Alleen voortgezet onderwijs houdt nog geld over

In het primair onderwijs blijft vrijwel geen geld op de plank liggen, maar in het voortgezet onderwijs nog wel. Dat blijkt uit een brief die de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

In hun brief over de financiële positie van de schoolbesturen staat dat in het primair onderwijs de rentabiliteit in 2018 bijna nihil was. Het gerealiseerde resultaat bedroeg 6 miljoen euro. In 2017 was dat nog 106 miljoen euro. ‘De inkomsten en uitgaven van de schoolbesturen (…) waren (…) dus vrijwel met elkaar in evenwicht’, aldus de ministers.

In hun brief staat ook dat het extra geld voor het verhogen van de salarissen en verlagen van de werkdruk in het primair onderwijs vrijwel in zijn geheel is besteed. ‘Van deze investeringen is bijna niets op de plank blijven liggen.’

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs bleef wel geld over. Daar was de rentabiliteit in 2018 hoger dan in 2017 (1,1 procent in 2018 en 0,7 procent in 2017). Het gerealiseerde resultaat in 2018 was 94 miljoen euro (64 miljoen euro hoger dan geraamd).

De ministers voegen daaraan toe dat de gemiddelde rentabiliteit in het voortgezet onderwijs de komende jaren naar verwachting zal dalen. ‘Met gelijkblijvende solvabiliteitscijfers en dalende liquiditeitscijfers betekent dit dat het vo van plan is in te teren op de reserves.’

Lees meer…

Extra geld voor onderwijs (maar niet heus)

Het kabinet investeert in 2020 extra in onderwijs, beweert minister Wopke Hoekstra. Dat is echter geenszins het geval als wordt gekeken naar het primair en voortgezet onderwijs. Daar is zelfs sprake van een (kleine) bezuiniging. Toch lijkt het kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie ermee weg te komen, dankzij steun van oppositiepartij GroenLinks.

Hoekstra (CDA) zei tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen dat er onder andere in de onderwijsbegroting investeringen zitten, maar dat is helemaal niet het geval. Wel wordt er door middel van kasschuiven voor het primair en voortgezet onderwijs geld naar voren gehaald. Dat is dus geld dat voor latere jaren bestemd was, en dus geen extra geld.

Uit een grondige analyse van de onderwijsbegroting die VOS/ABB heeft gemaakt, blijkt dat er in 2020 geen cent voor onderwijs bijkomt. Sterker nog: er zal volgend jaar sprake zijn van een (kleine) bezuiniging op de loon- en prijsbijstelling. Het kabinet houdt een deel hiervan in om daarmee onderhoud en vervanging van ICT-systemen bij DUO te betalen.

Kabinet hoeft niets te vrezen

De onderwijsbegroting voor volgend jaar kan ongestoord door de Tweede en Eerste Kamer. Oppositiepartij GroenLinks heeft te kennen gegeven het kabinet geen strobreed in de weg te leggen. Fractieleider Jesse Klaver zegt dat dit een nieuwe vorm van politiek bedrijven is. Door mee te stemmen met het kabinet, denkt GroenLinks meer te bereiken dan met tegenstemmen.

Klaver legt in de Volkskrant uit hoe het volgens hem werkt: ‘Het kabinet moet sowieso iets doen aan de onderwijsbegroting. Niet omdat welke partij dan ook voor of tegen stemt, maar omdat er een groot probleem is. Maar alleen iets doen omdat de oppositie dreigt tegen te stemmen, dat vind ik niet de manier.’

Klaver zegt ervan overtuigd te zijn dat er extra geld voor onderwijs gaat komen. Die ruimte is volgens hem geboden in de Algemene Beschouwingen. Premier Mark Rutte liet toen doorschemeren dat het kabinet in 2020 wellicht eenmalig extra geld voor het onderwijs uittrekt. Op 16 oktober heeft Rutte daarover een gesprek met de sociale partners.

De sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de vakbonden eisen structureel 423,5 miljoen euro extra voor het onderwijs.

Analyse begroting: bezuiniging op onderwijs!

Ronald Bloemers en Ron van der Raaij van VOS/ABB hebben de OCW-begroting voor 2020 grondig geanalyseerd. Hun conclusie: het kabinet bezuinigt op onderwijs!

Voor zowel het primair als voortgezet onderwijs geldt dat het kabinet een beperkte bezuiniging doorvoert wat betreft de loonbijstelling. Het voortgezet onderwijs krijgt bovendien niet de gehele prijsbijstelling gecompenseerd.

Bloemers en Van der Raaij laten met hun analyse niet alleen zien waar er op onderwijs wordt bezuinigd, ze spreken ook hun teleurstelling uit over het uitblijven van een beleidsrijke begroting.

‘Onze verwachting was al dat het kabinet op Prinsjesdag niet met extra investeringen in het onderwijs zou komen. Wel hadden wij nog de hoop op een beleidsrijke begroting met een heldere visie op de toekomst van het onderwijs. Die hoop is helaas niet bewaarheid…’, aldus Bloemers en Van der Raaij.

Hun analyse van de OCW-begroting staat in het besloten ledengedeelte van deze website (u moet hiervoor als lid van VOS/ABB zijn ingelogd):

Analyse OCW-begroting 2020

Wel extra geld voor onderwijs in linkse tegenbegroting

De linkse oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SP in de Tweede Kamer hebben een tegenbegroting opgesteld. Daarin staat dat er meer geld naar onderwijs moet. 

