Geen paasontbijt, wel Suikerfeest

‘Basisscholen bepalen zelf welke feesten, vieringen of herdenkingen op school plaatsvinden’. Dat zegt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen na een bericht over de openbare Theo Thijssenschool in Amsterdam, die dit schooljaar het paasontbijt overslaat en aandacht besteedt aan het islamitische Suikerfeest. Dit werd in oktober gemeld in deze nieuwsbrief van de school.

De Kamervragen waren van de VVD-Kamerleden Rudmer Heerema en Bente Becker. Zij wilden onder meer van de minister weten of ook hij vindt dat ‘Nederlandse tradities’ op scholen niet mogen plaatsmaken voor ‘tradities uit andere religies en culturen, zoals het Suikerfeest’.

Slob antwoordt daarop dat scholen zelf bepalen hoe ze leerlingen kennis laten maken met ‘geestelijke stromingen die in Nederland een belangrijke rol spelen’. Hij voegt eraan toe dat scholen zich moeten richten ‘op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, op het leren over de pluriforme samenleving en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten’.

Het is volgens de minister aan de school om hier in overleg met de ouders en de leerkrachten een passende invulling aan te geven.

Aandacht voor verschillende stromingen

De school legt uit dat het paasontbijt dit jaar wordt overgeslagen, omdat het moeilijk te combineren is met de meivakantie en ‘lopende thema’s’. Tevens benadrukt de school ook aandacht te besteden aan het pesachfeest binnen het jodendom, het lichtjesfeest (Divali) binnen het hindoeïsme en aan het christelijke kerstfeest (met het kerstdiner). De school besteedt bovendien aandacht aan het humanisme.

Lees meer…

‘Christelijke scholen worstelen met de Bijbel’

Sommige docenten op protestants-christelijke scholen kennen de Bijbel nauwelijks en hebben er moeite mee om de verhalen daaruit als ‘de waarheid’ op te dringen. Dat meldt het AD op basis van onderzoek dat de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en de Christelijke Hogeschool in Ede heeft uitgevoerd in opdracht van de christelijke profielorganisatie Verus.

De krant sprak met onderzoekster Elsbeth Visser-Vogel over het onderzoek, waaruit onder andere blijkt dat ‘de vanzelfsprekendheid van Bijbelgebruik in veel gevallen voorbij’ is. Ook blijkt dat er protestants-christelijke scholen zijn die concrete verwijzingen naar de Bijbel in beleids- en schooldocumenten hebben weggehaald.

Bijbel ‘voor zover bekend’ niet meer aanwezig

Volgens Visser-Vogel zijn leraren en schoolleiders van christelijke scholen zich er zeer van bewust dat steeds meer leerlingen niet met de Bijbel zijn opgevoed, thuis een ander geloof aanhangen (bijvoorbeeld de islam) of helemaal niet geloven, zo meldt het AD.

Vooral op scholen waar een christelijke levensovertuiging geen vereiste is, staat het Bijbelgebruik onder druk. Soms is er nog maar één leraar die de Bijbel gebruikt. In het onderzoeksrapport staat dat op twee van de zes protestants-christelijke scholen voor primair onderwijs die aan het onderzoek meededen, de Bijbel ‘voor zover bekend’ niet meer aanwezig is.

Omdat leraren volgens Visser-Vogel soms niet weten hoe ze de Bijbel voor alle leerlingen relevant moeten laten zijn, beperken sommige zich tot de overbekende verhalen: de geboorte van Jezus, de kruisiging of de ark van Noah. ‘Die roepen niet zoveel vragen op als een complexe, gewelddadige tekst uit het Oude Testament’, zo citeert het AD haar. In het onderzoek wordt hiernaar verwezen met ‘vertelbaarheid’.

Toch zien volgens Visser-Vogel ook leraren die zelf niet geloven de waarde van de Bijbel in, omdat de Nederlandse cultuur er deels op gebaseerd is.

Lees het onderzoeksrapport De Bijbel op school.

‘Christelijke basisscholen zwakken paasfeest af’

Protestants-christelijke en katholieke scholen in Den Haag die veel leerlingen met een islamitische achtergrond hebben, zwakken het christelijke karakter van het paasfeest af, meldt het AD. De christelijke profielorganisatie Verus noemt het in de krant begrijpelijk dat scholen ‘rekening houden met hun populatie’. 

