Tegenvaller OCW leidt tot groot financieel tekort

Door een financiële tegenvaller moet een nieuw kabinet rekening houden met een tekort van 1 miljard euro, meldt onder andere de NOS.

De tegenvaller zou het gevolg zijn van financiële tegenwind bij de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Tegenvaller door ruilvoetproblematiek

De Telegraaf meldt dat het te maken heeft met de ruilvoetproblematiek: de overheid mag minder geld uitgeven vanwege de lage inflatie.

Aanvankelijk werd er nog van uitgegaan dat een nieuw kabinet kon profiteren van een overschot van 3,5 miljard euro, maar dat zou dus zijn omgeslagen in een tekort van 1 miljard. Dat kan betekenen dat er (weer) bezuinigd moet worden.

Onderwijs prominent op bezuinigingslijst

Op de Ombuigingslijst van het ministerie van Financiën staan veel mogelijke bezuinigingen op onderwijs. Het gaat in totaal om miljarden euro’s.

Het ministerie van Financiën besloot de cijfers openbaar te maken nadat woensdag was gebleken dat de lijst via de Volkskrant was uitgelekt. Het document bevat een opsomming van maatregelen die genomen zóuden kúnnen worden om besparingen op de overheidsuitgaven te realiseren.

‘De lijst is nooit af, het is een levend document waarin regelmatig nieuwe ramingen worden verwerkt of nieuwe maatregelen worden opgenomen’, zo staat in een toelichting bij de lijst.

Primair en voortgezet onderwijs

Op het primair onderwijs zóu er in 2017 ruim 200 miljoen euro bezuinigd kúnnen worden. Zo zouden de bedragen die in het Nationaal Onderwijsakkoord staan niet uitgekeerd hoeven worden. Ook zou er gekort kunnen worden op de professionalisering van leraren, zouden de extra lessen voor hoogbegaafde leerlingen kunnen worden geschrapt en zou de klassenverkleining kunnen worden teruggedraaid.

Bij het voortgezet onderwijs zou er in 2017 ruim 270 miljoen euro af kunnen. Ook hier wordt het geld uit het Nationaal Onderwijsakkoord genoemd. Een andere post waarop bezuinigd zóu kúnnen worden betreft de maatregelen voor meer leraren. Daarnaast zouden kwaliteitsafspraken kunnen worden stopgezet.

Lerarenbeleid

Op de Begrotingslijst staat een apart hoofdstuk over het lerarenbeleid. Daar zóu eveneens op bezuinigd kúnnen worden, bijvoorbeeld door de Lerarenbeurs af te schaffen en door een einde te maken aan de maatregelen om leraren naar de Randstad te lokken.

De Begrotingslijst is nadrukkelijk een lijst met mógelijke bezuinigingsposten. Natuurlijk zal nooit alles wat erop staat realiteit worden, maar de lijst toont ook aan dat niets onmogelijk is.

Einde financiering maatschappelijke stage voldongen feit

Ook de Eerste Kamer wil dat scholen voor voortgezet onderwijs zelf kunnen bepalen of leerlingen een maatschappelijke stage volgen. De PvdA in de Senaat is overstag.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil af van het verplichte karakter van de maatschappelijke stage. Dat was al opgenomen in het regeerakkoord. De Tweede Kamer nam dit over, maar in de Eerste Kamer waren nog twijfels bij de PvdA. Die is nu overstag, nadat senator Janny Vlietstra haar fractie had geadviseerd voor het regeringsvoorstel te zijn.

De invoering van het facultatieve karakter van de maatschappelijke stage is in feite een bezuiniging van 75 miljoen euro per jaar. De financiering ervan wordt namelijk stopgezet. Scholen voor voortgezet onderwijs die ervoor kiezen om deze vorm van stages te handhaven, krijgen er vanaf het schooljaar 2015-2016 geen geld meer voor. Volgens Dekker kunnen scholen ook zonder dat geld de stages prima zelf organiseren. Voor het schooljaar 2014-2015 is er overigens nog een financiële overbruggingsregeling.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde en daarvoor geld beschikbaar stelde.

Weer stille bezuiniging van 65 miljoen op primair onderwijs

De personele bekostiging in het primair onderwijs stijgt met 0,21 procent. Dit compenseert slechts voor een deel de gestegen arbeidskosten.

De PO-Raad schat de toename van de werkgeverslasten over 2013 op circa 1 procent. Er is dus sprake van een gat van ongeveer 0,8 procent. Dit correspondeert met een bedrag van 65 miljoen euro. Er is dus weer sprake van een stille bezuiniging.

Lees meer op de website van de PO-Raad.

Nog meer bezuinigingen voorlopig buiten beeld

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft laten weten dat er dit jaar en in 2015 niet extra bezuinigd hoeft te worden. Hij zei dat dinsdag na de bekendmaking van de jongste economische cijfers van het Centraal Planbureau (CPB).

Tegen het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) zei Dijsselbloem dat de CPB-cijfers laten zien dat Nederland herstelt van de crisis. ‘De groei trekt aan, het begrotingstekort loopt terug en de werkloosheid daalt in 2015. De koopkracht in 2014 en daarna blijft aantrekken.’ De economische groei komt naar verwachting van het CPB dit jaar uit op 0,75 procent en in 2015 op 1,25 procent.

