Kleuters moeten van Dekker flexibel naar groep 3

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW roept scholen op om jonge leerlingen niet meer een heel jaar extra te laten kleuteren. Hij wil een flexibele overgang naar groep 3.

Hij vindt het aantal kinderen dat een jaar lang extra kleutert te hoog. Dit jaar ging het om ruim 18.000 kinderen. Uit onderzoek blijkt dat deze kinderen daar niet blijvend van profiteren, staat op de website van het ministerie van OCW.

‘Op veel scholen is groep 2 heel speels en groep 3 heel schools. Daardoor vinden ouders en leraren de overstap voor kleuters vaak te groot’, aldus Dekker. Maar scholen kunnen volgens hem hun onderwijs flexibeler indelen, waardoor kinderen makkelijker aansluiting vinden in groep 3. ‘Scholen denken vaak dat dat niet kan of mag, terwijl er meer dan genoeg ruimte voor is’, benadrukt de staatssecretaris.

Kleuters tekortgedaan

Hij stelt dat jonge leerlingen tekort wordt gedaan als gekozen wordt voor een extra kleuterjaar. ‘Kleuters ontwikkelen zich in sprongen. Soms zijn ze in december bijvoorbeeld wel plots klaar om naar groep 3 te gaan. Dan is het zonde om ze een jaar over te laten doen en ze niet direct de uitdaging te bieden die ze nodig hebben. Groep 3 moet zich aan het kind aanpassen in plaats van het kind aan groep 3.’

Dekker ziet dat ‘een flink aantal scholen echt stappen zet’ om het kleuteronderwijs flexibeler in te richten. ‘Sommige scholen kiezen ervoor om leerlingen niet alleen in de zomer naar de volgende klas te doen, maar vaker in het jaar. Anderen geven in groep 3 heel erg speels les. En er zijn gecombineerde groepen 2/3. Daar waar scholen er werk van maken, zie je het aantal zittenblijvers dalen.’

In de handreiking Doorstroom van kleuters staat wat scholen mogen doen om kleuters zo soepel mogelijk naar groep 3 te geleiden.

AOb woedend op de bres voor kleuters

De Algemene Onderwijsbond reageert furieus op de oproep van Dekker om de overgang van kleuters naar groep 3 flexibeler te maken. Volgens voorzitter Liesbeth Verheggen is dat alleen maar bedoeld om het kleuteronderwijs goedkoper te maken.

‘Waar ben je mee bezig als je bij kleuters al op de kleintjes gaat letten?’, aldus een woedende Verheggen. ‘Als een kleuter nog niet toe is aan de structuur van groep drie, dan maak je een kind doodongelukkig door te zeggen ‘je moet door want dat is je recht’.’

Verheggen noemt de oproep van Dekker flauwekul. ‘Een kind kleutert desnoods een jaar verder als hij dat nodig heeft. Een politicus die daar geen geld voor over heeft, snapt het niet.’

 

Dekker wil minder tijdelijke contracten

Verreweg de meeste werknemers in het onderwijs hebben een vast contract: rond de 90 procent. Toch wil staatssecretaris Dekker het aantal tijdelijke contracten en payrolling nog verder terugdringen. Scholen moeten andere manieren vinden om vervanging bij ziekte te regelen.

Dit blijkt uit een brief die Dekker vandaag aan de Tweee Kamer heeft gestuurd, samen met de resultaten van het onderzoek ‘Flexibele arbeid in primair en voortgezet onderwijs’. Dit rapport is opgesteld door onderzoeksbureau Ecorys en geeft inzicht in het gebruik van flexibele contracten in zowel het primair als het voortgezet onderwijs.

Uit de cijfers blijkt dat de flexibele schil in het onderwijs kleiner is dan in de markt- en publieke sector, waar 85 procent van de werknemers een vast contract heeft. Scholen zetten tijdelijke werknemers in om de continuïteit van het onderwijs te waarborgen, bijvoorbeeld in geval van ziekte van een docent.

Wet werk en zekerheid
Door de nieuwe Wet werk en zekerheid (Wwz), die op 1 juli 2015 in werking treedt, zal er minder ruimte komen voor flexibele arbeidscontracten. Dat is ook het doel van het huidige kabinetsbeleid en eveneens de strekking van een motie van de kamerleden Van Dijk en Ypma. In deze motie verzochten zij flexibele contracten en payrolling op scholen zoveel mogelijk terug te dringen.

Volgens Dekker gaat dat zeker gebeuren na de inwerkingtreding van de Wwz, en daarom zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Volgens Dekker blijven er voldoende mogelijkheden voor schoolbesturen om noodzakelijke vervanging te kunnen realiseren. Hij schrijft daarover: ‘Scholen kunnen op ad-hoc basis gaan samenwerken en gebruikmaken van elkaars capaciteit in geval van ziekte. Een andere mogelijkheid is dat een aantal scholen gezamenlijk een arbeidspool in het leven roept. Daar kan dan bij onverwachte omstandigheden een beroep op worden gedaan. Ook denkbaar is dat scholen docenten aanstellen voor iets meer uren dan noodzakelijk voor de functie. Die extra tijd kan ingezet worden voor vervanging’.

In haar rapport meldt bureau Ecorys overigens dat veel schoolbesturen nog niet goed op de hoogte zijn van de gevolgen die de invoering van de Wwz voor hen zal hebben.

De volledige brief van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer.