Meerderheid Eerste Kamer voor boerkaverbod

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor een gedeeltelijk boerkaverbod, dat onder andere van kracht wordt in het onderwijs. Dat bleek dinsdag tijdens een debat over het wetsvoorstel dat dit verbod moet regelen.

Het wetsvoorstel voor het boerkaverbod kwam voort uit het regeerakkoord van het vorige kabinet onder leiding van VVD-premier Mark Rutte. Het werd ingediend door voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Het regelt niet alleen een verbod op boerka’s, maar ook op andere gezichtsbedekkende kleding, zoals de bivakmuts en de integraalhelm. De gedachte achter het verbod is dat het dragen van een boerka die het gezicht bedekt, het veiligheidsgevoel van mensen aantast. Ook de niqaab, waarbij de ogen nog zichtbaar zijn, valt onder het voorgestelde verbod. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op bijvoorbeeld islamitische hoofddoekjes en joodse keppeltjes, omdat die het gezicht niet bedekken.

Het wetsvoorstel is in november 2016 goedgekeurd door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer er ook mee instemt, gaat het boerkaverbod gelden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De Senaat stemt erover op dinsdag 19 juni.

‘Kabinet mag betalen, maar niet bepalen’

Het kabinet moet zich beperken tot de rol van financier en wetgever en zich niet bemoeien met de inhoud van de cao in het primair onderwijs, stelt directeur Patrick Banis van het kenniscentrum voor arbeidszaken CAOP in Trouw.

Banis reageert op de voorwaarde die onderwijsminister Arie Slob stelt aan het beschikbaar stellen van extra geld voor de lerarensalarissen. Slob heeft herhaaldelijk gesteld dat het extra geld er pas komt als de sociale partners de bovenwettelijke regelingen voor werkloze werknemers in het primair onderwijs ‘normaliseren’.

Nu is het zo dat schoolbesturen in het primair onderwijs aan werklozen een aanvulling op de werkloosheidsuitkering van het UWV moeten betalen. Daardoor is de uitkering hoger en duurt die ook langer dan bij werklozen in andere sectoren. Een dergelijke regeling geldt ook in het voortgezet onderwijs.

De bovenwettelijke regelingen in de CAO PO kosten ongeveer 100 miljoen euro per jaar, zo meldde onderwijsminister Arie Slob in december in antwoorden op Kamervragen van het CDA en D66. Als deze regelingen zouden worden afgeschaft, zou dit bedrag overigens pas na verloop van tijd beschikbaar komen, omdat lopende rechten niet kunnen vervallen, zo staat in de antwoorden van Slob.

Heel gek

Banis noemt deze opstelling van het kabinet ‘heel gek’. Hij vindt dat het kabinet zich in zijn nieuwe ‘decentrale’ rol moet beperken tot financier en wetgever.

‘Het kabinet moet zelf weer gaan onderhandelen aan de cao-tafel of het aan de vakbonden en werkgevers overlaten hoe het geld wordt uitgegeven. Deze contractpartners zijn ook vrij om te kiezen voor wel of geen aanvullende regelingen voor werkloze leraren’, aldus Banis in Trouw.

Lees meer…

Kabinet haalt tientallen miljoenen weg uit onderwijs

Het kabinet haalt tientallen miljoenen euro’s weg uit het primair en voortgezet onderwijs. Het betreft de ‘doelmatigheidskorting’ die al in het regeerakkoord werd genoemd.

Het gaat om een korting die oploopt tot structureel in totaal ruim 108 miljoen euro voor het PO en VO vanaf 2021, zo blijkt uit een Nota van wijziging.

De korting is een gevolg van tekorten op de onderwijsbegroting in de vorige kabinetsperiode. De ‘doelmatigheidskorting’ van het onderwijs bedraagt in totaal 183 miljoen euro per 2021. Het primair onderwijs zal voor bijna 61 miljoen worden gekort, het voortgezet onderwijs voor ruim 47,3 miljoen.

Voor het jaar 2018 staan lagere bedragen ingeboekt. Het primair onderwijs zal dan voor bijna 6,7 miljoen worden gekort, het voortgezet onderwijs voor bijna 29 miljoen euro.

Tegenvaller en onverantwoord

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad had begin oktober al gezegd dat deze korting een grote tegenvaller voor het onderwijs is. De PO-Raad noemt het onverantwoord dat het kabinet op het onderwijs bezuinigt.

De opmerking van de sectororganisatie van het primair onderwijs staat in het kader van de claim dat er 1,4 miljard euro bij moet voor hogere salarissen en minder werkdruk. Die eis komt van PO-Front, waarin de PO-Raad, de vakbonden en de lerarengroep PO in Actie zitten. Als die 1,4 miljard er niet komt, volgt er weer een staking op 12 december, zo heeft PO-Front gedreigd.

Veel meer geld bij dan af

Minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs heeft tegen de NOS gezegd dat er in de klas niets te merken zal zijn van de ‘doelmatigheidskorting’. Het raakt volgens hem vooral subsidies en andere uitgaven waarvan het nut wordt betwijfeld.

Slob wijst er bovendien op dat het onderwijs er volgens de afspraken in het regeerakkoord veel meer geld bij krijgt (structureel 720 miljoen euro) dan er met de ‘doelmatigheidskorting’ af gaat.

Regeringsverklaring benadrukt belang goed onderwijs

‘In het onderwijs moet het niet gaan om het stelsel, maar om de doelstellingen en de uitkomst. Goed onderwijs ontwikkelt talenten, verkleint achterstanden en maakt Nederland sterker.’ Dat staat in de regeringsverklaring die premier Mark Rutte woensdag in de Tweede Kamer heeft uitgesproken.

De premier voegde eraan toe dat het nieuwe kabinet kiest voor ‘meer vrijheid van onderwijs in plaats van minder’. Ook sprak hij over betere arbeidsvoorwaarden en een lagere werkdruk in het basisonderwijs en voor versterking van de vroeg- en voorschoolse educatie.

Lees de regeringsverklaring

VO-raad wil 300 miljoen extra voor leraren

De VO-raad wil 300 miljoen euro extra van het kabinet om het aantal lesuren per leraar te verminderen. 

In een brief van de VO-raad aan de Tweede Kamer staat dat het kabinet het financieel mogelijk moet maken om leraren op korte termijn 100 uur meer ontwikkeltijd te geven, ten koste van 100 uur lestijd. Dat is volgens de VO-raad nodig om leraren in staat te stellen hun lessen beter voor te bereiden en zich te professioneel ontwikkelen.De sectorraad denkt dat het beroep van leraar zo aantrekkelijker wordt.

Geen slapeloze nachten

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad zegt in het Algemeen Dagblad dat het beleid van het nieuwe kabinet leidt tot ‘stilstand op de middelbare scholen’. Volgens hem staan er in het regeerakkoord veel mooie woorden, maar krijgen die ‘geen vertaling in de financiële paragraaf’.

Over het gevraagde bedrag van 300 miljoen euro zegt Rosenmöller dat de minister Wopke Hoekstra van Financiën daar echt geen slapeloze nachten van zal krijgen.

Waarom heeft OCW twee ministers?

Premier Mark Rutte moet uitleggen waarom er in de nieuwe kabinetsperiode onder andere het ministerie van OCW twee ministers heeft. Voorzitter Ankie Broekers-Knol heeft daarover een brief naar de premier gestuurd.

Volgens Broekers-Knol is het in strijd met de Grondwet als een ministerie twee ministers heeft. Volgens haar kunnen er niet twee kapiteins op één schip zitten. Met andere woorden: er kan er maar eentje de baas zijn. In de brief wordt verwezen naar artikel 44 van de Grondwet, waarin staat dat ministeries onder leiding staan ‘van een minister’. Ook in andere verwijzingen is volgens haar sprake van één minister per ministerie.

Het is volgens Broekers-Knol wel mogelijk om twee ministers op één ministerie te hebben, maar dan moet de tweede een ‘minister zonder portefeuille’ zijn. Zo’n minister is verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, maar heeft niet de leiding over een departement. Ministers zonder portefeuille hebben, anders dan staatssecretarissen, zitting in de ministerraad en kunnen dus meestemmen over alle beslissingen.

‘Twee ministers mag gewoon’

Volgens Wim Voermans, hoogleraar Staat- en Bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, is de interpretatie van Broekers-Knol onzin. ‘De ministeries staan volgens de Grondwet niet onder leiding van één minister, maar van een minister. Dat is een soortaanduiding: het soort ambt wordt daar bedoeld. Niet een staatssecretaris en niet de minister-president, maar een minister’, aldus Voermans op BNR Nieuwsradio.

Het ministerie van OCW heeft in de nieuwe kabinetsperiode twee ministers: Ingrid van Engelshoven (D66) die onder meer over het hoger onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs gaat en Arie Slob die minister zonder portefeuille is. Hij gaat over de volgende onderwerpen:

  • Voor- en vroegschoolse educatie
  • Primair onderwijs
  • Voortgezet onderwijs
  • Speciaal onderwijs
  • Passend onderwijs
  • Lerarenregister
  • Lerarenbeleid en arbeidsvoorwaarden
  • Media
  • Archiefbeleid

Ook de ministeries van Justitie en Veiligheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Buitenlandse Zaken hebben twee ministers.

Van en voor

Zoals eerder op deze website vermeld, kon al uit een nuanceverschil in de gebruikte terminologie worden afgeleid dat Van Engelshoven de baas zou worden op het ministerie van OCW, omdat zij minister van OCW wordt genoemd. Slob is ‘slechts’ minister voor primair en voortgezet onderwijs en media.

Daarmee staat Slob in feite onder Van Engelshoven en is diens status te vergelijken met die van staatssecretaris, met dien verstande dat hij in de ministerraad wel mag meestemmen over alle beslissingen.

‘Ambities nieuwe kabinet schieten tekort’

De Stichting van het Onderwijs vindt dat het kabinet meer moet doen om het lerarentekort, de hoge werkdruk in het onderwijs en kansenongelijkheid aan te pakken.

Voorzitter Paul Rosenmöller van de Stichting van het Onderwijs wijst erop dat het lerarentekort niet in het regeerakkoord wordt genoemd. Desondanks gaat hij ervan uit dat het nieuwe kabinet het hoog op de agenda heeft staan.

‘Binnen de stichting zien we de voorgestelde maatregelen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van werkdruk in het primair onderwijs als eerste stap om de tekorten aan te pakken. We spreken met de nieuwe bewindslieden graag verder over aanvullend beleid’, aldus Rosenmöller.