In de tegenbegroting staat dat het toptarief in de winstbelasting voor bedrijven omhoog moet van 25 naar 30 procent. Ook willen PvdA, GroenLinks en SP meer belasting op vermogen.

Met de miljarden die de overheid hiermee zou kunnen binnenhalen, zouden onder andere de lerarensalarissen omhoog kunnen en maatregelen kunnen worden getroffen om de werkdruk te verminderen, zo is de gedachte.

In de OCW-begroting voor 2020 die het kabinet op Prinsjesdag heeft gepresenteerd, is geen extra geld voor onderwijs gereserveerd.

Lees meer…

Geen cent extra om lerarentekort tegen te gaan

Het onderwijs krijgt er geen cent bij voor maatregelen tegen het lerarentekort. Dat blijkt uit de Miljoenennota en de OCW-begroting voor 2020 die op Prinsjesdag zijn gepubliceerd.

De constatering dat er in 2020 geen cent bijkomt, past bij de buitengewoon bescheiden rol die het onderwijs in de Troonrede toebedeeld kreeg. Koning Willem-Alexander ging heel even in op het lerarentekort door te zeggen dat het de komende jaren nijpend blijft. Hij zei vervolgens dat het kabinet blijft bevorderen dat meer mensen kiezen voor een baan in het onderwijs, maar dat ‘bevorderen’ vertaalt het kabinet dus niet in extra geld.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën bewees dat het altijd nog minder kan dan het buitengewoon bescheiden aantal woorden dat in de Troonrede aan het onderwijs werd besteed. Hij had het in zijn praatje bij het aanbieden van de Prinsjesdagstukken in de Tweede Kamer helemaal niet over het onderwijs, laat staan over het lerarentekort.

Slechts mooie woorden

In de OCW-begroting voor 2020 en de Miljoenennota staan vooral mooie woorden. Bijvoorbeeld over goed en breed toegankelijk onderwijs en gelijke kansen voor alle kinderen. Het kabinet verbindt deze woorden aan de brede welvaart, die meer is dan slechts macro-economische cijfers. Al deze mooie woorden laten zich evenmin vertalen in extra geld voor het onderwijs, zo blijkt uit de stukken.

In de Miljoenennota staat wel dat door de keuze van het kabinet om de lasten te verlagen, de inkomsten van de overheid zullen afnemen en dat dit zal leiden tot ‘beperktere publieke diensten’. Dat zal volgens het kabinet betekenen dat de mensen bereid moeten zijn meer zelf te betalen voor onder andere goed onderwijs.

Onze politiek adviseur Ronald Bloemers en financieel expert Ron van der Raaij maken een grondige analyse van de OCW-begroting. Hun analyse komt later deze week online.

‘Begrotingsoverschot naar onderwijssalarissen’

De helft van de Nederlanders vindt dat het kabinet het begrotingsoverschot moet aanwenden voor hogere salarissen in onder andere het onderwijs. Dat blijkt uit een enquête in opdracht van de NOS.

Op de vraag waar het kabinet het begrotingsoverschot vooral zou moeten besteden, noemen de mensen eerst gezondheidszorg, gevolgd door ouderenzorg. Onderwijs staat op het prioriteitenlijstje op nummer 3.

Onder jongeren scoort onderwijs hoger dan onder ouderen. Verder blijkt dat hoogopgeleiden meer prioriteit geven aan onderwijs dan laagopgeleiden.

De enquête is afgenomen in het kader van Prinsjesdag.

Lees meer…

Gespreksbijeenkomst over geldstromen door de school

Op 15 mei is er in Amsterdam een gespreksbijeenkomst over geldstromen door de school.

De bijeenkomst staat in het teken van de grotere zeggenschap die ouders en leerkrachten krijgen over de begroting van basisscholen. Hoe benutten zij die invloed goed? En wat hebben ouders en leerkrachten nodig om geïnformeerd mee te praten en mee te beslissen? Welke rol is er dan weggelegd voor de schoolleider, schoolbestuurder en de raad van toezicht en hoe is hun zicht op de geldstromen rondom de school?

De bijeenkomst is op woensdag 15 mei vanaf 20 uur in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam.

Lees meer…

Primair onderwijs begroot voorzichtig vanwege risico’s

Schoolbestuurders en schoolleiders begroten erg voorzichtig. Dat komt doordat ze een sterke focus hebben op risico’s. Dat meldt de PO-Raad in een factcheck over de financiën van het primair onderwijs

De sectororganisatie ziet ‘een cultuur van bedachtzaamheid en voorzichtigheid’. Dit is volgens de PO-Raad onder andere het gevolg van afnemende leerlingenaantallen, de invoering van passend onderwijs en de ondoorzichtigheid van de bekostiging.

‘Als de omgeving van het schoolbestuur onoverzichtelijk en onvoorspelbaar is, worden besturen voorzichtiger in het begroten. Ze weten dan namelijk niet hoe hoog het bedrag is dat ze jaarlijks kunnen besteden’, zo meldt de PO-Raad.

Rijk of arm?

De sectororganisatie meldt ook dat ongeveer 17 procent van de schoolbesturen te veel geld op de plank hebben liggen. Deze besturen kunnen als ‘te rijk’ worden aangemerkt. Daartegenover staat dat 13 procent als ‘te arm’ kan worden beschouwd. De conclusie is dat er schoolbesturen zijn die te grote reserves hebben, maar dat de sector als geheel niet rijk is.

Lees meer…

Spaargeld

In het Radio 1 Journaal van de NOS reageerde bestuurder Leo Breukel van de ‘rijke’ stichting Aves met basisscholen in voornamelijk de Noordoostpolder op de bevindingen van de PO-Raad. Aves heeft 5 miljoen euro in kas, maar volgens Breukel betekent dat niet dat de stichting te veel geld heeft.

‘Een groot deel van dat geld is bijvoorbeeld gereserveerd voor schade aan het schoolgebouw, of afschrijvingen’, aldus Breukel. Hij wees er ook op dat geld wordt gebruikt voor het aannemen van onderwijsassistenten en investeringen in ICT en scholing van docenten.

Lees meer…

Ministerraad akkoord met meer zeggenschap MR

De ministerraad vindt het een goed plan om medezeggenschapsraden instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting.

Dit plan komt van onderwijsminister Arie Slob. Hij wil dat ouders, leraren en leerlingen meer te zeggen krijgen over de financiën van scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Het is de bedoeling van de minister dat dit op 1 januari 2021 in de wet is geregeld.

Voorwaarde is wel dat er in de MR voldoende kennis is over financiën. Daarom komen er mogelijkheden voor MR-leden om scholing te volgen of ondersteuning te krijgen.

Het is nog niet bekend wat ‘op hoofdlijnen van de begroting’ precies gaat inhouden.

Lees meer…

 

Schoolbesturen over het algemeen financieel gezond

De Inspectie van het Onderwijs meldt dat schoolbesturen over het algemeen financieel gezond zijn. Ze boekten in 2017 gezamenlijk een positief resultaat van 0,7 procent.

In De Financiële Staat van het Onderwijs 2017 staat dat er sprake lijkt ‘van een brede tendens van nogal voorzichtig begroten’. De inspectie signaleert dat het vaak moeilijk is de relatie te leggen tussen de begroting en behaalde resultaten.

‘Het is daarom noodzakelijk dat besturen en scholen beter beleidsrijk, meerjarig gaan begroten en dat de transparantie in de verslaglegging toeneemt. Wat weer moet leiden tot een betere planning van de inzet van de beschikbare middelen’, aldus de inspectie.

De onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob voegen er in een brief aan de Tweede Kamer aan toe dat schoolbesturen best een negatief resultaat kunnen begroten als zij ‘grote reserves’ hebben. ‘Gespaarde middelen moeten op enig moment worden geïnvesteerd (…), zodat goed, duurzaam onderwijsaanbod in stand blijft’, zo staat in de brief. Wat ‘grote reserves’ precies zijn, staat er niet in vermeld.

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs

Bij de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs is volgens de inspectie sprake van ‘een groot verschil (…) tussen begroting en realisatie’. Na een begroot resultaat van ruim 4 miljoen euro volgde in 2017 een feitelijk resultaat van bijna 32 miljoen euro. Dit roept de vraag op ‘in hoeverre de samenwerkingsverbanden hun financiële processen weten te beheersen’.

De inspectie heeft naast De Financiële Staat van het Onderwijs het rapport Zicht op de besteding van de middelen voor passend onderwijs gepubliceerd.

Vrijwillige ouderbijdrage

In het rapport staat ook dat in het primair en voortgezet onderwijs de vrijwillige ouderbijdrage hoger wordt. In het primair onderwijs steeg deze bijdrage van gemiddelde 41 euro in 2013 tot 50 euro per leerling in 2017. In het voortgezet onderwijs ging het gemiddelde bedrag omhoog van 160 naar 204 euro.

Lees meer…

 

 

Analyse onderwijsbegroting 2019

De financieel experts Ronald Bloemers en Ron van der Raaij van VOS/ABB hebben een analyse gemaakt van de onderwijsbegroting 2019.

Bloemers en Van der Raaij gaan in hun analyse in op onder andere het achterblijvende kabinetsbeleid voor kansengelijkheid in het onderwijs, de gevolgen van de hogere lerarensalarissen en de aanpak van de werkdruk.

De analyse staat in het besloten ledengedeelte van deze website. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de analyse downloaden.

‘OCW krijgt 200 miljoen om gat in begroting te dichten’

Het ministerie van OCW krijgt 200 miljoen euro om een gat in de begroting weg te werken. Dit staat in de Voorjaarsnota, meldt de NOS.

Er is een gat in de OCW-begroting ontstaan doordat er meer leerlingen en studenten zijn dan het ministerie had ingeschat. Het extra geld voor OCW zou moeten voorkomen dat het ministerie op bepaalde uitgaven moet bezuinigen.

Lees meer…

Geen instemmingsrecht (G)MR op begroting

Het is geen goed idee om de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) instemmingsrecht te geven op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid van het schoolbestuur. Dat vindt een meerderheid van de partijen die hebben gereageerd op een internetconsultatie over dit onderwerp.

De (G)MR heeft op dit moment adviesrecht op dit onderwerp. Uit de internetconsultatie blijkt dat een meerderheid het wijzigen van het adviesrecht in een instemmingsrecht niet ziet zitten, omdat (G)MR-leden over het algemeen geen verstand hebben van financiën. Instemmingsrecht zal het risico op financiële incidenten niet verkleinen.

Het wetsvoorstel dat het instemmingsrecht zou moeten regelen, werd vorig jaar ingetrokken vanwege bezwaren van de Raad van State. Toenmalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW liet in een brief aan de Tweede Kamer weten dat er mogelijk een nieuw wetsvoorstel komt, mits uit de internetconsultatie zou blijken dat daar behoefte aan is. Dat is dus niet het geval.

