Wat wil de politiek met het onderwijs?

Hieronder staat puntsgewijs aangegeven wat verschillende politieke partijen in hun programma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen over het onderwijs te melden hebben. Het zijn slechts samenvattinkjes. Voor het hele verhaal klikt u door naar de respectievelijke verkiezingsprogramma’s.

Let op: niet alle 28 partijen die op 15 maart aan de Tweede Kamerverkiezingen meedoen, worden genoemd. De kleinste splinterpartijen zijn overgeslagen. Onderstaande volgorde is willekeurig. Er mag geen politieke voorkeur van VOS/ABB uit worden afgeleid!

PvdA

De Partij van de Arbeid vindt dat we uiterlijk over tien jaar de best opgeleide beroepsbevolking ter wereld moeten hebben ‘om de Nederlandse economie mondiaal concurrerend te laten blijven’. Daarom wil de PvdA ‘miljarden’ in onderwijs investeren.

In het verkiezingsprogramma Een verbonden samenleving staat ook dat onder anderen ouders, leerlingen en docenten meer invloed moeten krijgen op het beleid van de scholen. Het onderwijs moet in het teken staan van toegankelijkheid en gelijke kansen.

De partij van lijsttrekker Lodewijk Asscher wil verder onder andere voorlichting over seksuele diversiteit overal in het onderwijs verplicht stellen.

SP

In het SP-programma Pak de macht (dat eerst Nu wij heette) staat onder andere dat de klassen kleiner moeten worden. Ook moet wat de SP betreft meer zeggenschap komen voor personeel en ouders. ‘De medezeggenschapsraad krijgt overal in het onderwijs instemmingsrecht op de begroting’, aldus de SP.

De partij van lijsttrekker Emile Roemer wil verder meer mogelijkheden om te ‘stapelen’, bijvoorbeeld om via vmbo naar havo te gaan. Daardoor zouden leerlingen met een achterstand meer kansen krijgen. Een ander punt uit het SP-programma is dat ‘salarissen van onderwijspersoneel landelijk worden uitbetaald door middel van een landelijke cao’.

In het programma staat tevens dat onbevoegde leraren binnen twee jaar hun bevoegdheid moeten halen. Op havo en vwo moeten zoveel mogelijk docenten universitair geschoold zijn. De SP denkt de werkdruk van leraren fors te kunnen reduceren ‘door het schrappen van administratieve rompslomp, waardoor er ook meer tijd is om les te geven’.

ChristenUnie

De ChristenUnie benadrukt in het programma verziezingsprogramma Hoopvol Realistisch pal te staan voor de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de Grondwet). ‘Nederland heeft dankzij de onderwijsvrijheid een wereldwijd uniek en sterk onderwijssysteem, met een grote diversiteit aan scholen. Ouders kunnen kiezen voor het onderwijs dat aansluit bij de opvoeding en levensovertuiging.’

Een ander punt uit het programma van de CU is dat antisemitisme en radicalisering al in het onderwijs moeten worden bestreden. Dat geldt ook voor drugsgebruik onder jongeren.

De partij van lijsttrekker Gert-Jan Segers schrijft ook dat er moet worden geïnvesteerd ‘in ruimte en ontwikkeling voor leraren en schoolleiders’. Daarbij legt de partij de nadruk op bijscholing, coaching en begeleiding, in het bijzonder voor startende leerkrachten.

CDA

De christendemocraten noemen in hun verkiezingsprogramma Keuzes voor een beter Nederland het woord ‘onderwijs’ in de eerste plaats in combinatie met ‘burgerschap’. Dat ontstaat volgens het CDA in het gezin en binnen de familie, maar ook in de scholen. Burgerschap wordt gevoed door een sterke verbinding met de Nederlandse kernwaarden, zoals gedefinieerd in onze Grondwet’, zo meldt de partij van Sybrand van Haersma Buma.

Het CDA benadrukt het belang van de vrijheid van onderwijs, zoals die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Tevens wordt het belang van inspraak benadrukt. ‘Meer zeggenschap vergroot de betrokkenheid, maar zorgt ook voor betere checks and balances die vaak hard nodig zijn.’

Het programma van het CDA gaat ook in op kansen(on)gelijkheid. ‘Het is onacceptabel dat kinderen met een andere culturele achtergrond minder kansen hebben in het onderwijs.’

VVD

In het verkiezingsprogramma Zeker Nederland staat dat de VVD gaat voor ‘het allerbeste onderwijs’, omdat alle kinderen ‘een even goede start’ verdienen. De partij van Mark Rutte zegt ‘modern onderwijs’ te willen met ‘alleen nog de beste leraren voor de klas’.

Het onderwijs is volgens de VVD een middel om discriminatie tegen te gaan. in het teken staan van gelijkwaardigheid en het tegengaan van discriminatie. Het onderwijs moet ook ‘goed blijven aansluiten op de veranderende eisen die aan ons werk worden gesteld’. Daarnaast merkt de VVD op dat de school de plek is ‘waar je leert op je eigen benen te staan en je eigen keuzes te maken’.

