Katholieke en protestantse scholen verliezen terrein

In het voortgezet onderwijs verliezen katholieke en protestants-christelijke scholen terrein. In het primair onderwijs is de verhouding stabiel. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Bijna drie op de tien leerlingen gaan naar openbare scholen. Dat is al decennia zo in het primair onderwijs. Inmiddels is dat in het voortgezet onderwijs ook zo. Sinds de jaren 80 is wat dit betreft een stijgende lijn te zien.

Katholieke en protestants-christelijke scholen voor voortgezet onderwijs verliezen niet alleen terrein aan openbare scholen, maar ook aan andere bijzondere scholen, zoals islamitische, reformatorische en joodse scholen.

Lees meer…

CDA na ophef Pasen: kies voor openbare school!

‘Geen ouder is verplicht om te kiezen voor een bijzondere school’, zeggen de CDA-Kamerleden Michel Rog en Martijn van Helvert in het Katholiek Nieuwsblad. Aanleiding voor hun uitspraak is de ophef over christelijke basisscholen in Den Haag die de paasviering zouden afzwakken om islamitische leerlingen en hun ouders niet te ontrieven.

‘Niemand kan ons geloof, onze tradities of onze waarden kapot maken’, aldus de CDA’ers in een opiniestuk in de roomse krant. ‘Het past bij onze christelijke overtuiging om rekening te houden met de gevoelens van andersdenkenden. Maar dat is iets anders dan onze tradities en religieuze symbolen af te breken (…) opdat moslims zich niet aangevallen zouden voelen.’

Rog en Van Helvert benadrukken dat geen ouder verplicht is om te kiezen voor een bijzondere school. Ze geven islamitische ouders, als die moeite hebben met het christelijke karakter van de school, impliciet het advies te kiezen voor openbaar onderwijs: ‘(…) zeker in de stad Den Haag is er een ruime keuze uit scholen met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden én een keur aan openbare scholen.’

Lees meer…

‘Christelijke basisscholen zwakken paasfeest af’

Protestants-christelijke en katholieke scholen in Den Haag die veel leerlingen met een islamitische achtergrond hebben, zwakken het christelijke karakter van het paasfeest af, meldt het AD. De christelijke profielorganisatie Verus noemt het in de krant begrijpelijk dat scholen ‘rekening houden met hun populatie’. 

‘De leerlingpopulatie kan leidend zijn voor de mate waarin het paasfeest wordt gevierd’, zo citeert de krant bestuursvoorzitter Ewald van Vliet van de katholieke stichting Lucas Onderwijs. Scholen pakken de viering volgens hem heel uiteenlopend aan.

Koran met Pasen

Op de katholieke basisschool ’t Palet in de Haagse Schilderswijk wordt tijdens het paasontbijt een link gelegd met de koran. ‘Op deze manier is er herkenning bij de kinderen’, zegt leerkracht Sebahat Yildiz in het AD.

De krant noemt ook de christelijke buurtschool O3 van de Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden (SCOH) als voorbeeld. Op deze school in de Haagse Rivierenbuurt hoeven volgens het AD islamitische kinderen niet rond te lopen met een paasstok waar een kruis op staat. ‘Voor ons is het belangrijker dat iedereen zich hier welkom voelt dan vasthouden aan conservatieve tradities’, aldus directeur John Verhoeff in de krant.

Woordvoerder Wouter van den Berg van de christelijke profielorganisatie Verus zegt in de krant dat scholen zelf mogen bepalen hoe zij met Pasen omgaan. ‘We kunnen en willen niet van een afstand oordelen over keuzes die scholen hierin maken en vinden het begrijpelijk dat scholen rekening houden met hun populatie’, aldus Van den Berg.

Boodschap van Pasen

Op de website van Verus is na de publicatie van het artikel in het AD een bericht geplaatst, waarin staat dat het de taak van christelijke scholen is om de boodschap van Pasen te laten horen. ‘De vorm waarin dat betekenis krijgt, verschilt per school en situatie’, aldus Verus.

De christelijke profielorganisatie meldt ook dat het niet zo kan zijn ‘dat scholen zich belemmerd voelen om de boodschap van Pasen uit te dragen’. Als dat ergens aan de orde is, vindt Verus dat zorgelijk.

