School!Week-project Kampen over cultureel erfgoed

Op woensdag 21 maart doen de leerlingen van de openbare basisscholen in Kampen mee aan een projectochtend die in het teken staat van cultureel erfgoed. De ochtend valt midden in de landelijke School!Week.

De School!Week is de jaarlijkse week waarin het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs zich op de kaart zet. De kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs staan centraal. Het motto van de School!Week is altijd ‘Ik ben welkom’. Het thema dit keer is ‘Samen maken we School!’.

De projectochtend van de Stichting Openbaar Onderwijs Kampen wordt georganiseerd in samenwerking met het centrum voor kunst en kunsteducatie Quintus. Er doen circa 1000 leerlingen aan mee van de zes openbare basisscholen in Kampen. Er zijn verschillende programma’s voor de groepen 1 tot en met 3, 4 tot en met 6 en de groepen 7 en 8.

Onderwijswethouder Eibert Spaan (SGP) zal een bezoek brengen aan de projectochtend van het openbaar onderwijs.

Tonnen om leerlingen naar Rijksmuseum te laten gaan

Het kabinet maakt dit jaar 2 ton en vanaf volgend jaar structureel 4 ton vrij om kinderen naar het Rijksmuseum in Amsterdam te laten gaan. 

In de nieuwe publicatie Cultuur in een open samenleving van het ministerie van OCW staat dat het kabinet het financieel mogelijk dat alle kinderen tijdens hun schooltijd het Rijksmuseum in Amsterdam of een ander museum bezoeken.

Slavernij

‘Meer aandacht voor historische en maatschappelijke ontwikkelingen helpt bij het begrijpen van elkaars achtergronden en cultuur. Het is belangrijk dat we oog hebben voor ongemakkelijke waarheden die lang buiten het historische bewustzijn vielen, zoals het Nederlandse slavernijverleden, zo staat in de publicatie.

Er staat ook in dat kunst en cultuur thuishoren in het curriculum van het primair en voortgezet onderwijs. ‘In de komende periode ontwikkelen negen teams van leraren en schoolleiders bouwstenen voor een vernieuwd curriculum (…). Een van de teams doet dit voor kunst en cultuur.’  De ontwikkelteams presenteren de ‘bouwstenen’ in 2019.

Wilhelmus

Onderdeel van die bouwstenen zal het Wilhelmus zijn. ‘In het kader van de kennis van onze geschiedenis, waarden en vrijheden zal het Wilhelmus, inclusief de context daarvan, op scholen geleerd worden.’

Lees meer…

Scholen positief over cultuuronderwijs

Scholen voor voortgezet onderwijs zijn over het algemeen positief over cultuuronderwijs. Dat blijkt uit de Monitor cultuureducatie voortgezet onderwijs 2017 die naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De monitor maakt duidelijk dat cultuuronderwijs een vaste plek heeft gekregen in het voortgezet onderwijs. ‘De scholen zijn over het algemeen positief over de gang zaken, over de samenwerking met culturele instellingen en over wat hun cultuuronderwijs teweeg brengt bij hun leerlingen’, zo staat in monitorrapport.

Daarin staat ook dat het beter kan. ‘De scholen zelf willen de komende jaren onder meer inzetten op versterking van doorgaande lijnen en op vakkenintegratie. Ook de samenwerking met culturele aanbieders kan verder worden uitgebouwd, met name daar waar het gaat om het gezamenlijk bedenken en maken van een samenhangend programma, dat leerlingen mogelijkheden biedt om hun talenten optimaal te ontwikkelen.’

Lees meer…

Grote musea hekelen verplichte excursie naar Rijks

Vier grote musea hekelen het plan van het nieuwe kabinet dat scholen met hun leerlingen naar het Rijksmuseum in Amsterdam moeten. Dit getuigt volgens hen van ‘een gebrek aan visie’. 

