Doelmatigheidskorting onderwijs gaat door

Minister Wopke Hoekstra van Financiën legt de motie tegen de zogenoemde doelmatigheidskorting naast zich neer, blijkt uit een brief aan de Eerste Kamer.

De Eerste Kamer nam in december jongstleden een motie aan van onder anderen André Postema van de PvdA, tevens voorzitter van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs. In die motie stond dat de doelmatigheidskorting die oploopt tot structureel 183 miljoen euro moest worden verzacht en het liefst helemaal geschrapt, omdat er niet moet worden bezuinigd maar juist geïnvesteerd in het onderwijs.

Minister Hoekstra van Financiën legt de motie naast zich neer, omdat volgens hem de doelmatigheidskorting nodig is voor een sluitende OCW-begroting.

Lees meer…

Senaat steunt motie tegen doelmatigheidskorting

De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen tegen de doelmatigheidskorting in het onderwijs.

In de aangenomen motie van Eerste Kamerlid André Postema (PvdA), die tevens bestuursvoorzitter is van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), staat dat de doelmatigheidskorting, die oploopt tot 183 miljoen euro, moet worden verzacht of het liefst helemaal geschrapt. De motie kreeg steun van regeringsfractie D66 en de fracties van de oppositiepartijen SGP, PvdA, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, OSF en SP.

In de aangenomen motie staat dat het kabinet uiterlijk in de Voorjaarsnota moet laten weten wat er gaat gebeuren met de korting, die wordt gezien als een bezuiniging.

De Stichting van het Onderwijs had over de korting aan de bel getrokken. Voorzitter Paul Rosenmöller, die tevens voorzitter is van de VO-raad, noemt het goed nieuws dat de Eerste Kamer de motie heeft aangenomen, omdat het volgens hem essentieel is dat er ‘niet bespaard, maar geïnvesteerd wordt in onderwijs’.

Lees meer…

‘Schrap doelmatigheidskorting onderwijs’

De Stichting van het Onderwijs roept de politiek op de doelmatigheidskorting voor het hele onderwijs te schrappen.

‘De ambities voor de samenleving en kenniseconomie, en daarmee het onderwijs, zijn onveranderd hoog. De korting in het teken van ‘doelmatiger onderwijs’ rijmt daar niet mee’, zo meldt de Stichting van het Onderwijs. De doelmatigheidskorting loopt op tot 183 miljoen euro.

Voorzitter Paul Rosenmöller, tevens voorzitter van de VO-raad, benadrukt dat een doelmatige besteding van onderwijsgeld belangrijk is en dat de sector daar verantwoording over wil afleggen, maar volgens hem vertaalt het kabinet de focus op doelmatigheid naar een besparing op onderwijs.

‘Dat is niet de manier om met onderwijs om te gaan. Omwille van de belangen van onze leerlingen, studenten en ons onderwijspersoneel roepen wij dan ook de politiek op om de doelmatigheidskorting voor alle onderwijssectoren ongedaan te maken’, aldus Rosenmöller.

Lees meer…

Kabinet haalt tientallen miljoenen weg uit onderwijs

Het kabinet haalt tientallen miljoenen euro’s weg uit het primair en voortgezet onderwijs. Het betreft de ‘doelmatigheidskorting’ die al in het regeerakkoord werd genoemd.

Het gaat om een korting die oploopt tot structureel in totaal ruim 108 miljoen euro voor het PO en VO vanaf 2021, zo blijkt uit een Nota van wijziging.

De korting is een gevolg van tekorten op de onderwijsbegroting in de vorige kabinetsperiode. De ‘doelmatigheidskorting’ van het onderwijs bedraagt in totaal 183 miljoen euro per 2021. Het primair onderwijs zal voor bijna 61 miljoen worden gekort, het voortgezet onderwijs voor ruim 47,3 miljoen.

Voor het jaar 2018 staan lagere bedragen ingeboekt. Het primair onderwijs zal dan voor bijna 6,7 miljoen worden gekort, het voortgezet onderwijs voor bijna 29 miljoen euro.

Tegenvaller en onverantwoord

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad had begin oktober al gezegd dat deze korting een grote tegenvaller voor het onderwijs is. De PO-Raad noemt het onverantwoord dat het kabinet op het onderwijs bezuinigt.