Hij waarschuwde echter ook voor te hooggespannen verwachtingen, omdat ‘we er nog niet zijn’. Zo stijgt dit jaar de werkloosheid nog en zijn er risico’s, zoals de huidige crisis in Oekraïne en de mogelijke negatieve economische gevolgen daarvan op Nederland.

Bovendien blijft er voorlopig sprake van een begrotingstekort, hoewel dat wel onder de Europese maximumgrens van 3 procent zakt. Het CPB verwacht dat het tekort dit jaar daalt tot 2,9 procent en in 2015 tot 2,1 procent.

Buiten schot
Het onderwijs is tot nu toe bij de bezuinigingen redelijk buiten schot gebleven, vergeleken met andere sectoren zoals de zorg en defensie. Dat heeft te maken met het feit dat het onderwijs een essentiële voorwaarde is voor het behoud van de economische kracht van Nederland.

In het zogenoemde Herfstakkoord maakte het kabinet met de constructieve oppositie van D66, ChristenUnie en SGP afspraken over extra geld voor onderwijs. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW maakten maandag in een brief aan de Tweede Kamer bekend hoe het Herfstakkoord is ingevuld.

Pleidooi voor behoud maatschappelijke stages

Een ruime meerderheid van de schoolleiders in het christelijk voortgezet onderwijs vindt dat de overheid de financiering van de maatschappelijke stage moet handhaven. Dat blijkt uit een peiling van de Besturenraad.

De maatschappelijke stage voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is sinds het schooljaar 2011/2012 verplicht. Het was het geesteskind van voormalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt. De instelling van de verplichte maatschappelijke stages maakte deel uit van het normen-en-waardenbeleid onder de christendemocratische oud-premier Jan-Peter Balkenende.

VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil deze verplichting met ingang van het schooljaar 2014/2015 weer intrekken. Dekker is niet tegen de maatschappelijke stage, maar in het licht van de overheidsbezuinigingen wil hij de stages niet meer verplicht stellen. Scholen kunnen maatschappelijke stages blijven organiseren, maar ze krijgen er vanaf 2014/2015 van de overheid geen geld meer voor.

De Besturenrad meldt op basis van een peiling onder 124 schoolleiders dat dit in het christelijk voortgezet onderwijs wordt ervaren als ‘zwabberbeleid’. Van de respondenten vindt 72 procent dat scholen verplicht moeten blijven een maatschappelijke stage aan te bieden. Hoewel de organisatie van de stages volgens hen veel inspanning vergt, hechten ze er erg veel waarde aan. Leerlingen leren iets voor een ander te doen zonder er iets voor terug te krijgen. Ze vinden zo de weg naar vrijwilligerswerk en ontwikkelen maatschappelijke betrokkenheid, is de gedachte.

Als de financiering van structureel 55 miljoen euro en de verplichting wegvallen, blijkt dat 32 procent van de gepeilde christelijke vo-scholen geen maatschappelijke stages meer zal aanbieden.  Andere christelijke scholen voor voortgezet onderwijs zouden met de maatschappelijke stages doorgaan, maar dan in afgeslankte vorm.

Petitie voor behoud maatschappelijke stage

Wilt u dat de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs behouden blijven? Dan kunt u een online petitie ondertekenen.

De petitie is een initiatief van de Vrijwilligerscentrale Utrecht en Maatschap+ Utrecht. Deze organisaties vinden het een verlies van de samenleving dat het kabinet de bijdrage aan de vo-scholen voor het organiseren van de maatschappelijke stages stopzet. De scholen kunnen wel doorgaan met de stages, maar ze krijgen er vanaf 2015 geen geld meer voor.

De initiatiefnemers van de petitie wijzen erop dat de maatschappelijke stages van groot belang zijn, zeker in het licht van de participatiesamenleving waar het kabinet het in de Troonrede over had. ‘De afgelopen jaren is een stevig fundament neergezet door betrokken scholen, vrijwilligerscentrales en maatschappelijke organisaties, die vrijwilligerswerk puberproof maakten’, aldus de Vrijwilligerscentrale en Maatschap+.

Onderteken de petitie

Uitgevers: hardware buiten verplichte ouderbijdrage

De Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU) wil dat elektronische informatiedragers (zoals tablets) buiten de opnieuw in te voeren verplichte ouderbijdrage voor lesmaterialen in het voortgezet onderwijs valt. Op die manier zouden scholen meer ruimte houden voor de aanschaf van innovatief lesmateriaal.

De oproep van de GEU hangt samen met het wetsvoorstel om een einde te maken aan de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs. in 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

In het wetsvoorstel staat onder andere dat scholen voor voortgezet onderwijs vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling mogen vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dit betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

De GEU signaleert dit ook en stelt daarom voor om elektronische informatiedragers buiten de verplichte ouderbijdrage voor lesmateriaal te plaatsen. ‘Daarmee krijgen scholen weer meer ruimte voor innovatief lesmateriaal dat kan bijdragen aan de gewenste kwaliteitsverbetering en hogere leeropbrengsten’, zo staat in een position paper van de educatieve uitgeverijen.

Wetsvoorstel afschaffen gratis boeken ingediend

Het wetsvoorstel voor het afschaffen van de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs is ingediend bij de Tweede Kamer. 