Catrien Schreuder van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en haar collega’s Margriet Schavemaker van het Stedelijk Museum in Amsterdam, Steven Kolsteren van het Groninger Museum en Stefanie Metsemaker van het Bonnenfantenmuseum in Maastricht benadrukken op de opiniepagina van de Volkskrant dat kunsteducatie kinderen veel te bieden heeft.

Zij tekenen daarbij echter aan dat het daarbij niet gaat om vaste waarheden, maar om ruimte voor individualiteit en creativiteit. De kennismaking met kunst mag er volgens hen niet op gericht zijn om kinderen bij te spijkeren in de Nederlandse identiteit, zoals het nieuwe kabinet kennelijk voor ogen heeft. Het nieuwe kabinet doet er goed aan museumbezoek in het onderwijs te stimuleren’, maar het is volgens hen aan de scholen om te bepalen naar welk museum ze gaan.

Dit standpunt sluit aan op de visie van VOS/ABB. Directeur Hans Teegelbeckers zei eerder dat het niet past bij de vrijheid van inrichting van het onderwijs dat de overheid bepaalt dat scholen naar het Rijksmuseum moeten.

Lees meer…

Na afbraak volgt nieuwe investering cultuuronderwijs

Het cultuuronderwijs op de basisschool en in het vmbo wordt verder uitgebreid. Dat melden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Er komt onder andere extra geld om de deskundigheid op cultuurgebied van de leerkrachten te vergroten. Er komt 4 miljoen euro beschikbaar voor scholing tot cultuurbegeleider en 5 miljoen euro voor pabo’s en conservatoria om de professionele ontwikkeling van leraren op het gebied van cultuuronderwijs te bevorderen.

De brief van Bussemaker en Dekker hoort bij de Monitor Cultuuronderwijs in het primair onderwijs en programma Cultuureducatie met Kwaliteit 2015-2016.

De investeringen van het kabinet volgen op een jarenlange afbraak van het cultuuronderwijs.

Meer maatwerk in speciale omstandigheden

Voor kinderen die vanwege een lichamelijke of psychische reden tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, wordt het mogelijk af te wijken van de voorgeschreven onderwijstijd. Ook wordt het voor deze groep mogelijk op een andere plaats dan de school onderwijs te volgen. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

De brief van Dekker hoort bij het rapport Onderwijs op een andere locatie dan de school, dat eveneens naar de Tweede Kamer is gestuurd. De brief en het rapport gaan ook in op verruimende maatregelen voor sportieve en culturele talenten in het primair onderwijs, over onderwijs op afstand aan leerlingen die tijdelijk in het buitenland verblijven en over strikte kwaliteitsvoorwaarden die Dekker aan thuisonderwijs stelt.

Lichamelijke of psychische redenen
Wat de leerlingen betreft die vanwege lichamelijke of psychische redenen tijdelijk of gedeeltelijk niet naar school kunnen, merkt Dekker in zijn brief op dat er voor hen meer maatwerk nodig is. Zo moet het mogelijk worden op een andere locatie dan de school onderwijs te volgen. Dit moet leiden tot minder ‘thuiszitters’.

‘De school maakt hierover afspraken met de ouders (…). Daarbij kan sprake zijn van bijvoorbeeld inkoop van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise’, zo staat in de brief. Dekker wijst in dit kader op de verantwoordelijkheid van de scholen die voortvloeit uit passend onderwijs.

In het verlengde hiervan worden de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) aangepast om, net als in het speciaal onderwijs al geregeld is, meer mogelijkheden te hebben om af te wijken van de voorgeschreven onderwijstijd in het reguliere onderwijs. De scholen kunnen hierover afspraken maken met de Inspectie van het Onderwijs, die toeziet op de uitvoering ervan.

Sport en cultuur
Voor kinderen met een bijzonder talent op het gebied van sport of cultuur komen er ruimere mogelijkheden om onder schooltijd bijvoorbeeld wedstrijden, concoursen, trainingen en repetities bij te wonen. Deze maatregelen hebben betrekking op leerlingen met een talentenstatus van de sportkoepel NOC*NSF, leerlingen uit de groepen 7 en 8 met een dans- of muziektalent die zijn aangenomen op een DAMU-school (DAns en MUziek) en op kinderen die meedoen aan specifieke uitvoeringen.

‘School en ouders maken maatwerkafspraken over hoe zij ervoor zorgen dat de jongere aan het eind van de basisschool de kerndoelen behaalt. In de maatwerkafspraken kunnen school en ouders bijvoorbeeld afspreken dat de leerling alternatieve opdrachten maakt of op een andere locatie onderwijs krijgt’, schrijft Dekker. Het is de school die bepaalt, benadrukt hij. Het maken van maatwerkafspraken wordt volgens hem geen recht voor de ouders.

In het voortgezet onderwijs zijn volgens de staatssecretaris nu al voldoende mogelijkheden voor sport- en cultuurtalenten.

Buitenland
Voor kinderen van reizende ouders wordt het mogelijk dat zij zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs een periode van maximaal zes maanden fulltime afstandsonderwijs kunnen volgen. Het gaat hier bijvoorbeeld om situaties waarin leerlingen tijdelijk in het buitenland verblijven vanwege werk van hun ouders of om een wereldreis te maken.

‘Het is technisch goed mogelijk op reis het onderwijs vorm te geven en contact met school te onderhouden. Zodoende kan de school begeleiding bij het onderwijs bieden en de voortgang monitoren’, meldt Dekker.

Thuisonderwijs
Ten slotte gaat de staatssecretaris in zijn brief in op thuisonderwijs. Dit moet aan strikte kwaliteitseisen voldoen. ‘Ouders dienen bij de leerplichtambtenaar een verzoek in om thuisonderwijs te mogen geven en maken een plan hoe zij dit onderwijs willen vormgeven. De leerplichtambtenaar vraagt de inspectie om haar oordeel over het onderwijsplan. De inspectie meldt de leerplichtambtenaar of de kwaliteit van het (voorgenomen) thuisonderwijs voldoende is om aan de Leerplichtwet te voldoen. Dit doet de inspectie door het door de ouders opgestelde onderwijsplan te beoordelen.’

Wie thuisonderwijs wil geven, moet minimaal een opleiding op hbo-niveau hebben behaald, beschikken over aantoonbare pedagogisch-didactische bekwaamheid en een Verklaring Omtrent het Gedrag overleggen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Leerlingen gezocht die museum-app willen testen

Museum Hermitage Amsterdam zoekt leerlingen uit het voortgezet onderwijs die een nieuwe museum-app willen testen.

Het museum is specifiek op zoek naar havo- en vwo-leerlingen met kunst- en cultuurvakken. De app die ze gaan testen, is ontwikkeld voor de tentoonstelling Hollanders van de Gouden Eeuw. Door middel van de app kunnen leerlingen op hun smartphone als het ware in contact komen met personen die op schilderijen staan afgebeeld.

De test duurt anderhalf tot twee uur. Eventueel kan de voorbereidende les van ongeveer 50 minuten voorafgaand aan het museumbezoek in de klas worden verzorgd.

De test van de app op locatie in de Hermitage in Amsterdam kan worden georganiseerd op onderstaande data, steeds in de middag:

  • donderdag 18 juni
  • vrijdag 19 juni
  • dinsdag 23 juni

Geïnteresseerde docenten kunnen het tijdstip waarop ze met de test in het museum willen starten in overleg met Moniek Warmer bepalen. Zij is ook de contactpersoon voor meer informatie en degene bij wie (een) testgroep(en) kunnen worden aangemeld:

Moniek Warmer, 06-22197966, info@moniekwarmer.nl.

Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) besteedt in het komende zomernummer in de rubriek School! en excursie aandacht aan de nieuwe museum-app.