Gevaarlijk cultuurrelativisme

VVD-Kamerlid Malik Azmani laat in een vervolgartikel in het AD weten dat het wat hem betreft ‘niet te verteren (is) als er zulke concessies worden gedaan’. Hij heeft er samen met zijn partijgenoot Bente Becker direct vragen over gesteld aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Azmani wijst er in de krant op dat het om kinderen gaat die door hun ouders op een bijzonder school zijn gedaan. ‘Dan moet iedereen respect op kunnen brengen voor de tradities en feestdagen die daar gevierd worden. Dit is nu precies zo’n voorbeeld van cultuurrelativisme dat gevaarlijk is voor dit land’, aldus Azmani, die als kind met een moslimachtergrond op een katholieke school zat.

De rooms-katholieke cultuurtheoloog Frank Bosman is het niet met Azmani eens: ‘Het is heel mooi dat je als christelijke school zegt: iedereen mag zijn kinderen bij ons brengen, ook al onderschrijf je niet onze signatuur’. Wat christelijke scholen volgens hem niet moeten doen ‘is een christelijk feest door de strotjes van islamitische kinderen proppen’. Hij kan zich goed voorstellen dat deze kinderen ‘het niet leuk vinden om met het kruis van de Here Jezus rond te lopen’.

Foute knieval

Het Haagse gemeenteraadslid Pieter Grinwis van de ChristenUnie/SGP noemt het in de Telegraaf ‘fout als er een knieval wordt gemaakt door een kruissymbool af te breken’.

De PVV in de Haagse gemeenteraad vindt het niet kunnen dat christelijke scholen bij de viering van Pasen rekening houden met leerlingen met een islamitische achtergrond. In de Telegraaf spreekt PVV-raadslid Elias van Hees van ‘verraad aan onze cultuur’. Raadslid Richard de Mos van de naar hem genoemde fractie noemt het ‘bizar’.

Term ‘godsdienst’ niet op katholieke scholen

Er is in Nederland vrijwel geen katholieke school voor voortgezet onderwijs waar lessen over religie en levensbeschouwing onder de noemer ‘godsdienst’ vallen. Protestantse scholen kiezen nog wel voor die term. Dit blijkt uit onderzoek van de christelijke profielorganisatie Verus, de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing en Godsdienst (VDLG).

Het onderzoek richtte zich op godsdienst en levensbeschouwing als schoolvak. Een belangrijke conclusie is volgens Verus dat dit vak in de ogen van de vakdocenten heel breed is. Het gaat volgens hen onder meer over kennis over religies en levensbeschouwingen, maar ook over vorming.

Er zijn bijna geen docenten die het als ‘geloofsonderwijs’ beschouwen. Ook bidden komt nauwelijks nog in de lessen voor. Het wordt niet meer als een confessioneel vak gezien.

Godsdienst uit de gratie

Uit het onderzoek komen grote verschillen tussen katholieke en protestantse scholen naar voren als het gaat om de inhoud en de naam van het vak.

‘Er is vrijwel geen katholieke school waar het vak ‘godsdienst’ heet. Men kiest daar voor de bredere vakterm ‘levensbeschouwing’ als een ‘kijk op het leven’. Protestantse scholen kiezen veel meer voor de naam en de inhoud ‘godsdienst’, al dan niet samen met levensbeschouwing’, aldus Verus.

Lees meer…

Trouw heeft aandacht besteed aan het onderzoek. In het artikel Katholieke middelbare scholen minder ‘godsdienstig’ dan protestantse zegt onderzoekster Gerdien Bertram-Troost onder andere dat het vak godsdienst steeds verder wordt uitgehold.

Godsdienst voor minder leerlingen van belang

Van de jongeren tussen 15 en 18 jaar zegt 45 procent een godsdienst aan te hangen. In 2010 was dat nog 51 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de jongeren die zeggen een christelijke identiteit te hebben, beschouwen de meesten zich als katholiek. Minder dan één op de tien rekent zich tot een islamitische stroming.

Naar de kerk of moskee?

Dat jongeren aangeven godsdienstig te zijn, betekent volgens het CBS niet dat ze ook regelmatig naar de kerk, de moskee of een ander gebedshuis gaan. Iets minder dan één op de drie doet dat minstens één keer per maand.

Protestantse jongeren gaan het vaakst naar de kerk. Ruim de helft doet dat minstens één keer per maand. Van de jongeren die zeggen moslim te zijn, gaat ruim één op de drie minstens één keer per maand naar de moskee. Jongeren die zich katholiek noemen, zien de kerk bijna nooit van binnen.

Dekker in rooms bolwerk over toekomst artikel 23

Wie tegen elke verandering van het artikel 23 over de vrijheid van onderwijs is, zet die vrijheid juist op het spel. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW zondag in Den Bosch gezegd  in een toespraak tijdens het eeuwfeest van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO). 

OMO heeft vooral katholieke scholen voor voortgezet onderwijs onder zich in de voorheen vooral roomse provincie Noord-Brabant. Het eeuwfeest van OMO begon zondag dan ook met een viering in de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. De viering werd bijgewoond door de Brabantse bisschoppen Gerard de Korte (Den Bosch) en Jan Liesen (Breda). Ook Jan Hendriks, de bisschopreferent voor het katholieke onderwijs, was aanwezig.

Artikel 23 en meer ruimte

Na de viering was er een lunch. Daar sprak onder anderen staatssecretaris Dekker. Hij ging in op artikel 23 over de vrijheid van onderwijs. Dat artikel uit de Grondwet staat op zich niet ter discussie, zei hij, maar wel de uitwerking ervan. Daarbij refereerde hij aan zijn wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen. ‘Ik wil graag meer ruimte scheppen ook voor nieuwe spelers, en daarmee nog meer recht doen aan de vrijheid van onderwijs.’

Het wetsvoorstel verandert tittel noch jota aan artikel 23, maar het voorziet er wel in dat bij het stichten van nieuwe scholen niet meer wordt gekeken naar de levensbeschouwelijke richting. Dekker wil alleen toetsen of een te stichten school voldoende leerlingen trekt en of de kwaliteit van die school voldoende is.

 

Over en uit voor katholiek bolwerk Aloysius College

De ongeveer 550 leerlingen van het Aloysius College in Den Haag gaan naar een andere school. Alleen de eindexamenkandidaten kunnen het schooljaar afmaken. Dat blijkt uit het noodplan dat het schoolbestuur woensdagmiddag heeft gepresenteerd, meldt Omroep West.

De regionale omroep voor de regio Den Haag meldt dat de niet-examenleerlingen op 23 november op een andere school beginnen. Er komt een website voor leerlingen en ouders waar zij alle informatie over de andere scholen in Den Haag en omgeving kunnen vinden.

Het Aloysius College is al lange tijd financieel niet meer levensvatbaar. Het aantal leerlingen is te laag, volgens de inspectie is het onderwijs er slecht en bovendien zijn het gebouw en het personeel te duur.

In het najaar van 2014 zou de school al dichtgaan, maar vermogende oud-leerlingen kwamen met een reddingsplan. Dat heeft de school echter niet kunnen redden.

Jezuïeten
Het Aloysius College werd opgericht in 1917. Het stond altijd bekend als een zeer gedegen rooms-katholiek bolwerk van de jezuïetenpaters. Het was een jongensschool. Pas in 1971 werden meisjes er toegelaten.

Er zaten verscheidene bekende Nederlanders op het Aloysius College, onder wie componist Louis Andriessen, topdiplomaat en oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot, KVP-politicus Norbert Schmelzer en meer recent, toen ook meisjes er welkom waren, hockey-international Naomi van As.

Fontys komt met minor katholiek vormingsonderwijs

In september begint Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing in Utrecht met de minor Rooms-katholiek Godsdienstig Vormingsonderwijs voor het Openbaar Basisonderwijs (RK GVO).

RK GVO is een van de vormen van godsdienstig vormingsonderwijs in de pluriforme openbare scholen. Kinderen van ouders die daar specifiek om vragen, kunnen in de openbare school naar keuze een vorm van godsdienstig vormingsonderwijs krijgen. Het is ook mogelijk om voor humanistisch vormingsonderwijs te kiezen. Dit is wettelijk zo geregeld.

De minor is toegankelijk voor huidige docenten RK GVO en voor studenten en afgestudeerden van de pabo die beschikken over de akte voor godsdienstonderwijs. Ook afgestudeerde pastoraal werkers en godsdienstleraren kunnen eraan deelnemen.

De minor wordt verzorgd in samenwerking met de hogescholen Windesheim, Driestar Educatief, Inholland en de Christelijke Hogeschool Ede. De minor wordt gegeven in Utrecht.

Hoe christelijk zijn christelijke scholen nog?

De christelijke besturenorganisatie Verus laat in een online artikel zien dat christelijke scholen tegenwoordig helemaal niet zo christelijk meer zijn. Hun kleur is vervaald, blijkt bijvoorbeeld in Rotterdam.