Instemmingsrecht in regeerakkoord

In het regeerakkoord van het huidige kabinet-Rutte staat dat instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting er moet komen.

In de jaarverslagen worden doelstellingen uit toekomstige bestuurlijke afspraken inzichtelijk gemaakt. Ook vooraf moet de verantwoording beter, om dat te bereiken krijgt de medezeggenschapsraad in het primair en voortgezet onderwijs instemmingsrecht over de hoofdlijnen van de begroting.

Het is niet duidelijk wat er gaat gebeuren nu de uitkomst van de internetconsultatie negatief is.

Analyse onderwijsbegroting 2018

Financieel deskundigen Ronald Bloemers en Ron van der Raaij van VOS/ABB hebben een analyse gemaakt van de onderwijsbegroting 2018, die op Prinsjesdag door het demissionaire kabinet-Rutte II is gepresenteerd.

Zij gaan in hun analyse onder meer in op het gat in de begroting van het ministerie van OCW, dat groeit van 244 naar 415 miljoen euro. Bloemers en Van der Raaij leggen uit waarom zijn verwachten dat dit niet tot een bezuiniging op het funderend onderwijs zal leiden.

Andere onderwerpen die zij uit de begroting hebben gelicht, zijn de financiering van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs, de transitievergoeding via de Wet werk en zekerheid en de positie van het Vervangings- en Participatiefonds.

Ten slotte gaan Bloemers en Van der Raaij ook in op de extra bijdrage van 270 miljoen euro voor de leraren in het primair onderwijs.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de analyse downloaden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Dijsselbloem bevestigt OCW-gat van 467 miljoen euro

Demissionair minister Jeroen Dijsselbloem heeft woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer over de Voorjaarsnota bevestigd dat er in 2018 op de begroting van het ministerie van OCW een gat van 467 miljoen euro moet worden gedicht.

Het bedrag van 467 miljoen staat genoemd in de Voorjaarsnota, die in juni bekend werd gemaakt. In de nota staat dat er in 2018 en de jaren daarna sprake is van ‘diverse problematiek op de OCW-begroting’.

Dat komt vooral door hogere leerling- en studentenaantallen dan geraamd. Het betreft een tegenvaller in 2018 van 223 miljoen euro.

Daarbovenop komt een bedrag van 244 miljoen euro als gevolg van een ruilvoetproblematiek. In verband met de lage inflatie mag de overheid minder geld uitgeven.

OCW geconfronteerd met financieel gat

Vanaf dit jaar is er een tegenvaller van gemiddeld 200 miljoen euro per jaar op de OCW-begroting. Dit blijkt uit de Voorjaarsnota.

Het financiële gat bij het ministerie van OCW is vooral het gevolg van te lage ramingen van het aantal leerlingen en studenten. Het kabinet heeft besloten de tegenvaller in 2017 op te lossen door de inzet van meevallers elders op de rijksbegroting. ‘Daardoor hoeft er dit jaar niet bezuinigd te worden op de bekostiging van onderwijsinstellingen’, meldt het ministerie van Financiën.

Wat er na dit jaar gaat gebeuren, is nog niet duidelijk. De keuze hoe om te gaan met structurele dekking van de tegenvaller op de OCW-begroting wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Dit kán dus betekenen dat er vanaf 2018 weer op onderwijs zal worden bezuinigd.

Lees meer…

Tips voor begroting samenwerkingsverband

Kunt u wel wat tips en tricks gebruiken voor het opstellen van de begroting van uw samenwerkingsverband? Kom dan dinsdag 1 november naar Woerden voor de VOS/aBB-bijeenkomst Passend onderwijs en financiën.

Vanwege een aantal afzeggingen zijn er plaatsen vrijgekomen, dus aanmelden kan nog! Op de agenda staan naast de tips en aandachtspunten voor de begroting 2017 ook actuele ontwikkelingen die van belang zijn voor de bedrijfsvoering van samenwerkingsverbanden. Ook is er ruimte voor thema’s die door de deelnemers zelf worden aangedragen. Onze financiële experts zullen daar op in gaan. Dat zijn Ron van der Raaij van VOS/ABB en Rick de Wit van Infinite Financieel.

Praktische gegevens
De bijeenkomst begint dinsdag om 10 uur en wordt rond 12.30 uur afgesloten met een lunch. U bent welkom in het kantoor van VOS/ABB aan de Houttuinlaan 8 in Woerden. Aanmelden kan nog tot en met 31 oktober door een mailtje te sturen aan welkom@vosabb.nl met daarin uw naam, de naam van uw organisatie en de vermelding Passend onderwijs en financiën. Ook kunt u daar nog aangeven welk onderwerp u graag aan de orde zou willen stellen. Voor leden van VOS/ABB is de bijeenkomst gratis. Niet-leden zijn ook welkom, maar dan betaalt u 100 euro.

Investering blijkt uiteindelijk bezuiniging

In de onderwijsbegroting 2017 staat onder andere dat het kabinet tot en met 2021 structureel 200 miljoen euro per jaar uittrekt voor onder andere een verzachting van een bezuiniging op de lumpsumfinanciering. Dit kan, zoals het kabinet creatief doet, worden gezien als een extra investering in onderwijs, maar in feite betreft het een minder grote bezuiniging dan het kabinet aanvankelijk had voorzien. 

