Bewegingsvaardigheid basisschoolleerlingen afgenomen

De bewegingsvaardigheid van basisschoolleerlingen is de afgelopen tien jaar afgenomen, meldt de Inspectie van het Onderwijs.

Onder regie van de inspectie is vorig schooljaar onderzoek gedaan naar de bewegingsvaardigheid van leerlingen in de eindfase van het basis- en speciaal basisonderwijs. In 2006 werd ook onderzoek gedaan.

Het blijkt dat leerlingen minder goed presteren dan in 2006. Uit het onderzoek komt tevens naar voren dat jongens over het algemeen beter scoren dan meisjes. Een ander onderzoeksresultaat is dat de inzet van een vakleerkracht positief effect heeft op de bewegingsvaardigheid van leerlingen.

Download het onderzoeksrapport

 

Slob wil meer bewegingsonderwijs op basisscholen

Onderwijsminister Arie Slob gaat met de PO-Raad ‘aanvullende acties afspreken’ om ervoor te zorgen dat er op de basisscholen meer bewegingsonderwijs wordt gegeven. Dat laat hij weten in reactie op vragen van Tweede Kamerlid (en sportman) Rudmer Heerema van de VVD.

De vragen van Heerema volgden op het Telegraaf-bericht Kinderen klunziger. Daarin stond dat een kwart van de basisschoolleerlingen in Nederland een onvoldoende scoort op bewegingsvaardigheid.

Slob laat in zijn antwoorden weten dat geen goede zaak te vinden. Daarom gaat hij met de sectororganisatie PO-Raad ‘aanvullende acties afspreken’ om er samen voor te zorgen dat er meer bewegingsonderwijs wordt gegeven. Hij geeft in zijn antwoorden niet aan hoe deze aanvullende acties er wat hem betreft uit kunnen uitzien.

De PO-Raad heeft vorig jaar laten weten dat het te duur is om op alle basisscholen een vakleerkracht gym te hebben.

Lees meer…

Dialoog over toekomst bewegingsonderwijs

De Onderwijsraad organiseert een dialoog over bewegingsonderwijs. De dialoog vindt plaats op donderdag 8 februari in openbare basisschool De Springbok in Den Haag. Dit is een officieel erkende sportieve en gezonde school.

De Onderwijsraad organiseert het debat in samenwerking met de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

Vragen die aan bod komen: Hoe kunnen scholen hun leerlingen stimuleren tot sporten of bewegen? Welke sport- en beweegactiviteiten worden er nu al georganiseerd, met welke instanties vindt samenwerking plaats, en wat zijn knelpunten en succesfactoren?

Deelname is gratis. U kunt zich tot 1 februari aanmelden via onderwijsdialogen@onderwijsraad.nl.

Lees meer…

Overal vakleerkracht bewegingsonderwijs te duur

De verplichte inzet van vakleerkrachten bewegingsonderwijs op de basisscholen is niet te betalen. Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker meldt op basis van een onderzoek van Regioplan en het Mulier Instituut dat de verplichte inzet van vakleerkrachten bewegingsonderwijs ‘afhankelijk van de uitvoeringsvariant waarvoor zou worden gekozen’ 48 tot 204 miljoen euro per jaar kost. Daar is volgens de staatssecretaris nu geen financiële dekking voor.

Het onderzoek volgde op een plan van Tweede Kamerlid en sporter Rudmer Heerema van de VVD. Dekker noemde zijn plan voor de verplichte inzet van vakleerkrachten bewegingsonderwijs eerder al onrealistisch.

Onderzoeksresultaten kunstgras voor einde dit jaar

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) presenteert nog dit jaar de resultaten van een onderzoek naar mogelijke gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat en kunstgras.

Dit meldt de voetbalbond KNVB na overleg met het RIVM, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en vertegenwoordigers van de kunstgrasbranche.

Geen paniek over kunstgras!

Tijdens het overleg benadrukte het RIVM nogmaals dat vooralsnog niet verwacht wordt dat het gebruik van rubbergranulaat op kunstgras leidt tot risico’s voor de gezondheid en er dus gewoon op gesport kan worden. Dit geldt dus ook voor scholen die voor sportonderwijs gebruikmaken van kunstgrasvelden.

De onrust over kunstgrasvelden volgt op een uitzending van Zembla over rubberkorrels die mogelijk kankerverwekkend zijn.

Kamer: ‘Verplichte vakdocent gym te duur’

Het VVD-idee om uitsluitend nog vakdocenten gymnastiekles te laten geven in het basisonderwijs is voorlopig van de baan. Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat het schoolbesturen (te) veel geld gaat kosten.

Staatssecretaris Dekker gaat nu uitzoeken hoe hoog de kosten precies zijn als een vakdocent bewegingsonderwijs verplicht wordt gesteld. Eerder had onder anderen de PO-Raad al betoogd dat het ook om inhoudelijke redenen ‘onverstandig’ zou zijn om alleen nog vakleerkrachten aan te stellen.

Kwaliteit gymles
Op dit moment mogen naast vakdocenten ook groepsleerkrachten met een zogenoemde ‘brede bevoegdheid’ bewegingsonderwijs geven in de basisschool. Dit zijn groepsleerkrachten die – met subsidie – en speciale Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs hebben gevolgd, omdat het pabo-diploma sinds 2005 geen bevoegdheid meer geeft voor gymles.

Uit een evaluatie van die leergang blijkt dat deze een positief effect heeft op de kwaliteit van de gymlessen. Bovendien blijkt uit dat onderzoek dat schoolbesturen soms om pedagogische redenen zelfs de voorkeur geven aan zo’n groepsleerkracht met brede bevoegdheid boven een vakdocent. Daarom gaven de PO-Raad, de onderwijsvakbonden en de Vereniging Hogescholen vorige week in een brief aan de Tweede Kamer het advies om de bestaande werkwijze te handhaven en niet mee te gaan met het voorstel van VVD-Kamerlid Rudmer Heerema om de vakdocent verplicht te stellen voor bewegingsonderwijs. Dat plan zou de schoolbesturen ook nog veel geld kosten. Dat vond een meerderheid in de Tweede Kamer deze week ook.

 

‘Alleen vakdocenten gym? Onverstandig’

Het is niet alleen onrealistisch, maar ook onverstandig om uitsluitend nog vakdocenten voor gymnastiek te willen inzetten in het basisonderwijs. Dat zeggen de PO-Raad, de onderwijsvakbonden en de Vereniging Hogescholen in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer, die vandaag debatteert over een VVD-voorstel van die strekking.

Eerder zei VVD-staatssecretaris Sander Dekker al dat het niet haalbaar is om alleen nog vakdocenten gymnastiekles te laten geven op basisscholen. De PO-Raad was daar al eerder tegen om inhoudelijke redenen, en wordt daarin nu gesteund door de vakbonden en de hogescholen.

Zij wijzen er op dat veel groepsleerkrachten de afgelopen jaren juist met subsidie de speciale Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs hebben gedaan. Dit was nodig omdat het pabo-diploma na 2005 geen bevoegdheid meer geeft voor bewegingsonderwijs. Daarvoor moesten de pabo-afgestudeerden nog een extra opleiding volgen. Uit de een evaluatie van de aanvullende leergang blijkt dat deze een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de gymles op basisscholen. Bovendien blijken schoolbesturen soms om pedagogische redenen de voorkeur te geven aan een reguliere beroepskracht met brede bevoegdheid boven een vakdocent, zo melden de partijen in de gezamenlijke brief. Ten slotte wijzen zij erop dat het financieren van een vakleerkracht zeker niet budgetneutraal kan gebeuren, zoals de VVD denkt.

De PO-Raad, vakbonden en hogescholen dringen er daarom op aan de huidige werkwijze door te laten gaan, omdat zij ervan overtuigd zijn dat hiermee de kwaliteit van het bewegingsonderwijs voldoende wordt versterkt.

‘Vakdocenten voor gym niet overal haalbaar’

Het is niet haalbaar dat álle leerlingen van basisscholen bewegingsonderwijs krijgen van bevoegde vakdocenten. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker heeft de Tweede Kamer een brief geschreven als reactie op de initiatiefnota over bewegingsonderwijs van VVD-Kamerlid Rudmer Heerema, die eerder werkzaam was als docent lichamelijke opvoeding van OSG Willem Blaeu in Alkmaar.

Dekker schrijft dat hij de grondgedachte omarmt dat elk kind goed bewegingsonderwijs verdient, omdat dat cruciaal is voor de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Hij benadrukt ook dat goed bewegingsonderwijs overgewicht bij kinderen kan tegengaan en een bijdrage kan leveren aan een actieve en gezonde leefstijl.

Zoveel mogelijk vakdocenten

Het streven van Heerema dat álle basisschoolleerlingen bewegingsonderwijs krijgen van bevoegde vakdocenten is echter niet haalbaar, schrijft de staatssecretaris. Hij vindt wel dat er een vakleerkracht moet zijn voor ‘zoveel mogelijk’ leerlingen.

Hij noemt basisscholen in krimpgebieden waarvoor ook deze ambitie waarschijnlijk te hoog gegrepen is, omdat deze scholen weinig tot geen ruimte hebben om een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs aan te trekken.

PO-Raad tegen verplichte vakdocent gym

Het voorstel van de VVD om elke basisschool te verplichten een vakleerkracht bewegingsonderwijs aan te stellen, zonder dat daar extra geld tegenover staat, is onrealistisch. Dat stelt de PO-Raad

Het plan om basisscholen te verplichten om gym alleen nog door vakdocenten te geven, komt voor VVD-Tweede Kamerlid en voormalig gymleerkracht Rudmer Heerema. Hij zegt in het Algemeen Dagblad dat hij het direct kan zien als kinderen les hebben van een vakleerkracht.

Te weinig geld
De PO-Raad zegt het belang van bewegen en aandacht voor gezondheid in en om de school te onderschrijven, maar wil dat scholen blijven bepalen of ze een vakleerkracht bewegingsonderwijs aanstellen. Voor een verplichting daartoe is volgens de sectororganisatie te weinig geld.

De PO-Raad noemt het door VVD’er Heerema geopperde plan om een vertrekkende groepsleerkracht te vervangen door een vakleerkracht bewegingsonderwijs ‘onrealistisch, onbetaalbaar en onwenselijk’. De klassen zouden hierdoor groter worden, terwijl ‘de meeste leerlingen juist baat hebben bij kleine klassen’, aldus de sectororganisatie.

Reacties Tweede Kamer
Op de nieuwssite Nu.nl zegt Kamerlid Loes Ypma ‘sympathiek’ tegenover het VVD-plan te staan. Ze heeft nog wel ‘een paar vragen over de uitvoerbaarheid’ ervan. Daarom wil ze eerst weten wat het onderwijs er zelf van vindt.

Het CDA reageert kritisch. ‘Dit plan is de zoveelste aanval van de VVD op de kleine scholen en perkt de vrijheid van basisscholen nog verder in’, aldus CDA-Kamerlid Michel Rog op Nu.nl. ‘Natuurlijk is gym een serieus vak, maar dat zijn rekenen en taal ook. Helaas hoor ik de VVD daar nooit over, behalve dat ze een stortvloed aan toetsen aan het onderwijs opdringen’, aldus Rog.

Aanpak bewegingsonderwijs
Het bericht in het AD volgt op een voortgangsbrief over de aanpak van bewegingsonderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In die brief staat onder andere dat de aanpak zich richt ‘op het ondersteunen van scholen en gemeenten bij het realiseren van de doelstelling dat in schooljaar 2017-2018 elke basisschoolleerling minstens twee, maar het liefst drie, lesuren bewegingsonderwijs per week krijgt van een bevoegde (vak)leerkracht’.

Incident met klimrek: kinderen raken gewond

Leerlingen van openbare basisschool De Klinker in Schiedam hebben letsel opgelopen toen dinsdagmiddag een klimrek weggleed. 

De school meldt dat bij het maken van een groepsfoto in de gymzaal het klimrek met daarop kinderen uit groep 7/8 naar beneden is gegleden. Door de val raakten kinderen gewond.

Tien kinderen werden naar het ziekenhuis gebracht. ‘Twee kinderen hebben een enkelbreuk en een leerling een hersenschudding. Alle anderen verwondingen waren minder ernstig: kneuzingen en verstuikingen’, zo staat op de website van De Klinker.

De oorzaak van het incident is nog niet bekend. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit doet daar onderzoek naar. Het klimrek was in oktober nog goedgekeurd.

Vooral vmbo’s geven minder gym dan gewenst

In de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo geeft bijna eenderde van de scholen minder gymles dan gewenst. In de basis- en beroepsgerichte leerweg is dat ruim eenvijfde. Dat blijkt uit de nulmeting lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs.

De lestijd voor lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs zit gemiddeld op het gewenste niveau, meldt het Mulier Instituut dat de nulmeting uitvoerde. Het afschaffen in 2005 van de voorschriften die een minimumaantal uur gymles vereisten, heeft er niet toe geleid dat scholen minder lichamelijke opvoeding aanbieden. Het vmbo zit echter met een fors deel onder de richtlijn. Voor de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg is dat 21 procent, voor de gemengde- en theoretische leerweg 31 procent.

Het onderzoek leert verder dat de meerderheid van de scholen (55 procent) over voldoende accommodaties kan beschikken voor het geven van lichamelijke opvoeding. Voor 45 procent van de scholen geldt dit echter niet: 17 procent beschikt over onvoldoende binnenaccommodatie, 18 procent heeft onvoldoende beschikking over een buitenaccommodatie voor lichamelijke opvoeding en 11 procent van de scholen heeft zowel onvoldoende binnen- als buitenaccommodaties.

Een deel van de scholen springt er in positieve zin uit en profileert zich met een aanvullend aanbod in de vorm van lichamelijke opvoeding als examenvak, sportklassen en buitenschoolse sportactiviteiten. In het schooljaar 2012-2013 werden deze keuzevakken op 660 locaties voor het voortgezet onderwijs aangeboden en deden 11.700 scholieren (6,4 procent) examen in lichamelijke opvoeding.

Welke school is de sportiefste van Nederland?

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen zich tot 19 maart inschrijven voor de wedstrijd ‘Sportiefste school van Nederland’.

De verkiezing van de sportiefste school van Nederland wordt jaarlijks om en om georganiseerd voor het primair respectievelijk voortgezet onderwijs. Dit jaar is het voortgezet onderwijs aan de beurt.

De wedstrijd is een initiatief van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), die hiervoor samenwerkt met de olympische koepelorganisatie NOC*NSF, de gemeente Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam.

Alle scholen uit het voortgezet onderwijs kunnen aan de wedstrijd deelnemen. Doelstelling ervan is om een kwaliteitsimpuls te geven aan het programma voor bewegen en sport in het onderwijs.

De verkiezing van de sportiefste vo-school van Nederland is op 21 mei. De prijzen in de vorm van waardecheques ter waarde van in totaal 7000 euro worden beschikbaar gesteld door Bosan Sportinstallatie en de Janssen-Fritsen Group Nederland.

School in Hengelo schaft douchen na gym af

Het komt nog maar zelden voor dat leerlingen na het gymmen douchen. De rooms-katholieke basisschool De Telgenkamp in Hengelo laat het er daarom maar helemaal bij zitten: leerlingen mogen na de gymles niet meer onder de douche. 

De Twentse krant Tubantia meldt dat De Telgenkamp het douchen na de gymles heeft afgeschaft, omdat het te veel tijd zou kosten en er bovendien nauwelijks controle mogelijk is. De school gaat er volgens de krant vanuit dat de kinderen thuis al voldoende douchen.

Tubantia laat de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) reageren op het nieuws. Volgens de KVLO is het niet zo erg dat basisschoolkinderen niet douchen na de gymles: ‘Kinderen van tegenwoordig douchen elke dag en gebruiken nog deodorant ook. Die stinken niet zo gauw.’ De KVLO raadt aan om leerlingen wel te laten douchen na een inspanning waarbij ze flink hebben gezweet, bijvoorbeeld na een duurloop.

Het is al jaren een zeldzaamheid dat leerlingen na de gymles gezamenlijk douchen. Het heeft te maken met een versterkte schaamte. Vorig jaar berichtte het Dagblad van het Noorden over zogenoemde schaamdouches in twee nieuwe multifunctionele schoolgebouwen in Groningen. Ook dit staat in het kader van de ontwikkeling dat leerlingen na de gymles niet meer met elkaar onder de douche willen.

Sporten (niet) gezond: steeds meer blessures

In 2011 moesten 7000 kinderen naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis nadat ze tijdens het bewegingsonderwijs een blessure hadden opgelopen. Het totale aantal sportblessures bij negen- tot twaalfjarigen is in zes jaar tijd met 50 procent toegenomen. Dit meldt Veiligheid.NL.

Het bewegingsonderwijs op de basisscholen staat op de tweede plaats als wordt gekeken naar het aantal sportblessures bij kinderen van 9 tot 12 jaar. Op de eerste plaats staat voetbal met in 2011 8500 sportblessures.

De sterke stijging van het aantal sportblessures komt volgens onderzoek door het VU Medisch Centrum in Amsterdam doordat kinderen minder zijn gaan bewegen, waardoor hun motorische vaardigheden slechter zijn geworden. Dit leidt volgens de onderzoekers tot een grotere kans op ernstig letsel, bijvoorbeeld door een val tijdens het bewegingsonderwijs.

Daarom is het belangrijk, zo stelt Veiligheid.NL, om kinderen te trainen in sportieve basisvaardigheden, zoals motoriek, spierkracht en lenigheid.

In reactie op de onderzoeksresultaten, heeft Johan Cruijff laten weten dat hij samen met een aantal sportcoryfeeën het onderwijs wil helpen om de Nederlandse schooljeugd structureel in beweging te krijgen. Hij zei dat in KRO Brandpunt.