Aanleiding voor het artikel van Verus is dat het rooms-katholieke onderwijs in Vlaanderen meer moslimleerkrachten wil inzetten. Volgens directeur-generaal Lieven Boeve van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs kan op die manier radicalisering onder islamitische jongeren worden opgevangen. De gedachte van de katholieke theoloog Boeve is dat met meer moslimleerkrachten jongeren beter kunnen worden begeleid in hun zoektocht naar identiteit.

De vraag die Verus zich stelt is of Nederlandse christelijke scholen daar ook beleid op hebben. De christelijke besturenorganisatie belde onder andere met het protestants-christelijk basisonderwijs in Rotterdam. Op de meeste christelijke basisscholen in die stad vormen kinderen met een christelijke achtergrond een minderheid. Veel leerlingen zijn van huis uit islamitisch of worden niet op grond van een bepaalde religie opgevoed.

Verus schrijft dat PCBO Rotterdam een jaar of tien geleden besloot dat ook medewerkers met een andere dan de christelijke geloofsinspiratie welkom zijn op zijn scholen. ‘Die beslissing werd niet genomen op grond van incidenten, maar om bruggen te slaan vanuit onze eigen, christelijke geloofsinspiratie’, zegt bestuursvoorzitter Kees Terdu. ‘Als je kinderen uit andere geloofsinspiraties voor je hebt, is het niet consistent als je als medewerker met een andere geloofsinspiratie niet welkom bent.’

Een tweede reden is dat er ook binnen het onderwijsondersteunend personeel mensen met een andere geloofsinspiratie aan het werk zijn.’Het is onmogelijk daar een onderscheid in te maken. Zij dragen evenzeer als leerkrachten bij aan de brede identiteit van de school. Ook zij hebben contact met leerlingen, ouders en andere medewerkers.’

Kleur is vervaald
Directeur Ritske van der Veen stelt dat de situatie in Rotterdam tekenend is voor veel christelijke onderwijsorganisaties, ook in kleinere gemeenten. ‘De ontwikkeling die wij vanuit het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs zien, is dat steeds meer scholen voor bijzonder onderwijs hun kleur laten vervalen. Logisch, want steeds minder ouders in het ontkerstende Nederland bepalen hun keuze voor een school op basis van godsdienst.’

Van der Veen beschouwt deze ontwikkeling als positief. ‘In feite komt het erop neer dat het bijzonder onderwijs steeds meer open komt te staan voor diversiteit op basis van gelijkwaardigheid. In het openbaar en het algemeen toegankelijk onderwijs is dat altijd al ons uitgangspunt.’

Volgens hem schuift het bijzonder onderwijs steeds meer op naar het concept School!, zoals VOS/ABB dat met de Vereniging Openbaar Onderwijs heeft opgesteld. Dit concept stijgt boven de denominaties uit. Het gaat ervan uit dat er in de toekomst geen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholiek op wat voor scholen meer zijn, maar ‘scholen’.

Van der Veen heeft in dit kader een visiestuk opgesteld, dat kan dienen als inspiratie voor een discussie over de toekomstbestendigheid van het huidige duale onderwijsbestel op basis van artikel 23 van de Grondwet.

 

Roomse rector loopt 100 jaar achter op de feiten

Recor Titus Frankemölle van de rooms-katholieke Kwadrant Scholengroep in Noord-Brabant denkt dat het openbaar onderwijs geen aandacht heeft voor levensbeschouwing. Hiermee loopt hij 100 jaar achter op de feiten.

Frankemölle is ook diaken in het bisdom Breda en bovendien lid van de commissie Identiteit & Kwaliteit van de Vereniging Katholiek Onderwijs. Hij pleit op de opiniepagina van de zaterdageditie van Trouw voor behoud van grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs. Hij denkt zijn pleidooi  te kunnen ondersteunen met de impliciete opmerking als zouden openbare scholen geen aandacht besteden aan levensbeschouwing.

‘Kennis alleen maakt niet gelukkig. En dat is wat bijzondere scholen onderscheidt van de openbare: naast kennis wordt leerlingen ook de zin van het leven bijgebracht, het geloof, de dingen die de mens raken en gelukkig maken.’ Hij suggereert tevens ten onrechte dat openbare scholen kinderen een ‘door de overheid opgelegde visie’ bijbrengen.

