Op 15 april waren wij aanwezig bij de presentatie van De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs. Inspecteur-generaal Alida Oppers overhandigde het rapport aan minister Rianne Letschert en staatssecretaris Judith Tielen.
Het rapport laat zien dat de kwaliteitsverbetering bij taal, rekenen en burgerschap niet doorzet. In het primair onderwijs is nog enige vooruitgang zichtbaar, maar in het voortgezet onderwijs nog niet. Volgens de inspectie zou de schoolleider de belangrijkste hefboom van kwaliteitsontwikkeling moeten zijn, maar komt die rol in de praktijk onvoldoende tot zijn recht.
Daarnaast constateert de inspectie grote regionale verschillen in kansen voor leerlingen. In de Randstad krijgen leerlingen vaker een kansrijk advies dan in meer landelijke gebieden.
De inspectie pleit daarom voor intensievere samenwerking tussen alle actoren in het onderwijs. Het onderwijs staat niet stil, maar de verschillen worden groter. Dat vraagt om scherpere keuzes, sterker leiderschap van schoolleiders en meer focus op de basis.
Het rapport biedt een overzicht van de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit in Nederland en laat zien dat bekende problemen aanhouden en op onderdelen urgenter worden. Van een trendbreuk is geen sprake en veel aanbevelingen uit 2025 blijven ongewijzigd. Opvallend is de oproep aan de overheid om sociale media voor kinderen tot 15 jaar te verbieden.
Basisvaardigheden blijven kwetsbaar
Een belangrijk aandachtspunt in het rapport zijn de basisvaardigheden. De inspectie constateert dat deze onder druk blijven staan. Met name de taalvaardigheid, vooral in het voortgezet onderwijs, baart zorgen. Staatssecretaris Judith Tielen ging hier tijdens de presentatie expliciet op in.
Ook bij rekenen is nog geen sprake van een stabiel en structureel herstel. De inspectie plaatst deze ontwikkeling in een bredere context: het gaat niet om een tijdelijke terugval, maar om een patroon dat al langere tijd zichtbaar is.
Onderwijskwaliteit en kwaliteitszorg
Het rapport laat zien dat de kwaliteit van het onderwijs niet overal op het gewenste niveau ligt. Een behoorlijk deel van de onderzochte scholen wordt door de inspectie als onvoldoende beoordeeld.
Daarnaast wordt de kwaliteitszorg binnen scholen, met name in het funderend onderwijs, als zwak aangemerkt. Het systematisch werken aan kwaliteitsontwikkeling en het borgen daarvan is niet op alle scholen voldoende ontwikkeld.
Ook op bestuurlijk niveau zijn aandachtspunten zichtbaar. Ongeveer een kwart tot een vijfde van de onderzochte besturen krijgt een onvoldoende beoordeling. Bij 40 besturen waren de afgelopen vier schooljaren alle drie de kwaliteitszorgstandaarden onvoldoende. Daarmee wordt voor de inspectie duidelijk dat de ontwikkeling van kwaliteit niet alleen een vraagstuk op schoolniveau is, maar ook op het niveau van bestuur speelt.
Grote verschillen tussen leerlingen, scholen en regio’s
Een tweede belangrijke lijn in het rapport betreft de verschillen in het onderwijs. Volgens de inspectie zijn deze verschillen groot en nemen zij op onderdelen toe:
• verschillen tussen leerlingen
• verschillen tussen scholen
• verschillen tussen regio’s
De inspectie benadrukt dat het uitmaakt waar een leerling opgroeit en naar school gaat. Regionale context en leerlingpopulatie hebben invloed op kansen en onderwijsuitkomsten.
Tegelijkertijd laat het rapport zien dat context niet allesbepalend is. Scholen die doelgericht en ambitieus werken aan verbetering van de onderwijskwaliteit, laten zien dat ook in complexe omstandigheden goede resultaten mogelijk zijn. In de presentatie werd door de inspecteur een pleidooi gehouden voor de ‘Zwarte Zwanen-aanpak’ van Iliass El Hadioui. Op het symposium van VOS/ABB in november 2025 heeft hij deze aanpak ook toegelicht.
