoemd, zoals governance, management & organisatie, communicatie en resultaten.

Bij de handreiking zit een quickscan om snel een overzicht te krijgen van het reilen en zeilen van het samenwerkingsverband.

De handreiking en quickscan kunnen door samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten worden gedownload uit het besloten gedeelte van deze website:

Handreiking en quickscan passend onderwijs 

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker vindt dat scholen thuisonderwijs moeten betalen

Een school die een hoogbegaafd of autistisch kind geen passend onderwijs kan geven, moet voor dat kind tijdelijk onderwijs thuis organiseren én betalen. Dat zegt staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs vanavond in het tv-programma ZEMBLA.

‘Dat zijn allemaal kinderen waar iets bijzonders mee is, dan moet je soms ook bijzondere dingen organiseren en dan vind ik het niet erg als dat een tijdje thuis is’, zo citeert ZEMBLA hem. Als voorbeelden noemt de staatssecretaris een docent die aan huis komt of onderwijs op afstand of door begeleiding van de ouders.

‘Als we de scholen verplichten om kinderen een passende plek te geven, dan vind ik het niet gek dat die scholen dat organiseren en dus ook betalen’, aldus Dekker. De opstelling van de staatssecretaris is op zijn minst opmerkelijk, omdat hij eerder zei thuisonderwijs te willen verbieden.

Bekijk de trailer van ZEMBLA:

Lees meer…

Centrale pot met geld voor gehandicapte leerlingen

Een deel van het geld dat gemoeid is met de compensatieregeling wordt bij de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs weggehaald en vervolgens centraal toegekend. Dit schrijven staatssecretaris Sander Dekker van OCW en Martin van Rijn van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede Kamer over de zorg voor meervoudig gehandicapte leerlingen.

Hun brief is een reactie op de problemen die ouders van meervoudig gehandicapte kinderen ervaren bij het organiseren van de zorg op school. Een groot deel van deze ouders voelt zich van het kastje naar de muur gestuurd. Daarover verscheen onlangs een brandbrief. Met het centraal toekennen van het geld, zouden de problemen tot het verleden moeten behoren.

‘De (v)so-scholen hoeven dan niet langer in discussie met de samenwerkingsverbanden over de noodzaak om extra middelen in te zetten op de scholen voor ernstig meervoudig beperkte kinderen’, aldus de staatssecretarissen.

In de brief staat ook dat er één landelijke aanvraagprocedure voor toelaatbaarheidsverklaringen komt. Scholen kunnen dan met hetzelfde formulier bij verschillende samenwerkingsverbanden een toelaatbaarheidsverklaring voor hun leerlingen aanvragen. Nu moeten zij die steeds bij verschillende samenwerkingsverbanden halen.

Ook komt er een zogenoemd rapid response team, een noodteam dat ouders gaat helpen als het gesprek met de school over de toekenning van geld voor extra zorg moeizaam verloopt.

Onderzoek naar bureaucratie passend onderwijs

Het Kohnstamm Instituut doet in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de bureaucratie voor en na de invoering van passend onderwijs.

Leidt passend onderwijs tot minder bureaucratie? Om die vraag te beantwoorden peilt het Kohnstamm Instituut hoe docenten de bureaucratie rond het aanvragen van extra ondersteuning vorig schooljaar hebben ervaren – dus in de situatie voorafgaand aan passend onderwijs.

Door die peiling in de toekomst te herhalen, kan een vergelijking worden gemaakt tussen de situatie van vóór en ná de invoering van passend onderwijs.

Lees meer…