Verder brengt Frankemölle de keuze van 70 procent van de ouders voor bijzonder onderwijs in verband met de ‘meerwaarde van bijzonder onderwijs’. Wat hij niet noemt, is dat slechts een zeer beperkt deel van de ouders bewust kiest voor bijzonder onderwijs op grond van de levensbeschouwelijke of religieuze grondslag van de school. Wat hij ook niet noemt is dat veel katholieke scholen zich allang niet meer zo noemen en dat de grondslag van deze scholen vaak niet meer direct herkenbaar is.

Tekenend is dat bezoekers van de website van de Kwadrant Scholengroep van Frankemölle diep moeten graven om het woord ‘katholiek’ te vinden. Het staat noch op de homepage noch in de naam van de organisatie genoemd. Ook op de homepages van de twee aangesloten scholen wordt niet duidelijk dat het om katholieke scholen gaat.

Hoe zit het wel?
In tegenstelling tot wat de roomse rector suggereert, is er in het openbaar onderwijs wel degelijk aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing. Ten eerste is het wettelijk vastgelegd dat de openbare school ruimte moet bieden voor godsdienstig en/of humanistisch vormingsonderwijs als ouders daarom vragen.

Deze vormen van onderwijs worden buiten de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van de openbare school verzorgd door de zogenoemde zendende instanties, die zijn verenigd in het Dienstencentrum GVO en HVO.

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten er bovendien voor om godsdienst en levensbeschouwing binnen de eigen pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van de school aan bod te laten komen. Steeds meer scholen doen dat. Dat is juist in het openbaar onderwijs van belang, omdat kinderen daar op basis van diversiteit leren nadenken over hun eigen levensbeschouwelijke identiteit. U kunt daar meer over lezen in de brochure Levensbeschouwing, juist in het openbaar onderwijs!.

Beleidsmedewerker Marleen Lammers heeft in 2013 een artikel voor het tijdschrift Narthex geschreven, waarin zij duidelijk maakt dat mensen die denken dat openbare scholen geen aandacht hebben voor godsdienst en levensbeschouwing honderd jaar achterlopen.

Ook in het toekomstconcept School!, dat VOS/ABB en VOO in samenspraak met de leden hebben opgesteld en dat boven de verschillende denominaties uitstijgt, neemt aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing een belangrijke plaats in. Lees hier meer over in de School!Gids die VOS/ABB en VOO in maart 2014 hebben uitgebracht.

Trouw heeft een reactie geplaatst van beleidsmedewerker Marleen Lammers en adviseur Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB op het opiniestuk van Frankemölle (de reactie staat op pagina 22 van Trouw van donderdag 13 november).

Openbaar onderwijs Maasbree op plan van scholen

De Limburgse gemeente Peel en Maas heeft de door veel ouders gewenste openbare basisschool in het dorp Maasbree op het plan van scholen gezet. Dat bleek dinsdagavond tijdens de raadsvergadering. Hiermee is een volgende stap gezet op weg naar openbaar onderwijs in Maasbree, waar tot nu toe slechts katholiek basisonderwijs wordt aangeboden.

Uit een directe meting die in april is gehouden door middel van een enquête onder ouders in Maasbree met kinderen van 0 tot en met 11 jaar, kwam naar voren dat bijna de helft (48 procent) voorkeur heeft voor openbaar basisonderwijs. De voedingsbodem voor openbaar onderwijs bedraagt daarmee tussen de 317 en 370 kinderen die ouder zijn dan 4 jaar.

De gemeente Peel en Maas concludeerde op basis van het resultaat van de enquête dat er in Maasbree een ‘reële voedingsbodem’ is voor openbaar onderwijs. Nu de gemeenteraad de gewenste openbare basisschool op het plan van scholen heeft gezet, moet het ministerie van OCW  er nog zijn fiat aan geven. Daarvoor zal worden gekeken naar de verwachte krimp van het aantal leerlingen in Maasbree.

Het initiatief voor openbaar basisonderwijs in Maasbree komt van een groep ouders. Zij willen dat er in het dorp een keuze mogelijk is tussen het al bestaande katholiek basisonderwijs en openbaar onderwijs. VOS/ABB ondersteunt deze oudergroep.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, 

Bisschop bang dat krimp katholieke identiteit breekt

Mgr. Jan Hendriks hoopt en bidt dat het om een misverstand gaat dat het eenvoudiger wordt om scholen van kleur te doen verschieten. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil het in het kader van demografische krimp makkelijker maken om van bijvoorbeeld een katholieke een openbare school te maken.