Kabinet moet investeren, niet bezuinigen

Vicevoorzitter Liesbeth Verheggen van de Stichting van het Onderwijs benoemt de zogenoemde doelmatigheidskorting die het onderwijs boven het hoofd hangt. Dat is volgens haar een ander woord voor wat normaal gesproken een bezuiniging heet. ‘Dat rijmt niet met de ambities van het kabinet om te investeren in de kenniseconomie, de kwaliteit en de toegankelijkheid van ons onderwijs’, benadrukt zij.

De Stichting van het Onderwijs mist verder een duidelijke visie van het nieuwe kabinet op de aanpak van kansenongelijkheid in het onderwijs.

Lees meer…

 

‘In nieuwe kabinet krijgt OCW twee ministers’

In het kabinet-Rutte III komen twee onderwijsminister, melden onder andere het Algemeen Dagblad en de lokale Amsterdamse krant Het Parool.

Het AD schrijft op basis van informatie van ‘ingewijden’ dat er in het nieuwe kabinet in totaal 16 ministers komen, van wie er twee over het onderwijs zullen gaan. In de afgelopen kabinetsperiode had OCW een minister (Jet Bussemaker van de PvdA) en een staatssecretaris (Sander Dekker van de VVD).

Het Parool meldt dat de ene minister het primair en voortgezet onderwijs onder zijn of haar hoede krijgt, terwijl de andere minister over het vervolgonderwijs zal gaan. In het nu nog demissionaire kabinet-Rutte II gaat staatssecretaris Dekker over het primair en voortgezet onderwijs.

Naar verwachting wordt op 25 oktober bekend hoe het nieuwe kabinet eruitziet. Het regeerakkoord is inmiddels bekend. Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft er een uitgebreide analyse van gemaakt.

Lees meer…

Extra geld voor leraren lijkt er toch nog niet te komen

De kans leek vorige week nog reëel dat het demissionaire kabinet met extra geld zou komen voor de salarissen van de leraren in het primair onderwijs, maar zoals het er nu naar uitziet komt dat geld er voorlopig niet.

In de media wordt gemeld dat de formerende partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, die waarschijnlijk het volgende kabinet gaan vormen, niet akkoord gaan met de uitdrukkelijke wens van de PvdA in het huidige demissionaire kabinet om extra geld uit te trekken voor de lerarensalarissen. Als daar inderdaad geen overeenstemming over wordt bereikt, komt het geld er voorlopig niet.

Salarissen voor leraren splijtzwam in kabinet

Voor de zomervakantie verklaarde demissionair PvdA-premier Lodewijk Asscher dat hij niet zijn handtekening zou zetten onder de begroting voor 2018 als daar niet in zou staan dat er extra geld komt voor de salarissen van de leraren in het primair onderwijs. Die opstelling wekte grote irritatie bij premier Mark Rutte en VVD-fractieleider Halbe Zijlstra, omdat zij vinden dat het demissionaire kabinet niet over zijn eigen graf mag heen regeren.

Er werd voor de zomervakantie over gesproken dat het demissionaire kabinet wel eens zou kunnen vallen over de kwestie van de door de PvdA gewenste verhoging van de lerarensalarissen.

Sociale partners pleiten voor kansengelijkheid

De sociale partners verenigd in de Stichting van het Onderwijs hebben voor een volgend kabinet een zespuntenplan gepresenteerd. Daarin staat onder andere dat kinderen vanaf twee jaar ontwikkelrecht moeten krijgen. Ook wordt gepleit voor gemengde schooladviezen en brede en meerjarige brugklassen.

In het plan wordt benadrukt dat het bieden van gelijke kansen erom vraagt om op jonge leeftijd met onderwijs te beginnen: ‘Kinderen leren het meest in de eerste jaren van hun leven. Hoe eerder je investeert, hoe meer leerwinst later en hoe meer achterstanden kunnen worden voorkomen en ingehaald.’

Laatbloeiers en zwakke milieus

Met gemengde schooladviezen, brede brugklassen en langere brugklasperiodes moet selectie op 12-jarige leeftijd worden tegengegaan. Die selectie zoals die nu is, leidt volgens de Stichting van het Onderwijs toe dat met name laatbloeiers en leerlingen uit zwakkere milieus op een voor hen te laag niveau terechtkomen.

Tevens wordt erop aangedrongen om het voortgezet onderwijs meer te verbinden met het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en de universiteit.

Leraren

In het zespuntenplan wordt ook gepleit voor een verdere professionalisering van leraren en schoolleiders en voor investeringen in het imago van het onderwijs als werkgever. Hier komen kwesties aan bod als loon, werkdruk, de autonomie van de leraar en strategisch personeelsbeleid in het kader van het toenemende lerarentekort.

Een ander punt is dat scholen en lerarenopleidingen meer met elkaar moeten gaan samenwerken. De wetgeving zou daarop moeten worden aangepast.

Governance en sturing

Op het gebied van governance wordt in het zespuntenplan gepleit voor ‘een brede verantwoordingsmethodiek, zonder te veel focus op meetbare output en rendement’. De Stichting van het Onderwijs roept een volgend kabinet op tot terughoudendheid met nieuwe regulering en vertrouwen in de onderwijssector.

In de Stichting van het Onderwijs zitten de sociale partners, waaronder de sectororganisatie PO-Raad en VO-raad en de vakbonden.

Download zespuntenplan

Rond de presentatie van het zespuntenplan was een onderwijsdebat georganiseerd.

Download verslag onderwijsdebat

Kabinet trekt 200 miljoen extra uit voor onderwijs

De coalitiepartners VVD en PvdA hebben overeenstemming bereikt over de besteding van een financiële meevaller. In totaal komt 1,2 miljard euro extra beschikbaar, waarvan 200 miljoen naar het onderwijs gaat.

De coalitiepartners verdelen het extra geld fifty-fifty. De PvdA kiest ervoor om van de 600 miljoen euro die te verdelen is, 200 miljoen te besteden aan het onderwijs.

Het extra geld is onder meer bestemd voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen en het wegwerken van achterstanden.

De financiële meevaller worden ook aan andere zaken besteed. Zo wordt een omstreden bezuiniging op de huurtoeslag teruggedraaid en gaat er meer geld naar de politie en naar defensie.

Groningen eist meer aardbevingsgeld voor scholen

Het kabinet moet snel met meer geld komen om schoolgebouwen in de provincie Groningen aardbevingsproof te maken. Dat heeft wethouder Anja Woortman van de gemeente Slochteren maandag gezegd op Radio 1.

Veel schoolgebouwen in het Groningse aardgasgebied zijn vanwege het risico van aardbevingen al aangepast. Zo zijn zware bakstenen schoorstenen vervangen door lichtere exemplaren die minder gevaar opleveren als ze door een aardschok omvallen. Ook zijn fundamenten aangepakt en scheuren in muren hersteld.

Schoolgebouwen in Groningen moeten steviger

‘Het directe gevaar is opgelost’, erkent Woortman. ‘Maar er is niet voor niets gezegd dat alle gebouwen versterkt worden. Die klus willen we zo snel mogelijk opgepakt hebben.’ Er ligt een plan klaar, maar het geld uit Den Haag om dat plan uit te voeren laat volgens de wethouder maar op zich wachten.

Ze geeft het kabinet nog even de tijd om te beslissen hoeveel geld er naar de scholen in de provincie Groningen gaat. Als het geld van het kabinet er niet komt -Woortman spreekt van 110 miljoen euro- dan komen er volgens haar stakingen in het Groningse onderwijs. ‘De actiebereidheid neem toe’, aldus Woortman.

Beluister het interview met Woortman


Aardbevingsrisico en krimp

Ook algemeen directeur Eppe Okken van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Slochteren kwam maandag op Radio 1 aan het woord. Hij pleit er samen met andere Groningse onderwijsorganisaties voor om bij de aardbevingsmaatregelen op het gebied van huisvesting rekening te houden met de gevolgen van demografische krimp.

Zo kan het verstandig zijn om in plaats van het verstevigen van twee bestaande schoolgebouwen één nieuw aardbevingsbestendig gebouw te realiseren waarvan twee nog te fuseren scholen gebruik kunnen maken.

Okken gaf zijn toelichting op Radio 1 vanuit openbare basisschool De Kinderboom in Slochteren, nadat schoolleider Loes Koning heeft laten zien welke maatregelen er in verband met het aardbevingsrisico in en op haar school zijn genomen.


VOS/ABB heeft in februari 2015 met een artikel in magazine School! aandacht besteed aan de aardbevingsproblematiek in het Groningse aardgasgebied.

Lees het artikel Wat moet je doen bij een aardbeving?

Onderwijs geeft kabinet voordeel van de twijfel

De meeste directeuren geven het huidige kabinet het voordeel van de twijfel. Dat blijkt uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek.

Ten opzichte van september 2013 is het aandeel directeuren en leraren dat het kabinet het voordeel van de twijfel geeft toegenomen van 49 naar 55 procent. Het aandeel dat geen of helemaal geen vertrouwen heeft is gedaald van 30 naar 19 procent.

Met de stelling dat dit kabinet goed is voor het onderwijs, is slechts 4 procent van de directeuren en leraren het eens. In september 2013 was dat 5 procent. Nu geeft 62 procent aan het niet eens te zijn met deze stelling, terwijl dat eerst 58 procent was.

Het vertrouwen in staatssecretaris Sander Dekker van OCW neemt af. In september 2013 gaf 55 procent aan veel vertrouwen of vertrouwen in hem te hebben of hem het voordeel van de twijfel te geven, nu is dat nog maar 45 procent.

Lees meer…

Gratis voorschool voor alle peuters onbetaalbaar

Het plan van de gemeenten voor één integrale voorschoolse voorziening voor alle peuters niet te betalen. Dat stelt minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) liet in december weten het geen goed plan te vinden om de financiering van peuterspeelzalen onder de toeslagenregeling van de kinderopvang te brengen. Dat zou alleen maar leiden tot hogere kosten voor werkende ouders en daarmee tot het risico dat minder kinderen naar de voorschool gaan. Vooral voor kinderen met een taalachterstand zou dat slecht zijn.

De VNG stelde daarom voor een ‘ontwikkelrecht’ voor peuters in te voeren. Er zou er één integrale voorschoolse voorziening moeten komen die voor alle kinderen gratis toegankelijk wordt. Daarmee zou een doorlopende leerlijn met de basisschool kunnen worden gerealiseerd.