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

In het wetsvoorstel staat onder andere dat scholen voor voortgezet onderwijs vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling mogen vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dit betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Toch geen bezuiniging op lessen over democratie

De aangekondigde bezuiniging op het ProDemos-Huis voor democratie en rechtsstaat gaat niet door.

ProDemos meldt dat het een brief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft gekregen, waarin staat dat de toegezegde subsidie voor 2014 toch gehandhaafd blijft.

Vlak voor Prinsjesdag bleek uit de begroting van BZK dat ProDemos in 2014 met 13 procent zou worden gekort. Dit stond haaks op de ambitie van de Tweede Kamer om de aantallen scholieren die via ProDemos naar het Binnenhof komen, te verdubbelen.

Stille bezuinigingen op onderwijs structureel

De stille bezuinigingen waar het onderwijs al jaren mee te maken heeft, zullen structureel van invloed blijven. Dat blijkt uit de Macro Economische Verkenning 2014 (MEV 2014) van het Centraal Planbureau (CPB).

Het structurele karakter van de stille bezuinigingen komt doordat de prijsbijstelling, die al bekend was, ook in 2015-2017 wordt ingehouden. Het gaat om 250 miljoen euro.

In de MEV staat ook dat een ramingsmeevaller van 250 miljoen euro voor het onderwijs behouden blijft. De meevaller is het gevolg van een te hoge schatting van het aantal leerlingen/studenten als gevolg van demografische krimp en minder deelname aan het beroepsonderwijs. Het behouden blijven van dit geld zou een ‘stille investering’ kunnen worden genoemd: het geld vloeit niet weg, maar er komt ook geen geld bij.

De MEV 2014 gaat ook in op de gevolgen van het afschaffen van de afdrachtsvermindering voor onderwijs. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 500 miljoen euro. De afdrachtsvermindering wordt afgeschaft, om te veel bedrijven van deze regeling gebruikmaakten. Een deel van die bedrijven deed dat niet in de geest van de regeling door met instellingen voor beroepsonderwijs deals te sluiten over opleidingen voor personeelsleden, waarvan het nut niet altijd even helder was.

Financieel expert Bé Keizer berekende afgelopen weekend op basis van de MEV 2014 dat de stijging van de bekostiging voor de materiële exploitatie (Londo) in het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs voor volgend jaar 1,41 procent bedraagt. Lees zijn toelichting.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Door financiële krapte passend onderwijs in de knel

In de politiek groeit de bezorgdheid over de invoering van passend onderwijs, nu scholen het financieel steeds zwaarder krijgen als gevolg van de voortdurende stille bezuinigingen. Dat bleek woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

De Algemene Rekenkamer zette in juni grote vraagtekens bij de financiële haalbaarheid van passend onderwijs. Die vraagtekens hadden te maken met de krapper wordende financiële ruimte en als gevolg daarvan krimpende werkgelegenheid in combinatie met de hoge verwachtingen die het kabinet van het onderwijs heeft. De Algemene Rekenkamer verwacht dat die situatie voorlopig zo blijft en dat het daardoor de vraag is of passend onderwijs per 1 augustus 2014 op een goede manier kan worden ingevoerd.

Tijdens het Kamerdebat stelde D66-Kamerlid Paul van Meenen aan Sander Dekker de vraag of hij staatssecretaris wil worden van ‘failliete scholen’. Dekker antwoordde daarop dat de invoering van passend onderwijs geen bezuinigingsmaatregel is. Ook zei hij dat schoolbesturen die het financieel zwaar hebben ‘als de wiedeweerga’ aan de slag moeten om hun problemen op te lossen.

Loes Ypma van coalitiepartner Partij van de Arbeid illustreerde ook dat veel scholen in problemen komen door de al jaren voortdurende stille bezuinigingen van het huidige en voorgaande kabinetten. Scholen die ook nog eens met krimp te maken hebben, voelen de problemen nog meer. Ypma benadrukte in het Kamerdebat dat het beschikbare geld voor passend onderwijs zo veel mogelijk in de klassen terecht moet komen.

Haar college Karin Straus van de VVD – de partij van Dekker – noemde de conclusies van de Algemene Rekenkamer ‘verontrustend’. Zij wees er ook op dat er grote verschillen zijn tussen de financiële buffers van scholen. Straus wil dat schoolbesturen hun financiële deskundigheid vergroten.

De financiële buffers werden ook aan de orde gesteld door Jesse Klaver van GroenLinks. Hij benadrukte dat schoolbesturen buffers moeten hebben, bijvoorbeeld voor een adequate invoering van passend onderwijs. CDA’er Michel Rog zei te vrezen dat als gevolg van de stille bezuinigingen de klassen steeds groter zullen worden ‘terwijl de leraar met de invoering van passend onderwijs nog meer zal moeten differentiëren’.

Maximumbudget schoolboeken omlaag – ouders dokken

Scholen mogen vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dat staat in het wetsvoorstel over het intrekken van de regeling voor de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs. Met het voorgestelde maximumbedrag wordt het budget nog krapper.