Hendriks is hulpbisschop in het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij stelt op de website van het centrum voor katholiek onderwijs VKO dat de krimpbrief die Dekker onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, laat zien dat de staatssecretaris de identiteit van scholen een marginaal aspect vindt ‘dat je naar believen kunt vervangen’.

‘Staats­secretaris Dekker ziet het onderwijs als een soort hamburger waarop je naar believen ketchup kunt doen of stroganoffsaus. Mocht de ene saus niet zo bevallen, dan kun je die er altijd nog weer even afdoen en die andere saus proberen’, aldus Hendriks.

De onderwijsbisschop gaat in zijn reactie terug naar de negentiende eeuw. De krimpvisie van Dekker getuigt volgens hem van ‘de klassieke liberale insteek die ooit aanleiding was voor de schoolstrijd’. Hendriks wijst ook op het resultaat van die strijd: de in de Grondwet verankerde vrijheid van onderwijs.

‘Natuurlijk hoop en bid ik dat het om een misverstand gaat, dat ik de staats­secretaris volstrekt verkeerd heb begrepen, maar helemaal gerust ben ik er eerlijk gezegd niet op’, aldus Hendriks.

Voldoende animo in Maasbree voor openbare basisschool

In het Noord-Limburgse dorp Maasbree is een ‘reële voedingsbodem’ voor openbaar basisonderwijs. Dat meldt de gemeente Peel en Maas op grond van het resultaat van een directe behoeftemeting. VOS/ABB ondersteunt een oudergroep in Maasbree die zich al jaren sterk maakt voor openbaar onderwijs in dit dorp.

De directe meting is in april gehouden door middel van een enquête onder ouders in Maasbree met kinderen van 0 tot en met 11 jaar. Bijna de helft (48 procent) geeft aan voorkeur te hebben voor openbaar onderwijs. De voedingsbodem voor openbaar onderwijs bedraagt daarmee tussen de 317 en 370 kinderen die ouder zijn dan 4 jaar.

Van de ouders die voorkeur hebben voor openbaar onderwijs, geeft 59 procent aan dat hun kind (vrijwel) zeker naar een openbare school in het dorp zal gaan. Dit betekent dat, rekening houdend met een foutenmarge, ongeveer 175 tot 223 kinderen (vrijwel) zeker naar een openbare basisschool zullen gaan.

Dit aantal ligt daarmee rond de stichtingsnorm van 200 leerlingen die voor de gemeente Peel en Maas geldt. Worden de mensen meegeteld die voorkeur opgegeven hebben voor openbaar onderwijs maar nog niet zeker weten of hun kind daarnaar toe gaat, dan ligt het potentieel aantal kinderen natuurlijk hoger.

Daarnaast gaf 43 procent van de responderende ouders aan dat zij een voorkeur hebben voor katholiek onderwijs. Daarmee is de verwachting dat er in Maasbree voor zowel openbaar als katholiek onderwijs voldoende draagvlak is. Een katholieke basisschool is er al.

Het resultaat van de enquête wijst er volgens de gemeente op dat er een ‘reële voedingsbodem’ is voor openbaar onderwijs. De gemeenteraad zal nu het plan van scholen moeten vaststellen, waarna het ministerie van OCW  zijn fiat moet geven. Daarvoor zal ook worden gekeken naar de verwachte krimp van het aantal leerlingen in Maasbree.

Het initiatief voor openbaar basisonderwijs in Maasbree komt van een groep ouders. Zij willen dat er in het dorp een keuze mogelijk is tussen het al bestaande katholiek basisonderwijs en openbaar onderwijs. VOS/ABB ondersteunt deze oudergroep.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Verdeling leerlingen over denominaties stabiel

De afgelopen jaren is de verhouding van het aantal leerlingen over de vier denominaties (openbaar, rooms-katholiek, protestants-christelijk en overig bijzonder) nauwelijks veranderd. Dat blijkt uit de kerncijfers over de jaren 2008 tot en met 2012 die het ministerie van OCW heeft gepubliceerd.

Van alle scholen voor primair onderwijs in Nederland is 33 procent openbaar. Dat percentage is al sinds 2008 hetzelfde. Daarmee blijft het openbaar primair onderwijs de grootste denominatie. Het katholiek en protestants-christelijk onderwijs hebben beide een aandeel van 30 procent.