Van de 200 miljoen euro, die zou moeten worden gefinancierd op basis van toekomstige meevallers, is 133 miljoen bestemd voor een verzachting van een lumpsum- en subsidietaakstelling. Dit zorgt er volgens het kabinet voor dat het ministerie van OCW in staat blijft te investeren in bijvoorbeeld de kwaliteit van leraren en schoolleiders.

De lumpsum- en subsidietaakstelling (bezuiniging) voor het primair onderwijs was voor 2017 vastgesteld op 70,4 miljoen euro. Dat wordt verzacht met ruim 30,6 miljoen euro en vanaf 2018 tot en met 2021 met ruim 27,7 miljoen euro per jaar.

Voor het voortgezet onderwijs geldt dat de bezuiniging op lumpsumfinanciering en subsidies van aanvankelijk bijna 64,7 miljoen in 2017 met bijna 47,7 miljoen wordt verminderd en in de jaren daarna tot en met 2021 met bijna 50 miljoen euro.

Kansengelijkheid, asielzoekerskinderen, voorschool en toezicht

Er wordt tot en met 2021 structureel 25 miljoen euro per jaar geïnvesteerd om kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen, bijvoorbeeld door te investeren in flexibilisering en maatwerk voor een betere doorstroom tussen onderwijsniveaus (stapelen).

In de begroting staat ook dat er extra geld gaat nar aanvullende bekostiging van scholen met asielzoekerskinderen. Zo gaat er 15 miljoen euro naar aanvullende bekostiging in het tweede jaar van asielzoekerskinderen in het primair onderwijs.

Er wordt 5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). Dit geld komt specifiek ten goede aan kleine gemeenten die deze uitkering ontvangen voor voorschoolse educatie. Een geplande bezuiniging van 10 miljoen euro op het GOAB wordt doorgeschoven naar 2018.

De Inspectie van het Onderwijs krijgt 2 miljoen euro extra om binnen het nieuwe (gedifferentieerde) toezicht alle scholen in het funderende onderwijs eens in de vier jaar te bezoeken.

PO-Raad: ‘Magere beloftes’

De PO-Raad vindt op basis van de begrotingscijfers dat het kabinet magere beloftes doet aan het primair onderwijs. Het positieve nieuws van het kabinet is volgens de sectororganisatie ‘vooral gestoeld op gegoochel met cijfers’.

Over de 15 miljoen euro die het kabinet uittrekt voor onderwijs aan asielzoekerskinderen, merkt de PO-Raad op dat eerder 24 miljoen euro was toegezegd. Ook op andere punten is er volgens de sectororganisatie sprake van ‘een vertekend beeld’.

Lees meer…

VO-raad: ‘Rookgordijn’

De VO-raad noemt het onwenselijk dat investeringen in het kader van politieke prioriteiten worden gefinancierd met bezuinigingen op de lumpsum. ‘Nadere bestudering van de begroting maakt duidelijk dat er mogelijk een extra bezuiniging aankomt. Het lijkt erop dat het ministerie een rookgordijn heeft opgeworpen om deze aanvullende bezuiniging weg te moffelen.

De sectororganisatie van het voortgezet onderwijs zegt dan ook ‘uiterst kritisch’ te zijn ‘over de optimistische toon van de bewindslieden en het ministerie waarbij gesproken wordt over ‘extra geld voor onderwijs”.

Lees meer…

AOb en CNV Onderwijs: ‘Extra bezuiniging’

De Algemene Onderwijs (AOb) stelt op basis van de begrotingscijfers dat er medio 2017 een extra bezuiniging van 150 miljoen euro op onderwijs aankomt. ‘Met twee forse bezuinigingen op onderwijs regeert dit kabinet over zijn graf heen’, zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen.

Lees meer…

CNV Onderwijs voorziet zelfs een structurele bezuiniging van 400 miljoen euro per jaar op onderwijs. Voorzitter Loek Schuler van CNV Onderwijs zegt ‘ronduit teleurgesteld’ te zijn.

‘Als we gaan rekenen dan blijkt tegenover de ‘investering’ van 200 miljoen die de regering met veel bombarie brengt, ook een bezuiniging van ruim 400 miljoen euro per jaar te staan. Kortom het onderwijs wordt enorm gekort.’

Lees meer…

Instemmingsrecht op begroting is slecht plan

VOS/ABB vindt het een slecht plan om medezeggenschapsraden instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting. Dat staat in onze bijdrage aan de internetconsultatie die hierover is gehouden.

VOS/ABB is er verbaasd over dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW met een wetsvoorstel komt om medezeggenschapsraden instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting.

Dit staat namelijk haaks op wat tijdens politieke behandelingen diverse keren is aangegeven. Het idee was altijd dat begrotingsrecht in het primair en voortgezet onderwijs een typische bestuursaangelegenheid is. VOS/ABB blijft dat vinden.

Waarom VOS/ABB dit blijft vinden, kunt u lezen in de bijdrage aan de internetconsultatie. Voor deze bijdrage hebben we als vereniging gebruikgemaakt van input van schoolbesturen die bij ons zijn aangesloten.

 

Kritiek op wetsvoorstel instemmingsrecht begroting

Het wetsvoorstel om medezeggenschapsraden instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting legt te veel de focus op de korte termijn. Dat vindt de VO-raad.

De sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs vindt dat het wetsvoorstel ‘niet bijdraagt aan het versterken van de checks en balances’. De VO-raad wijst erop dat in de vorig jaar herziene code Goed Onderwijsbestuur VO al is opgenomen dat personeel, ouders en leerlingen moeten worden betrokken bij het beleid en de besluiten die een schoolbestuur neemt.