De opmerking van de sectororganisatie van het primair onderwijs staat in het kader van de claim dat er 1,4 miljard euro bij moet voor hogere salarissen en minder werkdruk. Die eis komt van PO-Front, waarin de PO-Raad, de vakbonden en de lerarengroep PO in Actie zitten. Als die 1,4 miljard er niet komt, volgt er weer een staking op 12 december, zo heeft PO-Front gedreigd.

Veel meer geld bij dan af

Minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs heeft tegen de NOS gezegd dat er in de klas niets te merken zal zijn van de ‘doelmatigheidskorting’. Het raakt volgens hem vooral subsidies en andere uitgaven waarvan het nut wordt betwijfeld.

Slob wijst er bovendien op dat het onderwijs er volgens de afspraken in het regeerakkoord veel meer geld bij krijgt (structureel 720 miljoen euro) dan er met de ‘doelmatigheidskorting’ af gaat.

Nieuwe coalitie steunt korting op achterstandsgeld

De fracties van de partijen die zeer waarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen, willen niet dat de korting op het achterstandsgeld wordt stopgezet. Deze korting komt uit de koker van het huidige demissionaire kabinet. 

In een motie van Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks werd de regering gevraagd om niet bij voorbaat te bezuinigen op het achterstandenbeleid, ‘zolang nog onduidelijk is wat de grootte van de doelgroep volgens de verbeterde indicator is en hoeveel middelen er nodig zijn om de achterstanden bij deze kinderen weg te werken’.

De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – de partijen die hoogstwaarschijnlijk het nieuwe kabinet gaan vormen – alsmede de fracties van de PVV en Forum voor Democratie stemden tegen deze motie. Daarmee was er onvoldoende steun in de Kamer om de korting op het achterstandsgeld stop te zetten.

De motie van GroenLinks kan worden beschouwd als een test van die partij om te kijken of de nieuwe coalitiepartijen te vermurwen zijn om een ander beleid te voeren dan het demissionaire kabinet. De fracties van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie houden echter vast aan het staande beleid zolang er nog geen nieuw kabinet is.

OCW geconfronteerd met financieel gat

Vanaf dit jaar is er een tegenvaller van gemiddeld 200 miljoen euro per jaar op de OCW-begroting. Dit blijkt uit de Voorjaarsnota.

Het financiële gat bij het ministerie van OCW is vooral het gevolg van te lage ramingen van het aantal leerlingen en studenten. Het kabinet heeft besloten de tegenvaller in 2017 op te lossen door de inzet van meevallers elders op de rijksbegroting. ‘Daardoor hoeft er dit jaar niet bezuinigd te worden op de bekostiging van onderwijsinstellingen’, meldt het ministerie van Financiën.

Wat er na dit jaar gaat gebeuren, is nog niet duidelijk. De keuze hoe om te gaan met structurele dekking van de tegenvaller op de OCW-begroting wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Dit kán dus betekenen dat er vanaf 2018 weer op onderwijs zal worden bezuinigd.

Lees meer…

Tegenvaller OCW leidt tot groot financieel tekort

Door een financiële tegenvaller moet een nieuw kabinet rekening houden met een tekort van 1 miljard euro, meldt onder andere de NOS.

De tegenvaller zou het gevolg zijn van financiële tegenwind bij de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Tegenvaller door ruilvoetproblematiek

De Telegraaf meldt dat het te maken heeft met de ruilvoetproblematiek: de overheid mag minder geld uitgeven vanwege de lage inflatie.

Aanvankelijk werd er nog van uitgegaan dat een nieuw kabinet kon profiteren van een overschot van 3,5 miljard euro, maar dat zou dus zijn omgeslagen in een tekort van 1 miljard. Dat kan betekenen dat er (weer) bezuinigd moet worden.

‘Geen bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid’

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker van OCW spreekt tegen als zou hij 65 miljoen euro bezuinigen op het onderwijsachterstandenbeleid.

GroenLinks-Kamerlid Rik Grashoff wilde naar aanleiding van een brandbrief van de gemeenten weten of Dekker voornemens is ‘de bezuiniging van 65 miljoen euro op het onderwijsachterstandenbeleid terug te draaien’.

De staatssecretaris zegt dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar van een ‘ramingsbijstelling ten gevolge van de algemene leerlingendaling in het primair onderwijs en vanwege het feit dat het opleidingsniveau van ouders stijgt’.

Hij wijst er ook op dat bij de vaststelling van de onderwijsbegroting voor 2016 de Tweede Kamer heeft ingestemd met de ramingsbijstelling.