Rol van schoolleiders en de organisatie van kwaliteit
Het rapport vraagt nadrukkelijk aandacht voor de rol van schoolleiders. De inspectie benadrukt dat zij een belangrijke factor zijn in de ontwikkeling van onderwijskwaliteit en het versterken van kwaliteitszorg.
Daarbij wordt ook gewezen op het belang van een goede balans tussen bestuur en schoolteam. De verdeling van verantwoordelijkheden en de ruimte voor schoolleiders beïnvloeden hoe scholen hun kwaliteit ontwikkelen.
Het rapport onderstreept dat kwaliteitsontwikkeling vraagt om samenhang tussen bestuur, schoolleiding en team.
Lerarentekort en stapeling van opgaven
Het lerarentekort blijft een structureel probleem en heeft directe gevolgen voor de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs. De impact verschilt per regio en sector, maar is in brede zin voelbaar.
De inspectie beschrijft daarnaast een bredere context waarin scholen te maken hebben met een stapeling van opgaven. Scholen werken gelijktijdig aan meerdere beleidsdoelen en verbetertrajecten. Dit zet de uitvoering onder druk en maakt het noodzakelijk om duidelijke prioriteiten te stellen.
Aanbevelingen: versterken van kwaliteitszorg en gerichte aanpak
Het rapport bevat verschillende aanbevelingen. Deze richten zich onder meer op:
• het versterken van de kwaliteitszorg binnen scholen en besturen
• het blijvend werken aan verbetering van basisvaardigheden
• het beter afstemmen van beleid en aanpak op regionale verschillen
De inspectie onderschrijft, net als wij, dat een uniforme aanpak niet in alle situaties effectief is. Differentiatie en gerichte keuzes zijn nodig, juist vanwege de grote variatie tussen scholen en regio’s.
De aanbevelingen uit 2025 over inclusief onderwijs blijven overeind, evenals de oproep aan de overheid om concrete doelen op te leggen aan samenwerkingsverbanden. Daarmee moet de deelname aan het gespecialiseerd onderwijs worden teruggedrongen.
Verder bevat het rapport een kritische reflectie op de veranderende rol van de overheid in het onderwijs. De inspectie constateert dat een hybride sturingspraktijk ontstaat, met zowel autonomie van de besturen als de behoefte aan centrale regie van de overheid.
Presentatie
Tijdens de presentatie lichtten de betrokken bewindspersonen en de inspecteur-generaal het rapport toe.
Minister Rianne Letschert gaf aan zowel trots als bezorgd te zijn over de staat van het onderwijs. Zij benadrukte dat er aanleiding is om gezamenlijk tot andere aanpakken te komen. In haar persoonlijke toelichting verwees zij naar haar eigen schoolloopbaan als stapelaar en naar het belang van leraren die in leerlingen, zoals haar dochter, blijven geloven.
Staatssecretaris Judith Tielen legde de nadruk op haar zorgen over de taalvaardigheid, vooral in het voortgezet onderwijs.
Inspecteur-generaal Alida Oppers wees op de grote verschillen tussen scholen en regio’s en benadrukte het belang van gerichte kwaliteitsontwikkeling en de rol van schoolleiders daarin.
Vervolg en betrokkenheid
Vanuit VOS/ABB blijven wij ook het komende jaar in gesprek met de Inspectie van het Onderwijs. Daarbij volgen wij de ontwikkelingen rond onderwijskwaliteit en de rol van besturen en scholen nauwgezet.
Op verschillende thema’s uit het rapport sluiten wij aan bij onze koers ‘Versterken en Verdiepen’. Wij blijven schoolbesturen ondersteunen, onder meer op het gebied van juridische dienstverlening, kwaliteitszorg, governance en het omgaan met verschillen tussen scholen en regio’s.
Beschikbaarheid
De Staat van het Onderwijs 2026 is beschikbaar via de website van de Inspectie van het Onderwijs, inclusief sectorbeelden en een online magazine met verdiepende informatie.