CDA vindt dat CAO PO stuk soberder kan

Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA vindt dat het wel wat minder kan met de bovenwettelijke regelingen in het primair onderwijs. Dat heeft hij gezegd tegen de NOS.

Rog, die voorzitter was van CNV Onderwijs voordat hij naar de Tweede Kamer ging, wijst op de langdurige uitkeringen aan werkloze leraren. Hij vindt dat het geld dat voor onderwijs beschikbaar is, vooral terecht moet komen bij leraren die voor de klas staan en niet moet verdwijnen in langdurige werkloosheidsuitkeringen.

Rog sluit met zijn pleidooi aan op de wens die in het regeerakkoord staat, dat de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs moeten worden ‘genormaliseerd’.

De NOS meldt dat de vakbonden willen praten over een ‘normalere’ cao, maar alleen als het kabinet meer geld uittrekt voor salarissen dan het tot nu heeft toegezegd.

Verus blijft tegen ‘openbare’ samenwerkingsschool

Het is jammer dat het CDA er niet in is geslaagd om de samenwerkingsschool onder openbaar bestuur tegen te houden. Dat zegt scheidend voorzitter Wim Kuiper van de christelijke profielorganisatie Verus in een interview in Trouw.

In juli stemde de Eerste Kamer in met de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool. Deze wet maakt fusiescholen mogelijk waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt gegeven en geeft gelijke rechten aan het bijzonder en openbaar onderwijs om zo’n school te besturen.

Aan de nieuwe wet ging een lang traject met veel discussie vooraf. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel eind vorig jaar al aan. VOS/ABB deed in juli nog een oproep aan de Eerste Kamer om ook akkoord te gaan, omdat – met name in krimpgebieden – veel samenwerkingstrajecten lopen waarbij verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. Dit is vaak de enige manier om goede onderwijsvoorzieningen voor elk kind te behouden. De oproep van VOS/ABB had dus resultaat.

Het bezwaar vanuit christelijke hoek was dat de wet zou indruisen tegen de Grondwet. Die visie werd gedeeld door de Raad van State, maar dat was voor de Tweede en Eerste Kamer geen reden om de wet weg te stemmen. Kuiper betreurt dat, en verwijst daarbij naar het CDA dat deze wet ‘jammer genoeg niet heeft kunnen tegenhouden’.

Algemene acceptatieplicht

Kuiper is positief over het feit dat er nog steeds geen algemene acceptatieplicht in Nederland is. Daarbij verwijst hij ook naar het CDA, de partij waarvoor hij eerder wethouder was in Maastricht. ‘De afgelopen jaren heeft het CDA mede kunnen voorkomen dat bijzondere scholen een acceptatieplicht kregen opgelegd, waarbij ze iedere leerling moeten toelaten’, aldus Kuiper.

VOS/ABB vindt het niet meer van deze tijd dat het bijzonder onderwijs met de Grondwet in de hand bepaalde leerlingen kan weigeren als hun visie op het leven of die van hun ouders niet zou passen bij de godsdienstige uitgangspunten van de school. Daarom drong VOS/ABB er samen met de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het platform CBOO er in februari van dit jaar in een gezamenlijke brief nogmaals op aan om wetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in behandeling te nemen. Het PvdA-voorstel is al in 2005 ingediend en sindsdien is het een aantal keren aan de orde geweest, maar zonder resultaat.

In april verklaarde de Tweede Kamer het wetsvoorstel echter controversieel. Dit betekende dat het niet meer in de demissionaire periode van het kabinet-Rutte II kon worden behandeld. Het is de vraag wat er met het wetsvoorstel gaat gebeuren nu het ernaar uitziet dat het CDA en de ChristenUnie samen met VVD en D66 een volgend kabinet gaan vormen.

Resultaten en kernwaarden

In het interview in Trouw zegt Kuiper ook dat bijzondere scholen gemiddeld net iets betere resultaten laten zien dan openbare scholen. Uit de recente publicatie De staat van het openbaar onderwijs van VOS/ABB, VOO en platform CBOO blijkt dat Kuiper op dit punt niet helemaal gelijk heeft. Als het gaat om het welbevinden van leerlingen, blijken juist openbare scholen het net iets beter te doen.

