De Tweede Kamer heeft op 3 maart een motie van GL-PvdA aangenomen, waarin de regering wordt verzocht ervoor te zorgen dat het aanbieden van inclusief onderwijs niet langer nadelig uitwerkt in de beoordeling van scholen. De motie vraagt om de Inspectie van het Onderwijs opdracht te geven om bij de herziening van de onderzoekskaders expliciet aandacht te besteden aan dit risico. 

De Kamer constateert dat scholen die bewust kiezen voor inclusief onderwijs vaker leerlingen opnemen met extra ondersteuningsbehoeften. Hierdoor kunnen zij binnen het huidige Onderwijsresultatenmodel van de inspectie lager uitkomen op indicatoren als doorstroom, eindexamencijfers en de positie ten opzichte van het basisschooladvies. Volgens de indieners leidt dit tot onbedoelde prikkels die scholen kunnen ontmoedigen om inclusiever te werken — iets dat haaks staat op de ambitie van een inclusieve onderwijssector. 

Herkenbaar beeld voor VOS/ABB 

VOS/ABB herkent deze problematiek al langer. Meerdere leden hebben de afgelopen jaren aangegeven dat het huidige toezichtkader onvoldoende recht doet aan de context van scholen die zich inzetten voor inclusief onderwijs. In het Ringenoverleg met de Inspectie van het Onderwijs heeft VOS/ABB daarom herhaaldelijk gepleit voor meer onderscheid en nuance in het toezicht. Wij hebben benadrukt dat scholen die bewust kiezen voor een inclusieve populatie niet beoordeeld mogen worden op indicatoren die hun context onvoldoende meenemen. Het is positief dat de motie deze oproep nu ook politiek breed onderstreept. 

Vervolg 

De motie verzoekt de regering om vóór de behandeling van de OCW-begroting 2027 te rapporteren hoe de onderzoekskaders worden aangepast. VOS/ABB blijft zich inzetten om ervoor te zorgen dat deze aanpassingen daadwerkelijk bijdragen aan eerlijker toezicht en ruimte geven aan scholen die inclusief onderwijs willen bieden. 

Deel dit bericht: