‘Islamitische scholen zijn de beste, dankzij artikel 23’

Religieuze scholen presteren beter dan openbare scholen, en dat geldt al helemaal voor islamitische scholen. Dat beweren pedagoog en universitair docent Orhan Agirdag en filosoof en hoogleraar Michael S. Merry in een opiniestuk in NRC.

Zij pleiten in de krant voor het behoud van de vrijheid van onderwijs volgens het uit 1917 daterende artikel 23 van de Grondwet, waarin destijds de gelijke bekostiging van het openbaar en bijzonder onderwijs is vastgelegd.

De discussie over het al of niet moderniseren of zelfs afschaffen van artikel 23 wordt volgens hen slechts op ideologische gronden gevoerd. Dat is niet goed, vinden zij. Het moet volgens hen vooral gaan over de kwaliteit van het onderwijs. En die is beter, zo stellen zij, op religieuze en dan met name op islamitische scholen.

‘Uitgerekend islamitisch onderwijs – dat vandaag de dag zo verketterd wordt – levert al vijf jaar de beste leeropbrengsten op bij de eindtoets. Dit is een toonbeeld van succes. We mogen daar als land best wel trots op zijn’, aldus Agirdag en Merry.

Lees meer…

‘Scholen moeten discussie over Turkije mijden’

De Islamitische Schoolbesturen Organisatie (ISBO) heeft liever niet dat er in de klas over de mislukte staatsgreep in Turkije wordt gesproken. Kranten die onder de Holland Media Combinatie (HMC) vallen, zoals het Noordhollands Dagblad, citeren een woordvoerder van de koepelorganisatie die zegt dat de ISBO het schooljaar ‘fris’ wil beginnen.

Gevreesd wordt dat er op scholen tijdens het begin van het nieuwe schooljaar felle discussies kunnen losbarsten tussen voorstanders van de de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en de Turkse geestelijk leider Fethullah Gülen. Die laatste wordt door Erdogan verantwoordelijk gehouden voor de couppoging. Gülen zelf ontkent elke betrokkenheid.

‘De politiek willen we niet in de school trekken’, zegt de ISBO-woordvoerder die door de HMC-kranten wordt geciteerd. ‘Ouders kunnen over de coup praten tijdens de koffieochtenden, maar in de klas doen we dat niet.’

Volgens hem werken er bij scholen die bij de ISBO zijn aangesloten geen uitgesproken Gülenaanhangers. ‘Misschien staat een leerkracht daar sympathiek tegenover, maar dat is bij ons niet bekend. Dat speelt bij de aanname en het functioneren geen enkele rol. We gaan echt niemand ontslaan. Ze moeten gewoon goed lesgeven.’

Situatie in Turkije ‘in alle openheid’ bespreken

ISBO schreef op 15 augustus in een persbericht, naar aanleiding van de mislukte staatsgreep in Turkije, dat ‘grote gebeurtenissen (…) in alle openheid met de leerlingen in de klas besproken en uitgesproken (worden), met respect voor elkaar en elkaars opvattingen’. Daarbij zouden leerkrachten van islamitische scholen geen partij kiezen, maar steeds wijzen ‘op de vele gezichtspunten’.

Ook schreef de ISBO ‘vooralsnog geen spanningen tussen Turks-Nederlandse ouders en leerlingen’ te signaleren. Inmiddels berichten verscheidene media over Turkse ouders die vanwege de spanningen en de sociale druk in de Turkse gemeenschap in Nederland hun kinderen van scholen halen die in verband worden gebracht met de beweging van Gülen.