Schoolverzuim daalt, maar aantal thuiszitters niet

Het aantal spijbelaars is vorig jaar licht gedaald, maar het aantal kinderen dat langer dan drie maanden zonder onderwijs thuiszit, blijft stabiel: rond de 4000. Minister Slob kondigt maatregelen aan om het aantal thuiszitters omlaag te krijgen.

Dit schrijft minister Slob vandaag aan de Tweede Kamer. Een kind dat zonder onderwijs thuiszit, is wel een uitzondering. Het gaat om 0,14 procent van het totaal aantal leerlingen in het funderend onderwijs. Maar Slob wil dat er in 2020 geen enkel kind meer langer dan drie maanden verstoken blijft van onderwijs.

Actieweek Thuiszitters in juni

Om dat doel te bereiken is eerder al de Landelijke Thuiszitterstafel opgericht, die zich richt op betere samenwerking in de regio om het aantal thuiszitters terug te dringen. Medio 2016 werd Marc Dullaert aangesteld als aanjager van een pact met verschillende ministeries, de sectororganisaties in het onderwijs en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Dullaert blijft langer aan, meldt Slob. Op een landelijke ‘thuiszitters-top’ in juni worden de resultaten van het pact gedeeld met alle betrokken partijen. Van 2 tot 8 juni 2018 wordt een Landelijke Actieweek Thuiszitters  georganiseerd.

Rol voor samenwerkingsverbanden

Slob ziet verder een rol voor de samenwerkingsverbanden bij het terugdringen van het aantal vrijstellingen van de leerplicht. Dit betreft onder meer kinderen die worden vrijgesteld van onderwijs om lichamelijke of psychische redenen. Hun aantal blijft stijgen, maar Slob vindt het ‘niet aannemelijk’ dat er steeds meer kinderen zijn voor wie het onmogelijk is onderwijs te volgen, terwijl scholen juist meer maatwerk leveren. Hij wil daarom de expertise van samenwerkingsverbanden inzetten bij de totstandkoming van deze vrijstellingen. ‘Het is belangrijk dat de mogelijkheden voor maatwerk optimaal worden benut voor leerlingen die dat nodig hebben’, aldus Slob in zijn brief.

Meer eisen aan thuisonderwijs

Ook het aantal vrijstellingen van onderwijs wegens bedenkingen tegen de richting van de scholen is gestegen, meldt Slob. Deze kinderen krijgen thuisonderwijs, omdat hun ouders vinden dat hun religie niet past bij de richting van de scholen in de omgeving. In het regeerakkoord is afgesproken dat dit thuisonderwijs aan meer eisen moet gaan voldoen op het gebied van kwaliteit, bekwaamheid, burgerschap en veiligheid. Daar komt Slob later dit jaar op terug, geeft hij aan.

Lees de brief van minister Slob met in de bijlage de verzuimcijfers van de vier grote gemeente en 32 middelgrote gemeenten, en een interview door OCW met Marc Dullaert over het Thuiszitterspact.

Marc Dullaert ziet aantal thuiszitters toenemen

Het aantal thuiszitters neemt dit jaar ‘met honderdtallen’ toe, zegt Marc Dullaert in NRC.

Volgens Dullaert komt de stijging doordat gemeenten ‘de stofkam’ door hun bestanden halen. ‘Dat is goed, want zo komt ieder kind met leerrecht op de radar’, zo citeert NRC hem.

Dullaert is aanjager van het thuiszitterspact, dat er in het kader van passend onderwijs voor moet zorgen dat er geen kinderen meer zonder onderwijs thuiszitten.

Lees meer…

‘Te veel thuiszitters door lichtvaardig beleid’

‘Vrijstelling mag niet het afvoerputje worden voor kinderen die complex of duur zijn’, zegt aanjager Marc Dullaert van het Thuiszitterspact in het AD.

Een kind kan door de leerplichtambtenaar van de gemeente worden vrijgesteld van de leerplicht als het bijvoorbeeld door ernstige psychische of lichamelijke klachten niet in staat is onderwijs te volgen. Dullaert ziet in de praktijk dat hier te lichtvaardig mee wordt omgesprongen. Volgens hem worden leerlingen geweigerd, omdat ze ‘te duur’ zijn en scholen onvoldoende expertise in huis hebben.

Dullaert wijst erop dat er meer dan 1 miljard euro is uitgetrokken voor passend onderwijs. ‘Dat geld ligt bij de scholen’, zo zegt hij. Daarbij tekent hij aan dat de zorgkosten voor de gemeenten zijn. ‘Zorg en onderwijs moeten dus samenwerken’, aldus Dullaert in het AD.

Lees meer…

Passend onderwijs: samenwerking maakt het verschil

Passend onderwijs ‘valt of staat met een goede samenwerking tussen scholen’, zegt rector Marcel Janssen van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen in de Volkskrant.

De krant gebruikt de woorden van Janssen in een artikel waarin aanjager Marc Dullaert van het Thuiszitterspact zegt dat er duizenden kinderen ‘volstrekt onnodig’ thuiszitten doordat een deel van de scholen en gemeenten te weinig doet met passend onderwijs.

Hij ziet grote regionale verschillen. ‘Op sommige plekken is het aantal thuiszitters bijna gehalveerd. Op andere gaat het minder goed. Dat stoort mij, want het kan wel’, aldus Dullaert.

Met goede samenwerking kan heel veel

Een regio waar het goed gaat, is Nijmegen, zo blijkt uit wat rector Janssen van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap in die stad vertelt. In de regio Nijmegen zijn volgens hem nagenoeg geen thuiszitters.

‘Alles valt of staat met een goede samenwerking tussen scholen. Als je goed met elkaar overlegt en ervoor openstaat elkaars leerlingen over te nemen, is er veel mogelijk’, aldus de Nijmeegse rector.

Lees meer…

Marc Dullaert gaat ‘thuiszitterspact’ aanjagen

Voormalig kinderombudsman Marc Dullaert is aangesteld als aanjager van een pact om het aantal zogenoemde thuiszitters omlaag te brengen. 

De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Veiligheid en Justitie (VeJ), de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een ‘thuiszitterspact’ gesloten.

Doel is dat er in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend onderwijsaanbod. Afgelopen jaar zaten circa 10.000 kinderen voor korte of lange tijd thuis. ‘Dat aantal moet omlaag. Elk kind heeft recht op onderwijs’, benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Er moet een sluitende aanpak komen ‘zodat kinderen en hun ouders niet meer van het kastje naar de muur gestuurd kunnen worden’, aldus Dekker.

Lees meer…

Volgens rechter interpreteert Teeven kinderpardon onjuist

De rechtbank in Den Haag heeft bepaald dat het onterecht is een minderjarige asielzoeker op grond van de regeling voor het kinderpardon het land uit te wijzen als deze persoon niet in beeld was bij het Rijk, maar wel bij een gemeente.

Dit betekent dat het kinderpardon volgens de rechter niet zo strikt mag worden toegepast als staatssecretaris Fred Teeven van Justitie wil.De staatssecretaris gaat tegen de uitspraak in beroep. De behandeling daarvan kan wel vijf maanden duren. In de tussentijd worden er geen asielkinderen uitgezet die in beeld waren bij de gemeente.

Teeven stelt zich op het standpunt dat kinderen kunnen worden uitgezet als blijkt dat zij onder toezicht van hun gemeente in plaats van het Rijk stonden. Dit kan volgens Teeven ook als deze kinderen vijf jaar of langer in Nederland zijn. Dat is de termijn die als voorwaarde geldt voor het verkrijgen van een definitieve verblijfsvergunning.

