Nog onduidelijk wanneer boerkaverbod ingaat

Het lijkt onwaarschijnlijk dat het boerkaverbod in onder andere het onderwijs in januari ingaat. D66-minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken wil eerst nog met alle betrokken partijen overleggen over de handhaving van dit verbod. Daardoor kan het nog wel vele maanden gaan duren voordat het boerkaverbod van kracht wordt, meldt het AD.

Afgelopen juni stemde na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer in met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs. Het idee voor dit verbod stond al in het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door toenmalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals bivakmutsen en de integraalhelmen. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka en andere gezichtsbedekkende kleding het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt eronder. Het verbod zal geen betrekking hebben op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod zou niet alleen in het onderwijs moeten gaan gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het plan was om het in januari te laten ingaan, maar dat lijkt niet haalbaar. Minister Ollongren zegt tegen het AD dat er nog met alle betrokken partijen moet worden overlegd over de manier waarop het gehandhaafd kan worden. Daardoor kan het nog vele maanden gaan duren.

Lees meer…

Eerste Kamer stemt in met boerkaverbod

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer ingestemd met het boerkaverbod in onder andere het onderwijs.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het verbod. Het heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het boerkaverbod gaat niet alleen in het onderwijs gelden, maar ook in de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. Het gaat waarschijnlijk pas over zes maanden in. In de tussentijd kunnen onder andere scholen zich erop voorbereiden.

Stemming boerkaverbod uitgesteld

De stemming in de Eerste Kamer over het boerkaverbod in onder andere het onderwijs is met een week uitgesteld tot dinsdag 26 juni.

Het uitstel kwam er op verzoek van de SP die met een motie komt. Dit zal waarschijnlijk niet van invloed zijn op de verwachte meerderheid voor het boerkaverbod.

Veiligheidsgevoel

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Onderwijs, openbaar vervoer, overheidsgebouwen

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen.

Meerderheid Eerste Kamer voor boerkaverbod

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor een gedeeltelijk boerkaverbod, dat onder andere van kracht wordt in het onderwijs. Dat bleek dinsdag tijdens een debat over het wetsvoorstel dat dit verbod moet regelen.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De Senaat stemt erover op dinsdag 19 juni.

Tweede Kamer steunt boerkaverbod

Een meerderheid in de Tweede Kamer is voor een boerkaverbod in de openbare ruimte, meldt NRC. Het verbod zou onder andere in scholen en op schoolpleinen moeten gaan gelden.

Een meerderheid van in ieder geval VVD, PvdA, CDA en SP stemt volgens de krant in met een wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om het dragen van gezichtsbedekkende kleding in onder andere onderwijsinstellingen te verbieden. Het gaat niet alleen om boerka’s, maar ook om niqaabs (gezichtssluiers die alleen de ogen vrijlaten). Bovendien vallen integraalhelmen en bivakmutsen onder het voorgestelde verbod.

Het kabinet heeft eerder gezegd te streven naar een goede balans tussen de vrijheid van mensen om kleding te dragen die bij hen past en het belang van onderlinge en herkenbare communicatie. Uitgangspunt is dat in een vrij land als Nederland iedereen het recht heeft zich naar eigen inzicht te kleden, wat anderen er ook van vinden. Die vrijheid is slechts begrensd in situaties waar het essentieel is dat men elkaar kan aankijken, omdat goede dienstverlening en/of veiligheid daar gewaarborgd moet zijn.

In mei 2015 ging de ministerraad akkoord met het voorstel van Plasterk. Vandaag debatteert de Tweede Kamer erover.

 

Openbare school weert moslima met nikab

Openbare basisschool Overvecht in Utrecht wil niet dat islamitische vrouwen in nikab naar school komen. Dat blijkt uit een bericht in het Algemeen Dagblad

Het AD schrijft over islamitische ouders die hun vierjarige kind wilden aanmelden op obs Overvecht. De vrouw droeg een nikab toen zij met haar man op school over de aanmelding van hun kind kwamen praten. Een nikab is een gezichtssluier die alleen de ogen vrijlaat.

De krant citeert directeur Marije Wassenaar van obs Overvecht: ‘Als openbare school hebben wij respect voor verschillende achtergronden en levensovertuigingen. Gezichtsbedekkende kleding is in de school echter niet toegestaan, want voor het onderwijs is het belangrijk dat we elkaars gezicht kunnen zien.’

Met nikab geen visueel contact

Het verbod op gezichtsbedekkende kleding is opgenomen in de schoolgids van obs Overvecht: ‘Visueel contact en het kunnen zien van emoties op gezichten zijn belangrijke aspecten van de communicatie en ontmoeting binnen de school en van groot belang voor het pedagogisch klimaat. Daarom is het dragen van gezichtsbedekkende kleding in de school en op het schoolplein niet toegestaan.’

Wel zijn religieuze symbolen toegestaan, zo staat in de schoolgids: ‘Als openbare school hebben wij respect voor verschillende achtergronden en levensovertuigingen. Daar hoort ook bij dat wij respect tonen en verwachten voor religieuze symbolen als het dragen van een kruisje of een hoofddoekje.’

Wetsvoorstel tegen gezichtsbedekkende kleding

De Tweede Kamer praat binnenkort over het wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding in onder andere het onderwijs. In het regeerakkoord was afgesproken dat er een dergelijk verbod zou komen.

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat in een vrij land iedereen het recht heeft zich naar eigen inzicht te kleden, wat anderen er ook van vinden. Die vrijheid is slechts begrensd in situaties waar het essentieel is dat men elkaar kan aankijken, omdat goede dienstverlening en veiligheid daar gewaarborgd moeten zijn.

Hoe gaat uw school straks om met boerkaverbod?

Hoe gaat uw school straks om met het verbod op gezichtsbedekkende kleding, zoals boerka’s? Het ministerie van OCW wil dat graag weten in het kader van het wetsvoorstel om gezichtsbedekkende kleding niet langer toe te staan in onder andere onderwijsinstellingen.

De ministerraad stemde op 22 mei in met het wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding. In het regeerakkoord was afgesproken dat er een dergelijk verbod zou komen.

Het kabinet zegt te streven naar een goede balans tussen de vrijheid van mensen om kleding te dragen die bij hen past en het belang van onderlinge en herkenbare communicatie.

Uitgangspunt is dat in een vrij land als Nederland iedereen het recht heeft zich naar eigen inzicht te kleden, wat anderen er ook van vinden. Die vrijheid is slechts begrensd in situaties waar het essentieel is dat men elkaar kan aankijken, omdat goede dienstverlening en/of veiligheid daar gewaarborgd moet zijn.

Het ministerie van OCW stelt dat belangrijk is dat het onderwijs uit de voeten kan met het verbod op gezichtsbedekkende kleding op scholen. Daarom kunnen scholen en schoolbesturen meedenken over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het verbod. U kunt uw zienswijze tot 1 december kenbaar maken via: O820WJZ@minocw.nl.

Het ministerie wil ook weten of er vanuit het onderwijs behoefte is aan een bijeenkomst om hierover van gedachten te wisselen.

Ministerraad steunt boerkaverbod in onderwijs

De ministerraad is akkoord met het wetsvoorstel voor een boerkaverbod in onder andere het onderwijs.

Het wetsvoorstel van PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken gaat ook over andere gezichtsbedekkende kleding die wordt verboden in onderwijs- en zorginstellingen, overheidsgebouwen en het openbaar vervoer.

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat in een vrij land iedereen het recht heeft zich naar eigen inzicht te kleden. Die vrijheid is echter begrensd in situaties waar men elkaar moet kunnen aankijken voor een goede dienstverlening en/of borging van de veiligheid. Dit geldt onder andere in het onderwijs.

Lees meer…

Boerka op school? Er zijn grenzen!