De liberalen komen in hun programma met een lange reeks punten waarin zij stellen hoe het onderwijs zich moet ontwikkelen. Kern van hun verhaal is dat ‘de basis op orde’ moet zijn. Daartoe behoren volgens de VVD het reken- en taalonderwijs, maar ook digitale vaardigheden, ondernemen en samenwerken.

GroenLinks

In het verkiezingsprogramma Tijd voor verandering staat dat onderwijs ongelijkheid moet verkleinen. ‘GroenLinks wil kansrijk onderwijs met scholen waarin kinderen opgroeien tot zelfbewuste en nieuwsgierige volwassenen die vol zelfvertrouwen hun weg vinden in de moderne samenleving.’

De partij van Jesse Klaver meldt tevens dat onderwijs ‘inclusief’ moet zijn. Leerlingen moeten onderwijs in hun eigen ontwikkeltempo kunnen volgen. In scholen ontmoeten ze ‘leeftijdsgenoten met verschillende achtergronden’. Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden herzien. Ouders kunnen zelf bijzonder onderwijs aanbieden ‘in de eigen tijd en door henzelf gefinancierd’.

GroenLinks zet ook in op onderwijs dat aansluit bij de 21e eeuw. ‘Laatbloeiers krijgen een tweede, derde, en als het nodig is, een vierde kans’, zo staat in het programma. Ook wordt in het verkiezingsprogramma gepleit voor brede brugklassen en een ‘moderne middenschool’.

D66

De partij van Alexander Pechtold ziet onderwijs als de ‘motor van groei en kansengelijkheid’. De partij zet in op ‘brede buurtscholen’ (kindcentra), waar overblijven en naschoolse activiteiten altijd mogelijk zijn. De voorschool zou voor elk kind vanaf twee jaar toegankelijk moeten zijn.

In het verkiezingsprogramma Kansen voor iedereen staat ook dat er moet worden geïnvesteerd in docenten. ‘D66 is voor een krachtige en trotse beroepsgroep van leraren en vindt dat zij aantoonbare invloed moeten hebben op zowel curriculumontwikkeling als landelijke examinering.’ De regeldruk in het onderwijs moet omlaag.

Wat betreft de vrijheid van onderwijs meldt D66 het politieke debat te willen aangaan om ‘op basis van het beginsel ‘scheiding van kerk en staat’ artikel 23 van de grondwet te vernieuwen’. Dan gaat het om onder meer om acceptatieplicht en het ‘openbare karakter van de scholen’.

PVV

Het enige wat de partij van Geert Wilders in zijn verkiezingsprogramma Nederland weer van ons! over het onderwijs meldt, is dat alle islamitische scholen dicht moeten.

VoorNederland

De partij van lijsttrekker Jan Roos meldt in het verkiezingsprogramma dat VNL ‘toponderwijs’ wil. De scholen mogen niet meer worden gebruikt als ‘een laboratorium van linkse maakbaarheidsidealen’.

‘Het is de hoogste tijd dat we docenten weer waarderen en laten doen waar ze goed in zijn: lesgeven en onze jongeren voorbereiden op de dag van morgen’, zo staat in het programma van VNL.

De klassen moeten kleiner, vooral ook op de basisscholen moet er aandacht zijn voor mediawijsheid en er moet worden gestopt met experimenten in het onderwijs, zo vindt de partij van Jan Roos.

SGP

De Staatkundig Gereformeerde Partij noemt in het het hoofdstuk over onderwijs van het verkiezingsprogramma Stem vóór het leven eerst de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de Grondwet). ‘Wat van levensbelang is, een leven overeenkomstig Bijbelse waarden en normen, verdient erkenning. Voldoende ruimte voor het christelijk onderwijs is daarom een fundamenteel uitgangspunt (…).’

Scholen op levensbeschouwelijke grondslag moeten volgens de SGP de ruimte hebben hun eigen toelatings- en benoemingsbeleid te voeren. De partij van Kees van der Staaij vindt ook dat de kerndoelen niet meer in het teken moeten staan van wat de SGP ziet als de verheerlijking van de multiculturele samenleving, maar recht moeten doen ‘aan de christelijke waarden die onze beschaving hebben gevormd’.

De partij van Kees van der Staaij vindt onder andere ook dat de scholen een prominente rol hebben als het gaat om het voorkomen van verslavingen, waarbij niet alleen aandacht moet zijn voor drank en drugs, maar ook voor bijvoorbeeld gamen en porno.

Artikel 1

De partij van Sylvana Simons schrijft dat ‘alle vormen van religieus onderwijs, scholen en gebedshuizen’ volgens gelijke criteria moeten worden beschermd. In het onderwijs mag geen plek zijn voor mensen ‘met discriminerende gedragingen’. Er moet juist meer plek zijn voor ‘vrouwen, LHBTQIA+’s en etnische minderheden’.