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

Dat nu in het wetsvoorstel staat dat de scholen vanaf 2015 maximaal 300 euro aan ouders mogen vragen voor lesmateriaal en elektronische informatiedragers, betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

In het wetsvoorstel staat dat leerlingen moeten werken met de beste lesmaterialen die aansluiten op de onderwijskundige uitgangspunten van de school. Die moet hiervoor ‘innovatief leermiddelenbeleid’ voeren, dat in het teken staat van een ‘ambitieuze leercultuur’. De scholen krijgen volgens het kabinet ‘zoveel mogelijk ruimte bij het invullen van de maatregel’ om de ‘gratis’ schoolboeken af te schaffen.

Het mag duidelijk zijn dat bovenstaande ambities in schril contrast staan met een verlaging van het maximaal toegestane budget voor lesmaterialen en elektronische informatiedragers en het in rekening brengen van de kosten bij de ouders.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

SLO door bezuiniging in zwaar weer: 30 mensen weg

Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) in Enschede schrapt 28 voltijdsbanen. Dat meldt de Twentse krant Tubantia.

SLO moet structureel 3 miljoen euro bezuinigen, doordat het ministerie van OCW 22 procent kort op de subsidie voor het kenniscentrum. Nu er 28 banen verdwijnen, betekent dit dat één op de vijf medewerkers weg moet. Het gaat om 30 mensen, van wie de ene helft onderwijsinhoudelijke medewerkers en de andere helft ondersteuners.

Het is niet het eerste banenverlies bij SLO. Enkele jaren geleden werkten er nog 300 mensen. Daar is straks minder dan de helft van over.

Alarmerende situatie door oplopende tekorten

De VO-raad heeft in Nieuwsuur opnieuw gewaarschuwd voor de oplopende financiële tekorten in het voortgezet onderwijs. De PO-Raad signaleert hetzelfde probleem in het primair onderwijs.

De algemene trend in het onderwijs is al jaren dat de kosten blijven stijgen en dat de overheid de scholen daar onvoldoende voor compenseert. Volgens de VO-raad heeft ongeveer 60 procent van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs (ruim 700 scholen) financiële problemen. De sectororganisatie verwacht dat dit aandeel op korte termijn verder oploopt naar 75 procent. Sommige scholen staan al op de rand van faillissement.

De afgelopen jaren teerde het voortgezet onderwijs flink in op eigen vermogen. De financiële buffer van de sector zou rond de 400 miljoen euro moeten liggen, maar scholen staan nu voor 23 miljoen euro in de min. Vice-voorzitter Hein van Asseldonk van de VO-raad benadrukt dat er geen ruimte meer is om tegenvallers op te vangen of om te investeren. ‘Scholen moeten heel scherp aan de wind zeilen om geen euro meer uit te geven dan strikt nodig is’, aldus Van Asseldonk.

Ook schoolbesturen in het primair onderwijs hebben te maken met financiële problemen en oplopende tekorten. De PO-Raad ziet net als de VO-raad oplopende kosten, bijvoorbeeld stijgende werkgeverslasten, waar geen adequate bekostiging tegenover staat. Daarnaast trekken bezuinigingen en dalende leerlingenaantallen als gevolg van demografische krimp een steeds grotere wissel op de begroting van scholen.

De Algemene Rekenkamer constateerde onlangs dat de ambities van de overheid te hoog zijn en dat scholen niet voldoende geld hebben om die ambities waar te maken. Het tekort aan geld staat onder meer een goede invoering van passend onderwijs in de weg, aldus de Rekenkamer.

Maatschappelijke stage jaar eerder afgeschaft

De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs is vanaf 1 augustus 2014 geen verplichte eindexameneis meer. Dat meldt het ministerie van OCW.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW verpakt deze maatregel met de positieve uitspraak dat ‘scholen meer vrijheid krijgen om hun onderwijsprogramma in te richten’. De extra middelen die scholen tijdelijk kregen voor de invoering van de maatschappelijke stage worden stopgezet nu de verplichting vervalt. Er is nog wel een overgangsmaatregel: de verplichting vervalt per 1 augustus 2014, de extra bekostiging stopt per 1 augustus 2015.

Opgaan, blinken en verzinken
De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Elke leerling moet sindsdien minstens 30 uur stage lopen.

De maatschappelijke stage was een uitdrukkelijke wens van toenmalig coalitiegenoot CDA. Voormalig onderwijsminister Marja van Bijsterveldt was er dolenthousiast over. De gedachte van het CDA was dat leerlingen hierdoor vertrouwd zouden raken met de maatschappelijke waarden en normen, zoals die door oud-premier Jan Peter Balkenende van het CDA in de markt waren gezet.

Van de VVD, die tot 2012 met het CDA in de regering zat, hoefde het allemaal niet zo nodig. VVD-onderwijswoordvoerder Ton Elias zei dat het nu eenmaal onderdeel was van het regeerakkoord.

In het VVD/PvdA-regeerakkoord van het tweede kabinet-Rutte werd aangekondigd dat de verplichte maatschappelijke stage in het schooljaar 2015-2016 zou verdwijnen. Dat wordt nu dus een jaar eerder, zo was eerder al te lezen in dit wetsvoorstel.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Kamer steunt motie voor subsidie één ouderorganisatie

De Tweede Kamer steunt de motie van Mohammed Mohandis van de PvdA voor subsidiëring van één efficiënte ouderorganisatie in het onderwijs. De motie was mede namens zijn collega Anne-Wil Lucas van coalitiegenoot VVD ingediend. Het was dus voor de stemming op donderdag al duidelijk dat de motie het zou halen.