Hij stelt ook dat ‘bijzondere scholen voor katholieken, moslims, protestanten, joden of antroposofen’ recht doen aan minderheden in de samenleving. ‘Zij mogen er zijn’, aldus Kuiper. VOS/ABB benadrukt in dit kader dat juist in het openbaar onderwijs leerlingen en personeelsleden mogen zijn wie zij zijn, op basis van de kernwaarden van het openbaar onderwijs waarin diversiteit, wederzijds respect en gelijkwaardige aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing centraal staan.

Lees meer…

Christelijke kritiek op CDA-plan voor verplicht Wilhelmus

De christelijke profielorganisatie Verus is tegen een eventuele verplichting voor scholen om hun leerlingen het Wilhelmus te leren, zegt scheidend Verus-voorzitter Wim Kuiper in Trouw. Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB is het met hem eens.

Het plan om het Wilhelmus te verplichten op scholen komt van CDA-leider Sybrand van Haersma Buma, die nu met VVD, D66 en ChristenUnie onderhandelt over de vorming van een nieuw kabinet. Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen in maart zei Buma dat er in Nederland geen grotere waarde is dan het koningshuis en dat het volkslied daarbij hoort. Het liefst ziet hij dat kinderen op school het Wilhelmus staand zingen.

Voorzitter Kuiper van Verus zegt nu dat de politiek zich niet moet gaan bemoeien met de inhoud van het onderwijs. ‘Op veel van onze scholen heeft het volkslied zelfs al een plek. Maar bijzondere scholen zijn, nog meer dan openbare scholen, gevoelig voor de vrijheid die ze hebben om hun onderwijs zelf te mogen vormgeven. Ze zullen denken: nu is het misschien het Wilhelmus, maar wat komt daarna?’, aldus Kuiper in Trouw.

Naar aanleiding van het stuk in de krant, sprak Radio 1 met Kuiper. Hij benadrukte in dat gesprek de onwenselijkheid van invloed van de politiek op de inhoud van het onderwijs. Hij maakte daarbij een verwijzing naar het onderwijs in het Turkije van ‘meneer Erdogan en zijn mensen’.

U kunt het gesprek met Kuiper terugluisteren.

Wilhelmus in Canon van Nederland

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB laat in reactie op de uitspraken van Kuiper weten dat ook hij tegen een verplichting van het Wilhelmus is. Hij wijst er net als Kuiper op dat het volkslied al een plaats heeft in het onderwijs. ‘Het Wilhelmus zit weliswaar niet expliciet in de kerndoelen van het onderwijs. Wel wordt het genoemd bij het onderwerp Willem van Oranje in de Canon van Nederland, maar die is niet verplicht opgenomen in het onderwijscurriculum.’

Teegelbeckers nuanceert de uitspraak van Kuiper over de openbare scholen door te benadrukken dat die net zoveel waarde hechten aan de vrijheid van inrichting van het onderwijs als bijzondere scholen. ‘Het lijkt nu net alsof de overheid op openbare scholen meer invloed heeft op het onderwijs dan op bijzondere scholen, maar dat is allang niet meer zo. Ook het openbaar onderwijs bepaalt zelf hoe het invulling geeft aan de kerndoelen.’

‘Wilhelmus wordt verplichte kost op scholen’

Scholen moeten leerlingen het Wilhelmus gaan leren. Dat staat volgens het het Algemeen Dagblad in het conceptregeerakkoord.

Dat kinderen op school het Nederlandse volkslied moeten leren, is de uitdrukkelijke wens van het CDA. Het lijkt er dus op dat de christendemocraten hun zin krijgen, mits de huidige onderhandelingen over een nieuw kabinet onder leiding van Mark Rutte positief uitpakken.

In maart, voor de Tweede Kamerverkiezingen, zei CDA-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma dat het leren van het Wilhelmus onderdeel is van het aanleren van respect voor koning en vaderland. De waarde van het koningshuis is ‘het hoogste wat wij in Nederland hebben’, zo zei hij tegen de NOS. De kinderen zouden het volkslied staand moeten zingen.

Het Wilhelmus zit niet expliciet in de kerndoelen van het onderwijs. Wel wordt het huidige Nederlandse volkslied genoemd bij het onderwerp Willem van Oranje in de Canon van Nederland, maar die is niet verplicht opgenomen in het onderwijscurriculum.

Oranjeverenigingen willen Wilhelmus

De Koninklijke Bond van Oranjeverenigingen pleitte er in 2012, aan de vooravond van de verjaardag van toen nog koningin Beatrix, voor om het leren van het Wilhelmus op scholen te verplichten.

In 2002 kwam de bond ook al met een pleidooi voor het volkslied. Hilarisch was destijds een interview van de regionale Omroep West met de voorzitter van de oranjevereniging in Sassenheim. Het fragment kreeg de Gouden Ezel van het satirische tv-programma Kopspijkers.

Wel Wilhelmus, geen slavernij

Het AD meldt ook dat D66 wilde dat scholen les gaan geven over kolonialisme en slavernij, maar dat dit idee niet in het conceptregeerakkoord staat.

CDA na ophef Pasen: kies voor openbare school!

‘Geen ouder is verplicht om te kiezen voor een bijzondere school’, zeggen de CDA-Kamerleden Michel Rog en Martijn van Helvert in het Katholiek Nieuwsblad. Aanleiding voor hun uitspraak is de ophef over christelijke basisscholen in Den Haag die de paasviering zouden afzwakken om islamitische leerlingen en hun ouders niet te ontrieven.

‘Niemand kan ons geloof, onze tradities of onze waarden kapot maken’, aldus de CDA’ers in een opiniestuk in de roomse krant. ‘Het past bij onze christelijke overtuiging om rekening te houden met de gevoelens van andersdenkenden. Maar dat is iets anders dan onze tradities en religieuze symbolen af te breken (…) opdat moslims zich niet aangevallen zouden voelen.’

Rog en Van Helvert benadrukken dat geen ouder verplicht is om te kiezen voor een bijzondere school. Ze geven islamitische ouders, als die moeite hebben met het christelijke karakter van de school, impliciet het advies te kiezen voor openbaar onderwijs: ‘(…) zeker in de stad Den Haag is er een ruime keuze uit scholen met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden én een keur aan openbare scholen.’

Lees meer…

Van Bijsterveldt wordt burgemeester van Delft

Voormalig onderwijsminister Marja van Bijsterveldt (CDA) is voorgedragen als burgemeester van Delft.

De nu 54-jarige Van Bijsterveldt was 2010 tot 2012 minister van OCW in het eerste kabinet-Rutte. Dat was het zogenoemde gedoogkabinet, dat zich voor zijn beleidskeuzes liet beïnvloeden door de PVV van Geert Wilders.

Dit leidde er onder andere toe dat Van Bijsterveldt een streep haalde door maatregelen die bedoeld waren om de segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Dit wordt nu mede gezien als oorzaak van de sterk toegenomen kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs.

In het vierde kabinet-Balkenende was ze op hetzelfde departement staatssecretaris.

Van Bijsterveldt eerder burgemeester

Van 1994 tot 2003 was zij al eens burgemeester, van de toenmalige gemeente Schipluiden. Van Bijsterveldt woont nog steeds in dit dorpje onder de rook van Delft, dat nu onderdeel van de fusiegemeente Midden-Delfland.

Van Bijsterveldt was de afgelopen jaren directeur van het Ronald McDonald Kinderfonds en voorzitter van de Stichting Lezen & Schrijven. Kort voor haar afzwaaien in 2012 verhoogde zij de subsidie voor die stichting naar ongeveer 8 miljoen euro per jaar. Daar zijn in 2014 nog Kamervragen over gesteld.

Sander Dekker ontkent onderwijs te willen bevoogden

Het is niet waar dat de overheid de vrijheid van de scholen steeds verder inperkt en almaar meer verantwoording van ze vraagt. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

De vragen hadden betrekking op het Plan van aanpak toptalenten 2014-2018, dat Dekker in maart naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het CDA merkte naar aanleiding van dit plan op dat de overheid steeds meer op de stoel van de scholen gaat zitten.

Volgens Dekker is dat niet waar, zo stelt hij in zijn beantwoording van de Kamervragen. ‘Ik herken het beeld niet dat de overheid meer op de stoel van de school gaat zitten. Scholen krijgen in Nederland juist heel veel ruimte, zowel in de besteding van hun financiën als in wet- en regelgeving.’

Hij herkent ook niet het beeld dat het CDA neerzet als zou de overheid het onderwijs steeds meer inkaderen en almaar meer verantwoording van de scholen zou vragen. ‘In het plan van aanpak toptalenten constateerde ik dat er al veel mogelijk is binnen de huidige kaders, maar dat scholen soms tegen beperkingen in wet- en regelgeving aan lopen als zij maatwerk willen bieden of hun onderwijs willen vernieuwen’, aldus Dekker.

Hij vervolgt: ‘Een aantal van deze belemmeringen neem ik weg, bijvoorbeeld door het versoepelen van de normen voor onderwijstijd en het aanpassen van het Eindexamenbesluit VO. Ook in het Sectorakkoord VO 2014-2017 heb ik afspraken gemaakt met de VO-Raad over het inventariseren en wegnemen van knelpunten. Hiermee werken we dus juist aan meer ruimte voor scholen.’

CDA wil weten waaraan basisonderwijs behoefte heeft

CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog heeft een online enquête uitgezet om antwoord te krijgen op de vraag waaraan basisscholen in de praktijk behoefte hebben.

Rog zegt dat er tegenstrijdige signalen zijn over het basisonderwijs. ‘Waar bijvoorbeeld de PO-Raad aangeeft dat de ‘rek er echt uit is’, wijst het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vaak op het feit dat de bekostiging per leerling stijgt en op de eigen verantwoordelijkheid van scholen inzake het maken van verantwoorde keuzes.’

Het CDA wil volgens hem duidelijkheid van het onderwijsveld om in Den Haag goed beleid te kunnen maken. ‘Het is dus belangrijk dat we hier goed op de hoogte zijn van wat er bij ú speelt’, aldus Rog.

De online enquête gaat over de onderwerpen ‘klassengrootte’, ‘personeel’, ‘bekostiging’ en ‘financiële positie’ en bestaat uit 19 stellingen vier vragen. Het invullen van de enquête kost ongeveer 10 minuten.

Ga naar de enquête

Leerplicht naar 21 jaar voor meer kans op arbeidsmarkt

De leerplicht moet omhoog van 18 naar 21 jaar. Daartoe hebben PvdA en CDA een initiatiefwetsvoorstel ingediend.

Het wetsvoorstel komt van de Tweede Kamerleden Tanja Jadnanansing van de PvdA en Michel Rog van het CDA. Jadnanansing zei in februari al dat ze de leerplichtige leeftijd wilde verhogen naar 21 jaar. Daarmee zou het aantal voortijdig schoolverlaters omlaag kunnen. De praktijk laat zien dat deze groep vaker dan gemiddeld werkloos blijft en een grotere kans heeft om in de criminaliteit te belanden.

Nu moeten jongeren naar school tot hun 18e jaar. Jadnanansing: ‘Deze jongeren willen op hun 18e niets liever dan stoppen met school, maar als ze 24 zijn hebben ze daar spijt van. Ik hoor vaak: ‘Had iemand me maar gewaarschuwd”, zo zei ze in februari in de Telegraaf.

Ook andere fracties in de Tweede Kamer zijn positief over het verhogen van de leeftijdsgrens voor de kwalificatieplicht. Ze verwijzen naar plannen van Amsterdam en Rotterdam om jongeren die nog geen diploma hebben te verplichten tot hun 19e naar school te gaan. Minister Jet Bussemaker van OCW vindt die plannen echter te duur. Bovendien ziet ze allerlei juridische obstakels.

De voorgestelde verhoging van de leerplichtige leeftijd naar 21 jaar moet gaan gelden voor jongeren zonder een diploma mbo-2, havo of vwo. Jongeren die een baan hebben van minimaal 12 uur per week of bijvoorbeeld mantelzorger zijn, zouden gevrijwaard moeten blijven. Gemeenten zouden zelf kunnen bepalen of zij de verhoogde leerplichtleeftijd toepassen.

Motie: laat rekentoets tot 2016-2017 niet meetellen!

De rekentoets in het voortgezet onderwijs moet in elk geval tot het schooljaar 2016-2017 niet meetellen voor het eindexamen. Dat staat in een motie die Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA wil indienen.

In het voortgezet onderwijs is veel verzet tegen de rekentoets. Die kritiek komt vooral van wiskundigen, die erop wijzen dat de rekentoets te veel gericht is op taalvaardigheid van leerlingen. Daardoor de rekenvaardigheid van leerlingen te weinig worden getoetst.

Wiskundedocent Karin den Heijer van het openbare Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam gaf in december jongstleden in magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs een toelichting op haar bezwaren tegen de rekentoets. Ook kwam een aantal van haar leerlingen aan het woord.

Dekker geeft (nog) geen krimp
Ondanks de bezwaren uit het voortgezet onderwijs, zei staatssecretaris Sander Dekker van OCW onlangs dat de rekentoets zoals gepland met ingang van het schooljaar 2015-2016 zal meetellen voor de slaag/zakbeslissing voor het eindexamen. Hij reageerde op Kamervragen van Tanja Jadnanansing van de PvdA.

Michel Rog liet toen al via Twitter aan VOS/ABB weten dat hij met een motie zou komen voor uitstel. Hij mailt nu dat die motie er inderdaad komt, maar dat die pas onderdeel van de beraadslagingen wordt nadat de commissie-Bosker met haar bevindingen naar buiten zal zijn gekomen. Deze commissie is in februari begonnen met een onderzoek naar de operationalisering van de referentieniveaus in de rekentoets.

Leerlingen kiezen voor D66 en VVD

De Scholierenverkiezingen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs onderwijs zijn gewonnen door D66. De Kinderverkiezingen in het basisonderwijs zijn gewonnen door de VVD. ProDemos organiseerde de Scholieren- en Kinderverkiezingen in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen.

In het voortgezet onderwijs kreeg D66 19 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door de VVD met 18 procent. Lokale partijen eindigden op de derde plaats met 17,5 procent. De PvdA eindigde eindigde als vierde met 17 procent van de stemmen.

Bij de Kinderverkiezingen in het basisonderwijs kreeg de VVD met 20 procent de meeste stemmen. Lokale partijen kwamen op de tweede plaats met 16 procent, gevolgd door de PvdA (15 procent). D66 en CDA delen de vierde plaats met elk 14 procent van de stemmen.

CDA-wethouder signaleert misbruik artikel 23

De Rotterdamse CDA-onderwijswethouder Hugo de Jonge waarschuwt voor misbruik van artikel 23. Hij verwijst daarbij naar de omstreden islamitische scholengemeenschap Ibn-Ghaldoun in zijn stad en het initiatief om in Amsterdam weer een islamitische school voor voortgezet onderwijs op te richten.

De protestants-christelijke onderwijswethouder vindt artikel 23, dat over de vrijheid van onderwijs gaat, een groot goed. Hij stelt in een interview met Trouw ook dat het niet uitmaakt of christelijke of islamitische ouders gebruikmaken van die vrijheid. Maar het mag volgens hem niet zo zijn dat het grondwetsartikel uit 1917 wordt misbruikt om slechte scholen op te richten of in stand te houden.

‘Artikel 23 mag geen vrijbrief zijn voor slecht onderwijs, de vrijheid is niet ongeclausuleerd. (…) Op initiatief van het CDA moet een school nu binnen een maand na de bekostiging kunnen bewijzen dat er voldoende gekwalificeerd personeel is, dat de kinderen voldoende les krijgen op school. Dat is een stap in de goede richting’, aldus De Jonge.

Maar hij wil verder: ‘Ik vind dat je die beoordeling moet vervroegen. Er zijn scholen gestart die op voorhand niet levensvatbaar waren. Daar kun je tot op heden weinig aan doen, er is geen kwalitatieve toets voordat de overheid begint met de financiering van de school.’ De Jonge roept staatssecretaris Sander Dekker van OCW in het kader van de modernisering van artikel 23 op met een dergelijk initiatief te komen.

 

Keuze voor school hangt niet meer af van richting

De godsdienstige grondslag van de rooms-katholieke of protestants-christelijke scholen is allang niet meer bepalend voor de keuze van de meeste ouders. Dat bevestigt Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA in het online magazine Podium van de PO-Raad.

Rog, die tot september 2012 voorzitter was van CNV Onderwijs, komt aan het woord in een artikel over artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Aanleiding voor Podium om hem te benaderen, is de reactie die binnenkort (eindelijk) van het kabinet wordt verwacht op het advies van de Onderwijsraad uit april 2012 om het grondwetsartikel te moderniseren.