Minister Asscher reageert hier nu op door te benadrukken dat uitvoering van het alternatief van de VNG niet realistisch want veel te duur is. ‘Een belangrijke component in de kosten van uw plan is het gratis aanbod aan alle ouders. Voor het alternatieve voorstel ontbreekt ruim 400 miljoen euro aan dekking.’

‘Toezeggingen snel vastleggen in regelingen!’

Het kabinet heeft bekendgemaakt waar het geld uit het Herfstakkoord aan wordt besteed. Maar komt dat geld er wel? Dat is helaas nog niet met 100 procent zekerheid te zeggen. Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB roept het ministerie van OCW op om voor het primair onderwijs snel met regelingen te komen om de toezeggingen van het kabinet vast te leggen.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben maandag de brief aan de Tweede Kamer gepubliceerd waarin staat wat de gelden uit het Herfstakkoord gaan betekenen voor het onderwijs. ‘Hoeveel geld er precies voor welke sector zal zijn, is nog onderwerp van gesprek’, aldus Bloemers. Maar wat volgens hem nog belangrijker is: ‘Is er, nu de brief is gepubliceerd, 100 procent zekerheid dat de gelden er daadwerkelijk komen? Nee, helaas niet.’

‘Vorige week berichtte het ministerie van OCW al dat in de eerdaags te publiceren Regeling bekostiging personeel PO 2014-2015 vooralsnog geen rekening zal worden gehouden met de gelden uit het Nationaal Onderwijsakkoord en het Herfstakkoord. Bloemers verwijst naar de volgende tekst van het ministerie van OCW:

‘Ook in het Begrotingsakkoord dat eind vorig jaar is overeengekomen tussen het kabinet en de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP zijn nieuwe investeringen vanaf 2015 in het vooruitzicht gesteld voor het primair onderwijs. Deze middelen zijn nog niet verwerkt in de regeling, omdat er eerst afspraken moeten worden gemaakt over modernisering van de arbeidsvoorwaarden en er een sectorakkoord moet worden gesloten, voordat het extra geld beschikbaar komt.’

In hun brief van maandag stellen Bussemaker en Dekker expliciet dat de ‘invulling (…) onder voorbehoud (is) van de integrale financiële afweging die in het voorjaar plaatsvindt’. De gestelde invullingen zijn dus vooralsnog toezeggingen van het ministerie van OCW aan het veld. Bloemers: ‘Schoolbestuurders mogen er dus nog niet mee gaan rekenen, want met de toezeggingen zijn de gelden er nog niet!’

Zolang niet in een regeling is vervat dat de gelden er daadwerkelijk komen, en ook niet duidelijk is wanneer dat gebeurt, is er dus nog geen antwoord op de vraag of het geld er echt zal komen. ‘Schoolbesturen in het primair onderwijs moeten voor 1 mei aanstaande hun bestuursformatieplannen gereed hebben. Daar kun je slechts gelden in meenemen waarvan je zeker weet dat je erover kunt beschikken. Extra banen worden niet gecreëerd met toezeggingen die nog niet verwerkt zijn in zekerheden.’

Het verdient de voorkeur, zo drukt Bloemers het voorzichtig uit, dat het ministerie van OCW de toezeggingen tijdig omzet in regelingen, zodat de schoolbesturen in het primair onderwijs daadwerkelijk hun formatie kunnen inrichten op basis van de toegezegde gelden. ‘Zolang er geen zekerheid is, groeit de onrust doordat er in de herfst wellicht een nieuw akkoord komt met een verlegging van de geldstroom. Misschien gaan de gelden dan wel naar een ander departement. De politiek kent in die zin geen verrassingen.’

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Docent krijgt waardering die past bij uitdaging’

‘Als docent krijg je een uitdaging van formaat en de waardering die daarbij past.’ Dat staat in de reactie van het kabinet op het advies Naar een lerende economie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De waardering van docenten uit zich volgens het kabinet in vertrouwen, status en arbeidsvoorwaarden. ‘Het in de spotlight zetten van excellente, inspirerende leraren kan daarbij katalyserend werken. Wij geven met de verdere uitwerking van de Lerarenagenda invulling aan die ambities’, zo melden de ministers Jet Bussemaker van OCW en Henk Kamp van Economische Zaken in hun reactie.

De ministers gaan ook in op de openheid die volgens hen in het onderwijs groter moet worden. ‘Onderwijsinstellingen en docenten leren nog onvoldoende van elkaar en hun omgeving. Het onderwijsveld moet zelf deze verantwoordelijkheid nog meer nemen.’

Bussemaker en Kamp schrijven voorts dat het onderwijsstelsel en de daarbij horende regelgeving ruimte moeten bieden om verbeteringen te realiseren. ‘Het kabinet gaat daarbij uit van verdiend vertrouwen en ruimte voor de professional’, aldus de ministers.

Digitaal
Over het gebruik van ICT in onderwijs, stellen ze dat op dit gebied nog veel mogelijkheden niet worden benut. ‘De stijgende lijn en alle goede initiatieven ten spijt wordt ICT nog steeds onvoldoende gebruikt als een instrument om de grote uitdagingen van het onderwijs aan te gaan.’