De rechter in Den Haag stelt echter dat deze redenering niet kan worden gevolgd, omdat in eerder beleid en ook in het Regeerakkoord staat dat uitzetting is toegestaan als in dit geval een minderjarige asielzoeker zich ‘aan toezicht heeft onttrokken en daarmee een bewuste de keuze heeft gemaakt om niet uit Nederland te vertrekken maar hier illegaal te verblijven’.

Daar is volgens de rechter geen sprake van in het geval van kinderen die onder toezicht van hun gemeente stonden in plaats van het Rijk en die nu aanspraak maken op de kinderpardonregeling. De rechter oordeelt dat Teeven een verkeerde invulling geeft aan het begrip ‘hebben onttrokken aan toezicht’.

Het mag duidelijk zijn dat het oordeel van de rechter gunstig is voor asielzoekerskinderen die in Nederland zijn geworteld en hier naar school gaan en anderszins meedoen met de maatschappij.

Kinderombudsman
De kwestie rond deze kinderen werd in mei onder de aandacht gebracht door kinderombudsman Marc Dullaert. Hij vindt het ‘idioot’ dat asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, toch kunnen worden uitgezet als blijkt dat zij onder toezicht van hun gemeente in plaats van het Rijk staan. Op grond van dit bureaucratische regeltje spreekt hij van ‘een loterij’.

Teeven houdt poot stijf: kinderpardon ongewijzigd

Het kinderpardon blijft zoals het is. Dat heeft staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie woensdag aan de Tweede Kamer laten weten.

Kinderombudsman Marc Dullaert maakte onlangs de discussie los over het kinderpardon. Hij vergeleek deze regeling voor asielkinderen die (nog) geen permanente verblijfsvergunning hebben met een loterij. Hij noemde het ‘idioot’ dat asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, toch kunnen worden uitgezet als blijkt dat zij onder toezicht van hun gemeente in plaats van het Rijk staan.

Dullaert kreeg steun van ruim 300 burgemeesters, die zich sterk maken voor een permanente verblijfsvergunning voor gewortelde asielkinderen in hun gemeenten. De fracties van SP, GroenLinks, D66 en ChristenUnie schaarden zich ook achter Dullaert. Teeven echter houdt voet bij stuk: de criteria worden niet versoepeld, omdat volgens hem in het regeerakkoord duidelijke afspraken zijn gemaakt over het kinderpardon.

Slechts deel van anti-pestmethodes voldoet

Dertien methodes die scholen kunnen gebruiken bij de aanpak van pesten zijn veelbelovend. Dit stelt de Commissie anti-pestprogramma’s die in opdracht van staatssecretaris Sander Dekker van OCW 61 methodes heeft beoordeeld.

Staatssecretaris Dekker en Kinderombudsman Marc Dullaert willen dat alle scholen vanaf schooljaar 2015-2016 het pesten op effectieve wijze aanpakken. Omdat er een groot aanbod van anti-pestmethodes is, lieten zij door een commissie van onafhankelijke deskundigen 61 methodes tegen het licht houden.

De commissie concludeert dat bij 48 van de ingediende methodes niet aannemelijk is dat ze pesten terugdringen. Tekortkomingen van beoordeelde anti-pestmethodes variëren. Zo komt het voor dat er in de methode simpelweg geen onderdeel pesten is opgenomen of dat de aanpak alleen gericht is op het pedagogisch handelen door de leerkracht.

Een aantal afgewezen methodes kan wel werken om bijvoorbeeld weerbaarheid of sociale vaardigheden te bevorderen, maar dit heeft volgens de commissie niet direct betrekking op de reductie van pesten.

Dekker zal na de zomer een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer indienen waarmee de verantwoordelijkheid van de school voor het tegengaan van pesten in de wet wordt verankerd.

Lees het rapport Beoordeling anti-pestprogramma’s

De actualiteitenrubriek Nieuwsuur besteedde maandagavond aandacht aan pesten. Lees meer en bekijk de uitzending

Kinderombudsman bezorgd over onderwijs

Op een aantal terreinen is de positie van kinderen erop vooruitgegaan, zo meldt de Kinderombudsman in de Kinderrechtenmonitor 2013. Hij signaleert echter ook zorgen, onder andere op het gebied van het onderwijs.

Volgens Kinderombudman Marc Dullaert kan de verplicht gestelde meldcode voor professionals bijdragen aan het signaleren van kindermishandeling. Hij meldt in de monitor ook dat er minder zeer zwakke scholen zijn dan een jaar geleden.

Sommige zorgen vragen volgens hem echter onverminderd aandacht, zoals de zwakke positie die kinderen met een beperking in het onderwijs hebben. ‘Voor de duizenden thuiszittende leerlingen moet een passende vorm van onderwijs gevonden worden met maatwerk als uitgangspunt’, aldus Dullaert. De invoering van passend onderwijs moet met de nodige zorg en waarborgen omkleed worden, zo benadrukt hij.

In de monitor staat verder dat bij de ontwikkeling van nieuwe wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen die effect hebben op kinderen en jongeren, de overheid in alle stadia het belang van kinderen uitdrukkelijk en aantoonbaar moet afwegen. In het onderwijs moet volgens de Kinderombudsman een omslag komen van leerplicht naar leerrecht, waarbij maatwerk centraal dient te staan.

Dullaert signaleert ook dat kinderen de dupe worden van de economische crisis en de overheidsbezuinigingen die daarmee samenhangen. ‘Door de slechte economie groeien nu nog meer kinderen in armoede op dan vorig jaar’, aldus de Kinderombudsman.

School niet ‘alziend oog’ tegen pesten

Het is voorbarig om nieuwe wetgeving tegen pesten te ontwikkelen. Dat stellen de hoogleraren onderwijsrecht Pieter Huisman en Paul Zoontjens en advocaat Martijn Nolen.

Zij reageren in de Volkskrant op het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW en kinderombudsman Marc Dullaert om de aanpak van pesten wettelijk te verplichten. Volgens Huisman, Zoontjens en Nolen zijn er al voldoende mogelijkheden, ook in de wet, om pesten tegen te gaan. Het is daarom volgens hen zeer de vraag wat het nut is van het plan van Dekker en Dullaert.

‘De staatssecretaris, en het parlement, zou daarom eerst gedegen onderzoek moeten doen naar de rol en functie van huidige wetgeving, voordat scholen met nieuwe wetgeving worden ‘ondersteund’, zoals het plan van aanpak dat eufemistisch stelt’, aldus Huisman, Zoontjens en Nolen.

Wat werkt?
Directeur Marion van de Kamer van openbare basisschool Toermalijn in Duiven vraagt zich ook af of het plan van Dekker en Dullaert wel zin heeft, maar zij kijkt er niet als jurist naar, maar als onderwijsprofessional die werkt in de huidige maatschappelijke context. Van de Kamer gaat in op het advies van Dekker om alleen anti-pestmethoden te hanteren waarvan is bewezen dat ze werken.

Op zich juich ik het toe wanneer alle scholen met één programma aan de slag zouden kunnen, maar welk programma heeft zijn bestaan reeds gerechtvaardigd? Niet alleen met of uit onderzoek, maar ook met de consequente uitvoering ervan op school en het doortrekken naar de situatie thuis. Om kinderen goed gedrag aan te leren is alleen de school onvoldoende, daar zijn de ouders ook bij nodig.’

Wilt u ook reageren op het plan om scholen wettelijk te verplichten pesten aan te pakken? Mail uw reactie onder vermelding van ‘Pesten’ naar welkom@vosabb.nl. Vermeld ook uw naam, uw functie en of u het goed vindt dat wij uw reactie gebruiken voor berichtgeving op deze website en/of ons magazine School!.