Als wordt gekeken naar het aandeel van het totale aantal basisschoolleerlingen, dan zit 31 procent op een openbare school. In 2008 was dat 30 procent. Sinds 2009 ligt dit percentage op 31.

Het katholiek basisonderwijs heeft met 34 procent de meeste leerlingen, gevolgd door het openbaar primair onderwijs met dus 31 procent en het protestants-christelijk primair onderwijs met 28 procent.

Uit het bovenstaande kan worden afgeleid dat de gemiddelde openbare school voor primair onderwijs minder leerlingen heeft dan de gemiddelde rk- of pc-school.

Het ministerie van OCW gaat in de publicatie over de kerncijfers bij het voortgezet onderwijs niet in op de statistische verhoudingen over de verschillende denominaties.

Vrijeschoolonderwijs op openbare school?

Wat vindt u: is het een goed idee om als bestuur van een openbare school vrijeschoolonderwijs aan te bieden? De kwestie is actueel in Zwolle, waar het vanaf komend schooljaar mogelijk is om op de openbare Van der Capellen scholengemeenschap te kiezen voor vrijeschoolonderwijs.

Vrijeschoolonderwijs is gebaseerd op de leer van de Oostenrijkse filosoof en pedagoog Rudolf Steiner oftewel de antroposofie. Vrijwel alle vrije scholen zijn algemeen bijzonder. In Maastricht bijvoorbeeld biedt de Bernard Lievegoed School voortgezet onderwijs aan ‘op basis van de uitgangspunten van de vrijeschoolpedagogie’. Deze school valt onder het algemeen bijzondere Bonnefanten College.

In Prinsenbeek echter wordt vrijeschoolonderwijs aangeboden door het Michaël College, dat deel uitmaakt van de unit Markenhage van de katholieke Scholengemeenschap Breda. Het Michaël College presenteert zichzelf als een ‘vrijeschool’, maar op de website wordt ook gesproken over ‘vrijeschoolonderwijs’.

Hierin zit een verschil, omdat een vrije school volgens de wet onder het begrip ‘richting’ kan vallen. Dit heeft te maken met het feit dat de antroposofie wettelijk is erkend als een levensbeschouwing op basis waarvan bekostiging mogelijk is. De term ‘vrijeschoolonderwijs’ daarentegen gaat uit van een pedagogisch-didactische visie, en valt als zodanig volgens de wet niet onder het begrip ‘richting’.

Voor zover bekend is het bestuur Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio (OOZ) het eerste openbare schoolbestuur dat onder de noemer VS-VO voortgezet vrijeschoolonderwijs gaat aanbieden. De VS-VO wordt onder het brinnummer van de openbare Van der Capellen scholengemeenschap aangeboden als een leerroute met een specifiek pedagogisch-didactisch concept. OOZ houdt dus niet op grond van het begrip ‘richting’ een vrije school in stand, maar biedt onderwijs aan volgens een specifieke visie.

Wat vindt u?
Is het een goede ontwikkeling dat een openbaar schoolbestuur vrijeschoolonderwijs aanbiedt? In het openbaar onderwijs zijn ook montessori- en jenaplanscholen, dus scholen met vrijeschoolonderwijs zijn ook mogelijk. Het kan immers, zoals in Zwolle, om een pedagogisch-didactische visie gaan, waarmee de school zich bij ouders kan profileren.

Of is het volgens u niet wenselijk om te kiezen voor vrijeschoolonderwijs, omdat de openbare school hiermee onder het mom van een pedagogisch-didactische visie aanleunt tegen onderwijs op basis van één bepaalde levensbeschouwelijke richting? Een openbare school moet geen vrije school willen zijn, net zoals een openbare school geen rooms-katholieke, protestants-christelijke of islamitische school is. Is de keuze voor vrijeschoolonderwijs een keuze voor de antroposofie en daarmee mogelijk een gevaar voor de evenwichtige aandacht voor diverse godsdiensten en levensbeschouwingen in het openbaar onderwijs?

U kunt uw reactie mailen aan welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Vrijeschoolonderwijs’. Wij willen uw input gebruiken voor een vervolgbericht op deze website en/of in magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs. Geeft u alstublieft aan of wij uw reactie voor publicatie mogen gebruiken en of wij daarbij ook uw naam en functie mogen vermelden.

Informatie: Martin van den Bogaerdt, 06-13190311, mvandenbogaerdt@vosabb.nl