Subsidie aanvragen voor cultuurprojecten in basisonderwijs

Basisscholen kunnen subsidie aanvragen bij het Fonds voor Cultuurparticipatie.

De subsidie komt voort uit de Tijdelijke regeling flankerende projecten Cultuureducatie met Kwaliteit 2014. Met deze regeling ondersteunt het Fonds voor Cultuurparticipatie projecten voor het programma Cultuureducatie met Kwaliteit als geheel (landelijk en lokaal).

De activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, dienen bij te dragen aan de deskundigheidsbevordering van groepsleerkrachten die in het basisonderwijs werkzaam op het gebied van cultuuronderwijs en/of aan de deskundigheidsbevordering van educatief medewerkers uit het culturele veld die voor het basisonderwijs werken.

Voor projecten geldt dat het aan te vragen bedrag tussen 50.000 en 250.000 euro moet liggen voor een periode van maximaal twee jaar.

Lees meer…

Minister maakt werk van cultuuronderwijs

Minister Jet Bussemaker wil dat elk kind cultuuronderwijs krijgt. Om dat te bereiken tekende ze vandaag een intentieverklaring, getiteld ‘Bestuurlijk kader cultuur en onderwijs’. Ook staatssecretaris Dekker, een groot aantal wethouders en gedeputeerden en de PO-Raad ondertekenden het stuk.

‘Het is voor het eerst dat bestuurders van cultuur én onderwijs gezamenlijk het belang van goed cultuuronderwijs erkennen en dat we dit zo belangrijk vinden dat we voor tien jaar lang afspraken maken,’ zei minister Bussemaker bij de ondertekening. ‘Dit is een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat cultuuronderwijs meer is dan een dagje uit. Goed cultuuronderwijs gaat er om dat kinderen, ook lós van voorstellingen en exposities, gevoel voor en kennis van kunst ontwikkelen.’

Het bestuurlijk kader creëert de randvoorwaarden voor scholen en culturele instellingen om te blijven werken aan het verbeteren van de kwaliteit van het cultuuronderwijs. Aan de hand van dit kader maken gemeenten, scholen en culturele instellingen lokale afspraken over tijd, geld en middelen. De gezamenlijke intentieverklaring zorgt ervoor dat scholen en culturele instellingen daarbij beter weten wat ze aan elkaar hebben.

Er komt nu allereerst een communicatiecampagne om schoolbestuurders en schoolleiders ook enthousiast te maken. Culturele instellingen komen scholen tegemoet met een geschikt aanbod. De Cultuurkaart blijft en het vak CKV in de bovenbouw van havo en vwo blijft ook gehandhaafd.

Voorbeelden
Op de site van OCW worden voorbeelden gegeven van steden waar al contacten zijn gelegd tussen culturele instellingen en scholen. Zo ontwikkelden Eindhoven, Helmond, Tilburg en Den Bosch  samen een doorlopende leerlijn: ‘de Culturele Ladenkast’. In Leiden werken twaalf musea samen, voor elk schooljaar één. En de gemeente Amsterdam heeft al afspraken gemaakt met de schoolbesturen over een basispakket kunst- en cultuureducatie, wat inhoudt dat basisscholieren wekelijks twee tot drie uur cultuuronderwijs krijgen.

Download hier het Bestuurlijk kader cultuur en onderwijs.

 

 

CKV in bovenbouw havo/vwo blijft verplicht

Terwijl het ministerie van OCW de cultuursector voor een belangrijk deel wegbezuinigt, maakt staatssecretaris Sander Dekker van hetzelfde ministerie bekend dat het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) in de bovenbouw van havo en vwo blijft bestaan.

CKV behoudt zijn wettelijke status, zo schrijft de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer, omdat anders de kans groot is dat scholen ‘minimale invulling gaan geven aan deze vormende taak van het onderwijs’. Het is volgens hem ‘zowel voor het individu als voor de samenleving van cruciaal belang dat scholen kwalitatief goed kunst- en cultuuronderwijs aanbieden’.

Scholen krijgen meer vrijheid om zelf invulling aan CKV te geven. De verplichting voor leerlingen om deel te nemen aan zes tot acht culturele activiteiten komt te vervallen. ‘Juist ten aanzien van culturele en kunstzinnige vorming is het van belang dat er ruimte wordt geboden voor een schooleigen visie hierop, en de school mogelijkheden biedt om aan te sluiten op het kunst- en cultuuronderwijs in het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs’, aldus Dekker. Hij wijst erop dat de Cultuurkaart hiervoor, net als nu al het geval is, kan worden benut ter ondersteuning.

Het mag op zijn minst opmerkelijk worden genoemd dat in de huidige tijden van zware bezuinigingen op kunst en cultuur, zowel door het Rijk als door de gemeenten, het vak CKV in de bovenbouw van havo en vwo zijn wettelijke status behoudt.

Wiskunde c, ANW en KCV
De brief van de staatssecretaris vermeldt ook dat wiskunde c in het profiel C&M in de havo niet verplicht wordt en dat het verplichte vak Algemene Natuurwetenschappen (ANW) na de havo nu ook uit het vwo verdwijnt. Het vak Klassieke en Culturele Vorming (KCV) wordt geïntegreerd in Latijn respectievelijk Grieks.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Bussemaker kiest voor Cultuurkaart

De Cultuurkaart voor leerlingen in het voortgezet onderwijs blijft in elk geval de komende 10 jaar bestaan. Dat blijkt uit de visie op cultuur die minister Jet Bussemaker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De minister trekt met ingang van het schooljaar 2013-2014 per jaar 4,9 miljoen euro uit voor de Cultuurkaart. Daarmee is voor alle vo-leerlingen een basisbedrag van 5 euro beschikbaar. Scholen doen op vrijwillige basis mee. Van hen wordt een bijdrage van 10 euro per leerling per jaar verwacht. Dit kan bijvoorbeeld via de vrijwillige ouderbijdrage.

De minister vindt de Cultuurkaart belangrijk, omdat volgens haar alle leerlingen via goed cultuuronderwijs de kans moeten krijgen hun creatieve talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen. ‘Creativiteit en innovatie zijn belangrijke voorwaarden voor verdere groei van onze kennissamenleving’, aldus Bussemaker.

Meer informatie staat in het visiedocument Cultuur beweegt van minister Bussemaker.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Cultuurkaart slaat aan bij jongeren

Dit blijkt uit cijfers van het CJP, de instelling die de kaart in november 2008 heeft geïntroduceerd in opdracht van het ministerie van OCW. De kaart is verspreid onder 926.000 leerlingen. Aan iedere Cultuurkaart is een bedrag van 15 euro gekoppeld, dat de leerlingen mogen uitgeven aan een culturele activiteit. Uit de cijfers blijkt dat de theaters het meest profiteren van de komst van de Cultuurkaart. Daar werd ruim 17 procent van het geld besteed.

Andere populaire sectoren zijn Centra voor de Kunsten met 16% en Theatergezelschappen met 11% van de bestedingen. Van alle theaters heeft Stadsschouwburg De Harmonie in Leeuwarden sinds de introductie van de Cultuurkaart de meeste leerlingen over de vloer gehad. Het best bezochte theatergezelschap tot nu is Roet in Arnhem en het best bezochte museum is Archeon in Alphen aan de Rijn.

Directeur van CJP, Walter Groenen, is enthousiast over de cijfers: "We zien dat de markt echt in beweging komt; het aantal Cultuurkaart-bestedingen is fors toegenomen. Opvallend is dat provincies als Drenthe en Groningen het erg goed doen, terwijl cultuur vaak aan de Randstad wordt gekoppeld. Dat vind ik een positief signaal."