In hun brief over de invulling van de subsidietaakstelling voor onderwijs en onderzoek stellen PvdA-minister Jet Bussemaker en VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW voor de rijkssubsidie voor de ouderorganisatie in het onderwijs volledig stop te zetten.

De Vereniging Openbaar Onderwijs, de Landelijke Oudervereniging Bijzonder Onderwijs op algemene grondslag (Lobo) en de Nederlandse oudervereniging Katholieke Onderwijs (NKO) overhandigden de Tweede Kamer naar aanleiding van de voorgestelde subsidiestop een petitie. De protestants-christelijke ouderorganisatie OUDERS & COO deed overigens niet aan deze petitie mee.

In de petitie staat dat VOO, Lobo en NKO één efficiënte organisatie willen vormen, zodat ouders in het onderwijs een sterke vertegenwoordiging behouden. Dit nieuwe landelijke orgaan zou voor 1 miljoen euro minder opgebouwde expertise kunnen behouden en op efficiënte en effectieve wijze de belangen van ouders kunnen behartigen.

Checks and balances
In de aangenomen motie van PvdA’er Mohandis en VVD’er Lucas staat dat ouderorganisaties ‘een belangrijke rol vervullen als informatiepunt en ook een duidelijke rol hebben binnen het systeem van checks and balances. Ze stellen dat ‘deze belangrijke functies niet kunnen worden gehandhaafd als gevolg van het beëindigen van de subsidie door het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap’.

De motie roept de regering op ‘om 1 miljoen euro structureel vrij te maken om de kerntaken van de ouderorganisaties te garanderen, te komen tot één centrale ouderorganisatie en deze centrale ouderorganisatie aan te laten sluiten bij lokale en regionale initiatieven die ouders al reeds ontplooien.’ In de motie wordt voorgesteld om het benodigde geld weg te halen bij vakbondsfaciliteiten en bij het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

Staatssecretaris Dekker liet voor de stemming al weten niet onwelwillend tegenover deze motie van de coalitiegenoten PvdA en VVD te staan. Wel liet hij in een reactie in de Tweede Kamer weten dat hij nog twijfelt aan de financiële dekking, zoals Mohandis en Lucas die voorstellen.

Tweede Kamer voor behoud g/hvo openbaar onderwijs

Een overgrote meerderheid in de Tweede Kamer wil dat de structurele rijkssubsidie voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare scholen behouden blijft. De ChristenUnie had daarvoor een motie ingediend. Alleen de PVV gaf daar geen steun aan.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW maakten op 30 mei in een brief aan de Tweede Kamer bekend dat zij de subsidie voor het Dienstencentrum GVO en HVO, dat g/hvo in het openbaar onderwijs verzorgt, willen stopzetten. In hun brief staat ook dat zij met deze en andere bezuinigingen het primaire proces niet aantasten.

Kennelijk vinden Bussemaker en Dekker dat g/hvo, dat door 75.000 leerlingen in het openbaar onderwijs wordt gevolgd, niet tot het primaire proces behoort. Hiermee laten zij zien het openbaar onderwijs en g/hvo niet serieus te nemen. In de wet is nota bene vastgelegd dat openbare scholen gelegenheid moeten bieden tot g/hvo als ouders daarom vragen.

G/hvo in kerndoelen
De motie die door Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie werd ingediend, benadrukt dat g/hvo tot de kerndoelen van het openbaar onderwijs behoort. Voordewind ‘verzoekt de regering te streven naar het in de begroting OCW beschikbaar houden van middelen voor humanistisch vormingsonderwijs (HVO) en godsdienstvormingsonderwijs (GVO) in het openbaar basisonderwijs.’ De motie werd mede namens Roelof Bisschop van de SGP en Paul van Meenen van D66 ingediend. Donderdag kreeg de motie de steun van de hele Kamer met uitzondering van de PVV.

Staatssecretaris Sander Dekker had woensdag tijdens het voortgezet algemeen overleg over de subsidietaakstelling onderwijs en onderzoek de motie ontraden. Hij zei waarde te hechten aan g/hvo in het openbaar onderwijs, maar de rijkssubsidie die er nu nog voor beschikbaar is, moet volgens hem verdwijnen. Er is geen geld meer voor, zei hij.

Een overgrote meerderheid denkt daar dus anders over. Nu de motie van de ChristenUnie is aangenomen, staan de seinen op groen voor behoud van de rijkssubsidie voor g/hvo in het openbaar onderwijs. Formeel kan de motie door de regering worden genegeerd, maar het is waarschijnlijker dat staatssecretaris Dekker de motie uitvoert én eist dat de 10 miljoen euro die hij structureel wilde bezuinigen door g/hvo weg te snijden, van andere posten in de onderwijsbegroting af moet.

Succesvolle lobby!
VOS/ABB had in een brief aan de Vaste Kamercommissie voor OCW uiteengezet waarom de subsidie voor g/hvo behouden moest blijven. De brief werd ondertekend door onder andere de collegabesturenorganisaties, de Vereniging openbaar Onderwijs en andere ouderorganisaties, de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de onderwijsvakbonden.

