Voor de aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring bij het samenwerkingsverband is vereist dat door de aanvragende school in het ontwikkelingsperspectief voldoende inzichtelijk is gemaakt vanuit welke doelen de school de extra ondersteuning heeft ingezet, hoe zij dit planmatig heeft uitgevoerd en bijgesteld en welke resultaten dat heeft opgeleverd. Het samenwerkingsverband heeft de verplichting om te controleren of deze informatie in het ontwikkelingsperspectief is opgenomen en wanneer dit ontbreekt deze informatie bij de aanvragende school op te vragen voordat zij een beslissing op de aanvraag neemt.

Scholen zijn verplicht een ontwikkelingsperspectief op te stellen voor alle leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en speciaal basisonderwijs. Ook is het opstellen van een ontwikkelingsperspectief verplicht voor leerlingen die extra ondersteuning krijgen in het regulier basis- en voortgezet onderwijs. Voor leerlingen die ondersteuning krijgen vanuit het reguliere (basis)ondersteuningsaanbod, zoals begeleiding bij dyslexie of kortdurende remedial teaching, is geen ontwikkelingsperspectief nodig.

In de toelichting bij de Wet passend onderwijs worden verschillende doelen van het ontwikkelingsperspectief genoemd, onder andere:

  • Het biedt de school handvatten om het onderwijs af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van de leerling.
  • Het is een instrument voor de communicatie met ouders.
  • Met het ontwikkelingsperspectief kan verantwoording worden afgelegd over de bereikte resultaten. Dit kan bijdragen aan het verbeteren van de leerresultaten en het vergroten van de opbrengstgerichtheid van scholen.

Voor de aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring moet de aanvragende school in ieder geval onderbouwen waarom de leerling niet op de school kan worden ingeschreven dan wel niet op de school ingeschreven kan blijven staan binnen de basisondersteuning en met eventueel extra ondersteuning die de school kan bieden. Wanneer de leerling staat ingeschreven op de school, dient bij de aanvraag voor de toelaatbaarheidsverklaring het ontwikkelingsperspectief van de leerling te worden overlegd. In meerdere recente adviezen heeft de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring geoordeeld dat het samenwerkingsverband onvoldoende informatie van de aanvragende school heeft ontvangen om een besluit op de aanvraag voor de toelaatbaarheidsverklaring te kunnen nemen. Vereist is namelijk dat de aanvragende school in het ontwikkelingsperspectief beschrijft welke gerichte extra ondersteuning, gericht op de problematiek van de leerling, de leerling heeft gekregen en wat daar het effect van was. Het ontwikkelingsperspectief moet voldoende inzichtelijk maken vanuit welke doelen de school de extra ondersteuning heeft ingezet, hoe zij dit planmatig heeft uitgevoerd en bijgesteld en welke resultaten dat heeft opgeleverd.

Wanneer uit de gegevens die het samenwerkingsverband bij de aanvraag voor de toelaatbaarheidsverklaring heeft ontvangen dit onvoldoende blijkt, moet het samenwerkingsverband voordat zij deze aanvraag verder in behandeling neemt hierover informatie opvragen bij de school. Laat het samenwerkingsverband dat na, dan loopt het samenwerkingsverband het risico dat, wanneer ouders in bezwaar gaan tegen de afgifte van de toelaatbaarheidsverklaring, zij haar eerder genomen besluit moet intrekken wanneer in de bezwaarfase de aanvragende school deze informatie niet of niet afdoende aan het samenwerkingsverband kan overleggen.

Onderwijsjuristen VOS/ABB.

Download de toelichting: https://www.vosabb.nl/wp-content/uploads/2026/10/Rol-opp-bij-tlv-aanvraag-login.pdf

Deel dit bericht: