PO-Raad wil meer geld voor achterstandsleerlingen

Er moet meer geld naar onderwijs aan achterstandsleerlingen. Daarvoor pleit voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad, meldt RTL Nieuws.

Het budget voor onderwijs aan achterstandsleerlingen gaat de komende jaren omlaag. Dat komt doordat het aantal ouders met een laag opleidingsniveau afneemt. In 2011 waren er 186.000 achterstandsleerlingen, vorig jaar waren dat er 134.000 en de komende jaren zal dat aantal verder afnemen.

Meer achterstandsleerlingen

Den Besten zegt bij RTL Nieuws dat het opleidingsniveau van de ouders geen goede graadmeter is. Ze wijst op kinderen uit Midden- en Oost-Europese landen, van wie de ouders niet laag zijn opgeleid. Deze kinderen hebben ook een achterstand, omdat ze vaak nog geen Nederlands spreken als ze hier naar school gaan.

Er zijn volgens Den Besten nog meer bepalende factoren: ‘Het gaat niet alleen om de scholing van ouders. Daar is de wetenschap al lang over uit: het gaat ook om inkomensniveau, etniciteit, welke taal wordt er thuis gesproken, waar groei je op, hoe is jouw wijk? Al die factoren horen bij een goed achterstandenbeleid.’

Gewichten te laag? Snel bezwaar maken!

VOS/ABB raadt schoolbesturen aan om de recente OVT-beschikkingen goed te checken en indien nodig tijdig bezwaar te maken. Dit in verband met de aangepaste toekenning van gewichten. De bezwaartermijn verloopt snel en een verminderd gewicht is blijvend.

Het gaat om de bezwaartermijn van de beschikking OVT (Overzicht Vaststelling Telling) die DUO op 19 juli jongstleden naar de schoolbesturen in het primair onderwijs heeft gestuurd. Hierin wordt niet alleen de telling vastgesteld, maar ook het gewicht van de leerlingen. Kinderen met een onderwijsachterstand krijgen extra gewicht toegekend, waardoor de school extra geld krijgt ter bestrijding van de achterstand.

Gewichten gecontroleerd

De gewichten zullen nog niet zijn aangepast naar aanleiding van laatstelijk uitgevoerde controles door Deloitte op basis van de 1 oktober 2014-telling. Over deze controle is veel commotie geweest, omdat er veel (nadelige) aanpassingen van de gewichten uit voortkomen. Deze OVT’s volgen nog dit najaar (waarschijnlijk in oktober).

Ten aanzien van de planning van de DUO rondom de gewichten en controles en de vaststelling daarvan heeft DUO de besturen ook op 14 juli jongstleden een brief gestuurd met uitleg. In het kort staat dit ook in dit nieuwsbericht van DUO.

Bezwaar maken? Weinig tijd!

Bezwaar maken tegen de OVT kan uitsluitend schriftelijk binnen zes weken na de dag waarop het besluit is toegezonden. De OVT’s zijn vanaf 15 juli verstuurd. Dat betekent dat de bezwaartermijn al snel kan verlopen, de eerste eind augustus al!

Mocht u op de OVT van afgelopen juli zien dat er gewichten op 0,0 zijn gezet, terwijl de bewuste leerlingen wel een gewicht zouden moeten hebben, dan kunt u nu bezwaar indienen tegen deze OVT. Let op: een ander moment is er niet en deze OVT regelt het gewicht voor de rest van de schoolloopbaan.

U dient het bezwaarschrift in bij de minister van OCW, onder vermelding van ‘Bezwaar’, ter attentie van DUO, postbus 606, 2700 ML in Zoetermeer.

Bij het bezwaarschrift moet u de nieuwe (juiste) aanvullende ouderverklaringen indienen voor al die leerlingen bij wie er (volgens het bestuur) foutief een gewichtswijziging naar 0,0 is gemaakt. De aanvullende ouderverklaring vervangt dan die foutieve ouderverklaring en zorgt dat er een herstel in gewicht komt.

Meer informatie over het maken van bezwaar vindt u op www.bezwaarschriftenocw.nl.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

PO-Raad wil andere criteria achterstandsleerling

De criteria die bepalen of een kind een achterstandsleerling is, moeten worden aangepast. Aanleiding voor dit pleidooi van de PO-Raad is het feit dat schoolbesturen veel geld toeleggen op het onderwijs aan vluchtelingenkinderen.

De PO-Raad meldt op basis van een peiling onder basisscholen met asielzoekersleerlingen dat tweederde van de scholen geld toelegt op het onderwijs aan deze groep kinderen. Gemiddeld gaat het om 850 euro per leerling per jaar.

Bijna alle scholen geven aan dat twee jaar extra geld nodig is om goed onderwijs voor vluchtelingenkinderen te organiseren, maar staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt één jaar voldoende. De Tweede Kamer nam weliswaar motie aan om scholen twee jaar extra geld te geven, maar die motie heeft Dekker naast zich neergelegd.

Nu vaak geen achterstandsleerling

De staatssecretaris stelt dat scholen via het onderwijsachterstandenbeleid al geld krijgen om onderwijs voor vluchtelingenkinderen van te betalen ná het eerste jaar. De PO-Raad wijst erop dat alleen kinderen van wie de ouders minder dan twee jaar voortgezet onderwijs hebben gevolgd, worden gezien als achterstandsleerlingen. De helft van de vluchtelingenkinderen behoort hier niet toe.

Daarom pleit de PO-Raad voor nieuwe criteria op basis waarvan bepaald wordt of een leerling een potentiële achterstandsleerling is die extra ondersteuning nodig heeft.

Dekker houdt voet bij stuk

Staatssecretaris Dekker laat in reactie op de oproep van de PO-Raad weten dat hij niet bereid is meer geld te investeren in goed onderwijs voor asielzoekerskinderen, meldt nieuwssite NU.nl.

‘Aantal achterstandsleerlingen daalt niet’

Statistieken laten zien dat het aantal achterstandsleerlingen daalt, maar volgens wethouder Hugo de Jonge in Rotterdam is dat niet waar. Hij zegt dat de definitie van de achterstandsleerling, die het Rijk hanteert, niet klopt. ‘Scholen zien het aantal achterstandsleerlingen niet verminderen, alleen het geld ervoor’, twitterde hij. 

Etniciteit
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde vanmorgen in een persbericht dat het aantal achterstandsleerlingen in het basisonderwijs de laatste jaren met een kwart is afgenomen. Op Radio Rijnmond gaf de Rotterdamse wethouder een toelichting op zijn twitter-reacite:  ‘Een kind wordt gezien als achterstandsleerling als zijn ouders een laag opleidingsniveau hebben. We zien inderdaad dat steeds meer ouders hoger opgeleid zijn, wat op zich mooi is, maar het zegt toch niet alles over de leerling. We hebben bijvoorbeeld kinderen uit Midden- en Oost-Europa met ouders die wel een goede opleiding hebben, maar hun kinderen kampen wel een taalachterstand in ons onderwijs’.
Voor deze kinderen krijgen de scholen geen achterstandsgelden, terwijl ze wel bijgespijkerd moeten worden. De Jonge vindt dan ook dat de definitie van een achterstandsleerling anders moet. Naar zijn idee moet er ook gekeken worden naar etniciteit en armoede. Hij heeft dat aangekaart bij de Tweede Kamer.

Advies en brandbrief
Overigens heeft ook de Onderwijsraad in 2013 geadviseerd dat etniciteit weer moet meetellen. De wethouders van de vier grote steden stuurden in april 2015 nog een brandbrief aan de staatssecretaris met een protest tegen de herverdeling van achterstandsgelden. De grote steden gaven toen ook aan dat migrantenkinderen kampen met een taalachterstand, ook als hun ouders niet laagopgeleid zijn. Eind 2015 wees staatssecretaris Dekker het verzoek om de regeling te veranderen wederom af. Hij vindt dat het gebruik van etniciteit als indicator stigmatiserend werkt.

Gewichtenregeling
Het CBS telde in het schooljaar 2015-2016 bijna 134.000 achterstandsleerlingen in het regulier basisonderwijs. Vier jaar daarvoor waren het er nog ruim 186.000. Scholen krijgen voor achterstandsleerlingen extra budget via de zogenoemde gewichtenregeling. Het leerlinggewicht wordt tegenwoordig bepaald op basis van het opleidingsniveau van de ouders, maar dat zegt dus niets over de verstandelijke vermogens of prestaties van de leerling zelf.

In percentages gezien is het aantal achterstandsleerlingen teruggelopen van 12 tot 9 procent, meldt het CBS. Rotterdam is de gemeente met de meeste achterstandsleerlingen: 20 procent. Maar volgens wethouder Hugo de Jonge is dat aantal dus nog veel groter. Op de site van CBS staat meer informatie en grafieken over de herkomst van de achterstandsleerlingen en de verdeling over het land.

 

Minder achterstandsleerlingen, maar niet overal

In het primair onderwijs is het aantal achterstandsleerlingen verder afgenomen. Dat staat in het rapport Kinderen in tel 2014 van het Verwey-Jonker Instituut.

Waren er in 2000 nog ruim 447 duizend achterstandsleerlingen, in 2012 waren dit er bijna 174 duizend. Dat is ruim 11 procent van het aantal 4- t/m 12-jarige leerlingen. Het gaat hierbij om kinderen met een leerlinggewicht hoger dan 0.

De gestage daling doet zich in het hele land voor, behalve in de provincie Groningen. Daar was in 2011 een lichte stijging te zien van het aantal achterstandsleerlingen, maar in 2012 nam dat aantal weer af. De provincies Friesland, Drenthe en Utrecht hebben het minste aantal achterstandsleerlingen. Zuid-Holland blijft aan kop.

In 2012 hadden 107 gemeenten een percentage achterstandsleerlingen dat hoger lag dan het landelijke gemiddelde. Rotterdam blijft bovenaan staan, gevolgd door de buurgemeenten Schiedam en Vlaardingen. Opvallend is dat er in de gemeente Vlaardingen een forse stijging was van het aandeel achterstandsleerlingen was van ruim 22 procent in 2010 tot bijna 25 procent in 2011.

Andere gemeenten met veel achterstandsleerlingen zijn Amsterdam, Den Haag, Staphorst, Pekela, Reimerswaal, Kerkrade en Roermond.

Achterstandsleerling wacht op plek in voorschool

Steeds minder kinderen met een achterstand kunnen als voorbereiding op de basisschool terecht op een voorschool. Dat meldt de NOS.

De MOgroep noemt het onacceptabel dat kinderen met een achterstand op wachtlijsten staan. De brancheorganisatie van onder andere de peuterspeelzalen wil dat er één peutervoorziening komt, die toegankelijk is voor alle kinderen.

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad wil dat ook: 'Er beginnen nu toch weer meer kinderen met een achterstand aan de basisschool. Die achterstand halen ze moeilijk in. De voorschool moet toegankelijk zijn voor alle kinderen.'

De wachtlijsten bij peuterspeelzalen nemen toe doordat de kinderopvang steeds duurder wordt. Peuterspeelzalen zijn goedkoper, doordat ze vaak nog gesubsidieerd zijn.