Dit is de reden, zo benadrukken ze, waarom het kabinet vorig jaar het startsein heeft gegeven voor het Doorbraakproject ICT en onderwijs. Dit project richt zich in eerste instantie op het beschikbaar krijgen van voldoende aantrekkelijke digitale leermiddelen.

Wie maakt het onderwijsbeleid?

Wie maakt het onderwijsbeleid? Het kabinet of de oppositie? De laatste, zo lijkt het. De constructieve oppositie dan wel te verstaan – dus D66, ChristenUnie en SGP. Het kabinet heeft de steun van die partijen hard nodig om ook in de Eerste Kamer te kunnen rekenen op een werkbare meerderheid. 

Ook in de politiek geldt ‘voor wat, hoort wat’, zo blijkt uit het feit dat D66 met miljoenen voor het onderwijs mag strooien. Onderwijswoordvoerder Paul van Meenen mag even voor ministertje spelen door in totaal 40 miljoen euro te verdelen. Dat geld was gereserveerd om de afschaffing van de kleinescholentoeslag in goede banen te leiden. Nu die toeslag blijft bestaan, kan het geld andere bestemmingen krijgen. Voorbeelden zijn schone en energiezuinige scholen, passend onderwijs en het Nederlandse onderwijs in het buitenland. Dat laatste past bij D66 als een partij die zich graag als kosmopolitisch profileert.

Als D66 mooie sier mag maken met onderwijsgeld, dan mag de ChristenUnie dat als constructieve oppositiepartij natuurlijk ook. De partij van Joël Voordewind mag bekendmaken dat er 29 miljoen extra in de lumpsum van de samenwerkingsverbanden komt. Dat is niet-geoormerkt geld, maar de ChristenUnie is een politieke partij, dus die heeft al wel een idee waar het aan besteed kan worden. Een deel zou moeten worden gebruikt om de verevening in het kader van de invoering van passend onderwijs te verzachten. Vooral voor samenwerkingsverbanden in krimpgebieden is dit goed nieuws. De keuze past bij de ChristenUnie, omdat die partij haar stemmers vooral in de regio vindt.

Opmerkelijk is dat niet minister Jet Bussemaker of staatssecretaris Sander Dekker van OCW met het nieuws komen over extra geld voor het onderwijs, maar twee oppositiepartijen (waar blijft de SGP?). Het lijkt dus wel of niet het kabinet, maar de oppositie het onderwijsbeleid bepaalt. Wie regeert er nu eigenlijk?

Nu echter D66 en ChristenUnie met geld hebben mogen strooien als beloning voor goed gedrag, lijkt het feestje voorbij. Arie Slob van de ChristenUnie zet het kabinet in de discussie over de strafbaarstelling van illegaliteit onder druk. Als het kabinet dat plan van staatssecretaris Fred Teeven van Justitie doorzet, trekt Slob de stekker uit de gedoogconstructie en wordt het kabinet in de Eerste Kamer weer vleugellam.

Het is goed dat de strafbaarstelling van illegaliteit kennelijk een breekpunt is. Afgezien van de algemene politieke vraag of strafbaarstelling wenselijk is – in die discussie wil ik mij als directeur van VOS/ABB niet mengen – signaleer ik dat het onderwijs in een onmogelijke positie kan komen als Teeven zijn zin krijgt. Want wat wordt er dan van scholen verwacht als zij weten van het illegale verblijf in Nederland van bepaalde leerlingen en hun ouders? Moeten zij dat dan melden, omdat ze immers op de hoogte zijn van een strafbaar feit? Nee, het mag nooit zo zijn dat scholen het verlengstuk van de opsporingsdiensten worden!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB

Petitie voor behoud maatschappelijke stage

Wilt u dat de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs behouden blijven? Dan kunt u een online petitie ondertekenen.

De petitie is een initiatief van de Vrijwilligerscentrale Utrecht en Maatschap+ Utrecht. Deze organisaties vinden het een verlies van de samenleving dat het kabinet de bijdrage aan de vo-scholen voor het organiseren van de maatschappelijke stages stopzet. De scholen kunnen wel doorgaan met de stages, maar ze krijgen er vanaf 2015 geen geld meer voor.

De initiatiefnemers van de petitie wijzen erop dat de maatschappelijke stages van groot belang zijn, zeker in het licht van de participatiesamenleving waar het kabinet het in de Troonrede over had. ‘De afgelopen jaren is een stevig fundament neergezet door betrokken scholen, vrijwilligerscentrales en maatschappelijke organisaties, die vrijwilligerswerk puberproof maakten’, aldus de Vrijwilligerscentrale en Maatschap+.

Onderteken de petitie

Akkoord: 650 miljoen extra naar onderwijs

Het kabinet, de coalitiepartijen VVD en PvdA en oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP hebben vrijdag een akkoord bereikt over de begroting van 2014.

Voor het onderwijs pakt dit akkoord gunstig uit: er komt 650 miljoen beschikbaar voor kwaliteitsverbetering. Dit was een wens van D66.

Een ander opmerkelijk punt is dat de schoolboeken in het voortgezet onderwijs ‘gratis’ blijven. Dit was een wens van de ChristenUnie. De overheidsbijdrage aan de lumpsum van de scholen wordt echter verlaagd naar 300 euro per leerling per jaar (is nu nog 321,50 euro).

