Het coalitieakkoord 2026–2030 is op 30 januari gepresenteerd en laat zien hoe het kabinet aankijkt tegen onderwijs. Grote stelselwijzigingen blijven uit, maar de nadruk op basisvaardigheden, professionalisering en uitvoerbaarheid is duidelijk. Omdat het om een minderheidskabinet gaat, zal de besluitvorming en uitwerking de komende periode vorm moeten krijgen. Hieronder een overzicht van wat er staat en wat dat betekent voor het primair en voortgezet onderwijs.
Zorgen over kwaliteit en personeel
Het kabinet is expliciet in zijn analyse: de prestaties op lezen, schrijven en rekenen staan onder druk, de tekorten aan leraren en schoolleiders zijn groot en vooral in het vmbo zijn de opgaven urgent. Tegelijkertijd wordt het belang van onderwijs voor economische kracht, maatschappelijke samenhang en democratische weerbaarheid nadrukkelijk onderstreept.
Daarmee is duidelijk dat de ingezette lijn met focus op onderwijskwaliteit en basisvaardigheden ook de komende jaren centraal blijft staan.
Sterke nadruk op basisvaardigheden
Het kabinet kiest nadrukkelijk voor versterking van de basis: structurele aandacht voor lezen, schrijven en rekenen; vroegtijdige aanpak van leerachterstanden, onder meer via voor- en vroegschoolse educatie en de rijke schooldag; werken met duidelijke doelen voor leerprestaties; en inzet van bewezen effectieve aanpakken.
Professionalisering en kwaliteitskaders
Een belangrijk onderdeel van het akkoord is de inzet op verdere professionalisering: leraren krijgen meer ruimte voor professionele ontwikkeling; schoolleiderschap wordt nadrukkelijk gepositioneerd als onderwijskundig leiderschap, met heldere bekwaamheidseisen; loopbaanpaden en specialisaties worden versterkt; voor bestuurders wordt gewerkt met een eigen accreditatie, op basis van het door de sector ontwikkelde beroepsprofiel; en er komen kwaliteitskaders voor onderwijsadviseurs, die ook gaan gelden voor zelfstandigen.
Dat lijkt een koerswijziging met de erkenning van de ingezette lijn om de accreditatie bij de sector zelf te laten.
Curriculum en nieuwe staatscommissie
Het kabinet kiest er nadrukkelijk voor het curriculum niet politiek te herontwerpen. Leraren en wetenschappers stellen gezamenlijk de kern vast, met meer aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen. Tegelijkertijd wordt een nieuwe staatscommissie ingesteld die de structurele problemen rond leerprestaties onderzoekt en aanbevelingen doet voor oplossingen op de langere termijn. Dit is een open en nog onbepaald traject. De positie van de Onderwijsraad wordt niet benoemd. De opdracht en uitwerking van deze staatscommissie zullen wij de komende periode nauwlettend volgen.
Artikel 23, vrijheid van onderwijs en nieuwe scholen
In het coalitieakkoord wordt de vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, expliciet bevestigd. Tegelijkertijd stelt het kabinet dat deze vrijheid niet mag worden misbruikt om de kernwaarden van de democratische rechtsstaat te ondermijnen. Die norm wordt verbonden aan de bestaande burgerschapsopdracht van het onderwijs.
Het akkoord lijkt daarmee een duidelijke positie te hebben gekozen in de politieke discussies over artikel 23. Zij kiest voor bevestiging van het stelsel, met een duidelijke koppeling tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd erkent het kabinet nu ook expliciet dat de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen onvoorziene neveneffecten heeft gehad. De wet wordt daarom zo snel mogelijk herzien. Daarmee wordt onderstreept dat ruimte voor initiatief hand in hand moet gaan met zorgvuldigheid, uitvoerbaarheid en stabiliteit binnen het onderwijsstelsel.
In de verdere uitwerking van beleid en wetgeving, rondom artikel 23 en ook de vrijheid van stichting, zal VOS/ABB zich hierbij constructief én kritisch blijven opstellen, met het perspectief en het belang van onze leden en het openbaar onderwijs als uitgangspunt.
Passend onderwijs, veiligheid
Het akkoord bevestigt bestaande uitgangspunten: passend onderwijs voor alle kinderen; inclusief onderwijs waar dat kan en speciaal onderwijs waar dat nodig is; meer flexibiliteit om uitval te voorkomen en aandacht voor hoogbegaafdheid. Vanuit het platform NIO zal VOS/ABB deze ontwikkeling volgen, bewaken en waar nodig ondersteunen.
Daarnaast zet het kabinet in op versterking en handhaving van de Wet ‘vrij en veilig onderwijs’, met een actieve rol voor de inspectie.
Regeldruk, verantwoording en uitvoerbaarheid
Onderwijs wordt expliciet meegenomen in de bredere kabinetsinzet op vermindering van regeldruk en verbetering van uitvoerbaarheid. Het kabinet wil regels schrappen, verantwoording vereenvoudigen en uitvoerders eerder betrekken bij beleid. Accreditatie, toezicht en verantwoording blijven bestaan, maar moeten eenvoudiger en consistenter worden ingericht.
In hoeverre dit daadwerkelijk leidt tot verlichting in de dagelijkse praktijk zal de komende jaren moeten blijken. VOS/ABB juicht dit toe: vanuit bestaande regels kan al veel en met soms het weghalen van regels kan er nog meer. Steeds nieuwe wetten en regels geven doorgaans juist meer regeldruk.
Opvallend is dat het kabinet bij het terugdringen van regeldruk expliciet kijkt naar Vlaanderen. Daar wordt gewerkt met een planlastcalculator: een hulpmiddel om vooraf inzichtelijk te maken hoeveel papierwerk nieuw beleid oplevert voor scholen. Het idee is eenvoudig: als planlast zichtbaar wordt, kun je er ook gerichter iets aan doen. We zullen hierover binnenkort met onze collega’s in Vlaanderen van gedachten wisselen.
Voortbouwen en consolideren
Het onderwijsbeleid in dit coalitieakkoord kenmerkt zich door voortbouwen en consolideren. Grote stelselwijzigingen blijven uit, maar de ambities rond kwaliteit, professionalisering en uitvoerbaarheid zijn duidelijk. Tegelijkertijd vraagt de context van een minderheidskabinet om realisme: de komende periode zal moeten blijken welke voorstellen daadwerkelijk worden uitgewerkt en op voldoende politieke steun kunnen rekenen.
In het akkoord zijn op meerdere punten lijnen te herkennen die de afgelopen jaren ook door VOS/ABB zijn ingebracht. In de verdere uitwerking van wet- en regelgeving zal VOS/ABB zich constructief én kritisch blijven opstellen, met het perspectief en het belang van onze leden en het openbaar onderwijs als uitgangspunt.