Subsidie voor behalen bevoegdheid bewegingsonderwijs

Groepsleerkrachten in het primair onderwijs kunnen 4200 euro subsidie krijgen voor het behalen van de bevoegdheid bewegingsonderwijs.

Sinds 2000 leidt het afronden van de pabo tot een bevoegdheid voor het geven van bewegingsonderwijs aan de groepen 1 en 2. Voor de overige groepen is een aanvullende kwalificatie vereist via de leergang ‘Vakbekwaamheid bewegingsonderwijs’.

Op sommige scholen zijn onvoldoende leerkrachten die aan alle leerlingen bewegingsonderwijs mogen geven. De subsidieregeling moet ertoe bijdragen dat er meer leerkrachten komen die hiertoe bevoegd zijn.

Voor 2019 en 2020 is jaarlijks 3.000.000 euro beschikbaar. Hiermee kunnen jaarlijks zeker 750 leerkrachten een opleiding volgen. Ze kunnen maximaal 3500 euro krijgen voor de studiekosten plus maximaal 700 euro voor studiemiddelen en reiskosten. In totaal gaat het dus om maximaal 4200 euro.

Lees meer…

‘Alle leerlingen twee keer per dag halfuur bewegen’

Scholen moeten hun leerlingen elke dag twee keer een halfuur matig intensief laten bewegen. Dat adviseren de Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

In het advies Plezier in bewegen stellen deze organisaties dat bewegen een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn van het onderwijs. Ze stellen ook dat er weliswaar goede voorbeelden zijn van scholen die hun kinderen voldoende laten bewegen, maar ook dat scholen hier over het algemeen te weinig aandacht voor hebben. Dit verschil zou leiden tot kansenongelijkheid.

Het vanzelfsprekend maken van bewegen op scholen – ook buiten de gymles – is daarom nodig’, zo stellen de opstellers van het advies. Ze voegen daaraan toe dat de scholen dit niet in hun eentje hoeven te doen, maar dit mogelijk kunnen maken in samenwerking met de rijksoverheid, de gemeenten en sportverenigingen.

Dwingend advies

Volgens voorzitter Michael van Praag van de Nederlandse Sportraad is een ‘dwingend advies aan de verantwoordelijke ministers’, zo citeert de NOS hem. Hij benadrukt dat kinderen niet alleen gezonder worden als ze meer gaan bewegen, maar ook dat ze daardoor beter gaan leren. Volgens hem is dat wetenschappelijk bewezen.

Van Praag zei bij de NOS ook dat het aan de scholen zelf is om te bepalen hoe ze kinderen meer laten bewegen. ‘We willen niet verplichten dat scholen een bepaald aantal uren per week besteden aan gymles geven’, aldus Van Praag, die dit op Radio 1 verbond aan ‘de vrijheid van onderwijs die we in Nederland hebben’.

Hij zei ook dat de Inspectie van het Onderwijs erop moet gaan toezien dat kinderen onder schooltijd twee keer per dag een halfuur bewegen. Dit moet wat Van Praag betreft in de kerndoelen van het onderwijs worden opgenomen.

Kinderen en ouders zouden meer moeten bewegen

Bijna de helft van de kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar en ruim de helft van de ouders beweegt te weinig, blijkt uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2017 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 

Uit de monitor blijkt dat 45 procent van de 4- tot 12-jarige kinderen in 2017 niet aan de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad voldeed. Volgens die richtlijnen moeten kinderen zich in deze leeftijd elke dag minimaal 1 uur ten minste matig inspannen, bijvoorbeeld door te fietsen, wandelen of zwemmen.

Ook moeten ze volgens de richtlijn minimaal drie keer per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten, zoals springen, dansen en krachttraining. Dat doen nagenoeg alle kinderen wel, zo blijkt uit de monitor.

Ouders bewegen minder

Ouders doen het minder goed dan hun kinderen. Van de volwassenen met minstens één kind in de leeftijd van 4 tot 12 jaar voldeed in 2017 ruim de helft (53 procent) niet aan de Beweegrichtlijnen die zijn opgesteld voor volwassenen.

Personen vanaf 18 jaar moeten volgens deze richtlijnen minstens 150 minuten (2,5 uur) per week, verspreid over diverse dagen, matig intensieve inspanningen en minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten.

Lees meer…

Eén op tien basisscholen wil The Daily Mile

Bijna één op de tien basisschooldirecteuren overweegt om The Daily Mile op zijn of haar school in te voeren. Dat meldt het Mulier Instituut op basis van een onderzoek dat het in opdracht van Jongeren op Gezond Gewicht heeft uitgevoerd.

Dat bijna één op de tien basisschooldirecteuren The Daily Mile wil invoeren, betekent dat circa 600 basisscholen bereid zijn mee te doen aan dit initiatief om kinderen elke dag 15 minuten te laten (hard)lopen. Op dit moment kennen 115 basisscholen The Daily Mile.

Lees meer…

In het decembernummer van magazine Naar School! staat een artikel over The Daily Mile

Daily Mile: goed in je vel, geconcentreerd in de les

Schaatser Erben Wennemars en de Rotterdamse sportwethouder Adriaan Visser hebben woensdagochtend op openbare basisschool De Toermalijn in Rotterdam-Charlois het officiële startschot gegeven voor The Daily Mile Nederland.

De Daily Mile komt overwaaien uit Groot-Brittannië. Het is een initiatief om kinderen elke dag met de klas een kwartier te laten rennen. In die tijd kan ongeveer een mijl – ruim anderhalve kilometer – worden afgelegd.

Daily Mile: fitter en geconcentreerder in de les

De gedachte achter de Daily Mile is dat kinderen die elke dag rennen zich fitter voelen, hun conditie opbouwen en ook meer geconcentreerd zijn in de les doordat ze zich beter in hun vel voelen.

The Daily Mile perfect past bij de campagne Gratis Bewegen: gewoon doen! van JOGG.

Elders in het land zijn al verscheidene basisscholen die de Daily Mile lopen.

Scholieren zitten te veel en dat is ongezond

Met gemiddeld 10,4 uur per dag zitten leerlingen in het voortgezet onderwijs te veel. Kinderen in de basisschoolleeftijd zitten een stuk minder lang: 7,3 uur per dag. Dit blijkt uit  de Leefstijlmonitor 2015.

Dat pubers te veel zitten komt onder andere doordat ze veel computeren en/of hun tablet of mobiel gebruiken. Daarnaast draagt huiswerk maken bij aan het aantal uren dat leerlingen zitten.

Het RIVM meldt dat langdurig zitten risico’s heeft voor de gezondheid. ‘Er zijn aanwijzingen dat veel zitten kan leiden tot bijvoorbeeld overgewicht, type 2 diabetes en vervroegde sterfte’, aldus het instituut.

Lees meer…

 

Voorzitter PO-Raad wordt bestuurslid NOC*NSF

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad is voorgedragen als bestuurslid van de sportkoepel NOC*NSF.

Leden van NOC*NSF stemmen op 9 mei of Den Besten officieel deel zal gaan uitmaken van het zeven leden tellende bestuur. De PO-Raad meldt dat deze functie onbezoldigd is.

Met de bestuursfunctie bij NOC*NSF hoopt Den Besten ‘de werelden van het onderwijs en de sport nog beter met elkaar te kunnen verbinden en het mogelijk te maken dat iedereen aan sport kan meedoen’.

Als leden van NOC*NSF ermee instemmen, wordt Den Besten binnen de sportkoepel de opvolger van Wim Ludeke. Hij is bestuursvoorzitter van De Onderwijsspecialisten en tevens bestuurslid van de PO-Raad.

Beter leren als je beweegt, en je blijft nog slank ook!

Schoolprestaties worden beter door fysiek actieve reken- en taallessen. Dat is het resultaat van het onderzoek Fit & Vaardig op school (F&V).

‘Vergeleken met gewone lessen hebben fysiek actieve reken- en taallessen opvallende voordelen. Door meer aandacht en concentratie zijn de kinderen beter bij de les. Uit eerder onderzoek blijkt dat de aanpak op langere termijn leidt tot een betere doorbloeding van de hersenen, de aanmaak van nieuwe zenuwcellen en het ontstaan van meer verbindingen tussen de zenuwcellen’, zo staat in de informatiebrochure van F&V.

Bovendien heeft bewegen tijdens het leren een positief gezondheidseffect. Kinderen die tijdens het leren bewegen worden minder dik.

In het Algemeen Dagblad staat een artikel over Fit & Vaardig in de openbare Nico Bulderschool in Hoogezand.

Het ministerie van OCW heeft een filmpje online gezet over meer bewegen en beter leren:

Kinderen actiever als juf meedoet met tikkertje

Bewegingswetenschapper Mirka Janssen adviseert om schoolpleinen zo in te richten dat álle kinderen de ruimte krijgen om te spelen. Ook geeft zij de tip aan meesters en juffen om mee te doen met de kinderen. ‘Zo wordt iedereen nóg enthousiaster’, aldus Janssen die aan het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam promoveert op een onderzoek naar het programma PLAYgrounds.

Met PLAYgrounds, dat door het VUmc en de Hogeschool van Amsterdam is ontwikkeld, verdubbelde het percentage basisschoolleerlingen dat voldoende beweegt tijdens het speelkwartier. Uit het promotieonderzoek van Janssen blijkt verder dat vooral de meisjes en oudere basisschoolleerlingen door dit schoolpleinprogramma actiever worden.

PLAYgrounds richt zich op twee zaken: het fysiek aanpassen van het schoolplein en het gebruik van het schoolplein zelf, dat wordt ingedeeld in speelvelden. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat voetballende kinderen het plein grotendeels overnemen. Aangepaste pauzeroosters zorgen ervoor dat er minder kinderen tegelijkertijd naar buiten gaan en er zo meer ruimte is om te spelen tijdens de pauze.

De leerkrachten krijgen in PLAYgrounds een actievere rol. Hun wordt gevraagd de kinderen aan te moedigen en af en toe zelf mee te doen aan de activiteiten. Dit blijkt een positief effect te hebben op het beweeggedrag van de kinderen.

Lees meer…

Wat is het verband tussen bewegen en leren?

Het ministerie van OCW laat onderzoek doen naar het mogelijk causale verband tussen bewegen en leerprestaties. Onderzoeksvoorstellen kunnen worden ingediend tot 10 december.

Aanvragen van multidisciplinaire consortia van onderzoekers worden in behandeling genomen als ze op 1 februari met het onderzoek aan de slag kunnen gaan en in november 2015 hun resultaten kunnen presenteren op een bijeenkomst.

Lees meer…