Het bedrag van 300 euro stond aanvankelijk vermeld als maximale bijdrage die ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs weer voor schoolboeken moesten gaan betalen, maar dat gaat dus niet door.

In het akkoord over de begroting staat verder dat er in totaal 480 miljoen euro extra wordt bezuinigd op de ministeries. Het is nog niet bekend welk deel voor rekening komt van het ministerie van OCW.

Verder is het ook voor de werkgevers en werknemers in het onderwijs van belang dat het ontslagrecht al in juli 2015 in plaats van in januari 2016 wordt versoepeld. Tegelijkertijd worden er maatregelen van kracht die flexibele arbeid zekerder maken.

Voor werklozen geldt dat zij al met ingang van 2015 in plaats van 2016 passende arbeid onder hun niveau moeten accepteren. Verder worden werkgevers verplicht 5 procent van hun personeel te laten bestaan uit arbeidsgehandicapten.

Nauwelijks nog beleid voor gemengde scholen

Steeds minder gemeenten bestrijden segregatie in het onderwijs. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van FORUM.

Uit het onderzoek Bestrijding van onderwijssegregatie in gemeenten, dat in opdracht van FORUM is uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut, is een duidelijke afname zichtbaar van afspraken tussen gemeenten en schoolbesturen om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. De onderzochte gemeenten stellen dat het draagvlak voor beleid voor integratie en de problemen als gevolg van segregatie zijn afgenomen.

Volgens FORUM zijn er geen aanwijzingen dat onderwijssegregatie is afgenomen. Uit het onderzoek Hoe denken schoolbesturen over segregatie in het onderwijs? van FORUM uit 2011 bleek dat 40 procent van de schoolbesturen in dezelfde gemeenten als die nu onderzocht zijn, aangaf dat er sprake was van onderwijssegregatie.

Segregatie ontkend
De onderzoeksresultaten volgen op het landelijke beleid dat onder het door de PVV gedoogde eerste kabinet-Rutte in gang werd gezet. Toenmalig minister Marja van Bijsterveldt van OCW gaf in 2012 aan dat er geen maatregelen meer nodig waren om segregatie in het onderwijs tegen te gaan.

Van Bijsterveldt benadrukte toen dat niet met ontmoeting, maar met extra aandacht voor taal en rekenen en het organiseren van weekend- en zomerscholen de integratie van kinderen uit verschillende bevolkingsgroepen kon worden bevorderd.

Lokale initiatieven om scholen meer gemengd te maken en leerlingen met verschillende sociale en culturele achtergronden elkaar te laten ontmoeten, zouden volgens Van Bijsterveldt maar weinig effect hebben. Zij wilde daar verder geen energie meer in steken en dus ook geen geld meer aan besteden.

Dit beleid is overgenomen door het huidige VVD/PvdA-kabinet, hoewel de PvdA, die in de vorige kabinetsperiode nog in de oppositie zat, bij monde van toenmalig Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem destijds zei dat er wel maatregelen nodig waren om de segregatie in het onderwijs bij wet tegen te gaan.

Kabinet maakt oneigenlijk gebruik van Citotoets

Het Cito vindt het niet wenselijk dat het kabinet de gemiddelde landelijke score op de Eindtoets wil verhogen. Dat laat het toetsinstituut aan VOS/ABB weten.

De gemiddelde score op de Eindtoets van het Cito geeft het gemiddelde vaardigheidsniveau weer van alle leerlingen die aan die toets hebben deelgenomen. Het gaat hierbij om de domeinen Nederlandse taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden. ‘De gemiddelde score van de Eindtoets wordt elk jaar opnieuw berekend op basis van het aantal opgaven dat correct is beantwoord. Bij de totstandkoming van de score mikken we niet op een gemiddelde of welke standaardscore dan ook’, aldus het Cito.

Hoewel het in theorie mogelijk is de gemiddelde score op de Cito-Eindtoets te verhogen, noemt het Cito deze doelstelling van het kabinet niet wenselijk. ‘Het doel van de eindtoets is het geven van een advies voor een passend type voortgezet onderwijs. De toets is bedoeld als hulpmiddel voor de scholen, als tweede onafhankelijke gegeven naast het advies van de basisschool voor het meest geschikte vervolgonderwijs.

Als basisscholen meegaan in de wens van het kabinet om de gemiddelde score te verhogen, ontstaat volgens het Cito het gevaar dat zij les gaan geven voor de toets, het zogenoemde teaching to the test, ‘terwijl het andersom bedoeld is’, aldus het Cito.

Als de gemiddelde score op de Eindtoets van het Cito hoger wordt, zou dat tot gevolg hebben dat er meer havo- en vwo-adviezen worden gegeven. Het Cito noemt dit scenario ‘waarschijnlijk niet reëel’.

Wetsvoorstel afschaffen gratis boeken ingediend

Het wetsvoorstel voor het afschaffen van de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs is ingediend bij de Tweede Kamer. 

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

In het wetsvoorstel staat onder andere dat scholen voor voortgezet onderwijs vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling mogen vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dit betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Weinig vertrouwen in Nationaal Onderwijsakkoord

Schooldirecteuren en leraren hebben maar weinig vertrouwen in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA). Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek, dat onder mensen uit het basis- en voortgezet onderwijs een opiniepeiling heeft uitgevoerd.