‘De leerlingpopulatie kan leidend zijn voor de mate waarin het paasfeest wordt gevierd’, zo citeert de krant bestuursvoorzitter Ewald van Vliet van de katholieke stichting Lucas Onderwijs. Scholen pakken de viering volgens hem heel uiteenlopend aan.

Koran met Pasen

Op de katholieke basisschool ’t Palet in de Haagse Schilderswijk wordt tijdens het paasontbijt een link gelegd met de koran. ‘Op deze manier is er herkenning bij de kinderen’, zegt leerkracht Sebahat Yildiz in het AD.

De krant noemt ook de christelijke buurtschool O3 van de Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden (SCOH) als voorbeeld. Op deze school in de Haagse Rivierenbuurt hoeven volgens het AD islamitische kinderen niet rond te lopen met een paasstok waar een kruis op staat. ‘Voor ons is het belangrijker dat iedereen zich hier welkom voelt dan vasthouden aan conservatieve tradities’, aldus directeur John Verhoeff in de krant.

Woordvoerder Wouter van den Berg van de christelijke profielorganisatie Verus zegt in de krant dat scholen zelf mogen bepalen hoe zij met Pasen omgaan. ‘We kunnen en willen niet van een afstand oordelen over keuzes die scholen hierin maken en vinden het begrijpelijk dat scholen rekening houden met hun populatie’, aldus Van den Berg.

Boodschap van Pasen

Op de website van Verus is na de publicatie van het artikel in het AD een bericht geplaatst, waarin staat dat het de taak van christelijke scholen is om de boodschap van Pasen te laten horen. ‘De vorm waarin dat betekenis krijgt, verschilt per school en situatie’, aldus Verus.

De christelijke profielorganisatie meldt ook dat het niet zo kan zijn ‘dat scholen zich belemmerd voelen om de boodschap van Pasen uit te dragen’. Als dat ergens aan de orde is, vindt Verus dat zorgelijk.

Gevaarlijk cultuurrelativisme

VVD-Kamerlid Malik Azmani laat in een vervolgartikel in het AD weten dat het wat hem betreft ‘niet te verteren (is) als er zulke concessies worden gedaan’. Hij heeft er samen met zijn partijgenoot Bente Becker direct vragen over gesteld aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Azmani wijst er in de krant op dat het om kinderen gaat die door hun ouders op een bijzonder school zijn gedaan. ‘Dan moet iedereen respect op kunnen brengen voor de tradities en feestdagen die daar gevierd worden. Dit is nu precies zo’n voorbeeld van cultuurrelativisme dat gevaarlijk is voor dit land’, aldus Azmani, die als kind met een moslimachtergrond op een katholieke school zat.

De rooms-katholieke cultuurtheoloog Frank Bosman is het niet met Azmani eens: ‘Het is heel mooi dat je als christelijke school zegt: iedereen mag zijn kinderen bij ons brengen, ook al onderschrijf je niet onze signatuur’. Wat christelijke scholen volgens hem niet moeten doen ‘is een christelijk feest door de strotjes van islamitische kinderen proppen’. Hij kan zich goed voorstellen dat deze kinderen ‘het niet leuk vinden om met het kruis van de Here Jezus rond te lopen’.

Foute knieval

Het Haagse gemeenteraadslid Pieter Grinwis van de ChristenUnie/SGP noemt het in de Telegraaf ‘fout als er een knieval wordt gemaakt door een kruissymbool af te breken’.

De PVV in de Haagse gemeenteraad vindt het niet kunnen dat christelijke scholen bij de viering van Pasen rekening houden met leerlingen met een islamitische achtergrond. In de Telegraaf spreekt PVV-raadslid Elias van Hees van ‘verraad aan onze cultuur’. Raadslid Richard de Mos van de naar hem genoemde fractie noemt het ‘bizar’.

Godsdienst voor minder leerlingen van belang

Van de jongeren tussen 15 en 18 jaar zegt 45 procent een godsdienst aan te hangen. In 2010 was dat nog 51 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de jongeren die zeggen een christelijke identiteit te hebben, beschouwen de meesten zich als katholiek. Minder dan één op de tien rekent zich tot een islamitische stroming.

Naar de kerk of moskee?

Dat jongeren aangeven godsdienstig te zijn, betekent volgens het CBS niet dat ze ook regelmatig naar de kerk, de moskee of een ander gebedshuis gaan. Iets minder dan één op de drie doet dat minstens één keer per maand.

Protestantse jongeren gaan het vaakst naar de kerk. Ruim de helft doet dat minstens één keer per maand. Van de jongeren die zeggen moslim te zijn, gaat ruim één op de drie minstens één keer per maand naar de moskee. Jongeren die zich katholiek noemen, zien de kerk bijna nooit van binnen.

Mag het christelijke kruis nog wel op de mijter?

Sinterklaas mag op openbare basisschool De Panda in Utrecht geen mijter meer op met een kruis daarop, meldt het Algemeen Dagblad. Navraag door VOS/ABB leert dat de directie van de school donderdag niet bereikbaar was voor commentaar. De Stichting openbaar Primair Onderwijs (SPO) in Utrecht was wel bereikbaar, maar wil niet op deze specifieke zaak ingaan.

Het AD stelt dat een bezorgde ouder de krant over deze kwestie heeft benaderd en dat de lezing wordt bevestigd door een medewerker van de school. ‘Directeur Froukje Hoobroeckx wil er echter geen toelichting op geven en verwijst naar de overkoepelende SPO’, aldus het AD. SPO verwijst naar een eerder verspreid persbericht, waarin de stichting stelt dat elke school zelf mag bepalen hoe die met het sinterklaasfeest omgaat. Navraag door VOS/ABB bij obs De Panda en bij SPO levert dezelfde reacties op.

Amsterdam
In november 2009 was er ook discussie over de aanwezigheid van een kruis op de mijter van Sinterklaas. De toenmalige CDA-Tweede Kamerleden Ad Koppejan en Jan Schinkelshoek stelden daar vragen over. Het ging toen om de intocht van Sinterklaas in Amsterdam. Op de mijter van de goedheiligman stond toen niet één kruis, maar de drie andreaskruisen uit het stadswapen van Amsterdam.

Verondersteld werd dat dit te maken had met het multi-etnische karakter van de hoofdstedelijke kinderbevolking, maar de Sint liet destijds weten dat hij speciaal voor Amsterdam een nieuw pak had laten maken met daarin de drie kruisen uit het stadswapen, omdat hij dat uit artistiek oogpunt weer eens wat anders vond. Bovendien zei de Sint dat de andreaskruisen verwezen naar de heilige apostel Andreas, ‘die nota bene voor het christelijk geloof de kruisdood is gestorven’.

Antwerpen
Sinterklaas veroorzaakte het jaar daarvoor, in 2008, opschudding in Antwerpen, omdat hij daar zijn kruisloze mijter opzette als hij naar een openbare school ging. Dat deed hij naar eigen zeggen uit respect voor de religieuze neutraliteit van het openbaar onderwijs.

‘Religieuze opvoeding maakt kinderen minder hulpvaardig’

Kinderen die religieus worden opgevoed, zijn over het algemeen minder bereid om anderen te helpen. Ze blijken ook meer geneigd om andere mensen te straffen. Dat blijkt uit recent onderzoek van onder andere de University of Chicago.

Voor het onderzoek onder leiding van neurobioloog Jean Decety zijn de ouders bevraagd van in totaal 1170 kinderen in de leeftijd van 5 tot 12 jaar in zes landen: Canada, China, Jordanië, Turkije, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Er zijn gezinnen gekozen waarin een religieuze opvoeding centraal staat en gezinnen waarin dat niet het geval is.

Ouders die een religieuze opvoeding geven, zien dat hun kinderen meer empathie en rechtvaardigheidsgevoel hebben dan kinderen uit niet-religieuze gezinnen. Maar volgens de onderzoekers blijkt ook dat er een negatief verband is tussen religiositeit en altruïsme en dat er een positief verband is tussen een godsdienstige opvoeding en de neiging om anderen te straffen.

Het altruïsme – de wil om iets voor een ander te doen – bleek het minst bij kinderen uit islamitische gezinnen. Kinderen uit christelijke gezinnen zijn meer geneigd tot altruïsme. Altruïsme bleek het sterkst bij kinderen uit gezinnen waar religie niet een bepalende rol in de opvoeding heeft.

Lees meer…