Het Dienstencentrum GVO en HVO startte een online petitie voor het behoud van g/hvo. Deze petitie werd door tienduizenden mensen ondertekend.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker dwaalt in argumentatie over subsidiestop g/hvo

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW vindt dat het openbaar onderwijs met de subsidie voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) ten onrechte wordt bevoordeeld ten opzichte van het bijzonder onderwijs. De subsidiestop ziet hij als een gelijktrekking van de bekostiging. Hij zei dat donderdagavond tijdens een algemeen overleg over de zogenoemde taakstelling om de onderwijssubsidies te beperken.

In de brief over de ‘verlegging’ van subsidiestromen schrijven staatssecretaris Sander Dekker en minister Jet Bussemaker van OCW dat zij het primaire proces niet aantasten. Ook stellen zij dat er niet wordt bezuinigd, maar dat er geld anders wordt verdeeld.

Wat de subsidiestop voor g/hvo betreft (structureel 10 miljoen euro per jaar) is het zo dat dit geld in 2009 uit de lumpsumfinanciering is gehaald. SGP-Kamerlid Roelof Bisschop noemde het onbehoorlijk om dit geld te gebruiken voor een algemene taakstelling, in casu een bezuiniging. Ook benadrukten Joël Voordewind van de ChristenUnie en Paul van Meenen van D66 dit.

Dekker zei dat de subsidiestop gerechtvaardigd is, omdat de 10 miljoen euro uit de lumpsum ten onrechte een bevoordeling van het openbaar onderwijs ten opzichte van het bijzonder onderwijs zou zijn. Hij sprak in dit kader van een gelijktrekking van bekostiging. Die gelijktrekking is voor hem kennelijk synoniem met stopzetting.

De staatssecretaris zei ook dat de stopzetting van de subsidie voor g/hvo maar een klein aantal leerlingen raakt. Hij sprak van een ‘specifieke kleine groep’. In werkelijkheid gaat het over 75.000 leerlingen. Bovendien wordt deze vorm van onderwijs verzorgd door circa 700 gekwalificeerde docenten.

Ouderorganisaties
Er werd in het algemeen overleg ook gesproken over de subsidiestop voor de ouderorganisaties, waaronder de Vereniging Openbaar Onderwijs. Een voorstel van de ouderorganisaties om de handen ineen te slaan, zodat ze met minder subsidie toe kunnen, verwierp hij niet direct. Als de Tweede Kamer dit wil, moet het geld hiervoor van elders worden gehaald.

Dekker vergeleek ouderorganisaties overigens met de ANWB: betrokken ouders kunnen net zo goed lid worden van ouderorganisaties om die zelf, zonder subsidies, in de lucht houden.

Er komt een voortgezet algemeen overleg om moties in te dienen.

Zie ook de gerelateerde berichten onder de pijl rechts.

Ouderorganisaties slaan handen ineen

De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) wil samen met de Landelijke Oudervereniging Bijzonder Onderwijs op algemene grondslag (LOBO) en met de Nederlandse oudervereniging Katholiek Onderwijs (NKO) één ouderorgaan vormen. Dat heeft VOO-directeur Bert-Jan Kollmer in de Tweede Kamer gezegd bij de overhandiging van een petitie voor behoud van een sterke vertegenwoordiging van ouders in het onderwijs.

De petitie van de drie belangenorganisaties volgt op het voornemen van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de subsidie voor de ouderorganisaties stop te zetten. Als dat doorgaat, zijn ouders straks niet meer vertegenwoordigd als gelijkwaardige partner voor goed onderwijs.

VOO, LOBO en NKO benadrukken in hun petitie het belang van een evenwichtige (politieke) besluitvorming voor goed onderwijs. Het belang van ouders dient in dit kader nadrukkelijk te worden erkend. De ouderorganisaties benadrukken ook dat ze zorgen voor deskundigheidsbevordering, onder andere op het gebied van medezeggenschap. Tevens noemen zij het informatiepunt 5010. Als dit wegvalt, kunnen ouders nergens meer terecht voor laagdrempelige informatievoorziening.

De drie indieners van de petitie hebben al het initiatief genomen om vanuit één landelijk ouderorgaan de belangenbehartiging voor ouders, het informatiepunt 5010 en deskundigheidsbevordering te blijven aanbieden. Dit nieuwe landelijke orgaan kan, zo staat in de petitie, ‘voor 1 miljoen euro minder, door bundeling van krachten, de opgebouwde expertise behouden en op efficiënte en effectieve wijze de genoemde taken vervullen’.

Het feit dat de Vereniging Openbaar Onderwijs dit wil, betekent volgens directeur Bert-Jan Kollmer geenszins dat zijn vereniging ophoudt te bestaan. Desgevraagd legt hij uit dat VOO terug wil naar de situatie, waarin zijn vereniging niet de specifieke belangen van ouders, maar de algemene belangen van het openbaar onderwijs behartigt. De belangenbehartiging voor ouders is volgens hem tegenwoordig niet meer zo sterk als vroeger aan het openbare of bijzondere karakter van de scholen gebonden.

Deze ontwikkeling kan volgens Kollmer de samenwerking met VOS/ABB verder verstevigen. VOO en VOS/ABB werken al op verschillende terreinen samen, bijvoorbeeld voor de jaarlijkse School!Week, het magazine School! en medezeggenschapscursussen.

Massale steun voor g/hvo in openbaar onderwijs

Op Het Plein bij de Tweede Kamer in Den Haag hebben dinsdag honderden mensen betoogd voor behoud van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo) in de openbare scholen. De betoging viel samen met de overhandiging van een petitie aan een delegatie van de Vaste Kamercommissie voor OCW. De online petitie is door ruim 29.000 mensen ondertekend.

De petitie, een initiatief van het Dienstencentrum GVO en HVO, werd overhandigd aan Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie. Hij zei op Het Plein tegen de naar schatting 400 betogers dat hij goede hoop heeft dat  g/hvo voor het openbaar onderwijs behouden kan blijven. Hij verwacht steun hiervoor van een groot deel van de oppositie, maar benadrukte ook dat in elk geval de steun van een van de coalitiepartijen PvdA en VVD nodig is.

Primaire proces aangetast!
De betoging en de petitie volgden op de bekendmaking van bezuinigingsplannen van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Zelf spreken ze van een verlegging van subsidiestromen, die niet ten koste zou gaan van het primaire proces. De realiteit leert echter dat zij met de voorgestelde stopzetting van de structurele subsidie van 10 miljoen euro per jaar voor het Dienstencentrum GVO en HVO de kwaliteit van het primaire proces van het openbaar onderwijs wel degelijk aantasten.

G/hvo wordt gevolgd door ongeveer 75.000 leerlingen. Circa 700 gekwalificeerde docenten verzorgen deze waarde(n)volle vorm van onderwijs. Bovendien staat in de wet dat de openbare school gelegenheid moet bieden tot g/hvo als ouders daarom vragen. Als de subsidie wordt stopgezet, kan het openbaar onderwijs niet meer voldoen aan deze wettelijke taak.

Greep uit lumpsum!
Niet onbelangrijk: de 10 miljoen euro subsidie voor het Dienstencentrum GVO en HVO is in 2009 uit de lumpsumfinanciering gehaald. Stopzetting van de subsidie zonder terugstorting van dit bedrag in de lumpsumpot, zou dus een regelrechte bezuiniging op het onderwijs zijn, en dus niet een verlegging van de subsidiestroom!

VOS/ABB heeft de bezwaren tegen de voorgenomen stopzetting van de subsidie uiteengezet in een brief aan de Vaste Kamercommissie voor OCW. De brief is mede ondertekend door de overige besturenorganisaties, de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, de onderwijsvakbonden en landelijke ouderorgansiaties, waaronder de Vereniging Openbaar Onderwijs.

Fotograaf Erik Kottier heeft voor het Dienstencentrum GVO en HVO een fotoserie gemaakt van de overhandiging van de petitie en de betoging bij de ingang van de Tweede Kamer.

Kom naar betoging in Den Haag voor behoud g/hvo!

Docenten overhandigen op dinsdag 25 juni aan de Tweede Kamer een petitie voor het behoud van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (g/hvo). Er is dan ook een demonstratie op Het Plein in Den Haag. Het kabinet wil de subsidie voor deze waardevolle vorm van onderwijs in de openbare scholen stopzetten. 

De openbare scholen zijn bij wet verplicht om gelegenheid te bieden tot g/hvo als ouders daarom vragen. Daarvoor is sinds 2009 een rijkssubsidie van 10 miljoen euro per jaar beschikbaar. Dit geld is destijds door voormalig staatssecretaris Sharon Dijksma van OCW op verzoek van de Tweede Kamer uit de lumpsumfinanciering gehaald.

Als de subsidie vervalt, kan het openbaar onderwijs straks niet meer aan al zijn wettelijke verplichtingen voldoen. Bovendien verdwijnt dan 10 miljoen euro uit de lumpsum. Dat is een regelrechte greep uit de kas van het onderwijs!

Primaire proces
Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW beweren ten onrechte dat zij met het stopzetten van de subsidie voor g/hvo het primaire proces niet zouden aantasten. Niets is minder waar: g/hvo wordt gevolgd door 75.000 leerlingen. Als de subsidie verdwijnt, gaat een buitengewoon waarde(n)vol onderdeel van het primaire proces in de openbare scholen verloren.

Bovendien zullen circa 700 docenten g/hvo, die de afgelopen jaren volgens de Wet beroepen in het onderwijs (Wet BIO) zijn geprofessionaliseerd en gekwalificeerd, hun werk verliezen. Dit druist regelrecht in tegen het kabinetsbeleid om zoveel mogelijk gekwalificeerde docenten voor de klas te hebben.

VOS/ABB heeft samen met de andere besturenorganisatie, de Vereniging Openbaar Onderwijs en de overige landelijke ouderorganisaties, de onderwijsvakbonden en de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad bovenstaande bezwaren onlangs kenbaar gemaakt in een brief aan de Tweede Kamer.

Petitie en demonstratie
Het Dienstencentrum GVO en HVO lanceerde onlangs een petitie voor het behoud van g/hvo. De petitie heeft inmiddels de steun van meer dan 25.000 mensen.

Op dinsdag 25 juni om 13.45 uur wordt de petitie door een aantal docenten g/hvo in de hal van de Tweede Kamer aangeboden aan een delegatie van de Vaste Kamercommissie voor OCW.

Er is dan bij de ingang van het Tweede Kamergebouw vanaf 13.15 uur een betoging voor behoud van g/hvo. Schoolbestuurders en -managers, leerkrachten, ouders en leerlingen en alle andere mensen die g/hvo onmisbaar achten, worden opgeroepen om op dinsdag naar Het Plein in Den Haag te komen om daar te demonstreren!

Duimschroeven samenwerkingsverbanden aangedraaid

De samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs moeten zelf maar uitzoeken hoe zij de bezuiniging van 10 miljoen euro op het ondersteuningsbudget opvangen. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op schriftelijke Kamervragen.

Dekker bezuinigt op het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro). Onderdeel daarvan is een ‘efficiencykorting’ van 10 miljoen euro voor de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs. In de Tweede Kamer klonk de vrees dat dit ten koste zou gaan van de ondersteuning van leerlingen en daarmee van de kwaliteit van passend onderwijs.

De staatssecretaris blijft volhouden dat hij de leerlingen zo veel mogelijk ontziet. Hij wijst erop dat de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk zijn voor hun eigen budget en dat het aan hen is om te bepalen hoe en waar zij het beste kunnen korten op de bureaucratie.

Hij ziet synergievoordelen in de gezamenlijke vormgeving in het samenwerkingsverband van de ondersteuning van leerlingen. ‘Niet iedere school hoeft zelf een dekkend ondersteuningsaanbod te hebben, maar er kunnen afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld het inrichten van gezamenlijke tussenvoorzieningen’, aldus Dekker.

Daarnaast hebben samenwerkingsverbanden volgens hem de mogelijkheid om, beter dan nu, maatwerk te leveren aan leerlingen. ‘Hierdoor kan de uitstroom naar de duurdere onderwijsvormen (zoals het (v)so) worden beperkt. Daarmee bespaart een samenwerkingsverband middelen die het elders weer in kan zetten.’

Dekker erkent dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden. ‘Zo kunnen samenwerkingsverbanden niet besluiten om de bekostiging van een leerling die deelneemt aan het lwoo, pro of vso te verlagen. Deze bedragen worden namelijk landelijk vastgelegd. Zo wordt voorkomen dat de scholen voor lwoo, pro en de vso-scholen grote onzekerheid zouden hebben over de bekostiging die zij per leerling ontvangen en waarmee zij hun onderwijs- en ondersteuningsaanbod vormgeven’, aldus staatssecretaris Dekker.

Brussel: extra bezuinigen, maar niet op onderwijs!

Nederland moet van de Europese Commissie het begrotingstekort in 2014 terugdringen tot maximaal 2,8 procent. Dit komt neer op 6 miljard euro extra bezuinigingen. De Europese Commissie benadrukt echter dat Nederland niet moet korten op onderwijs.

Brussel heeft Nederland een jaar extra de tijd gegeven om het begrotingstekort terug te dringen tot 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dit betekent dat er dit jaar geen extra bezuinigingsmaatregelen hoeven te worden genomen.

Maar voor 2014 trekt de Europese Commissie de teugels aan. Dan moet Nederland het begrotingstekort omlaag brengen tot 2,8 procent, een percentage dat ook voor minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën nieuw is. Hij gaat nog steeds uit van 3 procent en noemt de 2,8 procent een ‘veiligheidsmarge’ van de Europese Commissie.

Opmerkelijk is dat de Europese Commissie in het begrotingsadvies benadrukt dat Nederland niet moet bezuinigen op onderwijs. De Raad over het stabiliteitsprogramma beveelt aan om ‘de uitgaven die rechtstreeks voor belang van de groei zijn, zoals onderwijs, innovatie en onderzoek, te ontzien’.

 

Oproep aan kabinet: geen nieuwe bezuinigingen!

De Stichting van het Onderwijs roept het kabinet op om in zijn zoektocht naar verdere bezuinigingen het onderwijs daarbuiten te houden. Als er wel wordt bezuinigd, lijkt het Nationaal Onderwijsakkoord erg ver weg.

Het kabinet heeft de Stichting van het Onderwijs uitgenodigd om te komen tot een Nationaal Onderwijsakkoord. Daarin willen de regering en het onderwijs afspraken maken voor een koersvast toekomstgericht onderwijsbeleid. Dat vereist blijvende investeringen.

Voorzitter Jan van Zijl van de Stichting van het Onderwijs: ‘In het regeerakkoord is geld vrijgemaakt voor de intensivering van onderwijs en onderzoek. Dat is nodig om de ambitie van het kabinet waar te maken om tot de top vijf van wereldeconomieën te horen en de aansluiting bij economisch herstel niet te verliezen. Goed onderwijs is de motor van economische groei en biedt de basis voor individueel en collectief welzijn. Geen enkele onderwijssector mag erop achteruitgaan. Gebeurt dat wel, dan valt de ambitie niet waar te maken.’

Voor een gesprek met het kabinet wil de Stichting van het Onderwijs eerst de onderhandelingen over het sociaal akkoord met minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afwachten. Die onderhandelingen lijken af te koersen op handhaving van de nullijn voor het onderwijspersoneel. De Stichting van het Onderwijs dringt aan op moderne arbeidsvoorwaarden en een beloning die in de pas loopt met die in de private sector. Dat is volgens de stichting een voorwaarde voor het aantrekken en vasthouden van het beste personeel.

In de Stichting van het Onderwijs zijn de sociale partners uit het onderwijs verenigd.