Verder wil Artikel 1 de ‘toets-tirannie’ in het onderwijs tegengaan ‘door het leerlingvolgsysteem realistischer en efficiënter toe te passen’.  Er komt wat Artikel 1 betreft ‘een wettelijke taak voor scholen om intercultureel kennis tussen leerlingen te bevorderen en organiseren, d.m.v. curriculum zoals migratiegeschiedenis in het onderwijs’.

Schoolbesturen moeten worden ‘gedemocratiseerd’ en onderworpen aan ‘diversiteitsquota’, schrijft Artikel 1.

DENK

De beweging van de opgestapte Turkse PvdA-Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk zetten in hun verkiezingsprogramma Denkend aan Nederland dat het onderwijs de kracht van de diversiteit moet benutten.

De partij zet in op kansengelijkheid. ‘Voor DENK is het van belang dat de toekomst voor iedereen dezelfde mogelijkheden biedt, ongeacht de afkomst, de grootte van de portemonnee of de opleiding van de ouders’.  DENK wil meer aandacht voor burgerschap. Het onderwijs moet ook meer aandacht hebben voor ‘ons gedeelde verleden’. De migratiegeschiedenis en het slavernijverleden moeten kerndoelen worden.

Wat de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de Grondwet) betreft merkt DENK op dat er een onafhankelijke commissie moet komen ‘die overheidsinstellingen toetst op het treiteren en tegenwerken van initiatiefnemers van onderwijsinstellingen’.

50PLUS

De ouderenpartij meldt onder andere dat in het primair onderwijs de klassen kleiner moeten worden en het aantal lesuren per docent omlaag moet. ‘De indirecte taken verminderen, waardoor er meer aandacht voor de leerling is’, zo staat in de 50PLUS-punten.

Verder moeten ‘de positie, de beloning en het gezag van onderwijzers en leraren worden versterkt’. Scholen moeten bovendien kunnen beschikken over voldoende ondersteunend personeel. Een ander punt dat 50PLUS noemt, is dat de ambachtsschool en de mavo in ere hersteld moeten worden.

De partij van Henk Krol ziet ‘voor- en nadelen van bijzonder onderwijs’ en wil hier een publiek debat over. De ouderenpartij zegt ‘geen voorstander’ te zijn van passend onderwijs.

Partij voor de Dieren

In het verkiezingsprogramma Plan B staat dat de partij van Marianne Thieme ‘goed, toegankelijk en duurzaam onderwijs voor iedereen’ wil als ‘fundament van een vrije, democratische samenleving’.

Voedsel-, natuur- en milieu-educatie horen volgens de PvdD thuis in de scholen. De partij pleit voor ‘100% biologische schoolkantines en overblijfmaaltijden’, het liefst zonder dierlijke producten.

Er staat in het programma van de partij van Marianne Thieme ook dat onderzocht moet worden of kinderopvang standaard onderdeel kan worden van het basisonderwijs, naar Scandinavisch model. Bovendien wil de PvdD dat alle scholen vanuit elke woonkern met het openbaar vervoer bereikbaar zijn.

Piratenpartij

De Piratenpartij meldt in het verkiezingsprogramma onder andere dat het onderwijs ‘de basis is van onze (informatie)samenleving’ en dat iedereen in Nederland recht heeft op onderwijs op het hoogste niveau.

Verder meldt deze partij dat onderwijs gericht moet zijn op ‘de democratische grondbeginselen van onze samenleving’, omdat kinderen zich moeten kunnen ontwikkelen ‘tot volwaardige burgers die kunnen meedenken over de fundamenten van onze samenleving’. Daartoe behoren mensenrechten en de rechtsstaat.

De Piratenpartij vermeldt ook dat ‘onderwijzers’ niet gedemotiveerd mogen raken ‘door meer bureaucratie zoals regels, procedures en vergaderingen’. In plaats daarvan moeten ze zich kunnen ‘richten op onderwijs’ om zo de groei en ontwikkeling van toekomstige generaties te stimuleren’.

Forum voor Democratie

De partij van lijsttrekker Thierry Baudet vindt onderwijs het belangrijkste voor de toekomst van ons land. ‘Een drastische verbetering van het (…) onderwijs is noodzakelijk. Hiervoor zijn geen ingewikkelde hervormingen nodig – eerder het omgekeerde: rust in de tent en veel ruimte aan scholen (…) om zelf te bepalen wat het beste is voor de leerling.’

Verder schrijft Forum voor Democratie in het verkiezingsprogramma dat er meer respect voor de leerkrachten moet komen, dat de klassen kleiner moeten worden en dat er met name in de hogere klassen meer ambitie nodig is.

Thierry Baudet wil artikel 23 van de Grondwet behouden op basis van ‘zeer strenge waarborgen op kwaliteit’.

Geen Peil

De partij van Jan Dijkgraaf heeft geen verkiezingsprogramma. ‘Er is geen partijprogramma, er zijn geen standpunten en er is geen verkiezingsfolder’, zo meldt Geen Peil.

 

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn