In het (speciaal) basisonderwijs zijn er drie soorten onderwijslocaties: hoofdvestigingen (6306), nevenvestigingen (117) en dislocaties. Voor de eerste 2 categorieën geldt specifieke wet- en regelgeving. Voor dislocaties is dit niet het geval. Een dislocatie is oorspronkelijk bedoeld om ruimtegebrek in een schoolgebouw op te vangen, maar inmiddels worden dislocaties ook voor andere doeleinden ingezet. VOS/ABB ziet bij haar leden dat dislocaties soms een maatschappelijke functie hebben en dat zonder inzet van dislocaties niet alle leerlingen dezelfde kansen hebben op goed onderwijs. Het rapport miskent dit maatschappelijke belang.
Het onderzoek
Onderzoeksbureau Oberon heeft op verzoek van OCW onderzoek gedaan naar het aantal en de diverse soorten dislocaties. Er zijn 711 dislocaties in Nederland. Door gebrek aan informatie is uiteindelijk slechts 36% van de dislocaties in kaart gebracht.
Er zijn 8 verschillende typen dislocaties te onderscheiden:
- Dislocatie als bijgebouw – ontstaan door ruimtegebrek (type 1) of niet (type 2)
- Dislocatie om stichtingsprocedure niet te doorlopen – in een nieuwbouwwijk (type 3) of niet (type 4)
- Dislocatie om aanbod in stand te houden – voormalig erkende school (type 5)
- Dislocatie ter onderwijshuisvesting van een specifieke doelgroep – nieuwkomers (type 6), IGBO (type 7) en overig (type 8)
Oberon heeft tevens de voor- en nadelen van dislocaties in kaart gebracht. De voordelen zijn:
- thuisnabij onderwijs
- ruimtegebrek oplossen
- flexibiliteit mogelijk in het op- en afschalen van onderwijs, zoals bij fluctuaties in aantal nieuwkomers
- experimenteren met nieuwe onderwijsvormen
Als nadelen van dislocaties worden genoemd:
- Bij typen 1 en 2 leiden dislocaties tot inefficiënte bedrijfsvoering en belemmeren zij de eenheid in het schoolteam.
- Dislocaties ontvangen in de bekostiging geen vaste voet.
- Onderwijsresultaten, achterstandsscores en informatie van DUO zijn niet per onderwijslocatie inzichtelijk.
- Dislocaties worden niet altijd afzonderlijk bezocht door de inspectie. Het toezichtsoordeel is daardoor niet altijd representatief voor de dislocatie.
- Dislocaties ondermijnen de stichtingsprocedure en de opheffingssystematiek.
- Dislocaties leiden tot een ongelijk speelveld tussen reeds bestaande en nieuwe schoolbesturen. Alleen een reeds bestaande school kan een dislocatie openen.
- Dislocaties leiden tot een ondoelmatige verdeling van leerlingen en personeel.
Tot slot is in de enquête bij het onderzoek te lezen dat er navraag is gedaan naar waarom dislocaties niet verzelfstandigd worden als het leerlingenaantal hoger is dan de stichtingsnorm. De respons op deze vraag is niet terug te lezen in het rapport. Dat zou van toegevoegde waarde zijn geweest.
Reactie VOS/ABB: schoolbesturen doen wat nodig is
Dit onderzoek toont aan dat de huidige stichtingsprocedure niet voor elke situatie passend is, vooral in het geval van scholen in nieuwbouwwijken en nieuwkomersonderwijs – twee gevallen die op het openbaar onderwijs vaker van toepassing zijn. De procedure is daarvoor te lang en houdt onvoldoende rekening met fluctuaties in aantallen nieuwkomers en vertraging van de ontwikkeling van nieuwbouwprojecten.
Het inrichten van dislocaties biedt schoolbesturen de mogelijkheid om juist in deze situaties, waarin vanuit maatschappelijk oogpunt een school gewenst is, deze ook te kunnen realiseren. Het is daarom spijtig dat in het onderzoek gesproken wordt over ‘het ondermijnen van de stichtingsprocedure’ en het ‘strategisch’ inzetten van dislocaties. Deze ‘strategische’ inzet is inherent aan het feit dat de doeleinden waarvoor dislocaties ingezet worden, onvoldoende verankerd zijn in de huidige wet- en regelgeving. Bovendien is het ondermijnen van de stichtingsprocedure geen doel op zich. Onze leden willen onderwijs verzorgen daar waar het vanuit maatschappelijk oogpunt gewenst is. Als dit via de formele weg niet lukt, wordt er naar alternatieven gezocht om dit toch voor de maatschappij te kunnen realiseren, ook al levert dit nadelen op voor schoolbesturen, met name met betrekking tot de niet per locatie inzichtelijke onderwijsresultaten en de beperktere bekostiging.
Tevens wordt in het onderzoek de nadruk gelegd op de ondoelmatige verdeling van leerlingen en leerkrachten. Een zo efficiënt mogelijke verdeling klinkt als een mooi streven, maar is niet altijd passend in een sector waar maatwerk voor leerlingen benodigd is. VOS/ABB is van mening dat elk kind goed onderwijs verdient los van welke ondersteuning daarvoor benodigd is. Dislocaties kunnen hieraan een mooie bijdrage leveren.