Lees meer…

Kamermeerderheid tegen bezuiniging op onderwijs

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunt een motie van D66 tegen een geplande bezuiniging op onderwijs.

Het kabinet beweerde op Prinsjesdag dat er 200 miljoen euro extra in het onderwijs zou worden geïnvesteerd, maar in werkelijkheid wordt erop bezuinigd. Als de subsidie- en lumpsumtaakstellingen en een nog in te vullen ramingsbijstelling worden meegeteld, blijkt dat er veel meer dan 200 miljoen euro wordt gekort.

D66 rekende op basis van de Miljoenennota uit dat er tegenover de zogenaamde investering van 200 miljoen een korting van 400 miljoen euro staat. Uiteindelijk moet het onderwijs het dus met 200 miljoen euro minder doen.

In de motie van D66-leider Alexander Pechtold staat dat de bijstellingen niet ten koste mogen gaan van de bekostiging van de scholen. De motie heeft de steun van de regeringspartijen PvdA en VVD en van SP, GroenLinks, ChristenUnie en SGP.

Bezuiniging op onderwijs moet van tafel!

De Stichting van het Onderwijs roept de Tweede Kamer op in verzet te komen tegen een door het kabinet geplande bezuiniging op het onderwijs.

De stichting, waarin onder andere de PO-Raad en VO-raad zitten, maakt uit de op Prinsjesdag gepresenteerde OCW-begroting op dat er in 2017 fors op het onderwijs zal worden bezuinigd.

Dat is ‘funest voor de toekomst van onze kinderen, jongeren en de ontwikkeling van ons land’, zo staat in een door voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad ondertekende e-mail aan de fractievoorzitters en de vaste Kamercommissie OCW.

Goed onderwijs van levensbelang

‘Goed onderwijs’, zo benadrukt de stichting, ‘is van levensbelang voor iedereen en nodig voor de samenleving en economie.’

Het draait volgens de Stichting van het Onderwijs in de begrotingsplannen van het kabinet te veel om economisch rendement in termen van doelmatigheid en prestatieafspraken. ‘Het moet juist ook om maatschappelijk rendement gaan’, aldus de stichting.

Grote steden balen van herverdeling achterstandsgeld

De vier grote steden protesteren tegen een herverdeling van achterstandsgelden. Als het aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW ligt, moeten zij het vanaf volgend jaar in totaal met 20 miljoen euro minder doen. Kleinere gemeenten krijgen dan juist meer geld voor het wegwerken van leer- en taalachterstanden bij kinderen.

De onderwijswethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht schrijven aan Dekker dat de herverdeling van het achterstandsgeld grote gevolgen heeft. ‘Dit betekent het teniet doen van investeringen die de afgelopen jaren in de kwaliteit van voorzieningen zijn gedaan en een forse afname van het aantal kinderen dat gebruik maakt van voorschoolse voorzieningen in de vier grote steden.’

De wethouders vrezen dat er straks in de grote steden duizenden plekken voor voorschoolse educatie verdwijnen. Dit versterkt volgens hen de segregatie tussen kinderen van werkende ouders en ‘kinderen die aan uw definitie van achterstand voldoen’. Ze wijzen er ook op honderden leidsters in de grote steden hun baan zullen verliezen.

Concentraties kansarmen
In de brandbrief aan Dekker wordt benadrukt dat taalachterstand niet synoniem is met het opleidingsniveau van ouders. ‘In onze steden zien we grote concentraties kansarmen in bepaalde buurten en wijken, waardoor problemen groter en taaier zijn. Er is sprake van een naar verhouding grote instroom van kinderen van MOE-landers en andere migrantengroepen. Ook als deze niet laagopgeleid zijn, is sprake van taalachterstand.’

Ze wijzen op het belang van het wegwerken van achterstanden: ‘Wie het slecht doet op de basisschool, krijgt het op de middelbare school ook moeilijk. Dat werkt door wanneer leerlingen een startkwalificatie moeten halen. Een achterstand vergroot de kans op vroegtijdig schoolverlaten en werkloosheid.’

De grote steden vinden het overigens wel terecht dat ook in kleinere gemeenten aandacht is voor het wegwerken van onderwijsachterstanden.

Somber toekomstscenario voor leerlingen praktijkonderwijs

De kans op werk voor leerlingen van praktijkscholen wordt een stuk kleiner nu het kabinet de sociale werkplaatsen wil sluiten. Dat zegt voorzitter Peter de Jong van het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs in de Volkskrant.

Hij reageert op de oproep van de nieuwe voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW Hans de Boer om de sociale werkplaatsen niet te sluiten. De Boer deed die oproep zaterdag in de Volkskrant.

Het gaat specifiek om leerlingen met een IQ tussen de 55 en 80. Van de bijna 6000 leerlingen die jaarlijks de praktijkschool verlaten, komt 7 procent terecht in een sociale werkplaats.

‘Als ze niet meer terechtkunnen in een sociale werkplaats wordt het thuiszitten’, aldus De Jong. Hij verwacht dat van deze zwakste groep leerlingen uit het praktijkonderwijs slechts een enkeling een reguliere baan kan krijgen.

Magazine School! besteedde in maart aandacht aan de manier waarop de Herman Broerenschool in het Westland leerlingen uit het praktijkonderwijs werkervaring laat opdoen. Download het artikel.

Download ook het artikel uit het meinummer van magazine School! over minister Lodewijk Asscher die het voor ‘illegale’ leerlingen uit het praktijkonderwijs en beroepsgerichte vmbo mogelijk maakt om stage te lopen.

Einde financiering maatschappelijke stage voldongen feit

Ook de Eerste Kamer wil dat scholen voor voortgezet onderwijs zelf kunnen bepalen of leerlingen een maatschappelijke stage volgen. De PvdA in de Senaat is overstag.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil af van het verplichte karakter van de maatschappelijke stage. Dat was al opgenomen in het regeerakkoord. De Tweede Kamer nam dit over, maar in de Eerste Kamer waren nog twijfels bij de PvdA. Die is nu overstag, nadat senator Janny Vlietstra haar fractie had geadviseerd voor het regeringsvoorstel te zijn.

De invoering van het facultatieve karakter van de maatschappelijke stage is in feite een bezuiniging van 75 miljoen euro per jaar. De financiering ervan wordt namelijk stopgezet. Scholen voor voortgezet onderwijs die ervoor kiezen om deze vorm van stages te handhaven, krijgen er vanaf het schooljaar 2015-2016 geen geld meer voor. Volgens Dekker kunnen scholen ook zonder dat geld de stages prima zelf organiseren. Voor het schooljaar 2014-2015 is er overigens nog een financiële overbruggingsregeling.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde en daarvoor geld beschikbaar stelde.

Weer stille bezuiniging van 65 miljoen op primair onderwijs

De personele bekostiging in het primair onderwijs stijgt met 0,21 procent. Dit compenseert slechts voor een deel de gestegen arbeidskosten.

De PO-Raad schat de toename van de werkgeverslasten over 2013 op circa 1 procent. Er is dus sprake van een gat van ongeveer 0,8 procent. Dit correspondeert met een bedrag van 65 miljoen euro. Er is dus weer sprake van een stille bezuiniging.

Lees meer op de website van de PO-Raad.

Nog meer bezuinigingen voorlopig buiten beeld

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft laten weten dat er dit jaar en in 2015 niet extra bezuinigd hoeft te worden. Hij zei dat dinsdag na de bekendmaking van de jongste economische cijfers van het Centraal Planbureau (CPB).

Tegen het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) zei Dijsselbloem dat de CPB-cijfers laten zien dat Nederland herstelt van de crisis. ‘De groei trekt aan, het begrotingstekort loopt terug en de werkloosheid daalt in 2015. De koopkracht in 2014 en daarna blijft aantrekken.’ De economische groei komt naar verwachting van het CPB dit jaar uit op 0,75 procent en in 2015 op 1,25 procent.

Hij waarschuwde echter ook voor te hooggespannen verwachtingen, omdat ‘we er nog niet zijn’. Zo stijgt dit jaar de werkloosheid nog en zijn er risico’s, zoals de huidige crisis in Oekraïne en de mogelijke negatieve economische gevolgen daarvan op Nederland.

Bovendien blijft er voorlopig sprake van een begrotingstekort, hoewel dat wel onder de Europese maximumgrens van 3 procent zakt. Het CPB verwacht dat het tekort dit jaar daalt tot 2,9 procent en in 2015 tot 2,1 procent.