Artikel 23 uit 1917 bepaalt de gelijke rijksbekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs. Het maakte een einde aan de zogenoemde schoolstrijd in het destijds sterk verzuilde Nederland. Wie naar de huidige onderwijspraktijk kijkt, ziet dat nog maar weinig ouders op grond van hun religieuze overtuiging bewust voor een katholieke of protestants-christelijke school kiezen. In feite gebeurt dit tegenwoordig alleen nog maar in reformatorische en andere orthodox-religieuze kringen. Andere aspecten, zoals de nabijheid van de school en de kwaliteit van het onderwijs, zijn voor ouders beslissend.

Kamerlid Rog bevestigt dit beeld in het interview in Podium. Het is volgens hem nog steeds een goede zaak ‘om ons pluriforme stelsel te verdedigen’, maar tegelijk ziet hij dat voor de huidige ouders niet meer de religieuze richting maar de kwaliteit van de school bepalend is voor de schoolkeuze. Hiermee erkent de CDA’er in feite dat de vrijheid van onderwijs zoals die in 1917 tot stand kwam, en die de belangenorganisaties voor bijzonder onderwijs per se intact willen laten, een achterhaalde constructie is.

CDA-wethouder uit Oss zegt verzuiling vaarwel

Het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs is niet meer van deze tijd. Het gaat erom dat scholen aan álle kinderen het beste onderwijs bieden. Dat zegt onderwijswethouder René Peters van de gemeente Oss.

Peters (CDA) sprak op zondag 10 maart in politiek café Zout in Oss een gastcolumn uit over openbaar en bijzonder onderwijs. De keuze van dit onderwerp hangt samen met de samenwerking tussen het Mondriaan College voor openbaar voortgezet onderwijs en het rooms-katholieke Hooghuis in Oss. Die samenwerking laat volgens Peters zien hoe het ontzuilde onderwijs er in de toekomst uit komt te zien.

De samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs lichtte hij ook toe aan de hand van passend onderwijs. Het gaat bij goed onderwijs, zo benadrukte de wethouder, niet om het belang van de scholen, maar om goed onderwijs voor álle kinderen. Wel moet er volgens hem voor ouders iets te kiezen blijven, maar dan gaat het niet om de keuze tussen openbaar en bijzonder onderwijs, maar om het onderwijsconcept, zoals montessori-, dalton- of juist regulier onderwijs. 

Prominenten in Krimpenerwaard Onderwijsdebat

Stevige discussies maandagavond in het openbare Schoonhovens College, waar het Krimpenerwaard Onderwijsdebat werd gehouden. Verschillende prominenten waren ervoor naar Schoonhoven gekomen, onder wie de Tweede Kamerleden Mohammed Mohandis (PvdA), Paul van Meenen (D66) en de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA). Ook directeur Bert-Jan Kollmer van de Vereniging Openbaar Onderwijs was present, evenals emeritus-hoogleraar onderwijsrecht Dick Mentink.

D.-Mentink-en-B.J.-Kollmer-600x548De stelling die het meest prikkelde was: ‘Openbaar onderwijs is het beste voor Nederland’. In zijn inleiding over deze stelling zei Rob Zilverberg, directeur van de openbare Koningin Emmaschool in Schoonhoven, dat de verzuiling in Nederland een miljard euro per jaar kost en achterhaald is. In het kamp van de voorstanders van deze stelling, het 'groene kamp', werd er onder meer op gewezen dat het goed voor het multiculturele Nederland is als kinderen van alle gezindten elkaar al jong leren kennen en respect leren hebben voor elkaar, zoals dat gebeurt in de openbare school waar iedereen welkom is. In het ‘rode kamp’, waar de tegenstanders van de stelling zaten, werd gezegd dat het vooral gaat om goed onderwijs en dat dat niet per se openbaar hoeft te zijn. Mohammed Mohandis schaarde zich bij de voorstanders van de stelling, Van Meenen en Hugo de Jonge gingen naar het rode kamp.

Onderwijsdebat-2

 

Andere stellingen die aan bod kwamen waren:  ‘Het onderwijs moet zich meer focussen op schoolprestaties’ en ‘Het sociale leenstelsel moet ingevoerd worden’. Het Krimpenerwaard Onderwijsdebat werd voor de tweede keer gehouden, vorig jaar in de School!Week en dit jaar als opmaat naar deze actieweek voor het openbaar onderwijs, die op maandag 18 maart begint.