Openbare scholen zijn geen anti-religieuze instellingen. Maar het uitgangspunt van levensbeschouwelijke diversiteit en de verworvenheden van onze democratische rechtstaat stellen wel grenzen aan de eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Openbare scholen hebben een actief pluriforme opdracht die veel van de scholen en de leraren vraagt. Daarnaast bestaat er op de openbare school ruimte voor het volgen van godsdienstig of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Randvoorwaardelijk kan de overheid hieraan kwaliteitseisen stellen maar inhoudelijk behoort de overheid zich daar niet mee te bemoeien. Dit zijn de uitgangspunten van het openbaar onderwijs, die niet ter discussie staan.

Marcouch stelt in het interview dat islamitische scholen eigenlijk ontstaan zijn uit nood omdat op openbare scholen geen ruimte was voor religie en moslims zich constant moeten verantwoorden. ‘Over het hoofddoekje, al dan niet gemengd douchen en zwemmen, feestdagen. Daar hebben openbare scholen geen centraal beleid voor, dat bepaalt de schooldirecteur. Terwijl uitgangpunt moet zijn dat een moslimjongere in het openbaar onderwijs terecht kan zonder zijn religie te verloochenen.’  

Beginselen
De stadsdeelvoorzitter raakt hier één van de fundamentele beginselen van het openbaar onderwijs, namelijk: ‘Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing’.  Dat betekent onder meer dat niemand zijn godsdienst of levensbeschouwing op een openbare school hoeft te verloochenen.

Echter, net als andere in de grondwet verankerde rechten zoals vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van man en vrouw en verbod op discriminatie is de eerbiediging – vrijheid – van godsdienst geen absoluut gegeven.  Marcouch bepleit nu dat het dragen van een boerka op de openbare school zou moeten kunnen, maar de regering heeft daar al een standpunt over ingenomen. Minister Plasterk heeft aangekondigd dat het dragen van een boerka op de openbare school verboden gaat worden. VOS/ABB is met de regering van mening dat op een school het contact van aangezicht tot aangezicht van essentieel belang is. Een hoofddoek hoeft daar geen belemmering voor te zijn.

Scheppingsleer
Een ander belangrijk uitgangspunt is dat het openbaar onderwijs bijdraagt ‘aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden’ (ook wel de actief pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs genoemd). Daarbij kan aandacht worden besteed aan scheppingsverhalen die in verschillende godsdiensten voorkomen. De evolutieleer vormt echter het wetenschappelijke uitgangspunt voor de verklaring en de ontwikkeling van het heelal, de aarde en de verschillende levensvormen en moet als zodanig worden onderwezen op de openbare school.

Tenslotte biedt een openbare school ouders de gelegenheid om hun kinderen godsdienstig of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te laten volgen. Dit is een recht van ouders en geen verplichting. Voor dit onderwijs treedt de openbare school op als gastheer. De leraar die dit onderwijs verzorgt valt niet onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school maar onder het genootschap op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag die de leraar ter beschikking stelt. Deze regeling komt voort uit het principe van ‘scheiding kerk en staat’.

De overheid kan wel didactische en pedagogische kwaliteitseisen stellen maar geen inhoudelijke. Nu de Wet beroepen in het onderwijs (Wet BIO) ook van toepassing zal worden voor de leraren godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs zal de inhoudelijke component moeten worden ingevuld door de betrokken genootschappen.
Openbare scholen zijn gebaat bij bekwame leraren. VOS/ABB ondersteunt daarom het initiatief om volgens de Wet BIO gekwalificeerde leraren godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs structureel te bekostigen via de zendende genootschappen.

De vormgeving van de uitgangspunten van het openbaar onderwijs vindt plaats op elke school in relatie met zijn omgeving. Ongetwijfeld dat daarin verbeteringen mogelijk of wenselijk zijn. Maar met de uitgangspunten van het openbaar onderwijs is niets mis.