DUO Onderwijsonderzoek meldt dat in het basisonderwijs 18 procent van de directeuren en leraren het NOA geloofwaardig acht. In het voortgezet onderwijs is met 10 procent het vertrouwen nog geringer. Bijna niemand gelooft dat de werkdruk zal afnemen.

Als het gaat om het vertrouwen in het tweede kabinet-Rutte, wordt in het funderend onderwijs een daling geconstateerd. Nog maar iets meer dan de helft van de directeuren en leraren in het basisonderwijs heeft vertrouwen in het kabinet. In het voortgezet onderwijs is dat nog maar iets meer dan eenderde. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW doen het onder schooldirecteuren en leraren ook slecht.

Het enige lichtpuntje uit de opiniepeiling is voor D66. De partij, die zich altijd al als dè onderwijspartij profileert, wint onder schooldirecteuren en leraren aan populariteit.

Door financiële krapte passend onderwijs in de knel

In de politiek groeit de bezorgdheid over de invoering van passend onderwijs, nu scholen het financieel steeds zwaarder krijgen als gevolg van de voortdurende stille bezuinigingen. Dat bleek woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

De Algemene Rekenkamer zette in juni grote vraagtekens bij de financiële haalbaarheid van passend onderwijs. Die vraagtekens hadden te maken met de krapper wordende financiële ruimte en als gevolg daarvan krimpende werkgelegenheid in combinatie met de hoge verwachtingen die het kabinet van het onderwijs heeft. De Algemene Rekenkamer verwacht dat die situatie voorlopig zo blijft en dat het daardoor de vraag is of passend onderwijs per 1 augustus 2014 op een goede manier kan worden ingevoerd.

Tijdens het Kamerdebat stelde D66-Kamerlid Paul van Meenen aan Sander Dekker de vraag of hij staatssecretaris wil worden van ‘failliete scholen’. Dekker antwoordde daarop dat de invoering van passend onderwijs geen bezuinigingsmaatregel is. Ook zei hij dat schoolbesturen die het financieel zwaar hebben ‘als de wiedeweerga’ aan de slag moeten om hun problemen op te lossen.

Loes Ypma van coalitiepartner Partij van de Arbeid illustreerde ook dat veel scholen in problemen komen door de al jaren voortdurende stille bezuinigingen van het huidige en voorgaande kabinetten. Scholen die ook nog eens met krimp te maken hebben, voelen de problemen nog meer. Ypma benadrukte in het Kamerdebat dat het beschikbare geld voor passend onderwijs zo veel mogelijk in de klassen terecht moet komen.

Haar college Karin Straus van de VVD – de partij van Dekker – noemde de conclusies van de Algemene Rekenkamer ‘verontrustend’. Zij wees er ook op dat er grote verschillen zijn tussen de financiële buffers van scholen. Straus wil dat schoolbesturen hun financiële deskundigheid vergroten.

De financiële buffers werden ook aan de orde gesteld door Jesse Klaver van GroenLinks. Hij benadrukte dat schoolbesturen buffers moeten hebben, bijvoorbeeld voor een adequate invoering van passend onderwijs. CDA’er Michel Rog zei te vrezen dat als gevolg van de stille bezuinigingen de klassen steeds groter zullen worden ‘terwijl de leraar met de invoering van passend onderwijs nog meer zal moeten differentiëren’.

Maximumbudget schoolboeken omlaag – ouders dokken

Scholen mogen vanaf 2015 aan ouders hooguit 300 euro per leerling vragen voor het gebruik van lesmateriaal en elektronische informatiedragers. Dat staat in het wetsvoorstel over het intrekken van de regeling voor de ‘gratis’ schoolboeken in het voortgezet onderwijs. Met het voorgestelde maximumbedrag wordt het budget nog krapper.

In 2008 regelde het vierde kabinet-Balkenende dat de ouders niet meer hoefden te betalen voor de schoolboeken van hun kind(eren). Het huidige kabinet trekt de regeling in om te bezuinigen. Vanaf 2015 moeten de ouders het lesmateriaal weer gaan betalen. Het gaat om een nettobezuiniging van 55 miljoen in 2015 en structureel 185 miljoen euro in de jaren erna.

Dat nu in het wetsvoorstel staat dat de scholen vanaf 2015 maximaal 300 euro aan ouders mogen vragen voor lesmateriaal en elektronische informatiedragers, betekent dat de scholen het zuiniger aan moeten gaan doen. Volgens de huidige regeling krijgen ze voor de aanschaf van lesmateriaal in de lumpsum namelijk 321,50 euro per leerling per jaar. De praktijk wijst uit dat dit bedrag voor de meeste scholen al te krap is.

In het wetsvoorstel staat dat leerlingen moeten werken met de beste lesmaterialen die aansluiten op de onderwijskundige uitgangspunten van de school. Die moet hiervoor ‘innovatief leermiddelenbeleid’ voeren, dat in het teken staat van een ‘ambitieuze leercultuur’. De scholen krijgen volgens het kabinet ‘zoveel mogelijk ruimte bij het invullen van de maatregel’ om de ‘gratis’ schoolboeken af te schaffen.

Het mag duidelijk zijn dat bovenstaande ambities in schril contrast staan met een verlaging van het maximaal toegestane budget voor lesmaterialen en elektronische informatiedragers en het in rekening brengen van de kosten bij de ouders.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl