Desnoods publicatie bestuursverslag verplichten

Als niet alle schoolbesturen uit zichzelf ertoe overgaan om hun bestuursverslag openbaar te maken, zal de overheid alsnog met een wettelijk regeling komen om dat te verplichten.

Minister Jet Bussemaker van OCW meldt in antwoord op een vraag uit de Tweede Kamer naar aanleiding van verantwoordingsonderzoek door de Algemene Rekenkamer dat zij openbaarmaking van bestuursverslagen in eerste instantie ziet ‘als een zaak, die past binnen de afspraken in het kader van de diverse branche-codes goed bestuur’.

Later dit jaar volgt een onderzoek naar de mate waarin de instellingen zich houden aan de afspraak tot actieve openbaarmaking. ‘Mocht daaruit blijken dat aan deze afspraak onvoldoende gevolg wordt gegeven, zal de overheid alsnog via een wettelijk voorschrift deze openbaarmaking regelen’, aldus Bussemaker.

Onderwijs betaald met publiek geld

De VO-raad stelt als voorwaarde aan het lidmaatschap dat bestuursverslagen openbaar worden gemaakt. Die verplichting staat in de Code Goed Onderwijsbestuur VO.

De PO-Raad verbindt niet de eis van publicatie van het bestuursverslag aan het lidmaatschap. Wel dringt de sectororganisatie van het primair onderwijs er bij haar leden op aan hun jaarverslag te publiceren.

VOS/ABB kent deze lidmaatschapseis evenmin, maar in het kader van publieke verantwoording voor schoolbesturen zou er geen reden mogen zijn om hun financiële cijfers achter te houden. Onderwijs wordt immers betaald met publiek geld.

Dekker wil helderheid over openbaarmaking jaarstukken

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil van de PO-Raad weten hoe die er bij zijn leden op aandringt om jaarstukken openbaar te maken. Bij de VO-raad is dit volgens hem al goed geregeld.

In een reactie op een motie van Loes Ypma van de PvdA over de publicatie van de jaarstukken van alle schoolbesturen, merkt Dekker op dat een volledigheidscheck in het primair onderwijs lastig is vanwege het grote aantal instellingen. Hij heeft de PO-Raad gevraagd het ministerie van OCW te informeren over de wijze waarop de sectororganisatie nagaat in welke mate de aangesloten leden invulling geven aan de afspraak over openbaarmaking.

In het voortgezet onderwijs is dit volgens Dekker al goed geregeld. ‘De VO-raad heeft in haar code goed bestuur (…) bepalingen opgenomen. Daarbij is openbaarmaking van de jaarstukken een eis voor lidmaatschap van de raad. Thans wordt door de raad een commissie ingericht die de naleving van deze code zal monitoren. Mochten leden zich niet aan de code houden, dan volgt een gesprek, daarna een waarschuwing en als ultimum remedium een schorsing’, zo staat in de reactie van de staatssecretaris.

Openheid voor alles!
VOS/ABB benadrukt dat het in het kader van publieke verantwoording door schoolbesturen (of dat nu besturen voor openbaar of bijzonder onderwijs zijn) geen reden zou mogen zijn om financiële cijfers achter te houden. Onderwijs wordt immers betaald met publiek geld.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, 

Onderwijsakkoord over moreel kompas bestuurders

Schoolbestuurders moeten altijd voor ogen houden dat hun werk gericht is op zo goed mogelijk onderwijs. Daarvoor is het nodig dat er voldoende tegenspraak is, onder anderen van leraren. Dit en andere zaken staan in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA), dat donderdagochtend in het openbare Lyceum Ypenburg in Den Haag is gepresenteerd.

In het NOA staat dat iedereen die in het onderwijs werkt ‘zich bewust is van de grote maatschappelijke betekenis die het onderwijs heeft’. Dit vergt volgens de opstellers van het akkoord een ‘moreel kompas’, dat altijd moet zijn gericht op het realiseren van zo goed mogelijk onderwijs.

Tegenspraak
Vooral bestuurders moeten hier hun verantwoordelijkheid nemen, zo staat in het NOA, ‘door te zorgen voor een stevige participatie van de onderwijsgevenden zelf en door te zorgen voor het organiseren van voldoende tegenspraak’. Dat is nodig ‘om de kwaliteit van beleid, besluiten en beslissingen te vergroten’. Niet alleen leraren, ook ouders, leerlingen en andere stakeholders moeten hierbij worden betrokken. Daartoe moeten de medezeggenschapsorganen beter in positie worden gebracht.

Zonder dat dit expliciet in het NOA wordt vermeld, hebben bovenstaande doelstellingen natuurlijk te maken met de affaire rond het falende bestuur van de gevallen onderwijskolos Amarantis en de chaos bij het openbaar onderwijs in Rotterdam. Het schortte in beide gevallen ernstig aan medezeggenschap. De bestuurders regeerden in feite alleen, zonder dat zij zich iets aantrokken van wat er in de organisatie leefde.

Governance en toezicht
Het is volgens de opstellers van het akkoord nodig om de governancecodes in de onderwijssectoren goed tegen het licht te houden. Het zwaartepunt van het toezicht dient te liggen bij betere checks and balances. Bij de versterking van de bestuurskracht wordt uitgegaan van de brief hierover die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in april naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Andere belangrijke punten uit het NOA:

  • Bij goed onderwijs gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om culturele ontplooiing, diversiteit, verdraagzaamheid, morele volwassenwording, zingeving en identiteitsvorming. Om dit waar te maken, zijn verbinding en samenwerking cruciaal.
  • Het primair en voortgezet onderwijs krijgen elk een professioneel statuut, waarmee zeggenschap van teams wettelijk wordt verankerd. Als voorbeeld hiervoor kan het al bestaande professioneel statuut van het middelbaar beroepsonderwijs dienen.
  • De werkdruk die door veel leraren wordt ervaren, moet omlaag. Een van de maatregelen is dat de minimale onderwijstijd in het voortgezet onderwijs eenduidig op 1000 uur komt te liggen, met uitzondering van het examenjaar. De schotten tussen de leerjaren verdwijnen, zodat vo-scholen flexibel met de urennorm kunnen omgaan.
  • De kwaliteit van de leraren moet omhoog. Er komt geld om leraren continu te laten werken aan hun verdere professionalisering. In 2017 moeten in het voortgezet onderwijs alle leraren bevoegd zijn voor het vak dat zij geven. Alleen als het niet anders kan, bijvoorbeeld bij lesuitval, kunnen scholen on- of onderbevoegde leraren voor de klas zetten.
  • De nullijn verdwijnt mogelijk al in 2014. Daar komt 34 miljoen euro voor beschikbaar, mits de afspraken van het NOA voor 1 juni 2014 zijn opgenomen in de respectievelijke cao’s. In 2015 zal het kabinet de loonbijstelling voor het onderwijs weer conform het referentiemodel volledig uitkeren. Dan wordt de nullijn dus in elk geval beëindigd.
  • Er komt geld beschikbaar om vooral jonge leraren aan het werk te houden. In 2014 kan daar 150 miljoen euro aan worden besteed.
  • De regeldruk in het onderwijs moet omlaag. Het gaat hier administratieve lasten die voortkomen uit onder andere wet- en regelgeving, cao’s en het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Gedragscode voor bestuurders in semipublieke sector

Een commissie onder leiding van Femke Halsema gaat een gedragscode opstellen voor behoorlijk bestuur in de semipublieke sector. Dat staat in een brief van minister Henk Kamp van Economische Zaken aan de Tweede Kamer.

De commissie buigt zich onder andere over het bestuur in het onderwijs, dat een deuk heeft opgelopen door misstanden bij onder andere Hogeschool Inholland en de gevallen onderwijskolos Amarantis. Ook zal de commissie zich richten op het bestuur van woningcorporaties en de gezondheidszorg.

In de commissie onder leiding van de voormalige fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer zitten ook bestuursvoorzitter Doekle Terpstra van Inholland, schrijver Maxim Februari en consultant Marco van Kalleveen. De gedragscode is naar verwachting op 1 oktober klaar.

Meer aandacht nodig voor goed bestuur

De Onderwijsraad pleit voor het opnemen van een scherpe omschrijving van de expertise die nodig is voor het besturen van onderwijs in de sectorale governancecodes. Ook de normatieve component van goed bestuur moet hierin een plek krijgen. Dit stelt de Onderwijsraad in het advies Publieke belangen dienen.

Onderwijsbesturen en raden van toezicht dienen zich aan de sectorale governancecodes te houden en een cultuur te ontwikkelen waarin het vanzelfsprekend is elkaar hierop aan te spreken. Deze maatregelen vergroten het besturend vermogen van onderwijsbesturen. Dit is volgens de Onderwijsraad nodig, omdat schoolbesturen niet alleen de verantwoordelijkheid dragen voor goed onderwijs binnen hun eigen instelling, maar ook voor het bredere publiek belang.

De raad wijst erop dat een aantal spraakmakende incidenten de kwetsbaarheden in de besturing van het onderwijs heeft laten zien en dat de maatschappelijke legitimiteit van onderwijsbesturen onder druk is komen te staan. Een voorbeeld dat de Onderwijsraad noemt, is het debacle bij onderwijskolos Amarantis. De bestuurscrisis bij de Stichting BOOR voor openbaar onderwijs in Rotterdam noemt de raad niet, maar ook daar is het nodige misgegaan, waardoor het vertrouwen in het bestuur verloren ging.

In het aprilnummer van magazine School! staat een interview met Philip Geelkerken, de nieuwe algemeen bestuurder van de Stichting BOOR. Hij vertelt hoe het openbaar onderwijs in Rotterdam na de bestuurscrisis er weer bovenop kan komen.