‘In de code is ook vastgelegd dat het schoolbestuur een zorgplicht heeft om de medezeggenschap binnen de onderwijsorganisatie optimaal te laten verlopen door informatie zodanig aan te leveren dat de medezeggenschap haar taak optimaal kan vervullen en door scholing, training en evaluatie van het eigen functioneren van de medezeggenschap te stimuleren.’

Te veel focus op korte termijn

Een bezwaar dat de VO-raad ziet, is dat het wetsvoorstel te veel de focus legt op de korte termijn. ‘In de afgelopen jaren is herhaaldelijk gepleit voor het meerjarig financieel plannen door schoolbesturen. Zeker in krimpgebieden is dit cruciaal voor het in stand houden van een gevarieerd en kwalitatief goed onderwijsaanbod.’

De sectororganisatie zou zich kunnen vinden in versterking van medezeggenschapsrechten op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid, maar ziet het instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de jaarbegroting als een stap terug in de tijd.

Open formulering leidt tot geharrewar

Ook vindt de VO-raad dat er in het wetsvoorstel sprake is van een te open formulering als het gaat om wat er wordt verstaan onder de hoofdlijnen van de begroting. De formulering zoals die nu is opgesteld, zal volgens de sectororganisatie leiden tot ‘te veel onduidelijkheid en debat (…) op het niveau van het schoolbestuur’.

‘Geharrewar over wat wel en niet hoofdlijnen zijn, leidt de aandacht af van de inhoud en veroorzaakt stagnatie in de voortgang van het toch al complexe begrotingsproces.’

Lees meer…

Het is tot 6 juni mogelijk om te reageren op een internetconsultatie over de mogelijkheid medezeggenschapsraden instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting te geven.

Begroting 2015: alle docenten eigen opleidingsbudget

Alle docenten krijgen een persoonlijk opleidingsbudget. Dat bevestigt het ministerie van OCW in het kader van de begroting voor 2015 die minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën op Prinsjesdag heeft gepresenteerd. Een ander belangrijk punt is dat de nullijn voor het onderwijspersoneel verdwijnt. De onderwijssalarissen groeien weer mee met de marktontwikkelingen.

De mededeling over het persoonlijk opleidingsbudget voor alle docenten volgt op een recente brief van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer. Daarin stond dat in het primair onderwijs leraren op basis van de recente cao een individueel recht op 2 klokuren per werkweek en 500 euro persoonlijk budget per fte per jaar voor professionele ontwikkeling krijgen. In het voortgezet onderwijs krijgen docenten een vrij te besteden jaarlijks basisbudget voor professionalisering, bestaande uit 5 procent van hun normjaartaak en 600 euro.

De brief wekte verbazing bij de Algemene Onderwijsbond (AOb). Volgens voorzitter Walter Dresscher is het ‘pertinent onjuist’ dat leraren in het primair onderwijs op voltijdsbasis 500 euro per jaar krijgen voor professionalisering. ‘Bij de gesprekken die aan het principeakkoord over de cao voor het primair onderwijs ten grondslag liggen, is door onderhandelaars van de vakbonden waaronder de AOb herhaaldelijk voor zo’n recht gepleit, maar de werkgeversdelegatie hield staande dat zo’n bepaling onbetaalbaar is’, aldus Dresscher. Deze opmerking was voor de SP reden om er Kamervragen over te stellen. De antwoorden op die vragen zijn er nog niet.

Van goed naar beter
Het ministerie van OCW meldt verder naar aanleiding van de begroting voor 2015 dat het Nederlandse onderwijs goed is maar nog beter moet worden. ‘De leerlingen van vandaag gaan straks aan het werk in beroepen die we nu nog niet kennen. Veel leerlingen voelen zich onvoldoende uitgedaagd en presteren onder hun kunnen. Niet elke student zit op de juiste plek. En niet elke docent haalt het beste uit zichzelf.’

Het geld dat de afgelopen periode is vrijgemaakt dankzij het Nationaal Onderwijsakkoord en de bestuursafspraken en cao’s die daarmee samenhangen en de Lerarenagenda wordt volgens OCW ingezet om het onderwijs ‘toekomstbestendig’ te maken. Het ministerie benadrukt dat het geld terecht moet komen waar het hoort: in de klas. ‘Want daar wordt het verschil gemaakt: in de overdracht tussen docent en leerling of student’, zo staat op de website van OCW.

Financieel expert Bé Keizer maakt voor VOS/ABB een grondige analyse van de onderwijsbegroting voor het jaar 2015. Zodra de analyse gereed is, zal die op deze website worden geplaatst.

Tweede Kamer omarmt motie tegen kleutertoets

De Tweede Kamer heeft dinsdag de motie tegen de kleutertoets aangenomen. Ook werd de motie aangenomen om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. Bovendien vindt de Kamer dat het kabinet er niet naar moet streven om de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537.

De motie tegen de landelijk genormeerde kleutertoets was ingediend door het CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog. Mede-indienaars waren de ChristenUnie, de SP, GroenLinks en de SGP. Met steun van de regeringsfractie PvdA tijdens de stemmingen in de Kamer bleek de motie van het CDA het te halen. Rog  twitterde direct nadat zijn motie was aangenomen, dat hij blij is dat ‘kleuters weer mogen kleuteren’.

Jesse Klaver van GroenLinks had met steun van het CDA, de SP, de SGP en de ChristenUnie de motie ingediend om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. VOS/ABB is blij dat deze motie is aangenomen, omdat – zoals de indieners stellen – de Cito-toets bedoeld is als advies aan de individuele groep 8-leerling voor vervolgonderwijs.

Paul van Meenen van D66 en Loes Ypma van de PvdA hadden samen de motie ingediend om af te zien van het streven de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537. Ook deze motie kreeg voldoende steun. VOS/ABB had in haar politieke lobby er bij de Kamer op aangedrongen om dit streven van het kabinet tegen te houden. Het is dan ook een goede zaak dat deze motie is aangenomen.

De motie van Paul van Meenen van D66 en Jasper van Dijk van de SP om medezeggenschapsorganen in het onderwijs instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting heeft het niet gehaald. De indieners wilden hiermee vooral leraren meer zeggenschap geven over begrotingsaspecten, waar de schoolbesturen zeggenschap over hebben.

De motie van Joël Voordewind van de ChristenUnie voor het behoud van de kleinescholentoeslag kon evenmin rekenen op voldoende steun in de Tweede Kamer. Deze motie was mede ingediend door de christelijke partijen CDA en SGP. Met name de christelijke partijen in de Tweede Kamer verzetten zich tegen het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag om te zetten in een soort bonus voor kleine scholen die over de denominaties heen met elkaar samenwerken.

Een motie die het ook niet heeft gehaald, is die van Jasper van Dijk van de SP om 30 miljoen euro per jaar te behouden voor de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs. Deze motie werd mede ingediend door het CDA, de partij die aan de wieg stond van deze stages. Het kabinet schaft de maatschappelijke stages niet af, maar wil er met ingang van het volgende schooljaar (2014/2015) geen aanvullende financiering meer voor beschikbaar stellen.

Lees meer over de moties en de stemmingen.

Dekker hekelt trage samenwerkingsverbanden

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft stevige taal geuit naar samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs die te traag handelen. Hij heeft met die swv’s ‘nog wel een appeltje te schillen’. Dekker zei dit donderdag in het Tweede Kamerdebat over de onderwijsbegroting voor 2014.

In het debat kwamen onder andere de vorderingen met passend onderwijs aan de orde. Op 1 augustus 2014 krijgen alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs zorgplicht. De besturen van die scholen worden dan verantwoordelijk voor een passende plaats voor elke leerling. Als die plaats niet op de school kan worden geboden waar de leerling is aangemeld, moeten er in het samenwerkingsverband voor worden gezorgd dat de betreffende leerling elders terecht kan.

Voor de invoering van passend onderwijs moeten samenwerkingsverbanden nieuwe stijl worden opgericht. Uiterlijk op 1 november (de dag waarop dit bericht is gepubliceerd) had dit moeten zijn gebeurd. Het gaat om 76 swv’s in het primair onderwijs en 74 in het voortgezet onderwijs. De realiteit is echter dat nog niet de helft hiervan de deadline heeft gehaald. Daarnaast klinken er in het onderwijs steeds meer kritische geluiden dat de scholen nog lang niet klaar zijn voor passend onderwijs.

Onder andere de SP en D66 in de Tweede Kamer willen dat passend onderwijs niet op 1 augustus 2014, maar gefaseerd of met een jaar uitstel wordt ingevoerd. Dekker liet in het debat weten dat hij daar niets voor voelt, omdat daarmee een verkeerd signaal zou worden afgegeven aan de swv’s die ‘achterover leunen’. Bovendien zou het niet fair zijn tegenover de regio’s waar al wel swv’s voortvarend aan de slag zijn.

Toetsen
In het debat kwam ook de kleutertoets aan bod, waar een deel van de Tweede Kamer ernstige bezwaren tegen heeft. Zo benadrukte de SGP dat kleuterleerkrachten zelf professioneel genoeg zijn om de ontwikkelingen van hun leerlingen te monitoren. Dekker blijft echter meerwaarde zien in de kleutertoets, omdat die volgens hem een goede, want objectieve indicator is. Hij weersprak dat de toets stress bij kleuters zou veroorzaken: ‘Ze zitten echt niet in rijen achter elkaar te zweten op de opgaven’.

De gemiddelde citoscore per school als beleidsinstrument voor onderwijskwaliteit kon in het debat rekenen op veel kritiek. VOS/ABB heeft hierover eerder al bij de Tweede Kamer  en de staatssecretaris aan de bel getrokken. Dekker zei dat de gemiddelde citoscore nu het enige objectieve instrumentarium is waarover hij beschikt. Hij zegde toe de gemiddelde citoscore per school niet meer te zullen gebruiken zodra er een beter alternatief voor is.

Ook de tussentijdse diagnostische toets in het voortgezet onderwijs werd besproken. Veel scholen hebben bezwaren tegen het wetsvoorstel voor die volgens hen overbodige toets. VOS/ABB en collega-organisaties hebben die bezwaren verwoord in een brief aan de Kamer en Dekker. De staatssecretaris zei dat dit onderwerp later zal worden besproken bij de behandeling van het wetsvoorstel.

Kleinescholentoeslag en fusietoets
Bij de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs kwam het omzetten van de kleinescholentoeslag in een bonus op samenwerking aan de orde. Met name de christelijke partijen willen dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan, omdat anders volgens hen veel kleine dorpsscholen zullen verdwijnen.

Dekker herhaalde zijn standpunt dat de kleinescholentoeslag samenwerking tussen verschillende kleine scholen in de weg zit en dat er daarom een ander systeem moet komen. Hij benadrukte dat het budget dat nu voor de kleinescholentoeslag beschikbaar is, blijft bestaan. Wat betreft de fusietoets zei hij dat die moeten worden aangepast, omdat dit instrument tegen schaalvergroting de broodnodige samenwerking in krimpgebieden kan belemmeren. Met dit punt sluit Dekker naadloos aan op de politieke lobby van VOS/ABB.

De staatssecretaris toonde zich op aandringen van de PvdA bereid om naar een initiatief uit Zeeland te kijken om ouders het bestuur van kleine dorpsscholen te laten overnemen, met het doel om die samen te voegen in clusters van schooltjes verspreid over krimpregio’s in het land. Dit initiatief komt uit het dorp Kats op Noord-Beveland, waar onlangs de openbare Prinses Margrietschool is gesloten.

Instemmingsrecht en kwaliteit
Bij het onderwerp ‘medezeggenschap’ kwam de mogelijkheid van instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting van onderwijsbesturen aan bod. Een deel van de Tweede Kamer wil dat -met name de SP- maar staatssecretaris Dekker ziet hier niets in. Hij is het ermee eens dat ouders en leerkrachten een stevige stem moeten hebben in het beleid van de schoolorganisatie, maar vindt dat instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting te ver gaat.

Hoewel er nog meer onderwerpen aan bod kwamen, is het laatste onderwerp dat in dit artikel wordt belicht het beleid om de kwaliteit van leraren te verbeteren. Dekker staat positief tegenover het initiatief van de VVD om in de bovenbouw van het vwo alleen nog maar academische geschoolde leraren voor de klas te laten staan. Maar hij tekende hierbij wel aan dat dit onder de huidige omstandigheden ‘irreëel’ is.

Over het Lerarenregister zei de staatssecretaris dat als leraren daar in de toekomst uit worden ‘geknikkerd’, zij wat hem betreft niet meer voor de klas mogen staan.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Extra geld voor onderwijs is er, zegt D66

In het onlangs gesloten begrotingsakkoord heeft het kabinet toegezegd 650 miljoen euro extra uit te trekken voor onderwijs. Het is volgens NRC Handelsblad alleen nog niet duidelijk waar dit geld vandaan moet komen. Onderwijswoordvoerder Paul van Meenen van D66 in de Tweede Kamer twittert aan VOS/ABB dat de berichtgeving in de krant onjuist is. Hij legt uit dat het kabinet geen ongedekte cheque heeft uitgeschreven, zoals op grond van de berichten in de media kan worden geconcludeerd.

Het extra geld voor onderwijs was een eis van D66, de oppositiepartij die samen met de ChristenUnie en de SGP met het kabinet bleef onderhandelen over het begrotingsakkoord. NRC Handelsblad meldt echter dat er nog geen dekking voor is gevonden. Volgens Van Meenen is het krantenbericht onjuist. Hij twitters aan VOS/ABB dat voor 2014 het geld uit onderuitputting over 2013 komt. ‘Voor 2015 en volgende jaren is er structurele dekking’, aldus Van Meenen.

RTL Nieuws meldt naar aanleiding van het bericht van NRC Handelsblad dat een woordvoerder van het ministerie van Financiën het bevestigt. Maar er zou volgens die woordvoerder nu niet ineens een groot financieel probleem zijn. ‘Waarschijnlijk wordt dit deels of helemaal gedekt door geld dat aan het eind van het jaar overblijft’, zo staat op de website van RTL Nieuws. Dit komt dus overeen met wat Van Meenen bedoelt met ‘onderuitputting’.

Mocht bovenstaand scenario irreëel blijken, dan zou door de toezegging van het kabinet het begrotingstekort 0,1 procentpunt oplopen naar 3,3 procent. Strikt genomen mag dat niet van Brussel, maar de Europese Commissie heeft Nederland een jaar uitstel gegeven om het begrotingstekort terug te dringen tot maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product.

Akkoord: 650 miljoen extra naar onderwijs

Het kabinet, de coalitiepartijen VVD en PvdA en oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP hebben vrijdag een akkoord bereikt over de begroting van 2014.

Voor het onderwijs pakt dit akkoord gunstig uit: er komt 650 miljoen beschikbaar voor kwaliteitsverbetering. Dit was een wens van D66.

Een ander opmerkelijk punt is dat de schoolboeken in het voortgezet onderwijs ‘gratis’ blijven. Dit was een wens van de ChristenUnie. De overheidsbijdrage aan de lumpsum van de scholen wordt echter verlaagd naar 300 euro per leerling per jaar (is nu nog 321,50 euro).

Het bedrag van 300 euro stond aanvankelijk vermeld als maximale bijdrage die ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs weer voor schoolboeken moesten gaan betalen, maar dat gaat dus niet door.

In het akkoord over de begroting staat verder dat er in totaal 480 miljoen euro extra wordt bezuinigd op de ministeries. Het is nog niet bekend welk deel voor rekening komt van het ministerie van OCW.

Verder is het ook voor de werkgevers en werknemers in het onderwijs van belang dat het ontslagrecht al in juli 2015 in plaats van in januari 2016 wordt versoepeld. Tegelijkertijd worden er maatregelen van kracht die flexibele arbeid zekerder maken.

Voor werklozen geldt dat zij al met ingang van 2015 in plaats van 2016 passende arbeid onder hun niveau moeten accepteren. Verder worden werkgevers verplicht 5 procent van hun personeel te laten bestaan uit arbeidsgehandicapten.