Buiten schot
Het onderwijs is tot nu toe bij de bezuinigingen redelijk buiten schot gebleven, vergeleken met andere sectoren zoals de zorg en defensie. Dat heeft te maken met het feit dat het onderwijs een essentiële voorwaarde is voor het behoud van de economische kracht van Nederland.

In het zogenoemde Herfstakkoord maakte het kabinet met de constructieve oppositie van D66, ChristenUnie en SGP afspraken over extra geld voor onderwijs. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW maakten maandag in een brief aan de Tweede Kamer bekend hoe het Herfstakkoord is ingevuld.

Pleidooi voor behoud maatschappelijke stages

Een ruime meerderheid van de schoolleiders in het christelijk voortgezet onderwijs vindt dat de overheid de financiering van de maatschappelijke stage moet handhaven. Dat blijkt uit een peiling van de Besturenraad.

De maatschappelijke stage voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is sinds het schooljaar 2011/2012 verplicht. Het was het geesteskind van voormalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt. De instelling van de verplichte maatschappelijke stages maakte deel uit van het normen-en-waardenbeleid onder de christendemocratische oud-premier Jan-Peter Balkenende.

VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil deze verplichting met ingang van het schooljaar 2014/2015 weer intrekken. Dekker is niet tegen de maatschappelijke stage, maar in het licht van de overheidsbezuinigingen wil hij de stages niet meer verplicht stellen. Scholen kunnen maatschappelijke stages blijven organiseren, maar ze krijgen er vanaf 2014/2015 van de overheid geen geld meer voor.

De Besturenrad meldt op basis van een peiling onder 124 schoolleiders dat dit in het christelijk voortgezet onderwijs wordt ervaren als ‘zwabberbeleid’. Van de respondenten vindt 72 procent dat scholen verplicht moeten blijven een maatschappelijke stage aan te bieden. Hoewel de organisatie van de stages volgens hen veel inspanning vergt, hechten ze er erg veel waarde aan. Leerlingen leren iets voor een ander te doen zonder er iets voor terug te krijgen. Ze vinden zo de weg naar vrijwilligerswerk en ontwikkelen maatschappelijke betrokkenheid, is de gedachte.

Als de financiering van structureel 55 miljoen euro en de verplichting wegvallen, blijkt dat 32 procent van de gepeilde christelijke vo-scholen geen maatschappelijke stages meer zal aanbieden.  Andere christelijke scholen voor voortgezet onderwijs zouden met de maatschappelijke stages doorgaan, maar dan in afgeslankte vorm.

Petitie voor behoud maatschappelijke stage

Wilt u dat de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs behouden blijven? Dan kunt u een online petitie ondertekenen.

De petitie is een initiatief van de Vrijwilligerscentrale Utrecht en Maatschap+ Utrecht. Deze organisaties vinden het een verlies van de samenleving dat het kabinet de bijdrage aan de vo-scholen voor het organiseren van de maatschappelijke stages stopzet. De scholen kunnen wel doorgaan met de stages, maar ze krijgen er vanaf 2015 geen geld meer voor.

De initiatiefnemers van de petitie wijzen erop dat de maatschappelijke stages van groot belang zijn, zeker in het licht van de participatiesamenleving waar het kabinet het in de Troonrede over had. ‘De afgelopen jaren is een stevig fundament neergezet door betrokken scholen, vrijwilligerscentrales en maatschappelijke organisaties, die vrijwilligerswerk puberproof maakten’, aldus de Vrijwilligerscentrale en Maatschap+.

Onderteken de petitie

Uitgevers: hardware buiten verplichte ouderbijdrage

De Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU) wil dat elektronische informatiedragers (zoals tablets) buiten de opnieuw in te voeren verplichte ouderbijdrage voor lesmaterialen in het voortgezet onderwijs valt. Op die manier zouden scholen meer ruimte houden voor de aanschaf van innovatief lesmateriaal.

De oproep van de GEU hangt samen met het wetsvoorstel om een einde te maken aan de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs. in 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

In het wetsvoorstel staat onder andere dat scholen voor voortgezet onderwijs vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling mogen vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dit betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

De GEU signaleert dit ook en stelt daarom voor om elektronische informatiedragers buiten de verplichte ouderbijdrage voor lesmateriaal te plaatsen. ‘Daarmee krijgen scholen weer meer ruimte voor innovatief lesmateriaal dat kan bijdragen aan de gewenste kwaliteitsverbetering en hogere leeropbrengsten’, zo staat in een position paper van de educatieve uitgeverijen.

Wetsvoorstel afschaffen gratis boeken ingediend

Het wetsvoorstel voor het afschaffen van de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs is ingediend bij de Tweede Kamer. 

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

In het wetsvoorstel staat onder andere dat scholen voor voortgezet onderwijs vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling mogen vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dit betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Toch geen bezuiniging op lessen over democratie

De aangekondigde bezuiniging op het ProDemos-Huis voor democratie en rechtsstaat gaat niet door.

ProDemos meldt dat het een brief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft gekregen, waarin staat dat de toegezegde subsidie voor 2014 toch gehandhaafd blijft.

Vlak voor Prinsjesdag bleek uit de begroting van BZK dat ProDemos in 2014 met 13 procent zou worden gekort. Dit stond haaks op de ambitie van de Tweede Kamer om de aantallen scholieren die via ProDemos naar het Binnenhof komen, te verdubbelen.

Stille bezuinigingen op onderwijs structureel

De stille bezuinigingen waar het onderwijs al jaren mee te maken heeft, zullen structureel van invloed blijven. Dat blijkt uit de Macro Economische Verkenning 2014 (MEV 2014) van het Centraal Planbureau (CPB).

Het structurele karakter van de stille bezuinigingen komt doordat de prijsbijstelling, die al bekend was, ook in 2015-2017 wordt ingehouden. Het gaat om 250 miljoen euro.

In de MEV staat ook dat een ramingsmeevaller van 250 miljoen euro voor het onderwijs behouden blijft. De meevaller is het gevolg van een te hoge schatting van het aantal leerlingen/studenten als gevolg van demografische krimp en minder deelname aan het beroepsonderwijs. Het behouden blijven van dit geld zou een ‘stille investering’ kunnen worden genoemd: het geld vloeit niet weg, maar er komt ook geen geld bij.

De MEV 2014 gaat ook in op de gevolgen van het afschaffen van de afdrachtsvermindering voor onderwijs. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 500 miljoen euro. De afdrachtsvermindering wordt afgeschaft, om te veel bedrijven van deze regeling gebruikmaakten. Een deel van die bedrijven deed dat niet in de geest van de regeling door met instellingen voor beroepsonderwijs deals te sluiten over opleidingen voor personeelsleden, waarvan het nut niet altijd even helder was.

Financieel expert Bé Keizer berekende afgelopen weekend op basis van de MEV 2014 dat de stijging van de bekostiging voor de materiële exploitatie (Londo) in het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs voor volgend jaar 1,41 procent bedraagt. Lees zijn toelichting.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Door financiële krapte passend onderwijs in de knel

In de politiek groeit de bezorgdheid over de invoering van passend onderwijs, nu scholen het financieel steeds zwaarder krijgen als gevolg van de voortdurende stille bezuinigingen. Dat bleek woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

De Algemene Rekenkamer zette in juni grote vraagtekens bij de financiële haalbaarheid van passend onderwijs. Die vraagtekens hadden te maken met de krapper wordende financiële ruimte en als gevolg daarvan krimpende werkgelegenheid in combinatie met de hoge verwachtingen die het kabinet van het onderwijs heeft. De Algemene Rekenkamer verwacht dat die situatie voorlopig zo blijft en dat het daardoor de vraag is of passend onderwijs per 1 augustus 2014 op een goede manier kan worden ingevoerd.

Tijdens het Kamerdebat stelde D66-Kamerlid Paul van Meenen aan Sander Dekker de vraag of hij staatssecretaris wil worden van ‘failliete scholen’. Dekker antwoordde daarop dat de invoering van passend onderwijs geen bezuinigingsmaatregel is. Ook zei hij dat schoolbesturen die het financieel zwaar hebben ‘als de wiedeweerga’ aan de slag moeten om hun problemen op te lossen.

Loes Ypma van coalitiepartner Partij van de Arbeid illustreerde ook dat veel scholen in problemen komen door de al jaren voortdurende stille bezuinigingen van het huidige en voorgaande kabinetten. Scholen die ook nog eens met krimp te maken hebben, voelen de problemen nog meer. Ypma benadrukte in het Kamerdebat dat het beschikbare geld voor passend onderwijs zo veel mogelijk in de klassen terecht moet komen.

Haar college Karin Straus van de VVD – de partij van Dekker – noemde de conclusies van de Algemene Rekenkamer ‘verontrustend’. Zij wees er ook op dat er grote verschillen zijn tussen de financiële buffers van scholen. Straus wil dat schoolbesturen hun financiële deskundigheid vergroten.

De financiële buffers werden ook aan de orde gesteld door Jesse Klaver van GroenLinks. Hij benadrukte dat schoolbesturen buffers moeten hebben, bijvoorbeeld voor een adequate invoering van passend onderwijs. CDA’er Michel Rog zei te vrezen dat als gevolg van de stille bezuinigingen de klassen steeds groter zullen worden ‘terwijl de leraar met de invoering van passend onderwijs nog meer zal moeten differentiëren’.

Maximumbudget schoolboeken omlaag – ouders dokken

Scholen mogen vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dat staat in het wetsvoorstel over het intrekken van de regeling voor de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs. Met het voorgestelde maximumbedrag wordt het budget nog krapper.

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

Dat nu in het wetsvoorstel staat dat de scholen vanaf 2015 maximaal 300 euro aan ouders mogen vragen voor lesmateriaal en elektronische informatiedragers, betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

In het wetsvoorstel staat dat leerlingen moeten werken met de beste lesmaterialen die aansluiten op de onderwijskundige uitgangspunten van de school. Die moet hiervoor ‘innovatief leermiddelenbeleid’ voeren, dat in het teken staat van een ‘ambitieuze leercultuur’. De scholen krijgen volgens het kabinet ‘zoveel mogelijk ruimte bij het invullen van de maatregel’ om de ‘gratis’ schoolboeken af te schaffen.

Het mag duidelijk zijn dat bovenstaande ambities in schril contrast staan met een verlaging van het maximaal toegestane budget voor lesmaterialen en elektronische informatiedragers en het in rekening brengen van de kosten bij de ouders.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

SLO door bezuiniging in zwaar weer: 30 mensen weg

Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) in Enschede schrapt 28 voltijdsbanen. Dat meldt de Twentse krant Tubantia.

SLO moet structureel 3 miljoen euro bezuinigen, doordat het ministerie van OCW 22 procent kort op de subsidie voor het kenniscentrum. Nu er 28 banen verdwijnen, betekent dit dat één op de vijf medewerkers weg moet. Het gaat om 30 mensen, van wie de ene helft onderwijsinhoudelijke medewerkers en de andere helft ondersteuners.

Het is niet het eerste banenverlies bij SLO. Enkele jaren geleden werkten er nog 300 mensen. Daar is straks minder dan de helft van over.

Alarmerende situatie door oplopende tekorten

De VO-raad heeft in Nieuwsuur opnieuw gewaarschuwd voor de oplopende financiële tekorten in het voortgezet onderwijs. De PO-Raad signaleert hetzelfde probleem in het primair onderwijs.

De algemene trend in het onderwijs is al jaren dat de kosten blijven stijgen en dat de overheid de scholen daar onvoldoende voor compenseert. Volgens de VO-raad heeft ongeveer 60 procent van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs (ruim 700 scholen) financiële problemen. De sectororganisatie verwacht dat dit aandeel op korte termijn verder oploopt naar 75 procent. Sommige scholen staan al op de rand van faillissement.

De afgelopen jaren teerde het voortgezet onderwijs flink in op eigen vermogen. De financiële buffer van de sector zou rond de 400 miljoen euro moeten liggen, maar scholen staan nu voor 23 miljoen euro in de min. Vice-voorzitter Hein van Asseldonk van de VO-raad benadrukt dat er geen ruimte meer is om tegenvallers op te vangen of om te investeren. ‘Scholen moeten heel scherp aan de wind zeilen om geen euro meer uit te geven dan strikt nodig is’, aldus Van Asseldonk.

Ook schoolbesturen in het primair onderwijs hebben te maken met financiële problemen en oplopende tekorten. De PO-Raad ziet net als de VO-raad oplopende kosten, bijvoorbeeld stijgende werkgeverslasten, waar geen adequate bekostiging tegenover staat. Daarnaast trekken bezuinigingen en dalende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp een steeds grotere wissel op de begroting van scholen.

De Algemene Rekenkamer constateerde onlangs dat de ambities van de overheid te hoog zijn en dat scholen niet voldoende geld hebben om die ambities waar te maken. Het tekort aan geld staat onder meer een goede invoering van passend onderwijs in de weg, aldus de Rekenkamer.